Getekend raadsstuk Participatie Haarlem in Regionale Ontwikkel Maatschappij Metropoolregio Amsterdam en Noord-HollandNoord ROM MRA NHN
Tekst van het document
*ƒ♦ Gemeente Haarlem
Raadsstuk
Onderwerp Participatie Haarlem in Regionale Ontwikkel Maatschappij Metropoolregio Amsterdam en Noord-HollandNoord (ROM MRA/NHN) Nummer
2021/359737_______________________________________________________
Portefeuillehouder
Berkhout, R.A.H._____________________________________________________
Programma/beleidsveld
4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling____________________________________
Afdeling____________
ECDW_____________________________________________________________
Auteur
Kuipers, G.C. en De Looze, S.___________________________________________
Telefoonnummer
06-46215049_______________________________________________________
Email_______________
s.looze@haarlem.nl__________________________________________________
Kernboodschap
De gemeente Haarlem wordt vanuit de MRA uitgenodigd om te participeren in de Regionale Ontwikkel Maatschappij MRA/NHN. Het doel is om bedrijven te ondersteunen bij de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie door business development en toegang tot regelingen en investeringsfondsen bij het Rijk en EU. Eerder heeft Haarlem al haar interesse uitgesproken voor Invest MRA. Dit instrument wordt nu opgeschaald naar een ROM, waarin ook de regio Noord-Holland-Noord en het ministerie van EZK zullen participeren.___________
Behandelvoorstel voor commissie
De commissie Ontwikkeling wordt verzocht haar zienswijze te geven aan de raad op het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van
het raadsstuk in de raadsvergadering. Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 12 juli 2021
Kaderbrief2021,16 juni 2020 Amendement nummer 49 in raadsvergadering 4 november 2020 1. Het college stelt de raad voor om in te stemmen met de participatie van de gemeente Haarlem in de ROM MRA/NHN; 2. Het college stelt de raad in de gelegenheid wensen en bedenkingen met
betrekking tot het onder 1. genoemde voorstel in te brengen.
de secretaris,
Kenmerk: 2021/359737
de burgemeester,
1/15
Besluit Raad
De raad der gemeente Haarlem,
d.d. ...2.3. SEP 2021 (wordt ingevuld door de griffie)
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. Als zienswijze aan te geven dat de raad
a.
akkoord is met het voornemen van het college om in te stemmen met de voorgenomen oprichting van de ROM MRA/NHN;
b.
voorstelt de definitie van duurzame energie te wijzigen naar:
Duurzame energie: energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen uitgezonderd houtige biomassa verbranding;
c.
verzoekt aan de ROM MRA/NHN, bij de beoordeling van investeringen te
toetsen of er mogelijkheden zijn om door de aanvrager(s) social return on investment (SROI) kan worden toegepast en daar waar prioriteiten
moeten worden gesteld, het toepassen van SROI als voordeel te laten
meewegen. In de gevraagde periodieke rapportage aan de raad, verwacht de raad inzicht in op welke wijze SROI benoemd, uitgevraagd en toegepast
d. 2.
is; in 2023 een evaluatie wenst over de ROM.
De participatie van de gemeente Haarlem in de ROM MRA/NHN te bepalen op een bedrag van maximaal € 5,5 miljoen waarbij het uitgangspunt is dat de
structurele bijkomende kosten binnen de bestaande begroting van de MRA
worden gedekt; 3.
4.
De risico's uit dit voorstel af te dekken uit de Algemene Reserve. Gelet hierop de reserve Economische Regiosamenwerking (voorheen: risicoreserve MRA Invest) te beëindigen en de bij de Programmabegroting 2021-2025 aan deze
reserve gedoteerde middelen (€ 150.000 in 2021 en € 300.000 in 2022) vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen (te verwerken bij de Programmabegroting 2022-2025); De bij de Kadernota 2022 in het financieel beeld al gereserveerde € 300.000 in de jaarschijven 2023, 2024 en 2025 als dotatie aan de reserve Economische
Regiosamenwerking vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen (te verwerken bij de Programmabegroting 2022-2025). de voorzitter,
de griffier.
Kenmerk: 2021/359737
2/15
<1* 1. Inleiding Duurzame werkgelegenheid en transities
Samen zijn de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en de regio Noord-Holland Noord (NHN) goed
voor ruim een kwart van het bruto nationaal product (BNP) van Nederland. Maar de regio staat als
gevolg van de COVID-19 uitbraak voor grote economische uitdagingen en tegelijkertijd voor de opgaven om versneld uitvoering te geven aan de energietransitie en de transitie naar een
circulaire economie. De realisatie en financiering van deze transitieopgaven zijn niet eenvoudig.
Deze nieuwe markt heeft een hoge maatschappelijke urgentie, maar kent vanuit een traditioneel businesscaseperspectief een hoog risico, een relatief laag financieel rendement en een lange doorlooptijd. De huidige economische uitdagingen en de noodzaak van een groene transitie
vragen om een aanpak waarmee de economie gestimuleerd wordt om enerzijds banen te behouden en anderzijds nieuwe duurzame werkgelegenheid te creëren. Doel ROM MRA/NHN
Vanwege deze dubbele opgave hebben de overheden in de MRA al eerder het initiatief genomen
tot de oprichting van het investeringsvehikel Invest MRA, maar willen zij nu gezamenlijk na overleg met het ministerie van EZK en de regio Noord-Holland-Noord het initiatief nemen tot de oprichting
van een Regionale Ontwikkeling Maatschappij (ROM). Een ROM is een Regionale Ontwikkelingsmaatschappij waarin het Rijk (Ministerie van EZK) (mede-)aandeelhouder is. Een
ROM is een belangrijk economisch instrument opgericht om de economie in een regio extra te
stimuleren en heeft daartoe middelen om te investeren in bedrijven. Ook heeft een ROM een afdeling Regelingen die bedrijven ondersteunt bij Business Development en bij het begeleiden naarof uitvoeren van rijksregelingen (zoals de COL, Corona Overbruggings Lening). In Nederland
functioneren op dit moment 8 ROM's in verschillende regio's. Alleen de regio Noord-Holland had
tot op heden nog geen ROM. De ROM zal (net als voorheen Invest MRA) op regionaal niveau de verbinding vormen met
publiek-private partners. Zij doet dit met een financieringsaanbod en business development. Op landelijk niveau vormt zij een schakel naar Invest-NL, maar heeft zij daarnaast een bredere reikwijdte naar andere, grote investeringsfondsen en naar subsidieregelingen van Rijk en EU. De ROM MRA/NHN completeert het aantal ROM's in Nederland tot een landelijk dekkend geheel.
Voor een nadere introductie m.b.t. de ROM, zie bijlage la en 1b. Voor een nadere uitleg over de verschillen tussen MRA Invest en ROM MRA/NHN, zie bijlage 3.
Kenmerk: 2021/359737
3/15
Uitnodiging en eerdere besluitvorming Haarlem (t.a.v. MRA Invest)
Naast de provincie Noord-Holland en het ministerie van EZK is elke gemeente in de regio MRA en Noord-Holland-Noord, dus ook Haarlem, uitgenodigd te participeren in de ROM, zie bijlage
1. De gewijzigde opzet van het investeringsvehikel -van MRA Invest naar ROM- maakt dat er een
nieuw raadsbesluit nodig is. Daarbij wordt als startpunt genomen de besluiten die eerder
over dit onderwerp door de gemeenteraad zijn genomen. In de Programmabegroting 20212025 is het voorstel om deel te nemen aan MRA-Invest aan de orde geweest. Het voorstel om
te gaan deelnemen in Invest MRA werd beargumenteerd vanuit de overtuiging dat de landelijke opgaven voor de energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie alleen
door een gezamenlijke inspanning van de overheidslagen haalbaar is en dat dus alle overheidslagen (Rijk, Provincies en gemeenten) hierin ieder hun deel moeten nemen. De gemeenteraad heeft bij de bespreking van de Programmabegroting 2021-2025 besloten:
om een storting in het op te richten fonds MRA Invest te doen. Daarvoor is een bedrag van € 5 miljoen gereserveerd. Aangegeven is dat de structureel bijkomende kosten binnen de bestaande begroting van de MRA moeten worden gedekt;
een bedrag van in totaal € 0,45 miljoen te doteren aan een te vormen risicoreserve
Economische Regiosamenwerking.
Bij de Kadernota 2022 als er meer duidelijkheid is over de vorm en inhoud van de op te richten economische samenwerking te bezien welke dotaties aan de risicoreserve Economische
Samenwerking na 2021 noodzakelijk zijn. Uitgangspunt is daarbij dat genoemde reserve wordt gevuld met 30% van de inleg in Economische Regiosamenwerking.
In een amendement, zie de link bij eerdere besluitvorming, werd de voorwaarde geformuleerd dat er bij de Kadernota 2022 meer duidelijkheid zou komen over de vorm, inhoud en governance van de op te richten ROM. Bij het opstellen van Kadernota 2022 was er nog geen voorstel vanuit de MRA beschikbaar hoe de op te richten ROM vorm moet krijgen. Net als de Provincie NH en de gemeente Amsterdam wordt het risico op 30% geschat. Zoals hierboven aangegeven is bij de Programmabegroting 2021 besloten om een specifieke risicoreserve te vormen en daaraan € 0,45 miljoen te doteren. Bij de Kadernota 2022 is deze lijn doorgezet door extra dotaties aan deze reserve. De participatie is € 5.500.000 en 30% daarvan is €1.650.000. Echter gezien de positieve ontwikkeling van het weerstandsvermogen (1.9) en de wens tot het reduceren van afzonderlijke reserves (potjes) stelt het college dat er voldoende ruimte aanwezig is in de Algemene Reserve om het risico op te kunnen vangen. En daarmee is het voorstel om de voorgenomen risicoreservering bij de begroting vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen. In pararaaf 4.3 van dit raadsvoorstel wordt dit nader toegelicht en uitgewerkt.
Inmiddels zijn de definitieve stukken, nodig voor behandeling van de deelname aan de ROM, door
het MRA bureau aangeleverd aan de gemeenten. In bijlage 3 worden de verschillen tussen MRA
Kenmerk: 2021/359737
4/15
4' Invest en de ROM MRA/NHN beschreven. In dit raadsvoorstel worden verder de hoofdlijnen en voordelen van het voorstel uiteengezet inclusief de wijze waarop de gemeenteraad invloed heeft
bij participatie in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij ROM.
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: Besluit: 1. Als zienswijze aan te geven dat de raad
a.
akkoord is met het voornemen van het college om in te stemmen met de voorgenomen oprichting van de ROM MRA/NHN;
b.
voorstelt de definitie van duurzame energie te wijzigen naar: Duurzame energie: energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen uitgezonderd
houtige biomassa verbranding; c.
verzoekt aan de ROM MRA/NHN, bij de beoordeling van investeringen te toetsen of er mogelijkheden zijn om door de aanvrager(s) social return on investment (SROI) kan worden toegepast en daar waar prioriteiten moeten worden gesteld, het toepassen van SROI als voordeel te laten meewegen. In de gevraagde periodieke
rapportage aan de raad, verwacht de raad inzicht in op welke wijze SROI benoemd, uitgevraagd en toegepast is; 2.
d. in 2023 een evaluatie wenst over de ROM. De participatie van de gemeente Haarlem in de ROM MRA/NHN te bepalen op een bedrag
van maximaal € 5,5 miljoen waarbij het uitgangspunt is dat de structurele bijkomende kosten binnen de bestaande begroting van de MRA worden gedekt;
3.
De risico's uit dit voorstel af te dekken uit de Algemene Reserve. Gelet hierop de reserve Economische Regiosamenwerking (voorheen: risicoreserve MRA Invest) te beëindigen en de bij de Programmabegroting 2021-2025 aan deze reserve gedoteerde middelen (€ 150.000 in 2021 en € 300.000 in 2022) vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen (te
4.
verwerken bij de Programmabegroting 2022-2025); De bij de Kadernota 2022 in het financieel beeld al gereserveerde € 300.000 in de jaarschijven 2023, 2024 en 2025 als dotatie aan de reserve Economische Regiosamenwerking vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen (te verwerken bij de
Programmabegroting 2022-2025).
3. Beoogd resultaat Het belangrijkste uitgangspunt is de focus op verduurzaming van onze economie, op de complexe en meer risicovolle energietransitie en transitie naar een circulaire economie. Met de oprichting van de ROM beschikt Haarlem over een investeringsvehikel dat onze publiek-private partners in stad en regio verbindt met de grotere (inter)nationale investeringsfondsen. Daarnaast beschikken we over
Kenmerk: 2021/359737
5/15
een organisatie die het innovatieve MKB ondersteunt met business development. De ROM MRA en NHN zorgt er bovendien voor dat in heel Nederland ROM's actief zijn.
4. Argumenten 1.1 De verduurzaming van de economie gaat niet vanzelf. De energietransitie en de transitie naar een circulaire economie zijn omgeven door onzekerheden en vinden plaats in een vaak onvolkomen markt. Vanwege het verhoogde risico
hebben publiek - private partijen support nodig bij hun product- en procesontwikkeling (business development) en voor het financieren van de noodzakelijke investeringen. De ROM richt eigen fondsen in en biedt toegang tot Invest NL. Door dit op een grotere, regionale schaal te doen worden kansen en risico's gespreid, de slagkracht vergroot en vindt er op een grotere schaal kennisdeling plaats. Bovendien opereren de meeste bedrijven in de duurzame economie op een groter schaalniveau dan de gemeentegrens. De ROM constructie kent een decennialange ervaring en stabiele functie in andere provincies. 2.1 Een ROM-constructie biedt meer voordelen dan Invest MRA De deelname van het ministerie van EZK zorgt voor extra middelen en een grotere toegankelijkheid tot landelijke en EU fondsen. Naast een Transitiefonds m.b.t. energietransitie en circulaire economie wordt een MKB fonds ingericht voor regelingen rond innovaties en herstel van het bedrijfsleven in bredere zin. Met de oprichting van deze ROM is er een landelijk dekkend ROM netwerk ontstaan. De samenwerking tussen de ROM's is bijvoorbeeld al zichtbaar bij de aanmeldingen voor de 2e
tranche van het Groeifonds.
Amsterdam, provincie Noord-Holland en Alkmaar hebben reeds ingestemd met de oprichting van de ROM Regio BV. 3.1 Haarlemse ambities op het gebied van duurzaamheid, energietransitie en circulaire economie en regionale samenwerking Haarlem heeft vanuit het huidige coalitieakkoord stevige ambities op het gebied van
duurzaamheid neergezet en zet vol in op zowel de energietransitie als de circulaire economie. Omdat dit systeemtransities zijn die gemeentegrenzen verre overstijgen is regionale samenwerking en aansluiting bij landelijke ontwikkelingen cruciaal.
Met deelname aan de ROM draagt Haarlem bij aan een waardevol regionaal transitie instrument dat een belangrijke rol kan spelen in het realiseren van de eigen ambities. Het Haarlemse bedrijfsleven profiteert hierbij niet alleen van de extra mogelijkheden om investeringen aan te trekken. De business development vanuit Invest-MRA versnelt het leggen van verbindingen en het identificeren van samenwerkingskansen in én buiten de regio.
Kenmerk: 2021/359737
6/15
4* 3.2 Haarlem als proeftuin voor toegepaste innovatie Daarnaast wil Haarlem binnen de regio een sterke positie innemen als proeftuin voor toegepaste innovatie. De hoge mate van ondernemerschap, de menselijke maat van de stad, (beroeps)bevolkingssamenstelling, kapitaalkrachtige omgeving en de ligging in de Randstad maken Haarlem een interessante omgeving om innovatie verder te brengen, de toepasbaarheid te toetsen en business cases te ontwikkelen. Hierbij zijn beschikbaarheid van voldoende investeringskapitaal eneen goed ontwikkeld regionaal innovatie netwerk onmisbaar. 4.1 In de begroting is al grotendeels rekening gehouden met deelname Als richtsnoer voor deelname wordt een bandbreedte van 1% van de totale gemeentelijke begroting 2019 gehanteerd. Voor Haarlem betekent dit een participatie van € 5,5 miljoen betekenen. In de Programmabegroting 2021-2025 was een participatie genoemd van maximaal € 5 miljoen. Voorgesteld wordt het bedrag te verhogen tot € 5,5 miljoen.
4.2 Tegenover de schuldpositie staat voor een gelijk bedrag aan bezit (aandelen in fonds) op de
balans. Daarmee is het een financieringsinstrument en geen begrotingsinstrument, met uitzondering van de rentelast. Er is voor Haarlem dan ook geen sprake van een exploitatiebijdrage in deze constructie, maar van een lening (door deelneming in aandelen) die door het revolverende karakter rendeert (de inleg wordt terugbetaald aan het eind van de looptijd). De rentekosten (tegen een op dit moment lage rente) komen wel ten laste van het financieringsresultaat van de begroting. Verder heeft participatie een meerjarig effect op de netto-schuldquote (ruimte wordt
ingevuld). Alleen als het fonds kapitaalbehoefte heeft, wordt de deelnemers gevraagd een storting te doen. De inleg wordt dus 'uitgesmeerd' over meerdere jaren. Het kapitaal hoeft niet bij oprichting ineens te worden overgemaakt naar de ROM maar op basis van de werkelijke
kapitaalbehoefte van de ROM de komende jaren.
4.3 Risico's worden opgevangen uit weerstandsvermogen, dotaties aan risicoreserve kunnen vrijvallen. Invest-MRA richt zich met name op proposities waarvan de markt vanwege een verhoogd risicoprofiel niet in een volledige financiering kan voorzien. Hierbij is het wel van belang te melden dat Invest-MRA slechts verhoogde risico's accepteert die gerelateerd zijn aan het vernieuwende karakter van de propositie en de daarbij behorende onzekerheden. De revolverendheid van het fonds is uiteindelijk niet gegarandeerd. Er kunnen in de toekomst dus nadelen in de exploitatie zijn. Net als door de Provincie NH en de gemeente Amsterdam wordt
het risico op 30% geschat. Periodiek moet er een actuele analyse van de waarde van de deelneming worden uitgevoerd. Zolang de waardering van het fonds gelijk is aan of hoger dan de verkrijgingsprijs hoeft er geen
Kenmerk: 2021/359737
7/15
afwaardering plaats te vinden. Vanwege het risico op afwaardering is bij de Programmabegroting 2021-2025 gelet op het verhoogde risicoprofiel een specifieke risicoreserve gevormd ten laste van de algemene middelen en bij de Kadernota 2022 is deze lijn doorgezet door extra dotaties aan deze reserve. De participatie is € 5.500.000 en 30% daarvan is €1.650.000. Op dit punt wordt echter nu - in afwijking van het voorstel dat bij de Programmabegroting 2021-2025 en de Kadernota 2022 is gedaan- een bijgesteld voorstel gedaan. De vraag is namelijk of het wel strikt nodig is om nu voorzichtigheidshalve meteen bij de start middelen apart te zetten om eventuele tegenvallers af te dekken. Het zal immers nog moet blijken dat dit nodig is. Verder is gemeentelijk beleid om terughoudend te zijn met het instellen van afzonderlijke risicoreserves. In dit geval kunnen de risico's ook worden afgedekt uit de Algemene Reserve. Voordeel is dan dat middelen niet vooraf worden "geblokkeerd" in een specifieke reserve. Risico op de Algemene Reserve afwentelen betekent wel dat een hoger weerstandsvermogen aangehouden moet worden. Deze wordt twee keer per jaar bij de jaarrekening en de begroting berekend.
Het hogere benodigde weerstandsvermogen (maar dat hangt van meer factoren af), kan dan er toe leiden dat er op dat moment de komende jaren extra dotaties aan de algemene reserve gedaan moeten worden, om het afgesproken niveau van een ratio van 1,4 (ruim voldoende) te handhaven. Door het risico af te dekken door de Algemene Reserve te gebruiken, kunnen de dotaties aan de risicoreserve Economische Regiosamenwerking worden teruggedraaid. Dat betekent een voordeel in het financieel beeld van € 150.000 in 2021 en in de jaarschijven 2022 tot en met 2025 € 300.000. Bij de Programmabegroting 2022-2026 worden deze voordelen verwerkt en zal tevens (voor de eerste maal) worden bezien of de Algemene Reserve moet worden opgehoogd voor de risico's van deze participatie. Dit voorstel is conform de voorgestelde werkwijze, zoals beschreven in bijlage 8b.
5.1 De governance (sturing, beheersing en verantwoording) is in opzet voldoende geregeld Bij een eerdere bespreking is vanuit de gemeenteraad aangegeven dat van belang is dat er helderheid is over de sturing en verantwoording van het op te richten construct. De governance is als volgt ingericht: 1. De ROM Regio bv en de ROM bv krijgen ieder een Raad van Commissarissen (RvC) en de twee
fondsen ieder een eigen onafhankelijk investeringscomité. 2. De regionale partijen worden gevraagd toe te treden tot de ROM Regio bv en het Rijk zal
participeren in de ROM bv.
Kenmerk: 2021/359737
8/15
Rijk
Provincie Noord-Holland
STAKNHN MRA gemeente
Ecosysteem ■o 1
!
ROM regio b.v. 5 § ■O
I ROM b.v. s 2
B3
MKB-fonds b.v.
X
s 2
Transitiefonds b.v.
G
i
Amsterdam inBusiness
AKEF
PDENH
Innovatiefonds
PIM
Schematisch overzicht ROM MRA/NHN In bijlage 10 staan organisatie en governance van de ROM verder uitgewerkt. Daarnaast staan inrichting en werkwijze van de ROM verder beschreven in bijlage 2, het strategisch bedrijfsplan. De governance en organisatiestructuur van de ROM Regio BV en de Holding (samen met EZK) komen terug in de akten, bestuursovereenkomsten en investeringsreglementen (bijlagen 4 t/m 6). Bijlage 7 (Q&A) geeft antwoord op veel vragen rondom de ROM.
Gemeenten en provincies worden gevraagd een storting in het op te richten fonds te doen. Daarmee worden ze aandeelhouder en krijgen zo een positie (inspraak) via de aandeelhoudersvergadering. Partijen die deelnemen aan het fonds kunnen als aandeelhouder op meerdere manieren sturen op de ROM MRA-NHN zoals: • In de AVA, waarin de ROM via de jaarrekening verantwoording aflegt over de uitvoering van de activiteiten. • Via de AVA benoemen de aandeelhouders de leden van de RvC en de leden van de investeringscomités. De bevoegdheden van de AvA betreffen ook andere belangrijke besluiten als wijzigen statuten, uitgifte aandelen, doen van uitkeringen, wijzigen van de (lange termijn) strategie van de vennootschap (lijst is niet uitputtend); • De aandeelhouders stellen het investeringsreglement vast waaraan de directeur/bestuurder en het in te stellen onafhankelijke investeringscomité individuele investeringen moeten
beoordelen. Het Investeringscomité (hierna: IC) van zowel het Transitiefonds als het MKB-fonds bestaat uit vijf leden. Er wordt naar gestreefd dat 2 tot 3 leden uit het IC voor het ene fonds ook
zitting hebben in het andere fonds. Het betreft een bezoldigde functie, passend binnen de Wet
Kenmerk: 2021/359737
9/15
Normering Topinkomens. Benoeming vindt plaats door de AVA. Het IC wordt voor respectievelijk
het MKB-fonds of het Transitiefonds gevraagd een zwaarwegend advies uit te brengen ten aanzien van de voorgestelde investering, exit of afboeking. In de opzet is er dus rekening mee gehouden dat de aandeelhouders invloed hebben op de belangrijke beslissingen. Daarbij wordt aangetekend dat de rechtstreekse invloed van de gemeente Haarlem zelf beperkt is omdat ons aandelenbelang relatief beperkt is. Zie hiervoor de tekst in paragraaf 5 risico's en kanttekeningen. De rapportage aan de gemeenteraad van Haarlem over de voortgang bij deze deelneming zal in lijn met de nota verbonden partijen worden ingericht. Dat betekent concreet dat de gemeenteraad in de P&C documenten wordt geïnformeerd. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de jaarverslagen/jaarrekeningen die de ROM maakt. Deze worden eerst besproken in de desbetreffende AvA. Daarnaast kan gewerkt worden met een halfjaar bericht of
kwartaalbericht van ROM MRA. De info daaruit kan verwerkt worden in onze P&C documenten (onderdeel verbonden partijen).
6.1. Exitstrategie Relevante kaders zijn vastgelegd in de exitstrategie, het Investeringsreglement, de corporate governance code, beloningsbeleid (het bezoldigingsbeleid is uitgewerkt aan de hand van de Wet Normering Topinkomens), de maatschappelijk relevante indicatoren, monitoring en evaluatie (financieel en maatschappelijke impact). Investeringsreglement geeft de kaders waarbinnen investeringen worden gedaan De aandeelhouders bemoeien zich niet met specifieke investeringen maar stellen wel de condities
vast. Als aandeelhouder heeft de gemeente invloed op de benoeming van beide investeringscomités en de bijbehorende investeringsreglementen. Het investeringsreglement legt vast onder welke condities de fondsbeheerder tot financiering van doelondernemingen kan overgaan op het gebied van energietransitie en/of circulariteit in de MRA en de regio NHN. Het investeringscomité is onafhankelijk en samengesteld uit onafhankelijke deskundigen die toezien op adequate toepassing van het Reglement. Hierbij geldt het streven naar nominale revolverendheid (100%) als ondergrens voor het investeringsreglement. De belangrijkste punten uit het reglement zijn:
•
Het Transitiefonds BV wordt opgericht om de doelstellingen op het gebied van energietransitie en circulariteit te realiseren door het zelfstandig en in samenwerking met andere partijen verstrekken van leningen, garanties en/of aandelenkapitaal. De omvang van de totale financiering door het fonds ligt tussen € 2.000.000 en € 5.000.000. Uitzonderingen
•
zijn in beperkte mate en/of met goedkeuring van de RvC mogelijk. In de basis worden marktconforme uitgangspunten gehanteerd door het Transitiefonds. Er komt een professioneel fondsbeheer met bewezen kennis en kunde op het gebied van
financiering van energietransitie en circulariteit.
Kenmerk: 2021/359737
10/15
•
•
•
•
In alle gevallen waar het fonds participeert in aandelenkapitaal, leningen of garanties, zal dat nooit meer zijn dan 49,9% van het totale project, de overige 50,1% gebeurt door andere partijen zoals banken, private investeerders, overheden of Invest-NL. Bij financiering door het fonds wordt ten alle tijden gekeken of en in welke mate lokale, regionale of landelijke publieke (co-) financiering mogelijk is en in de aanvraag beargumenteerd waarom daar wel, niet of ten dele gebruik van wordt gemaakt. Het fonds gaat alleen financieringen aan waarvan wordt verwacht dat deze een 10% betere CO2 prestatie halen over de looptijd van het project als een vergelijkbare financiering door Het fonds in het opkopen van EU-ETS CO2-emmissierechten (totdat de Algemene Vergadering een eventueel integraal impactkader vaststelt met nadere eisen dat dan prevaleert).
In het Investeringsreglement, zie bijlage 6a en 6b, zijn de maatschappelijk relevante indicatoren verwerkt. Een te financieren project realiseert aantoonbaar maatschappelijk rendement op het gebied van energietransitie en/of circulariteit. Het project moet hierover vooraf, tijdens en achteraf rapporteren. Hierdoor kan het Transitiefonds jaarlijks maatschappelijk rendement laten zien op portefeuilleniveau. Daarbij worden in ieder geval de volgende indicatoren gebruikt:
o o o
CO2 uitstoot reductie (totaal en per euro geïnvesteerd door het fonds); Kilowattuur duurzame energieproductie; Verminderd gebruik primaire grondstoffen.
6.2 De exit is geregeld waarbij inzet is dat Haarlem de in leg terugkrijgt en bij rendement boven het nominaal revolverende karakter dividend mogelijk is Het fondsmanagement stuurt actief op exits bij de portfoliobedrijven. Bij de initiële investeringsbeslissing wordt onderbouwd dat de propositie, gelet op de businesscase, goed te verkopen is. Het MKB-fonds en hetTransitiefonds hanteren elkeen andere exit-strategie:
• Het MKB-fonds is gericht op instandhouding. Het fondsmanagement van het MKB-fonds kan
rendementen binnen het revolverende karakter continu herinvesteren in nieuwe proposities binnen het investeringsreglement. Bij rendement boven het revolverende karakter (incl. inflatiecorrectie) bestaat de mogelijkheid om dividend uit te keren aan de aandeelhouders. [Nee, tenzij principe] • Het Transitiefonds is erop gericht dat de aandeelhouders aan het eind van de looptijd hun investering minimaal nominaal terugontvangen. Na een investeringsperiode van 10 jaar zal het fondsmanagement de portefeuille in de daaropvolgende 15 jaar geleidelijk afbouwen of inzetten op verkoop van de resterende portefeuille (deze periode kan met 5 jaar verlengd worden). Bij
rendement boven het nominaal revolverende karakter wordt de AVA voorgesteld om over te gaan tot dividenduitkering. [Ja, tenzij principe). De gemeente kan dus winst maken op de inleg maar er is ook een risico omdat de revolverendheid en het rendement niet zeker zijn .
Kenmerk: 2021/359737
11/15
Naast de exit strategie die geldt voor de portefeuille is ook de vraag aan de orde in hoeverre de gemeente als aandeelhouder kan uittreden. Dat kan door verkoop van de aandelen. Verkoop is onder voorwaarden aan een andere aandeelhouder en als die geen interesse hebben aan andere partijen (waarbij de andere aandeelhouder moeten instemmen met de overdracht). Zoals aangegeven is het totale fondsvermogen naar verwachting voor €130 miljoen afkomstig uit de regio. Haarlem neemt dan met een investering van € 5,5 miljoen voor 5,5/130 ste deel aan de ROM. Als over 25 jaar besloten wordt om het Transitiefonds op te heffen, ontvangt Haarlem 5,5/130 ste aandeel van de waarde van het Transitiefonds over 25 jaar (einde van de looptijd van het fonds). Haarlem blijft voor 5,5/130 eigenaar via de ROM bv met daarin het MKB-fonds. 5. Risico's en kanttekeningen
1.
Jaarlijkse exploitatiekosten na 2024 niet gedekt ROM MRA maakt ook jaarlijkse kosten: het gaat o.a. om de jaarlijkse salarislasten van het team van business developers en om de kosten van fondsmanagement. De begroting is met de transitie van Invest-MRA naar de ROM-MRA/NHN verhoogd van € 1,4 miljoen naar € 3,2 miljoen. De exploitatie is hoger t.o.v. Invest-MRA omdat er o.a. meer business developers zijn voor het breed MKB-fonds, de kosten voor Rijksregelingen én afstemming op het gebied van internationale acquisitie. De ROM MRA-NHN ontvangt een structurele jaarlijkse exploitatiebijdrage van het Rijk. Het MRA deel blijft echter € 1,4 miljoen overigens jaarlijks verhoogd met inflatie. In de stukken is aangegeven dat de exacte kosten voor de periode na 2024 moeilijk zijn in te schatten, door de onduidelijkheid over ontwikkeling van de ROM. Dit is een risico. Dit voorstel voldoet dus niet aan het uitgangspunt dat structurele kosten ook structureel worden gedekt. De extra middelen moeten worden gevonden door een herschikking binnen het regiobudget Economie van de MRA of door de aandeelhouders worden ingebracht of door een combinatie van beiden. De partijen die de exploitatiebijdrage opbrengen moeten altijd voorafgaand instemmen met verhoging van de exploitatiebijdrage. Voor het fondsmanagement (Fonds BV) is een vergoeding van maximaal 1,5% van het gecommitteerde vermogen nodig.
Dekking Fonds-bv gaat ten laste van het fondsvermogen. Als motief wordt genoemd: de kost gaat hier voor de baat uit. Deze kosten moeten in de latere jaren terugverdiend worden, in die zin is dit een extra risico. De kosten van de Holding BV (€ 0,5 a € 0,6 miljoen) worden voor 50% aan de Ontwikkel BV doorbelast en voor de andere 50% aan de Fonds-BV
2. De gemeente Haarlem brengt relatief beperkt middelen en heeft daarmee relatief weinig invloed
Er komen met deze voorstellen grote bedragen beschikbaar van diverse overheden waardoor er ook slagkracht ontstaat om de regionale economie te versterken en bij te dragen aan de realisatie van transitieopgaven voor energie en circulariteit.
Kenmerk: 2021/359737
12/15
4* De ROM MRA-NHN wordt vormgegeven als privaatrechtelijk construct met twee besloten
vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, te weten de ROM Regio bv en de ROM bv. Het MKB-fonds wordt een (100%) dochter van de ROM bv. Het Transitiefonds wordt op haar beurt een (100%) dochter van de ROM Regio bv. De ROM Regio bv. wordt voor 50,1% aandeelhouder in de ROM bv, het Rijk is houder van de overige 49,9% van de aandelen. De
deelnemende regionale partners (provincie Noord-Holland, STAK NHN en de individuele MRAgemeenten) zijn aandeelhouders van de ROM Regio bv naar rato van hun kapitaalbijdrage. De aandeelhouders worden gevormd door alle partijen die kapitaal beschikbaar stellen. De aandeelhouder krijgen stemrecht naar rato van hun kapitaalinbreng. De gemeente Amsterdam en/of de Provincie Noord-Holland hebben samen een meerderheid in de AvA van de ROM Regio BV. De kapitaalinbreng van Haarlem is ten opzichte van het totaal relatief beperkt. Het totale fondsvermogen is naar verwachting voor €130 miljoen afkomstig uit de regio. Een gemeente als Amsterdam neemt met een investering van € 40 miljoen voor 40/130 ste deel aan de ROM. Het aandeel van Haarlem is veel kleiner: 5,5/130 deel. Dat betekent dat de invloed van Haarlem ook relatief beperkt is. De AVA streeft naar unanieme besluitvorming. Blijkt dat niet mogelijk te zijn, dan besluit de AVA op basis van het principe 'One share, one vote' op basis van een gewone meerderheid (50% +1). De gemeenten met een relatief kleinere inleg worden echter beschermd door de regel dat er tenminste 3 kleinere gemeenten - Haarlem is in dit voorstel een kleinere gemeente- moeten instemmen met majeure besluiten door de "grote" aandeelhouders (Gemeente Amsterdam, Provincie Noord-Holland).
Overige risico's en beheersmaatregelen die in de achterliggende stukken worden onderkend zijn (niet uitputtend):
3.
Voordelen slaan niet in gelijke mate terug op de deelnemers Het risico dat voordelen van ROM MRA-NHN niet overal gelijk neerslaan en deelnemers na het meedoen later hun deelname heroverwegen. Als beheersmaatregel geldt dat met de oprichting van ROM MRA-NHN wordt zowel een economische doelstelling (economische structuurversterking) als een klimaatdoelstelling (CO2-reductie) gerealiseerd. Doelstellingen die nadrukkelijk gemeentegrensoverschrijdend zijn. De samenwerking in de MRA-regio en NHN moetzorgen voor een meer efficiënte en effectieve ondersteuning van ondernemers én het realiseren van een hogere klimaatimpact. Vooraf is helder dat ROM MRA-NHN op afstand van de politiek staat en dat besluitvorming onafhankelijk is van de vestigingsplaats van onderneming.
De vraag kan zijn wat de prikkel is voor een gemeente om aandeelhouder te worden in de ROM als bedrijven uit alle gemeenten in de MRA aanspraak kunnen maken op de ROM. Alleen de partijen die aandeelhouder zijn, kunnen beslissingen nemen over de ROM. Als een paar partijen maar aandeelhouder zijn, kunnen die ook alles beslissen. Ook is het van belang
Kenmerk: 2021/359737
13/15
om te beseffen dat hier sprake moet zijn van regionale solidariteit. Wel heeft Min. EZK aangegeven dat er voldoende regionale draagkracht moet zijn voordat EZK in de ROM participeert, d.w.z. er moeten voldoende regionale overheden meedoen.
4.
Onvoldoende projecten Het risico dat er geen of onvoldoende projecten in de fondsen terecht komen. Dit risico wordt als 'Zeer klein' ingeschat. Als beheersmaatregel geldt dat uit het Routeboek Invest-MRA uit 2018 blijkt dat er een grote behoefte is aan ondersteuning en financiering van grootschalige proposities in de energietransitie en circulaire economie. De behoefte wordt ook onderschreven in een adhesiebrief namens meer dan 45 bedrijven en bedrijfsverenigingen uit de MRA en NHN. Ook de evaluatiecommissie van de MRA pleit met nadruk voor de oprichting van ROM MRA-NHN (Commissie-Depla, Te Grotenhuis en Rans). Het zorgen voor een voldoende stroom aan Investeringsmogelijkheden is de kerntaak van de teams Ontwikkelen en Investeren. Als er onverwacht onvoldoende projecten zijn, worden er geen investeringen gedaan.
5.
Risico op bijstorten Risico dat bij equity aanvullende kapitaalstortingen vanuit het fonds nodig zijn om verlies te voorkomen. Dit risico wordt 'Klein' ingeschat. Er is echter op dit moment nog geen vergelijkend materiaal vanuit andere ROM's beschikbaar. Als beheersmaatregel geldt dat bij elke (equity) investering het fondsmanagement middelen beschikbaar houdt voor eventuele vervolginvesteringen én eventueel noodzakelijke middelen voor de exit. Bij sommige investeringen kunnen de benodigde vervolg investeringen lager uitpakken dan verwacht en bij andere hoger.
6.
Gemeente loopt ook risico op MKB fonds maar kan wel extra rendement realiseren Gemeenten worden aandeelhouder van de ROM BV, welke een 100% moeder is van het MKBfonds BV. De gemeenten worden dus aandeelhouder van beide fonds BV's, en lopen dus ook risico op het MKB fonds. De rendementen van beide fondsen gaan ook naar de aandeelhouders. Het Transitiefonds is nominaal revolverend en eindigt in principe na een looptijd van 25 jaar. Dit betekent dat de inflatie gebruikt kan worden om potentiële verliezen (deels) op te vangen. Het MKB fonds is revolverend en in principe eeuwigdurend, voor het MKB fonds wordt een hoger rendement verwacht aangezien er voor het MKB fonds uitgegaan wordt van een inflatiecorrectie op de rendementsdoelstelling. Het rendement vloeit terug naar alle aandeelhouders. De gemeente kan een hoger rendement realiseren maar er is ook een risico omdat de revolverendheid en het rendement niet zeker zijn.
Zie voor een uitgebreider risico-overzicht, bijlage 8a, 'Risicoanalyse ROM MRA-NHN'.
Kenmerk: 2021/359737
14/15
6. Uitvoering
De gemeenteraad is met dit besluit in gelegenheid gesteld tot het uiten van wensen en bedenkingen.
Als de wensen en bedenkingen geen aanleiding geven tot andere besluitvorming dan nu wordt voorgesteld, is de uitvoering aan het college. 7. Bijlagen
Bijlage 1: Uitnodiging participatie in de ROM Regio BV Bijlage 2: Algemene introductie oprichting ROM MRA-NHN Bijlage 3: Meerjaren Strategisch Bedrijfsplan ROM MRA-NHN Bijlage 4a: Akte van oprichting ROM Regio BV Bijlage 4b: Akte van oprichting ROM Transitiefonds BV Bijlage 4c: Akte van oprichting ROM Holding BV Bijlage 4d: Akte van Oprichting ROM MKB Fonds BV Bijlage 5a: Bestuursovereenkomst ROM Regio BV Bijlage 5b: Bestuursovereenkomst ROM Holding BV Bijlage 6a: Investeringsreglement Transitiefonds Bijlage 6b: Investeringsreglement MKB Fonds Bijlage 7: Lijst met veel gestelde vragen en antwoorden (Q&A) over de ROM Bijlage 8a: Risico-analyse ROM Bijlage 8b: Financiële handreiking
Bijlage 9: Volmacht oprichting ROM Regio BV
Kenmerk: 2021/359737
15/15