CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage a Regels en toelichting

gemeenteraad 27 november 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen wijziging omgevingsplan deelgebied Haarlem - Centrum met de bruidsschat en regels uit verordeningen voor heel Haarlem31.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Wijziging omgevingsplan deelgebied Haarlem Centrum Regels en toelichting 1 oktober 2025

Inhoudsopgave 1.

Regels

2.

Toelichting

3 219

2

Omgevingsplan gemeente Haarlem Regeling

Hoofdstuk 1 Algemene regels

Artikel 1.1 Begripsbepalingen Omgevingswet

1.

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op het omgevingsplan gemeente Haarlem.

2.

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit omgevingsplan.

3.

Bijlage III bevat in aanvulling op het tweede lid de begripsbepalingen die van toepassing zijn op dit omgevingsplan.

4.

Indien een begripsbepaling in het eerste of het tweede lid in strijd is met een begripsbepaling in het derde lid, is de begripsbepaling van het derde lid van toepassing.

Hoofdstuk 2 Regels voor gebruik gronden en bouwwerken

Afdeling 2.1 Inleidende regels

Artikel 2.1 Normadressaat

1.

Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht in de gemeente Haarlem, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

2.

Het eerste lid is ook van toepassing op degene die tot het verrichten van de activiteit gelegenheid biedt, dan wel op degene die het beheer over een bepaald gebied of bouwwerk voert.

Artikel 2.2 Toegestaan planologisch gebruik

󰇙

1.

Het is verboden locaties en bouwwerken in de gemeente Haarlem te gebruiken voor andere vormen van planologisch gebruik dan is toegestaan op grond van het omgevingsplan.

2.

Op een locatie is alleen het planologisch gebruik toegestaan conform de aanduiding die verbonden is aan deze locatie.

3.

Voor zover bij de uitoefening van planologisch gebruik mede sprake is van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 6, dan worden de in dat hoofdstuk opgenomen regels mede in acht genomen.

Artikel 2.3 Functies begane grond ook vanaf de eerste verdieping De in afdeling 2.2 genoemde functies die alleen op de begane grond zijn toegestaan, zijn ook mogelijk vanaf de eerste verdieping bij de aanduiding functies begane grond ook vanaf de eerste verdieping.

Afdeling 2.2 Gebruiksregels voor gronden en bouwwerken

Paragraaf 2.2.1 Bedrijf geschikt voor functiemenging

Subparagraaf 2.2.1.1 Algemene regels

Artikel 2.4 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.1 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsmatige activiteiten en geldt ter plaatse van de aanduiding bedrijf geschikt voor functiemenging.

Artikel 2.5 Toegestane activiteiten algemeen

1.

Locaties mogen op de begane grond worden gebruikt voor een bedrijf geschikt voor functiemenging.

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Subparagraaf 2.2.1.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.6 Aannemersbedrijf met werkplaats Bij de aanduiding aannemersbedrijf met werkplaats is een aannemersbedrijf met werkplaats toegestaan met een bedrijfsoppervlakte kleiner dan 1000 m2 (SBI-code 2008: 41, 43).

Artikel 2.7 Autoplaatwerkerij

1.

Bij de aanduiding werkplaats is een autoplaatwerkerij of een autospuitinrichting toegestaan.

2.

Bij de aanduiding werkplaats begane grond is een autoplaatwerkerij of een autospuitinrichting toegestaan.

Artikel 2.8 Autoverhuurbedrijf Bij de aanduiding autoverhuurbedrijf is een autoverhuurbedrijf toegestaan (SBI-code 2008: 77.11).

Artikel 2.9 Bedrijf geschikt voor functiemenging

1.

Bij de aanduiding De Koepel (bedrijf) is een bedrijf geschikt voor functiemenging toegestaan. Het maximum bruto vloeroppervlak voor de bedrijfsactiviteiten en dienstverlening als bedoeld in artikel 2.101 vierde lid is maximaal 5250 m2.

2.

Bij de aanduiding bedrijf geschikt voor functiemenging vanaf de eerste verdieping mogen locaties vanaf de eerste verdieping gebruikt worden voor een bedrijf geschikt voor functiemenging.

Artikel 2.10 Bedrijfswoning Bij de aanduiding bedrijfswoning is een bedrijfswoning op de eerste en tweede verdieping toegestaan.

Artikel 2.11 Garagebedrijf Een garagebedrijf is toegestaan bij de aanduiding garagebedrijf (SBI-code 2008: 45.11, 45.20, 45.40).

Artikel 2.12 Glas-in-lood-bedrijf Bij de aanduiding glas-in-lood-bedrijf is een glas-in-lood-bedrijf toegestaan (SBI-code 2008: 23.12).

Artikel 2.13 Groothandel

1.

Bij de aanduiding groothandel in hout- en bouwmaterialen of verfwaren is een groothandel in hout- en bouwmaterialen of verfwaren toegestaan.

2.

Bij de aanduiding groothandel in vaten is een groothandel in vaten toegestaan.

3.

Bij de aanduiding groothandel in meubels is een groothandel in meubels toegestaan (SBI-code 2008: 46.47.1, 46.65).

Artikel 2.14 Natuursteenbewerkingsbedrijf Bij de aanduiding natuursteenbewerkingsbedrijf is een natuursteenbewerkingsbedrijf toegestaan (SBI-code 2008: 23.70).

Artikel 2.15 Pottenbakkerij

Bij de aanduiding pottenbakkerij is een pottenbakkerij met school toegestaan (SBI-code 2008: 23.4).

Artikel 2.16 Sociale werkvoorziening Bij de aanduiding sociale werkvoorziening is een sociale werkvoorziening toegestaan (SBI-code 2008: 32.99, 32.99.1).

Artikel 2.17 Textielbedrijf Bij de aanduiding textielbedrijf is een textielbedrijf toegestaan (SBI-code 2008: 14.1, 14.12).

Artikel 2.18 Verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG Bij de aanduiding verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG is een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder LPG, met ondergeschikte en daarmee verbonden detailhandel toegestaan

Subparagraaf 2.2.1.3 Gebruiksregels

Artikel 2.19 Gebruiksregels

1.

In aanvulling op het bepaalde in afdeling 2.5 wordt tot een strijdig gebruik van locaties en bouwwerken gerekend het gebruik of laten gebruiken voor: a. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken zoals bedoeld in artikel 2.11a Omgevingswet; b. activiteiten genoemd in de kolommen 2 en 3 van bijlage V van het Omgevingsbesluit; c. milieubelastende activiteiten genoemd in hoofdstuk 3 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving; d. activiteiten, waarvan de in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving met betrekking tot die activiteiten voorgeschreven afstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, reiken tot gronden waar kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten zijn gelegen of op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan; e. wonen, met uitzondering van de als 'wonen' of 'bedrijfswoning' aangeduide locaties; f. een verkooppunt voor motorbrandstoffen, met uitzondering van de als zodanig aangeduide locaties.

2.

De reeds legaal gevestigde activiteiten genoemd in paragraaf 2.2.1.2 mogen onverminderd het bepaalde in eerste lid worden uitgeoefend.

3.

Het gebruik van een bedrijf geschikt voor functiemenging mag niet leiden tot overschrijding van de normen zoals opgenomen in hoofdstuk 6.

Paragraaf 2.2.2 Casino

Subparagraaf 2.2.2.1 Algemene regels

Artikel 2.20 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.2 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een casino en geldt ter plaatse van de aanduiding casino.

Artikel 2.21 Toegestane activiteiten

1. 2.

Locaties mogen op de begane grond worden gebruikt voor het exploiteren van een casino. Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Subparagraaf 2.2.2.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.22 Casino ook vanaf de eerste verdieping Bij de aanduiding casino ook vanaf de eerste verdieping is een casino op de begane grond en vanaf de eerste verdieping toegestaan.

Paragraaf 2.2.3 Consumentgerichte dienstverlening

Subparagraaf 2.2.3.1 Algemene regels

Artikel 2.23 Toepassingsbereik

1.

Paragraaf 2.2.3 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor consumentgerichte dienstverlening en geldt ter plaatse van de aanduiding consumentgerichte dienstverlening.

2.

Op vormen van planologisch gebruik op het gebied van zakelijke dienstverlening, is niet deze paragraaf, maar paragraaf 2.2.14 van toepassing.

Artikel 2.24 Toegestane activiteiten algemeen

1.

Locaties mogen op de begane grond worden gebruikt voor consumentgerichte dienstverlening.

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding,

warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Subparagraaf 2.2.3.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.25 Belwinkel Bij de aanduiding belwinkel is een belwinkel toegestaan.

Artikel 2.26 Consumentgerichte dienstverlening verdiepingen

1.

Bij de aanduiding consumentgerichte dienstverlening eerste verdieping is consumentgerichte dienstverlening op de eerste verdieping toegestaan.

2.

Bij de aanduiding consumentgerichte dienstverlening vanaf de eerste verdieping is consumentgerichte dienstverlening vanaf de eerste verdieping toegestaan.

Artikel 2.27 Veilinghuis Bij de aanduiding veilinghuis is een veilinghuis toegestaan.

Paragraaf 2.2.4 Culturele voorzieningen

Subparagraaf 2.2.4.1 Algemene regels

Artikel 2.28 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.4 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor culturele voorzieningen en geldt ter plaatse van de aanduiding culturele voorzieningen.

Artikel 2.29 Toegestane activiteiten algemeen

1.

Locaties zijn bedoeld voor culturele voorzieningen: a. multifunctionele ruimten ten behoeve van cursussen, exposities, expressionele opvoeringen, en het gebruik als praktijkruimte; b. creativiteitscentrum, atelier.

2.

Verder zijn toegestaan aan de hoofdfunctie ondergeschikte en daarmee verbonden: a. horeca categorie 1 en horeca categorie 2 tot niet meer dan 20% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 100 m²;

b. detailhandel, tot niet meer dan 20% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 100 m².

3.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Subparagraaf 2.2.4.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.30 Bioscoop

1.

Bij de aanduiding bioscoop is een bioscoop toegestaan.

2.

Bij de aanduiding De Koepel (bioscoop) is een bioscoop toegestaan met een maximum van 600 stoelen en een maximum bruto vloeroppervlak van 2300 m2.

Artikel 2.31 Dansschool

1.

Bij de aanduiding dansschool is een dansschool toegestaan.

2.

Bij de aanduiding dansschool begane grond is een dansschool op de begane grond toegestaan.

Artikel 2.32 Museum

1.

Bij de aanduiding museum is een museum toegestaan.

2.

Bij de aanduiding museum begane grond is een museum op de begane grond toegestaan.

Artikel 2.33 Muziek- en concertzaal Bij de aanduiding muziek en concertzaal is een muziek- en concertzaal toegestaan.

Artikel 2.34 muziekschool

1.

Bij de aanduiding muziekschool is een muziekschool toegestaan.

2.

Bij de aanduiding muziekschool begane grond is een muziekschool op de begane grond toegestaan.

Artikel 2.35 Sauna Bij de aanduiding sauna is een sauna toegestaan.

Artikel 2.36 Schouwburg

1.

Bij de aanduiding schouwburg is een schouwburg toegestaan.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.29, mogen de aan de schouwburg ondergeschikte en daarmee verbonden horeca-activiteiten tot en met categorie 2 maximaal 600 m2 bedragen.

Artikel 2.37 Theater

1.

Bij de aanduiding theater is een theater toegestaan.

2.

Bij de aanduiding theater begane grond is een theater op de begane grond toegestaan.

Artikel 2.38 Wellness Bij de aanduiding wellness begane grond is wellness op de begane grond toegestaan.

Artikel 2.39 Culturele voorzieningen begane grond Locaties met de aanduiding culturele voorzieningen begane grond zijn bedoeld voor: a. multifunctionele ruimten ten behoeve van cursussen en exposities en het gebruik als praktijkruimte; b. atelier.

Artikel 2.40 Culturele voorzieningen eerste verdieping (Brinkmann) Locaties met de aanduiding culturele voorzieningen eerste verdieping mogen op de eerste verdieping worden gebruikt voor: a. multifunctionele ruimten ten behoeve van cursussen, exposities, expressionele opvoeringen; b. creativiteitscentrum, atelier, praktijkruimte; c. dansschool; d. museum; e. muziek- en concertzaal; f. theater; g. muziekschool; h. wellness.

Artikel 2.41 Drijfriemenfabriek

1.

In aanvulling en met voorrang op artikel 2.29 gelden voor de locatie Drijfriemenfabriek de gebruiksregels van dit aritkel.

2.

De volgende activiteiten zijn toegestaan: a. horeca categorie 1 en horeca categorie 2; b. het organiseren van feesten en partijen;

c. stadsstrand; d. muziekstudio's/oefenruimtes; e. dakterras op het paviljoen ten behoeve van de horeca.

3.

Aan de gebruiksactiviteiten gelden de volgende voorwaarden: a. het is niet toegestaan om versterkt geluid ten gehore te brengen op het dakterras en het stadsstrand. Het geluid op het dakterras en het stadsstrand dient beperkt te blijven tot (onversterkte) stemgeluid van bezoekers; b. uitpandige activiteiten zijn na 01.00 uur 's nachts niet toegestaan; c. culturele activiteiten dienen volledig binnen het gebouw plaats te vinden. Dit geldt ook voor de uitvoering van muziek.

Paragraaf 2.2.5 Dagrecreatie

Subparagraaf 2.2.5.1 Algemene regels

Artikel 2.42 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.5 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor dagrecreatie en geldt ter plaatse van de aanduiding dagrecreatie.

Artikel 2.43 Toegestane activiteiten algemeen

1.

Locaties zijn bedoeld voor: a. dagrecreatie, buitengalerie, theetuin, terras; b. aan de hoofdactiviteit ondergeschikte en daarmee verbonden detailhandel ten dienste van deze voorzieningen met niet meer dan 20% van het bruto vloeroppervlak; c. sanitaire voorzieningen ten behoeve van de pleziervaart; d. speelvoorzieningen; e. clubgebouw, dienstgebouw; f. waterlopen en waterpartijen;

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Subparagraaf 2.2.5.2 Gebruiksregels

Artikel 2.44 Gebruiksregels

In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.114 gelden de volgende regels: a. het is verboden locaties en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor permanente bewoning van recreatiewoningen.

Paragraaf 2.2.6 Detailhandel

Subparagraaf 2.2.6.1 Algemene regels

Artikel 2.45 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.6 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor detailhandel en geldt ter plaatse van de aanduiding detailhandel.

Artikel 2.46 Toegestane activiteiten algemeen

1.

Locaties mogen op de begane grond worden gebruikt voor: a. detailhandel; b. aan detailhandel ondergeschikte en daarmee verbonden horeca categorie 1 met niet meer dan 30% van de verkoopvloeroppervlakte, zonder terras en zonder het schenken van alcoholische dranken.

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Subparagraaf 2.2.6.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.47 Detailhandel

1.

Bij de aanduiding detailhandel eerste verdieping is detailhandel op de eerste verdieping toegestaan.

2.

Bij de aanduiding detailhandel vanaf de eerste verdieping is detailhandel vanaf de eerste verdieping toegestaan.

3.

Bij de aanduiding De Koepel (detailhandel) is detailhandel toegestaan met een maximale bruto vloeroppervlak van 235 m2.

Artikel 2.48 Goudsmederij

Bij de aanduiding goudsmederij is een goudsmederij toegestaan (SBI-code 2008: 32.11, 32.12, 95.25).

Artikel 2.49 Kledingmakerij Bij de aanduiding kledingmakerij is een kledingmakerij (SBI-code 2008: 14.1) toegestaan.

Artikel 2.50 Reparatie- en servicebedrijf motorfietsen Bij de aanduiding reparatie- en servicebedrijf motorfietsen is een reparatie- en servicebedrijf motorfietsen toegestaan (SBI-code 2008: 45.40.2).

Artikel 2.51 Supermarkt begane grond Een supermarkt op de begane grond is toegestaan bij de aanduiding supermarkt begane grond.

Artikel 2.52 Supermarkt uitgesloten Bij de aanduiding supermarkt uitgesloten is een supermarkt niet toegestaan.

Paragraaf 2.2.7 Horeca

Artikel 2.53 Horeca categorie 1

1.

Bij de aanduiding horeca categorie 1 is horeca categorie 1 op de begane grond toegestaan.

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.54 Horeca t/m categorie 2

1.

Bij de aanduiding horeca t/m categorie 2 zijn horeca categorie 1 en horeca categorie 2 op de begane grond toegestaan.

2.

Bij de aanduiding horeca t/m categorie 2 eerste verdieping zijn horeca categorie 1 en horeca categorie 2 toegestaan op de eerste verdieping.

3.

Bij de aanduiding horeca t/m categorie 2 verdiepingen zijn horeca categorie 1 en horeca categorie 2 vanaf de eerste verdieping toegestaan.

4.

Bij de aanduiding De Koepel (horeca categorie 2) is horeca categorie 2 toegestaan. Het maximum bruto vloeroppervlak is 240 m2. In aanvulling op het vijfde lid zijn ook toegestaan: campusvoorzieningen en speel- en sportvoorzieningen.

5.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.55 Horeca t/m categorie 3

1.

Bij de aanduiding horeca t/m categorie 3 zijn horeca categorie 1, horeca categorie 2 en horeca categorie 3 toegestaan op de begane grond.

2.

Bij de aanduiding brouwerij zijn horeca categorie 1 , horeca categorie 2 en horeca categorie 3 toegestaan. Daarnaast is een brouwerij toegestaan op de begane grond ten dienste van de hoofdactiviteit.

3.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.56 Horeca categorie 4

1.

Bij de aanduiding horeca categorie 4 is horeca categorie 4 op de begane grond toegestaan.

2.

Bij de aanduiding horeca categorie 4 vanaf de eerste verdieping is horeca categorie 4 vanaf de eerste verdieping toegestaan.

3.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.57 De Koepel horeca categorie 4

1.

Bij de aanduiding De Koepel (horeca categorie 4) is een hotel met lunchroom/restaurant toegestaan.

2.

Het hotel heeft maximaal 70 kamers en een bovengronds maximum bruto vloeroppervlak van 2550 m2, waarvan maximaal 540 m2 bvo voor restaurant.

3.

Maximaal 320 m2 bvo van het restaurant als bedoeld in het tweede lid mag worden gebruikt voor niethotelgasten.

4.

Ook zijn toegestaan: bij de bestemming behorende 'bouwwerken geen gebouw zijnde', groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, waterlopen en waterpartijen, campusvoorzieningen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, speel- en sportvoorzieningen, kunstwerken, voorzieningen van openbaar nut, kunstobjecten, waterberging, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

5.

Bij de aanduiding eerste voorwaardelijke verplichting De Koepel geldt het volgende: a. binnen vier jaar na het gebruik van een hotel als bedoeld in het eerste lid dient een inrichtingsplan buitenruimte te worden gemaakt, vastgesteld door burgemeester en wethouders; b. het bouwen en gebruiken van een hotel als bedoeld in het eerste lid alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen vijf jaar na het gebruiken, de gronden zijn ingericht en ingericht blijven

overeenkomstig het inrichtingsplan.

Artikel 2.58 Horeca categorie 5

1.

Bij de aanduiding horeca categorie 5 is horeca categorie 5 op de begane grond toegestaan.

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.59 Ondersteunende horeca-activiteiten

1.

Bij de aanduiding ondergeschikte horeca is aan de hoofdfunctie ondergeschikte horeca toegestaan tot een gezamenlijke maximale bruto vloeroppervlak van 330 m2.

2.

Bij de aanduiding beperking oppervlakte horeca mag het bruto vloeroppervlak voor horeca categorie 1 en/of horeca categorie 2 maximaal 400 m2 zijn. De oppervlakte van een terras voor horecaactiviteiten blijft buiten beschouwing.

3.

Bij de aanduiding horecaterras is een terras voor de activiteiten horeca categorie 1 en horeca categorie 2 toegestaan.

4.

Bij de aanduiding De Koepel (terras) zijn onoverdekte en onverwarmde terrassen toegestaan. Terrassen dienen in de nachtperiode tussen 23.00 uur - 07.00 uur te zijn gesloten voor het publiek.

Paragraaf 2.2.8 Maatschappelijke dienstverlening

Subparagraaf 2.2.8.1 Algemene regels

Artikel 2.60 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.8 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor maatschappelijke dienstverlening en geldt ter plaatse van de aanduiding maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 2.61 Toegestane activiteiten algemeen

1.

Locaties zijn bedoeld voor maatschappelijke dienstverlening: a. bibliotheek; b. buitenschoolse opvang; c. educatieve voorzieningen;

d. gezondheidszorg; e. levensbeschouwelijke voorzieningen; f. openbare dienstverlening; g. (para)medische voorzieningen; h. peuterspeelzaalwerk; i. praktijkruimte; j. welzijnsinstellingen; k. woonzorgvoorzieningen.

2.

Verder zijn toegestaan aan de hoofdfunctie ondergeschikte en daarmee verbonden: a. detailhandel en horeca categorie 1, ten dienste van deze functie met niet meer dan 30 % van het bruto vloeroppervlak; b. sportactiviteiten.

3.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Subparagraaf 2.2.8.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.62 Basisschool

1.

Bij de aanduiding basisschool is toegestaan: a. een basisschool; b. buitenschoolse opvang.

2.

Ook zijn toegestaan: bijbehorende voorzieningen zoals speelvoorzieningen, erfafscheidingen, groenvoorzieningen, waterlopen, waterpartijen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, bergingen, tuinen, erven en terreinen.

Artikel 2.63 Kinderdagverblijf

1.

Bij de aanduiding kinderdagverblijf is een kinderdagverblijf toegestaan.

2.

Bij de aanduiding kinderdagverblijf met begrenzing vloeroppervlak is een kinderdagverblijf toegestaan met een bruto vloeroppervlak van maximaal 30%.

Artikel 2.64 Maatschappelijke dienstverlening begane grond Bij de aanduiding maatschappelijke dienstverlening begane grond zijn de activiteiten genoemd in artikel 2.61 op de begane grond toegestaan.

Artikel 2.65 Opvang

1.

Bij de aanduiding dagopvang is een dagopvang toegestaan.

2.

Bij de aanduiding opvang dak- en thuislozen is een opvang voor dak- en thuislozen toegestaan.

Artikel 2.66 Religieuze doeleinden Bij de aanduiding religieuze doeleinden zijn religieuze doeleinden toegestaan.

Artikel 2.67 Studentenhuisvesting

1.

Bij de aanduiding De Koepel (studentenhuisvesting) is studentenhuisvesting toegestaan.

2.

Het maximum is 250 eenheden en maximum bruto vloeroppervlak van 9400 m2.

3.

Ook zijn toegestaan: bij de bestemming behorende 'bouwwerken geen gebouw zijnde', groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, waterlopen en waterpartijen, campusvoorzieningen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, speel- en sportvoorzieningen, kunstwerken, voorzieningen van openbaar nut, kunstobjecten, waterberging, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

4.

Artikel 2.93 vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op studentenhuisvesting als bedoeld in het eerste lid.

5.

Bij de aanduiding derde voorwaardelijke verplichting De Koepel mogen gebouwen voor studentenhuisvesting als bedoeld in het eerste lid niet eerder in gebruik worden genomen, voordat een ondergrondse parkeergarage met een minimum bruto vloeroppervlak van 4000 m2 is gerealiseerd.

6.

Bij de aanduiding vierde voorwaardelijke verplichting De Koepel geldt dat het bouwen van studentenhuisvesting als bedoeld in het eerste lid alleen is toegestaan op voorwaarde dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' boven de goot wordt afgedekt met een overkapping (privacy-geluidscherm), die voor minimaal 90% gesloten is; b. de dakhelling niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding dakhelling is aangeven.

Artikel 2.68 Universitair en hoger onderwijs

1.

Bij de aanduiding universitair en hoger onderwijs is universitair en hoger onderwijs toegestaan.

2.

Het minimum bruto vloeroppervlak is 2800 m2 en het maximaal aantal studenten bedraagt 600.

3.

Ook zijn toegestaan: bij de bestemming behorende 'bouwwerken geen gebouw zijnde', groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, waterlopen en waterpartijen, campusvoorzieningen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, speel- en sportvoorzieningen,

kunstwerken, voorzieningen van openbaar nut, kunstobjecten, waterberging, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.69 Vereniging

1.

Bij de aanduiding vereniging begane grond is een vereniging op de begane grond toegestaan.

2.

Bij de aanduiding vereniging is een vereniging toegestaan.

Paragraaf 2.2.9 Seksinrichting

Subparagraaf 2.2.9.1 Algemene regels

Artikel 2.70 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.9 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting en geldt ter plaatse van de aanduiding seksinrichting.

Subparagraaf 2.2.9.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.71 Seksinrichting

1.

Bij de aanduiding seksinrichting is een seksinrichting op de begane grond toegestaan.

2.

Bij de aanduiding seksinrichting vanaf de eerste verdieping is een seksinrichting vanaf de eerste verdieping toegestaan.

3.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Paragraaf 2.2.10 Shortstay

Artikel 2.72 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.10 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van shortstay en geldt ter plaatse van de aanduiding shortstay.

Artikel 2.73 Algemene regels

1.

Bij de aanduiding shortstay is shortstay vanaf de eerste verdieping toegestaan.

2.

Bij de aanduiding shortstay vanaf de tweede verdieping is shortstay vanaf de tweede verdieping toegestaan.

Paragraaf 2.2.11 Sportvoorzieningen

Subparagraaf 2.2.11.1 Algemene regels

Artikel 2.74 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.11 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor sportvoorzieningen en geldt ter plaatse van de aanduiding sportvoorzieningen.

Artikel 2.75 Toegestane activiteiten algemeen

1.

Locaties zijn bedoeld voor: a. sportactiviteiten; b. sportvelden; c. sportvoorzieningen; d. sporthal; e. sportevenementen en evenementen tot en met categorie 2; f. verenigingsleven; g. aan de sportactiviteit ondergeschikte horeca categorie 1, detailhandel, maatschappelijke activiteiten, met niet meer dan 30% van het bruto vloeroppervlak, tenzij een specifieke locatie anders bepaald.

2.

Ook zijn toegestaan: bijbehorende voorzieningen zoals sportvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, tribunes.

Subparagraaf 2.2.11.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.76 Sporthal

1.

Bij de aanduiding sporthal is toegestaan: a. een sporthal;

b. aan de hoofdfunctie ondergeschikte en daarmee verbonden detailhandel en horeca categorie 1, ten dienste van deze functie met niet meer dan 30 % van het bruto vloeroppervlak.

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.77 Sport- en evenementenhal

1.

Bij de aanduiding sport- en evenementenhal is een sport- en evenementenhal op de begane grond, de eerste en de tweede verdieping toegestaan.

2.

De sport- en evenementenhal is bedoeld voor sportdoeleinden, zaalsport en het houden van congressen, vergaderingen, tentoonstellingen en festiviteiten met bijbehorende ondergeschikte horeca.

3.

Ook zijn toegestaan: bijbehorende voorzieningen, zoals bergingen, mede ten behoeve van de bovengelegen functies.

Artikel 2.78 Sportschool

1.

Bij de aanduiding sportschool is een sportschool toegestaan.

2.

Bij de aanduiding sportschool eerste verdieping is een sportschool op de begane grond en de eerste verdieping toegestaan.

3.

Bij de aanduiding sportschool begane grond is een sportschool op de begane grond toegestaan.

Artikel 2.79 Zwembad Bij de aanduiding zwembad is een zwembad toegestaan.

Subparagraaf 2.2.11.3 Gebruiksregels

Artikel 2.80 Gebruiksregels In aanvulling op de gebruiksregels van afdeling 2.5 gelden de volgende regels: a. het maximaal toegestane aantal dagen per locatie voor evenementen in categorie 1 is 12; b. het maximaal toegestane aantal dagen per locatie voor evenementen in categorie 2 en sportevenementen gezamenlijk is 12; c. het maximaal aantal bezoekers dat bij een (sport)evenement tegelijk aanwezig mag zijn is 1500; d. het totaal aantal bezoekers per (sport)evenement per dag is 2500; e. de dagen die nodig zijn voor op- en afbouw worden niet meegerekend bij het maximaal aantal toegestane dagen.

Paragraaf 2.2.12 Tuin

Subparagraaf 2.2.12.1 Algemene regels

Artikel 2.81 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.12 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor tuinactiviteiten en geldt ter plaatse van de aanduiding tuin.

Artikel 2.82 Toegestane activiteiten algemeen Locaties zijn bedoeld voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdbebouwing; b. bijbehorende bouwwerken ten dienste van het hoofdgebouw; c. bij aangrenzende activiteiten behorende voorzieningen zoals buitentrappen, pergola's; d. parkeren op bebouwde gronden.

Subparagraaf 2.2.12.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.83 Bijgebouw pension Bij de aanduiding pension zijn bijgebouwen voor een pension toegestaan.

Artikel 2.84 Parkeerterrein Bij de aanduiding parkeerterrein is een parkeerterrein toegestaan.

Subparagraaf 2.2.12.3 Gebruiksregels

Artikel 2.85 Gebruiksregels tuin In aanvulling op het bepaalde in afdeling 2.5 gelden de volgende gebruiksregels: a. tot een strijdig gebruik van locaties wordt gerekend het gebruik of laten gebruiken voor: 1. het parkeren van motorvoertuigen op onbebouwde gronden, tenzij de aanduiding parkeerterrein van toepassing is; 2. dakterrassen voor horeca.

Artikel 2.86 Voorwaardelijke verplichting voor locatie Wijngaardtuin Voor locatie Wijngaardtuin geldt de volgende voorwaardelijke verplichting:

a. tot strijdig gebruik van locaties wordt eveneens gerekend: 1. het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen, indien de bestaande erfafscheiding tussen de tuin van Jansstraat 46 en de Wijngaardtuin niet is verwijderd.

Paragraaf 2.2.13 Wonen

Subparagraaf 2.2.13.1 Algemene regels

Artikel 2.87 Toepassingsbereik Paragraaf 2.2.13 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van wonen en geldt ter plaatse van de aanduidingen wonen, wonen vanaf de eerste verdieping en wonen vanaf de tweede verdieping.

Artikel 2.88 Toegestane activiteiten algemeen

1.

Locaties zijn bedoeld voor: a. wonen in woningen; b. aan-huis-verbonden beroep; c. gastouderopvang; d. bed&breakfast; e. hospitaverhuur; f. mantelzorg.

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.89 Wonen op de begane grond uitgesloten Bij de aanduiding wonen op de begane grond uitgesloten is wonen op de begane grond niet toegestaan.

Subparagraaf 2.2.13.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.90 Inpandige dienstwoning Bij de aanduiding inpandige dienstwoning zijn bestaande inpandige dienstwoningen toegestaan.

Artikel 2.91 Kamerverhuurbedrijf Bij de aanduiding kamerverhuurbedrijf is uitsluitend op de begane grond een kamerverhuurbedrijf toegestaan.

Artikel 2.92 Wonen verdiepingen

1.

Een woning vanaf de eerste verdieping is toegestaan bij de aanduiding wonen vanaf de eerste verdieping.

2.

Een woning vanaf de tweede verdieping is toegestaan bij de aanduiding wonen vanaf de tweede verdieping.

Artikel 2.93 Wonen De Koepel

1.

Bij de aanduiding De Koepel (wonen) zijn maximaal 96 woningen toegestaan, waarvan 92 woningen met een maximum bruto vloeroppervlak per woning van 31 m2.

2.

Het maximum bruto vloeroppervlak voor wonen als bedoeld in het eerste lid bedraagt 3800 m2.

3.

De gebruiksmogelijkheden van artikel 2.95 zijn van toepassing.

4.

Ook zijn toegestaan: bijbehorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, bergingen, tuinen, erven en terreinen.

5.

Bij de aanduiding tweede voorwaardelijke verplichting De Koepel geldt het volgende: a. binnen twee jaar na het gebruik van woningen als bedoeld in het eerste lid dan wel studentenhuisvesting als bedoeld in artikel 2.67 dient een inrichtingsplan buitenruimte te worden gemaakt, vastgesteld door burgemeester en wethouders; b. het bouwen van woningen als bedoeld in het eerste lid en studentenhuisvesting als bedoeld in artikel 2.67 alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen twee jaar na vaststelling van het inrichtingsplan, de gronden zijn ingericht en ingericht blijven overeenkomstig het inrichtingsplan.

Artikel 2.94 Zorgwoning Bij de aanduiding zorgwoning is een zorgwoning toegestaan.

Subparagraaf 2.2.13.3 Gebruiksregels

Artikel 2.95 Gebruiksregels In aanvulling op het bepaalde in afdeling 2.5 gelden de volgende gebruiksregels: a. het gebruik van een woning voor een aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang en/of bed&breakfast, mag in totaal niet meer bedragen dan: 1. 35% van het bruto vloeroppervlak met een maximum van 50 m2 en; 2. waarbij het aanbod voor bed&breakfast zich beperkt tot maximaal 2 kamers en maximaal 4 personen tegelijk. b. het gebruik van een woning voor hospitaverhuur is onder de volgende voorwaarden toegestaan:

1. de hoofdbewoner heeft de woning feitelijk als hoofdverblijf; 2. de hoofdbewoner heeft voor aanvang van hospitaverhuur al minimaal twee jaar hoofdverblijf in de woning; 3. de hoofdbewoner verhuurt niet meer dan twee kamers en verhuurt aan maximaal twee personen tegelijk; 4. de verhuurde ruimten beslaan niet meer dan 35% van het bruto vloeroppervlak. c. het gebruik van een woning voor mantelzorg is onder de volgende voorwaarden toegestaan: 1. de hoofdbewoner heeft de woning als hoofdverblijf en ontvangt of verleent mantelzorg conform de voorwaarden als omschreven in artikel 2.3.5, lid 1 onder b van de Huisvestingsverordening ZuidKennemerland/IJmond: Haarlem 2022; 2. de verhuurde ruimten beslaan niet meer dan 35% van het bruto vloeroppervlak. d. Tot een strijdig gebruik van locaties en bouwwerken wordt gerekend het gebruik of laten gebruiken voor: 1. met inachtneming van artikel 2.88 tweede lid, onbebouwde gronden voor het parkeren van motorvoertuigen;

Artikel 2.96 Aanvullende gebruiksregels Fietsznfabriek

1.

In aanvulling op artikel 2.95 gelden voor locatie Fietsznfabriek de gebruiksregels van artikel 2.96.

2.

Het aantal woningen bedraagt tenminste 54 en maximaal 80. De oppervlakte van een woning bedraagt ten minste 60 m2 bruto vloeroppervlak.

3.

Minimaal 30% van de woningen moet worden gebruikt als sociale huurwoning.

4.

Minimaal 40% van de woningen moet worden gebruikt als middeldure huurwoning of middeldure koopwoning.

Artikel 2.97 Aanvullende gebruiksregels wonen De Koepel In aanvulling op artikel 2.95 gelden bij de aanduiding De Koepel (wonen) de volgende bepalingen: a. 100% van de woningen als bedoeld in artikel 2.93 mag uitsluitend worden gebruikt als sociale huurwoning; b. de woningen met een maximum oppervlak van 31 m2 bruto vloeroppervlak mogen uitsluitend worden gebruikt voor eenpersoonshuishoudens.

Paragraaf 2.2.14 Zakelijke dienstverlening

Subparagraaf 2.2.14.1 Algemene regels

Artikel 2.98 Toepassingsbereik

1.

Paragraaf 2.2.14 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor zakelijke dienstverlening en geldt ter plaatse van de aanduiding zakelijke dienstverlening. 2.

Op vormen van planologisch gebruik op het gebied van consumentgerichte dienstverlening is niet deze paragraaf, maar paragraaf 2.2.3 van toepassing.

Artikel 2.99 Toegestane activiteiten

1.

Locaties mogen op de begane grond worden gebruikt voor; a. zakelijke dienstverlening; b. praktijkruimte, atelier.

2.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Artikel 2.100 Beperking baliefunctie

1.

Bij de aanduiding zakelijke baliefunctie uitgesloten is zakelijke dienstverlening met baliefunctie uitgesloten.

2.

Bij de aanduiding zakelijke baliefunctie verdieping uitgesloten is zakelijke dienstverlening met baliefunctie op de verdiepingen uitgesloten.

Subparagraaf 2.2.14.2 Toegestane activiteiten specifieke locaties

Artikel 2.101 Zakelijke dienstverlening

1.

Bij de aanduiding zakelijke dienstverlening eerste verdieping is zakelijke dienstverlening op de eerste verdieping toegestaan.

2.

Bij de aanduiding zakelijke dienstverlening vanaf de tweede verdieping is zakelijke dienstverlening vanaf de tweede verdieping toegestaan.

3.

Bij de aanduiding zakelijke dienstverlening vanaf de eerste verdieping is zakelijke dienstverlening vanaf de eerste verdieping toegestaan.

4.

Bij de aanduiding De Koepel (dienstverlening) zijn zowel zakelijke dienstverlening als consumentgerichte dienstverlening toegestaan. Het maximum bruto vloeroppervlak voor dienstverlening en bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.9 is maximaal 5250 m2 .

5.

Ook zijn toegestaan: groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport.

Afdeling 2.3 Gebruiksregels voor specifieke locaties

Artikel 2.102 Fietsenstalling

1.

Op locatie De Koepel mag een openbare fietsenstalling worden gerealiseerd. Het minimum bruto vloeroppervlak is 350 m2.

2.

Bij de aanduiding fietsenstalling mag een fietsenstalling worden gerealiseerd.

3.

Bij de aanduiding fietsenkelder mag een fietsenkelder worden gerealiseerd.

Artikel 2.103 Garage

1.

Bij de aanduiding garage mag een garage worden gerealiseerd.

2.

Bij de aanduiding parkeergarage mag een parkeergarage worden gerealiseerd.

3.

Bij de aanduiding parkeergarage begane grond mag een parkeergarage op de begane dan wel half verdiept worden gerealiseerd.

4.

Bij de aanduiding parkeergarage t/m eerste verdieping mag een parkeergarage op de begane grond en eerste verdieping, met eventueel een beheerdersruimte, worden gerealiseerd.

Artikel 2.104 Nutsvoorziening Bij de aanduiding nutsvoorziening zijn nutsvoorzieningen toegestaan.

Artikel 2.105 Onderdoorgang Bij de aanduiding onderdoorgang mag een onderdoorgang worden gerealiseerd.

Artikel 2.106 Ondergrondse parkeergarage

1.

Bij de aanduiding ondergrondse parkeergarage mag een ondergrondse of half verdiepte parkeergarage worden gerealiseerd. Een ondergrondse of half verdiepte parkeergarage mag, in afwijking van artikel 3.23 eerste lid buiten het bouwvlak worden gebouwd.

2.

Bij de aanduiding De Koepel mag een ondergrondse parkeergarage worden gerealiseerd met minimaal 187 en maximaal 207 parkeerplaatsen en een minimum bruto vloeroppervlak van 4000 m2. Een ondergrondse parkeergarage mag, in afwijking van artikel 3.23 eerste lid, buiten het bouwvlak worden gebouwd.

Artikel 2.107 Rioolgemaal Bij de aanduiding rioolgemaal is een rioolgemaal toegestaan.

Afdeling 2.4 Regels voor veilig gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen

Paragraaf 2.4.1 Gebruik van bouwwerken

Artikel 2.108 Overbewoning woonruimte

1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Artikel 2.109 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 2.110 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk

1.

Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Paragraaf 2.4.2 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen

Artikel 2.111 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken

1.

Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

5.

In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen

ADR-klasse1

Omschrijving

Verpakkingsgroep

Toegestane maximum hoeveelheid

2

Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen,

n.v.t.

50 kg

II

25 liter

III

50 liter

II en III

50 kg

aerosolen (spuitbussen) UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas 3

Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton

3 excl. dieselolie,

Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde

gasolie of lichte

inkten

stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C 4.1, 4.2, 4.3

4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in nietexplosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders

4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink

4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide 5.1

Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide

II en III

50 liter

5.2

Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-

n.v.t.

1 liter

propionyl peroxide

1

Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het

internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

Artikel 2.112 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen

1.

De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

3.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

Artikel 2.113 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Afdeling 2.5 Gebruiksverbod

Artikel 2.114 Verbod Het is in Haarlem verboden locaties en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor: a. prostitutie, drugsopvang en seksinrichtingen, tenzij expliciet toegestaan; b. dienstverlening ten behoeve van vervoer, tenzij expliciet toegestaan; c. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, waaronder kampeermiddelen, van aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen. Deze bepaling is niet van toepassing op opslag van materialen welke noodzakelijk is voor de realisering van de bestemming, welke voortvloeien uit het normale dagelijkse onderhoud; d. bijgebouwen als zelfstandige woning.

Artikel 2.115 Verbod op flitsbezorging

1.

Het is verboden het gebruik van gronden en bouwwerken of gedeelten daarvan te wijzigen naar vormen van bedrijfsvoering, die blijkens hun reclame-uiting, presentatie of assortiment zijn te kwalificeren als flitsbezorgdienst.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het verbod genoemd in het eerste lid. Burgemeester en wethouders geven hierbij toepassing aan de beleidsregels 'Toetsingscriteria flitsbezorging', die op 20 december 2022 zijn vastgesteld, met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Hoofdstuk 3 Regels voor bouwen

Afdeling 3.1 Inleidende regels

Artikel 3.1 Normadressaat

1.

Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht in de gemeente Haarlem, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

2.

Het eerste lid is ook van toepassing op degene die tot het verrichten van de activiteit gelegenheid biedt, dan wel op degene die het beheer over een bepaald gebied of bouwwerk voert.

Artikel 3.2 Anti-dubbeltelregel Grond in Haarlem die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing.

Artikel 3.3 Bestaande maten

1.

Voor een bouwwerk, dat op 1 januari 2024 legaal aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en dat in het omgevingsplan Haarlem is toegelaten, maar waarvan de bestaande maten (zoals afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, hellingshoeken, etc.) afwijken van de bouwregels van dit hoofdstuk, geldt dat: a. bestaande maten, die meer bedragen dan in dit hoofdstuk zijn voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. bestaande maten, die minder bedragen dan in dit hoofdstuk zijn voorgeschreven, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden;

2.

ingeval van herbouw is het eerste lid uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.

3.

op een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid, is het overgangsrecht bouwen in hoofdstuk 10, niet van toepassing.

Artikel 3.4 Maatwerkvoorschriften

1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over hoofdstuk 3, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

2.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit hoofdstuk.

Artikel 3.5 Meet- en rekenbepalingen

Meet- en rekenbepalingen: a. afstand tot de bouwperceelsgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. b. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderdelen. Siergevels zoals trapgevels, halsgevels, klokgevels en lijstgevels worden niet meegerekend bij het bepalen van de bouwhoogte. c. breedte dakvlak bij dakdoorbreking: de meetlijn wordt gelegd op de helft van de hoogte van de dakdoorbreking. d. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. e. goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. f. hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. g. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. h. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. i.

verticale diepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenzijde van de laagstgelegen vloer; j. waarden die in m of m2 worden uitgedrukt worden op de volgende wijze gemeten: 1. afstanden loodrecht; 2. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en 3. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven. k. Voor de toepassing van sub j, aanhef en onder 2, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 3.6 Overschrijden bouwgrenzen Het is toegestaan de in het omgevingsplan Haarlem aangegeven bouwgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,5 m; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 10 % van de breedte van de aangrenzende straat en met een maximum van 1 m. Deze werken mogen niet lager gelegen zijn dan 4,2 m boven de rijweg met inbegrip van een strook van 0,6 m breedte ter weerzijde van de rijweg, dan wel 2,2 m boven een fiets- en/of voetpad; c. hijsinrichtingen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m en deze werken niet lager zijn gelegen dan 5 m boven peil.

Artikel 3.7 Overschrijding bouwvlak door hoofdgebouw

Indien een bouwvlak niet geheel samenvalt met de daadwerkelijke grenzen van een legaal gerealiseerd hoofdgebouw, gelden de bouw- en gebruiksmogelijkheden die binnen het bouwvlak aan het hoofdgebouw zijn toegekend, voor het hele hoofdgebouw.

Artikel 3.8 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Afdeling 3.2

Bouwregels en vergunningsplichten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen

Paragraaf 3.2.1

Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken

Subparagraaf 3.2.1.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.9 Algemene afbakeningseisen

1.

De artikelen 3.12 en 3.20 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

2.

Bij de toepassing van de artikelen 3.12 en 3.20 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 3.12, onder a, of 3.20, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 3.20, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 3.10 Mantelzorg Voor de toepassing van de paragrafen 3.2.1.2 en 3.2.1.3 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

Subparagraaf 3.2.1.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Artikel 3.11 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

Artikel 3.12

Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 3.11 – omgevingsplan onverminderd van toepassing

Het verbod, bedoeld in artikel 3.11, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. gelegen in achtererfgebied; 3. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4. niet hoger dan 5 m; 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; d. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; e. een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m; 2. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; 3.

op minimaal 1 m achter de voorgevelrooilijn; en 4. op minimaal 1 m afstand van openbaar toegankelijk gebied; f. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: 1. een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; g. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of h. een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2. geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

Artikel 3.13 Benodigd aantal parkeerplaatsen

1.

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken in Haarlem geldt dat in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht en in stand worden gehouden op eigen terrein voor parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden overeenkomstig de 'Nota parkeernormen, duurzame parkeeroplossingen bij ruimtelijke ontwikkelingen (2023)', en waarbij geldt dat (toekomstige) bewoners/gebruikers geen recht hebben op een parkeervergunning en bezoekersregeling in de openbare ruimte. 2.

Burgemeester en wethouders passen de in het eerste lid genoemde regels toe met inachtneming van de 'Nota parkeernormen, duurzame parkeeroplossingen bij ruimtelijke ontwikkelingen (2023)' met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

3.

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in het omgevingsplan wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in dat lid.

Artikel 3.14

1.

Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 2.4.1; b. het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit; c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en: 1. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving; 3. de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 is van toepassing op het eerste lid, aanhef en onder c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16255927/2