Bijlage 6 Notitie nut en noodzaak nieuwe zwembaden
Tekst van het document
SRO heeft de volgende ideeën voor de nieuwe zwembadaccommodaties: moderne sportfaciliteiten met tijdwaarneming; alternatieve vormen van beweging, zoals het athletic skills model en cross-fit. Hiermee kan ook gymnastiekles aan het voortgezet onderwijs worden aangeboden; voldoende ontmoetingsruimte voor sociale activiteiten met de buurt; 19
een klaslokaal om les te kunnen geven; een zo goed mogelijke indeling c.q. overzichtelijkheid van het bad, zodat het aantal benodigde toezichthouders kan worden beperkt; toepassen van een systeem van drenkelingendetectie; een zo duurzaam mogelijk zwembad met een minimum aan energieverbruik; een bassin dat geschikt is voor gebruik voor zorg gerelateerde activiteiten. SRO bevestigt de behoefte aan extra zwemwater en is positief over de in het volgende hoofdstuk beschreven configuratie en de verdeling daarvan over twee nieuwe zwembaden in het noordelijke en zuidelijke deel van Haarlem.
3.5.3
Enquête gemeente
In de eerder vermelde door de gemeente uitgevoerde enquête onder de leden van het Inwonerspanel Haarlem zijn vragen gesteld over de nieuwe zwembaden. Als het gaat om de soorten baden die in elk geval aanwezig moeten zijn, wordt een recreatiebad voor vrij zwemmen het meeste genoemd (52%), gevolgd door een wedstrijdbad (45%), al dan niet met een lengte van 50 meter, en een buitenbad (33%). Qua ondersteunende faciliteiten staat een horecavoorziening bovenaan (44%), gevolgd door een speel- en ligweide (30%). Daarnaast is de respondenten voor een aantal aspecten gevraagd, wat naar hun mening zwaarder moet wegen. Daarbij gaat het onder andere om de diepte, omvang en watertemperatuur van de bassins en de entreeprijs. Aan de hand van de antwoorden kan de volgende prioritering worden vastgesteld: 1. de omvang van het zwemwater en de watertemperatuur; 2. de entreeprijs; 3. de diepte van de bassins. Bij dit alles moet worden herhaald, dat de resultaten van deze enquête minder representatief zijn voor de bezoekers van de zwembaden (zie 2.6.3).
3.6
Visie toekomstgerichte zwembaden
Zoals eerder in dit hoofdstuk al is vermeld, moeten nieuwe zwembaden voldoende zwemwater bieden om over een langere periode (minstens 40 jaar) in de zwembehoefte te kunnen voorzien. Dat betekent dat het toekomstgerichte accommodaties dienen te zijn en dat de toekomstige zwembehoefte (zie paragraaf 3.4) op de juiste wijze in de configuratie van de twee nieuwe baden (zie hoofdstuk 4) moet worden ‘vertaald’. Daarbij speelt ook de visie op de zwembaden een rol. Daarbij gaat het erom, dat de baden in verschillende opzichten toekomstgericht zijn, namelijk: 1. Toekomstgericht voor bewegen: De nieuwe zwembaden richten zich niet puur en alleen op de bestaande zwemactiviteiten, maar stimuleren verschillende beweegvormen, zoals klimmen en klauteren. Ook kan aan voldoende perronruimte voor cross-fit oefeningen worden gedacht, maar ook aan belijning op de bodem van het bassin voor spelvormen als voetbal en volleybal en elektrische tijdwaarneming ten behoeve van onder meer beweeganalyses. 2. Toekomstgericht voor sport: In de nieuwe situatie dient er voldoende capaciteit te zijn voor regionale korte baan wedstrijden en waterpolowedstrijden op het hoogste niveau. Ook moet er voldoende ruimte (en diepte) zijn voor synchroonzwemmen, onderwaterhockey en de duiksport.
Tot slot dienen de bassins multifunctioneel inzetbaar te zijn door middel van het gebruik van beweegbare bodems, keerwanden en dergelijke. 3. Toekomstgericht voor zorg: Bassins die mede gericht zijn op activiteiten op het gebied van zorg dienen van een luie trap of hellingbaan te worden voorzien en uiteraard een wat hogere watertemperatuur te hebben. Ook in de kleedvoorzieningen wordt rekening gehouden met de behoeften van bezoekers op het gebied van zorg.
20
4. Toekomstgericht voor gezin, jeugd en onderwijs: In de nieuwe situatie richt het puur recreatieve aanbod zich op gezinnen met kinderen tot 13 jaar en niet op grootschalige spectaculaire voorzieningen. Naast een functioneel recreatiebad gaat het daarbij om een peutervoorziening en een familieglijbaan. Daarnaast wordt ten behoeve van de jeugd en het onderwijs een actief recreatie- en beweegaanbod gerealiseerd, bijvoorbeeld in de vorm van een duikplank of klim- en klautervoorzieningen, faciliteiten ten behoeve van de natte gymnastieklessen en multimediale voorzieningen. 5. Toekomstgericht voor volwassenen en specifiek senioren: De baden zijn geschikt voor verschillende beweeg- en doelgroepactiviteiten voor volwassenen in het algemeen en senioren in het bijzonder. Daarbij gaat het om onder andere aquasporten, banen zwemmen en andere beweegactiviteiten. 6. Toekomstgericht voor het gebruik: De bassins dienen zo veel mogelijk multifunctioneel inzetbaar te zijn, onder meer door het gebruik van beweegbare bodems en keerwanden. Ook hebben ze bij voorkeur hun ‘eigen’ compartiment, maar kunnen er wel combinaties worden gemaakt voor recreatief zwemmen. 7. Toekomstgericht qua duurzaamheid: De baden dienen zo duurzaam mogelijk te zijn.
Daarbij gaat het niet alleen om het minimaliseren van het gebruik van energie en water, maar ook om de wijze waarop de accommodaties worden verwarmd, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit, biodiversiteit, circulariteit (demontabel) en mobiliteit. Tot slot dient het mogelijk te zijn om zo nodig in de toekomst een bad uit te breiden met een extra bassin. 8. Toekomstgericht qua faciliteiten: Naast verenigingsruimten dient er een multifunctionele ruimte voor onder meer vergaderingen en theorieonderwijs te zijn.
21
4.
Configuratie nieuwbouw
4.1
Zwemwater
In 2.5.3 is aangegeven, dat een bezetting van 225 tot 250 bezoeken per vierkante meter zwemwater (exclusief peuterbad) geldt als een voldoende verhouding tussen bezoek en zwemwater. Op basis van de in paragraaf 3.4 geraamde zwembehoefte betekent dit, dat er 1.919 tot 2.133 m² zwemwater nodig is (nog zonder peuterbad).
4.2
Configuratie
De hoeveelheid zwemwater zegt nog niets over de bassins, waaruit de nieuwe zwembaden moeten bestaan. Er dient immers rekening te worden gehouden met onder andere: het type gebruik: in elk geval (verenigings)sport, onderwijs, banen zwemmen, doelgroepactiviteiten, les zwemmen en vrij zwemmen; de watertemperatuur: de ene activiteit heeft wat kouder zwemwater nodig, terwijl voor de andere een wat hogere watertemperatuur gewenst is; de waterdiepte: er moet zowel diep als ondiep zwemwater aanwezig zijn, aangezien voor verschillende activiteiten een verschillende waterdiepte nodig is. Op basis van alle informatie in de voorgaande hoofdstukken is het volgende zwemwateraanbod passend: bassin wedstrijdbad 1 (33 x 25 m.) wedstrijdbad 2 (25 x 16 m.) multifunctioneel bad (25 x 15 m.) doelgroepenbad (20 x 10 m.) recreatiebad (250 m²) totaal excl. peuterb ad peuterbad (100 m²) totaal incl. peuterbad
oppervlakte 825 400 375 200 250 2.050 100 2.150
tabel 4.1: configuratie nieuwbouw
Daarnaast zijn er bij het recreatiebad een familieglijbaan en een whirlpool.
4.3
Verdeling Zuid en Noord
Hoe dient het in de vorige paragaaf weergegeven zwemwater over de twee locaties te worden verdeeld? In algemene zin is het zwemwateraanbod in beide huidige zwembaden vergelijkbaar (De Planeet biedt 50 m² meer zwemwater dan het Boerhaavebad). In beide delen van de gemeente groeit het aantal inwoners, maar in stadsdeel Schalkwijk (in het zuiden) het meeste (zie paragraaf 3.1). Ook is de bezetting van het Boerhaavebad in de afgelopen jaren (met uitzondering van 2022) hoger geweest dan die van De Planeet (zie 2.5.3). Voor de nieuwe situatie ligt het daarom voor de hand, dat het zwemwateraanbod in het zuidelijke deel van Haarlem sterker toeneemt dan dat in het noordelijke deel van de gemeente, maar dat er tegelijkertijd in beide nieuwe zwembaden een nog altijd vrij vergelijkbare hoeveelheid zwemwater aanwezig is. Ten aanzien van de twee wedstrijdbaden is het met het oog op de bestaande situatie en de gewenste en benodigde spreiding van zwemwater over de twee locaties nodig, dat er in beide nieuwe zwembaden een wedstrijdbad aanwezig is. Daarbij ligt het in de rede om, net als nu, op de locatie in het noorden van Haarlem het meeste ‘wedstrijdbadwater’ te plaatsen. Het bad van 33 x 25 meter komt dus in het noorden en het bad van 25 x 16 meter in het zuiden. Een tweede punt betreft het recreatiebad met het bijbehorende peuterbad, de familieglijbaan en de whirlpool.
Mede gezien de aanwezigheid van De Heerenduinen ten noorden van de gemeente en met het oog op de bestaande situatie ligt het voor de hand om deze bassins in het zuidelijke zwembad te situeren.
22
Dan zijn er nog het multifunctionele bad en het doelgroepenbad. Beide bassins dienen over de twee locaties te worden verdeeld, zodat er in beide baden warmer, functioneel zwemwater aanwezig is. Daarbij ligt het met het oog op de totale omvang van het zwemwater en de in 4.4.2 vermelde combinatie van het recreatiebad met het multifunctionele bad voor de hand om het multifunctionele bad in het zuidelijke zwembad en het doelgroepenbad in het noordelijke zwembad te situeren. De volgende tabel vat het voorgaande samen. Daaruit blijkt dat het totale aantal vierkante meter zwemwater op beide locaties elkaar ook in de nieuwe situatie niet veel ontloopt. Daarnaast neemt het zwemwateraanbod in het zuidelijk gelegen zwembad in vergelijking met de huidige situatie sterker toe dan in het noordelijk gelegen zwembad. Dit past bij de verwachte groei in de verschillende stadsdelen.
wedstrijdbad 1 (33 x 25 m.) wedstrijdbad 2 (25 x 16 m.) multifunctioneel bad (25 x 15 m.) doelgroepenbad (20 x 10 m.) recreatiebad (250 m²) peuterbad (100 m²) familieglijbaan whirlpool totaal m² zwemwater
Noord x x 1.025
Zuid x x x x x x 1.125
tabel 4.2: verdeling zwemwater over twee locaties
4.4
Zwembad Zuid
In deze paragraaf wordt meer specifiek op de configuratie van het in het zuidelijke deel van Haarlem voorziene zwembad (‘zwembad Zuid’) ingegaan. In paragraaf 4.5 volgt het zwembad in het noordelijke deel van de gemeente (‘zwembad Noord’). Voor uitgebreidere tekeningen van beide baden wordt naar bijlage 5 verwezen.
4.4.1
Wedstrijdbad 25 x 16 m¹
Het wedstrijdbad is onder andere geschikt voor: banen zwemmen; les zwemmen; waterpolowedstrijden tot en met de 2e divisie; zwemwedstrijden op regionaal niveau; wedstrijden synchroonzwemmen; duiksport; onderwaterhockey. De afmetingen en watertemperatuur voldoen aan de gestelde eisen van de KNZB. Om het wedstrijdbad zo multifunctioneel mogelijk te kunnen gebruiken, wordt het voorzien van: een gedeeltelijk beweegbare bodem met een maximale diepte van 2,0 m¹; een diepte van 3,4 m¹ over de helft van het bassin; een duikplank; een compressorruimte voor het vullen van duikcilinders. Voor toeschouwers wordt een vaste tribune van 150 zitplaatsen voorzien. Dit is vooral van belang bij wedstrijden van diverse zwemsporten en bij het diplomazwemmen.
23
figuur 4.1: wedstrijdbad zwembad Zuid
4.4.2
Multifunctioneel bad 25 x 15 m¹
Het multifunctionele bad heeft een diepte van 2,0 m¹ en beschikt over wat warmer water (circa 30 graden). Het wordt in een eigen compartiment gerealiseerd en is met name gericht op: les zwemmen; doelgroepactiviteiten; zorggroepen; banen zwemmen; recreatief zwemmen; training voor waterpolo; training voor wedstrijdzwemmen. Om het multifunctionele bad zo multifunctioneel mogelijk te kunnen gebruiken wordt het voorzien van: een beweegbare duo bodem over het gehele bassin; een beweegbare hellingbaan naast het bassin. De beweegbare duo bodem kan tegelijkertijd in twee hoogten staan en is hiermee geschikt voor allerlei doelgroepen. Met het toevoegen van de aan de beweegbare bodem gekoppelde hellingbaan wordt het bassin zeer toegankelijk voor de allerkleinste kinderen, senioren, bezoekers die minder goed ter been zijn en mindervaliden. Door het compartiment van het multifunctionele bad direct te koppelen aan het compartiment van het recreatiebad, kan het op drukke momenten als recreatievoorziening worden gebruikt. Met multimediale voorzieningen en discoverlichting kan dit bassin ook voor de wat oudere jeugd als recreatievoorziening worden ingezet.
24
figuur 4.2: multifunctioneel bad zwembad Zuid
4.4.3
Recreatiecompartiment
De recreatieve voorzieningen zijn gericht op jonge gezinnen met kinderen tot ongeveer 13 jaar en niet op grootschalige spectaculaire voorzieningen. De recreatievoorzieningen bestaan uit: een recreatiebad van 250 m²; een peutervoorziening van 100 m²; een familieglijbaan; een whirlpool. Voor het recreatiebad is het van belang dat dit zo wordt ontworpen, dat het ook kan worden gebruikt voor zwemlessen, activiteiten gericht op de zorg, zorgzwemmen, (korte) banen zwemmen en door verenigingen om desgewenst technieken te leren. In combinatie met het multifunctionele bad en toepassing van multimediale voorzieningen en discoverlichting kan dit bassin ook voor de wat oudere jeugd als recreatievoorziening worden ingezet. De peutervoorziening kan bestaan uit een peuterbad, een spraypark, of een combinatie daarvan. Het is gericht op ‘doe en ontdek’. Voor de ouders is voldoende zitgelegenheid beschikbaar.
figuur 4.3: recreatiebad en peutervoorziening zwembad Zuid (voorbeeld)
25
4.5
Zwembad Noord
4.5.1
Wedstrijdbad 33 x 25 m¹
Het wedstrijdbad heeft een basis diepte van 2,0 m¹ en is geschikt voor: banen zwemmen; les zwemmen; doelgroepactiviteiten; waterpolowedstrijden voor de 1e divisie en eredivisie; grotere zwemwedstrijden op regionaal niveau. De afmetingen en watertemperatuur voldoen aan de gestelde eisen van de KNZB. Om het wedstrijdbad zo multifunctioneel mogelijk te kunnen gebruiken, wordt het van een beweegbare keerwand (breedte: 1,5 m¹) voorzien. Hiermee wordt een bassin van 25 x 25 m¹ gecreëerd, dat vooral voor sportwedstrijden, banen zwemmen en les zwemmen kan worden gebruikt. In dit deel wordt voorzien in: een deels beweegbare bodem; een duikplank en bijbehorende duikkuil, met een afmeting van 6,5 x 5,0 m¹ en een diepte van 3,40 m¹ (conform de richtlijnen). Het andere deel van 25 x 6,5 m¹ wordt van een beweegbare duo bodem voorzien. Deze bodem kan tegelijkertijd in twee hoogten staan en is hiermee geschikt voor allerlei doelgroepen. Bij het in de bodem neerlaten van de keerwand ontstaat een groot bassin van 33 x 25 m¹. Middels een scheidingswand boven het bassin kunnen er desgewenst twee delen van 25 x 16,5 m¹ worden gecreëerd. Dit betreft twee keer een bassin van zes banen. Deze afmeting is weer geschikt voor banen zwemmen, les zwemmen en trainingen van wedstrijdzwemmers en waterpolo. Voor toeschouwers wordt een vaste tribune van 250 zitplaatsen gebouwd.
Het wedstrijdbad is daarmee geschikt voor de grotere zwem- en waterpolowedstrijden die door de verenigingen worden georganiseerd, alsmede voor diplomazwemmen. Voor het onderwijs wordt in de vorm van een duikplank of klim- en klautervoorzieningen aan het constructief plafond een actief beweegaanbod gerealiseerd. Daarbij kan worden gedacht aan faciliteiten ten behoeve van de natte gymnastieklessen en multimediale voorzieningen.
figuur 4.4: wedstrijdbad zwembad Noord
26
4.5.2
Doelgroepenbad 20 x 10 m¹
Het doelgroepenbad heeft een maximale diepte van 2,0 m¹ en beschikt over warmer water (circa 30 graden). Het wordt in een eigen compartiment gerealiseerd en is met name gericht op: les zwemmen; doelgroepactiviteiten; zorggroepen. Om het doelgroepenbad zo multifunctioneel mogelijk te kunnen gebruiken wordt het voorzien van: een beweegbare duo bodem over het gehele bassin; een beweegbare hellingbaan naast het bassin; ‘plug and play’ speeltoestellen. De beweegbare duo bodem kan tegelijkertijd in twee hoogten staan en is hiermee geschikt voor allerlei doelgroepen. Met het toevoegen van de aan de beweegbare bodem gekoppelde hellingbaan wordt het bassin zeer toegankelijk voor de allerkleinste kinderen, senioren, bezoekers die minder goed ter been zijn en mindervaliden. Met het toevoegen van ‘plug and play’ speeltoestellen kan het bassin ook als een peuterbad worden ingericht.
figuur 4.5: doelgroepenbad zwembad Noord
4.6
Horeca en verenigingsruimten
4.6.1
Algemeen
In de overeenkomsten met de diverse verenigingen is de kwalitatieve verplichting voor verenigingsruimten opgenomen (zie 2.3.2). Deze ruimten zijn voor de verenigingen van groot belang. Ze zijn het hart van de vereniging en hebben een belangrijke sociale functie. In een vervolgproces dient met elke vereniging een afspraak te worden gemaakt over de ontbinding van de huidige overeenkomsten en de voorwaarden van gebruik van de verenigingsruimten in de nieuwe zwemaccommodaties. Voor de verenigingen is het van belang dat deze ruimten zelfstandig te gebruiken en betaalbaar zijn. Voor de gemeente en de exploitant is het van belang om de verenigingsruimten zo multifunctioneel te kunnen gebruiken. De verenigingsruimten worden onderdeel van de nieuwe zwemaccommodaties. Met respect voor de huidige overeenkomsten is met de verenigingen de behoefte en het beoogde gebruik in beeld gebracht.
27
4.6.2
Zwembad Zuid
In de accommodatie wordt een droge horecavoorziening (260 m²) met keuken en bar voorzien. Voor de verenigingen (inclusief keuken en berging) worden de volgende ruimten met een passende omvang opgenomen: verenigingsruimte DWT: 135 m²; verenigingsruimte OVH: 135 m². Daarnaast beschikken de verenigingsruimten over een gezamenlijke entreehal en toiletvoorzieningen en zijn zowel vanuit het zwembad als via een eigen entree bereikbaar. DWT en OVH hebben elk aangegeven de afbouw van de verenigingsruimten zelf te willen uitvoeren om een eigen identiteit aan de ruimten te geven. In een vervolgproces dient de demarcatie hiervoor nader te worden ingevuld. Nautic Explorer heeft aangegeven niet direct een eigen verenigingsruimte terug te willen. De vereniging heeft één vaste verenigingsavond per week. Tijdens die avond maakt de vereniging graag gebruik van een van de verenigingsruimten in zwembad Zuid.
4.6.3
Zwembad Noord
In zwembad Noord wordt een kleine, eenvoudige horecavoorziening (60 m²) opgenomen. Deze beschikt niet over een keuken en bar. De uitgifte is middels een automaat, of in combinatie met de receptie. De ruimte kan aan de verenigingsruimten worden gekoppeld. Voor de verenigingen (inclusief keuken en berging) worden de volgende ruimten met een passende omvang opgenomen: verenigingsruimte ZV Haerlem: 135 m²; verenigingsruimte Watervrienden Haarlem: 135 m². Daarnaast beschikken de verenigingsruimten over een gezamenlijke entreehal en toiletvoorzieningen en zijn zowel vanuit het zwembad als via een eigen entree bereikbaar. Aan de verenigingen kan de mogelijkheid worden geboden om de afbouw van de verenigingsruimten zelf uit te voeren om een eigen identiteit aan de ruimten te geven. In een vervolgproces dient de demarcatie hiervoor nader te worden ingevuld. Calamares kan gebruikmaken van de horecavoorziening, of (in overleg met een andere vereniging) van één van de verenigingsruimten.
4.7
Globaal Programma van Eisen
Het globale Programma van Eisen (PVE) is het resultaat van het participatieproces met de verenigingen en SRO. In bijlage 6 en bijlage 7 zijn respectievelijk het globale PvE voor zwembad Zuid en dat voor zwembad Noord opgenomen. De volgende tabel vormt een samenvatting daarvan: Zuid entree/centrale hal bassins binnenbad kleedruimten personeelsruimten horeca multifunctionele verenigingsruimten overige ruimten totaal m² nvo totaal m² bvo
182 2.292 360 122 260 310 1.250 4.776 5.922
Noord 232 2.046 328 122 60 310 989 4.087 4.986
tabel 4.3: samenvatting globaal Programma van Eisen
28
4.8
Duurzaamheid
4.8.1
Uitgangspunten
De uitgangspunten voor duurzaamheid in zwembad Zuid zijn: een all-electric zwembad, dat in de toekomst kan worden aangesloten op een warmtenet; de ambities zoals gesteld in de Richtlijn Duurzaam Bouwen worden nagestreefd. De uitgangspunten voor duurzaamheid in zwembad Noord zijn: een all-electric zwembad, dat in de toekomst kan worden aangesloten op een warmtenet; de ambities zoals gesteld in de Richtlijn Duurzaam Bouwen worden nagestreefd; klimaatadaptatie wordt binnen het project opgelost (dak en wadi/kratten); de bomen langs het projectgebied worden gehandhaafd (tenzij dat onmogelijk is).
4.8.2
Energieverbruik
Het energieverbruik van de twee nieuwe zwembaden is lastig te berekenen, aangezien er in de huidige haalbaarheidsfase nog geen ontwerp bekend is. Extra complicerend is dat de eerste all-electric zwembaden vier à vijf jaar geleden in gebruik zijn genomen. Door de twee jaren met de beperkingen ten gevolge van Covid-19 (2020 en 2021) geven de monitoringcijfers van het verbruik in 2022 de eerste goede referenties. Op basis van deze monitoring is een kengetal bepaald voor het verbruik van het aantal kilowattuur energie per vierkante meter zwemwater. Het verwachte energieverbruik per vierkante meter zwemwater voor de nieuwe accommodaties geeft een besparing van circa 65% ten opzichte van de bestaande accommodaties.
29
5.
Locaties nieuwe zwembaden
5.1
Zwembad Zuid
5.1.1
Schalkwijk Centrum
Het realiseren van een zwembad in Schalkwijk Centrum (fase 4) is het uitgangspunt. In die fase zijn combi-sportvoorzieningen voorzien voor een zwembad met sporthal. De parkeervoorzieningen worden in het totaal opgenomen, waarbij zoveel mogelijk dubbelgebruik het uitgangspunt is. Er wordt nog nader onderzocht hoe de parkeervoorzieningen een plek kunnen krijgen. In dit rapport blijven ze derhalve verder buiten beschouwing. Dat geldt eveneens voor de woningen die mogelijk op de bebouwing worden geplaatst. Voor de inpassing is een globale studie op hoofdlijnen uitgevoerd. Per niveau is 9.500 m² bruto vloeroppervlakte (bvo) beschikbaar. De combi-sportvoorziening kan op meerdere lagen worden gerealiseerd. Het benodigde ruimtebeslag voor de zwembadaccommodatie is op basis van het globale PvE 5.922 m² bvo (zie paragraaf 4.7). Daarvan dient circa 1.000 m² bvo technische ruimte in de ‘kelder’ te worden gerealiseerd en circa 550 m² bvo technische ruimte en tribune op verdieping. Naast de technische ruimte dient in de kelder ook rekening te worden gehouden met de vierkante meters van de bassins. Die worden weliswaar niet in de kelder gerealiseerd, maar wel op de begane grond. Door hun diepte zijn zij dus wel relevant voor de kelder (met uitzondering van het ondiepe peuterbad).
Het ruimtebeslag voor de kelder is dus circa 1.000 m² bvo technische ruimte plus circa 1.025 m² bvo voor de bassins, maakt samen circa 2.025 m². Op verdieping is dit 586 m². Behalve de technische ruimten en de tribune worden alle ruimten op de begane grond gerealiseerd. Daarbij gaat het om 4.336 m² bvo. Het totale ruimtebeslag waarmee in de ontwikkeling van Schalkwijk Centrum rekening dient te worden gehouden betreft daarmee 6.947 m² bvo. Met enige marge (in dit stadium is immers geen ontwerp gemaakt) kan derhalve van ongeveer 7.000 m² bvo worden uitgegaan. Voor de hoogte in de compartimenten van de baden dient rekening te worden gehouden met 4,5 m1 vrije hoogte. De overige hoogten zijn minimaal conform het Bouwbesluit. De ruimtebehoefte voor de sporthal is volgens de gemeente circa 3.000 m² bvo. Gezien de grote hoeveelheid beschikbare vierkante meters en verdiepingen is een inpassing van een zwemaccommodatie op de locatie mogelijk. In het vervolgtraject dient het een en ander nader te worden uitgewerkt. In het gehele plan van de totale ontwikkeling van Schalkwijk Centrum komt fase 4 op zijn vroegst in 2028 beschikbaar voor de realisatie van een sportfunctie.
figuur 5.1: zoeklocatie zwembad Zuid
30
5.1.2
Stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten
De zwemaccommodatie wordt op verdieping gerealiseerd. Daar het een zichtlocatie betreft, is het uitgangspunt van de gemeente om het stedenbouwkundig PvE Centrum Schalkwijk - fase 2 d.d. 10 februari 2022 als kader voor de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten te hanteren.
5.2
Zwembad Noord
5.2.1
Planetenlaan
Het uitgangspunt van de gemeente is het realiseren van een nieuw zwembad naast het bestaande zwembad De Planeet. Het wordt gerealiseerd op het huidige trainingsveld van voetbalvereniging Edo, dat in het verlengde aan de Planetenlaan ligt. Voor de inpassing is een globale studie op hoofdlijnen gedaan. De locatie van de beide trainingsvelden samen heeft een totale afmeting van circa 120 bij 100 m¹ (12.000 m²). Het op de volgende figuur aangegeven zoekvlak betreft grofweg de helft daarvan. Het benodigde ruimtebeslag voor de zwembadaccommodatie is op basis van het globale PvE 4.986 m² bvo (zie paragraaf 4.7). Daarvan wordt 1.282 m² bvo op verdieping gerealiseerd. Dit betreft de technische ruimten en de tribune. Op de begane grond resteert dan dus 3.704 m² bvo als benodigd bebouwd oppervlak. Afhankelijk van het ontwerp betreft dit waarschijnlijk een breedte van 50 tot 55 meter en een lengte van 70 tot 80 meter. Op de locatie is dan nog voldoende ruimte beschikbaar voor een eventuele toekomstige uitbreiding van het zwembad.
figuur 5.2: zoeklocatie zwembad Noord
5.2.2
Stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten
Van de gemeentelijk stedenbouwkundige zijn de volgende (concept) uitgangspunten meegegeven voor de ontwikkeling van een zwembad aan de Planetenlaan: parkeren (auto en fiets) gebeurt niet op maaiveld naast het zwembad, maar moet onder de accommodatie of op het dak worden opgelost; de zwemaccommodatie moet in de toekomst desgewenst kunnen worden uitgebreid; een paviljoen in het groen, de architectuur wordt ingezet om de massaopties te verkleinen; gebruik van natuurlijke materialen; terughoudend zijn met kleurgebruik; een sobere stijl en met strakke vlakken en lijnen; een stoere en sobere ‘baksteen’ architectuur; veel aandacht voor samenhang, ambacht en details, zoals uitstekende dakgoten; een uitnodigende entree; eventuele erkers en bijzondere hoeken aan de straat; veelal horizontale lijnen en heldere vlakindelingen; een open en uitnodigende uitstraling; een goede balans tussen gesloten gevels en levendigheid aan de straat; geen gesloten plinten; een rustige uitstraling die de stedenbouwkundige opzet versterkt; de techniek worden binnen de bebouwing verwerkt en zorgt niet voor zichtbare op- en aanbouwen. 31
6.
Financiële uitwerking
6.1
Globale investeringsraming
De globale investeringskosten zijn geraamd op: zwembad Zuid
€ 44.242.000,-
zwembad Noord
€ 36.391.000,-
Bijlage 9 en bijlage 10 bevatten de globale investeringskostenramingen van zwembad Zuid respectievelijk zwembad Noord.
6.1.1
Algemene uitgangspunten
De globale investeringsramingen zijn: prijspeil mei 2023; exclusief btw. De ramingen zijn inclusief: loon- en prijsstijgingen tot en met de start van de bouw: 5% per jaar; post onvoorzien: 10%; projectbegeleiding (extern); ontwerpkosten; grondkosten; bouwkosten; aansluitkosten; kosten leges; kosten losse inrichting. De ramingen zijn exclusief: de eventuele resterende boekwaarde van de bestaande zwembaden; de sloopkosten van de bestaande zwembaden; de kosten voor parkeervoorzieningen; het bouwrijp maken; specifieke locatie gebonden aspecten, zoals planschade, bodemverontreiniging en archeologie; de terreininrichting van de openbare ruimte; historische kosten tot en met deze haalbaarheidsstudie; interne projectbegeleidingskosten van de gemeente.
6.1.2
Zwembad Zuid
In de globale investeringsraming voor zwembad Zuid wordt aanvullend uitgegaan van: een stand alone zwembad; de grondkosten bedragen € 150 per vierkante meter bebouwd oppervlak; een toeslag van 10% om de ambities uit de Richtlijn Duurzaam Bouwen te kunnen nastreven; een toeslag van 10% om te voldoen aan de architectonische en stedenbouwkundige randvoorwaarden conform fase 2 Schalkwijk Centrum; een planning voor de realisatie van de zwemaccommodatie van 24 maanden; oplevering van het zwembad in de zomer van 2030.
6.1.3
Zwembad Noord
In de globale investeringsraming voor zwembad Noord wordt aanvullend uitgegaan van: een stand alone zwembad; de grondkosten bedragen € 150 per vierkante meter bebouwd oppervlak; een toeslag van 10% om de ambities uit de Richtlijn Duurzaam Bouwen te kunnen nastreven; 32
een toeslag van 5% om te voldoen aan de architectonische en stedenbouwkundige randvoorwaarden; een planning voor de realisatie van de zwemaccommodatie van 24 maanden; oplevering van het zwembad in de zomer van 2028.
6.1.4
Kansen en risico’s
In deze fase kunnen de volgende kansen worden benoemd: zwembad Zuid als onderdeel van Schalkwijk Centrum biedt kansen in gezamenlijk ruimtegebruik van publieke ruimten met de sporthal; de contract- en aanbestedingsvorm kan een positieve invloed op de kostenbeheersing en de planning hebben. In deze fase kunnen de volgende risico’s worden benoemd: zwembad Zuid betreft een onderdeel van een grote en complexe ontwikkeling van meerdere functies, waar het zwembad een onderdeel van wordt: in het plan van de totale ontwikkeling van Schalkwijk Centrum bevinden zich allerlei onzekerheden en afhankelijkheden om de start van de realisatie in 2028 mogelijk te maken; de contract- en aanbestedingsvorm kan een positieve invloed op de kostenbeheersing en de planning hebben; de impact van de Richtlijn Duurzaam Bouwen kan in deze fase nog niet goed worden overzien. Of de hiervoor in de raming opgenomen toeslag voldoende is, zal in nadere uitwerkingen dienen te worden getoetst; de in de raming opgenomen loon- en prijsstijgingen zijn gebaseerd op de huidige prognose van één jaar en de vermelde planningsuitgangspunten.
6.2
Bezoekraming
Zoals in hoofdstuk 3 is aangegeven, blijft de zwembehoefte in de 40 jaar na de opening van de zwembaden niet gelijk. Onder invloed van demografische ontwikkelingen en verschillende trends wordt namelijk een toename van de behoefte en daarmee het bezoek van de zwembaden verwacht. Vandaar dat nu een raming van het aantal bezoeken en in paragraaf 6.3 een exploitatieraming voor meerdere jaren wordt opgesteld. De volgende tabel toont de raming van het aantal bezoeken van beide zwembaden en is opgesteld op basis van de analyse van de huidige (hoofdstuk 2) en toekomstige (hoofdstuk 3) situatie: bezoek recreatief zwemmen doelgroepen les zwemmen verenigingen/verhuur onderwijs totaal
2030 123.500 20.800 113.600 142.800 32.000 432.700
2040 130.200 21.900 119.800 150.600 33.700 456.200
2050 137.000 23.000 126.000 158.400 35.400 479.800
2060 143.700 24.200 132.200 166.200 37.200 503.500
2070 151.100 25.400 139.000 174.800 39.100 529.400
tabel 6.1: bezoekraming zwembaden
Zoals in paragraaf 3.1 is aangegeven, reikt de meest recente demografische prognose tot en met 2042 en is vervolgens een extrapolatie naar 2050 gemaakt. Op basis daarvan is vervolgens de toekomstige zwembehoefte en de daarbij benodigde hoeveelheid zwemwater bepaald. Dat kan de vraag oproepen of het zwemwateraanbod ook in 2070 nog passend en van voldoende omvang is (aangenomen dat het aantal inwoners ook na 2050 met circa 0,5% per jaar blijft groeien). Die vraag kan bevestigend worden beantwoord. In paragraaf 4.1 is al vermeld, dat het aantal benodigde vierkante meters zwemwater is bepaald op basis van een ‘voldoende’ bezetting (lees: 225 tot 250 bezoeken per vierkante meter). Dat betekent dat er nog ruimte beschikbaar is om extra bezoek te ontvangen, want een hogere bezetting is wel degelijk mogelijk. Uitgaande van de zojuist geraamde bezoekcijfers is in de volgende tabel voor 2030, 2040, 2060 en 2070 aangegeven tot welke bezetting het bijbehorende aantal bezoeken zou leiden. Daaruit blijkt dat er in eerste instantie geen sprake is van een voldoende bezetting van minstens 225 bezoeken per vierkante meter. Anders geformuleerd: er is dan sprake van enige overcapaciteit. Na 2050 neemt de bezetting verder toe, maar wordt die nooit (ook niet in 2070) buitensporig hoog. Kortom: ook in 2070 bieden 33
de twee nieuwe zwembaden genoeg zwemwater aan. Daarbij komt dat de vierkante meters zwemwater in de twee nieuwe zwembaden door de diverse beweegbare bodems, de keerwand en dergelijke (zie paragraaf 4.4 en paragraaf 4.5) zeer multifunctioneel kunnen worden gebruikt.
inwoners gemeente bezoeken per jaar zwemwater (in m²) bezoek/m²
2030 183.000 432.700 2.050 211
2040 193.000 456.200 2.050 223
2050 203.000 479.800 2.050 234
2060 213.000 503.500 2.050 246
2070 224.000 529.400 2.050 258
tabel 6.2: bezetting zwemwater8
Overigens: stel dat de zwemwaterbehoefte in de toekomst om wat voor reden dan ook (bijvoorbeeld een sterkere bevolkingsgroei of sluiting van meerdere zwembaden in de omgeving) sterker toeneemt dan nu is voorzien, dan kan daar goed op worden ingespeeld. Bij het nieuwe zwembad in het noordelijke deel van Haarlem wordt bij de bouw namelijk rekening gehouden met de mogelijkheid om op een later moment extra zwemwater bij te bouwen (zie ook 5.2.1). Het is niet aan te bevelen om meteen bij de nieuwbouw al extra zwemwater te realiseren, omdat dat extra kosten met zich meebrengt en dat zwemwater – zoals het er nu naar uitziet – niet nodig zal zijn. Wanneer de bevolkingsgroei juist wat minder sterk is dan verwacht, betekent dit niet dat er kleinere zwembaden moeten worden gerealiseerd. Ook wanneer het aantal inwoners in 2070 bijvoorbeeld 10.000 lager is, is sprake van een bij de toekomstige zwembehoefte passend zwemaanbod.
6.3
Exploitatieraming
De volgende tabel bevat een samenvatting van de raming, die voor de verschillende jaren is opgesteld en in bijlage 8 is opgenomen. nieuwbouw zwembaden Haarlem totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten exploitatieresultaat groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten
2030 2.080.100 3.226.800 -1.146.700 998.900 2.978.300 -5.123.900
2040 2.194.100 3.311.600 -1.117.500 998.900 2.978.300 -5.094.700
2050 2.308.500 3.394.800 -1.086.300 998.900 2.978.300 -5.063.500
2060 2.423.000 3.476.100 -1.053.100 998.900 2.978.300 -5.030.300
2070 2.548.500 3.566.000 -1.017.500 998.900 2.978.300 -4.994.700
tabel 6.3: samenvatting exploitatieraming
De voor de raming gehanteerde uitgangspunten worden nu toegelicht.
6.3.1
Algemeen
De bedragen zijn exclusief btw; de bedragen zijn prijspeil mei 2023.
6.3.2
Exploitatiebaten
Het bezoek is conform de raming in paragraaf 6.2; de gemiddelde omzet per bezoek van de verschillende zwemactiviteiten is op de huidige tarieven van De Planeet en het Boerhaavebad gebaseerd. Datzelfde geldt voor de omzet uit verenigingen/verhuur; voor het onderwijsgebruik is vooralsnog geen omzet berekend, omdat vooralsnog niet inzichtelijk is welke omzet hier in de huidige situatie mee gemoeid is; de horecaomzet is op een gemiddelde omzet per bezoek gebaseerd, zoals die in soortgelijke zwembaden wordt gerealiseerd. Daarbij is rekening gehouden met de omvang van de horecavoorzieningen en de aanwezigheid van de verenigingsruimten (zie paragraaf 4.6). Of de horeca van de nieuwe zwembaden door de exploitant van de baden (SRO) of door een externe partij moet worden geëxploiteerd, is een discussie die losstaat van het onderwerp van dit onderzoek. Vandaar dat
8
Zoals eerder is vermeld, wordt het zwemwater van peuterbaden bij de berekening van de bezetting buiten beschouwing gelaten.
34
het netto resultaat is weergegeven. Dat is het bedrag dat overblijft, wanneer de personeelskosten, de inkoopkosten en de overige bijbehorende kosten van de omzet zijn afgetrokken; voor de omzet uit verhuur van de verenigingsruimten is vooralsnog geen raming gemaakt. Die omzet hangt namelijk samen met de uitgangspunten die de gemeente op dit punt hanteert en die zijn vooralsnog niet bepaald.
6.3.3
Exploitatielasten
De personele inzet is gebaseerd op een efficiënte openstelling, gedeeltelijke sleutelverhuur en gedeeltelijk eigen inzet voor schoonmaak; de gemiddelde personeelskosten per fte zijn op de huidige situatie gebaseerd, waarin SRO als exploitant van de zwembaden optreedt; de energielasten zijn gebaseerd op de in paragraaf 6.1 vermelde uitgangspunten ten aanzien van duurzaamheid, de huidige tarieven op de energiemarkt en het verbruik van soortgelijke zwembaden; de kosten van dagelijks onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd; de verdere lasten zijn op benchmarkcijfers van soortgelijke, nieuwe zwembaden gebaseerd.
6.3.4
Eigenaarslasten
De kosten van groot onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd. Het betreft de gemiddelde kosten per jaar c.q. de benodigde jaarlijkse reservering; de kapitaallasten zijn op het gemeentelijke afschrijvingsbeleid gehanteerd, namelijk: er is sprake van lineaire afschrijving. Om die reden zijn de gemiddelde jaarlasten weergeven. Bij lineaire afschrijving nemen de jaarlasten immers elk jaar af, waardoor de kosten in een bepaald jaar geen goed beeld geven van de lasten gedurende de volledige afschrijvingstermijn; de rente is 1,0%; de afschrijvingstermijnen zijn als volgt: bouwkundig: 40 jaar; installaties: 20 jaar; inventaris: 10 jaar.
35
7.
Samenvatting en vervolgstappen
7.1
Samenvatting
De volgende tabel bevat een samenvatting van de in hoofdstukken 4, 5 en 6 uitgewerkte nieuwe zwembaden.
configuratie
horeca verenigingsruimten locatie m² zwemwater m² bvo investeringsraming raming aantal bezoeken: - in 2030 - in 2040 - in 2050 - in 2060 - in 2070 totale kosten per jaar: - in 2030 - in 2040 - in 2050 - in 2060 - in 2070
zwembad Zuid wedstrijdbad 25 x 16 multifunctioneel bad 25 x 15 recreatiebad 250 m² peuterbad 100 m² familieglijbaan whirlpool 260 m² (keuken, bar) 2 x 135 m² Schalkwijk Centrum 1.125 5.922 44.242.000
zwembad Noord wedstrijdbad 33 x 25 doelgroepenbad 20 x 10
60 m² (geen keuken, bar) 2 x 135 m² Planetenlaan 1.025 4.986 36.391.000
432.700 456.200 479.800 503.500 529.400 5.123.900 5.094.700 5.063.500 5.030.300 4.994.700
tabel 7.1: samenvatting
7.2
Vervolgstappen
Indien wordt besloten om de twee zwembaden te realiseren, dienen in elk geval de volgende vervolgstappen te worden gezet: het in samenwerking met de gebruikers en de exploitant opstellen van een gedetailleerde ruimtestaat en een gedetailleerd functioneel en technisch PvE; de gedetailleerde uitwerking van het exploitatiemodel en de exploitatiebegroting; de aanbestedingsstrategie voor het ontwerp en de realisatie (wat wordt precies aanbesteed en hoe gebeurt dat?); het verder uitwerken van de locatieaspecten; het opstellen van een planning voor het vervolg.
36
37