CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluit Bijdrage aan Sociaal Impact Fonds Regio Haarlem

gemeenteraad 19 juni 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Bijdrage aan Sociaal Impact Fonds Regio Haarlem3.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegebesluit

Onderwerp Bijdrage aan Sociaal Impact Fonds Regio Haarlem Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/366796 Loenen, D. van, en Berkhout, R. 3.1 Werk WI Marina Robert en Ruud Meijer 06-46215390 mrobert@haarlem.nl Het college wil de kansen vergroten voor impact ondernemingen die banen creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, middels het oprichten van een publiek-privaat investeringsfonds, het Sociaal Impact Fonds (SIF). Dit fonds voorziet in de financieringsbehoefte van impact ondernemers in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond (ZKIJ). Deze ondernemers dragen met hun bedrijf bij aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Met andere publieke en private investeerders moet dit fonds groeien tot een totaal van € 10 miljoen. Vanuit dit fonds worden onder gunstige voorwaarden leningen verstrekt aan impact ondernemers. Nadat de lening is afbetaald en teruggevloeid is in het fonds, kan een andere impact onderneming worden gefinancierd. De middelen komen dus herhaaldelijk ten goede aan de werkgelegenheid voor kwetsbare inwoners in de regio. Om private inbreng in het fonds te realiseren, is een eerste publieke investering nodig. Het college besluit daarom om een bijdrage van € 2 miljoen te leveren aan het fonds. Na beëindiging van het fonds, vloeit deze inbreng weer terug naar de gemeente. Het college stelt nadere voorwaarden aan haar deelname aan dit revolverende fonds.

Behandelvoorstel voor commissie

De ‘zware’ voorhangprocedure zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Financiële verordening gemeente Haarlem 2024 en artikel 160 Gemeentewet is van toepassing. De commissie Samenleving wordt verzocht advies te geven aan de raad over de wijze van agendering van het ontwerp-raadsbesluit in de raadsvergadering. N.v.t.

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 6 mei 2025

Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Deel te nemen aan het Sociaal Impact Fonds Zuid-Kennemerland en IJmond (SIF ZKIJ) niet eerst zonder de raad te vragen zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Kenmerk: 2025/366796

1/10

2. Deel te nemen aan het SIF ZKIJ onder de gestelde voorwaarden als opgenomen in dit voorstel, welk voornemen het volgende inhoudt - Maximaal € 2 miljoen bij te dragen aan het SIF ZKIJ - Deze bijdragen te leveren binnen een periode van 5 jaar - De management kosten van max. € 150.000 per jaar vanuit het fonds te financieren - Maximaal € 175.000 bij te dragen aan de eenmalige opstart- en kwartiermakerskosten van het SIF ZKIJ, en deze kosten te dekken vanuit programma 3. 3. De raad voor te stellen de bijgevoegde wensen en bedenkingen ten aanzien van deelname aan het SIF ZKIJ vast te stellen. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding In het coalitieakkoord Actie! 2022 - 2026 is het volgende opgenomen over een revolverend fonds: 'We onderzoeken hoe een revolverend werkgelegenheidsfonds tot stand kan komen, in samenwerking met het midden- en kleinbedrijf.' Met dit collegebesluit wordt het voornemen geuit dat het college een bijdrage levert aan een op te richten Sociaal Impact Fonds (hierna: SIF). Een SIF kan gezien worden als een 'revolverend' werkgelegenheidsfonds dat gericht is op het genereren van meetbare sociale impact, naast financieel rendement. In het initiatiefvoorstel Duurzame initiatieven versterken van een aantal partijen van de Haarlemse gemeenteraad is de aanbeveling opgenomen om een bijdrage van de gemeente Haarlem aan een SIF te onderzoeken. Het doel van een SIF is om positieve veranderingen in de samenleving te bewerkstelligen door te investeren in bedrijven, projecten of organisaties die sociale doelen nastreven, idealiter aangevuld met circulaire of duurzame doelen. Een SIF investeert onder gunstige voorwaarden een bedrag in impact ondernemingen. De bedoeling is dat het geïnvesteerde kapitaal terugkomt, en opnieuw kan worden ingezet voor hetzelfde beleidsdoel. Hierdoor wordt het effect op de lange termijn vergroot. Dit is nodig om de positie van impact ondernemers op de markt te versterken; waarmee zij meer banen kunnen creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Een van de pijlers binnen het Actieprogramma Impact Ondernemen is het wegnemen van financiële drempels om (meer) impact te maken. Het vinden van financiering vormt vaak een obstakel bij (startende) impact ondernemers. De business cases van impact ondernemingen zijn over het algemeen riskanter dan die van volledig commerciële ondernemingen. Reguliere investeerders vinden het risico te groot om in impact ondernemingen te investeren. Aan de andere kant is er een

Kenmerk: 2025/366796

2/10

groeiende groep investeerders en fondsen die hun kapitaal maatschappelijk willen laten renderen. Geheel in lijn met de Regiodeal zijn steeds meer investeerders geneigd hun kapitaal lokaal dan wel regionaal te willen laten renderen. In de Regio Deals werken Rijksoverheid en regio's samen om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers te verhogen. In theorie heet dit place-based impact investing. De praktijk beschrijft het als ‘goed investeren met hart voor onze stad’. Het SIF werkt volgens deze theorie. Vanuit het Actieprogramma is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van een SIF. Het haalbaarheidsonderzoek laat zien dat een SIF in de arbeidsmarktregio Zuid Kennemerland en IJmond (hierna: ZKIJ) haalbaar is, maar valt of staat met (een aantal) lead investeerders. Op dit moment wordt gekeken naar potentiële investeerders in het fonds. Ervaring leert dat publieke bijdragen private investeerders over de streep kunnen trekken en zo met een factor 2,5 de publieke bijdragen kunnen vermenigvuldigen. Deze hefboomwerking van publiek geld vindt enerzijds plaats door de inleg van private partijen in het fonds, alsook door de cofinanciering met private partijen in specifieke investering in een onderneming.

De private partijen laten zich echter pas mobiliseren als het fonds met duidelijke beoogde fondsomvang en voorwaarden komt en commitment kent vanuit de publieke sector. Zonder bijdrage van de gemeente Haarlem, als grootste publieke partij in de regio, is de kans van slagen van een SIF klein. Een levensvatbaar fonds omvat bij de start minimaal rond de € 4 miljoen. Ook bleek uit het haalbaarheidsonderzoek dat het al bestaande ROMinWest, dat ook functioneert als een revolverend fonds, niet kan voorzien in die behoefte. De ROMinWest richt zich alleen op circulaire en duurzame initiatieven, en niet op sociale initiatieven. Om de financieringsbehoefte van impact ondernemers vast te stellen en dus aan te tonen dat er sprake is van marktfalen wordt er momenteel een ex ante kapitaalmarktonderzoek uitgevoerd. Op basis van het haalbaarheidsonderzoek en het nu lopende kapitaalmarktonderzoek, streeft het SIF ZKIJ naar een fonds met een omvang van € 9 à 10 miljoen. Om het hierboven beschreven hefboomeffect te kunnen maximaliseren, is een minimaal startkapitaal nodig van € 4 à 5 miljoen vanuit de publieke sector. Een eerste aanzet vanuit de centrumgemeente Haarlem van € 2 miljoen, stelt het fonds in staat om deze als cofinanciering in te zetten richting andere grote investeerders als Kansen voor West (provincie NH) en Just Transition Fund (IJmond).

Wanneer hiermee een kapitaalomvang van tenminste € 4 miljoen is bereikt, zullen particuliere investeerders benaderd worden. Daarnaast hebben ook lokale goede doelen fondsen aangegeven te willen participeren in het fonds. Overige gemeenten uit de regio ZKIJ hebben aangegeven positief tegenover het initiatief te staan, en het te willen faciliteren door deelname in de impact coalitie, maar niet te kunnen participeren in het fonds. De totale levensduur van het fonds is 10 jaar.

Kenmerk: 2025/366796

3/10

2. Beoogd resultaat Met een bijdrage aan het SIF ZKIJ zet de gemeente Haarlem de eerste stap naar de oprichting van een investeringsfonds van uiteindelijk € 10 miljoen, voor het creëren van duurzame banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hierdoor kunnen meer mensen in de regio die nu aan de kant staan, aan het werk. Wel dient opgemerkt te worden dat met de doelgroep ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’, alle doelgroepen worden bedoeld. Voor sociaal ondernemers is het namelijk niet van belang uit welke (uitkerings)situatie deze mensen komen. Voor het SIF wordt de definitie van de Prestatieladder Sociaal Ondernemen gebruikt. Onder ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’ worden de volgende uitgangsposities verstaan: - WWB/IOAZ/IOAW/Participatiewet met of zonder loonkostensubsidie - NUG, met re-integratiebehoefte, door de gemeente voorgedragen - Statushouders - (Ex)gedetineerden, gericht op re-integratie naar arbeid - Pro/VSO schoolverlaters - WSW/beschut werk - Wajong - Praktijkroute - WW (langer dan een halfjaar) - WAO/WIA/WAZ - BOL/BBL-niveau 1 en 2 leerlingen, incl. stage- of leerwerkovereenkomst - Doelgroepregistratie (kan overlappen met bovenstaande uitgangsposities) 3.

Onderbouwing voorstel 3.1 Aan de Haarlemse deelname aan het SIF zijn de volgende voorwaarden verbonden Het college is voornemens bij te dragen aan het SIF, mits aan de volgende voorwaarden is of wordt voldaan: 1. 2. 3.

4.

Uit het lopende ex ante kapitaalmarktonderzoek blijkt dat er sprake is van een financieringskloof en dus van marktfalen. In totaal omvat het fonds aan de start tenminste € 4 miljoen. Wanneer dit startkapitaal niet gehaald wordt, trekt ook Haarlem haar toezegging van € 2 miljoen in. Als het fonds binnen 2 jaar minder dan € 7,5 miljoen omvat, kunnen de investeerders besluiten hoe verder te gaan met het fonds. Eventueel kan worden besloten het fonds te ontbinden, of het fondsmanagement anders in te richten. Als dat zich voordoet, zullen ook afspraken moeten worden gemaakt hoe deze ontbinding te effectueren. Andere partijen dan de gemeente Haarlem dragen tenminste de helft van het bedrag bij aan de oprichtings-, management- en kwartiermakerskosten. Na verrekening met het rendement vloeit de bijdrage naar rato terug naar de partijen.

Kenmerk: 2025/366796

4/10

5.

6. 7.

In overleg met de investerende partijen, waaronder de gemeente Haarlem, worden duidelijke voorwaarden gesteld voor investeringen vanuit het SIF in ondernemingen. De Treasury van de gemeente Haarlem beoordeelt de criteria omtrent investeringen voordat het investeringsmandaat (bij start van het fonds) wordt vastgesteld. Toetsing van de risico’s per investering vindt niet plaats door de gemeente, maar door een onafhankelijke investeringscommissie van het fonds en kwartaalrapportages geven inzicht in de voortgang. Bij de start van het fonds wordt een robuust monitoringssysteem geïmplementeerd. Het Actieprogramma Impact Ondernemen wordt geborgd in de werkwijze van het SIF ZKIJ.

3.2 De bijdrage aan het SIF vloeit na afloop van het fonds terug naar de gemeente Vanuit het SIF worden leningen verstrekt aan impact ondernemers, die na een bepaalde periode worden afbetaald. Aan het einde van de levensduur van het fonds, na 10 jaar, vloeit de initiële inbreng in het fonds terug naar de betreffende partijen, waaronder de gemeente Haarlem. 3.3 De kwartiersmakers- en oprichtingskosten zijn nodig voor de totstandkoming van het SIF De gemeente Haarlem draagt maximaal de helft (€ 175.000) bij aan de incidentele kosten. Dit gaat om eenmalige oprichtingskosten en de kosten voor kwartiermaken ter voorbereiding van het fonds. De oprichtingskosten zullen uiteindelijk gedekt worden vanuit het rendement op de te verstrekken financiering/investering en op die manier weer terugvloeien naar (o.a.) de gemeente. 3.4 De Haarlemse bijdrage aan het SIF heeft een hefboomwerking op private inbreng Met het publieke geld in een SIF kan de inleg minimaal verdubbelen met privaat geld. Deze hefboomwerking van publiek geld vindt enerzijds plaats door de inleg van private partijen in het fonds, alsook door de cofinanciering met private partijen in specifieke investering in een onderneming.

Een euro publiek geld trekt dus minimaal een euro privaat geld aan en kan zelfs tot 2 euro privaat geld aantrekken voor de stad en de regio bovenop het initiële fondskapitaal ingebracht door de publieke partijen. Behalve individuele private investeerders kunnen ook goede doelen fondsen participeren. Lokaal is gesproken met Fonds Coelombie en het Sint Jacobs Godshuis. Beide fondsen hebben belangstelling getoond in participatie in het SIF ZKIJ. 3.5 Bijdragen aan het SIF komen ten goede van de stad en de regio Vanuit het SIF worden lokale impact ondernemingen gefinancierd. Bijdragen aan het fonds worden dus ingezet om de lokale economie en werkgelegenheid te verbeteren. Dit vergroot de kans op werk voor kwetsbare inwoners uit de regio. 3.6 Impact ondernemers krijgen via investeringen uit het SIF de kans om banen te creëren Deze manier van financiering tegen gunstige voorwaarden sluit meer aan bij de behoefte van impact makende ondernemers, voor wie ondernemen met geleend geld meer zekerheid biedt dan ondernemen met subsidie. Hiermee creëren de ondernemers nieuwe werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Kenmerk: 2025/366796

5/10

3.7 Het SIF biedt meer kansen op werk voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt staan veel mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie nog aan de kant. Voor deze groep is het van groot belang dat er sociaal ondernemers zijn die hen een kans op werk bieden. Het SIF is een instrument om banen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en is daarmee een toevoeging op de bestaande instrumenten, zoals loonkostensubsidie. Via het SIF kunnen meer mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie in combinatie met de bestaande re-integratie instrumenten aan het werk. 3.8 In de SIF-aanpak worden de resultaten van het Actieprogramma Impact Ondernemen geborgd Onderdeel van de werkwijze van SIF is ook de begeleiding en of coaching van ondernemingen die een lening ontvangen. Hiermee kan het college de resultaten van het Actieprogramma Impact Ondernemen, en met name de activiteiten van de Stadsgarage daarin, voor langere tijd borgen. 3.9 Het SIF draagt bij aan de ambities uit de regionale strategische arbeidsmarktagenda ZKIJ Een SIF ZKIJ draagt bij aan de ambities van de regionale samenwerking op het gebied van arbeidsmarkt, zoals geformuleerd in de regionale strategische arbeidsmarktagenda ZKIJ 2023 – 2027. Ondanks de krappe arbeidsmarkt komen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt immers moeilijk aan het werk.

In de arbeidsmarktregio werkt de gemeente Haarlem samen met regiogemeenten, UWV, onderwijs, werkgevers- en werknemersorganisaties. In het Regionaal Beraad Arbeidsmarkt, het bestuurlijk overleg waar de Haarlemse wethouder Werk & Inkomen voorzitter van is, zijn de uitkomsten van het onderzoek gedeeld en positief bevonden. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s bij deelname aan het fonds als “investeerder” Hoewel bijdragen aan het SIF ZKIJ de mogelijkheid biedt om zowel financiële rendementen als sociale impact te behalen, moeten investeerders zich bewust zijn van de risico's. Hieronder de belangrijkste risico’s bij een bijdrage aan het SIF. 4.1.1 Niet alle middelen die aan het SIF worden bijgedragen komen terug Deelrisico’s hierbij zijn: - De investeringen in sociale ondernemingen zijn mogelijk niet winstgevend - Het geïnvesteerde geld niet terugkomt omdat de ontvangende partij niet in staat is de betalingsverplichtingen te voldoen en/of ophoudt te bestaan Het eerste risico lijkt voornamelijk in de eerste jaren aanwezig gezien het fonds bij aanvang enkel nog kosten zal hebben. Deze kosten nemen (ook afgaande op de praktijkervaring vanuit Rotterdam) elk jaar af en kunnen steeds beter gedekt worden vanuit het rendement vanuit investeringen.

Deze investeringen worden gedaan onder marktconforme voorwaarden, dus niet tegen lage(re) rentetarieven maar tegen tarieven van ten minste 8%. Bij eventuele verliezen is in het “first loss” in sommige gevallen als eerst voor Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling – gelden en raakt pas

Kenmerk: 2025/366796

6/10

daarna andere investeerders. Eventuele verliezen worden eerst verrekend met het rendement uit andere investeringen. Echter het rendement wordt wel pas na afloop van de investeringsperiode uitgekeerd. Er vindt dus geen jaarlijkse rendements-uitkering aan de gemeente plaats op basis van de uitstaande investeringen. Het risico is in beginsel de opstartkosten (ad € 175k) en de inleg € 2 miljoen. Wanneer de kwartaalrapportages van het SIF daar aanleiding voor geven, dient een risico opgenomen te worden in de risicoparagraaf. 4.1.2 De waarde van de bijdrage kan fluctueren Veranderingen in de marktvoorwaarden, economische schommelingen, of wijzigingen in wet- en regelgeving zijn van invloed op de waarde van beleggingen. Dit zijn macro-economische verschijnselen waar de gemeente geen invloed op heeft. Conjuncturele bewegingen hebben ook invloed op het rendement van impact makende bedrijven. Een beheersmaatregel hiervoor is niet voorhanden. 4.1.3 Veranderingen in wet- en regelgeving kunnen invloed hebben op de bedrijfsvoering Dit kan van invloed zijn op de haalbaarheid van de projecten. Het stellen van duidelijke voorwaarden voor investeringen, en het implementeren van een robuust monitoringsysteem zijn voorwaarden deze risico’s beheersbaar te houden.

Strategische samenwerking en heldere communicatie met stakeholders zijn eveneens cruciaal om zowel de financiële als maatschappelijke risico's te mitigeren. De gemeente heeft als lead-investeerder een belangrijke positie bij het bepalen van deze voorwaarden. 4.2 Risico’s voor het slagen van het fonds 4.2.1 Aanwas van innovatieve sociaal ondernemers blijft uit Een ander risico is dat een financieringsvragen uitblijven, omdat er onvoldoende aanwas is van innovatieve sociaal ondernemers. Ervaringscijfers uit Rotterdam en Den Haag leren dat op een aantal van 300.000 inwoners, dat risico erg klein is. Het nu lopende ex-ante onderzoek in de regio ZKIJ geeft daar nog nader onderbouwing voor. 4.2.2 Er zijn onvoldoende kandidaten uit de doelgroepen In Haarlem lopen nu twee Social Impact Bonds waarbij de gemeente heeft getekend voor de aanlevering van kandidaten uit de gemeentelijke bestanden. In beide bonds zien we dat het lastig is om alleen uit deze bestanden geschikte kandidaten te vinden voor de specifieke wensen van de bedrijven waar de bonds mee gesloten zijn. Het voordeel van een SIF is dat de gemeente zich niet per definitie committeert aan het voordragen van kandidaten, maar dat impact ondernemers ook zelf de juiste mensen uit de uiteenlopende doelgroepen kunnen aantrekken.

Daarmee vergroten we ook de kansen voor mensen die nog niet bij de gemeente of een van de samenwerkingspartners in de regio bekend zijn.

Kenmerk: 2025/366796

7/10

5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Totale kosten rond het fonds, incl. verwachte deelname. Onderdeel Deelnemer Bijdragen aan het Gemeente Haarlem fonds (revolverend) Andere publieke middelen, bijv. Europese fondsen via Provincie NH en JTF Private partijen TOTAAL

Kwartiermakerskosten (eenmalig)

Oprichtingskosten (eenmalig)

Managementkosten na start fonds

Bedrag € 2 miljoen € 2 miljoen € 4-6 miljoen € 8-10 miljoen, opbouwend gedurende de eerste vijf jaar

Gemeente Haarlem (Programma 3 begroting, BUIG) voor max. de helft Regiodeal MRA-West Andere deelnemers TOTAAL

€ 50.000 - 75.000

Gemeente Haarlem (Programma 3 begroting, BUIG) voor max. de helft Andere deelnemers TOTAAL

€ 75.000 - 100.000

€ 50.000 € 0 – 25.000 € 100.000 – 150.000

€ 75.000 – 100.000 € 150.000 – 200.000

Gefinancierd vanuit het fonds TOTAAL

€ 300.000 per jaar € 300.000 per jaar, gedurende de eerste vijf jaar De managementkosten worden – op den duur – gedekt uit het rendement op de bijdragen aan het fonds. Bijdrage aan het fonds Het college zegt toe als eerste “investeerder” maximaal € 2 miljoen bij te dragen aan het SIF. Dit komt niet ten laste van de exploitatie: het gaat om financiering, de middelen vloeien -op termijnweer terug naar de gemeente. Het verstrekken van een (deel van de) bijdrage vindt pas plaats zodra er een daadwerkelijke financieringsvraag is die goedgekeurd is door het SIF (dit geldt voor alle investeerders in het fonds). Het totaal toe te zeggen bedrag wordt dus niet ineens beschikbaar gesteld. Een groot deel van de Haarlemse bijdrage wordt gebruikt voor investeringen in impact ondernemingen. Een klein deel wordt besteed aan (een bijdrage aan de) managementkosten à € 300.000 per jaar, gedurende 5 jaar waarna het de resterende 5 jaar wordt afgebouwd richting het

Kenmerk: 2025/366796

8/10

einde van de levensloop van het fonds. De managementkosten worden – op den duur – gedekt uit het rendement op de bijdragen aan het fonds. Gedurende (in principe) 10 jaar zal de gemeente middelen uit hebben staan bij het fonds, de gemeente zelf betaalt (per saldo) rente over deze middelen. Ongeacht of deze na deze periode worden afgedekt door de gegenereerde rendementen. Uitgaande van de omslagrente en de voorgestelde (eerste) inleg gaat het om 1% * € 2 miljoen = € 20.000 per jaar. Deze kosten worden gedekt vanuit Programma 3. Bijdrage incidentele kosten De gemeente Haarlem draagt maximaal de helft (€ 175.000) bij aan de incidentele kosten. Dit gaat om eenmalige oprichtingskosten en de kosten voor kwartiermaken ter voorbereiding van het fonds. Vooruitlopend op de start van het fonds is een succesvolle aanvraag gedaan bij de Regiodeal MRAwest. De bijdrage van de gemeente Haarlem aan de incidentele kosten komen direct ten laste van de exploitatie. Binnen programma 3 is hiervoor in 2025 dekking beschikbaar. Indien nodig wordt deze (voorgenomen) uitgave gemeld bij de Bestuursrapportage. Zodra er meer investeerders zijn, worden de oprichtingskosten gedeeld gedragen door alle investeerders. De oprichtingskosten zullen uiteindelijk gedekt worden vanuit het rendement op de te verstrekken financiering/investering en op die manier weer terugvloeien naar (o.a.) de gemeente.

Op korte termijn zal daar nog geen sprake van zijn aangezien de oprichtings- en managementkosten vooruitlopen op de eventuele inkomsten. 5.2 Juridisch Staatssteun bij investeringen in ondernemingen De Europese Unie (EU) wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Overheden die steun willen verlenen, moeten dan ook rekening houden met de staatssteunregels. Investeringen door het fonds via publieke gelden kunnen deels worden gezien als staatssteun alhoewel er een groot aantal uitzonderingen zijn, bijvoorbeeld wanneer er alleen sprake is van lokale impact en er geen sprake is van een grensoverstijgend effect. Mocht er wel sprake zijn van voordeel ten opzichte van de markt1 dan kan de onderneming gebruik maken van de de-minimis regel. Deze geeft EU-lidstaten de mogelijkheid steun toe te kennen tot € 300.000 per 3 jaar aan ondernemingen zonder noodzaak van goedkeuring door de Europese Commissie. Deze steun wordt dan niet gezien als staatssteun. Er zal geen beroep worden gedaan op de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) die ook een groot aantal opties voor vrijstelling biedt maar

1 Het financieringsbedrag zelf wordt dus niet gezien als mogelijke staatssteun, maar het renteverschil tussen de

marktconforme en de gerekende rente. Dus als bij een lening van € 100K de markt rente 8% is en de rente op de lening van 4%, dan is de jaarlijkse staatsteun € 4.000. Deze staatsteun mag niet meer bedragen dan € 300k over een periode van 3 jaar.

Kenmerk: 2025/366796

9/10

complexer is in haar toepassing. Per investering zal SIF met de onderneming, waar van toepassing, een de-minimis verklaring opstellen. Staatssteun bij fondsmanagement Staatssteun op het niveau van de fondsbeheerder (fondsmanagement) kan worden ondervangen door een marktconforme beheersvergoeding te hanteren. Eventueel kan hier ook gebruik worden gemaakt van de-minimisvrijstelling als het niet duidelijk is of de beheersvergoeding marktconform is. 5.3 Planning Het proces naar oprichting van het SIF hangt nog van veel variabelen af. Dit collegebesluit met zware voorhang om de voorgestelde bijdrage te leveren is een belangrijke eerste stap. Parallel loopt er al een aantal andere processen, waaronder aanvragen van Europese subsidies als inbreng in het SIF en het ex-ante kapitaalmarktonderzoek. Dit onderzoek moet aantonen hoe groot de vraag is naar deze vorm van financiering. Daarna is de private fondsenwerving gepland. Vervolgens moet de organisatiestructuur van het SIF worden ingericht, inclusief het vormen van een regionale impact coalitie. Dan wordt bijvoorbeeld ook uitgewerkt wie participeren in de investeringscommissie en hoe het management wordt gevormd en aangestuurd. Daadwerkelijke deelname vergt te zijner tijd een nieuw collegebesluit met zware voorhang, omdat dan duidelijk wordt hoe het fonds daadwerkelijk vorm zal krijgen.

De ambitie is om in het 4e kwartaal van 2025 tot oprichting van het SIF ZKIJ te komen. 6. Bijlage - Ontwerp-raadsbesluit Bijdrage aan Sociaal Impact Fonds Regio Haarlem

Kenmerk: 2025/366796

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15658476/2