CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekende Verordening bekostiging leerlingenvervoer Haarlem 2024

gemeenteraad 30 november 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen verordening bekostiging leerlingvervoer 20245.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening bekostiging leerlingenvervoer Haarlem 2024 De raad van de gemeente Haarlem; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [8 november 2022, 2022/ 478627]; gezien het advies van de commissie samenleving van 2 november 2023;

gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs (WPO), artikel 4 van de Wet op de

expertisecentra (WEC) en artikel 8.28 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 (WVO); besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Haarlem 2024

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder:

aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibusje, bustaxi of

touringcar; aanvrager: de ouders/verzorgers/voogd of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling die een aanvraag voor een vervoersvoorziening indient; afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling

voldoende begaanbare en veilige weg; begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het

vervoer te begeleiden; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem

commissie voor de begeleiding: de op een school ingestelde commissie die o.a. adviseert over

het ontwikkelingsperspectief van een leerling; commissie van onderzoek: de op een instelling ingestelde commissie die o.a. beoordeelt of een leerling in aanmerking komt voor onderwijs op een instelling en o.a. adviseert over het

ontwikkelingsperspectief van een leerling.

deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het OOGO bepaalde onafhankelijk deskundige; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet

inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het

primair onderwijs; leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school;

leerling met een beperking: een leerling die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken

ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming

gericht overleg met de ouders is opgesteld. OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als 1

bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs; openbaar vervoer: voor eenieder openstaand personenvervoer;

opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van

het vervoer; ouders: ouder(s), voogd(en) of verzorger(s) van de leerling; reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning (of de opstapplaats) en het

bereiken van het schoolterrein bij aanvang van de schooldag volgens de schoolgids. Indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder

bereikt dan de schoolgids aangeeft (met een maximum van 10 minuten), wordt dit niet gerekend tot de reistijd, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de

schoolgids en de aankomst bij de woning of de uitstapplaats, inclusief een eventuele wachttijd voor het OV of (maximaal) 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet

op het primair onderwijs; 2°. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of

3°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs;

school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is:

1°. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;

2°. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de

expertisecentra; 3°. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of

voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4°. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het

voortgezet onderwijs; toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de

opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele beperking van een leerplichtige leerling die

aansluiting onmogelijk maakt;

vervoersvoorziening: 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider;

2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte

vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;

woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Wanneer de leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, bijvoorbeeld in verband met noodzakelijke opvang, is deze gemeente de plaats van de woning.

2

Artikel 2. Doelstelling en reikwijdte 1. Het doel van een vervoersvoorziening is om ondersteuning te bieden ten behoeve van passend

vervoer van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school aan de leerlingen van wie de school verder dan de, door de gemeente bepaalde, afstandsgrens gelegen is, of

voor wie het medisch niet mogelijk is om de school zelfstandig te bereiken. 2. Deze verordening geeft criteria waaraan een aanvraag voor een vervoersvoorziening moet voldoen en ook de kaders op grond waarvan deze vervoersvoorziening al dan niet door het college wordt toegekend.

Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening

Artikel 3. Aanvraagprocedure 1.

Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door aanvrager

ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2.

Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de aanvrager

verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3.

De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden alleen gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de

vervoersvoorziening voor de leerling. 4.

Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening.

5.

Het college kan de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken

verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 6.

Als een vervoersvoorziening wordt toegekend, geldt deze:

a.

wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de aanvrager verzochte datum,

met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;

b.

wanneer het aanbod van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de aanvrager verzochte datum.

Artikel 4. Onderzoek zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag 1.

Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel

een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de

leerling en die van het gezin. 2.

Het college kan bij een eerste aanvraag de vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in paragraaf 4. Hierbij kan een gesprek plaatsvinden met ouders, verzorgers, leerling en/of

inhoudsdeskundigen. Ook de aanvrager kan in deze fase een deskundigenoordeel inbrengen.

3

3.

Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw

plaatsvinden. 4.

Het college betrekt in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de

5.

Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kan het college in overleg met de ouders,

leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8.

desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk

vervoersontwikkelingsplan opstellen. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 6.

In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college ondersteuning bieden om de

zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. 7.

Leerlingen die een school voor voortgezet onderwijs bezoeken komen niet in aanmerking voor vervoersvoorzieningen leerlingenvervoer.

8.

Lid 7 van dit artikel is niet van toepassing op leerlingen met een beperking.

Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband 1.

Het college neemt het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met het samenwerkingsverband

2.

Het college spant zich in om in het OOGO met het samenwerkingsverband afspraken te maken

over:

a.

de spreiding van het onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband en de

vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien; b.

de deskundige die het college adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en

c.

de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem

het proces dat hierbij gevolgd wordt.

best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door het

college wordt verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school;

d.

de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders;

e.

de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen;

f. 3.

de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid.

Het college organiseert periodiek een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit

overleg worden de volgende onderwerpen besproken: a.

de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband;

b.

de wijze waarop situaties als genoemd in artikel 8, vierde lid, kunnen worden voorkomen,

dan wel op te heffen en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden;

c.

het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 4, vijfde lid.

Artikel 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening

1.

Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van de in de gemeente

verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 4

2.

Als de vervoersvoorziening gedeeltelijk is toegekend, verlangt het college van de ouders op grond van artikel 23 en/of 24 een bijdrage in de kosten van het vervoer. Deze bijdrage zal de werkelijke kosten van het vervoer niet overstijgen.

3.

Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.

4.

Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling.

5.

Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening het volgende: a. de wijze van de verstrekking; b. het tijdstip van de verstrekking; c. de uitbetaling en

d. de tijdsduur.

6.

Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden.

7.

Het college verstrekt een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning

8.

Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug.

Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 1.

De aanvrager is verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te

delen aan het college. 2.

Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt

de aanspraak op de vervoersvoorziening en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3.

Als de aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt het besluit schriftelijk mee aan de

aanvrager.

4.

Het college kan een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als het college vaststelt dat:

a.

niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening;

b.

beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;

c.

de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is;

d.

sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het

aangepast vervoer; of

e. 5.

het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer.

De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van

de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders. 6.

Ten onrechte genoten bekostiging kan van de aanvrager worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

5

Paragraaf 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening

Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

1.

Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling (of

de opstapplaats) en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. 2.

Een vervoersvoorziening kan worden toegekend naar een andere (verder weggelegen) voor de leerling toegankelijke school, indien vervoer naar deze school voor de gemeente minder kosten

met zich mee brengt en de aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk instemt

3.

Ook voor het speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning (of de opstapplaats) en:

a.

de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school of speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of

b.

een andere speciale school of speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als

bedoeld onder a. 4.

Als de aanvrager vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een

vervoersvoorziening aanvraagt naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze alleen

toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

aan het college is door de aanvrager aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is;

b.

aan het college is door de aanvrager aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet

kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en

c.

er advies is uitgebracht door de aangewezen deskundige(n) van het samenwerkingsverband

en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 5,

derde lid, aanhef en onder b. 5.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een

vervoersvoorziening dan dat de aanvrager de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk

heeft gemeld. Artikel 9. Afstandsgrens

1.

Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor:

a.

basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer;

b.

speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan

zes kilometer; of

c.

speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer, of

d.

voortgezet speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer.

6

2.

In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college is

aangetoond dat het een leerling met een beperking betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. Deze deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het

openbaar vervoer te reizen. Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats 1.

Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van

waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. 2.

De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een loopafstand van

maximaal 400 meter van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een

eventuele begeleider. 3.

De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is.

4.

Het college wijst geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het

gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. 5.

Het college wijst geen opstapplaats aan als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling.

Artikel 11. Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het

schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft, bepalend. Artikel 12. Andere vergoedingen

De aanspraak op een andere toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.

Artikel 13. Schooltijden en wachttijden 1.

Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

2.

Wanneer binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden

van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. 3.

Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids

genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de aanvrager bewijs overlegt waaruit blijkt dat de structurele beperking van een leerplichtige leerling de aansluiting op de standaard

schooltijden onmogelijk maakt. Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1.

Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken

toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; en, 7

b.

in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en

c. 2.

de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente.

Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke

vervoersvoorziening, wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente. Dit besluit herleeft zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de

geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres 1.

Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal

onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet

onderwijs gedaan worden. 3.

De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a.

de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma van de school;

b.

de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden;

c.

de stage vindt plaats op één stageadres; en

d.

het stageadres is gelegen:

- binnen een door het college bepaalde redelijke afstand van de woning of de school, of - op de route van de woning dan wel vanaf de opstapplaats naar de school.

4.

Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres.

5.

Het college kan het stagecontract opvragen.

Paragraaf 4. Aard en omvang van de vervoersvoorziening

Artikel 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening

1.

Het college betrekt bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van

belang zijn.

2.

Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de

vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer. Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1.

Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer.

2.

Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het

oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets

op grond van lid 3. 8

3.

De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt € 0,10 per kilometer, gemeten langs de kortste

voor de voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1.

Het college verstrekt aan de aanvrager (aanvullend op de vervoersvoorziening van de leerling)

ook voor de begeleider bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer

per fiets als: a.

voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de

leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. 2.

het een leerling met een beperking betreft.

De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt € 0,10 per kilometer, voor dezelfde route als

vastgesteld voor de te begeleiden leerling. 3.

Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

Artikel 19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als:

a.

aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en de leerling met

gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;

b.

aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en openbaar vervoer

ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;

c.

aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of

d.

de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het

openbaar vervoer gebruik te maken.

Artikel 20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1.

Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op

aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:

a.

een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt € 0,10 per kilometer, gemeten langs de kortste afstand volgens de ANWB Routeplanner.

b.

een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder

begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het

openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of 9

c.

een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan

op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde

lid. Deze vergoeding bedraagt het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer, gemeten

langs de kortste afstand volgens de ANWB Routeplanner d. 3.

bedragen worden vanaf januari 2024 jaarlijks geïndexeerd.

Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de

ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, één maal de

kilometervergoeding voor de auto, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4.

Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging van het college ontvangen, wordt door het

college geen bekostiging verstrekt.

Artikel 21. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na instemming van de aanvrager een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is

aan de kosten van het openbaar vervoer.

Artikel 22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie 1.

Met inachtneming van artikel 8 kent het college desgevraagd een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de schoolvakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die,

met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal

onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2.

Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar

de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het eerste lid bedoelde schoolvakanties.

3.

>

Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het

internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug,

voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 4.

Artikel 19, aanhef en onder a, is niet van toepassing.

Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag 1.

Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan € 28.800,- wordt slechts

bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het

openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand te boven gaan. 2.

In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan

wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand, als het

inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 28.800,- tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.

3.

De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van

openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente

10

geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 9 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.

4.

Het jaarlijks inkomensbedrag genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1

januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig

afgerond op een veelvoud van € 450,-. 5.

Dit artikel is niet van toepassing op leerlingen met een beperking.

Artikel 24. Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage 1.

Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs

meer dan twintig kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2.

In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan

wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het

vervoer. 3.

De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het jaarlijks bruto-inkomen

van de ouders.

Inkomen vanaf

4.

Eigen bijdrage per gezin

Tot

0 nihil € 36.900_____________ €36.900 €170 €43.650_____________ €43.650 € 50.400_____________ €750_______________ € 50.400 € 56.700_____________ € 1.390_____________ € 56.700 € 2.035_____________ € 64.800_____________ € 64.800 €71.100_____________ € 2.730_____________ €71.100 €655 Voor elke € 5.000,- erbij De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks

aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers

heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-.

5.

De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van

het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6.

Dit artikel is niet van toepassing op leerlingen met een beperking.

Paragraaf 5. Slotbepalingen Artikel 25. Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet

voorziet, beslist het college.

11

Artikel 26. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in

deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen. Artikel 27. Intrekking oude regeling

De Verordening leerlingenvervoer gemeente Haarlem 2015 wordt ingetrokken. Artikel 28. Overgangsrecht

1.

Een Vervoersvoorziening die op grond van de oude regeling (zoals bedoeld in art. 27) is

toegekend kan (ook na invoering van deze nieuwe regeling) op basis van de oude regeling worden beoordeeld, indien dit tot een gunstiger resultaat voor de aanvrager leidt, totdat de

omstandigheden zodanig wijzigen dat zowel onder de oude als onder de nieuwe regeling geen

aanspraak meer kan worden gemaakt op deze voorziening.

2.

Een aanvraag voor een vervoersvoorziening die wordt gedaan op of na 1 januari 2024, welke

betrekking heeft op het schooljaar 2023-2024, zal (ook na invoering van deze nieuwe regeling) op basis van de oude regeling worden beoordeeld, indien dit tot een gunstiger resultaat voor de aanvrager leidt.

3.

Op een Vervoersvoorziening die op grond van artikel 28 lid 2 op grond van de oude regeling is

toegekend, is artikel 28 lid 1 van overeenkomstige toepassing. Artikel 29. Inwerkingtredingen citeertitel 1.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Haarlem 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 november 2023.

De voorzitter.

é griffier,

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13641529/1