CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 bij bijlage 1 IDDS 250202 - A7332-07 Stikstofberekening Orionweg Haarlem rap1 v1 4 gecombineerd

gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Sociaal woningbouwproject Orionhof19.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Effecten van geringe en tijdelijke stikstofdeposities

Stikstof is een belangrijke sturende factor die de opbouw en werking van ecosystemen bepaalt. De mate van beschikbaarheid van onder andere stikstof bepaald welke dieren en planten in een gebied voorkomen. Bij een lage beschikbaarheid van stikstof zijn andere soorten in het gebied te vinden dan bij een hoge beschikbaarheid. De soortenrijkdom en de kwaliteit van habitats is mede afhankelijk van de stikstofbeschikbaarheid. In veel natuurgebieden is momenteel een overschot aan stikstof aanwezig. Hiermee krijgen snelgroeiende planten, zoals bramen en brandnetels, de overhand en verdwijnen soorten die zich hebben aangepast aan een lage stikstofbeschikbaarheid. Daarnaast zorgt een toename van stikstof in een gebied ook voor een verzurende werking. Naast deze drukfactoren spelen ook andere factoren een rol voor het bepalen van de kwaliteit van natuurgebieden, bijvoorbeeld verdroging, verstoring en verontreiniging. Deze verschillende factoren en de versterkende werking die ze op elkaar hebben, zorgen voor een sterke afname van de biodiversiteit en de kwaliteit van natuurgebieden, waardoor het behalen van de IHD voor de Natura 2000-gebieden onder druk staat.

Om uitspraken te kunnen doen over de effecten van een geringe en eenmalige stikstof depositie toename door het voorgenomen activiteit, wordt de toename afgezet tegen de actuele achtergronddeposities en de autonome trend van stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden. De achtergronddepositie van stikstof varieerde in Nederland in 2021 tussen grofweg 500 – 3.500 mol N/ha. Een gering en tijdelijke toename valt hierin weg. Een geringe en tijdelijke toename betreft een toename van korte duur die gedurende langere tijd (5 tot 10 jaar) niet op dezelfde plaats opnieuw plaats vindt. De richtlijn voor een geringe toename is maximaal 1 mol/ha (Arcadis, 2024). Voor een voorgenomen activiteit dat een hogere tijdelijke depositie kent, is echter niet uitgesloten dat significante gevolgen optreden.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

15/53

Het is niet toegestaan om een getalsmatige ondergrens te hanteren waarbij significante gevolgen zijn uitgesloten, echter kunnen wel de KDWs gebruikt worden als grens, met een bandbreedte van 71 mol/ha/jaar naar beide zijden. Als de totale depositie lager is dan de KDW en de KDW niet wordt overschreden door het voorgenomen activiteit (in cumulatie met andere plannen en voorgenomen activiteiten) zijn significante gevolgen op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De KDW is namelijk een wetenschappelijk onderbouwde grens (Warmelink, et al., 2023). Aanvullend duidt een overschrijding van de KDW niet automatisch op aantasting van de natuurwaarden. De KDW is enkel een grens waaronder geen significante gevolgen optreden. In de Handreiking kleine en tijdelijke stikstofdeposities (Arcadis, 2024) zijn zes bouwstenen opgenomen die een perspectief geven aan de gevolgen van kleine en tijdelijke stikstofdeposities. Het betreft de volgende zes bouwstenen: 1. Kleine en tijdelijke deposities leiden nooit tot directe schade aan planten; Directe toxische effecten op planten kunnen veroorzaakt worden door hoge concentraties van gasvormige stikstofverbindingen en hoge concentraties van ammonium (NH 4) in de bodem. Echter zijn de huidige concentraties van NH3, NOx en SO2 in Nederland dermate laag dat directe toxische schade aan planten niet meer voorkomt. Toxiciteit t.a.v.

atmosferische depositie in Nederland speelt geen rol, waardoor kleine en tijdelijke stikstofdepositie toenames nooit kunnen leiden tot meetbare directe schade aan planten. 2. Niet alle stikstof komt altijd ter beschikking aan de vegetatie; Nitraat (NO3-) en ammonium (NH4+) lossen op in water en kunnen via de bodem door plantenwortels worden opgenomen. Nitraat wordt vrijwel niet geabsorbeerd door bodemdeeltjes en is direct beschikbaar voor planten. Ammonium wordt wel opgenomen door bodemdeeltjes, voornamelijk door kleibodems. In bodems met een hoge concentratie aan opgelost stikstof, waar de stikstof niet meer wordt opgenomen door planten, kan een deel van de stikstof uitspoelen. In terrestrische systemen spoelt stikstof bijna altijd uit in de vorm van nitraat. Ammonium is deze soort bodems weinig mobiel en verdwijnt zeer beperkt in grondwater. Een deel van de stikstof die in een habitattype terecht komt, wordt niet direct opgenomen door planten, maar bindt zich aan de bodem of spoelt uit naar het grond- of oppervlaktewater. In natte systemen, waaronder veengronden, kan ammoniumuitspoeling naar het grondwater van kwalitatief belang zijn. In zand bodem spoelt de meeste stikstof uit, hierna volgen kleibodems en daarna veenbodems. Hoe droger de bodem, hoe groter de concentratie uitspoeling. 3.

Kleine en tijdelijke deposities leiden niet tot meetbare veranderingen in de groeisnelheid en vegetatiesamenstelling; Wanneer een grotere beschikbaarheid van voor planten opneembare stikstof (nitraat en ammonium) aanwezig is, spreekt men over vermesting. De grotere beschikbaarheid van deze stoffen zorgen voor een concurrentievoordeel voor snelgroeiende planten ten opzichte van minder snelgroeiende planten. Hierdoor kan een afname van zeldzame en bedreigde habitattypen en leefgebieden ontstaan. Echter, één mol N/ha komt overeen met 14 gram N per hectare. De biomassaproductie van natuurlijke habitattypen bedraag gemiddeld 30-90 kg N/ha/jaar (2.150-6.400 mol/ha/jaar). Een eenmalige toename van de stikstofdepositie met maximaal 1 mol N/ha/jaar komt overeen met 0,02-0,05% van de jaarlijkse benodigde hoeveelheid. Dit leidt niet tot meetbare veranderingen in de groeisnelheid van planten, ook niet als deze depositie volledig ter beschikking komt aan de vegetatie. De kwaliteit van habitattypen en leefgebieden wordt niet meetbaar aangetast.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

16/53

4. Kleine en tijdelijke deposities vormen een verwaarloosbare bijdrage aan de totale depositie; Door natuurlijke en door mensen beïnvloede oorzaken vindt op alle Natura 2000-gebieden stikstofdepositie plaats. De zogenoemde achtergronddepositie. Deze achtergronddepositie varieert tussen ca 700 en 4.000 mol N/ha/jaar, afhankelijk van de locatie in Nederland. Wegens meteorologische omstandigheden vindt jaarlijks een variatie in de depositie plaat, die tot 10% kan afwijken op de achtergronddepositie. Relatief gezien is hiermee een eenmalige tijdelijke toename zeer gering. Een tijdelijke en kleine toename in de depositie zorgt ervoor dat een daling in de achtergrond depositie tijdelijk is vertraagd, echter is de depositie na de realisatiefase weer op hetzelfde niveau als daarvoor. 5. Kleine en tijdelijke deposities zijn verwaarloosbaar ten opzichte van bestaande aanvoer en afvoer van stikstof uit ecosystemen; Atmosferische stikstofdepositie is niet de enige bron van stikstof in het leefmilieu van planten. Ook door toestroming via grond- en oppervlaktewater komt stikstof in habitattypen terecht. Door menselijke invloeden zoals bemesting en afvalwaterlozing bevat grondwater een verhoogde concentratie aan stikstof. Dit komt in gebieden met kwel en beek- en rivierbegeleidingen habitattypen in het gebied terecht, hier ontstaat dus een verhoogde aanvoer.

Ook is natuurlijke denitrificatie een natuurlijk proces waarmee stikstof in gas vorm in de atmosfeer terecht komt. 6. Effecten van kleine en tijdelijke deposities zijn uitgesloten op grond van ecologische systeemanalyse. Op basis van de instandhoudingsdoelstellingen, verspreiding, kwaliteit, staat van instandhouding, trends in verspreiding en kwaliteit en (a)biotische factoren kan een systeem geanalyseerd worden. Hieruit kan naar voren komen of op basis van bekende informatie een conclusie getrokken kan worden of deposities het halen van de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengt. Hierbij kan een effect worden uitgesloten: • Als op een habitattype een stabiele of positieve trend te zien is op de stikstofdepositie, ondanks een huidige overschrijding in de KDW; • Uit de natuurdoelanalyse, PAS-gebiedsanalyse, Natura 2000-beheerplannen of andere documenten naar voren komt dat stikstof geen knelpunt vormt voor het habitattype of leefgebied; • Stikstof geen sturende factor is in de kwaliteit van het habitattype of leefgebied; • Het Natura 2000-gebied een voldoende grote veerkracht heeft om een kleine en tijdelijke depositie op te vangen; • In het Natura 2000-gebied sprake is van een aanzienlijke aanvoer van stikstof uit andere bronnen dan stikstofdepositie; of • In het habitattype of leefgebied sprake is van cyclisch beheer, waardoor aanzienlijke hoeveelheden stikstof

periodiek uit het systeem verwijderd worden. De bouwstenen 1, 3 en 4 zijn goed inzetbaar bij tijdelijke deposities onder de 1 mol N/ha, onafhankelijk van het habitattype of leefgebied. De bouwstenen 2, 5 en 6 hebben een meer specifieke onderbouwing nodig per habitattype en leefgebied en is afhankelijk van de achtergrond depositie op locatie en de kwaliteit van het habitattype/leefgebied. In alle gevallen dient echter een kritische beoordeling uitgevoerd te worden welke bouwstenen van toepassing zijn en of met behulp van aanvullende gebiedsinformatie inderdaad geen significant nadelige gevolgen optreden. Voorgenomen activiteiteffect Op basis van het bovenstaande en hoofdstuk 5, kan voor de voorgenomen activiteit de volgende conclusie worden getrokken. Door de tijdelijke en zeer lage toename in de

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

17/53

stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol N/ha in een periode van 20 maanden, leidt het planvoornemen niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, gelet op de betrokken habitattypen en het leefgebied waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen. Hierbij wordt aangehaakt op bouwstenen 1, 3 en 4. De tijdelijke toename leidt niet tot een effect waarbij significante verslechtering plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie waarin de habitattypen en het leefgebied zich bevinden, en het realiseren van de IHD voor deze habitattypen en het leefgebied wordt niet belemmert. Het kan worden uitgesloten dat de depositietoename de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000gebied aantast. Desondanks deze conclusie wordt, voor de compleetheid, in het volgende hoofdstuk voor het Natura 2000-gebied de stikstofdepositie per habitattype behandeld.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

18/53

Effectbeoordeling Kennemerland-Zuid In dit hoofdstuk is per habitattype, waar de KDW wordt overschreden, uitgewerkt wat de effecten kunnen zijn van de depositieverhoging als gevolg van de realisatiefase van het planvoornemen. Per habitattype wordt in de beoordeling uitgegaan van de meest actuele inzichten betreffende de staat van instandhouding van de habitattypen zoals beschreven in de habitattype profielen (natura2000.nl), het beheerplan van Kennemerland-Zuid (Noord-Holland, 2017), de natuurdoelanalyse van Kennemerland-Zuid (Provincie Zuid-Holland, 2022), de natuurdoelanalyse van Kennemerland-Zuid uit 2025 (Provincie Noord-Holland, 2025) en het beheerplan (Sweco, 2023).

Per habitattype zijn de volgende punten beoordeeld en in kaart gebracht: • Een korte beschrijving van het habitattype gespecificeerd op kenmerken die gerelateerd kunnen zijn aan stikstof; • De hoogte van de tijdelijke stikstofdepositie toename en het areaal waarop de depositie plaatsvindt; • De huidige mate van overschrijding van de KDW; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename op de trend in de achtergronddepositie; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor de kwaliteit van de vegetaties als gevolg van eventuele vermestings- en verzuringseffecten; • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor het voorkomen van typische soorten; en • De gevolgen van de stikstofdepositietoename voor kenmerken van goede structuur en functie. 5.1

Kennemerland-Zuid

Het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid is een uitgestrekt duingebied tussen Noordwijk en IJmuiden. Het Natura 2000-gebied heeft een oppervlakte van 8.171 ha. Het is een reliëfrijk en landschappelijk afwisselend gebied en bestaat grotendeels uit kalkrijke duinen. KennemerlandZuid is het enige gebied langs de Hollandse vastelandsduinen waar een jonge strandvlakte met embryonale duinen en een uitgestrekte oppervlakte met kalkrijke duinvalleien aanwezig is (natura2000.nl). In het open duinlandschap kan een toename van stikstofdepositie leiden tot een versnelde vastlegging van het open zand door vergrassing en verstruweling (successie). Daarnaast kan ook het proces van ontkalking worden versneld. Hieronder wordt per habitattype dieper ingegaan op de mogelijke effecten van stikstofdepositie op de verschillende habitattypes (Provincie Zuid-Holland, 2022). Achtergronddepositie Het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ondervindt stikstofdepositie van zowel het voorgenomen activiteit als andere bronnen. De achtergronddepositie is de stikstofdepositie welke niet afkomstig is van dit voorgenomen activiteit. Figuur 3 laat de achtergronddepositie zien op het relevante oppervlakte van Kennemerland-Zuid.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

19/53

Figuur 3: De achtergronddepositie op Kennemerland-Zuid ten westen van het plangebied in N mol/ha/jr. Te zien is het plangebied met de pijl van “6 bronnen, ten oosten van Kennemerland-Zuid (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2).

5.2

H2120 Witte duinen

In Kennemerland-Zuid is circa 160 ha witte duinen aanwezig, Figuur 4. Uit de natuurdoelanalyse komt naar voren dat voor het aspect vegetatie de kwaliteit goed is. Voor het aspect typische soorten is de kwaliteit matig en voor de aspecten biotiek en overige kenmerken van structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype witte duinen betreft door Helm (Ammophila arenaria), Noordse helm (x Calammophila baltica) of Duinzwenkgras (Festuca arenaria) gedomineerde delen van de buitenduinen. De naam 'witte duinen' slaat op de kleur van het zand: omdat er nog geen bodemontwikkeling heeft plaatsgevonden, is de kleur nog wit in plaats van grijs (als in H2130). Witte duinen met helmbegroeiingen ontstaan van nature daar waar embryonale duinen (H2110) zo ver aanstuiven dat de plantengroei buiten het bereik van zout grondwater en overstromend zeewater komt. Dit proces vindt plaats in de zeereep (de duinenrij die aan het strand grenst), Ook al overstromen ze niet, de invloed van zeewater is nog steeds groot door de inwaai van fijne zoutdruppeltjes, ontstaan bij de verneveling van opspattend golfwater (‘salt spray’). Witte duinen kunnen echter ook ontstaan door uitstuiving of overstuiving van eerder vastgelegde grijze duinen of door opstuiving van door mensen aangelegde windbarrières (rijshout en helmaanplanten) (natura2000.nl).

Knelpunten die (mogelijk) gerelateerd zijn aan stikstof zijn verstruweling met duindoorn en versnelde groei van grassen. Maatregelen die worden benoemd zijn het verwijderen van duindoorn in de zeereep en aanleg van stuifkuilen in het buitenduin (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

20/53

Figuur 4: Verspreiding van het habitattype H2120 witte duinen in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met de voorgenomen activiteit (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Monitor, 2024).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 3: IHD voor habitattype H2120 witte duinen. Habitattype

H2120 witte duinen

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Uitbreiding oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2022 voor het habitattype op meerdere hexagonen overschreden, Figuur 5.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

21/53

Figuur 5: Links: Rondom het plangebied (blauwe contour) wordt de KDW op meerdere hexagonen overschreden. Rechts: Locaties waar depositie plaatsvindt (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2). In de buurt van het plangebied, waar depositie vanuit de voorgenomen activiteit plaatsvindt, wordt voor H2120, de KDW op zeven hexagonen overschreden. De overschrijdingen betreffen lichte tot matige overschrijdingen (bron: AERIUS Monitor, 2024).

Op een oppervlakte van 2,34 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit voorgenomen activiteit. Dit betreft 1,47% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. In de omgeving van het planvoornemen wordt op meerdere hexagonen de KDW voor H2120 overschreden, Figuur 5. Op zeven hexagonen vindt, waar het habitattype voorkomt en de KDW overschreden wordt, depositie plaats. In totaal blijkt dat op slechts 0,9 ha van het habitattype H2120 binnen Kennemerland-Zuid, waar de KDW wordt overschreden, depositie neerkomt vanuit dit voorgenomen activiteit. Dit betreft 0,56% van het areaal van het habitattype binnen Kennemerland-Zuid. Waarbij opgemerkt wordt dat op één hexagoon maximaal 0,01 mol mol/ha/jr neerkomt waar de KDW overschreden wordt. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha op 0,56% van het areaal binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid waar de KDW wordt overschreden. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet.

De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere verstruweling met duindoorn en versnelde groei van grassen. Zeven hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit het voorgenomen activiteit en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW. De AERIUSCalculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit voorgenomen activiteit, Figuur 3 en Figuur 5. De overschrijding van de KDW vond in 2022 op 1,2% van het

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

22/53

areaal plaats en in 2030 is nog op 0,8% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op een zeer klein areaal, 0,9 ha (0,56%), van het habitattype H2120 witte duinen van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. Doordat de depositie eenmalig en laag is heeft dit geen invloed op de huidige ingezette trend van de stikstofdepositie of permanente invloed op het habitattype en de IHD voor verbetering van het oppervlak en het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype. Het voorgenomen activiteit heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype en leidt niet tot verdere verstruweling met duindoorn en versnelde groei van grassen. 5.3

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

In Kennemerland-Zuid is circa 1.570 hectare kalkrijke grijze duinen aanwezig, Figuur 6. De kwaliteit van het kalkrijke grijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspecten: vegetatie en typische soorten. Voor de aspecten, abiotische randvoorwaarden en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype grijze duinen betreft de min of meer droge graslanden van het duingebied. Het betreft een soortenrijke begroeiing met voornamelijk laagblijvende grassen, kruiden en (korst)mossen. De dynamiek die op de locaties van de grijze duinen plaatsvindt veroorzaakt het ontstaan van gesloten begroeiingen, lichte overstuiving en hellingprocessen. Dit samen met natuurlijke begrazing van konijnen zorgt voor het in stand houden van het habitattype. Menselijke activiteiten zoals beweiding en grondwateronttrekking zijn waarschijnlijk medeoorzaak van de uitgestrektheid van deze graslanden in de duinen. Duingraslanden van kalkrijke, weinig tot niet ontkalkte bodem. Dit subtype komt vooral voor in de van nature kalkrijke duinen ten zuiden van Bergen, maar lokaal ook in de niet-ontkalkte jonge duinen van enkele Waddeneilanden. Een bijzondere vorm is het duingrasland van het ‘zeedorpenlandschap’ (natura2000.nl).

De huidige knelpunten gerelateerd aan stikstof is de vergrassing en verstruweling. Echter, door de lage dichtheden van konijnen wordt de vergrassing en verstruweling ook versneld (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

23/53

Figuur 6: Verspreiding van het habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk) in het Natura 2000-gebied KennemerlandZuid vergeleken met de voorgenomen activiteit (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Monitor, 2024).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 4: IHD voor habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk). Habitattype

H2130A grijze duinen (kalkrijk)

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Uitbreiding oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2022 voor het habitattype op veel hexagonen overschreden, Figuur 7.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

24/53

Figuur 7: Links: Rondom het plangebied (blauwe contour) wordt de KDW op veel hexagonen overschreden. Rechts: Locaties waar depositie plaatsvindt (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2). In de buurt van het plangebied, waar depositie vanuit de voorgenomen activiteit plaatsvindt, wordt voor H2130A grijze duinen (kalkrijk) de KDW op veel hexagonen overschreden. De overschrijdingen betreffen lichte tot matige overschrijdingen (bron: AERIUS Monitor, 2024).

Op een oppervlakte van 42,52 ha van het habitattype binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit voorgenomen activiteit. Dit betreft 2,71% van het areaal van het habitattype binnen Kennemerland-Zuid. De maximale tijdelijke depositietoename binnen een hexagoon bedraagt 0,01 mol N/ha. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha (0,14 g N). De hexagonen waar de KDW wordt overschreden en het planvoornemen voor een tijdelijke toename in stikstofdepositie zorgt, beslaat 2,71% van het areaal binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de toename op een klein deel van het areaal is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere vergrassing en verstruweling. Een groot aantal hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit de voorgenomen activiteit en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW.

De AERIUS-Calculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit voorgenomen activiteit, Figuur 3 en Figuur 7. De overschrijding van de KDW vond in 2022 op 13,1% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 7,1% van het areaal sprake van een

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

25/53

overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op een zeer klein areaal van het habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk) van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. Doordat de depositie eenmalig en laag is heeft dit geen invloed op de huidige ingezette trend van de stikstofdepositie of permanente invloed op het habitattype en de IHD voor verbetering van het oppervlak en het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype. De voorgenomen activiteit heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype en leidt niet tot verdere vergrassing en verstruweling. 5.4

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

In Kennemerland-Zuid is circa 820 ha kalkarme grijze duinen aanwezig, Figuur 8. De kwaliteit van het kalkrijke grijze duinlandschap is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op het aspect vegetatie. Voor het aspect typische soorten is de kwaliteit matig tot goed. Voor de aspecten abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype grijze duinen betreft de min of meer droge graslanden van het duingebied. Het betreft een soortenrijke begroeiing met voornamelijk laagblijvende grassen, kruiden en (korst)mossen. De dynamiek die op de locaties van de grijze duinen plaatsvindt veroorzaakt het ontstaan van gesloten begroeiingen, lichte overstuiving en hellingprocessen. Dit samen met natuurlijke begrazing van konijnen zorgt voor het in stand houden van het habitattype. Menselijke activiteiten zoals beweiding en grondwateronttrekking zijn waarschijnlijk medeoorzaak van de uitgestrektheid van deze graslanden in de duinen. Dit subtype bestaat uit duingraslanden met bodems die van nature kalkarm zijn of waarvan de toplaag ontkalkt is. Vooral in dit subtype kunnen korstmossen een opvallende plaats innemen. Bij verdergaande verzuring in de kalkarme duinen ontstaan droge duinheides (natura2000.nl). De huidige knelpunten gerelateerd aan stikstof is verruiging en de verzuring van de bodem.

Door de lage konijnenstand wordt de verruiging versneld (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

26/53

Figuur 8: Verspreiding van het habitattype H2130B grijze duinen (kalkarm) in het Natura 2000-gebied KennemerlandZuid vergeleken met de voorgenomen activiteit (blauwe contour) binnen het Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Monitor, 2024)

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 5: IHD voor habitattype H2130B grijze duinen (kalkarm) voor Kennemerland-Zuid. Habitattype

H2130B grijze duinen (kalkarm)

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2022 voor het habitattype op een veel hexagonen overschreden, Figuur 9.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

27/53

Figuur 9: Links: Rondom het plangebied (blauwe contour) wordt de KDW op veel hexagonen overschreden. Rechts: Locaties waar depositie plaatsvindt (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2). In de buurt van het plangebied, waar depositie vanuit de voorgenomen activiteit plaatsvindt, wordt voor H2130B grijze duinen (kalkarm) de KDW op veel hexagonen overschreden. De overschrijdingen betreffen lichte tot matige overschrijdingen (bron: AERIUS Monitor, 2024).

Op een oppervlakte van 8,97 ha van het habitattype binnen Natura 2000-gebied KennemerlandZuid vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit voorgenomen activiteit. Dit betreft 1,10% van het areaal van het habitattype binnen Kennemerland-Zuid. Van de hexagonen waar door het planvoornemen tijdelijke depositie neerkomt, wordt op meerdere hexagonen de KDW voor H2130B overschreden, Figuur 9. Op veel hexagonen vindt, waar het habitattype voorkomt, depositie plaats. Op hexagonen waar de KDW wordt overschreden vindt een maximale tijdelijke toename van 0,01 mo/ha/jr plaats. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype waar de KDW wordt overschreden van maximaal 0,01 mol N/ha van het areaal binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere verzuring van de bodem. Een groot aandeel van de hexagonen die een eenmalige stikstofdepositietoename kennen uit het voorgenomen activiteit en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW.

De AERIUS Calculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

28/53

stikstofdepositie afkomstig uit dit voorgenomen activiteit,

Figuur 3 en Figuur 9. De overschrijding van de KDW vond in 2022 op 56% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 31,3% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op H2130B grijze duinen (kalkarm) van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N), waarbij op hexagonen waar de KDW wordt overschreden maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. De tijdelijke stikstofdepositie toename is eenmalig en zeer laag en heeft daarmee geen permanente invloed op het habitattype en de IHD voor behoud van het oppervlak en verbetering van de kwaliteit. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond.

Het voorgenomen activiteit leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitattype en heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype. 5.5

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

In Kennemerland-Zuid is circa 481 ha duinbossen (droog), berken-eikenbos aanwezig, Figuur 10. De kwaliteit van de duinbossen (droog), berken-eikenbos is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de aspecten vegetatie en overige kenmerken van goede structuur en functie. Voor het aspect typische soorten, is de kwaliteit als matig te omschrijven.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

29/53

Voor het aspect abiotische randvoorwaarden is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype betreft natuurlijke of half-natuurlijke loofbossen in de kustduinen, met sterk uiteenlopende kenmerken. Vaak is de zomereik (Quercus robur) de dominante boomsoort, maar met name in duinvalleien en in de meest landinwaarts gelegen gedeelten spelen (ook) andere boomsoorten een belangrijke rol. De kruidlaag kan zeer soortenrijk zijn. Een nogal afwijkende samenstelling daarvan (met verwilderde bol- en knolgewassen) is te vinden in de zogenoemde stinzenbossen, die veelal hun bestaan danken aan de vestiging van landgoederen. De meeste van de samenstellende vegetaties komen ook (of zelfs vooral) buiten de duinen voor. Het aantal werkelijk kenmerkende soorten is dan ook gering. Tot dit subtype behoren de bossen op de meest voedselarme en droge standplaatsen. Het gaat met name om berken-eikenbossen en bossen met beuk. Ze komen vooral voor in de oude duinen, op de hogere delen van de strandwallen en op de meest diep ontkalkte delen in de binnenduinrand van de jonge duinen (natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan stikstof is voornamelijk de verzuring en vermesting (Provincie Zuid-Holland, 2022). Naast de knelpunten gerelateerd aan stikstof kampt het habitattype met een hoog aantal exoten en onvoldoende dynamiek.

Het hoge aantal exoten betreft het grootste knelpunt voor het halen van de IHD (Provincie Noord-Holland, 2025).

Figuur 10: Verspreiding van het habitattype H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met de voorgenomen activiteit (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Monitor, 2024).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 6: IHD voor habitattype H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos. Habitattype

H2180A duinbossen (droog), berkeneikenbos

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Behoud kwaliteit

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

30/53

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2022 voor het habitattype op bijna alle hexagonen overschreden, Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..

Figuur 11: Links: Rondom het plangebied wordt de KDW op bijna alle hexagonen overschreden. Rechts: Locaties waar depositie plaatsvindt (bron: AERIUS-calculator versie 2024.2). In de buurt van het plangebied, waar depositie vanuit de voorgenomen activiteit plaatsvindt, wordt voor H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos de KDW op bijna alle hexagonen overschreden. De overschrijdingen betreffen lichte en matige overschrijdingen (bron: AERIUS- Monitor, 2024 ).

Op een oppervlakte van 169,13 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit de voorgenomen activiteit. Dit betreft 35,13% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Van de hexagonen waar door het planvoornemen tijdelijke depositie neerkomt, wordt op meerdere hexagonen de KDW voor H2180A overschreden, Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Op veel hexagonen vindt, waar het habitattype voorkomt, depositie plaats. Op slechts 28 hexagonen (10,5 ha) vindt een depositieplaats van 0,02 mol N/ha, vanuit de voorgenomen activiteit. Dit bedraagt 2,18% van het areaal, van het habitattype en 6,2% van de totale aantal ha waar de depositie, die plaatsvindt vanuit de voorgenomen activiteit, op dit habitattype. De overige 95,8% van de ha waar de depositie plaatsvindt, vanuit de voorgenomen activiteit bedraagt 0,01 mol N/ha op het habitattype. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,02 mol N/ha op 35,13% van het areaal, waar de KDW voor H2180A wordt overschreden, binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4.

Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere vermesting en verzuring van de bodem. Een groot aantal hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit het voorgenomen

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

31/53

activiteit en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW. De AERIUS-Calculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit voorgenomen activiteit, Figuur 3 en Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. De overschrijding van de KDW vond in 2022 op 94,1% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 91,4% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Volgens de NDA uit 2025 is de verwachting dat in 2030 op circa 85% van het habitattype nog een overtreding van de KDW plaats vindt. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van de voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden op H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos van maximaal 0,02 mol/ha/jr (0,28 g N) (op hexagonen waar de KDW wordt overschreden), leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4.

De tijdelijke stikstofdepositie toename is eenmalig en zeer laag en heeft daarmee geen permanente invloed op het habitattype en de IHD voor behoud van het oppervlak en behoud van de kwaliteit. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond. Het voorgenomen activiteit leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitattype en heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype. 5.6

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

In Kennemerland-Zuid is circa 20 ha duinbossen (droog), berken-eikenbos aanwezig, Figuur 12. De kwaliteit van de droge duinbossen is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de aspecten vegetatie en overige kenmerken van structuur en functie. Voor het aspect typische soorten, is de kwaliteit als matig te omschrijven. Voor het aspect abiotische randvoorwaarden is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype betreft natuurlijke of half-natuurlijke loofbossen in de kustduinen, met sterk uiteenlopende kenmerken. Vaak is de zomereik (Quercus robur) de dominante boomsoort, maar met name in duinvalleien en in de meest landinwaarts gelegen gedeelten spelen (ook) andere boomsoorten een belangrijke rol. De kruidlaag kan zeer soortenrijk zijn. Een nogal afwijkende samenstelling daarvan (met verwilderde bol- en knolgewassen) is te vinden in de zogenoemde stinzenbossen, die veelal hun bestaan danken aan de vestiging van landgoederen. De meeste van de samenstellende vegetaties komen ook (of zelfs vooral) buiten de duinen voor. Het aantal werkelijk kenmerkende soorten is dan ook gering (natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan stikstof is voornamelijk de verzuring en vermesting (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

32/53

Figuur 12: Verspreiding van het habitattype H2180Abe duinbossen (droog), berken-eikenbos in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met de voorgenomen activiteit (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Monitor, 2024).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 7: IHD voor habitattype H2180Abe duinbossen (droog), berken-eikenbos. Habitattype

H2180Abe duinbossen (droog), berkeneikenbos

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Behoud kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2022 voor het habitattype op meerdere hexagonen overschreden, Figuur 13.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

33/53

Figuur 13: Links: Rondom het plangebied (blauwe contour) wordt de KDW op meerdere hexagonen overschreden. Rechts: Locaties waar depositie plaatsvindt (bron: AERIUS-calculator versie 2024.2 In de buurt van het plangebied, waar depositie vanuit de voorgenomen activiteit plaatsvindt, wordt voor H2180Abe duinbossen (droog), berkeneikenbos de KDW op 12 hexagonen overschreden.

Op een oppervlakte van 6,16 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit de voorgenomen activiteit. Dit betreft 31,43% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. In de omgeving van het planvoornemen wordt op meerdere hexagonen de KDW voor H2180Abe overschreven, Figuur 13. Op 12 hexagonen vindt, waar het habitattype voorkomt, depositie plaats en waar de KDW wordt overschreden. In totaal blijkt dat op slechts 3,2 ha van het habitattype H2180Abe binnen Kennemerland-Zuid, waar de KDW wordt overschreden, depositie neerkomt vanuit de voorgenomen activiteit. Dit betreft 16,33% van het areaal van het habitattype binnen Kennemerland-Zuid. Waarbij opgemerkt wordt dat maximaal 0,01 mol mol/ha/jr neerkomt op de hexagonen waar de KDW wordt overschreden. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,01 mol N/ha op 16,33% van het areaal, waar de KDW voor H2180Abe wordt overschreden, binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet.

De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere vermesting en verzuring van de bodem. De 12 hexagonen die een eenmalige stikstofdepositie kennen uit het voorgenomen activiteit en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW. De AERIUSCalculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit voorgenomen activiteit, Figuur 3 en Figuur 13. De overschrijding van de KDW vond in 2022 op 76,1% van het

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

34/53

areaal plaats en in 2030 is nog op 65,8% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden op H2180Abe duinbossen (droog), berken-eikenbos van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N) (op hexagonen waar de KDW wordt overschreden), leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. De tijdelijke stikstofdepositie toename is eenmalig en zeer laag en heeft daarmee geen permanente invloed op het habitattype en de IHD voor behoud van het oppervlak en behoud van de kwaliteit. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond.

De voorgenomen activiteit leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitattype en heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype. 5.7

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

In Kennemerland-Zuid is circa 630 ha duinbossen (droog), overig aanwezig, Figuur 14. De kwaliteit van de duinbossen (droog), overig is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de aspecten vegetatie en overige kenmerken van structuur en functie. Voor het aspect typische soorten, is de kwaliteit als matig tot goed te omschrijven. Voor het aspect abiotische randvoorwaarden is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype betreft natuurlijke of half-natuurlijke loofbossen in de kustduinen, met sterk uiteenlopende kenmerken. Vaak is de zomereik (Quercus robur) de dominante boomsoort, maar met name in duinvalleien en in de meest landinwaarts gelegen gedeelten spelen (ook) andere boomsoorten een belangrijke rol. De kruidlaag kan zeer soortenrijk zijn. Een nogal afwijkende samenstelling daarvan (met verwilderde bol- en knolgewassen) is te vinden in de zogenoemde stinzenbossen, die veelal hun bestaan danken aan de vestiging van landgoederen. De meeste van de samenstellende vegetaties komen ook (of zelfs vooral) buiten de duinen voor. Het aantal werkelijk kenmerkende soorten is dan ook gering. Tot dit subtype behoren de bossen op de meest voedselarme en droge standplaatsen. Het gaat met name om berken-eikenbossen en bossen met beuk.

Ze komen vooral voor in de oude duinen, op de hogere delen van de strandwallen en op de meest diep ontkalkte delen in de binnenduinrand van de jonge duinen (natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan stikstof is voornamelijk de verzuring en vermesting (Provincie Zuid-Holland, 2022). Naast de knelpunten gerelateerd aan stikstof kampt het habitattype met een hoog aantal exoten en onvoldoende dynamiek. Het hoge aantal exoten betreft het grootste knelpunt voor het halen van de IHD (Provincie Noord-Holland, 2025).

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

35/53

Figuur 14: Verspreiding van het habitattype H2180Ao duinbossen (droog), overig in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het voorgenomen activiteit (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Monitor, 2024).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 8: IHD voor habitattype H2180Ao duinbossen (droog), overig, Habitattype

H2180Ao duinbossen (droog), overig

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Behoud kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2022 voor het habitattype op veel hexagonen overschreden, Figuur 15.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

36/53

Figuur 15: Links: Rondom het plangebied wordt de KDW op veel hexagonen overschreden. Rechts: Locaties waar depositie plaatsvindt (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2). In de buurt van het plangebied, waar depositie vanuit de voorgenomen activiteit plaatsvindt, wordt voor H2180Ao duinbossen (droog), overig de KDW op veel hexagonen overschreden. De overschrijding betreft lichte tot matige overbelasting (bron: AERIUS Monitor, 2024).

Op een oppervlakte van 59,50 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit dit voorgenomen activiteit. Dit betreft 9,45% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De maximale tijdelijke depositietoename binnen de hexagonen bedraagt 0,01 mol N/ha. Van de hexagonen waar door het planvoornemen tijdelijke depositie neerkomt, wordt op meerdere hexagonen de KDW voor H2180Ao overschreden, Figuur 15. Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige kleine toename op het habitattype waar de KDW wordt overschreden van maximaal 0,01 mol N/ha (0,14 g N) op 9,45% (59,50 ha). Wegens de eenmalige en kleine toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De eenmalige en kleine toename leidt daardoor niet tot verdere vermesting en verzuring. De AERIUS-Calculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

37/53

voorgenomen activiteit,

Figuur 3 en Figuur 15. De overschrijding van de KDW vond in 2022 op 70,3% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 53% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie van het habitattype H2180Ao duinbossen (droog), overig van maximaal 0,01 mol/ha/jr (0,14 g N), waarbij op hexagonen waarde KDW wordt overschreden als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. Doordat de depositie eenmalig, laag is en niet binnen een gekarteerd oppervlakte van het habitattype neerkomen, heeft dit geen invloed op de huidige permanente invloed op het habitattype en de IHD voor het behoud van het oppervlak en behoud van de kwaliteit van het habitattype. Het voorgenomen activiteit heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype en leidt niet tot verdere vermesting en verzuring. 5.8

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

In Kennemerland-Zuid is circa 419 ha duinbossen (binnenduinrand) aanwezig, Figuur 16. De kwaliteit van de binnenduinrand duinbossen is als goed te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de aspecten vegetatie en typische soorten. Voor de aspecten abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

38/53

Holland, 2022). Het habitattype duinbossen betreft natuurlijke of half-natuurlijke loofbossen in de kustduinen, met sterk uiteenlopende kenmerken. Vaak is de zomereik (Quercus robur) de dominante boomsoort, maar met name in duinvalleien en in de meest landinwaarts gelegen gedeelten spelen (ook) andere boomsoorten een belangrijke rol. De tot dit subtype behorende bossen zijn over het algemeen sterk door de mens beïnvloede (park)bossen die overwegend voorkomen op wat jongere, kalkhoudende bodems. Ze zijn vaak onderdeel van landgoederen die in de 18e eeuw aan de binnenduinrand werden aangelegd op afgegraven duingronden. Door vergraving zijn hier diepere, nog niet ontkalkte zanden weer aan de oppervlakte gekomen (natura2000.nl). Het huidige knelpunt is voornamelijk de aanwezigheid van gebiedsvreemde soorten en mogelijk invasieve soorten. Het huidige knelpunt voor het aspect stikstof is de verbraming en vermesting (Provincie Zuid-Holland, 2022).

Figuur 16: Verspreiding van het habitattype H2180C duinbossen (binnenduinrand) in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het voorgenomen activiteit (blauwe contour) binnen het Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Monitor, 2024).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype. Tabel 9: IHD voor habitattype H2180C duinbossen (binnenduinrand). Habitattype

H2180C duinbossen (binnenduinrand)

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Behoud oppervlak

Behoud kwaliteit

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

39/53

Rondom het plangebied werd de KDW in 2022 voor het habitattype op meerdere hexagonen overschreden Figuur 17.

Figuur 17: Links: Rondom het plangebied (blauwe contour) wordt de KDW op meerdere hexagonen overschreden. Rechts: Locaties waar depositie plaatsvindt (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2). In de buurt van het plangebied, waar depositie vanuit de voorgenomen activiteit plaatsvindt, wordt voor H2180C duinbossen (binnenduinrand) de KDW op meerdere hexagonen overschreden. De overschrijdingen betreffen lichte tot matige overschrijdingen (bron: AERIUS Monitor, 2024).

Op een oppervlakte van 109,57 ha van het habitattype vindt stikstofdepositie plaats vanuit de voorgenomen activiteit. Dit betreft 26,12% van het areaal van dit habitattype binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. In de omgeving van het planvoornemen wordt op veel hexagonen de KDW voor H2180C overschreden, Figuur 17. Op 32 hexagonen vindt, waar het habitattype voorkomt en de KDW wordt overschreden, depositie plaats. Zie Tabel 10 voor de hexagonen, hoeveelheid oppervlakte van dit habitattype en de hoeveelheid depositie. In totaal blijkt dat op slechts 11,4 ha van het habitattype H2180C binnen Kennemerland-Zuid, waar de KDW wordt overschreden, depositie neerkomt vanuit dit voorgenomen activiteit. Dit betreft 2,72% van het areaal van het habitattype binnen Kennemerland-Zuid. Tabel 10: Voor het habitattype H2180C vindt 11,4 ha stikstofdepositie plaats. Dit betreft 32 hexagonen. De maximale stikstofdepositietoename waar de KDW wordt overschreden varieert tussen de 0,01 en 0,02 mol/ha/jr. Aantal getroffen hexagonen

Oppervlakte waar depositie neerkomt

0,01 mol/ha/ja

23

8,5 ha

0,02 mol/ha/ja

9

2,9 ha

Depositie waarde

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

40/53

Totaal

32

11,4 ha

Effectbeoordeling De tijdelijke werkzaamheden zorgen voor een tijdelijke en eenmalige toename op het habitattype van maximaal 0,02 mol N/ha op 2,72% van het areaal binnen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid waar de KDW wordt overschreden. Wegens de geringe toename is geen meetbare verandering aanwezig in het nutriëntenaanbod, zie Hoofdstuk 4. Hierdoor is geen meetbare verandering in de biomassaproductie van de vegetatie als gevolg van vermesting waarneembaar en de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie veranderd niet. De 32 hexagonen die een eenmalige stikstofdepositietoename kennen uit het voorgenomen activiteit en areaal bevatten van het habitattype ondervinden een overschrijding van de KDW. De AERIUS-Calculator laat zien dat binnen alle hexagonen de overschrijding van de KDW te wijten is aan de achtergronddepositie en niet door de stikstofdepositie afkomstig uit dit voorgenomen activiteit,

Figuur 3 en Figuur 17. De overschrijding van de KDW vond in 2022 op 5,1% van het areaal plaats en in 2030 is nog op 1,2% van het areaal sprake van een overschrijding van de KDW. Voor het habitattype is een positieve trend in de vermindering van de stikstofdepositie. De tijdelijke en geringe toename van het voorgenomen activiteit heeft geen invloed op deze trend, omdat deze zich op dezelfde wijze voortzet wanneer het voorgenomen activiteit is afgerond. Hierdoor heeft de eenmalige stikstofdepositie geen effect op het halen van de IHD van het habitattype. Deelconclusie

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

41/53

De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie op H2180C duinbossen (binnenduinrand) van maximaal 0,02 mol/ha/jr (0,28 g N) op hexagonen waar de KDW reeds wordt overschreden, als gevolg van de werkzaamheden, leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype, zie Hoofdstuk 4. De tijdelijke stikstofdepositie toename is eenmalig en zeer laag en heeft daarmee geen permanente invloed op het habitattype en de IHD voor behoud van het oppervlak en behoud van de kwaliteit. Het voorgenomen activiteit leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitattype en heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het habitattype. 5.9

H2190A Vochtige duinvalleien (open water)

In Kennemerland-Zuid is circa 23 hectare vochtige duinvalleien aanwezig, Figuur 20. De kwaliteit van de vochtige duinvalleien is als matig te omschrijven op basis van een ecologische analyse op het aspect: typische soorten. Voor de aspecten abiotiek, vegetatie en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype vochtige duinvalleien is veelomvattend: het betreft open water, vochtige graslanden, lage moerasvegetaties en rietlanden, alle voor zover voorkomend in (min of meer natuurlijke) laagten in de duinen. Buiten de duinen worden alleen de in het overige kustgebied voorkomende min of meer grazige vormen tot het habitattype gerekend. Mede door de grote ecologische variatie is het aantal kenmerkende soorten zeer groot. Het gaat om relatief jonge successiestadia. Vochtige duinvalleien kunnen van nature op twee manieren ontstaan. Primaire duinvalleien ontstaan doordat strandvlakten door duinen worden afgesnoerd van zee. Secundaire duinvalleien ontstaan in het kielzog van mobiele duinen, maar tegenwoordig alleen nog doordat stuifkuilen uitstuiven tot op het grondwaterniveau. Daarnaast kunnen vochtige duinvalleien worden ontwikkeld door inrichtingsmaatregelen (natura2000.nl). De huidige knelpunten gerelateerd aan stikstof zijn eutrofiëring en verzuring van de bodem (Provincie ZuidHolland, 2022).

Figuur 18: Verspreiding van het habitattype H2190A vochtige duinvalleien (open water) in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid vergeleken met het voorgenomen activiteit (blauwe contour) buiten het Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Monitor, 2024).

In onderstaande tabel zijn de IHD opgenomen voor het habitattype.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

42/53

Tabel 11: IHD voor habitattype H2190A vochtige duinvalleien (open water). Habitattype

H2190A vochtige duinvalleien (open water)

Instandhoudingsdoelstelling Oppervlakte

Kwaliteit

Uitbreiding oppervlak

Verbetering kwaliteit

In de buurt van het plangebied werd de KDW in 2022 voor het habitattype op geen enkele hexagoon overschreden, Figuur 19. Significante nadelige gevolgen zijn hiermee uitgesloten.

Figuur 19: Links: Rondom het plangebied (blauwe contour) wordt de KDW niet overschreden. Rechts: Locaties waar depositie plaatsvindt (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2). In de buurt van het plangebied, waar depositie vanuit de voorgenomen activiteit plaatsvindt, wordt voor H2190A duinvalleien open water de KDW niet overschreden.

Deelconclusie De tijdelijke en geringe toename van de stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol/ha/jr (0,28 g N) als gevolg van de werkzaamheden in het maatgevende rekenjaar leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het leefgebied. De KDW wordt rondom het plangebied niet overschreden. Het leefgebied kan de eenmalige en zeer lage depositie verwerken, zie Hoofdstuk 4. Doordat de depositie eenmalig en zeer laag is heeft dit geen invloed op de huidige ingezette trend van de stikstofdepositie of permanente invloed op het leefgebied en de IHD voor behoud van het oppervlak en het behoud van de kwaliteit van het leefgebied. Het project heeft daarom geen invloed op het behalen van de IHD voor het leefgebied. 5.10

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

In Kennemerland-Zuid is circa 86 hectare kalkrijke vochtige duinvalleien aanwezig, Figuur 20. De kwaliteit van de kalkrijke vochtige duinvalleien is als matig te omschrijven op basis van een ecologische analyse op de twee aspecten: vegetatie en typische soorten. Voor de aspecten, abiotiek en overige kenmerken van goede structuur en functie is de kwaliteit onbekend (Provincie Zuid-Holland, 2022). Het habitattype vochtige duinvalleien is veelomvattend: het

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

43/53

betreft open water, vochtige graslanden, lage moerasvegetaties en rietlanden, alle voor zover voorkomend in (min of meer natuurlijke) laagten in de duinen. Buiten de duinen worden alleen de in het overige kustgebied voorkomende min of meer grazige vormen tot het habitattype gerekend. Mede door de grote ecologische variatie is het aantal kenmerkende soorten zeer groot. Het gaat om relatief jonge successiestadia. Vochtige duinvalleien kunnen van nature op twee manieren ontstaan. Primaire duinvalleien ontstaan doordat strandvlakten door duinen worden afgesnoerd van zee. Secundaire duinvalleien ontstaan in het kielzog van mobiele duinen, maar tegenwoordig alleen nog doordat stuifkuilen uitstuiven tot op het grondwaterniveau. Daarnaast kunnen Vochtige duinvalleien worden ontwikkeld door inrichtingsmaatregelen (natura2000.nl). Het huidige knelpunt gerelateerd aan de stikstof, is de vermesting en verzuring (Provincie Zuid-Holland, 2022).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16513518/2