Getekend raadsstuk Lijst verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (besluit gewijzigd)
Tekst van het document
*ƒ* Gemeente Haarlem
Raadsstuk
Onderwerp Lijst verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (besluit gewijzigd)
Nummer
2^22-/
Portefeuillehouder
Roduner, FJ.
Programma/beleidsveld
4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling
Afdeling
PG
Auteur
Hartog, T
Telefoonnummer
023-5113631
thartog@haarlem.nl
Kernboodschap
Onder de Omgevingswet wordt de nadruk gelegd op participatie. Het vroegtijdig
betrekken van de omgeving bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving is een
uitgangspunt van de Omgevingswet. Met de komst van de Omgevingswet krijgt de gemeenteraad de mogelijkheid om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie verplicht wordt gesteld. Het betreffen activiteiten
waarbij in een eerder stadium geen participatie heeft plaatsgevonden. Met het vaststellen van deze lijst wordt duidelijkheid gecreëerd voor toekomstige
initiatiefnemers (c.q. aanvragers van een Omgevingsvergunning) bij welke activiteiten participatie als een verplichting geldt. Voorgesteld wordt participatie verplicht te stellen conform Bijlage 1: Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is. Behandelvoorstel voor commissie
De commissie Ontwikkeling wordt verzocht advies te geven aan de raad over het
voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d.
fwordt ingevuld door
1. het college stelt het voorstel aan de raad vast.
de secretaris,
de burgemeester,
BC)
Kenmerk: 2021/492095
1/7
Besluit Raad d.d - * (wordt ingevu griffie)
De raad der gemeente Haarlem,
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Besluit: 1. Participatie verplicht te stellen conform Bijlage 1: Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is.
2. Dat dit besluit van kracht wordt op de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.
3.
Met inachtneming van het aangenomen amendement 20.01 Amendement
"meer buitenplanse woningen, eerder verplichte participatie", waarin
wordt gewijzigd: In Bijlage 1: Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is, in artikel 1:
de tekst bij categorie 2 "standaard initiatief - veel voorkomend", 3e buHet woningbouw bij toevoeging tot 10 woningen te schrappen en te vervangen door woningbouw bij toevoeging tot 4 woningen en de tekst bij categorie 3 "Kleinschalige ontwikkelingen",le bullet het bouwen van 10 of meer woningen te schrappen en te vervangen door het bouwen van 4 of meer woningen
de voorzitter,
ler,
Kenmerk: 2021/492095
2/7
<(■*
1. Inleiding
Naar verwachting wordt op 1 januari 2023 de Omgevingswet van kracht. Met de Omgevingswet komen er veel veranderingen op de gemeente af. Participatie is een belangrijk onderwerp binnen de nieuwe wetgeving. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor ideeën van initiatiefnemers en voor lokale afwegingen. Hierdoor kunnen gemeenten een eigen aanpak ontwikkelen die past binnen de lokale situatie. Het betrekken van derden voordat een initiatief ondernomen wordt, is een belangrijk hulpmiddel bij het integraal benaderen van de fysieke leefomgeving (een van de doelen van de Omgevingswet). Een nieuw element onder de Omgevingswet is dat de aanvrager (c.q. initiatiefnemer) van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zelf verantwoordelijk is voor het organiseren van participatie.
Iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan het omgevingsplan. Er zijn initiatieven welke niet passen binnen de regels van het omgevingsplan. Er wordt bijvoorbeeld niet altijd aan de voorwaarden voldaan zoals deze oorspronkelijk zijn vastgesteld. Toch kan het zijn dat de gemeente een vergunning wil verlenen met afwijkende voorwaarden. Dit vindt plaats middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In tegenstelling tot de omgevingsvisie en het omgevingsplan is de omgevingsvergunning een instrument waarvoor geen
participatieplicht geldt. Initiatiefnemers worden wel gestimuleerd door de Omgevingswet om aan participatie te doen. De aanvrager dient straks bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aan te geven of hij aan
participatie heeft gedaan en zo ja, op welke wijze er geparticipeerd is en wat de uitkomsten zijn. Dit betekent dat het antwoord op de vraag of er aan participatie is gedaan dus ook 'nee' kan zijn. Daarom biedt de Omgevingswet de gemeenteraad de mogelijkheid om voor bepaalde gevallen van
buitenplanse omgevingsactiviteiten participatie verplicht te stellen: De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend (Artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet).
Voor de op grond van deze regeling aangewezen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten moet de aanvrager verplicht aan participatie doen voordat de aanvraag van een omgevingsvergunning in behandeling kan worden genomen. De aanvrager dient in die
gevallen bij de aanvraag aan te tonen op welke wijze er is geparticipeerd en wat de uitkomsten zijn geweest voor het uiteindelijke initiatief waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd.
Kenmerk: 2021/492095
3/7
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor:
1.
Participatie verplicht te stellen conform Bijlage 1: Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is.
2.
Dat dit besluit van kracht wordt op de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.
3. Beoogd resultaat Haarlem staat de komende decennia voor een aantal grote opgaven die veel veranderingen in de bebouwde omgeving teweeg zullen brengen. Met de Omgevingsvisie Haarlem wordt richting gegeven aan een ontwikkeling van de stad die deze opgaven als kans benut om Haarlem ook in de
toekomst aantrekkelijk te houden. De Omgevingsvisie Haarlem is het kader waarbinnen Haarlem een omgevingsplan opstelt. De visie is het document met de ambities en richtingen; in het omgevingsplan worden deze vertaald in concrete
regels. Deze regels bepalen de ruimte voor ontwikkeling, zoals dat nu in het bestemmingsplan gebeurt. Een omgevingsvergunning wordt vervolgens getoetst aan het omgevingsplan. Om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in goede banen te leiden en ervoor te zorgen dat de initiatiefnemer de juiste stappen heeft doorlopen, kan de gemeente participatie verplicht stellen. Door het aanwijzen van de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten behoudt de gemeente bij buitenplanse initiatieven de regie over het al dan niet verplicht stellen van participatie. Op die manier kan er zorg voor worden gedragen dat ook initiatieven welke niet rechtstreeks binnen de voorwaarden van het omgevingsplan passen, weloverwogen tot stand komen. Het betreffen daarbij
ook initiatieven waar nog niet eerder participatie bij heeft plaatsgevonden. Participatie is niet nieuw in Haarlem. Bij de meeste projecten in Haarlem wordt in de huidige situatie al participatie georganiseerd. Er wordt gekozen participatie verplicht te stellen conform Bijlage 1: Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is.. Deze lijst betreft zaken met een zodanig grote impact dat het noodzakelijk geacht wordt om bij deze zaken te participeren. 1.
Deze verplichting sluit aan bij de al bestaande praktijk waarbij initiatiefnemers geadviseerd
2.
worden om participatie te organiseren. Veel initiatiefnemers nemen nu de route van een concept wijziging bestemmingsplan; dat
wordt straks het omgevingsplan en daarvoor is participatie straks sowieso verplicht. 3.
Bij projecten en zaken die via het Haarlems Ruimtelijke Plan Proces lopen is participatie een
geïntegreerd onderdeel.
4.
Argumenten
1. Onder de Omgevingswet krijgt de gemeenteraad de mogelijkheid en bevoegdheid om buitenplanse
Kenmerk: 2021/492095
4/7
*/*
omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie verplicht wordt gesteld Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet inwerking. Krachtens artikel 16.55, zevende lid, van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid en bevoegdheid buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht wordt gesteld. Met dit besluit wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de nieuwe wetgeving biedt en sluit het aan bij de implementatie van de Omgevingswet.
2. Dit besluit is de beste manier om het beoogd resultaat te bereiken Participatie is niet nieuw in Haarlem. Bij veel projecten in Haarlem wordt in de huidige situatie participatie georganiseerd. Door het vaststellen van bijgevoegde lijst wordt gewaarborgd dat participatie met de omgeving een verplicht onderdeel is, en dus geformaliseerd wordt, bij de realisatie van activiteiten met een zodanig grote impact op de omgeving. 3. Het voorstel leidt tot meer transparantie voor initiatiefnemers Door te werken met deze lijst is voor toekomstige initiatiefnemers aan de voorkant duidelijkheid en transparantie geboden bij welke activiteiten een participatieplicht van toepassing is.
4. Participatie heeft hier nog niet eerder plaatsgevonden Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn activiteiten die niet voldoen aan de voorwaarden van het geldende omgevingsplan. Over het algemeen heeft in dit stadium nog geen participatie plaatsgevonden. Met het opstellen van de lijst wordt gewaarborgd dat bij toekomstige buitenplanse omgevingsplanactiviteiten conform deze lijst participatie een vereist onderdeel wordt van de vergunningsaanvraag. 5. Het voorstel past bij de rol van de gemeenteraad onder de Omgevingswet Voor de gemeenteraad betekent de Omgevingswet onder andere een verandering in bepaalde taken en bevoegdheden. Onder de nieuwe wet zal de raad zich meer focussen op visievorming en
kaderstelling enerzijds, en controle en verantwoording anderzijds. Het voorstel ziet toe op het stellen van kaders aan de voorkant, opdat de juiste overwegingen gemaakt kunnen worden. Derhalve past het voorstel bij de rol van de gemeenteraad onder de Omgevingswet.
6. Het voorstel bereidt de gemeente verder voor op werken met de Omgevingswet Met de Omgevingswet komt er veel af op gemeenten. Het opstellen, vaststellen en leren werken met
een omgevingsvisie en een omgevingsplan zijn nog maar enkele van de vele taken. Om ook op dit onderdeel werkbaarheid en haalbaarheid te bevorderen, moet er op dit moment al zo veel mogelijk gewerkt worden aan en geoefend worden met de Omgevingswet. Het aanwijzen van gevallen voor verplichte participatie draagt hier aan bij en is een goede start.
7. Dit besluit wordt genomen voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet Vanaf de datum van inwerkingtreding is voor iedereen direct duidelijk bij welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplichte participatie van toepassing is bij de vergunningsaanvraag.
Dit voorkomt onduidelijkheid en verwarring bij initiatiefnemers, gemeente en inwoners. 8. Aansluiten bij het Adviesrecht.
Kenmerk: 2021/492095
5/7
Bij het opstellen van deze lijst is gekozen om waar mogelijk aan te sluiten bij de categorie indeling van het adviesrecht. Deze lijst betreft zaken met een zodanig grote impact dat de raad een advies moet geven. Bij deze zaken is het dan logisch ook te participeren.
5. Risico's en kanttekeningen
1. Actualiseren lijst Het kan zijn dat de categorieën van gevallen bij het werken onder de Omgevingswet toch niet passend genoeg blijken. Het is echter mogelijk om de lijst na inwerkingtreding van de Omgevingswet naar gelang aan te passen, als blijkt dat een aanvulling en/of wijziging van de lijst nodig wordt geacht.
2. Datum inwerkingtreding Omgevingswet Indien inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld, betekent dit ook dat de lijst conform bijlage 1 nog niet in werking treedt. Vooralsnog gaan we uit van 1 januari 2023.
6. Uitvoering & evaluatie
Bij vaststelling wordt de bijgevoegde lijst van kracht op de datum van invoering van de Omgevingswet (1 januari 2023). Gedurende de eerste twee jaar na invoering van de Omgevingswet wordt de werking hiervan gemonitord.
De bijlage betreft een technische lijst en gaat over wanneer participatie verplicht is. In de lijst wordt
daarnaast een indicatie van de omvang van participatie aangegeven die bij de bijbehorende categorie van toepassing kan zijn. Het gaat echter altijd om maatwerk. De verschillende niveaus van participatie zijn ook van invloed op de rol van de gemeente bij het participatieproces. De impact van een initiatief op de omgeving kan in het ene geval om meer regie vanuit de gemeente vragen of een andere keer juist om meer samenwerking met de initiatiefnemer.
Hoe gaan initiatiefnemers om met de vrijwillige participatie en als het verplichte participatie betreft,
hoe gaat de gemeente dan om met het beoordelen of er voldoende aan participatie is gedaan?
Met als aanleiding de invoering van de omgevingswet wordt ook in Haarlem gekeken op welke punten het participatiebeleid uit 2011 kan en/of moet worden geactualiseerd. Dit proces zal de komende maanden worden opgestart. Beleidsregels voor het beoordelen van participatie en de rol van de gemeente worden hierin meegenomen. Naargelang van tijd en praktijkervaring zal blijken of en waar de lijst verplichte participatie aanpassingen behoeft. Indien nodig c.q. gewenst kan de lijst worden aangepast. Deze nieuwe lijst zal
dan opnieuw ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Indien een specifiek geval niet terugkomt op de lijst en participatie in praktijk wel gewenst blijkt te zijn, biedt de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) de mogelijkheid om als bevoegd gezag, tijdens de verplichte procedurestappen van de Awb, zelf extra informatie in te winnen. Ook blijft de huidige
gang van zaken omtrent inspraak en beroep van kracht.
Kenmerk: 2021/492095
6/7
7. Bijlage 1. Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is.
Kenmerk: 2021/492095
7/7
Bijlage 1: Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is
De raad van de gemeente Haarlem; •
Gelet op het bepaalde in artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet;
overwegende dat;
voor zover een aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet; waarbij met toepassing van artikel 5.21, lid 2 onder b van de Omgevingswet wordt afgeweken van het omgevingsplan; de gemeenteraad op grond van artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet bevoegd is categorieën van activiteiten aan te wijzen waarvoor participatie als een verplichting geldt; besluit; participatie verplicht te stellen bij activiteiten conform Bijlage 1: Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is.
Artikel 1: Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is Soort initiatief/activiteit Categorie
1
Activiteiten in & om het huis
Participatie
Mate van participatie (Indicatief)
Voorbeelden / technische beschrijving (van activiteiten)
Gewenst of verplicht
Licht / middel / zwaar
• dakkapel;
Participatie is hierbij niet verplicht, maar wel gewenst
Lichte participatie: Gedacht kan worden aan het informeren van buren / omgeving voorafgaand aan de vergunningsaanvraag ('meeweten')
• uitbouw over één bouwlaag (begane grond) <50% ; • opbouw 1-laags; • schutting e.d.; • tuinhuis; • dakterras; • opbouw; • uitbouw over twee bouwlagen; • bouw één woning, schuur.
2.
Standaard initiatieven veel voorkomend
• aanbouw woning >50%; • bouw 1 woning op 1 kavel tot 800 m2; • woningbouw bij toevoeging tot 4 woningen.
Participatie is hierbij niet verplicht, maar wel gewenst
Lichte -Middel participatie: Gedacht kan worden aan het informeren / raadplegen van buren / omgeving ('meedenken')
3.
Kleinschalige ontwikkelingen: Complexer van aard (juridisch & maatschappelijk)
• het bouwen van 4 of meer woningen; • het overschrijden van de toegestane bouwhoogte met meer dan 3 meter; • het wijzigen van het gebruik van onbebouwde grond ten behoeve van bouwen; • het oprichten of uitbreiden van bouwwerken, geen gebouw zijnde, vanaf een hoogte van minimaal 15 meter;
Participatie is hierbij verplicht
Lichte - Middel participatie: Gedacht kan worden aan het informeren / raadplegen van belanghebbenden ('meedenken')
• het oprichten en/of gebruiken van een of meerdere hoofdgebouwen en eventuele bijbehorende bouwwerken, anders dan voor wonen, op één locatie en met een brutovloeroppervlakte (op basis van NEN 2580) van meer dan 2500 m2; • het uitbreiden van een bestaand gebouw, waarbij de bestaande bruto-vloeroppervlakte (op basis van NEN 2580) met minimaal 50% of met minimaal 2500 m2 wordt uitgebreid; • het wijzigen van het gebruik van bestaande opstallen van meer dan 2500 m2; • wijziging gebruik naar functies die meer geluid maken of verkeer aantrekken zoals horeca, detailhandel en maatschappelijke voorzieningen.
5.
Infrastructurele projecten
• het aanleggen/bouwen van (grootschalige) infrastructurele (kunst)werken zoals tunnels & viaducten, bruggen.
Participatie is hierbij verplicht
Middel participatie: Gedacht kan worden aan het raadplegen van belanghebbenden ('meedenken')
Activiteiten in bijzondere zones Groene Zoom, Hekslootpolder, Binnenduinrand/Westelijk
• een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, waarvan de hoogte meer bedraagt dan 5 meter en/of de oppervlakte meer bedraagt dan 150 m2; • een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, waarvan de hoogte meer bedraagt dan 5 meter en/of de oppervlakte meer bedraagt dan 50 m2; • een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, waarvan de hoogte meer bedraagt dan 10 meter en/of de oppervlakte meer bedraagt dan 50 m2.
Participatie is hierbij verplicht
Middel participatie: Gedacht kan worden aan het raadplegen van belanghebbenden ('meedenken')
Tuinbouwgebied, Historisch centrum
6.
Initiatieven m.b.t. (grootschalige) energie opwek
• zonneweides; • windmolens.
Participatie is hierbij verplicht
Middel - Zware participatie: Gedacht kan worden aan het raadplegen / mee laten werken van belanghebbenden ('meedenken / meewerken')
7.
Complexe ontwikkelprojecten Gebiedsontwikkeling
• nieuwbouw van grootschalige wooncomplexen (eventueel met bijbehorende voorzieningen zoals winkels, supermarkt, huisartsenpraktijk etc.); • ontwikkelzones: projecten conform ontwikkelvisies;
Participatie is hierbij verplicht
Zware participatie: Gedacht kan worden aan het raadplegen en laten meewerken van belanghebbenden ('meedenken / meewerken')
Participatie is hierbij verplicht
Zware participatie: Gedacht kan worden aan het raadplegen en laten meewerken van belanghebbenden ('meedenken / meewerken')
• omvangrijke verkeerssituaties (nieuw en te wijzigen).
8.
Onderwerpen met maatschappelijke en
• opvang van kwetsbare doelgroepen zoals dak- & thuislozen en vluchtelingen.
politieke sensitiviteit
Toelichting: Categorie 1 & 2 betreffen over het algemeen relatief kleinschalige projecten met een gering aantal belanghebbenden. Bij categorie 1 & 2 is participatie dan ook niet verplicht, maar wel gewenst. Het informeren van belanghebbenden volstaat. Bezwaar en beroep blijven voor belanghebbenden overigens mogelijk. In de kolom 'mate van participatie' wordt indicatief aangegeven welke mate van participatie van toepassing kan zijn bij de verschillende categorieën. Op het moment dat er sprake is van middel of zware participatie komt ook de rol van de gemeente naar voren. Het is belangrijk dat bij het actualiseren van het
huidige participatiebeleid hier nadrukkelijk aandacht aan wordt besteed.
De begrippen 'meedenken / meeweten / meewerken' zijn afkomstig uit de communicatiemethodiek die wordt gebruikt door de gemeente Haarlem.
Artikel 3: Overgangsrecht Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze regeling en nog niet zijn afgehandeld, zullen worden afgehandeld op basis van de regeling die gold voor inwerkingtreding van deze regeling. Artikel 4: Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 5: Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als 'Gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is'.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van dd/mm/j^
: pp ^2
De voorzitter,