Bijlage IX bij AO - TPvE Schalkwijk Centrum fase 2 dd 17-11-22
Tekst van het document
-
Beton elementen dienen te zijn vervaardigd van prefab beton met klasse C45/55, XC4 of XF4.
-
Betonnen dekstenen dienen te zijn vervaardigd van prefab beton met klasse C45/55, XC4 of F4.
-
Staal dat in aanraking komt met oppervlaktewater dient te worden voorzien van een coating (tot 1 m onder de waterlijn) of van roestvast staal 316 te zijn. (bijvoorbeeld remmingswerken, steigerwerken, damwanden). Staal dat niet in aanraking komt met oppervlaktewater dient thermisch verzinkt en gecoat te zijn (brugleuningen, hekwerken, kopschotten, liggers, e.d.) Behalve wapeningsstaal al het staal (inclusief bevestigingsmiddelen) afdoende tegen corrosie beschermen. Thermisch verzinkt staal dient te worden gecoat. Potentiaalverschillen tussen de verschillende staalsoorten dienen te worden voorkomen,
-
-
-
-
Stalen onderdelen dienen te zijn uitgevoerd in S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt. Coating van stalen onderdelen dient te worden uitgevoerd in een natlaksysteem Metselstenen die gehanteerd dienen te worden zijn: waalformaat, vorstklasse F2/D, IW-klasse 1, conform BRL 1007. De rollaag dient te zijn uitgevoerd in waalformaat, vorstklasse F2/D, IW-klasse 1, conform BRL 1007.
-
Deuvels t.b.v. dekstenen minimaal M16, lang 250mm, met staalkwaliteit S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt.
-
De metselspecie die toegepast dient te worden is Type 1, M17,5, milieuklasse MX3.2, portlandcement. Deze eis komt te vervallen als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten van de biodiversiteit op kademuren. Een kalkrijke specie van de kademuur dient vanaf 20 cm boven het gemiddelde waterpeil naar boven natuurvriendelijk te zijn te behoeve van de groei van muurplanten, tenzij dit bouwtechnisch en constructie technisch niet verantwoord is. Twee 1) 16 delen zand : 8 delen schelpkalk : deel 2) kalk : cement : zand = 1 : 1 : 6. (Dijkstra 2016)
-
29
tras
of
mo por
Onderdeel
Eisen - De mortel onder de dekstenen dient krimparm te zijn. Deze eis komt te vervallen als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten van de biodiversiteit op kademuren. De dekstenen moeten dan vastgezet worden met een hoekstaal of doken - De voegspecie die toegepast dient te worden is V.H. 45, CUR rapport 61. Deze eis geldt tot een niveau van 20 cm boven het gemiddelde waterpeil, als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast wordt voor het vergroten van de biodiversiteit op kademuren. - Voegspecie voorzien van voegzand of metselzand (net hoe grof de bestaande voeg is) met Tubag Traskalk. De verhouding is 3 delen zand 1 deel Tubag. - Deze eis is van toepassing als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten biodiversiteit op kademuren het metselwerk van de kademuur dient aan landzijde voor minimaal 50% in contact te staan met het grondwater.
- Deze eis is van toepassing als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten biodiversiteit op kademuren de voegen dienen terug liggend (5 mm) aangebracht te worden en nadat ze zijn afgestreken, afgeborsteld te worden met een kwast om meer hechting te kunnen geven aan de wortels van de muurplanten - Deze eis is van toepassing als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten biodiversiteit op kademuren: de voegen dienen 'hol' en ruw te worden gemetseld - Deze eis is van toepassing als er een kalkrijke metselspecie wordt toegepast voor het vergroten biodiversiteit op kademuren: een open voeg dient toegepast te worden tussen de rollaag of deksteen en het verticale gedeelte van de gemetselde muur - Hout dient de keurmerken FSC, PEFC en/of Keurhoutduurzaam te dragen. - Toe te passen hout dient te voldoen aan Duurzaamheidsklasse 1 - Het systeem dient de effecten en/of belastingen voortkomend uit het gebruik te dragen. -
Minimale afstand waterspiegel tot binnen bovenkant kunstwerk bedraagt 0,20 m.
-
De landhoofden dienen zettingsvrij (onderheid) te zijn.
-
De hoogte van de brugleuning moet voldoen aan de eisen in het bouwbesluit. Maximale helling toeritten wordt bepaald door invaliden voertuigen volgens ASVV Voorschriften.
-
Brugdek altijd voorzien van een antislip laag, slijtlaag of gripstrips. Epoxy of bitumen.
-
Levensduur antislip-/slijtlaag minimaal 10 jaar
-
Vanwege de grote diversiteit aan mogelijke uitvoeringen is een standaarddetaillering niet praktisch. Per brug zal een specifiek Programma van Eisen moeten worden opgesteld. 30
Onderdeel
Eisen - Aan de hand van de vaarroutekaart dient te worden bepaald of een brug vast of beweegbaar dient te zijn. -
-
-
De levensduur van betonnen bruggen dient ten minste 100 jaar te zijn. De levensduur van houten bruggen dient ten minste 40 jaar te zijn. Uitgangspunt voor Haarlems vaarwater is een minimale doorvaarthoogte van 1,50 m ten opzichte van het hoogste vastgestelde waterpeil (boezem-/polderpeil). Mocht deze hoogte aantoonbaar ruimtelijk niet haalbaar zijn dan is de minimale doorvaarthoogte 1,20 m, gelegen in de as van de vaarweg. Daarnaast mag de doorvaarthoogte niet lager zijn dan de hoogste doorvaart van de aansluitende bruggen. Doorvaartbreedte, overspanning versus afstand pijlers minimaal 5,00 m en gelegen in de as van de vaarweg maar niet minder dan de grootste doorvaartbreedte van de aansluitende bruggen. Brugdekken van beton of staal-beton moeten voorzien worden van een waterdicht membraan
-
De levensduur van steigers dient ten minste 30 jaar te zijn.
-
Vanwege de grote diversiteit aan mogelijke uitvoeringen is een standaarddetaillering niet praktisch. Per viaduct zal een specifiek Programma van Eisen moeten worden opgesteld.
-
De levensduur van een viaduct dient ten minste 100 jaar te zijn. Inspectieput, hoekverdraaiing maximaal 135°, bij zwaar verkeer voorzien van zwaar verkeerdeksel.
-
Uitstroombak toepassen indien duiker niet minimaal 300 mm uit grondkering / talud steekt.
-
Minimale afstand tot naastgelegen dam, brug of stuw bedraagt 5,00 m. De uitstroombak dient te zijn vervaardigd uit beton.
-
De inspectieput dient te zijn vervaardigd uit beton.
-
Bodembescherming breuksteen, op onderlegger van vlechtmat of geotextiel. Bodembescherming toepassen bij stroomsnelheid groter dan 0,30 m/s. Daar waar mogelijk, zoveel mogelijk natuurlijke oevers toepassen c ecologisch beleidsplan 2013-2030
-
De levensduur van harde oevers dient ten minste 100 jaar te zijn.
-
De levensduur van half zachte oevers (beschoeiingen) dient ten minste 15 jaar te zijn. De levensduur van zachte oevers (groene en/of natuurvriendelijke oevers) dient ten minste 10 jaar te zijn.
-
Een betonnen in het werk gestorte L-muur dient te zijn uitgevoerd in betonklasse C45/55, XC4 of XF4
31
Onderdeel
Eisen - Het wapeningsstaal van een betonnen L-muur dient B500B te zijn. - Grondkering waarborgen tot minstens 1,00 m onder het niveau van de waterbodem grenzend aan de kade, om uitspoeling van grond achter de kade te voorkomen. De grondwaterstroom onder of door de kadeconstructie moet gegarandeerd blijven om grondwaterstijging achter de kade te voorkomen. - Dilatatievoegen: tussenafstand circa 25 m, breed 20 mm. Gronddicht afwerken. Secties onderling verbinden met deuvels. Let op de paalfundering. Ook metselwerk en dekstenen voorzien van voeg. Voeg afkitten. - Metselwerkfront: afwerking, authentiek uiterlijk. Halfsteens metselwerk, kruisverband. Verankeren aan beton, doorzetten tot minstens 200 mm onder laagste waterpeil, waterzijde direct doorstrijken tot minstens 300 mm boven waterpeil. - Dekstenen /deksloof: lxbxh: 1490x500x200 mm; voorzien van vellingkanten (waterzijde: 20x20 mm, landzijde: 10x10 mm); verbinden aan constructie middels deuvels (2 per deksteen) in gaten rond 20 mm (150 mm in constructie, 100 mm in deksteen); verlijmen met 2 componenten epoxyhars. - Redding trap, tussenafstand circa 100 m. Toepassen bij nieuwe constructies, bij kerende hoogte vanaf 0,30 m boven laagste waterpeil. - Autohekje t.b.v. voorkomen in het water geraken auto’s. Bovenkant 300 mm boven maaiveld. Buispaaltjes lang 500 mm, h.o.h.
1,50 m, in voorgeboord gat ø80 mm diep 200 mm in rollaag of deksteen, aangieten met krimparme mortel. - Doorvoeringen bij damwandconstructies dienen gronddicht afgewerkt te worden. - Een onderloopsheidscherm dient te worden uitgevoerd in Europees naaldhout, met ten minste de afmetingen bxd = 200x70 mm. - Achter de kadeconstructies dient een drainage aangebracht te worden, zodanig dat de waterstand aan beide zijden van de wand op gelijke hoogte blijft. - Drainage achter de kadeconstructie dient te voldoen aan de eisen zoals deze zijn opgenomen onder het PvE voor riolering en grondwater. - Bij betonnen L-wandconstructies drainage doorvoeren door betonvloer met drainagebuis in PVC Ø 100 mm h.o.h.. circa 5,00 m. - De tempex t.b.v. dilatatievoegen dient ten minste 0,15 N/mm2 te kunnen dragen en dient vuur dovend te zijn. -
-
-
De kit t.b.v. dilatatievoegen dient te zijn uitgevoerd met de afmetingen bxd= 20x20 mm, type Polysulfide IIC, met rugvulling. Deuvels t.p.v. dilatatie dienen te zijn uitgevoerd in S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt; minimaal rond 22 mm, lang 600 mm. Redding trap dient te zijn uitgevoerd in S235JR (Fe360B), 32
Onderdeel
Eisen thermisch verzinkt. -
Een autohekje dient ten minste de volgende eigenschappen te hebben: b 60,3 mm t=3,0 mm, S235JR (Fe360B), thermisch verzinkt.
-
Aanbrengen beschoeiing tot in vaste bodem watergang
-
Aanbrengen plasberm bij beschoeiing
-
Daar waar mogelijk langs de beschoeiingen een strook met een minimaal breedte van 0,50 m vlak afwerken (1:100) tussen de teen van het talud en de waterkant. Achter de beschoeiingen minimaal een strook van 1,00 m vrij houden van houtachtige beplantingen
-
Waterbouwwerken worden/zijn gerealiseerd volgens de praktijkrichtlijn Duurzame GWW.
-
Op plaatsen waar een harde beschoeiing wordt toegepast, moeten afhankelijk van de situatie en verkeersintensiteit ter plaatse, fauna-uitstapplaatsen worden gecreëerd met een h.o.h. afstand van ca. 50 m. Verontreiniging van oppervlakte water wordt/is voorkomen.
-
Deze moeten worden gemaakt van gerecyclede kunststoffen en dienen na gebruik recyclebaar te zijn (damplanken, brugdelen, beschoeiingen e.d.)
33
4.7
Kabels en leidingen
De aanleg van kabels en leidingen dient te worden uitgevoerd volgens het Standaardprofiel van de gemeente Haarlem.
Hieronder wordt een aantal standaardvoorwaarden genoemd. - Kabelbuizen moeten gebundeld en gestapeld worden gelegd. - Het is niet toegestaan kabels te leggen in de vrije zone, dat wil zeggen tussen de 55 en 80 centimeter onder straatniveau. - Bovendien mogen kabels in geen geval hoger worden gelegd dan 50 centimeter onder straatniveau. - Riool- en drainleidingen, alsmede huis- en kolkafvoerleidingen moeten volledig in stand worden gelaten. - Noodzakelijke afwijkingen hierop op het parkeerdek, moeten worden voorgelegd aan de gemeente ter goedkeuring. - Bij nieuwe tracés moeten HDPE-buizen onder de vrije zone worden aangebracht en bij bestaande tracés zo veel mogelijk. - De geul dient in gescheiden grondsoorten of verhardingen te worden ontgraven en in de juiste volgorde, met de bovenlaag vrij van puin, te worden teruggebracht. - De verdichtingsgraad van aangevulde sleuven dient minimaal 95% te zijn en/of 98% van de direct naastliggende grond. - Om verzakkingen te voorkomen dient de verdichting in lagen te geschieden van maximaal 30 centimeter, waarbij iedere laag afzonderlijk moet worden afgetrild. - Bij kruising van wegen en onder asfaltwegen moeten mantelbuizen worden aangebracht of doorpersingen of boringen worden gerealiseerd. Naast de standaardvoorwaarden kunnen aan een instemmingbesluit nog specifieke voorschriften worden verbonden.
34
4.8
Afvalinzameling
N.v.t., plaatsing geschiedt door Spaarnelanden op kosten van de Ontwikkelaar.
4.9
Straatmeubilair
De plaatsing van straatmeubilair geschiedt conform de voorschriften van de fabrikant. Bij de plaatsing van straatmeubilair met betonnen voeten dient de betonnen voet onder de bestrating te worden aangebracht.
35
5
Proceseisen
5.1 Inleiding Ontwikkelaar dient kwaliteitsmanagement toe te passen, waarmee hoogwaardige kwaliteit wordt geborgd voor zowel de processen als de producten gedurende ontwerpfase, uitvoeringsfase en nazorgfase. In dit hoofdstuk worden diverse procesomschrijvingen, proceseisen en daaraan gerelateerde producteisen beschreven die gemeente noodzakelijk acht om nader te beschrijven. Deze zijn niet uitputtend.
5.2 Planningsmanagement 5.2.1 Algemeen De Opdrachtnemer dient de Werkzaamheden met betrekking tot planningsmanagement te verrichten, zodanig dat de Werkzaamheden en afstemming daarover met de Opdrachtgever in de tijd worden beheerst en dat het Werk uiterlijk op de gestelde opleverdatum en eventueel gestelde mijlpaaldata wordt gerealiseerd. 5.2.2 Eisen aan planning De Ontwikkelaar dient een planning op te stellen gebaseerd op de vast te stellen verschillende projectonderdelen. Dit dient een integrale planning te zijn, waarbij de diverse ontwikkelingen in zijn opgenomen (zoals bibliotheek, nieuwbouw en openbare ruimte) alsmede de werkzaamheden van derden (zoals werkzaamheden K&L beheerders). Deze planning dient gerelateerd te zijn aan het algemeen tijdschema. In de planning zullen naast de door de Ontwikkelaar te leveren documenten, ook zaken als toetsing door de gemeente Haarlem, overleggen etc. worden opgenomen, waardoor op basis van de planning een goede tijdsgebonden projectbeheersing kan plaatsvinden. In de planning dient eenduidig, middels “milestones”, aangegeven te zijn wanneer de gemeente welke documenten kan verwachten. Specifiek willen we goed meegenomen worden in het ontwerptraject van de openbare ruimte (VO, DO en UO incl. onderbouwingen van riool, openbare verlichting, bomen en groen, parkeren en afvalinzameling).
Ontwikkelaar dient ook het participatie- en inspraaktraject, het traject van bestuurlijke vaststelling en vrijgave van het ontwerp, alsmede het vergunningsproces op te nemen in de planning. De planning dient geactualiseerd te worden naar aanleiding van wijzigingen of voortschrijdend inzicht.
5.3 Ontwerpen 5.3.1 Algemeen Het ontwerp van de Openbare Ruimte moet worden vastgelegd met tekeningen, berekeningen, adviezen, rapportages, werkplannen en tekstuele beschrijvingen van de uit te voeren werkzaamheden. De belanghebbende partijen dienen op elk onderdeel van het werk overeenstemming te bereiken. Om de documentstroom over het gehele werk te kunnen overzien dient dit op een systematische wijze uitgevoerd te worden, conform gebruikelijke ontwerpprocessen en fasen, zoals omschreven in de toelichting Standaardtaakbeschrijving 2014 van de DNR (STB 2014). Daarbij dient opdrachtnemer tevens verificatie en validatie (V&V) toe te passen in de vorm van een ontwerpnota, dusdanig dat het resultaat van de werkzaamheden expliciet en objectief aantoonbaar zijn met de eisen en geschikt voor het beoogde gebruikt.
36
Ontwerpen dienen, per fase (en afhankelijk van de fase in meer of minder mate), te bestaan uit: 1. Ontwerponderbouwing 2. Tekeningen 3. Berekeningen 4. V&V rapportage(s) 5. Werkplannen met bijbehorende keuringsplannen en vergunningen Met de ontwerpen dient te worden aangetoond dat het voldoet aan de gestelde eisen, waarbij ten minste op de volgende onderdelen inzicht moet worden verschaft: - Inrichting openbare ruimte / ruimtelijke kwaliteit - Toegepaste materialen - Verband in verharding - Tracés en ligging van de kabels en leidingen - Ligging, diameters, materiaal en bob maten van riolering en drainage - Ruimte voor kabels en leidingen onder wegen en trottoirs - Waterhuishouding - Aansluiting riolering - Functies in de openbare ruimte - Aanwezigheid en plaatsing van parkeerplaatsen - Plaatsing van ondergrondse afvalcontainers - Plaatsing en toegepaste materialen van openbare verlichting - Locatie van ondergrondse afvalcontainers - Locaties en typen groen, soorten beplanting - Plaatsing van bomen (locatie en technische uitvoering) - Breedte van wegen en trottoirs - Tracés van de kabels en leidingen - Locaties en typen groen - Breedte van wegen en trottoirs - Constructies 5.3.2 Eisen aan ontwerptekeningen De ontwerptekeningen die ingediend worden, moeten ten minste aan de volgende eisen voldoen: - Ontwerpen vervaardigen op basis van te verrichten digitale detailmetingen en op
basis van gegevens gegenereerd uit ‘Open Data Haarlem’; - Op het plan dienen de aanduidingen van de huidige en nieuwe kadastrale perceel grenzen te zijn aangegeven; - Op de grenzen van het beschouwde gebied moet duidelijk de plangrens zijn aangegeven, herkenbaar, dus niet dwars door straat en plantsoen en dergelijke; - Grenzen tussen openbaar en niet-openbaar (bestaand en uit te geven) in de nieuwe toestand; - Peilen van de toekomstige bebouwing in de nieuwe toestand en van de bestaande aanwezige aansluitende bebouwing ten opzichte van NAP; - Hoogten van het toekomstige maaiveld en van het oude maaiveld ten opzichte van NAP; - voldoende informatie van de buitenruimte (het buitengebied), zoals oppervlakten en functies (bijvoorbeeld voetpad, fietspad, rijbaan, parkeerstrook, speelplek, straatmeubilair, verlichting, putten, kolken, groen en bestrating, eventuele kunstwerken met de aanduiding van de materiaalsoorten); - Tekeningen dienen te worden gemaakt in een standaard CAD formaat.
37
5.4 Toetsing en Acceptatie De openbare ruimte die in dit project wordt ontworpen en aangelegd komt uiteindelijk bij de gemeente in beheer. Om de gerealiseerde openbare ruimte uiteindelijk in beheer te nemen wordt tijdens het proces op een aantal momenten getoetst of het ontwerp, respectievelijk de uitvoering, voldoet aan de daarvoor geformuleerde eisen. De gemeente toetst daarbij de ontwerpen en realisatie op hoofdlijnen. In Annex III van de Basisovereenkomst is het toetsing- en acceptatieplan van de gemeente beschreven. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de eisen ligt bij de ontwikkelaar. De opdrachtgever wenst zo veel als mogelijk op afstand te blijven, behoudens het toetsen van in de Annex opgenomen documenten. Echter de gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid bij de realisatie van dit werk. De gemeente houdt zich, naar redelijkheid en billijkheid, het recht voor om van onderdelen die niet expliciet in het toetsing- en acceptatieplan zijn beschreven de specificaties op te vragen en te toetsen. De Ontwikkelaar verleent hieraan zijn medewerking. Levering van documenten geschiedt zoveel mogelijk digitaal.
5.5 Verificatie en Validatie Om te waarborgen dat het ontwerp en uiteindelijk de realisatie van de openbare ruimte voldoet aan de gestelde uitgangspunten en eisen dient de Ontwikkelaar zelf, middels verificatie en validatie van de gestelde eisen, aan te tonen dat aan de eisen wordt voldaan. Dit geldt voor zowel de algemene eisen uit hoofdstuk 2 als de functionele en ontwerpeisen in hoofdstuk 3 en de technische eisen per domein (hoofdstuk 4). Hieronder de eisen die gesteld worden aan de verificatie en validatie: - De Ontwikkelaar dient de Werkzaamheden met betrekking tot verificatie en validatie te verrichten, zodanig dat de resultaten van de Werkzaamheden expliciet en objectief aantoonbaar in overeenstemming zijn met de eisen aan (onderdelen van) het Werk en geschikt zijn voor het beoogde gebruik van (onderdelen van) het Werk zoals vermeld in de UAV-GC 2005. - Een keuring als bedoeld in § 21 UAV-GC 2005 is een verificatie en validatie. - De Ontwikkelaar dient gelijktijdig met het analyseren per eis een geldige V&Vmethode te beschrijven en ter kennis te brengen van de gemeente.
- De V&V-methoden dienen: - te bestaan uit een bewijsvoeringmethode, een beoordelingscriterium, een beoordelaar en eventuele voorwaarden die invloed kunnen hebben op de verificatie en validatie; - betrekking te hebben op en relevant te zijn voor de betreffende eisen en (de onderdelen van) het Werk; - te voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de verificatie en validatie die bij de eisen in de Vraagspecificatie Eisen zijn genoemd. - De Ontwikkelaar dient een V&V-dossier op te stellen en actueel te houden. - Het V&V-dossier dient ten minste de tot dan toe verrichte verificaties en validaties te bevatten waarvan de volgende zaken zijn vastgelegd: - de betreffende objecten; - de betreffende eisen; - een beschrijving van de V&V-methode en afwijkingen ten aanzien van de geplande methode; - de bewijsvoeringmethode; - het beoordelingscriterium; - de eventuele voorwaarden die invloed kunnen hebben op de verificatie; - de functionaris die de V&V-activiteit heeft verricht (naam en 38
-
functie); het objectieve resultaat van de V&V-activiteit (waarde); de beoordelaar (naam en functie); het resultaat van de beoordeling. De Ontwikkelaar dient op basis van het verzamelde bewijs te beoordelen, vast te stellen en te verklaren dat aan de eisen is voldaan.
5.6 Oplevering en overdracht De ontwikkelaar dient 2 weken vóór oplevering een volledig opleverdossier aan te leveren.. De oplevering van de openbare ruimte vindt pas plaats als de openbare ruimte is overgedragen conform het protocol van overdracht. Het protocol van overdracht beschrijft de wijze waarop de gerealiseerde openbare ruimte wordt overgedragen van achtereenvolgens de aannemer naar Ontwikkelaar, en van de Ontwikkelaar naar de gemeente. Het Protocol van overdracht is toegevoegd als bijlage bij dit PvE. Eisen die worden gesteld in het protocol zijn bindend. 5.6.1 Eisen aan het opleverdossier Het opleverdossier dient digitaal te worden aangeleverd en dient ten minste te bevatten: - Inhoudsopgave; - De definitieve versies van alle Documenten die binnen deze overeenkomst ter kennis zijn gebracht van de Opdrachtgever; - As-built tekeningen van permanente objecten en in de grond achtergebleven (hulp)constructies in pdf en in CAD formaat, incl. Toegepaste materialen.
- Documentatie revisie riolering en drainage; - Documentatie revisie openbare verlichting; - Opleverinspectie rioleringssysteem; - Ingevuld formulier “Areaalwijzigingen dagelijks beheer en onderhoud”; - Garantiecertificaten; - Test- en Keuringsrapporten; - Vergunningen/verklaring van geen bezwaar van de vergunningverleners; - Notulen van vergaderingen; - Wijzigingendossier; - Productcertificaten van de geleverde en verwerkte materialen; - Afvalstoffenadministratie; - Klachtenregister; - Huisaansluitingenregister; - Installatie beschrijvingen , tekeningen, schema's en gebruikshandleidingen / voorschriften; - Ondertekende formulieren zoals omschreven in het Protocol van overdracht. - Documentatie kunstwerken: - toelaatbare belastingen (verkeersklasse VOSB); - leveranciers (prefab beton, hekwerken ed.); - typenummers van toegepaste materialen (bijvoorbeeld tegenwerk); - kleurnummers van schilderafwerking; - garantieverklaringen verstrekt door leveranciers/hoofdaannemer.
39
Bijlage 1 Protocol van overdracht
Protocol van Overdracht van
Openbare ruimte Schalkwijk Centrum / fase II, gemeente Haarlem
40
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................42
2
Voortraject .....................................................................................................43
3 Overdracht aan gemeente Haarlem ...................................................................44 3.1 Verzoek tot overdracht 44 3.2 Vooropname 44 3.2 Opname en overdracht van de openbare ruimte 44 3.3 Overdracht van openbare ruimte naar beheer van gemeente Haarlem. 45 3.4 Onderhoudstermijn 46 3.5 Eindinspectie voor het gehele gebied 46 3.6 Verantwoordelijkheden / aansprakelijkheden 46 4. Over te dragen documenten ..........................................................................47 MODEL A : PROCES VERBAAL VAN INGEBRUIKNAME 48 MODEL B : PROCES VERBAAL VAN OVERDRACHT 49 MODEL C : PROCES VERBAAL VAN EINDINSPECTIE 50 Bijlage A Protocol van Overdracht: Standaard overdrachtsdocument Bijlage B Hoeveelhedenstaat areaalwijzigingen Bijlage C PvE Opleveringsinspectie riolering
51 53 56
41
1
Inleiding
Ontwikkelaar is onder meer verantwoordelijk voor de voorbereiding, realisatie en herinrichting van wegen, rioleringen, groengebieden etcetera, kortweg van de openbare ruimte rondom de vastgoedontwikkeling van fase 2 centrum Schalkwijk. Op enig moment na de realisatie zal de Ontwikkelaar de openbare ruimte in eigendom, beheer en onderhoud moeten overdragen aan verschillende eigenaren en beheerders. Afhankelijk van welk onderdeel van de openbare ruimte het betreft, zullen dat verschillende eigenaren en beheerders zijn:
Straten, pleinen Parken, groen, speelplekken Nevenwatergangen, riolen Bluswatervoorzieningen
eigenaar Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem
Uitgangspunt is dat overdracht plaats vindt van complete plandelen. De gemeente zal de overdracht accepteren middels een overdrachtsdocument. In dit zogeheten 'protocol' zullen de overdrachtsprocedures met de verschillende partijen gebundeld zijn beschreven, teneinde per deelgebied tot een gelijktijdige overdracht van de Ontwikkelaar aan alle partijen te komen. Voor wat betreft de overdracht van beheer en onderhoud geldt dat vanaf het moment van overdracht, de volledige verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de openbare ruimte wordt overgenomen van de Ontwikkelaar (slechts met uitzondering van eventuele uitsluitingen). Dit impliceert dat de Ontwikkelaar tot het moment van overdracht verantwoordelijk is voor het onderhoud van de openbare ruimte, (incl. speelterreinen) met uitzondering van de publieke taken als wetshandhaving, ophalen huisvuil, stroomlevering t.b.v. openbare verlichting et cetera. Deze laatste taken zijn, ook vóór de overdracht van de openbare ruimte, de verantwoordelijkheid van de Gemeente Haarlem vanaf de oplevering van de gebouwen.
42
2
Voortraject
De Gemeente Haarlem is als (toekomstig) beheerder van het grootste deel van de openbare ruimte ook intensief betrokken bij het ontwikkelings- en realisatietraject. In formele zin is de rol van de Gemeente in die fasen echter beperkt tot het beoordelen van fasedocumenten. In dit kader zijn er de volgende, door de Gemeente te beoordelen fasedocumenten (niet limitatief): 1. Voorlopig ontwerp openbare ruimte 2. Definitief ontwerp openbare ruimte 3. Uitvoeringsontwerp openbare ruimte
43
3
Overdracht aan gemeente Haarlem
In de procedure naar het in onderhoud nemen van de openbare buitenruimte door de Gemeente Haarlem zijn in hoofdlijnen de volgende stappen/momenten te onderscheiden: 1. Verzoek tot overdracht 2. Vooropname door de gemeente Haarlem 3. Opname van het werk door de gemeente Haarlem en overdracht van de openbare buitenruimte aan de gemeente Haarlem 4. Onderhoudstermijn Het proces van realisering en overdracht van de openbare buitenruimte wordt hieronder nader toegelicht.
3.1
Verzoek tot overdracht
Zodra de Ontwikkelaar van oordeel is dat het Werk gereed is voor overdracht, zendt hij een schriftelijk verzoek daartoe aan de Opdrachtgever. Bij dit verzoek zijn de documenten t.b.v. de verificatie en validatie van de gestelde eisen bijgevoegd.
3.2
Vooropname
De gemeente toetst, samen met de Ontwikkelaar, of er zichtbare gebreken aan het werk zijn die noodzakelijk hersteld moeten worden.
3.2
Opname en overdracht van de openbare ruimte
Na het eventueel herstel van geconstateerde gebreken bij de vooropname wordt een inspectie gehouden. Het resultaat van de inspectie wordt door de Gemandateerde van de Gemeente Haarlem vastgelegd in een "Proces Verbaal van Inspectie voor Overdracht" (overeenkomstig model B). Voor de oplevering van de riolering geldt het ‘PvE opleveringsinspectie riolering’ welke als bijlage D bij het PvE is toegevoegd. Voor de inspectie van rioleringen dient Ontwikkelaar een video inspectie uit te voeren. Voor de inspectie van drainageleidingen dient de Ontwikkelaar een gangbaarheidscontrole door middel van doorspoeling te houden. Het resultaat dient in een rapportage te worden vastgelegd. Bij goedkeuring van het werk door de gemeente Haarlem, wordt het proces verbaal door beide partijen getekend. Kleine gebreken, die op korte termijn kunnen worden verholpen en een openbaar gebruik van de werken niet in de weg staan, kunnen geen reden zijn tot onthouding van goedkeuring. De Ontwikkelaar is gehouden deze gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen. Deze gebreken staan vermeld in het Proces Verbaal van Inspectie voor Overdracht. Voor de revisie en inspectie van riolering gelden de volgende eisen: - Eisen die zijn gesteld in ‘PvE opleveringspectie riolering’ - De opleverinspectie dient te worden uitgevoerd en beoordeeld conform de geldende NEN-normen en NPR 3398.
Revisiegegevens, inclusief uitsluitend Panorama (IBAK)video inspecties, aanleveren binnen 14 dagen na oplevering. Inspectie en beelden op USB-stick of harde schijf aanleveren. 44
-
-
-
Het rioleringswerk dient te worden beoordeeld conform EN 13508-1 buitenriolering "inspectie en toestand beoordeling door middel van video-inspectie van riolen" en EN 13508-2 buitenriolering "classificatiesysteem" bij visuele inspectie van riolen". Alle toestandsaspecten moeten minimaal gelijk aan klasse 1 zijn. Na het aanbrengen van de hoofdriolering dienen de werkelijke (of eventuele afwijkende definitieve) hoogtematen van b.o.b. (binnen onderkant buis) en straathoogten opnieuw ingemeten te worden en op een revisietekening te worden vermeld. Ook de inlaten (b.o.b.) vanuit de inspectieputten dienen te worden ingemeten en als basis te dienen voor de rioolinspectie. Aansluitleidingen intekenen op de digitale revisietekening. Revisietekeningen (incl. maatvoering van inlaten en aansluitingen) maakt, vervaardigd in het R.D.-stelsel (Rijks Driehoek Stelsel) op DGN,SUF-RIB2 formaat (laatste versie) via de vastgestelde laagindeling. Aandachtspunt zijn de correcte coördinaten en de verplichte hellingshoek meting. Bestaande riolering op basis van bestaande riooltekening en bestaande putnummers. Lege SUF-tekening is te verkrijgen bij de gemeente.
Overdracht drainage Na afloop van de werkzaamheden wordt het drainsysteem schoon opgeleverd, de Ontwikkelaar levert een in de GBKH ingemeten revisie, hoogten ingemeten t.o.v. NAP, op schaal 1:200. De revisie wordt op tekening en digitaal (DGN-formaat) aan de directie overgedragen. Voor revisie en inspectie van de openbare verlichting gelden de volgende eisen: - Na plaatsing van de openbare verlichting dienen de exacte locaties te worden vastgelegd. - Daarbij dienen de volgende gegevens in te worden opgenomen: Locatiegegevens, datum, type, aantal, hoogte, nummer, materiaal, oppervlaktebehandeling, specificaties lichtbron en dimmer (allen conform paspoort afdeling DIA, gemeente Haarlem). - Vastlegging geschiedt dmv verwerken op een Toughtbook op locatie door Ontwikkelaar. - Toughtbnook dient gereserveerd te worden bij afdeling DIA van de gemeente Haarlem. Gebruik conform bijgeleverde instructies DIA.
3.3
Overdracht van openbare ruimte naar beheer van gemeente Haarlem.
Volgend op de inspectie en het herstel van eventuele gebreken wordt de openbare ruimte overgedragen aan de gemeente, die deze in beheer neemt. De overdracht vindt plaats door de ondertekening van het proces verbaal door de Ontwikkelaar en de Gemeente Haarlem na de inspectie voor overdracht. De Ontwikkelaar garandeert hierbij dat de openbare ruimte normaal gebruikt wordt, d.w.z. dat er geen bouwverkeer meer door het overgedragen gebied gaat. Bij de overdracht gaan het onderhoud en beheer van de openbare ruimte, de rioleringen en drainage over naar de Gemeente. Bij de overdracht gaat het economisch eigendom (terug) over naar de Gemeente. Vanaf dat moment is de Ontwikkelaar niet meer aansprakelijk voor het optreden van verouderingsschade die een gevolg is van normaal gebruik van de openbare ruimte. Ontwikkelaar dient een hoeveelhedenstaat in te vullen van de wijzigingen in het areaal van de openbare ruimte. De invullijst hoeveelhedenstaat zijn als bijlage B bij protocol toegevoegd.
45
3.4
Onderhoudstermijn
De onderhoudstermijn zoals bedoeld in paragraaf 27 van de UAV-GC 2005 bedraagt 3 maanden, tenzij in de eisen anders is opgenomen.
3.5
Eindinspectie voor het gehele gebied
Na de onderhoudstermijn zal het werk wederom worden opgenomen om te constateren of de Ontwikkelaar aan zijn verplichtingen heeft voldaan. De procedure is hierbij analoog aan de procedure bij de overdracht. Met de ondertekening van het Proces Verbaal van Eindinspectie (model C) eindigt de onderhoudstermijn officieel.
3.6
Verantwoordelijkheden / aansprakelijkheden
Gedurende het gehele proces vanaf bouw tot en met het einde van de (contract-) verplichtingen van de Ontwikkelaar, zijn er drie aansprakelijkheden te onderscheiden: voor schade die wordt veroorzaakt door derden (niet zijnde gebruik van de buitenruimte of verkeer in opdracht van de Ontwikkelaar); voor onvolkomenheden t.o.v. het UO en voor verborgen gebreken. Gedurende het proces kunnen drie partijen aansprakelijk zijn voor deze schaden: de aannemer, de Ontwikkelaar en de Gemeente Haarlem. Wanneer wie aansprakelijk is waarvoor is aangegeven in de volgende tabel: Derden Tot overdracht
De Ontwikkelaar
Onvolkomenheid t.o.v. UO De Ontwikkelaar
Verborgen gebreken De Ontwikkelaar
Onderhoudstermij n (na overdracht)
Gemeente Haarlem
De Ontwikkelaar
De Ontwikkelaar
Beheer (na overdracht)
Gemeente Haarlem
Gemeente Haarlem
De Ontwikkelaar
46
4.
Over te dragen documenten
De volgende documenten worden bij de overdracht aan de gemeente in enkelvoud overgedragen : 1. Ondertekend Proces Verbaal van Ingebruikname (model A) 2. Proces Verbaal van Overdracht (model B) 3. Proces Verbaal van eindinspectie (model C) 4. Ondertekend overdrachtsdocument (bijlage A) 5. Standaard overdrachtsdocument en de daarin gevraagde bijlagen (zie bijlage B) 6. Concept hoeveelhedenstaat van wijzigingen (zie bijlage C) 7. Financiële consequenties overdracht; 8. Gereviseerde tekeningen openbaar - niet openbaar gebied. 9. Set met relevante afspraken met project ontwikkelaars, verhuurders en eigenaren over bijvoorbeeld beheer en onderhoud pompinstallaties, drainageen andere leidingen, transformatoren, gebruik parkeergelegenheden, uitritten, zakelijke rechten etc. 10. Afschriften van aanvragen van of toekenningen van verkeersbesluiten. 11. Evaluatierapporten Bodemsaneringen 12. Alle documenten die betrekking hebben op de uitgevoerde werken: zie bijlage B
47
MODEL A : PROCES VERBAAL VAN INGEBRUIKNAME Project (locatie)
Op .... vond de Ingebruikname plaats van de werken: in deelgebied ......., project ......, binnen de begrenzingen aangegeven op aangehechte kaart ….
Geconstateerd is dat de navolgende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd in opdracht van de Ontwikkelaar :
Opgemaakt te ....... d.d.. Namens de Ontwikkelaar : Namens de Gemeente :
48
MODEL B : PROCES VERBAAL VAN OVERDRACHT Project (locatie) Op ……… vond de beheersoverdracht plaats van de werken: in deelgebied ………., project ……, binnen de begrenzingen aangegeven op bijgevoegde kaart, …... Met ondertekening van dit Proces Verbaal van Overdracht zijn, conform het protocol, de hiervoor genoemde werken door de Ontwikkelaar in beheer aan de Gemeente Haarlem overgedragen. 1. De overgedragen werken bevinden zich in de (nieuw)bouwlocatie ………., binnen de op aangehechte kaart aangegeven dikke stippellijn. (bijlage …..1) 2. De overgedragen werken zijn: - ………… , overeenkomstig UO …., revisie dd. ………, inspectiegegevens; - ………… , overeenkomstig bestekken …., revisie dd. ………, inspectiegegevens; 3. De oppervlakte van de overgedragen Openbare Ruimte bedraagt … m2 (zie ook bijlage ….) 4. Met de Ontwikkelaar is afgesproken dat de volgende werkzaamheden nog in de onderhoudsperiode zullen worden uitgevoerd: Zie bijlage ….2: Locatiespecifieke zaken
Opgemaakt te ....... d.d.. Namens de Ontwikkelaar : Namens de Gemeente :
49
MODEL C : PROCES VERBAAL VAN EINDINSPECTIE Project (locatie) Op ……… vond de eindinspectie plaats van de werken: in deelgebied ......., project ......, binnen de begrenzingen aangegeven op aangehechte kaart ….
Opgemaakt te ....... d.d.. Namens de Ontwikkelaar :
Namens de Gemeente:
50
Bijlage A Protocol van Overdracht: Standaard overdrachtsdocument Overdrachtsdocument Opgesteld dd………………….
(inclusief aanleveren revisiegegevens)
Identificatie Project: Korte omschrijving: Projectnummer: Datum projectopdracht: Opstellers document
Namens opdrachtgever/ ontvangende partij
Procesmanager:
Namens Ontwikkelaar/ overdragende partij
Projectleider (1e aanspreekpunt):
Beheerder Gebied:
Uitvoerder (eindverantwoordelijke uitvoerende partij):
(projectleider) Overdracht en projectevaluatie Tekeningnummer(s): Bestek: Proces verbaal van oplevering: Einde onderhoudstermijn: Geconstateerde gebreken en afspraken m.b.t. herstel Werk uitgevoerd conform projectopdracht / p.v.e.? (technische) afwijkingen t.o.v. projectopdracht / p.v.e.:
(van de aannemer)
ja / nee
Opmerkingen ten aanzien van opdrachtformulering: Overige opmerkingen t.a.v. voorbereidingstraject: Overige opmerkingen t.a.v. realisatietraject: Revisiegegevens Betreft areaaluitbreiding Nieuwe eigendomsgrenzen Wegen:
ja / nee ja / nee Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Riolering:
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Kolken:
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Zo ja, specificatie
(stelseltype, fundering, etc)
51
(type, aantal, etc)
Drainage:
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Grondwater:
Mutaties: ja / nee Mutaties: ja / nee
Verandering (ja/nee)
Groen:
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Speelvoorzieningen:
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
OV:
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Energie (pompen/gemalen):
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Oevervoorzieningen:
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Kunstwerken:
Mutaties: ja / nee
Zo ja, specificatie
Straatmeubilair:
Zo ja, specificatie (prullenbak, bank, aantal, etc)
(boomtype, leeftijd, type heester, aantal, etc)
(type, valondergrond, aantal, etc)
(masttype, lamptype, armantuur, aantal,etc)
(type, aantal)
(type, lengte)
3.1.1 Bijlagen Digitale bestekstekeningen: Bestek: Gewijzigde opzichterstekeningen: Revisietekeningen: Overig: Naam: Akkoord Ontwikkelaar
Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Naam: Akkoord opdrachtgever
52
Bijlage B Hoeveelhedenstaat areaalwijzigingen
eenh Verhardingen, perceel asfaltherstel en markering 3: asfalt gemiddeld belast m2 4: Asfalt licht belast m2 5: Asfalt woongebied m2 6: Asfalt verblijfsgebied m2 7: Asfalt fietspad m2 5: Beton m2 Totaal
Hoeveelheid areaal wijziging Areaal Areaal Areaal oud nieuw wijziging -
Verhardingen, perceel elementenverharding en straatmeubilair 3: Elementen gemiddeld belast m2 4: Elementen licht belast m2 5: Elementen woongebied m2 6: Elementen verblijfsgebied m2 7: Elementen fietspad m2 Verkeersborden: Dragers stuks Verkeersborden stuks Verkeerszuilen stuks Niet beweegbare afzettingspalen stuks Zitbanken stuks Afvalbakken stuks Anti-parkeerpalen stuks Fietsenrekken stuks Straatnaamborden stuks Boomrooster stuks Boombeschermer stuks Hondenpalen stuks Hekwerken m1 Totaal
-
Groen en spelen Bomen in gras Bomen in verharding Bomen in groen Bomen in bos Bomen knot en lei Gazon Heesters Bosplantsoen Ruw gras bermen Hagen Kruidachtige Losse bloembakken Halfverharding Speelelementen klein Speelelementen middel Speelelementen groot Rijdend spel Bal spel Valondergronden Totaal
-
stuk stuk stuk stuk stuk m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 stuks stuks stuks stuks stuks m2
53
Openbare verlichting Standaard armatuur Niet S. armatuur Markkasten Spandraden, muurbouten, bevelsteunen Tunnelverlichting Wandarmatuur Voetgangersoversteekplaats verlichting Totaal
stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks
-
Verkeerstechniek, bewegwijzering en bebording VRI's stuks Bollards stuks PRIS stuks Flitskasten stuks Camera's stuks Glasvezelnetwerk m1 Totaal
-
Kunstwerken en Oevers, perceel Kunstwerken en Oevers Beschoeiing bet/ht/ks m Damwand stl/ht/bet. m Damwand Hout m Damwand Staal m Taludbescherming Basalt/Grassteen m Taludbescherming Beton/Stortsteen m Glooiing m Kademuur Basalt/Beton m Kademuur Metselwerk m Kademuur m Natuurlijk m Natuurvriendelijke m Afmeervoorziening m Wachtplaatsvoorziening m Aanvaarbescherming stuks Drenkelingtrappen stuks Remmingswerk m Bolders stuks Ringen stuks Watertappunten stuks Scheepvaartkasten stuks Bebording langs de waterkant stuks Houten. Brug m2 Verkeersbrug, beton m2 Verkeersbrug, beton/staal m2 Tunnel m2 Viaduct m2 Steigers m2 Totaal
-
Kunstwerken en Oevers, perceel Beweegbare bruggen Beweegbare brug m2 Totaal
-
Riolering en grondwater drukrioolpomp
54
fontein gemaal persleiding VWA riool HWA riool putdeksels kolken lijngoten drainageleiding drainagepomp peilbuizen huisaansluitingen in openbare ruimte Totaal
-
Totaal
55
Bijlage C PvE Opleveringsinspectie riolering Is als aparte bijlage bij het PvE Openbare ruimte centrum Schalkwijk fase 2 toegevoegd
56
Bijlage 2 Plangrenzen openbare ruimte Schalkwijk Centrum / fase II
57
58