Bijlage F Nota van beantwoording van de inspraakreacties op het Volkshuisvestingsprogramma
Tekst van het document
We vinden het een goed idee om te onderzoeken of/welke ondersteuning voor gemeenschapsvorming in gemengde VvE complexen mogelijk is. We willen dit met de Waakvlam en de corporaties in het kader van de prestatieafspraken bespreken.
nee
De Waakvlam
Dank voor deze aanmoediging. We werken aan een pilot voor 2025 en zetten in op een structureel vervolg vanaf 2026.
nee
20.7 Schimmel: Schimmel is al jaren een pijnpunt voor De Waakvlam. Het is vies, ongezond en te veel huurders hebben er last van. Aangewakkerd door de huurders staat het onderwerp gelukkig nu ook op de agenda van de Haarlemse politiek en van de corporaties. Omdat er nog steeds te veel Haarlemmers in slechte omstandigheden zitten, is het belangrijk om de aanpak door te zetten. Het inzetten van een onafhankelijk schimmelexpert komt ten goede van de huurder, vooral in de situaties waar oplossingen niet eenvoudig zijn.
De 20.8 Huurderssteunpunt:Het huurderssteunpunt is een goede mogelijkheid om de positie van de Waakvlam huurders te verbeteren. Ook kan het huurderssteunpunt de huurdersorganisaties onder de aandacht brengen bij huurders om de positie van de huurdersorganisaties te verbeteren. Zo kunnen we elkaar versterken. Samenwerking is hierin belangrijk. Wij kunnen namelijk huurders doorverwijzen wanneer de casus erom vraagt en andersom kan het steunpunt ook huurders naar ons doorverwijzen. Zo profiteren we allebei van elkaars bestaan.
Dank voor dit aanbod. De verantwoordelijk ambtenaar neemt contact op met de Waakvlam om nee de mogelijkheden te bespreken.
De 20.9 Draagvlak en participatie bij verduurzaming: Wij willen aan de gemeente vragen hoe het de Waakvlam bewoners en huurders zal blijven betrekken in de energietransitie en het verduurzamingsoffensief. Bewoners met de kleinste portemonnee zouden niet de kosten moeten dragen van duurzaamheidsbeleid. Ze betalen al mee aan de nieuwbouw, renovatie en onderhoud van de corporaties, de verduurzaming kunnen ze niet ook nog dragen. Het is van belang dat bewoners het eerlijke verhaal te horen krijgen. Dit betekent blijvend investeren in gedegen informatievoorziening. De manier waarop het gaat bij Warmtenet Schalkwijk, met o.a. sessies met experts die uitleggen wat het in de praktijk voor bewoners betekent, lijkt ons een mooi voorbeeld van hoe het goed kan gaan. Het lijkt ons vanzelfsprekend dat dit de standaard is en blijft.
Het college deelt de zorgen over draagvlak en betaalbaarheid. De energietransitie kan alleen nee slagen als bewoners goed worden meegenomen in het proces en als verduurzaming betaalbaar blijft voor iedereen. Daarom blijven we investeren in participatie en communicatie, met speciale aandacht voor bewoners met een kleinere portemonnee.
21
Inspraakreactie vanuit Pré Wonen (zie ook bijlage met bundeling van inspraakreacties per brief) 1 beschikbaar en betaalbaar
21.1 · Ambitie en realiteitscheck woningbouwdoelen Het VHP stelt als speerpunt een netto toevoeging Pré Wonen van 12.000 woningen in 2040. De looptijd van het programma is echter korter: tot 2030, met als tussendoel een groei van 10.000 woningen ten opzichte van 2022. In de praktijk betekent dit dat er 7.000 woningen moeten worden gerealiseerd in de komende 5 jaar, en nog 2.000 woningen in de daaropvolgende 10 jaar. Deze verhouding - 7.000 in 5 jaar tegenover 2.000 in 10 jaar - roept vragen op over de haalbaarheid. Zeker omdat het VHP zelf aangeeft dat locatieontwikkeling vaak vertraging oploopt. Tegelijkertijd stelt het programma dat projecten uiteindelijk meestal wel worden gerealiseerd. Dat maakt het extra belangrijk om kritisch te kijken naar de planning en onderbouwing van deze groeidoelstellingen.
Het college gaat graag met Pre wonen ingesprek over de fasering van de woningbouwprojecten nee voor de komende 5 en 10 jaar. Vooralsnog is het college optimitisch over de ambitie om komende 5 jaar circa 7000 woningen toe te voegen. Haarlem spant zich op allerlei manieren in om de productie op gang te houden.
21.2 · Actief grondbeleid vraagt om duidelijke keuzes In het programma kiest u voor situationeel actief Pré Wonen grondbeleid, maar licht niet toe wat dit precies inhoudt. Wat bedoelt u hiermee? Het VHP zou sterker zijn als het hier duidelijke keuzes beschrijft. Bijvoorbeeld: Wat wilt u bereiken met actief grondbeleid? En wanneer kiest u ervoor om dit instrument in te zetten? Door deze vragen te beantwoorden, wordt het beleid concreter en kunnen betrokken partijen beter inschatten wat ze van de gemeente mogen verwachten.
Het VHP gaat inhoudelijk niet in op het afwegingskader voor type grondbeleid, het refereert nee hier enkel naar. De gemeente kiest via de (nog bestuurlijk vast te stellen) nota Grondbeleid 2025 – 2029 voor situationeel grondbeleid. Hiermee heeft zij de flexibiliteit om per project het meest optimale grondbeleidsinstrumentarium in te zetten en de meest geschikte gemeentelijke rol te kiezen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het project. Het afwegingskader voor de vorm van grondbeleid (actief of faciliterend) wordt bepaald door diverse factoren. De belangrijkste is of de ontwikkeling bijdraagt aan de realisatie van de gemeentelijke ambities. Andere belangrijke factoren zijn onder andere de prioriteit en/of maatschappelijke urgentie van de ontwikkeling, de mate waarin de gemeente de regie wil voeren, de bestaande of gewenste grondposities, wat de financiële consequenties en risico’s zijn en in hoeverre de gemeente bereid is deze te dragen.
21.3 · Ambitie sociale huur vraagt om realistische fasering In het programma streeft u naar een aandeel Pré Wonen van 40% sociale huur in woningbouwplannen, en zelfs 50% aan de westkant van de stad. Dit moet leiden tot een groei van 2.800 sociale huurwoningen tot 2030 en nog eens 1.940 woningen tussen 2031 en 2040. Gezien de financiële uitdagingen waar woningcorporaties mee kampen, lijkt deze ambitie niet realistisch, vooral in het westen van de stad. Het is dan ook de vraag in hoeverre deze verwachtingen waargemaakt kunnen worden. Dit raakt direct aan een belangrijk onderdeel van het VHP, dat nu onderbelicht blijft. Zoals eerder genoemd, zou een aanpassing in de fasering kunnen helpen om de plannen realistischer te maken. Een andere suggestie is om de segmenteringseisen te heroverwegen, met meer ruimte voor maatwerk per locatie. In elk geval zal de realisatie en aankoop van sociale huurwoningen een belangrijk gesprekspunt zijn bij de prestatieafspraken met de corporaties.
Het college herkent de zorg van de financiele uitdagingen van de corporaties. Het college gaat nee graag hierover met Pre wonen in gesprek. We stellen als gemeente naast alle extra Rijksmiddelen ook nadrukkelijk zelf extra aanjaagmiddelen beschikbaar om de sociale woningbouw te ondersteunen. Daarnaast wil de gemeente met de drie Haarlemse corporties in gesprek met andere Toegelaten Instellingen (TI’s) en hen actief betrekken bij de realisatie van de nieuwbouwopgave.
Pré Wonen 21.4 · Verkoop van huurwoningen als motor voor nieuwe sociale bouw. De corporaties hebben de opbrengsten uit de verkoop van bestaande huurwoningen nodig om de bouw van nieuwe sociale huurwoningen (deels) te kunnen financieren. In het VHP wordt verkoop bovendien genoemd als aanbod voor (lage) middeninkomens. Daarmee krijgt verkoop ook een volkshuisvestelijke functie: het biedt perspectief aan een doelgroep die volgens het VHP steeds moeilijker woonruimte vindt. Een benadering waarbij verkoop alleen wordt gezien als verlies van sociale huurwoningen doet geen recht aan dit bredere effect. Het is belangrijk om verkoop en productie los van elkaar in de tijd te beschouwen: er is eerst geld nodig om te kunnen investeren in nieuwe woningen.
Er wordt in beeld gebracht wat de beste strategie voor aanbod van middensegment kan zijn, nee waarbij ook naar verkoop (onder voorwaarden) gekeken wordt. De afgelopen jaren is de sociale voorraad helaas nog slechts beperkt gegroeid en de druk op de sociale voorraad neemt toe. Tot er sprake is van realisatie van de beoogde groei van de voorraad wil het college verkoop zoveel mogeijk beperken. Bij het maken van nieuwe prestatieafspraken bekijken we de meest actuele prognoses qua voorraadontwikkeling graag in samenhang met deze en overige doelstellingen en bespreken we wat nodig is om zo effectief mogelijk een zo optimaal mogelijk resultaat te bereiken.
21.5 · Kleine woonvormen bieden kansen, maar lossen het probleem niet op Collectieve woonvormen Pré Wonen worden vaak genoemd als oplossing voor knelpunten op de woningmarkt. In de praktijk gaat het echter om een niche: het zijn kleinschalige initiatieven die slechts een beperkte bijdrage leveren. Dat geldt ook voor woningsplitsing en kamerverhuur. Deze vormen zijn nuttig, maar blijven qua aantallen klein. Daarom verdient gebiedsontwikkeling de voorkeur, waarbij projecten integraal beschouwd worden – via de Omgevingstafel – en situationeel de afweging te maken wat waar nodig is. Gericht aanbod, zoals kamerverhuur aan specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld statushouders), kan wél effectief zijn. Zeker als deze bewoners na verloop van tijd kunnen doorstromen naar reguliere woningen, bijvoorbeeld bij gezinshereniging.
Het college deelt het standpunt dat binnen de grootschalige gebiedsontwikkelingen het nee overgrote deel van de benodigde aantallen woningen zal moeten worden gerealiseerd. Hier zet het college dan ook intensief op in. Collectieve woonvormen en kamerverhuur en andere kleinschalige woonvormen zijn aanvullend op dit aanbod, en kunnen specifieke doelgroepen passend huisvesten.
2 Aandachtsgroepen en ouderen
21.6 · Doorstroming als doel vraagt om betere afstemming In hoofdstuk 1 (‘Beschikbaar en betaalbaar’) Pré Wonen noemt u doorstroming als belangrijk doel: meer huishoudens moeten kunnen verhuizen naar een woning die beter past bij hun levensfase of situatie. Denk aan senioren die kleiner gaan wonen of mensen die gaan samenwonen en daardoor twee woningen vrijmaken. Het middel om dit te bereiken – inspelen op de woningvraag van senioren en jongeren – zou centraal moeten staan in hoofdstuk 2 (‘Aandachtsgroepen en ouderen’). In plaats daarvan richt het hoofdstuk zich op de wettelijke voorrangsgroepen. Hierdoor sluiten doelen en middelen onvoldoende op elkaar aan, en blijven de hoofdstukken los van elkaar staan.
Zoals in het hoofdstuk is benoemd staan alle maatregelen voor ouderenhuisvesting benoemd in nee het actieprogramma wonen en zorg (tevens bijlage bij het volkshuisvestingsprogramma). Hierin valt te lezen welke maatregelen (overigens in overleg met corporaties, zorgaanbieders en marktpartijen) om verhuizen naar een meer passende woning te faciliteren.
Pré Wonen
De focus in dit hoofdstuk ligt op de realisatie van voldoende aanbod voor de (wettelijke) nee aandachtsgroepen. De Ouder Worden Prettig Wonen regeling is er op gericht om de drempel voor ouderen om te verhuizen naar een meer passende woning te verlagen, niet doorstroming op gang te brengen en daardoor (grotere) woningen beschikbaar te krijgen.
21.8 · Gebruik afgeronde cijfers en focus op de hoofdlijnen De samenvatting van de totale opgave voor Pré Wonen aandachtsgroepen en ouderen bevat exacte aantallen die een indruk wekken van schijnnauwkeurigheid. Het is verstandiger om deze cijfers af te ronden, zodat de focus komt te liggen op de hoofdlijnen van het beleid in plaats van op detailniveau.
Tegenover uw wens voor een globale behoefte horen we ook geluiden waarbij de wens is om nee heel duidelijk te onderbouwen en aan te geven wat nodig is en waar aan gewerkt kan worden. We hebben ervoor gekozen om - gericht op realisatie - zo helder mogelijk de opgave te benoemen opdat we hier met corporaties ook heldere prestatieafspraken over kunnen maken.
21.7 · Maak lokale keuzes binnen het landelijke kader. In dit hoofdstuk staan de wettelijke voorrangsgroepen uit de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting centraal. Maar de vraag is of deze groepen in Haarlem ook daadwerkelijk de motor zijn achter doorstroming en een betere benutting van de bestaande woningvoorraad. Wat ontbreekt, is een lokale invulling van het landelijke beleid. Haarlem laat hier een kans liggen om duidelijke keuzes te maken: welke doelgroepen dragen het meest bij aan doorstroming, en verdienen daarom een centrale plek in het beleid voor de komende jaren?
3 Woningkwaliteit en leefbaarheid Pré Wonen 21.9 · Hoofdstuk woningkwaliteit mist samenhang en focus Hoofdstuk 3 behandeld diverse onderwerpen over woningkwaliteit , maar zonder duidelijke opbouw of onderlinge samenhang. Elk onderwerp is op zichzelf relevant en actueel, maar de vraag is of ze allemaal een plek moeten krijgen in het VHP. Als deze thema’s toch benoemd worden, is het belangrijk om ze te verbinden met de ambities voor de woningvoorraad, zoals beschreven in hoofdstuk 1. Zo ontstaat er een sterker verhaal en wordt duidelijk hoe woningkwaliteit bijdraagt aan de bredere doelstellingen van het programma.
We nemen de suggestie ter kennisneming aan.
Nee
21.1 · Verbetering veerkracht vraagt integrale aanpak In hoofdstuk 1 noemt u de ongedeelde stad als Pré Wonen 0 uitgangspunt. Tegelijkertijd zoekt u in hoofdstuk 3 de oplossing voor veerkracht binnen de afzonderlijke wijken zelf. Als het aantal sociale huurwoningen in bepaalde wijken afneemt, moet die afname elders gecompenseerd worden om de beoogde groei van de woningvoorraad te realiseren. Zonder die bredere blik ontstaat er spanning tussen uw ambities over de verdeling van aandelen sociaal en de uitvoering.
Het aanpassen van het huurbeleid in minder veerkrachtige wijken betekent niet per definitie Nee dat het aandeel sociale huurwoningen afneemt. Dit kan ook betekenen dat woningen worden aangeboden voor de sedundaire doelgroep. In het principe van de ongedeelde stad zit de ambitie voor 'compenseren' van meer sociale huurwoningen toevoegen in stadsdelen waar dat kan (aan de westkant van de stad) al verwerkt door daar een hoger percentage sociale huur te eisen bij nieuwbouw. Aanvullende voorstellen op dit vlak kunnen we indien gewenst meenemen bij het maken van nieuwe prestatieafspraken.
21.1 · Mobiliteit verdient een plek in het VHP Het onderwerp parkeren – en mobiliteit in bredere zin – Pré Wonen 1 blijft in dit hoofdstuk onbenoemd, terwijl het juist een bepalende factor is voor de haalbaarheid van woningbouwplannen. Juist daarom verdient dit thema een duidelijke plek in het VHP. Door mobiliteit mee te nemen in de afwegingen, ontstaat er een realistischer beeld van wat ruimtelijk en maatschappelijk mogelijk is.
De selectie van thema's in het Volkshuisvestingsprogramma komt voort uit wat de Wet Nee Versterking Regie op de Volkshuisvesting gemeentes voorschrijft. Mobiliteit en parkeren zijn daar geen onderdeel van. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt het mobiliteits- en parkeerbeleid in relatie tot de ontwikkeling altijd meegenomen in de afweging. Gemeente Haarlem ziet mobiliteit en parkeren als belangrijke thema's. Daarom zet de gemeente in op gereguleerd parkeren, 30 kilometer in bepaalde gebieden en op deelmobiliteit. Dit is terug te lezen in het mobiliteits- en parkeerbeleid.
4 Duurzaam en toekomstbestendig 21.1 · Netbewust bouwen vraagt om realistische randvoorwaarden De ambitie om nieuwbouw 2 voortaan netbewust te realiseren klinkt eenvoudig, maar schuift het probleem van netcongestie vooral door naar bouwende partijen. Voor gebieden die verder van het net liggen, kan een ‘off grid’-oplossing nog een optie zijn. Maar in een hoog stedelijke omgeving zoals Haarlem mag de beschikbaarheid van voldoende netcapaciteit juist als randvoorwaarde worden gezien. Het VHP zou dit expliciet moeten benoemen en duidelijk maken welke rol de gemeente zelf speelt in het oplossen van deze structurele uitdaging.
Pré Wonen
De gemeente erkent dat netbewust bouwen alleen kan binnen realistische randvoorwaarden, nee en dat voldoende netcapaciteit een belangrijke randvoorwaarde is voor de woningbouwopgave. In het Volkshuisvestingsprogramma wordt daarom aangesloten bij het Warmteprogramma en de Regionale Energiestrategie (RES), waarin samen met Liander, de provincie en marktpartijen wordt gewerkt aan oplossingen voor netcongestie. De gemeente speelt hierin een coördinerende rol en zet in op integraal programmeren van woningbouw, energieinfrastructuur en verduurzaming, zodat plannen uitvoerbaar blijven
21.1 · Ambities op duurzaamheid vragen om realistische afwegingen De stapeling van ambities op het Pré Wonen 3 gebied van klimaatadaptatie en energiekwaliteit is groot en gaat voorbij wat wettelijk vereist is. Denk aan netbewust bouwen, lokale energieopslag, circulair materiaalgebruik met lage milieuimpact, 20% houtbouw, en klimaatbestendige en natuurvriendelijke bouw. Deze eisen zijn stuk voor stuk waardevol, maar ze verhogen de stichtingskosten aanzienlijk. Dat wringt met de ambitie uit hoofdstuk 1 om de woningvoorraad fors uit te breiden. Het is onrealistisch om te verwachten dat de productieaantallen gehaald worden als het kostenniveau zo sterk stijgt. Het VHP zou hier een evenwicht moeten zoeken tussen duurzaamheidsdoelen en haalbare woningbouwproductie, en die afweging expliciet maken.
De gemeente herkent het spanningsveld tussen hoge duurzaamheidsambities en de haalbaarheid van woningbouwproductie. Het Volkshuisvestingsprogramma benadrukt dat we samen met corporaties en marktpartijen per ontwikkeling realistische keuzes maken, waarbij snelheid, betaalbaarheid en kwaliteit zorgvuldig worden afgewogen.
Pré Wonen 21.1 · Aardgasvrij in 2040 vraagt om onderbouwing Het VHP stelt dat de bestaande bouw al in 2040 4 aardgasvrij moet zijn, terwijl landelijk 2050 als doelstelling geldt. Uit verschillende onderzoeken en rapportages blijkt dat zelfs 2050 al een grote uitdaging is voor betrokken partijen, laat staan 10 jaar eerder. Daarom is het belangrijk om de vraag te stellen: hoe realistisch is deze ambitie? Het VHP mist op dit punt een duidelijke onderbouwing. Zonder inzicht in haalbaarheid en benodigde stappen blijft het een wens, geen uitvoerbaar plan.
Het volkshuisvestingsprogramma verwijst voor de beleidsmatige keuzes op dit vlak naar het nee Warmteprogramma. U heeft seprataat een uitnodiging ontvangen om een inspraakreactie in te sturen bij het Warmteprogramma en Pré Wonen is uitgenodigd voor een toelichtende presentatie over het Warmteprogramma binnen deze inspraakperiode. We nemen uw reactie graag mee bij de behandeling van dit stuk.
22
Hieronder volgt de inbreng vanuit de commissie ontwikkeling. Deze is mondeling opgahaald tijdens de bespreking van het concept Volkshuisvestingsprogramma in de commissie. We hebben de reacties thematisch gebundeld en samengevat. In deze vergadering werd het Volkshuisvestingsprogramma besproken in samenhang met de Huisvestingsverordening en de rapportage woningbouw. Een deel van de antwoorden heeft ook betrekking op de huisvestingsverordening (HVV) en komt terug bij de behandeling van deze verordening in commissie en raad.
22.1 houtstook - Er wordt voorgesteld om het onderdeel over houtstook te schrappen uit dit Volkshuisvestingsprogramma.
p44 … met een brons-zilver-goud-ladder, H 4, die naast gebiedsgerichte ook kavel- en Onderwerp 4.1, gebouw-eisen voor energie, circulariteit, Wat zien we? …... formuleert. Met dit toetsingskader Laatste alinea is voor alle kavel- en gebouweisen een minimale ondergrens met het niveau brons (voor circulariteit zilver) vastgelegd en tegelijkertijd de mogelijkheid gegeven om middels een integrale en gebiedsgerichte aanpak de ambities per locatie gedifferentieerd te verhogen en zowel met elkaar als ook ten opzichte van snelheid en betaalbaarheid af te wegen. (zie ook punt 48)
Commissie ontwikkeling
Commissie ontwikkeling
Het volkshuisvestingsprogramma (VHP) gaat over woningen en met het terugdringen van Na ... zal dat niet veel anders zijn. Met houtstook willen we dat bewoners in hun woning en gedrag iets veranderen. Nu er door het terugdringen van houtstook willen verduurzaaming steeds meer ventilatiesystemen in woningen komen die verse lucht van buiten we dat bewoners in hun woning en halen is het nog belangrijker dat er schone lucht in de stad is. Anders zuig je zo veel fijnstof in je gedrag iets veranderen. Nu er door woning. Daarom vinden we dat dit onderwerp terecht in het volkshuisvestingsprogramma moet verduurzaming steeds meer worden opgenomen. De inhoud van dit onderwerp is daarnaast afgestemd met het ventilatiesystemen in woningen komen collegebesluit Aanpak houtstook in Haarlem. die verse lucht van buiten halen, is het nog belangrijker dat er schone lucht in de stad is.
Kopje 3.2, Wat zien we?, een na laatste alinea.
22.2 splitsen - Er worden door een aantal fracties vragen gesteld over het bieden van meer ruimte voor Commissie ontwikkeling splitsen. Daarbij wordt nav inspreker ook gevraagd om kadastraal splitsen mogelijk te maken in gebieden met gereguleerd parkeren. Er wordt ook gevraagd om in de toekomst uberhaupt meer ruimte te beiden voor splitsen. Waarom mag splitsen niet, maar kamerverhuur wel. Waarom zijn we zo streng bij reeds gesplitste woningen? En tot slot ook aandacht voor, naast splitsen, de mogelijkheden voor het vergroten van woningen.
Volgens de omgevingsvisie hebben grootschalige woningontwikkelingen de voorkeur boven nee kleinschalige initiatieven zoals optoppen of splitsen. Grootschalige projecten dragen meer bij aan de ambities uit de omgevingsvisie, maken een betere inpassing van parkeerruimte en andere claims op de openbare ruimte mogelijk, voldoen beter aan eisen rond betaalbaarheid en versterken de openbare ruimte als geheel. Een verruiming van beleid gericht op splitsen, is volgens het college onnodig en onwenselijk. Onnodig, omdat er al gewerkt wordt aan de realisatie van 12.000 woningen van 2025 tot en met 2040. De huidige plancapaciteit van circa 15.000 woningen ligt ruim boven de verwachte woningbehoefte in Haarlem, zoals doorgerekend tot 2030 en 2040. Onwenselijk, omdat splitsen vaak leidt tot verlies van ruime woningen ten gunste van kleinere appartementen, wat de beschikbaarheid voor gezinnen beperkt en de doorstroming op de woningmarkt belemmert. Ook zorgt splitsen voor een verhoogde druk op de openbare ruimte en de leefbaarheid. Wel ziet het college ruimte voor uitzonderingen, zoals bij wonen boven winkels, waar splitsing de leefbaarheid kan versterken. Ook kan er meer ruimte komen voor onzelfstandige of collectieve woonvormen onder beheer van woningcorporaties. Daarmee kunnen afspraken worden gemaakt over betaalbaarheid en leefbaarheid, waardoor nadelen grotendeels worden ondervangen.
Tot slot merkt het college op dat binnen de huidige regels al veel mogelijk is: jaarlijks worden circa 50–100 woningen toegevoegd buiten de reguliere plancapaciteit, die wel worden meegenomen in de jaarlijkse woningbouwrapportages.
Commissie 22.3 kamerverhuur / woning delen / hospitaverhuur - (zie ook bij splitsen) vragen over verschil qua ontwikkeling impact op leefbaarheid. Opmerkingen vanuit een aantal fracties dat de ambitie te laag is geformuleerd. Woningdelen met 2 personen moet bijvoorbeeld kunnen zonder inzet van bureau's die bemiddelen. Er is toename aan 1 persoonshuishoudens, sneller meer betaalbare woningen. Mag meer ambitie op. helpt tegen eenzaamheid. 40% woont alleen.
H1, na ambitie Gelet op de risico's van woningdelen (druk op de openbare ruimte, risico op overlast) heeft het Nieuwe activiteit: 1J Verdere 1I- extra college in eerste instantie ingezet op vormen van woningdelen voor een specifieke groepen en mogelijkheden verkennen voor woningdelen." We willen middels een ambitie op de corporatievoorraad. Op basis van uw reactie stelt het college voor om - binnen de pilot ervaring opdoen met woningdelen ingevoegd: 1J corporatievoorraad - een pilot voor woningdelen (via kamergewijze verhuur of via friendscontracten) te starten voor verschillende doelgroepen (zonder ondersteuningsbehoefte). voor doelgroepen zonder Inzet is om de komende jaren afspraken te maken voor maximaal een 20-tal woningen waarin ondersteuningsbehoefte. De pilot bevat ervaring wordt opgedaan met: de belangstelling, het werken met een vooraf afgesproken tot 20 bestaande woningen, dit komt gestandaardiseerd proces bij de vergunningverlening en de ervaringen vanuit de omgeving. neer op 40 tot 80 extra wooneenheden. Vooralsnog is het uitgangspunt om het omgevingsplan niet aan te passen. Met het opstarten van deze pilot willen we onderzoeken hoe woningdelen, via kamerverhuur of friends-contracten, in de praktijk werkt.
Het doel is inzicht te krijgen in de belangstelling, het werken met een gestandaardiseerd proces bij de vergunningverlening en wat de ervaringen vanuit de omgeving zijn. Door deze proef hopen we te achterhalen welke uitdagingen en kansen er liggen voor woningdelen in de toekomst, en hoe we dit op een verantwoorde manier kunnen integreren. (1J wordt 1K en 1K wordt 1L).
Commissie 22.4 studenten/jongeren huisvesting - maak meer werk van studenten/jongerenhuisvesting. Friendscontracten en hospitaverhuur kunnen daarbij helpen. Er wordt gevraagd om een concreter ontwikkeling doel voor beide groepen.
De opgave voor jongeren en studenten is gebaseerd op de behoefteraming die is voortgekomen Nieuwe activiteit: 1J Verdere H1, nieuwe uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting en onderzoek van DUWO, in relatie tot de ambitie 1J mogelijkheden verkennen voor ontwikkelingen in de bestaande voorraad die gelabeld/bereikbaar is voor deze doelgroepen, en woningdelen." We willen middels een de geprogrammeerde woningen die gelabeld/bereikbaar zijn voor de doelgroepen jongeren en pilot ervaring opdoen met woningdelen studenten. Op basis van de voorspelde behoefte van deze doelgroepen en de voor doelgroepen zonder geprogrammeerde woningen die gelabeld en/of bereikbaar zijn, wordt er ruimschoots voldaan ondersteuningsbehoefte. De pilot bevat om aan de behoefte in huisvesting voor deze doelgroepen te voorzien. In lijn met de tot 20 bestaande woningen, dit komt inspraakreactie en de geuite wens van de commissie wil het college de mogelijkheden voor neer op 40 tot 80 extra wooneenheden. aanvullend aanbod voor studenten onderzoeken in andere gebieden, waarmee dan een Met het opstarten van deze pilot willen bijdrage aan de regionale opgave wordt geleverd. De afspraak voor 50 matches voor we onderzoeken hoe woningdelen, via hospitaverhuur zijn gebaseerd op ervaringen met Hospi Housing elders in het land. Er is in kamerverhuur of friends-contracten, in februari gestart met een pilot.
Indien de evaluatie van de pilot aanleiding geeft voor een hoger de praktijk werkt. Het doel is inzicht te aantal matches op jaarbasis, kan deze ambitie worden opgehoogd. Het college stelt voor om krijgen in de belangstelling, het werken met een gestandaardiseerd proces bij de aanvullend wat in het concept-volkshuisvestingsprogramma staat een pilot te starten met vergunningverlening en wat de woningdelen in de corporatievoorraad, zie hiervoor ook het antwoord hier direct boven. ervaringen vanuit de omgeving zijn. Door deze proef hopen we te achterhalen welke uitdagingen en kansen er liggen voor woningdelen in de toekomst, en hoe we dit op een verantwoorde manier kunnen integreren. (huidige 1J wordt 1K en 1K wordt 1L).
22.5 plancapaciteit -bouwambitie - Oproep vanuit diverse fracties om bouwtempo vol te houden, daling in de groei na 2030 is ongewenst. Ook een oproep om bouwambitie voor 2032 op 17.000 te zetten. Huidige realisatie is mooi maar loopt wel al achter op ambitie. Marktontwikkelingen helpen niet, maar oproep om vooral naar eigen organisatie te kijken. Oproep voor minder lastig beleid, minder regels en vlotte proceduren.
Commissie ontwikkeling
Voor de woningbouwambitie gaat het college uit van de woningbehoefteraming MRA (RIGO Nee. i.o.v. Provincie Noord-Holland). Dit vraagt om de realisatie van 12.000 woningen van 2025 tot en met 2040. De huidige plancapaciteit van circa 15.000 woningen ligt ruim boven de verwachte woningbehoefte in Haarlem, zoals doorgerekend tot 2030 en 2040. Het college vindt het daarom niet nodig op zoek te gaan naar extra ontwikkellocaties. Wel zet Haarlem zich op allerlei manieren in om de productie op gang te houden. Jaarlijks wordt middels de Rapportage Woningbouw inzicht gegeven in de woningbouwproductie en de plancapaciteit van Haarlem, in het licht van de lokale en regionale woningbouwambities en afspraken.
22.6 houtbouw ambitie - ambitie moet omhoog, minimaal 20% of meteen naar 30%.
Commissie ontwikkeling
De wethouder geeft aan de ambitie van 20% graag te willen verhogen. In de verlenging van het Convenant Houtbouw 2021-2025 - het Houtbouwpact 2025-2030 - wordt een verhoging na evaluatie op een herijkingsmoment in 2027 expliciet als mogelijkheid meegenomen. De gemeente is voornemens ook deze verlenging te tekenen en zal de daadwerkelijke ambitieverhoging actief stimuleren.
22.7 dakloze gezinnen - vanuit agenderingsvoorstel. Voorrang voor dakloze gezinnen met kinderen, zit Commissie ontwikkeling niet voldoende in huisvestingsverordening.
22.8 Statushouders - Hart voor Haarlem mist in de bijlage doelgroepen duidelijkheid over butenlanders, en de voorrang voor statushouders.
Commissie ontwikkeling
Toevoeging onderaan deze alinea: Ook de verlenging van het Convenant naar de Houtbouwpact 2025-2030 zal Haarlem ondertekenen. De inzet hiervoor zal zijn om een ophoging van de ambities van 20% naar 30% woningen met hout/ biobased materialen mede te stimuleren.
H Context, 4e alinea en H4,ambitie 4C en Bijlage 1, H4, paragaraaf 4.1.
De concept-Huisvestingsverordening biedt in de huidige vorm al een aanvullende mogelijkheid nee voor dakloze gezinnen met minderjarige kinderen; de mogelijkheid om een urgentie aan te vragen op sociale gronden is nieuw toegevoegd als urgentiecategorie waar deze groep (mogelijk) gebruik van kan maken. De voorwaarden staan uitgewerkt in de Nadere regels Woonurgentie en de aanvragen worden getoetst door de urgentiecommissie. Tijdens de commissievergadering is daarbovenop door de wethouder toegezegd om de 'Tijdelijke urgentieregeling koplopersgroep Actieplan Housing First' zodanig aan te passen dat deze groep ook via deze weg gehuisvest kan worden. Voorbehoud hierbij is de samenwerking/instemming van de corporaties. We gaan hierover in gesprek. Hart voor Haarlem doelt op de groepen die in bijlage 4 bij het volkshuisvestingsprogramma zijn opgenomen. De bijlage "Doelgroepen op de Haarlemse woningmarkt." wordt een analyse gegeven van vraag en aanbod van woonruimte zoals die te destilleren is uit het MRA-brede woonwensenonderzoek ''Wonen in de Metropool Regio Amsterdam'', zoals duidelijk wordt aangegeven. Dit onderzoek is gebaseerd op steekproefenquetes en op geregistreerde verhuizingen. Statushouders vormen hierbij geen onderdeel van bevraagden. De (invulling van de opgave) huisvesting van statushouders is opgenomen in hoofdstuk 2 van het VHP.
Om onduidelijkheid hierover te voorkomen passen we de titel van bijlage 4 aan. Was: Doelgroepen op de Haarlemse woningmarkt 2025. Wordt: Doelgroepen op de Haarlemse woningmarkt - op basis van WimRA 2023
Bijlage 4