Bijlage e Overzicht wijzigingen van de Nota Dak en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit deel 2
Tekst van het document
Bijlage e: wijzigingen Nota dak en Nota Ruimtelijke Kwaliteit De Nota Dak wordt als volgt gewijzigd: Hoofdstuk 4, paragraaf 4.4 wordt gewijzigd en aangevuld door: • Hoofdstuk 1 Noodzaak en doelstellingen; • Hoofdstuk 2 Ruimtelijk Principe: twee hoofdtypen dakopbouw. Hoofdstuk 6 wordt gewijzigd en aangevuld door: • Hoofdstuk 4 Stappenplannen dakopbouwontwerp; • Hoofdstuk 5 Overzichtskaarten dakopbouwtypen. Hoofstuk 3 Beeldkwaliteitsregels bevat beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken vervangt de onderstaande beeldkwaliteitsregels voor dakopbouwen uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit deel 2. Binnenstad en Spaarndam: 1. Dakopbouwen, nokverhogingen etc. moeten passen binnen de dakcontour en bij de maatverhoudingen van pand en kap. Bij ensembles een trendsetter aanwijzen/toepassen 2. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 3. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 4. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Eerste stadsuitbreidingen buiten de Vestinggracht (1870-1920): 5. Dakopbouwen, nokverhogingen etc. moeten passen bij de maatverhoudingen van pand en kap. Bij ensembles een trendsetter aanwijzen. 6.
De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 7. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 8. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Villagebieden: 9. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 10. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 11. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Stadsuitbreidingen 1920-1960: 12. Dakopbouwen, nokverhogingen etc. moeten passen bij de maatverhoudingen van pand en kap. Bij ensembles een trendsetter aanwijzen. 13. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 14. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd.
15. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Strokenbouw (1960 - ca. 1975): 16. Dakopbouwen, nokverhogingen etc. moeten passen bij de maatverhoudingen van pand en kap. Bij ensembles een trendsetter aanwijzen. 17. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 18. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 19. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Woonerven (ca. 1975 - 1985) 20. Dakopbouwen, nokverhogingen etc. moeten passen bij de maatverhoudingen van pand en kap. Bij ensembles een trendsetter aanwijzen. 21. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 22. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 23. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Woonbebouwing na 1985: 24. Dakopbouwen, nokverhogingen etc. moeten passen bij de maatverhoudingen van pand en kap. Bij ensembles een trendsetter aanwijzen. 25. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 26.
Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 27. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Diverse bebouwing: 28. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 29. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 30. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Bedrijven/kantorengebied: 31. Dakopbouwen, nokverhogingen etc. moeten passen bij de maatverhoudingen van pand en kap. Bij ensembles een trendsetter aanwijzen. 32. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 33. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 34. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Stedelijk groen 35. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok.
36. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 37. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning. Landschappelijk groen 38. Dakopbouwen, nokverhogingen etc. moeten passen bij de maatverhoudingen van pand en kap. Bij ensembles een trendsetter aanwijzen. 39. De voorzijde van een dakopbouw moet passen bij de architectuur van het bouwblok. 40. Het heeft de voorkeur om met trendsetters te werken. Bij meerdere dakopbouwen wordt een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn geprevaleerd. 41. De keuze voor een type dakopbouw is afhankelijk van de architectuur van de betreffende woning.