CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage H - Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2024 - getekend

gemeenteraad 21 december 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Haarlemse belastingvoorstellen 20242.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2024 De raad van de gemeente Haarlem;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 november 2023;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 225 van de Ge­ meentewet en de vigerende Parkeerverordening; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2024

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan

onder: A.

autodelen: computer van de gemeente Haarlem of de computer van het bedrijf waarmee de gemeente Haarlem een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van

parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon, ander communicatiemiddel of webbrowser;

B.

centrale computer: computer van de gemeente Haarlem of de computer van het bedrijf

waarmee de gemeente Haarlem een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de regi­ stratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied

van betaald parkeren met gebruik van een telefoon, ander communicatiemiddel of web­ browser;

C.

college: het college van burgemeester en wethouders van Haarlem;

D.

houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aange­ houden register van opgegeven kentekens, met dien verstande dat tevens als houder wordt aangemerkt:

E.

degene die middels een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor be­ doelde register was ingeschreven; 2. degene die lid is van de Vereniging voor Gedeeld Autogebruik en die middels een verklaring van de houder van het motorvoertuig kan aantonen dat hij medegebrui­ ker van dit motorvoertuig; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

F.

motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van

1.

brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

G.

parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

H.

parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voer­ tuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk

in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op bin­ nen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of wegge­

deelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verbo­ den; I.

woonadres: een adres dat volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) een

woonfunctie heeft.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

A.

een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krach­ tens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen

plaats, tijdstip en wijze;

B.

een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parke­ ren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het mo­

torvoertuig heeft geparkeerd. 2.

Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: A.

degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belas­ ting te willen voldoen;

B.

zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft

plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

i. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt over­

gelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt

aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; ii. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven,

die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander

tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelij­ kerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergun­

ning heeft aangevraagd. 5.

De belastingen genoemd in artikel 2, onderdeel a en b zijn niet verschuldigd indien het

voertuig voorzien is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, mits deze duidelijk zicht­

baar achter de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht, of het kenteken in de lan­ delijke database digitaal geregistreerd staat als gehandicaptenparkeerkaarthouder.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak 1.

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij

deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. 2.

Voor belastingbedragen tot € 10,00, voor de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel

b, voor zover deze belasting bij wege van aanslag wordt geheven, vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet

verenigde verschuldigde bedragen parkeerbelastingen of andere heffingen aangemerkt

als één belastingbedrag.

Artikel 5 Wijze van heffing 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op

aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parke­

ren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met in­

achtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt bij wege van aanslag geheven.

3.

Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het par­ keren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen

op de centrale computer.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte betaald

worden bij de aanvang van het parkeren. 2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aan­ gifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de

aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het

via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

3.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald binnen twee maan­

den na dagtekening van het aanslagbiljet. 4.

In afwijking van het derde lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet

verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door

middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds één maand later.

5.

In afwijking van het vierde lid, moet de belasting bedoeld in onderdeel 4 van de Tarieven­ tabel, zolang het verschuldigde bedrag door middel van automatische incasso kan worden

afgeschreven, worden betaald in één termijn. De termijn vervalt op de laatste dag van de

tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 6.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande leden gestelde termij­

nen. 7.

Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het col­

lege bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a,

bedragen € 76,70.

Artikel 10 Nadere bepalingen inzake vergunningen 1.

Als een parkeervergunning wordt ingetrokken of vervalt wordt ontheffing van de ter zake verschuldigde parkeerbelasting verleend over de nog niet aangevangen kalendermaanden

waarop de vergunning betrekking heeft. 2.

Indien als gevolg van maatregelen door of met instemming van het college de vergunning­ houder over een gedeelte van het tijdvak waarvoor de parkeervergunning geldt, geen ge­

bruik kan maken van de parkeervergunning, wordt ontheffing van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, verleend over het aantal volle kalendermaanden waarin

dat gebruik niet mogelijk is geweest.

3.

Over aanslagbedragen welke op jaarbasis lager zijn dan € 10,00 wordt geen ontheffing op

basis van het voorgaande lid verleend.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

De 'Verordening parkeerbelastingen 2023' van 15 december 2022 wordt ingetrokken met

ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien ver­ stande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum heb­

ben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendma­ king.

3.

4.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen Haarlem 2024'.

'astaesteld in de raadsvergadering d.d. 21 december 2023. iffier,

V

de voorzitter,

Bijlage 1 Tarieventabel parkeerbelas­ tingen Haarlem 2024 Behorende bij de Verordening parkeerbelastingen Haarlem 2024

Tarieventabel 1 Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:______________ 1.1 in Zone B_______________________________________ 1.2 In Zone C_______________________________________ 1.3 In Zone D

1.3.1

In Zone D

1.4 1.5 1.6 1.6.1 1.7

In Zone E________________________ In Zone S________________________ In Zone Stop&Shop, eerste 30 minuten In Zone Stop&Shop, na 30 minuten Betaald parkeerplaatsen niet zonaal

2

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:

2.1 2.2

2.4

voor een bewonersparkeervergunning in zone B of zone S voor een bewonersparkeervergunning in zone C voor een eerste vergunning / eerste auto_____________________ voor een bewonersparkeervergunning in zone C voor een tweede vergunning / tweede auto___________________ voor een bewonersparkeervergunning in zone E voor een eerste vergunning / eerste auto_____________________ voor een bewonersparkeervergunning in zone E voor een tweede vergunning / tweede auto___________________ Voor een verhuisparkeervergunning

2.5

voor een tijdelijke parkeervergunning in zone B

2.6

voor een tijdelijke parkeervergunning in zone C

2.7

voor een tijdelijke parkeervergunning in zone E

2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14

vooreen tijdelijke parkeervergunning i.v.m. een uitvaart voor een gehandicaptenparkeervergunning____________ voor een bedrijfsparkeervergunning in zone B of zone S voor een bedrijfsparkeervergunning in zone C__________ vooreen bedrijfsparkeervergunning in zone E__________ voor aanschaf van een bezoekersparkeervergunning voor een mantelzorgparkeervergunning tot een maximum van € 90,00 conform de tarieven in onderdeel 3________ voor een volkstuinparkeervergunning voor een hulverlenersparkeervergunning______________ vooreen maatschappelijke parkeervergunning

2.2.1

2.3

2.3.1

2.15 2.16 2.17

per 60 minuten per 60 minuten per 60 minuten

€6,05 €4,15 €4,15

maximaal dagtarief__________ per 60 minuten per 60 minuten vast tarief per 60 minuten per 60 minuten

€4,75 €2,10 €1,25 €0,65 €4,15 €4,15

per kalenderjaar per kalenderjaar

€221,04 € 122,04

per kalenderjaar

€455,04

per kalenderjaar

€ 78,00

per kalenderjaar

€ 290,04

Zie tarief bewonersparkeerver­ gunning_______ per dag_______ € 44,90 € 22,40 per dagdeel per dag_______ € 25,30 € 12,70 per dagdeel per dag_______ € 16,60 per dagdeel €8,30 per dag_______ €0,00 per kalenderjaar €0,00 per kalenderjaar € 243,00 per kalenderjaar € 227,04 per kalenderjaar €210,00 per kalenderjaar €0,00 per kalenderjaar €0,00

per kalenderjaar per kalenderjaar per kalenderjaar

€ 78,00 € 374,04 € 177,96

per kalenderjaar

€221,04

per kalenderjaar

€ 122,04

2.20

voor een commerciële deelautoparkeervergunning met vaste standplaats1________________________________ voor een commerciële deelautoparkeervergunning zonder vaste standplaats (zone floating)2____________________ voor een particuliere deelautoparkeervergunning3

per kalenderjaar

2.21

voor een parkeervergunning gemeentelijke dienstvoertuigen

per kalenderjaar

Zie tarief eerste of tweede bewonersvergunning van de be­ treffende zone(s) €0,00

3

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als be­ doeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt bij gebruik van de bezoekersparkeervergunning:_______________________ in zone B tot een maximum van € 25,- per jaar:_________ van maandag t/m vrijdag van 09:00 uur tot 17:00 uur op zondag van 13:00 uur tot 23:00 uur________________ in zone C en E tot een maximum van € 125,- per jaar: van maandag t/m vrijdag van 09:00 uur tot 17:00 uur van maandag t/m vrijdag van 17:00 uur tot 23:00 uur, zaterdag van 09:00 tot 23:00 uur en zondag van 13:00 tot 23:00 uur

per 60 minuten per 60 minuten

€0,13 €0,26

per 60 minuten per 60 minuten

€0,13 €0,26

2.18

2.19

3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1 3.2.2

Behorende bij het raadsbesluit van 21 december 2023.

De griffier van Haarlem

1 2 en 3: Deze parkeervergunning bestaat alleen zodra de

Parkeerverordening 2023 is vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13698704/1