CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief presidium aan raad advies agendering parkeernota

gemeenteraad 17 april 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen van de agenda1.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan

Gemeenteraad Haarlem

Datum

11 april 2025

Onderwerp

Advies agendering parkeernota

Van Bijlagen

Presidium 2

Geachte leden van de raad, Op 8 april hee het presidium een brief ontvangen van mr. Wernik namens zijn cliënt de heer Vermaire (bijlage 1). In de brief verzoekt de heer Vermaire om de parkeernota ‘Ruimte voor mensen en mobiliteit: parkeren in Haarlem’ niet te plaatsen op de agenda van de raadsvergadering van 17 april, maar te behandelen in de eerstvolgende raadsvergadering in mei. Ar kel 2 lid 1a van de verordening presidium 2024 stelt dat het presidium tot taak hee om de voorlopige agenda van raadsvergaderingen voor te bereiden. Het presidium hee over het verzoek van de heer Vermaire juridisch advies ingewonnen (bijlage 2) om een zorgvuldige afweging te kunnen maken over de raadsagenda. Gezien het advies en de geldende procedures hee het presidium besloten om de parkeernota op de voorlopige raadsagenda te plaatsen van 17 april. Het presidium is van mening dat de gemeenteraad zelf besluit om wel of niet over te gaan tot behandeling van de parkeernota door deze vraag ac ef voor te leggen bij agendapunt 3, ‘vaststellen van de agenda’. Zoals te doen gebruikelijk worden in de loop van de middag de raadsagenda en de achterliggende stukken gepubliceerd. Deze brief en de bijlagen worden gepubliceerd onder agendapunt 3, ‘vaststellen van de agenda’. Namens het presidium, Drs. M.C.C. Philips Raadsgriffier gemeente Haarlem

KALBFLEISCH ADVOCATEN Mr. B. Wernik Mw. Mr. M. Stam Mw. Mr. E.B.R van Griethuysen Mr. S.J. Sattler Mr. E. Aslan

Per email: griffiebureau@haarlem.nl Gemeente Haarlem T.a.v. Griffiebureau Postbus 511 2003 PB HAARLEM

Gedempte Oude Gracht 60 2011 GT Haarlem Telefoon 023-5325177 Telefax bwernik@kalbfleisch.nl www.kalbfleisch.nl Let op: ons postbusnummer is vervallen

BW/D6413 Inzake:

Haarlem, 8 april 2025 Vermaire / Gemeente Haarlem - referendum

Geachte heer, mevrouw, Hierdoor deel ik u mede dat zich tot mij heeft gewend de heer E.R. Vermaire, wonende te 2024 VB Haarlem aan de Fuhrhopstraat 2A, geboren op 3 februari 1965, in zijn hoedanigheid van beheerder van de Facebookgroep Haarlem betaald parkeren, met het verzoek zijn belangen te behartigen in de navolgende kwestie. Cliënt is voornemens een inleidend verzoek om een referendum te houden, in te dienen inzake het nieuwe parkeerplan Ruimte voor Mensen en mobiliteit: parkeren in Haarlem dat geagendeerd staat op de vergadering van de gemeenteraad van 17 april 2025. Hij verzoekt hierbij om de navolgende redenen om het parkeerplan af te halen van de agenda van 17 april 2025 en pas te behandelen in de eerstvolgende gemeenteraadsvergadering in mei 2025. Hij licht dit als volgt toe. Pas op 27 maart 2025 is de nieuwe referendumverordening aangenomen, gepubliceerd op 4 april 2025 en in werking getreden op 5 april 2025. De oude referendumverordening is op 18 juli 2024 ingetrokken. Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd onder uitsluiting van iedere aansprakelijkheid voorzover deze verder gaat dan de dekking welke de verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor het betreffende voorval verleent, vermeerderd met het bedrag van het eigen risico. Op al onze diensten zijn de algemene voorwaarden van toepassing welke zijn te vinden op onze website www.kalbfleisch.nl.

KALBFLEISCH ADVOCATEN

-2–

Op grond van art. 5 lid 2 van de referendumverordening dient een inleidend verzoek tot het houden van een referendum vijf werkdagen te worden ingediend voor het besluit van de gemeenteraad (in casu het nieuwe parkeerplan). Tussen de inwerkingtreding op 5 april 2025 en de laatste datum waarop het inleidend verzoek tot het houden van parkeerreferendum kan worden ingediend, te weten 10 april 2025, liggen derhalve slechts vijf dagen. Door bovengenoemde samenloop van omstandigheden, wordt derhalve het recht van de burger in Haarlem in feite illusoir gemaakt en het democratisch recht ontnomen om een referendum te initiëren. Gelet op het bovenstaande verzoek ik u dan ook nadrukkelijk het agendapunt van het nieuwe parkeerplan te verwijderen van de agenda van de raad op 17 april 2025 en aan te houden tot de eerstvolgende raadsvergadering in mei 2025. In dit verband merkt cliënte op dat hij zo nodig in kort geding zal vorderen dat het nieuwe parkeerplan pas wordt behandeld in de raadsvergadering van de gemeenteraad in mei 2025, omdat anders het democratisch recht tot het houden van een parkeerreferendum, in feite aan de burger wordt onthouden Gaarne van u vernemend. Hoogachtend, B. Wernik

NOTITIE Aan Van Dossiernaam Onze ref. Datum

: : : : :

Het Presidium van de gemeente Haarlem mr. M.F.A. Dankbaar Gemeente Haarlem / Referendumverordening D109268 11 april 2025

Vraagstelling Verzoek namens de heer Vermaire Bij brief van 8 april 2025 heeft mr. Wernik namens zijn client, de heer Vermaire, verzocht om de parkeernota ‘Ruimte voor Mensen en mobiliteit: parkeren in Haarlem’ niet op de agenda van de raadsvergadering van 17 april 2025 te plaatsen. Hij legt aan dat verzoek ten grondslag dat de referendumverordening op 27 maart 2025 is aangenomen en op 5 april 2025 in werking is getreden. Tussen 5 april 2025 en de raadsvergadering van 17 april 2025 liggen 12 dagen. Een inleidend referendumverzoek dient uiterlijk 5 werkdagen voor de raadsvergadering waarop een ontwerp raadsbesluit wordt besproken te worden ingediend. Dit laat in het geval van de parkeernota 5 dagen om een inleidend referendumverzoek, voorzien van de benodigde 1300 steunverklaringen, te kunnen opstellen. Naar het oordeel van mr. Wernik wordt door deze samenloop van omstandigheden, het recht van de burger in Haarlem in feite illusoir gemaakt en het democratisch recht ontnomen om een referendum te initiëren indien wordt vastgehouden aan agendering op 17 april 2025. Aangekondigd is om zo nodig de kort gedingrechter te benaderen om latere agendering af te dwingen. Vraagstelling 1. Wat is het juridische kader aan de hand waarvan de vraag om wel of niet aan dit verzoek te voldoen moet worden beantwoord. 2.

Wat zijn de consequenties van de twee mogelijke beslissingen? Beantwoording Juridisch kader Vooropgesteld zij dat het aan de gemeenteraad is om de agenda van de vergadering vast te stellen. De eigen reglementen zijn hierin leidend. De agendavaststelling zelf is geen beslissing waartegen derden bezwaar kunnen maken. Ook anderszins is niet goed voorstelbaar dat derden, al dan niet via de rechter, een bepaalde agendering kunnen afdwingen.

1

De wijze waarop met een verzoek als de onderhavige wordt omgegaan kan echter in theorie wel jegens die derde onrechtmatig zijn. Daarbij is van belang dat de raad als bestuursorgaan in zijn handelen gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Termijnen in het onderhavige geval (Referendumverordening en Parkeernota) Een inleidend referendumverzoek over de parkeernota moet krachtens artikel 5 tweede lid van de Referendumverordening uiterlijk 5 werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken, worden ingediend. Dat betekent dat uiterlijk 10 april 2025 het verzoek had moeten zijn ingediend. De vijf dagen-termijn is niet gewijzigd in de op 27 maart vastgestelde Referendumverordening. De parkeernota is behandeld in de commissievergadering van 3 april 2025. De commissie heeft geadviseerd het stuk voor vaststelling in de raad te agenderen. Een inleidend referendumverzoek kan enkel worden ingediend ten aanzien van een ontwerp raadsbesluit. Of er een ontwerp raadsbesluit voorligt wordt feitelijk pas duidelijk op het moment dat de commissie adviseert om een raadsvoorstel naar de agenda van de raad te brengen ter besluitvorming. Betrokken partijen weten dan echter natuurlijk al langer of een onderwerp voorligt waarover zij een referendum zouden willen initiëren.

Op 3 april 2025 was de Referendumverordening wel vastgesteld, maar nog niet gepubliceerd. Ook hiervan kan echter gesteld worden dat voor betrokkenen in ieder geval op 27 maart 2025, ten tijde van de raadsvergadering waarin de verordening is vastgesteld, al duidelijk was hoe de verordening zou komen te luiden. De termijn van effectief 5 dagen tussen de inwerkingtreding van de Referendumverordening en de uiterlijke indieningsdatum van een inleidend referendumverzoek, is dus realiter langer dan door mr. Wernik gesteld wordt en tegelijkertijd niet veel korter dan in een ‘reguliere’ situatie na een commissievergadering waarin een ontwerp raadsbesluit naar de raad wordt gestuurd. Daarbij is wel relevant te benoemen dat in de april-cyclus de tijd tussen de commissievergadering en de raadsvergadering niet de gebruikelijke 3 weken, maar 2 weken bedraagt. Dat maakt de termijn om een inleidend referendumverzoek in te dienen dus wel degelijk korter. Ook mag niet onvermeld blijven dat onder de oude Referendumverordening 400 steunverklaringen nodig waren, terwijl dat er thans 1300 zijn. Concluderend: formeel is er voldoende tijd en ruimte om conform de Referendumverordening een inleidend referendumverzoek voor te bereiden en in te dienen.

Door de samenloop van omstandigheden, zoals beschreven, is de termijn weliswaar niet zo kort als wordt gesteld, maar – met name door de korte raadscyclus in april – wel een week korter dan gebruikelijk.

2

Kan via een kort geding worden afgedwongen dat de raad een stuk niet op de agenda plaatst? De kort gedingrechter zal beoordelen of er sprake is van spoedeisendheid en of enige onrechtmatigheid aannemelijk kan worden gemaakt. Zoals aangegeven is het aan de raad om de agenda vast te stellen conform zijn reglement. Die vaststelling zal niet snel onrechtmatig zijn jegens derden. Toch kan door de samenloop van omstandigheden zoals beschreven, de rechter tot het oordeel komen dat in casu te weinig tijd is geboden om een inleidend referendumverzoek dat voldoet aan de daaraan te stellen eisen in te kunnen dienen. In het kader van de belangenafweging zal de kortgedingrechter naar verwachting van de raad willen weten wat het belang is bij vasthouden aan de beoogde agendering en besluitvorming ten aanzien van de parkeernota op 17 april 2025. Bestuursrechtelijke toetsing Op dit moment is nog niet duidelijk of alsnog een inleidend referendumverzoek wordt ingediend en of dat dan te laat en/of zonder de vereiste aantal steunverklaringen gebeurt. De raad dient dan een beslissing te nemen op dat ingediende verzoek. Op dezelfde vergadering kan ook een besluit over de parkeernota worden genomen.

Bij een eventuele bezwaar- of beroepsprocedure over een referendumbesluit spelen andermaal de samenloop van de korte termijn tussen de behandeling in de commissie op 3 april 2025 en de uiterlijke termijn van het indienen van een referendumverzoek, alsmede de verhoging van het aantal ondersteuningsverklaringen van 400 naar 1300, mee. Zoals bekend toetst de bestuursrechter in zo’n procedure indringend(er) aan het evenredigheidsbeginsel. Tot slot Of de parkeernota wel of niet op 17 april 2025 wordt behandeld is uiteindelijk een beslissing van de raad. De rechter zal hier naar verwachting niet snel in treden. De voornoemde omstandigheden in samenhang met de korte raadscyclus in april zal een kort geding rechter wel kunnen meewegen bij een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het afwijzen van een uitstelverzoek. De gemeente zal goed moeten kunnen duiden waarom uitstel van agendering niet reëel is en de rechter zal daar kritisch op kunnen zijn.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15419649/1