CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij verantwoording Ontwikkelperspectief Binnenduinrand definitieve versie

commissie Ontwikkeling 12 december 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Motie 21.1 Binnenduinrand: Fiets hem er niet in33.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Buitenplaatsen en open gebieden Onderhoud en restauratie van buitenplaatsen kost veel geld. Het rijk en de provincie stellen hiervoor subsidies beschikbaar, maar eigenaren zullen zelf ook moeten zoeken naar aanvullende inkomsten, met name voor de financiering van het groenbeheer. Staatsbosbeheer, eigenaar van buitenplaats Elswout 76 |

(ca. 50 ha), heeft een analyse gemaakt van de jaarlijkse instandhoudingskosten ervan, voor zover dit

in eigen beheer is. Deze kosten bedragen in de huidige staat van de buitenplaats (inclusief opstallen) ca. € 665.000 (situatie 2013). In aanvulling op de bestaande subsidieregelingen wil Staatsbosbeheer dit onder meer financieren door de meer passend verhuur van haar bezittingen, zoals al reeds voor de Orangerie gebeurt. (Bron: Staatsbosbeheer). Het Manpadslaangebied in Heemstede is een van de weinige potentiële ecologische verbindings-zones tussen de Binnenduinrand en het gebied van de Bufferzone Haarlem-Amsterdam. Dit tuinbouwgebied is deels bebouwd met agrarische bebouwing en deels open gebied. Om de gewenste kwaliteit van het gebied te bereiken moet ca. 11 ha, thans in eigendom van enkele ontwikkelaars, worden aangepakt. Het gaat om verwerving van gronden, slopen van ongewenste opstallen en (her)inrichting van het open gebied. De totale ontwikkelingskosten op basis van de agrarische grondwaarden zijn in 2013 geraamd op € 5,2 miljoen (bron: gemeente Heemstede). Dit is exclusief de (toekomstige) beheerkosten van het (toekomstige) openbaar gebied. Veiligstellen alle open gebieden De waardevolle open gebieden in de Binnenduinrand beslaan in totaal ca. 800 ha. Het gebruik daarvan bestaat vooral uit weidegebied voor de landbouw en voor recreatieve doeleinden (maneges, volkstuinen) en uit tuinbouwgebied.

De gemiddelde grondprijs voor agrarische gronden in onze regio bedroeg in 2011 € 71.948 per ha (Bron: Grondprijsmonitor 2011, Dienst Landelijk Gebied) en in 2012 € 49.020 (Bron: Grondprijsmonitor 2012, Dienst Landelijk Gebied). Deze stevige fluctuatie laat zich zien over de gehele periode tussen 2009 en 2012. Hieruit moet worden geconcludeerd dat de waarde sterk wordt bepaald vanuit speculatieve motieven, zodat slecht een indicatie kan worden gegeven van de waarde die de betreffende gebieden vertegenwoordigen. Op basis van deze cijfers ligt die gezamenlijke grondwaarde naar verwachting ergens tussen de € 40 miljoen en de € 60 miljoen. Daar komt de waarde van de aanwezig opstallen uiteraard nog bovenop. Het is duidelijk dat de regio niet in staat is om dit soort bedragen zelfstandig vrij te maken. Daar staat tegenover dat voor een deel van de gebieden de “grip” op het gebied ook op een andere wijze kan worden verkregen. Wat zijn de financieringscomponenten van de speerpunten? In hoofdstuk 3 zijn ambities benoemd voor verschillende thema’s: het netwerk van open gebieden, bereikbaarheid, ontwikkelpotentie kust, duinen, buitenplaatsen, verstedelijking en water. Per benoemde ambitie is een eerste globale verkenning van de mogelijke financieringsstrategieën gemaakt. De resultaten van de verkenning zijn hieronder weergegeven. 1.

Ontwikkelpotentie kust

De invulling van toeristisch-recreatieve profielen zal in de regel door particuliere initiatieven tot stand komen. De overheid speelt hier vooral een faciliterende rol via de inzet van het planologische instrumentarium (zie ook onder “Marketing en promotiestrategie”). Zo wordt in het kader van het Kustpact (afspraken tussen het Ministerie van I en M en lagere overheden en natuurorganisaties over het behoud van de openheid van de kust) gewerkt aan een plan voor kustzonering. 2.

Duinen

In de Binnenduinrand wordt het leeuwendeel van de financieringsbehoefte voor beheer en onderhoud van de duinen gedekt vanuit de opbrengst van drinkwatervoorziening en parkeergelden. Hierin zullen naar verwachting geen structurele veranderingen optreden. Voor ca. 60 % van de financieringsbehoefte voor natuurontwikkeling en -educatie is in het kader van het Beheer en Onwikkelingsplan (BOP) van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland dekking gevonden. Aan het resterende deel wordt geen uitvoering gegeven, tenzij daarvoor alsnog middelen worden gevonden. Op 14 mei 2014 is het Duinenfonds Zuid-Kennemerland ingesteld. Dit is een initiatief vanuit het 6. Deze visie (januari 2014) vanuit de westkant van de MRA beschrijft de positie van de regio’s IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer binnen de metropoolregio en maakt inzichtelijk welke bijdrage zij individueel leveren aan de internationale concurrentiepositie van de gehele MRA.

| 77

bedrijfsleven om gezamenlijk fondsen te werven en op die manier een concrete bijdrage te leveren aan het scheppen van optimale condities voor het doorgeven van dit kwetsbare bio-cultureel erfgoed aan onze volgende generaties. Doel is om uiterlijk in 2018 jaarlijks minimaal € 200.000 ter beschikking hebben om een aantal grote en kleine projecten in het duingebied te kunnen financieren. 3.

Buitenplaatsen

Voor particuliere eigenaren is de instandhouding van de buitenplaatsen (met name het parkgedeelte) financieel vaak lastig. Een concrete aanpak, beginnend met een inventarisatie van de knelpunten, is wenselijk. Bij buitenplaatsen in eigendom en/of beheer bij een natuurbeheerorganisatie is de bottleneck doorgaans het in stand houden van het hoofdgebouw. Voor beide categorieën kan de mogelijkheden op een rendabele exploitatie worden vergroot door op voorhand geen gebruiksfuncties uit te sluiten. Hierbij blijft het echter cruciaal dat de ruimtelijk kwaliteit niet in het geding mag komen. Daarnaast is er zicht nodig op (langdurige) zekerstelling van het beheer van zowel gebouw als park, zeker bij het gescheiden beheer hiervan. Door heldere afspraken te maken over de wederzijdse verantwoordelijkheden van de betrokken beheerders kan de samenhang in het beheer van gebouw en park worden geborgd. Tenslotte kan worden onderzocht hoe positionering van buitenplaatsen in een MRA-perspectief nieuwe mogelijkheden biedt voor financiering. 4.

Netwerk open gebieden

De waarde van open gebieden begint bij de borging ervan in lokale en provinciale structuurvisies en bestemmingsplannen. Hiermee worden ongewenste ontwikkelingen voorkomen. Het leidt echter niet automatisch tot gewenste ontwikkelingen. De volgende stap is een regionaal uitvoeringsprogramma opstellen voor alle open gebieden. Daarin worden de randen van de open gebieden nadrukkelijk betrokken, omdat deze sterk de kwaliteit van een open gebied bepalen. Per open gebied zullen vervolgens business cases moeten uitwijzen hoe openheid kan worden veiliggesteld, rekening houdend met zeggenschap van eigenaren, risicospreiding en ambities op het gebied van natuur, recreatie en water. Maatwerk per gebied moet evenwicht tonen tussen ruimtelijke kwaliteit en gebruikswaarden. Essentieel onderdeel van het uitvoeringsprogramma is het scherp krijgen van de wensen en behoeften van de zittende boeren en tuinders. Met het faciliteren van die ene schuur kan een zittende boer of tuinder wellicht voldoende toekomstperspectief worden geboden om het bedrijf voort te zetten en daarmee het behoud van de gewenste openheid te garanderen. Lukt dat niet, dan moet worden gezocht naar een passend financieringsconcept. Het aan elkaar koppelen van diverse financieringsbronnen is voor het behoud van de open gebieden essentieel.

Hierbij moet gedacht worden aan het provinciale budget voor de realisatie van nieuwe natuur (in het provinciale coalitieakkoord is afgesproken om 250 ha natuur per jaar binnen het NNN aan te schaffen, in te richten en te beheren), budget van Rijnland voor waterbeheermaatregelen en budget

78 |

voor recreatieve verbindingen. Onderzocht moet worden of ook (bovenregionale) subsidiefondsen hierin een rol kunnen spelen of dat het ruimte-voor-ruimteprincipe of het rood-voor-groenprincipe ingezet kan worden. Dit kan worden ondersteund door ruimtelijke instrumenten: bestemmingsplannen, ruimtelijke verordeningen, vestigen van voorkeursrechten of onteigening. Inzet van het ene instrument zal meer discussie opleveren dan inzet van het andere. Feit is dat niet langer kan worden volstaan met het zoeken naar lokale oplossingen, maar dat de meerwaarde van een (boven)regionale benadering moet worden benut. Dit sluit aan op afspraken in de visie MRA West6. 5.

Marketing en promotiestrategie

Naast financiering vanuit de eigen middelen van de betrokken gemeenten en ondernemers moet worden onderzocht of het aanhaken met een marketing- en promotiestructuur voor de Binnenduinrand bij die van de MRA kan leiden tot financieel schaalvoordeel. 6.

Versterking stads- en dorpsranden

Nieuwe bouwplannen zullen zichzelf in de regel financieren. De uitdaging is om door middel van integrale ontwikkeling tevens financiering van de gewenste ruimtelijke kwaliteit, waaronder die van de stads- en dorpsranden te genereren. 7.

Ontwikkelpotentie OV-knooppunten

Een aanpak van knooppuntontwikkeling op het schaalniveau van de ‘Zuid-Kennemerlandse corridor’ (de spoorlijn Driehuis-Heemstede-Aerdenhout) vergroot de kansen op een rendabele ontwikkeling van knooppunten als ‘groene poort’ (zie onder ‘Bereikbaarheid’). Hierop is dan vooral de inzet om de gewenste ruimtelijke kwaliteit van het totale gebied te realiseren.. 8.

Bereikbaarheid

De uitvoering van de regionale bereikbaarheidsvisie vormt het vertrekpunt voor deze ambitie. De benodigde middelen moeten vooral komen uit het regionale bereikbaarheidsfonds, specifieke bereikbaarheidssubsidies en eventueel aan de regio toebedeelde gelden uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Voor bewegwijzering, inrichting en promotie van routes moet aansluiting worden gezocht bij de financiering van bestaande promotiestructuren zoals VVV’s, Nationaal Park, ANWB, NBD (Nationale Bewegwijzeringsdienst) e.d. 9.

Water

De verantwoordelijkheid voor de wateropgave ligt in beginsel bij de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap Rijnland. Financiering zal dan ook vooral geschieden vanuit de middelen die het Hoogheemraadschap ter beschikking staan. Bij concrete ruimtelijke projecten, waarbij op voorhand duidelijk is dat water een aandachtspunt wordt, zal worden bekeken of de betreffende initiatiefnemer een financiële bijdrage moet leveren. 10.

Inbedden van de spelregels

Deze exercitie zal door de betreffende organisaties worden opgepakt en komt ten laste van de concernbegrotingen. Op zoek naar kansrijke financieringsmodellen Gezien de complexiteit van de opgaven voor de Binnenduinrand is er geen eenduidige oplossing voor de financiering van de beschreven ambities. Een klein deel financiering kan via bestaande financieringsinstrumenten en verdienmodellen, maar de nadruk komt te liggen op nieuwe creatieve en inventieve oplossingen. In de volgende fase (de opstelling van de uitvoeringsstrategie) zal op dit punt verdere uitwerking plaatsvinden. Hieronder wordt als resultaat van een eerste verkenning een overzicht gegeven van mogelijk kansrijke financieringsinstrumenten voor de financiering van een uitvoeringsprogramma (een uitgebreide toelichting treft u aan in bijlage 3): | 79

•

Europese en rijkssubsidies (een goede inventarisatie van de subsidiemogelijkheden voor de in paragraaf 5.1 benoemde speerpunten zal onderdeel zijn van de uitvoeringsstrategie);

•

(boven)lokale fondsvorming, analoog aan het regionale bereikbaarheidsfonds. Bijvoorbeeld een fonds waaruit directe bijdragen worden verstrekt of aan een revolving fund. Zo’n fonds kan tevens functioneren als vereveningsfonds. Of dit een op zichzelf staand regionaal landschapsfonds zou moeten zijn of een geïntegreerd ruimtelijk ontwikkelingsfonds (samen met bereikbaarheid en recreatie) ligt nog open voor discussie. Bij de instelling van het fonds maken we afspraken over inrichting, zeggenschap en inhoudelijk criteria voor het verlenen van bijdragen uit het fonds. Ook verkennen wij de reikwijdte van het fonds; gaat het bijvoorbeeld alleen over het verstrekken van bijdragen en/of leningen of wordt ook de mogelijkheid van (bovenlokale) verevening geopend;

•

inzet planologisch instrumentarium: geen directe financiering, maar wel verwezenlijking van beleid via facilitering van gewenste ontwikkelingen;

•

inbreng van gronden en/of opstallen van de overheid, ten behoeve van het sluitend krijgen van

•

een business case, eventueel in samenhang met de inzet van het planologisch instrumentarium;

•

toepassing van nieuwe (publiek/private) financiële instrumenten;

•

toepassing van een verbrede benadering van business cases. Voorbeelden zijn benutten van baten door functiecombinatie, reduceren van kosten door inbreng van (maatschappelijke) waarde, risico’s leggen bij de partij die daarop de meeste invloed heeft;

•

een gedeelte van de opbrengsten uit recreatie en toerisme gebruiken voor beheer, onderhoud en ontwikkeling van het landschap. Het landschap is niet alleen een decor waarvan iedereen kan profiteren maar is integraal onderdeel van het recreatief/toeristisch product.

Het is de vraag of de genoemde financieringsinstrumenten de lading volledig kunnen dekken. We staan daarom ook open voor voorbeelden van initiatieven van onderop om financiering van het landschap uit private middelen aan te boren. De blik moet worden gericht op nieuwe verdienmogelijkheden (zie ook bijlage 3, onder ‘Landschapsfinanciering is een zaak van inventiviteit en creativiteit’) en daarbij moet een bredere opvatting van het begrip waarde worden gehanteerd. Naast ‘geldelijk gewin’ moet er ook aandacht komen voor zorg, gezondheid, duurzaamheid, sociale cohesie en nieuwe netwerken. Daarbij ontstaan nieuwe business-modellen waarin een gezonde toekomstige bedrijfsvoering ook aspecten kent als delen, ruilen of scheppen van een nieuwe waarde voor andere partijen. Hierdoor kunnen ook andere financieringsstromen in beeld komen. Een dergelijke ‘meervoudige waardencreatie’ is echter nog volop in ontwikkeling. Daarom kunnen nog geen aanbevelingen of conclusies trekken over haalbaarheid. Alle partijen zijn in dit proces op zoek naar nieuwe rollen en taken. Wij willen met gebiedspartijen de opgave en de uitdaging delen te komen tot landschapsfinanciering. Dit vraagt samenwerking, tonen van lef en creativiteit, samen betreden van ongebruikelijke paden en zoeken naar mogelijkheden om de vrijheid van handelen te vergroten.

Daarbij kan aansluiting worden gezocht bij de andere gebieden uit het Metropolitane Landschap, om uit gezamenlijk opgedane ervaringen een meerwaarde te ontlenen.

Documenten besluitvorming

| 83

*

Bloemendaal Aan de Gemeenteraad. Raadsvergadering d.d. Commissievergadering d.d. Commissie Portefeuillehouder Programmaonderdeel Registratienummer Productiedatum

31 oktober 2019 15 oktober 2019 Grondgebied wethouder H. Wijkhuisen 801. Ruimtelijke Ordening 2019006548 11 september 2019

Onderwerp Raadsvoorstel vaststelling Ontwikkelperspectief Binnenduinrand Voorgesteld besluit: De raad van de gemeente Bloemendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september 2019

besluit:

Het besluit is aangenomen met in achtneming van Amendement A

2-

-

Amendement ten áánzien van "Het Ontwikkel perspectief BinnenduinrandGedeelde Weelde", beheersing toerisme naar de Bloemendaalse kust, Corsanummer:

WP

Van:

CDA, Groenlinks t

Aan:

De voorzitter van de gemeenteraad van Bloemendaal

Onderwerp:

Amendement bij raadsvoorstel 2019006548

BloeiïlCndââl

De gemeenteraad van Bloemendaal in vergadering bijeen op 31 oktober 2019, constaterende dąţ: L In het Ontwikkelperspectief enkele tekstpassages over de kustplaats Bloemendaal aan Zee en het daarbij behorende strand zijn opgenomen die niet meer up-to date zijn. College en Raad van de gemeente Bloemendaal hebben de afgelopen paar jaar het beleid bijgesteld zodat een accent wordt gelegd op 'famìlīestranď en beperking van feesten en evenementen. Hoewel op de kaart het symbool "uitbreiding jaarrond voorzieningen** is verwijderd bij het strand van Bloemendaal aan Zee, zijn er in het Ontwikkelperspectief nog wat verouderde passages over het Bloemendaalse strand opgenomen, in het bijzonder: * P- 36: toelichting bij figuur 37 wordt toegelicht: *Sfeergebied "Sunkńsed Beach' Bloemendaal aan Zee doorontwikkelen in lijn met toeristisch profiel ols (DNA) onderdeel von Amsterdam Beach", - p. 37: "Intensieve recreatie en evenementen zijn geconcentreerd rond de kustplaatsen (iJmuiden, Bloemendaal aan Zee en Zandvoort); 2. In het Ontwikkelperspectief een passage is opgenomen met de tekst: "Ook uit oogpunt van promotie en marketing is de insteek het profileren van de gehele strandzone als "Amsterdam Beach", met daarbinnen profilering en positionering van de Individuele badplaatsen volgens hun eigen "DNA". Voor de Blnnenduinrand willen we voorts het 'verzorgingsgebíeď uìtbreīden naar de hele MRA.

Nu komt driekwart van de bezoekers uit de regio Om dit te bereiken willen we voor zowel de bezoeker uit de MRA als de binnenlandse en buitenlandse toerist een marketing- en promotiestrategle voor de Binnenduinrand in lijn met het door de MRA opgezette project "Amsterdam bezoeken, Holland zien" 4." Uit voornoemde tekstpassage blijkt de volgende doelstelling. Bovenop de autonomen groei van toeristen (drca 30 X volgens de wethouder) die o.a. Bloemendaal aan Zee en bet daarbíj behorende strand bezoeken, wordt ook nog eens tot doel gesteld extra toeristen aan te trekken Dit wil men bereiken door middel van extra investeringen in promotie en marketing. Overwegende daţ: 1. Het Ontwikkelperspectief van belang is voor de samenwerking tussen de gemeenten en input vormt voor de Omgevingsvisie (en de uitwerking daarvan in het Omgevingsplan) van Bloemendaal. Dat daarom het Ontwikkelperspectief dient uit te gaan van het actuele beleid dat door College en Raad van de gemeente Bloemendaal is vastgesteld ten aanzien van de kustplaats Bloemendaal aan Zee en het daarbi) behorende strand. 2. Groei van het toerisme niet ten koste mag gaan van het hoogwaardige woon- en leefmilieu en/of van de aanwezige natuurwaarden in de gemeenten Bloemendaal.

Dat deze waarden uitgangspunt zijn voor het faciliteren/geleiden/sturen van de toenemende autonomen toeristenstroom naar de kustplaats Bloemendaal aan Zee en het daarbij behorende strand. Dat de doelstelling verwoord in het Ontwikkelperspectief, zijnde extra toeristen te trekken naar de kustplaats Bloemendaal aan Zee en het bijbehorende strand het

3-

-

hoogwaardige woon- en leefmilieu en/of van de aanwezige natuurwaarden In de gemeente Bloemendaal onnodig onderdruk zetten Het geld dat gemoeid is met de investering in promotie en marketing om deze extra toeristen te trekken naar Bloemendaal aan Zee en het bijbehorende strand kan beter gebruikt worden voor het behoud wan het hoogwaardige woon en leefmilieu en/of van de aanwezige natuurwaarden in de gemeente Bloemendaal. 3. In de uitwerking van de Perspectief 'sporen' de gemeente uit eindelijk aan zet blijft, in het bijzonder via het Bestemmings/Omgevingsplan. B Ę Ş Į 0! T Plint ĵ van het collegevoorstel tę wifrįgen in: "Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand-Gedeelde Weelde" vast te stellen, met dien verstand dat voor de kustplaats Bloemendaal aan Zee en het daarbij behorende strand heeft te gelden dat: A. de actuele strandvlsie van de gemeente Bloemendaal leidend is. Derhalve wordt het accent gelegd op de ontwikkeling van het strand als 'famSiestrand' en worden feesten/ evenementen beperkt: B. de kustplaats Bloemendaal aan Zee en het daarbij behorende strand niet wordt doorontwikkeld tot "Amsterdam Beach"; C. voor de kustplaats Bloemendaal aan Zee en het daarbij behorende strand geen marketing- en promotlestrategie wordt ontwikkeld in lijn met het project "Amsterdam bezoeken, Holland zien".

ingediend door:

CULa.,

Voee ï ljo

ťtfWzjį : 2.

4-

-

1. 2. 3. 4.

De “Nota van beantwoording inspraakreacties concept-Ontwikkelperspectief Binnenduinrand” vast te stellen; De “Nota van beantwoording reacties gemeenten op het concept-Ontwikkelperspectief Binnenduinrand” voor kennisgeving aan te nemen; Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand-Gedeelde Weelde vast te stellen; De fase van de uitvoeringsstrategie te starten door middel van het opstellen van een plan van aanpak.

Aldus besloten in de openbare vergadering gehouden op 31 oktober 2019.

de griffier, Besluit raad: aanvaard Stemmen voor: 17 Stemmen tegen: 0 Afwezig: 2

Voorgesteld besluit 1. De “Nota van beantwoording inspraakreacties concept-Ontwikkelperspectief Binnenduinrand” vast te stellen; 2. De “Nota van beantwoording reacties gemeenten op het concept-Ontwikkelperspectief Binnenduinrand” voor kennisgeving aan te nemen; 3. Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand-Gedeelde Weelde vast te stellen; 4. De fase van de uitvoeringsstrategie te starten door middel van het opstellen van een plan van aanpak.

5-

-

Aanleiding en beoogd effect Aanleiding Met de Binnenduinrand bezit de regio een en prachtig afwisselend landschap met kilometers strand, uítgestrekte duingebieden, bossen, eeuwenoude buitenplaatsen en monumenten, groene villawijken, karaktervolle dorpen en kleinschalige agrarische gebieden, met een Nationaal Park in de nabijheid van de historische binnenstad van Haarlem. En dat allemaal op korte afstand van elkaar! De kwaliteiten van het groen, de rust, de ruimte, de natuur, de historie en de voelbare nabijheid van de zee worden door de ca. 300.000 inwoners van de regio en de miljoenen jaarlijkse bezoekers erkend en gewaardeerd. De regio staat bekend om zijn voortreffelijke woonmilieu dat samen met het Gooi en delen van Amsterdam-centrum en -zuid tot de top-drie woonmilieus binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt gerekend. Deze landschappelijke kwaliteit is niet vanzelfsprekend en staat onder een steeds hogere druk, onder andere door een onzorgvuldige inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen, ruimteclaims voortvloeiend uit MRA-opgaven (economische groei, behoefte aan woningen, klimaatverandering en groei van recreatie, toerisme en mobiliteit) en ontbrekende financieringsmogelijkheden. Tegelijkertijd is er een groeiend besef van het belang van behoud van biodiversiteit en goede en gezonde leefomgeving.

De complexe problematiek in een sterk verstedelijkte regio als deze vraagt om een integrale regionale visie waarin duidelijke keuzes worden gemaakt over de gewenste ontwikkelrichting. Beoogd effect Het Ontwikkelperspectief heeft geen wettelijke basis, zoals een bestemmingsplan of structuurvisie. Door vaststelling committeren de betrokken gemeenteraden zich aan de benoemde visie, ambities en spelregels. Vanwege dit zelfbindende karakter laat het Ontwikkelperspectief zich het best vergelijken met een structuurvisie. Dit betekent concreet dat activiteiten en ruimtelijke ontwikkelingen mede worden getoetst aan het Ontwikkelperspectief en dat hiervan alleen kan worden afgeweken met een goede motivatie. Borging van de afspraken kan bijvoorbeeld worden geregeld door afstemming in de verschillende portefeuillehoudersoverleggen en door inbedding van de spelregels in de ruimtelijke plannen van de gemeente. Het laatstgenoemde is tevens één van de uitvoeringssporen. Politieke keuzeruimte De bestuurlijke behandeling van het Ontwikkelperspectief kent bij de provincie Noord-Holland een andere routing. Deze wordt niet vastgesteld door Provinciale Staten, aangezien het daarmee als het ware provinciaal beleid wordt en daarmee eigenlijk geen ruimte meer laat voor vaststelling door de gemeentebesturen.

Het stuk zal door Gedeputeerde Staten voor kennisgeving worden aangenomen, waarmee het primair het beleid van de betrokken gemeenten is dat door de provincie Noord-Holland wordt onderschreven en ondersteund. Gedachtegang Argumenten 1. Het Ontwikkelperspectief is een passend antwoord op de opgaven voor behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de Binnenduinrand Het Ontwikkelperspectief geeft een visie op de gewenste ontwikkelrichting van de Binnenduinrand en benoemt heldere ambities en spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het centrale uitgangspunt daarbij is dat de (hoge) kwaliteit van het landschap leidend is voor toekomstige ontwikkelvraagstukken op het gebied van economische groei, woningbouw en recreatie en toerisme. 2. Lokale oplossingen volstaan niet langer De problematiek en de daarbij behorende opgaven zijn complex en gaan de gemeentegrenzen voorbij. Bovendien laat de gebruiker van de Binnenduinrand (de toerist, de wandelaar, de ondernemer) zich niet leiden door gemeentegrenzen. Om hierop passend te kunnen reageren, kan niet langer worden volstaan met lokale oplossingen. Daarvoor is consensus bij de betrokken

6-

-

gemeenten nodig over de wijze waarop de kernwaarden van de Binnenduinrand het best kunnen worden behouden en waar mogelijk versterkt. Het Ontwikkelperspectief voorziet hierin. 3. Het Ontwikkelperspectief levert een integrale aanpak en agenda voor de uitvoering van de visie Het merendeel van de ambities en spelregels is niet nieuw, op verschillende terreinen is er al vigerend beleid en/of zijn al initiatieven gestart. Wel nieuw is dat in dit Ontwikkelperspectief alle (bestaande en nieuwe) ambities en spelregels in samenhang met elkaar worden bezien. Dit leidt tot een aantal inhoudelijke “sporen”, te weten: 1.

opstelling van een regionaal uitvoeringsplan voor de buitenplaatsen, waarbij de ruimtelijke, culturele, recreatieve en toeristische aspecten op de verschillende schaalniveaus (lokaal, regionaal en MRA) in samenhang worden uitgewerkt; 2. opstelling van een regionale strategie voor de gehele reeks open gebieden, waarin gezocht wordt naar de optimale mix van agrarische functies, natuur, recreatie en landschappelijke waarden, inclusief de realisatie van verbindingszones naar het achterland; 3. toeristisch-recreatieve dóórontwikkeling van de kust(plaatsen) tot “Amsterdam Beach” met behoud van rust en ruimte; 4. verkenning van de mogelijkheden om het gehele duingebied onder de noemer van “Nationaal Park” te brengen en als zodanig te promoten; 5. ontwikkeling van een marketing- en promotiestrategie voor de Binnenduinrand in lijn met het project “Amsterdam bezoeken, Holland zien”; 6. opstelling van een regionale kansenkaart voor de versterking van de stads- en dorpsranden in de Binnenduinrand, inclusief de (recreatieve) ontsluiting van het aangrenzende buitengebied; 7. nadere verkenning van de ontwikkelpotentie van de ov-knooppunten van de ZuidKennemerlandse corridor (vertrekpunt hiervoor is de Taskforce Ruimte Assist "ZuidKennemerland en IJmond-Toekomst bereikbaarheid en stations in een aantrekkelijke regio”); 8.

inventarisatie, plan van aanpak en financiering van benodigde recreatieve verkeer- en vervoersverbindingen; 9. opstelling van een integrale watervisie in combinatie met een strategische samenwerkingsagenda voor de Binnenduinrand; 10. inbedding van de spelregels in de bestemmingsplannen, visies en programma’s. Deze sporen vormen de opmaat naar de volgende fase, de opstelling van een uitvoerings- en financieringsstrategie. De sporen geven de samenhang weer: op welk schaalniveau een bepaalde problematiek speelt, hoe bestaande projecten zich tot elkaar verhouden, wie met wie samen zou moeten werken. Aan een aantal speerpunten wordt overigens al gewerkt. Voorbeeld daarvan is de pilot Buitenpoorten vanuit het Actieprogramma Metropolitaan Landschap en het OV-knooppuntenprogramma van de provincie, waarin aan speerpunt 7 invulling wordt gegeven. Voor deze speerpunten ligt de focus op het zoeken van aansluiting op de lopende trajecten, waarbij enerzijds vanuit het ontwikkelperspectief onderwerpen worden geagendeerd en anderzijds de afstemming tussen de verschillende speerpunten wordt geborgd. Voor de speerpunten 2, 4, 6, 8 en 10 ontbreekt op dit moment nog een concrete aanpak. Deze zal in de uitvoeringsstrategie moeten worden geïnitieerd. 4.

Het Ontwikkelperspectief is een belangrijke bouwsteen en toetsingskader voor ruimtelijke visies en plannen Het ontwikkelperspectief is een regionaal ruimtelijk beleidsstuk met landschappelijke (deel)visies voor het plangebied en daarmee een belangrijke bouwsteen voor (boven)lokale omgevingsvisies en plannen. Zo vormt het Ontwikkelperspectief de basis voor de landschappelijke ambities en acties van de Zuid-Kennemer Agenda (vandaar dat de planningen van beide vaststellingstrajecten op elkaar zijn afgestemd). Daarnaast is het een toetsingskader voor (boven)lokale opgaven en initiatieven en zorgt het daarmee voor bestuurlijke legitimatie voor een gemeenschappelijke aanpak van deze vraagstukken. Tenslotte kan het Ontwikkelperspectief worden benut voor: - een beter bewustzijn van de kwaliteiten van de Binnenduinrand, en op welke manier deze kwaliteiten bij ontwikkeling behouden of versterkt kunnen worden; - een heldere positionering van de Binnenduinrand (en in het bijzonder de landschapswaarden daarvan) binnen de MRA en daarbuiten; - een groter draagvlak voor inhoudelijke opgaven en financieringsmethoden; - de uitvoering van de relevante afspraken uit de coalitieakkoorden en beleidsdocumenten van de betrokken gemeenten en de provincie;

7-

-

-

het agenderen van initiatieven aan de juiste tafel;

5. Het is wenselijk om de volgende fase van de ontwikkelstrategie, de fase van de uitvoeringsstrategie direct te laten aansluiten op de vaststelling van het Ontwikkelperspectief Met de vaststelling van het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand wordt een belangrijke stap gezet in de richting van behoud en versterking van de landschappelijke kwaliteit van de Binnenduinrand. In de volgende fase, de opstelling van de uitvoeringsstrategie, vindt echter de concrete planuitwerking en de bijbehorende financiering plaats. Daarom is het belangrijk om tegelijk met de vaststelling van het Ontwikkelperspectief de start van de fase van de Uitvoeringsstrategie te markeren. Dit gebeurt door de gemeenteraden tevens de opdracht te laten verlenen voor de opstelling van een plan van aanpak. Hierin worden voorstellen gedaan voor de verdere inhoudelijke uitwerking, procesorganisatie en uitvoeringsplanning. In de tweede helft van 2019 zal over de beoogde aanpak voor de Uitvoeringsstrategie een gezamenlijke radenbijeenkomst worden georganiseerd.

Kanttekeningen Het tot stand komen van het Ontwikkelperspectief is een langdurig proces geweest. Na uitvoerig overleg en samenwerking met de betrokken gemeenten is er overeenstemming over de huidige versie. De betrokken gemeenten volgen dezelfde koers wat betreft het voorstel aan de gemeenteraad en het college. Alternatieven Het alternatief is om niet in te stemmen met het Ontwikkel Perspectief Binnenduinrand-Gedeelde weelde. Niet instemmen zou echter niet in lijn zijn met de koers van de andere gemeenten.

Overwegingen van het college Zoals eerder genoemd vraagt de complexe problematiek in een sterk verstedelijkte regio als deze om een integrale regionale visie waarin duidelijke keuzes worden gemaakt omtrent de gewenste ontwikkelrichting. Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand draagt bij aan deze integrale regionale aanpak. Middelen Financiële middelen Wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Personele middelen Wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Organisatorische middelen Wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma.

8-

-

Participatie en inspraak 1. Het Ontwikkelperspectief is uitgebreid afgestemd: Afstemming met de betrokken stakeholders: Bij de voorbereiding van het Ontwikkelperspectief zijn de volgende stakeholders betrokken: - de ambtelijke organisaties van de betrokken gemeenten en de provincie (beleidsvelden groen, recreatie, cultuurhistorie, verkeer, RO, EZ, wonen etc.); - de terreinbeherende organisaties (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, PWN, het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, Waternet, Rijnland en Landschap Noord-Holland); - belangenorganisaties en grondeigenaren (LTO, vertegenwoordiging buitenplaatsen, Stichting agrariërs Westelijk Tuinbouwgebied, agrarische ondernemers, Vereniging Santpoort). 2. Afstemming met de gemeenteraden en Provinciale Staten: In de voorbereidingsfase heeft tot nu toe drie keer een politiek-bestuurlijke consultatie plaatsgevonden. De gezamenlijke raden en provinciale statenleden zijn uitgenodigd voor een drietal raadsconferenties om in een vroeg stadium een inhoudelijke discussie te voeren over ruimtelijke thema’s met een weerslag op het landschap. Tijdens de eerste raadsconferentie is de behoefte aan een integrale en breed gedragen ontwikkelstrategie bevestigd en zijn de belangrijkste dilemma’s bij de opstelling van het ontwikkelperspectief verkend.

Tijdens de tweede conferentie zijn de beoogde ambities voor een eerste beoordeling aan de raden en statenleden voorgelegd. Tijdens de derde conferentie is de werking van het Ontwikkelperspectief in de praktijk en de toegevoegde waarde ervan voor de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen besproken. Voor de impressies van de conferenties verwijzen wij naar bijlage 5. van de bijlagen bij het Ontwikkelperspectief. De bijlagen worden niet bestuurlijk vastgesteld, maar ter informatie aan de colleges toegezonden. 3. Wisselwerking met de (beleids)omgeving: In het Ontwikkelperspectief is niet uitsluitend naar het plangebied gekeken. Bij de totstandkoming is over regiogrenzen heen gekeken naar ontwikkelingen in Midden- en Noord-Kennemerland, de duinstrook en Bollenstreek in Zuid-Holland, de Bufferzone tussen Haarlem en Amsterdam en Haarlemmermeer Groen. Daarmee wordt de onderliggende samenhang tussen het plangebied en de genoemde gebieden in beeld gebracht. De bij de opstelling van het Ontwikkelperspectief opgedane ervaringen hebben al gediend als input voor de Intergemeentelijke Structuurscan (IGS), MRA-visie West, het kwaliteitsbeeld van het MRA landschap, de Ruimte Assist OV-Knooppunten Zuid-Kennemerland, maar ook voor bijvoorbeeld het beheer en ontwikkelplan van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland en de herziening van de Leidraad landschap en cultuurhistorie van de provincie.

Tenslotte heeft de provincie bij de opstelling van de Omgevingsvisie NH2050 aansluiting gezocht bij het Ontwikkelperspectief. Omgekeerd sluit het ontwikkelperspectief aan op en agendeert het opgaven uit andere visies. Bijvoorbeeld de opgaven die het Nationaal Park Zuid-Kennemerland zich gesteld heeft in het nieuwe Beheer en Ontwikkelplan (BOP) op het punt van de relatie met het buitengebied. ‘‘Amsterdam Beach” wordt integraal en als MRA opgave gepositioneerd omdat dit geen lokaal belang van Zandvoort is maar een regionaal belang. Het ontwikkelperspectief geeft voorts politieke legitimatie voor een integrale aanpak van de buitenplaatsen, agendeert de OV-knooppunten als aanzet om tot realisatie van de knooppunten als groene poorten te komen. 4. Inspraak: Het concept-Ontwikkelperspectief heeft van 8 december 2017 tot 2 februari 2018 ter inzage gelegen. Op 24 januari 2018 heeft tevens een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Gedurende de terinzageleggingstermijn zijn 31 inspraakreacties ontvangen. Deze inspraakreacties zijn samen met de reacties van de gemeenten naar aanleiding van behandeling van het concept-Ontwikkelperspectief Binnenduinrand in de raadscommissies beantwoord in de bijgevoegde nota's van beantwoording. Daarin is tevens aangegeven op welke wijze de inspraakreacties zijn verwerkt in het Ontwikkelperspectief.

De voorgestelde inhoudelijke beantwoording van de inspraakreacties, de reacties van de gemeenten en de aanpassingen in het Ontwikkelperspectief naar aanleiding daarvan zijn besproken in het portefeuillehoudersoverleg Binnenduinrand. Hierover is consensus. Het is de bedoeling dat de nu voorliggende nota van beantwoording van de inspraakreacties integraal wordt vastgesteld in alle betrokken colleges. De nota van beantwoording van de reacties van de gemeenten wordt voor kennisgeving aangenomen. Communicatie

9-

-

Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand met bijbehorende stukken is toegezonden aan de colleges van de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede, Velsen en Zandvoort en aan het college van GS van de provincie Noord-Holland met het verzoek om dit ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraden, respectievelijk dit voor kennisgeving aan te nemen en de fase van de uitvoeringsstrategie te starten door middel van het opstellen van een plan van aanpak. Samenwerking (Heemstede) Bij de totstandkoming van het concept Ontwikkelperspectief heeft er samenwerking plaatsgevonden met meerdere betrokken stakeholders, gemeenten en de provincie.

Vervolgproces/evaluatie Vervolgproces Het Ontwikkelperspectief is het eerste document waarin de betrokken gemeenten en de provincie gezamenlijk een integrale gebiedsvisie hebben opgesteld. Dit betekent dat ook bij de totstandkoming van het Ontwikkelperspectief de gebaande paden soms verlaten moesten worden. Bij de besluitvorming over de terinzagelegging van het concept-Ontwikkelperspectief is uitgegaan van een laatste consultatie van de betrokken raden en staten in een raadsconferentie. In het portefeuillehoudersoverleg van 19 december 2018 is besloten dat een presentatie van het Ontwikkelperspectief en de beantwoording van de zienswijzen op hoofdlijnen in de betrokken raadscommissies een passender voorbereiding op de vaststellingsronde in de raden oplevert. Deze presentatieronde heeft in de periode januari-maart 2019 plaatsgevonden. Nu ligt de vaststelling van de nota van beantwoording van de inspraakreacties door de colleges en de vaststelling van het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand met de bijbehorende stukken voor. De planning van het vaststellingstraject luidt: - Besluitvorming over de vaststelling van het Ontwikkelperspectief en start uitvoeringsstrategie in de colleges - Besluitvorming over de vaststelling van het Ontwikkelperspectief en start uitvoeringsstrategie in de commissies en raden en GS - Opstelling plan van aanpak uitvoeringsstrategie

september 2019 oktober/november 2019 2e kwartaal 2020

Evaluatie Bij een positief besluit van alle gemeenteraden zal het besluit gezamenlijk door de betrokken gemeentes aan GS worden aangeboden en vervolgens via de gebruikelijke kanalen beschikbaar worden gesteld. De nota van beantwoording zal na behandeling in de colleges worden gezonden aan alle indieners van een inspraakreactie. Bijlagen 1. Ontwikkelperspectief Binnenduinrand-Gedeelde Weelde (2019006641) 2. Bijlagen Ontwikkelperspectief Binnenduinrand-Gedeelde Weelde (2019006642) 3. Kaarten Ontwikkelperspectief Binnenduinrand-Gedeelde Weelde (2019006643) 4. Nota van beantwoording inspraakreacties Ontwikkelperspectief Binnenduinrand (2019006644) 5. Nota van beantwoording reacties gemeenten Ontwikkelperspectief Binnenduinrand (2019006645) Burgemeester en wethouders van Bloemendaal, , burgemeester.

, gemeentesecretaris.

*

★

Gemeente Haarlem

Raadsstuk

Onderwerp

Vaststellen Ontwikkelperspectief Binnenduinrand Nummer Portefeuillehouder

2019/769370

Programma/beleidsveld

4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling

Afdeling

OMB

Auteur Telefoonnummer

Dekker, M.O.A. 023-5113978

Email

mdekker@haarlem.nl

Kernboodschap

De colleges van de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede, Velsen en Zandvoort en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie NoordHolland hebben in gezamenlijkheid een Ontwikkelperspectief voor de

Berkhout, R.A.H.

Binnenduinrand opgesteld. Het Ontwikkelperspectief schetst hoe de overheden samen met maatschappelijke partners, ondernemers en bewoners het unieke en hoogwaardige landschap van de Binnenduinrand voor de toekomst veilig kunnen stellen en verder kunnen versterken. Het benoemt daarnaast de ambities en spelregels om dit toekomstbeeld te realiseren. Het Ontwikkelperspectief is gereed voor vaststelling in de gemeenteraden. Het vaststellen van het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand is een bevoegdheid van de raad op grond van artikel 108 lid 1 jo. artikel 147 Gemeentewet. Het college is belast met de voorbereiding van beslissingen van de raad. Behandelvoorstel voor commissie

De commissie Ontwikkeling, aangevuld met leden van de commissie Beheer, wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de

Relevante eerdere besluiten

raadsvergadering Terinzagelegging concept-Ontwikkelperspectief Binnenduinrand (2017/171245), zoals besproken in de vergadering van de commissie Ontwikkeling van 21 september 2017. Plan van aanoak Ontwikkeloersoectief Binnenduinrand (2012/92216), zoals besproken in de vergadering van de commissie Ontwikkeling van 31 mei 2012. Intentieverklaring gezamenlijke Ontwikkelstrategie Binnenduinrand van de colleges van de vijf gemeenten van Zuid-Kennemerland en de gemeente Velsen (2011/15904) zoals besproken in de vergadering van de commissie Ontwikkeling van 17 maart 2011.

Kenmerk: 2019/769370

1/9

Met de Binnenduinrand bezit de regio een en prachtig afwisselend landschap met kilometers strand, uitgestrekte duingebieden, bossen, eeuwenoude buitenplaatsen en monumenten, groene villawijken, karaktervolle dorpen en kleinschalige agrarische gebieden, met een Nationaal Park in de nabijheid van de historische binnenstad van Haarlem. En dat allemaal op korte afstand van elkaar. De kwaliteiten van het groen, de rust, de ruimte, de natuur, de historie en de voelbare nabijheid van de zee worden door de ca. 300.000 inwoners van de regio en de miljoenen jaarlijkse bezoekers erkend en gewaardeerd. De regio staat bekend om zijn voortreffelijke woonmilieu dat samen met het Gooi en delen van Amsterdam-centrum en -zuid tot de top-drie woonmilieus binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt gerekend. Deze landschappelijke kwaliteit is niet vanzelfsprekend en staat onder een steeds hogere druk, onder andere door een onzorgvuldige inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen, ruimteclaims voortvloeiend uit MRA-opgaven (economische groei, behoefte aan woningen, klimaatverandering en groei van recreatie, toerisme en mobiliteit) en ontbrekende financieringsmogelijkheden. Tegelijkertijd is er een groeiend besef van het belang van behoud van biodiversiteit en goede en gezonde leefomgeving.

Kenmerk: 2019/769370

2/9

De complexe problematiek in een sterk verstedelijkte regio als deze vraagt om een integrale regionale visie waarin duidelijke keuzes worden gemaakt omtrent de gewenste ontwikkelrichting. Om deze reden hebben de portefeuillehouders van de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemstede, Velsen en Zandvoort en de provincie Noord-Holland de intentie uitgesproken een ontwikkelstrategie voor het landschap van de Binnenduinrand op te stellen. Onderdeel van deze ontwikkelstrategie is het nu voorliggende Ontwikkelperspectief Binnenduinrand. Het Ontwikkelperspectief geeft een visie op de gewenste ontwikkelrichting van de Binnenduinrand en benoemt heldere ambities en spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het centrale uitgangspunt daarbij is dat de (hoge) kwaliteit van het landschap leidend is voor toekomstige ontwikkelvraagstukken op het gebied van economische groei, woningbouw en recreatie en toerisme. Procesverloop • Het concept-ontwikkelperspectief is in het najaar van 2017 in de commissies van desbetreffende

• • • •

gemeenten besproken. De reacties hebben op diverse punten tot aanpassing geleid van het Ontwikkelperspectief (zie bijlage d) Het ontwikkelperspectief heeft van 8 december 2017 tot 2 februari 2018 ter inzage gelegen. Op 24 januari 2018 is een informatieavond gehouden. Er zijn 31 inspraakreacties ingediend. De reacties hebben op diverse punten tot aanpassing geleid van het Ontwikkelperspectief (zie bijlage e) In het eerste kwartaal van 2019 zijn in de betrokken gemeenteraden ambtelijke presentaties gegeven over ontwikkelperspectief en de voorgenomen wijzigingen naar aanleiding van de inspraak- en gemeentelijke reacties.

Het ontwikkelperspectief is nu gereed voor vaststelling door de gemeenteraad. 2. Voorstel aan de raad

Het college stelt de raad voor: 1. Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand-Gedeelde Weelde vast te stellen 2. Het college opdracht te geven tot het opstellen van een uitvoeringsstrategie voor het Ontwikkelperspectief. 3. Beoogd resultaat

Het Ontwikkelperspectief schetst hoe de overheden samen met maatschappelijke partners, ondernemers en bewoners het unieke en hoogwaardige landschap van de Binnenduinrand voor de toekomst veilig kunnen stellen en verder kunnen versterken. Het benoemt daarnaast de ambities en spelregels om dit toekomstbeeld te realiseren.

Kenmerk: 2019/769370

3/9

4. Argumenten

Het Ontwikkelperspectief sluit aan op de programmabegroting. Het ontwerpbestemmingsplan draagt bij aan programma 4 'duurzame stedelijke vernieuwing'. Dit geldt specifiek voor de doelen genoemd onder 4.1 'duurzame stedelijke ontwikkeling', omdat het Ontwikkelperspectief een bijdrage levert aan de instandhouding van de hoogwaardige leefomgeving van Zuid-Kennemerland en Velsen. Het besluit past in het ingezet beleid Het Ontwikkelperspectief is in lijn met de ondertekening van de intentieverklaring Ontwikkelstrategie Binnenduinrand uit 2011. Na vaststelling van het Ontwikkelperspectief in de gemeenteraden en Gedeputeerde Staten zal een plan van aanpak worden opgesteld voor de Uitvoeringsstrategie. Het Ontwikkelperspectief is een passend antwoord op de opgaven voor behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de Binnenduinrand Het Ontwikkelperspectief geeft een visie op de gewenste ontwikkelrichting van de Binnenduinrand en benoemt heldere ambities en spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het centrale uitgangspunt daarbij is dat de (hoge) kwaliteit van het landschap leidend is voor toekomstige ontwikkelvraagstukken op het gebied van economische groei, woningbouw en recreatie en toerisme. Lokale oplossingen volstaan niet langer De problematiek en de daarbij behorende opgaven zijn complex en gaan de gemeentegrenzen voorbij.

Bovendien laat de gebruiker van de Binnenduinrand (de toerist, de wandelaar, de ondernemer) zich niet leiden door gemeentegrenzen. Om hierop passend te kunnen reageren, kan niet langer worden volstaan met lokale oplossingen. Daarvoor is consensus bij de betrokken gemeenten nodig over de wijze waarop de kernwaarden van de Binnenduinrand het best kunnen worden behouden en waar mogelijk versterkt. Het Ontwikkelperspectief voorziet hierin. Het Ontwikkelperspectief levert een integrale aanpak en agenda voor de uitvoering van de visie Het merendeel van de ambities en spelregels is niet nieuw, op verschillende terreinen is er al vigerend beleid en/of zijn al initiatieven gestart. Wel nieuw is dat in dit Ontwikkelperspectief alle (bestaande en nieuwe) ambities en spelregels in samenhang met elkaar worden bezien. Dit leidt tot een aantal inhoudelijke "sporen", te weten: 1. opstelling van een regionaal uitvoeringsplan voor de buitenplaatsen, waarbij de ruimtelijke, culturele, recreatieve en toeristische aspecten op de verschillende schaalniveaus (lokaal, regionaal en MRA) in samenhang worden uitgewerkt; 2. opstelling van een regionale strategie voor de gehele reeks open gebieden, waarin gezocht wordt naar de optimale mix van agrarische functies, natuur, recreatie en landschappelijke waarden; inclusief de realisatie van verbindingszones naar het achterland; 3.

toeristisch-recreatieve dóórontwikkeling van de kust(plaatsen) tot "Amsterdam Beach" met behoud van rust en ruimte;

Kenmerk: 2019/769370

4/9

4.

verkenning van de mogelijkheden om het gehele duingebied onder de noemer van "Nationaal Park" te brengen en als zodanig te promoten; 5. ontwikkeling van een marketing- en promotiestrategie voor de Binnenduinrand in lijn met het project "Amsterdam bezoeken, Holland zien"; 6. opstelling van een regionale kansenkaart voor de versterking van de stads- en dorpsranden in de Binnenduinrand, inclusief de (recreatieve) ontsluiting van het aangrenzende buitengebied; 7. nadere verkenning van de ontwikkelpotentie van de ov-knooppunten van de ZuidKennemerlandse corridor (vertrekpunt hiervoor is de Taskforce Ruimte Assist "ZuidKennemerland en IJmond- Toekomst bereikbaarheid en stations in een aantrekkelijke regio"); 8. inventarisatie, plan van aanpak en financiering van benodigde recreatieve verkeer- en vervoersverbindingen; 9. opstelling van een integrale watervisje in combinatie met een strategische samenwerkingsagenda voor de Binnenduinrand; 10. inbedding van de spelregels in de bestemmingsplannen, visies en programma's; Deze sporen vormen de opmaat naar de volgende fase, de opstelling van een uitvoerings- en financieringsstrategie. De sporen geven de samenhang weer: op welk schaalniveau een bepaalde problematiek speelt, hoe bestaande projecten zich tot elkaar verhouden, wie met wie samen zou moeten werken. Aan een aantal speerpunten wordt overigens al gewerkt.

Voorbeeld daarvan is de pilot Buitenpoorten vanuit het Actieprogramma Metropolitaan Landschap en het OVknooppuntenprogramma van de provincie, waarin aan speerpunt 7 invulling wordt gegeven. Voor deze speerpunten ligt de focus op het zoeken van aansluiting op de lopende trajecten, waarbij enerzijds vanuit het ontwikkelperspectief onderwerpen worden geagendeerd en anderzijds de afstemming tussen de verschillende speerpunten wordt geborgd. Voor de speerpunten 2, 4, 6, 8 en 10 ontbreekt op dit moment nog een concrete aanpak. Deze zal in de uitvoeringsstrategie moeten worden geïnitieerd. Het Ontwikkelperspectief is een belangrijke bouwsteen en toetsingskader voor ruimtelijke visies en plannen Het ontwikkelperspectief is een regionaal ruimtelijk beleidsstuk met landschappelijke (deel)visies voor het plangebied en daarmee een belangrijke bouwsteen voor (boven)lokale omgevingsvisies. Zo vormt het Ontwikkelperspectief de basis voor de landschappelijke ambities en acties van de ZuidKennemer Agenda (vandaar dat de planningen van beide vaststellingstrajecten op elkaar zijn afgestemd). Daarnaast is het een toetsingskader voor (boven)lokale opgaven en initiatieven en zorgt het daarmee voor bestuurlijke legitimatie voor een gemeenschappelijke aanpak van deze vraagstukken.

Ten slotte kan het Ontwikkelperspectief worden benut voor: - een beter bewustzijn van de kwaliteiten van de Binnenduinrand, en op welke manier deze kwaliteiten bij ontwikkeling behouden of versterkt kunnen worden; - een heldere positionering van de Binnenduinrand (en in het bijzonder de landschapswaarden daarvan) binnen de MRA en daarbuiten; - een groter draagvlak voor inhoudelijke opgaven en financieringsmethoden;

Kenmerk: 2019/769370

5/9

-

de uitvoering van de relevante afspraken uit de coalitieakkoorden en beleidsdocumenten van de betrokken gemeenten en de provincie; het agenderen van initiatieven aan de juiste tafel;

Het Ontwikkelperspectief heeft geen wettelijke basis, zoals een Bestemmingsplan of structuurvisie. Door vaststelling committeren de betrokken gemeenteraden zich aan de benoemde visie, ambities en spelregels (vanwege dit zelfbindende karakter laat het Ontwikkelperspectief zich het best vergelijken met een structuurvisie). Dit betekent concreet dat activiteiten en ruimtelijke ontwikkelingen mede worden getoetst aan het Ontwikkelperspectief en dat hiervan alleen kan worden afgeweken met een goede motivering. Borging van de afspraken kan bijvoorbeeld worden geregeld door afstemming in de verschillende portefeuillehouders overleggen en door inbedding van de spelregels in de ruimtelijke plannen van de gemeente. Het laatstgenoemde is tevens één van de uitvoeringssporen. De bestuurlijke behandeling van het Ontwikkelperspectief kent bij de provincie Noord-Holland een andere routing. Deze wordt niet vastgesteld door Provinciale Staten, aangezien het daarmee als het ware provinciaal beleid wordt en daarmee eigenlijk geen ruimte meer laat voor vaststelling door de gemeentebesturen. Het stuk zal door Gedeputeerde Staten voor kennisgeving worden aangenomen, waarmee het primair het beleid van de betrokken gemeenten is dat door de provincie Noord-Holland wordt onderschreven en ondersteund.

Het Ontwikkelperspectief is uitgebreid afgestemd Afstemming met de betrokken stakeholders: Bij de voorbereiding van het Ontwikkelperspectief zijn de volgende stakeholders betrokken: - de ambtelijke organisaties van de betrokken gemeenten en de provincie (beleidsvelden groen, recreatie, cultuurhistorie, verkeer, RO, EZ, wonen etc.); - de terreinbeherende organisaties (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, PWN, het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, Waternet, Rijnland en Landschap Noord-Holland); - belangenorganisaties en grondeigenaren (LTO, vertegenwoordiging buitenplaatsen, Stichting agrariërs Westelijk Tuinbouwgebied, agrarische ondernemers, Vereniging Santpoort). Afstemming met de gemeenteraden en Provinciale Staten: In de voorbereidingsfase heeft drie keer een politiek-bestuurlijke consultatie plaatsgevonden. De gezamenlijke raden en provinciale statenleden zijn uitgenodigd voor een drietal raadsconferenties om in een vroeg stadium een inhoudelijke discussie te voeren over ruimtelijke thema's met een weerslag op het landschap. Tijdens de eerste raadsconferentie is de behoefte aan een integrale en breed gedragen ontwikkelstrategie bevestigd en zijn de belangrijkste dilemma's bij de opstelling van het ontwikkelperspectief verkend. Tijdens de tweede conferentie zijn de beoogde ambities voor een eerste beoordeling aan de raads- en statenleden voorgelegd.

Tijdens de derde conferentie is de werking van het Ontwikkelperspectief in de praktijk en de toegevoegde waarde ervan voor de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen besproken. Voor de impressies van de conferenties verwijzen wij naar bijlage 5 van de bijlagen bij het Ontwikkelperspectief. De bijlagen worden niet bestuurlijk vastgesteld, maar ter informatie aan de colleges toegezonden.

Kenmerk: 2019/769370

6/9

Wisselwerking met de (beleids)omgeving: In het Ontwikkelperspectief is niet uitsluitend naar het plangebied gekeken. Bij de totstandkoming is over regiogrenzen heen gekeken naar ontwikkelingen in Midden- en Noord-Kennemerland, de duinstrook en Bollenstreek in Zuid-Holland, de Bufferzone tussen Haarlem en Amsterdam en Haarlemmermeer Groen. Daarmee wordt de onderliggende samenhang tussen het plangebied en de genoemde gebieden in beeld gebracht. De bij de opstelling van het ontwikkelperspectief opgedane ervaringen hebben al gediend als input voor de Intergemeentelijke Structuurscan (IGS), MRA-visie West, het kwaliteitsbeeld van het MRAlandschap, de Ruimte Assist OV-Knooppunten Zuid-Kennemerland, maar ook voor bijvoorbeeld het beheer en ontwikkelplan van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland en de herziening van de Leidraad landschap en cultuurhistorie van de provincie. Omgekeerd sluit het ontwikkelperspectief aan op en agendeert het opgaven uit andere visies. Bijvoorbeeld de opgaven die het Nationaal Park Zuid-Kennemerland zich gesteld heeft in het nieuwe Beheer en Ontwikkelplan (BOP) op het punt van de relatie met het buitengebied. "Amsterdam Beach" wordt integraal en als MRA opgave gepositioneerd omdat dit geen lokaal belang van Zandvoort is maar een regionaal belang.

Het ontwikkelperspectief geeft voorts politieke legitimatie voor een integrale aanpak van de buitenplaatsen, agendeert de OV-knooppunten als aanzet om tot realisatie van de knooppunten als groene poorten te komen. De inspraak heeft geleid tot wijzigingen in het concept-Ontwikkelperspectief Het concept-Ontwikkelperspectief heeft van 8 december 2017 tot 2 februari 2018 ter inzage gelegen. Op 24 januari 2018 heeft tevens een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Gedurende de terinzageleggingstermijn zijn 31 inspraakreacties ontvangen. De inspraakreacties en de aanbevelingen vanuit de raadscommissies hebben tot aanpassing van het conceptOntwikkelperspectief geleid. Vooreen overzicht van de zienswijzen en aanpassingen wordt verwezen naar nota's van beantwoording (bijlagen d en e). De voorgestelde inhoudelijke beantwoording van de inspraakreacties, de reacties van de gemeenten en de aanpassingen in het Ontwikkelperspectief naar aanleiding daarvan, zijn besproken in het portefeuillehoudersoverleg Binnenduinrand. Hierover is consensus. Het is wenselijk om de volgende fase van de ontwikkelstrategie, de fase van de uitvoeringsstrategie direct te laten aansluiten op de vaststelling van het Ontwikkelperspectief Het Ontwikkelperspectief dient te worden opgevolgd door een uitvoeringsstrategie. Hierin vindt de concrete planuitwerking en de bijbehorende financiering plaats.

Daarom is het belangrijk tegelijk met het vaststellen van het Ontwikkelperspectief de start van de fase van de Uitvoeringsstrategie te markeren. De colleges gaan een plan van aanpak opstellen om tot een uitvoeringsstrategie te komen. Hierin worden voorstellen gedaan voor de verdere inhoudelijke uitwerking, procesorganisatie en uitvoeringsplanning. Financiën Het vaststellen van het Ontwikkelperspectief heeft geen financiële consequenties

Kenmerk: 2019/769370

7/9

5. Risico's en kanttekeningen

Het Ontwikkelperspectief is zelfbindend en qua status te vergelijken met een structuurvisie Als raad en college instemmen met het Ontwikkelperspectief conformeren ze zich aan de ambities en spelregels die daarin staan. Mocht er in de toekomst in de gemeente een ontwikkeling komen die niet helemaal past binnen wat we afgesproken hebben is er formeel geen probleem (want het Ontwikkelperspectief is zelfbindend). De gemeente heeft echter wel iets uit te leggen aan de regio/provincie waarom de ontwikkeling zwaarder weegt dan de afgesproken spelregels. Over de spelregels wordt afgesproken dat deze een doorvertaling krijgen in het eigen beleid, dit is één van de sporen van de Uitvoeringsstrategie. Een gemeente kan ervoor kiezen om strengere spelregels te hanteren; de spelregels uit het Ontwikkelperspectief vormen een ondergrens. Een aantal sporen voor de Uitvoeringsstrategie loopt al Het is voor de realisatie van de ambities uit het Ontwikkelperspectief positief dat een aantal sporen voor de uitvoeringsstrategie al gestart is, zodat daar vanuit de Binnenduinrandvisie aansluiting bij gezocht kan worden. De lopende trajecten zijn toch als sporen voor de uitvoeringsstrategie benoemd omdat het belangrijk is dat ze op de politieke agenda blijven staan.

Sommige lopende trajecten kunnen door vaststelling van het Ontwikkelperspectief zelfs een impuls krijgen omdat ze steviger op de politieke agenda komen te staan. Om de ambities uit het Ontwikkelperspectief te realiseren zijn op termijn financiële middelen nodig. Hiervoor is op dit moment nog geen zicht op dekking. Het vaststellen van het Ontwikkelperspectief heeft geen financiële consequenties. De financieringsbehoefte voor de uitvoering van de in het Ontwikkelperspectief benoemde ambities wordt pas later inzichtelijk bij de Uitvoeringsstrategie. De eerst volgende stap is het opstellen van een plan van aanpak voor de Uitvoeringsstrategie met daarin een overzicht van de benodigde financiering van de ambities. Dit plan van aanpak komt weer bij de raden langs ter goedkeuring. Discussie over de financieringsmogelijkheden zal worden gevoerd binnen de integrale afweging van de kadernota. In de Uitvoeringsstrategie zal uitdrukkelijk gekeken worden naar fasering, aansluiten bij lopende programma's en budgetten (van zowel publieke als private partijen) en een slimme en efficiënte aanpak. Wat gebeurt er als niet alle gemeenten dan wel de provincie instemmen of deels instemmen met het Ontwikkelperspectief? Als bovenstaande zich voordoet worden de verschilpunten geïnventariseerd. Daarna wordt gekeken wat er nodig is om het toch weer tot één gezamenlijk verhaal te komen.

Hierin speelt het portefeuillehouders overleg Binnenduinrand een belangrijke rol; hier kunnen knopen worden doorgehakt. Uiteindelijk blijft het argument (dat in het hele stuk doorklinkt) dat het landschap een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, waardoor het belangrijk is hier gezamenlijk een visie op te hebben en als overheden hier gezamenlijk aan te werken.

Kenmerk: 2019/769370

8/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15007253/1