Getekend raadsbesluit beslissen op bezwaren inzake de vestiging van een voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zijlweg West
Tekst van het document
Raadsbesluit
Gemeente Haarlem
Onderwerp Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van een voorkeursrecht op gronden ¡n de ontwikkelzone ZijlwegWest Nummer
2024/1779173
Portefeuillehouder
Roduner, F.J.
Programma/beleidsveld
6.2 Gemeentelijk bestuur
Afdeling
JZ
Auteur
Baars, T.F.
Telefoonnummer
06-46215015
tbaars@haarlem.nl Bij besluit van 26 maart 2024 heeft het college een voorkeursecht gevestigd op
Kernboodschap
gronden in de ontwikkelzone Zijlweg-West. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt. Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad een voorkeursrecht gevestigd op diezelfde gronden. Tegen dit besluit is eveneens bezwaar gemaakt. Er moet op de bezwaren worden beslist. De wetgever heeft de bevoegdheid daartoe toegekend aan de raad. Behandelvoorstel voor
De commissie Ontwikkeling wordt verzocht advies te geven aan de raad over het
commissie
voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Relevante eerdere
•
Raadsbesluit Vestigen voorkeursrecht ontwikkelzone Zijlweg-West
•
Collegebesluit Ontwerpbesluit vestiging voorkeursrecht voor ontwikkelzone
besluiten
(2024/700081) Zijlweg-West (2024/484185) •
Collegebesluit Vestiging (voorlopig) voorkeursrecht voor ontwikkelzone Zijlweg-West (2024/449947)
•
Raadsbesluit Vaststel len Ontwikkelstrategie Zijlweg-West (2023/210100)
•
Collegebesluit Aanvraag Besluit lmpuls Versnelling Woningbouw zone Zijlweg (2022/1254933)
•
Raadsbesluit Vaststellen Omgevingsvisie Haarlem 2045 (2021/492095)
•
lnformatienota Actieplan versnelling woningbouw (2020/485204)
•
Raadsbesluit Vaststellen ontwikkelvisie zijiweg (2019/836482)
•
Collegebesluit Vaststellen startnotitie Ontwikkelzone Zijlweg-West (2018/137889)
Kenmerk: 2024/1779173
1/6
Besluit college
1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast.
d.d. 15 oktober 2024 de burgemeester,
de secretaris,
Ontwerp-besluit raad d.d...........
8 NOV2U
(wordt ingevuld door de
De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
griffie) Besluit: 1. de bezwaren van de heer Stuur tegen het collegebesluit van 26 maart 2024 en het raadsbesluit van 30 mei 2024 niet-ontvankelijk te verklaren; 2.
het bezwaar van mevrouw Verburg tegen het collegebesluit van 26 maart 2024 niet-ontvankelijk te verklaren;
1
naar aanleiding van het bezwaar van mevrouw Verburg, het besluit van de raad van 30 mei 2024 om een voorkeursrecht te vestigen op de gronden van het perceel, kadastraai bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838, in stand te laten;
4
naar aanleiding van het bezwaar van de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez, het besluit van de raad van 30 mei 2024 om een voorkeursrecht te vestigen op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256: a.
te herroepen voor zover dat betrekking heeft op de gronden die niet nodig zijn voor het realiseren van een nieuwe oost-west verbinding voor fietsers en voetgangers;
b. in stand te laten voor zover dat betrekking heeft op de gronden die wel nodig zijn voor het realiseren van de verbinding. de voorzitter,
ffier,
Kenmerk: 2024/1779173
2/6
1. lnleiding Bij besluit van 26 maart 2024 heeft het college krachtens artikel 9.1, tweede lid, van de Omgevingswet een voorkeursrecht gevestigd op gronden in de ontwikkelzone Zijlweg-West. Mevrouw Verburg en de heer Stuur hebben op 18 april 2024 bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit voor zover dat betrekking heeft op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838 (bijlage 1). Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad krachtens artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Omgevingswet een voorkeursrecht gevestigd op dezelfde gronden in de ontwikkelzone Zijlweg-West. lngevolge artikel 9.4, derde lid, van de Omgevingswet is het door het college gevestigde voorkeursrecht komen te vervallen. Mevrouw Verburg en de heer Stuur hebben op 20 juni 2024 eveneens bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit voor zover dat betrekking heeft op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838 (bijlage 2). Daarnaast hebben de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez op 7 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit voor zover dat betrekking heeft op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256 (bijlage 3).
Op 23 september 2024 heeft de bezwaarschriftencommissie (hierna: commissie) twee adviezen uitgebracht, één advies over de bezwaren van mevrouw Verburg en de heer Stuur (bijlage 4) en één advies over het bezwaar van de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez (bijlage 5). 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. de bezwaren van de heer Stuur tegen het collegebesluit van 26 maart 2024 en het raadsbesluit van 30 mei 2024 niet-ontvankelijk te verklaren; 2. het bezwaar van mevrouw Verburg tegen het collegebesluit van 26 maart 2024 niet-ontvankelijk te verklaren; 3. naar aanleiding van het bezwaar van mevrouw Verburg, het besluit van de raad van 30 mei 2024 om een voorkeursrecht te vestigen op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838, in stand te laten; 4. naar aanleiding van het bezwaar van de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez, het besluit van de raad van 30 mei 2024 om een voorkeursrecht te vestigen op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256: a,
te herroepen voor zover dat betrekking heeft op de gronden die niet nodig zijn voor het realiseren van een nieuwe oost-west verbinding voor fietsers en voetgangers;
b.
in stand te laten voor zover dat betrekking heeft op de gronden die wel nodig zijn voor het realiseren van de verbinding.
Kenmerk: 2024/1779173
3/6
3. Beoogd resultaat Het heroverwegen van de bestreden besiuiten en het nemen van besluiten op de ingediende bezwaren. 4. Argumenten 1. De raad dient de besluiten op bezwaar te nemen De commissie is van oordeel dat de raad niet alleen bevoegd is om besluiten te nemen op de bezwaren tegen het raadsbesluit, maar ook om besluiten te nemen op de bezwaren tegen het collegebesluit. Zij vindt steun voor dit oordeel in een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 februari 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:600): ln het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is alleen het bestuursorgaan dat een bestreden besluit heeft genomen bevoegd tot het nemen van een besluit op bezwaar daartegen. Gelet daarop zou de raad niet bevoegd kunnen zijn om op het bezwaar gericht tegen het collegebesluit een besluit te nemen. Echter van de regeling neergelegd in een algemene wet kan in een bijzondere wet worden afgeweken. Naar het oordeel van de rechtbank doet die situatie zich in dit geval voor.
De wetgever heeft er naar het oordeel van de rechtbank voor gekozen om in de bijzondere wet, (de Wvg) in afwijking van de regeling in de algemene wet (de Awb) de bevoegdheid tot het beslissen op het bezwaar gericht tegen een voorlopig voorkeursrechtbesluit van het college toe te kennen aan de raad in het geval de raad binnen drie maanden na het besluit waarbij het voorlopig voorkeursrecht is gevestigd een definitief voorkeursrecht vestigt. Deze uitspraak is weliswaar gedaan onder de Wet voorkeursrecht gemeenten, maar naar het oordeel van de commissie gaat dezelfde redenering op onder de Omgevingswet. 2. De bezwaren van de heer Stuur zijn niet-ontvankel;jk De heer Stuur heeft bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit voor zover deze besluiten betrekking hebben op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838. De commissie is van oordeel dat de bezwaren van de heer Stuur nietontvankelijk moeten worden verklaard. De reden hiervoor is dat hij geen rechtstreeks belang heeft bij de besluiten, omdat hij geen eigenaar is van of anderszins rechthebbende is op het genoemde perceel (bijlage 4, overwegingen 3 tot en met 5). 3.
Het bezwaar van mevrouw Verburg tegen het collegebesluit is niet-ontvankelijk Mevrouw Verburg heeft bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit voor zover dat besluit betrekking heeft op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838. De commissie is van oordeel dat het bezwaar van mevrouw Verburg tegen het collegebesluit niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat zij onvoldoende beiang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar bezwaar. Het collegebesluit is namelijk van rechtswege komen te vervallen (bijlage 4, overweging 6).
Kenmerk: 2024/1779173
4/6
,-;-
4. Het bezwaar van mevrouw Verburg tegen het raadsbesluit is ongegrond Mevrouw Verburg heeft bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit voor zover dat besluit betrekking heeft op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838. De commissie is van oordeel dat het bezwaar ontvankelijk is. Verder is de commissie van oordeel dat de bezwaargronden die mevrouw Verburg heeft aangevoerd niet slagen (bijlage 4, overwegingen 10 tot en met 13). De commissie adviseert de raad dan ook om zijn besluit om een voorkeursrecht te vestigen op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838, in stand te laten. 5. Het bezwaar van de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez tegen het raadsbesluit ¡s gedeeltelijk gegrond De heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez hebben bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit voor zover dat betrekking heeft op de gronden van het perceel kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256. De commissie is van oordeel dat het bezwaar ontvankelijk is. Verder is de commissie van oordeel dat de bezwaargronden die de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez hebben aangevoerd gedeeltelijk slagen (bijlage 5, overwegingen 6 tot en met 15).
De commissie is met de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez eens dat de raad had moeten volstaan met het vestigen van een voorkeursecht op de gronden van het perceel die nodig zijn voor het realiseren van de gewenste oost-west verbinding voor fietsers en voetgangers. Ter onderbouwing merkt de commissie op dat de raad bij het vestigen van een voorkeursrecht een belangenafweging moet maken. lngevolge artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) mogen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het vestigen van een voorkeursrecht niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Het vestigen van een voorkeursrecht heeft tot gevolg dat eigenaren van en anderszins rechthebbenden op de betreffende gronden, wanneer zij de gronden of daarop gevestigde beperkte rechten wensen te vervreemden, deze eerst aan de gemeente te koop moeten aanbieden. Gelet hierop is de commissie van oordeel dat het bestreden besluit slechts een beperkte inbreuk maakt op het eigendomsrecht van de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez. Desondanks is de commissie van oordeel dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb.
Tijdens de hoorzitting is namelijk gebleken dat alleen een deei van de gronden van het perceel, te weten de landtong schuin achter de woning, nodig is voor het realiseren van de verbinding voor fietsers en voetgangers. Het vestigen van een voorkeursrecht op de overige gronden van het perceel, dient geen enkel doel en maakt dat de voor de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez nadelige gevolgen onevenredig zijn. De commissie adviseert de raad om zijn besluit om een voorkeursrecht te vestigen op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256, te
Kenmerk: 2024/1779173
5/6
herroepen voor zover dat betrekking heeft op de gronden die niet nodig zijn voor het realiseren van de verbinding voor fietsers en voetgangers. ln het besluit op het bezwaar van de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez moet de grootte van het gedeelte van het perceel waarop een voorkeursrecht gevestigd blijft worden vermeid. Verder moet bij het besluit op bezwaar een nieuwe grondtekening worden gevoegd die voldoet aan de voorschriften uit artikel 7.1, eerste lid, aanhef en onder h, van het Omgevingsbesluit (bijlage 6). 5. Risicos en kanttekeningen 1. Het verbeuren van dwangsommen na het verstrijken van de beslistermijn De termijn waarbinnen de besluiten op bezwaar moeten worden genomen verstrijkt — na verdaging van deze termijn — op 15 november 2024. Daarna kunnen bezwaarden de raad in gebreke stellen. Na ontvangst van een ingebrekestelling heeft de raad twee weken de tijd om alsnog een besiuit te nemen. Vervolgens verbeurt de raad aan degene die de ingebrekestelling heeft verstuurd een dwangsom voor elke dag dat hij in gebreke is, voor ten hoogste 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35 per dag en de overige dagen € 45 per dag. 2. Beroep bij de rechtbank Tegen de besluiten op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open. 6.
Uitvoering De besluiten op bezwaar worden bekendgemaakt door toezending aan bezwaarden. 7. Bijlagen 1. Bezwaar van mevrouw Verburg en de heer Stuur tegen het collegebesluit 2. Bezwaar van mevrouw Verburg en de heer Stuur tegen het raadsbesluit 3. Bezwaar van de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez tegen het raadsbesluit 4. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van mevrouw Verburg en de heer Stuur 5. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer Van der Stap en de heer Orjuela Alvarez 6. Grondtekening van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256
Kenmerk: 2024/1779173
6/6