CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

I.a Circulaire gemeenten Uitleg begrip beroepsvereniging en bijstand ingeval van integriteitsbeschuldigingen, brief 15 mei 2025, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

gemeenteraad 19 juni 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: I. Voorgesteld wordt enige stukken voor kennisgeving aan te nemen2.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

de gemeenten en hun politieke ambtsdragers

Directoraat-Generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtstaat Directie Democratie en Bestuur Afdeling Politieke Ambtsdragers en Weerbaarheid Contactpersoon postbus.helpdeskpa@minbzk. nl Datum 15 mei 2025 Kenmerk 2025-0000299675

Onderwerp

Doelstelling

Uitleg begrip beroepsvereniging, bijstand ingeval van integriteitsbeschuldigingen plus nog enkele onderwerpen Verschaffen van informatie

Relaties met andere circulaires

Hoofdstuk 3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers -

Ingangsdatum

15 mei 2025

Geldig tot

Nader bericht

Juridische grondslag

Publicatie op internet Circulaires met betrekking tot de rechtspositie van politieke ambtsdragers worden uitsluitend bekend gemaakt op de site van de officiële bekendmakingen (Staatscourant) en op de website www.politiekeambtsdragers.nl. U kunt zich met een email-attendering abonneren op deze site. Als er een circulaire op deze site wordt gepubliceerd, ontvangt u een attendering. 1. Inleiding In vervolg op een rechterlijke uitspraak wordt in paragraaf 2 van deze circulaire het begrip “beroepsvereniging” in de zin van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers toegelicht. Het is de bevoegdheid van het college van B&W om te besluiten of het de contributie van een beroepsvereniging moet vergoeden aan de gemeentelijke ambtsdragers. Dat verandert niet. Deze paragraaf geeft het college een uitgebreide toelichting op het al bestaande afwegingskader. Op deze manier geeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) enerzijds gevolg aan een recente rechterlijke uitspraak en anderzijds duidelijkheid aan de praktijk zonder dat BZK op de stoel van het dagelijks bestuur gaat zitten in het individuele geval. Dat laatste mag namelijk niet op grond van het artikel in het Rechtspositiebesluit.

Vragen uit de praktijk hebben ertoe geleid dat in paragraaf 3 wordt ingegaan op de ondersteuning ten laste van de gemeente ingeval van (vermoedens van) integriteitsschendingen door een of meer van haar politieke ambtsdragers. In paragraaf 4 wordt aandacht gevraagd voor het Diversiteitsplein. Dit is het online platform voor informatie(deling) voor en over (kandidaat) politieke ambtsdragers met een beperking. Dit platform is niet alleen voor de doelgroep maar kan ook nuttig zijn voor de griffier, de ondersteuner of een geïnteresseerde.

Pagina 1 van 6

Datum 15 mei 2025 Kenmerk 2025-0000299675

In paragraaf 5 tenslotte wordt naar aanleiding van vragen uit de praktijk verduidelijkt dat het nieuwe eerste lid van artikel 3.1.9 geen terugwerkende kracht is toegekend. 2. De definitie van “beroepsvereniging” 2.1. Inleiding en achtergrond Door de jaren heen heeft zich binnen en buiten de rechtszaal een discussie afgespeeld over de vraag hoe het begrip “beroepsvereniging” dient te worden uitgelegd voor de decentrale politieke ambtsdragers in het kader van de vergoeding van de lidmaatschapsgelden. Naar oud recht (onder meer artikel 13 van het vroegere, intussen vervallen, Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden) was het begrip “beroepsvereniging” ongedefinieerd. In de praktijk bleek dit bij overheidsorganen te leiden tot de vragen: a) wat is een beroepsvereniging? en b) wie bepaalt of er sprake is van een beroepsvereniging: het dagelijks bestuur, de volksvertegenwoordiging of de ambtsdrager zelf? In een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 2017 op basis van het oude vervallen rechtspositiebesluit is aangesloten bij een uitleg van het begrip “beroepsvereniging” volgens de betekenis in het normale taalgebruik: een vereniging van personen die eenzelfde beroep uitoefenen.

[1] Mede gezien genoemde signalen uit de praktijk en genoemde uitspraak van de rechter heeft de minister van BZK bij de introductie van het nieuwe rechtspositiebesluit in 2019 geoordeeld dat de door de rechtbank gehanteerde definitie te algemeen was. Daarom is deze in artikel 3.3.4 van het nieuwe rechtspositiebesluit gepreciseerd tot: “een voor iedere ambtsdrager toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de desbetreffende functie ten doel heeft of mede ten doel heeft”. Tevens is verduidelijkt, dat het college van burgemeester en wethouders beslist of in voorkomend geval de contributie van een beroepsvereniging wordt vergoed aan een politieke ambtsdrager. Het college van B&W kan hiertoe alleen besluiten als een beroepsvereniging aan de in het rechtspositiebesluit opgenomen voorwaarden voor een beroepsvereniging voldoet. Bij de totstandkoming van deze bepaling van het nieuwe rechtspositiebesluit in 2019 is het belang van een individuele beroepsvereniging op duidelijkheid over erkenning, afgewogen tegen de autonomie van gemeenten om zelf de beoordeling van de voorwaarden te doen. Om aan deze beide aspecten tegemoet te komen, is gekozen voor een lokale toepassing waarbij de voorwaarden landelijk zijn bepaald.

In een recente rechterlijke uitspraak [2] die betrekking had op een discussie over dit begrip tussen BZK en de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG), geeft de Rechtbank aan dat er bij de totstandkoming van het rechtspositiebesluit geen sprake was van een zorgvuldige besluitvorming en deugdelijke [1] [2]

Zie Rechtbank Noord-Nederland 12 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2578, r.o. 2.4. Zie Rechtbank Noord-Holland 17 oktober 2024, zaaknummer HAA/23/6310. Pagina 2 van 6

Datum 15 mei 2025 Kenmerk 2025-0000299675

motivering van artikel 3.3.4 omdat de eventuele negatieve gevolgen voor de VPPG niet, althans niet uitdrukkelijk, zijn betrokken. Ook geeft zij aan dat alsnog achteraf kan worden gemotiveerd dat de wijziging rechtmatig is en voldoet aan het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Hoewel het ongebruikelijk is om in een toelichting bij een besluit van algemene strekking eventuele negatieve gevolgen voor een specifieke organisatie te bespreken, licht BZK, in lijn met deze uitspraak, in deze paragraaf de achterliggende overwegingen van deze bepaling toe. Op deze wijze blijft de beslissingsbevoegdheid in het individuele geval bij het dagelijks bestuur maar ondersteunt BZK dat bestuur in de uitoefening van deze verantwoordelijkheid door de relevante overwegingen bij de voorwaarden die zijn gesteld, via deze circulaire breed bekend te maken. Daarmee blijft BZK in zijn kader stellende rol en wordt in lijn met de uitspraak voldaan aan het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. In vervolg op deze uitspraak uit 2024 heeft BZK de definitie opnieuw bekeken. BZK is van oordeel dat er goede redenen waren (en zijn) om de definitie van het begrip “beroepsvereniging” destijds in 2019 aan te passen.

De oude definitie was te algemeen geformuleerd en de huidige formulering helpt het dagelijks bestuur door het aangeven van de relevante kenmerken met zijn oordeel of er sprake is van een beroepsvereniging waarvan de contributie moet worden betaald door het overheidsorgaan. BZK ziet geen aanleiding om de huidige definitie aan te passen. De verschillende kenmerken worden in paragraaf 2.2 nader toegelicht. BZK heeft ten tijde van het wijzigen van de definitie van “beroepsvereniging” ingezien dat de aanpassing van de definitie ertoe kan leiden dat sommige verenigingen niet of niet meer de contributie van hun leden vergoed krijgen door het overheidsorgaan. BZK acht deze kenmerken echter van zodanig groot belang dat deze de doorslag hebben gegeven bij deze belangenafweging. Die aangevulde kenmerken zijn van belang, omdat bepaalbaar moet zijn voor het dagelijks bestuur of er sprake is van een beroepsvereniging waarvan de contributie moet worden betaald door het overheidsorgaan. Die aanvulling is gerechtvaardigd, omdat het een vergoeding betreft die wordt betaald vanuit publieke middelen. Het aanscherpen van de definitie doet overigens niets af aan het recht op vereniging. 2.2.

De kenmerken van een beroepsvereniging Al sinds 1 januari 2019 moet het dagelijks bestuur vaststellen dat de beroepsvereniging een aantal kenmerken heeft: • voor iedere ambtsdrager toegankelijk; en • landelijk georganiseerd; en • heeft blijkens de statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de desbetreffende functie ten doel of mede ten doel. Een beroepsvereniging moet dus meer zijn dan een vereniging van personen die eenzelfde beroep uitoefenen. De in het artikel opgenomen algemene toegankelijkheid, landelijke spreiding, en de gerichtheid op deskundigheidsbevordering en/of belangenbehartiging van de desbetreffende groep ambtsdragers, zijn belangrijke extra elementen. Anders zou een gezelligheidsvereniging van personen met hetzelfde beroep ook kunnen worden aangemerkt als een beroepsvereniging. Het Pagina 3 van 6

Datum 15 mei 2025 Kenmerk 2025-0000299675

is echter niet de bedoeling dat de contributie van zo’n gezelligheidsvereniging wordt vergoed uit de publieke middelen. Door deze extra voorwaarden wordt ook bereikt dat politieke partijen of politieke groeperingen geen beroepsverenigingen zijn in de zin van het rechtspositiebesluit. Dat de beroepsvereniging algemeen toegankelijk dient te zijn, betekent dus dat er door die beroepsvereniging geen aanvullende voorwaarden gesteld kunnen worden. Een beroepsvereniging kan bijvoorbeeld geen eisen stellen aan haar leden wat betreft hun achtergrond. Voor het lidmaatschap mag ook geen onderscheid worden gemaakt naar ambtsdragers van bijvoorbeeld een specifieke categorie partijen (zoals een beperking van het lidmaatschap van de beroepsvereniging voor leden van landelijke, regionale of plaatselijke partijen) of van verenigingen die uitgaan van een voorgeschreven rolopvatting. Algemene toegankelijkheid betekent dat niemand van de beroepsgroep op voorhand, statutair of anderszins, door een beroepsvereniging mag worden uitgesloten. De landelijke spreiding is een aspect van dit algemene toegankelijkheidsvereiste. Het is op grond van dit artikel niet verboden om lokaal of regionaal verenigingen op te richten en daarvan lid te zijn, maar dat zijn geen beroepsverenigingen in de zin van het rechtspositiebesluit.

Daarom komt de contributie daarvan niet in aanmerking voor vergoeding op grond van het rechtspositiebesluit. Bovendien heeft een beroepsvereniging met landelijke spreiding meer zeggingskracht. Die zeggingskracht is wenselijk in verband met de vereiste gerichtheid op de deskundigheidsbevordering en/of belangenbehartiging. Die gerichtheid op deskundigheidsbevordering en/of belangenbehartiging van de desbetreffende groep ambtsdragers op landelijk niveau rechtvaardigt dat de contributie van de beroepsvereniging wordt vergoed met publieke gelden. Daar is één uitzondering op. Het dagelijks bestuur kan de vergoeding van de contributie weigeren indien het van oordeel is dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het omschreven doel. Bij de beoordeling of een vereniging voldoet aan de gestelde voorwaarden, zijn de statuten van de door de ambtsdrager aangedragen organisatie natuurlijk een belangrijk gegeven, maar het is niet de bedoeling dat de doelen enkel als lege woorden in de statuten zijn opgenomen. Dit zou de ratio achter de bepaling ondergraven. Collectieve aanmelding van bijvoorbeeld alle raadsleden van een gemeente is mogelijk, maar pas na expliciete instemming van al degenen die worden aangemeld.

Het is daarentegen niet de individuele ambtsdrager die bepaalt dat de contributie van de door hem of haar gekozen beroepsvereniging zonder meer door het overheidsorgaan moet worden vergoed. Het is, zoals gezegd, het dagelijks bestuur dat de verantwoordelijkheid heeft om te beoordelen of er voldoende aanknopingspunten zijn voor de constatering dat de door de ambtsdrager aangedragen organisatie voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in het in artikel 3.3.4 van het rechtspositiebesluit. Indien de beroepsvereniging voldoet aan de voorwaarden, dient het dagelijks bestuur het recht op vergoeding van de contributie toe te kennen. Het rechtspositiebesluit biedt hiertoe geen afwijkingsmogelijkheden. De

Pagina 4 van 6

Datum 15 mei 2025 Kenmerk 2025-0000299675

evenredigheid en zorgvuldigheid van de door dagelijks besturen genomen besluiten zijn hiermee gewaarborgd. BZK beoogt met bovenstaande toelichting het dagelijks bestuur in zijn beoordeling te ondersteunen door eventuele onduidelijkheden weg te nemen en tevens de gedachte achter de aanpassingen in 2019 te verduidelijken. Aanleiding voor deze nadere toelichting was de toepassing van artikel 3.3.4 van het rechtspositiebesluit ten aanzien van de VPPG. Maar de formulering van het begrip “beroepsvereniging” geldt voor alle beroepsgroepen van politieke ambtsdragers. 3. Ondersteuning ingeval van (vermoedens van) integriteitsschendingen Goed bestuur is een integer bestuur. Daarmee is integriteit en het zorgvuldig behandelen van meldingen over (vermeende) integriteitsschendingen niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdrager, maar een gezamenlijk belang, dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Om decentrale overheden handvatten te bieden, heeft het ministerie van BZK een Handreiking voor de omgang met vermoedens van integriteitsschendingen laten ontwikkelen. Deze handreiking bevat bouwstenen voor een protocol over integriteit voor politieke ambtsdragers van decentrale overheden.

De handreiking is te vinden op: Handreiking voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen | Rapport | Rijksoverheid.nl Een vraag is of een politieke ambtsdrager op grond van het rechtspositiebesluit aanspraak kan maken op ondersteuning ten laste van het overheidsorgaan ingeval van (een vermoeden van) niet-integer gedrag. Op dit moment bestaat die aanspraak niet als zodanig. Tegelijkertijd moet recht worden gedaan aan de positie van de verschillende betrokkenen. Dit is ook in de hiervoor genoemde Handreiking opgenomen. Het gaat dan om de positie van degene die het vermoeden heeft geuit, van degene tegen wie het vermoeden is geuit en van eventuele andere betrokkenen. Dit betekent dat daar ook passende ondersteuning bij hoort vanuit de organisatie. Die ondersteuning kan worden geregeld als onderdeel van het te verrichten integriteitsonderzoek, zodat er sprake is van een gelijk speelveld. Melder, slachtoffer of beschuldigde, maar ook andere betrokkenen, hebben in de verschillende fasen van het proces ieder eigen behoeften en mogelijk ook een hulpvraag, of behoefte aan nazorg. Zij kunnen zich hiervoor wenden tot de burgemeester. Afspraken hierover kunnen het beste worden gemaakt alvorens het integriteitsonderzoek start en schriftelijk worden vastgelegd. 4.

Nu toegankelijk: Diversiteitsplein, online platform voor (kandidaat) politieke ambtsdragers met een beperking Mensen met een beperking zijn in Nederland ondervertegenwoordigd in politiek en bestuur. En dat is jammer, want er zijn minder beren op de weg dan wellicht gedacht. Zo is vaak niet bekend (bijvoorbeeld bij politieke partijen of griffiers) dat er voorzieningen zijn om deze groep mensen in dezelfde startpositie te brengen als politieke ambtsdragers zonder beperking. Het ministerie van BZK wil stimuleren dat iedereen die gemotiveerd is, kan deelnemen aan politiek en bestuur. En dat breed bekend is dat ondersteuning

Pagina 5 van 6

Datum 15 mei 2025 Kenmerk 2025-0000299675

beschikbaar is. Daarom heeft het ministerie van BZK het Diversiteitsplein laten ontwikkelen. Op dit interactieve platform is onder meer informatie te vinden over de voorzieningen die gelden voor politieke ambtsdragers met een beperking. Denk hierbij aan een specifieke reiskostenvergoeding, de mogelijkheid van een persoonlijke ondersteuner of hoe verrekening plaatsvindt met een uitkering. Op het Diversiteitsplein kunnen deelnemers ook inspiratie opdoen, tips met ambtsen ambitiegenoten uitwisselen en elkaar motiveren. De (kandidaat)ambtsdrager met een beperking, maar ook de griffier, de ondersteuner of een geïnteresseerde, staat dus niet alleen en hoeft het niet allemaal zelf uit te zoeken. Het aanmaken van een profiel op het Diversiteitsplein kost slechts 10 minuten. Daarna is er onbeperkt toegang tot een waardevolle ontmoetingsplek. Dit platform is te vinden op: diversiteitsplein.politiekeambtsdragers.nl 5. Geen terugwerkende kracht artikel 3.1.9 In de circulaire van 27 maart 2025 is in paragraaf 2.2 gewezen op de recente wijziging van artikel 3.1.9. Het nieuwe eerste lid bepaalt dat raadsleden per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden voor een maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

Tot de inwerkingtreding van deze wijzigingen per 9 januari 2025 gold op basis van het oorspronkelijke artikel 3.1.9 dat de gemeenteraad er bij verordening voor kon kiezen om deze tegemoetkoming toe te kennen. Dit oorspronkelijke artikel trad in werking op 1 januari 2019. Sommige gemeenteraden wilden deze voorziening voor de raadsleden echter al treffen vanaf de start van hun raadsperiode in maart 2018. Om hier een grondslag voor te bieden is halverwege 2019 aan artikel 5.3 van Rechtspositiebesluit een vierde lid toegevoegd, waarin aan artikel 3.1.9 terugwerkende kracht werd verleend tot en met 29 maart 2018 (Stb. 2019, 260). De toekenning van deze terugwerkende kracht aan artikel 3.1.9 is inmiddels dus materieel uitgewerkt. Het is niet de bedoeling dat de centrale regeling die nu per 9 januari 2025 in het eerste lid van artikel 3.1.9 is opgenomen, op basis waarvan álle raadsleden aanspraak hebben op de tegemoetkoming, terugwerkt tot en met 29 maart 2018. Voor alle duidelijkheid zal in een eerstvolgend wijzigingsbesluit het vierde lid van artikel 5.3 van het Rechtspositiebesluit alsnog vervallen worden verklaard. 6. Vragen en informatie op internet Informatie die betrekking heeft op politieke ambtsdragers kunt u vinden op de volgende internetsite: www.politiekeambtsdragers.nl.

Op deze site vindt u alle actuele wet- en regelgeving, circulaires en brochures over politieke ambtsdragers voor het Rijk, de provincies, de gemeenten, de waterschappen en ook voor het Koninkrijk en de BES-eilanden voor zover deze afkomstig is van het ministerie van BZK. U vindt hier dus niet de modelverordeningen van de VNG of de provinciale verordeningen. Voor eventuele nadere vragen kunt u ook contact opnemen met het Ministerie van BZK via postbus.helpdeskpa@minbzk.nl. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor deze, E. van Doorne, Directeur Democratie en Bestuur Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15659227/1