Bijlage A Volkshuisvestingsprogramma Haarlem 2026-2030 Samen voor een fijn (t)huis!
Tekst van het document
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? Zie Figuur 1: Broekasgasvoetafdruk
Figuur 3 De ‘materiaal-piramide’: welke bouwmaterialen verdienen vanuit milieuperspectief de voorkeur en welke zeker niet? (Bron: www.materialepyramiden.dk).
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
47
4.5 Biodiversiteit bestaande bouw
Het stedelijk hitte-eiland effect
magnifying-glass-location Wat zien we? In bestaande bouw groeit de aandacht voor vergroening en biodiversiteit. Groene gevels, nestkasten en ecologische verbindingen worden lokaal toegepast, vaak op initiatief van bewoners of in samenwerking met woningcorporaties. Groen is goed voor mens én dier; onderzoek (figuur 5) laat zien dat extra stedelijk groen de hittestresssterfte met ongeveer 10%, de kans op depressie met 20% en kinderobesitas met 25% vermindert, terwijl het tegelijk habitat creëert voor insecten, vogels en vleermuizen. De structurele aanpak in Haarlem bestaat uit: de stad heeft de ‘natuurnoodtoestand’ uitgeroepen en investeert via het Meerjarenuitvoeringsplan Groen in een fijnmazig groen- en ecologisch netwerk (faunapassages, groene pilotwijken, ecologisch maaibeheer), met als uitgangspunt het Groen Beleidsplan 2023, waarin het groenstructuurplan en het gemeentelijk natuurnetwerk zijn onderbouwd.
LIGHTBULB-GEAR Wat weten we? 0,0 – 0,2 °C 0,2 – 0,4 °C 0,4 – 0,6 °C 0,6 – 0,8 °C
0,8 – 1,0 °C 1,0 – 1,2 °C 1,2 – 1,4 °C 1,4 – 1,6 °C
1,6 – 1,8 °C 1,8 – 2,0 °C > 2,0 °C
Figuur 4 Het stedelijk hitte-eiland effect (Urban Heat Island, UHI) is het verschijnsel dat de temperatuur in dichtbebouwde stedelijke gebieden merkbaar (typisch 1 – 7 °C, soms meer) hoger ligt dan in het omliggende landelijke gebied, vooral tijdens windstille, heldere nachten in de zomer. In het rode gebied op de kaart zijn extra klimaatadaptieve maatregelen nodig om hittestress te verminderen (Bron: gemeente Haarlem).
Positieve invloed van groen
Koelt & filtert de lucht Minder hittestress, fijnstof ↓
Beweegt & verbindt Ruimte om te spelen, bewegen
Dempt waterpieken Minder wateroverlast
Verbetert mentaal welzijn Stress ↓, sociaal contact ↑
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4I
Klimaatadaptatie onderdeel van wijkrenovaties
Klimaatadaptatie is standaard onderdeel van wijkrenovaties, ook bij de uitvoering van het Warmteprogramma waarin het thema Koelte een vast onderwerp is. We zorgen dat wijken beter bestand zijn tegen hitte, droogte en wateroverlast, bijvoorbeeld met groene daken, wateropvang en schaduwrijke plekken. We benutten klimaatmaatregelen ook om sociale cohesie te versterken, bijvoorbeeld door groene ontmoetingsplekken.
Figuur 5 Positieve invloed van groen.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
48
bullseye-arrow Wat willen we bereiken? 4J
Meer biodiversiteit in woonwijken
We verhogen biodiversiteit in woonwijken door natuurinclusieve ingrepen. Door groene gevels, nestkasten en biodivers groen versterkt de natuur in de stad en verbetert de leefomgeving voor mens en dier. We stimuleren groene gevels, nestkasten, biodivers groen en ecologische structuren bij renovatie door afspraken met woningcorporaties, kennis delen en mogelijk financiële instrumenten voor particuliere woningeigenaren.
Doorkijk 2030-2035 Tussen 2030-2035 verschuift de focus nog meer van plannen naar grootschalige uitvoering en borging en zal er op verschillende duurzaamheidsthema’s extra en/of aangescherpte landelijke wetgeving komen. Emissievrije nieuwbouw wordt verplicht, renovaties worden ‘netbewust’ en energie wordt vaker lokaal opgeslagen. We hebben geleerd van de uitvoering in de warmtetransitie en kunnen opschalen. In het Warmteprogramma 2030-2035 zal het gaan om substantieel meer en grotere gebieden. Koelte is daarbij een belangrijk onderwerp. Circulaire nieuwbouw en renovatie wordt steeds meer een gewoonte. Het aandeel houtbouw bij nieuwbouw stijgt verder. Klimaatadaptieve maatregelen worden mogelijk wettelijk verplicht, net als het vergroten van biodiversiteit. Er komen strengere normen voor fijnstof, hitte en geluid. Ook is het streven om op korte afstand van de woning koele, sociale plekken te kunnen bereiken, de zogenaamde 10-minuten netwerk.
Foto: gemeente Haarlem
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
49
Wat gaan we doen?
4.1
Toekomstbestendige nieuwbouw
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Gebruik maken van het toetsingskader uit het Convenant Toekomstbestendig Bouwen (of vergelijkbaar instrument) voor alle duurzaamheidsthema’s bij ontwikkelprojecten voor gebouwen, en bij alle nieuwe uitvragen een netimpact-paragraaf verplicht maken.
4A
4B
4C
4D
Woningcorporaties, projectontwikkelaars
doorlopend vanaf 2026
STAR-CHRISTMAS 2 Met bouwende partijen vrijwillige afspraken maken over het toepassen van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen of vergelijkbaar instrument.
4A
4B
4C
4D
Woningcorporaties, projectontwikkelaars
2026-2030
STAR-CHRISTMAS 3 Versnellen toepassing circulaire nieuwbouw principes (MPG, houtbouw).
4B
4C
Ontwikkelaars, bouwbedrijven, woning corporaties
2026-2030
4E
4F
Interne en externe stakeholders
2025-2030
Woningcorporaties, bouwende partijen
2026-2030
4.2
Energie bestaande bouw
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Gebiedsgerichte aanpak energietransitie (Warmteprogramma).
4.3
4G
Circulaire bestaande bouw
STAR-CHRISTMAS 1 Stimuleren circulaire renovaties (biobased, her gebruik, losmaakbaar).
4H
4.4
Biodiversiteit bestaande bouw
Klimaatadaptatie bestaande bouw en 4.5
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET 1 Stimuleren toepassing klimaatadaptieve maat regelen bij renovatie.
4I
4J
2026-2030
ARROW-RIGHT-FROM-BRACKET = Continuering van bestaande inzet STAR-CHRISTMAS = Nieuwe activiteit
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 | 4 Duurzaam en toekomstbestendig
50
Begrippenlijst Additionele woningbehoefte Aantal woningen dat erbij moet komen voor de verwachte toename van het aantal huishoudens. Anti-speculatiebeding Clausule in een koopcontract van een woning, die de koper verplicht om de woning gedurende een bepaalde periode zelf te bewonen. BENG-eisen/ normen Bijna Energieneutraal Gebouw. Norm die energieprestatie van nieuwbouw regelt. Doel is gebouwen energiezuiniger te maken en overgang naar duurzame energie te bevorderen. Bestaand stedelijk gebied Stedenbouwkundig samenstel van bebouwing t.b.v. wonen, dienstverlening, detailhandel of horeca, inclusief de openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Bewoners-collectieven De bewoners delen verschillende voorzieningen in of om het huis (meer dan alleen een gedeelde tuin). Een collectief beschikt over een of meer gemeenschappelijke ruimten, bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte of – bij onzelfstandige woonruimten – een gedeelde keuken en/of sanitair. Biobased materialen Bouwen met natuurlijk bouw materialen die ecologisch verantwoord geteeld, geoogst, gebruikt en hergebruikt worden Biodiversiteit De verscheidenheid aan verschillende soorten leven (planten en dieren) in een bepaald gebied. Circulair Bij circulair bouwen wordt gestreefd naar het maximaal hergebruik van materialen en grondstoffen, met minimale verspilling en milieubelasting.
Dit gebeurt door duurzaam te ontwerpen, demontabel te bouwen en de materiaalwaarde zoveel mogelijk te behouden over de levensduur van een gebouw. Collectieve woonvormen Een woonvorm waarbij de bewoners beschikken over een eigen privéwoning én tegelijk enkele ruimtes of faciliteiten delen. Community building Community building, of gemeenschapsvorming, is het proces van het creëren, versterken en onderhouden van een gemeenschap van individuen met een gemeenschappelijke interesse, doel of achtergrond. DAEB/ niet-DAEB Dienst van Algemeen Economisch Belang. Sociale woningbouw is een voorbeeld van een DAEB-activiteit. In dit Volkshuisvestingsprogramma wordt met DAEB altijd sociale woningbouw bedoeld. Energiearmoede Wanneer huishoudens moeite hebben hun energierekening te betalen, of hun woning onvoldoende kunnen verwarmen, koelen of verlichten, zonder dat dit ten koste gaat van andere basisbehoeften. Energietransitie De overgang van een energiesysteem gebaseerd op fossiele energiebronnen (olie, aardgas, steenkolen) naar duurzame energiebronnen (zoals zon, wind en aardwarmte). Gemengd wonen Woonvorm waarbij reguliere huurders samenwonen met bewoners die bijvoorbeeld dakloos zijn geweest, een licht verstandelijke beperking hebben, psychisch kwetsbaar zijn, of statushouder zijn. Het is de
bedoeling dat deze bewoners samen een gemeenschap vormen. Groen-blauwe oplossing Een benadering waarbij natuurlijke groene en blauwe elementen geïntegreerd worden in het landschap. Denk bij groene elementen bijvoorbeeld aan bomen of heggen en bij blauwe elementen bijvoorbeeld aan beken of sloten. Hittestress: Gezondheidsklachten (zoals hoofdpijn, vermoeidheid, concentratieproblemen) door hitte worden wel hittestress genoemd. De gevolgen van hitte kunnen ook ernstiger zijn, vooral voor ouderen en mensen met een beperking. Zij kunnen aan hittestress overlijden. Huisvestingsverordening Deze verordening geeft aan hoe de gemeente de beschikbare woningen wil verdelen en wat de regels zijn van de wijzigingen in de woningvoorraad (zoals onttrekking, omzetting, woonvormen). Kamergewijze verhuur (verkameren) Het omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere kleinere onzelfstandige wooneenheden. Klimaatadaptatie Het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderde klimaat en de schadelijke gevolgen ervan probeert te beperken. Netbewust bouwen Bouwen aan woningen en woonwijken die zo min mogelijk vragen van het elektriciteitsnet. Netcongestie Meer stroom willen transporteren dan (dat deel van) het stroomnet aankan. Omgevingsverordening Alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Omgevingsplan De regels voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau.
Omzetten woningvoorraad Het omzetten van een zelfstandige woning naar meerdere onzelfstandige woonruimten in die woning, waarbij de huurders gebruik maken van gezamenlijke faciliteiten, zoals keuken en sanitaire voorzieningen. Ontwikkelzone Een afgebakend gebied in de stad waar veel woningbouwprojecten in samenhang met elkaar worden ontwikkeld. Onzelfstandige woonvorm Een niet-zelfstandige woning die geen eigen toegang heeft en die de bewoner niet kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van voorzieningen buiten de wooneenheid. Overige toevoegingen Woningen toegevoegd door woningsplitsing of verandering van gebruiksfunctie (transformatie), bijvoorbeeld door verbouwing van een school of kantoor of door realisatie van woningen boven winkels. Passende woning Corporaties moeten huishoudens met recht op huurtoeslag ‘passend’ huisvesten. Dat kan zowel betrekking hebben op inkomen als de oppervlakte van de woning. Plancapaciteit Aantal woningen in (bestaande) plannen. Betreft zowel nieuwbouw als ‘overige toevoegingen’, hard of zacht.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030
51
Prestatieafspraken Afspraken tussen gemeenten, woningcorporaties en hun huurdersorganisaties over de volkshuisvestelijke opgave in hun gebied. Deze afspraken leggen zij vast in zogenoemde prestatieafspraken. Spijtoptant Voormalig woonwagenbewoner die vanuit een reguliere woning graag opnieuw een woonwagen zou betrekken. Statushouder Vluchteling die een verblijfsvergunning heeft gekregen in Nederland en volwaardig mag deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Stikstofverbindingen/CO2 Stikstof (N)-verbindingen, zoals stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3), bijvoorbeeld van verkeer en landbouw, kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. CO2 (koolstofdioxide) is een broeikasgas dat voornamelijk vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen en bijdraagt aan klimaatverandering. Tussenvoorziening Een tussenvoorziening huisvest meerdere statushouders op een locatie. De statushouders worden uit de opvanglocaties van het COA naar woonruimte binnen de gemeente (of regio) geplaatst. De statushouders wachten in de tussenvoorziening nog steeds op een reguliere woning, maar verblijven niet meer in de COA-opvang. Zodra een statushouder verhuist van een COA-locatie naar de gemeente waar de tussenvoorziening staat, wordt deze persoon ingeschreven in de gemeentelijke administratie. Hij of zij telt dan mee voor de taakstelling.
Wadi Afkorting van Water Afvoer Drainage en Infiltratie en dient als buffer tegen wateroverlast en verdroging, door het grondwater aan te vullen en de riolering te ontlasten. Uitponden Leegstaande huurwoningen of appartementen worden verkocht, meestal om kapitaal vrij te maken of vastgoedportefeuilles af te bouwen. Woningbouwimpuls (WBI) gelden Regeling van het Rijk om de bouw van meer woningen te versnellen. Woningbouwregio Gemeenten in de betreffende regio verankeren de afspraken uit de woondeals over hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd en welke maatregelen daarvoor worden getroffen. Woningcorporatie Non-profitorganisatie die zich bezighoudt met het bouwen, beheren en verhuren van betaalbare huurwoningen, voornamelijk voor mensen met een lager inkomen. Wooncoöperatie Een vorm van collectief wonen waarbij een groep mensen zich verenigt om hun eigen woonomgeving te beheren en onderhouden. Ze vormen een vereniging die eigenaar is van de woningen en de directe leefomgeving, en nemen samen beslissingen over beheer en onderhoud. Woonruimteverdeling Op grond van de Huisvestingswet kunnen gemeenten vrijgekomen huurwoningen naar eigen inzicht verdelen. Zij kunnen bepaalde groepen voorrang geven, bijvoorbeeld om medische redenen of wegens sloop van de huidige woning.
Een gemeente moet de toewijzingsregels opnemen in een huisvestingsverordening (zie hiervoor) en plaatselijke woningcorporaties daarbij betrekken.
Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030
52