CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 AvA 6 3 20260318 Investeringsreglement InWest MKB-fonds

commissie Bestuur 11 juni 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Voorstellen aandeelhoudersvergadering ROMInWest en InWest Regio d.d. 28 mei 20269.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Finaal d.d. 18 03 2026

INVESTERINGSREGLEMENT ter zake InWest MKB-fonds B.V.

[datum]

Dit investeringsreglement is vastgesteld door de algemene vergadering van InWest MKB-fonds B.V. op [datum].

1/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 CONSIDERANS: A

Het MKB-fonds is opgericht met als doel bij te dragen aan de doelstelling van ROM InWest B.V. (ROM InWest) en het versterken van de financierings- en kapitaalmarkt voor ((Door)Startende dan wel Snelgroeiende MKB-Ondernemingen. In totaal heeft het MKB-fonds een vermogen van EUR 60.000.000 (het Vermogen). Met dit Vermogen kan het MKB-fonds Financiering verstrekken aan Doelondernemingen. In dat kader kunnen Doelondernemingen een aanvraag tot Financiering indienen bij het MKB-fonds.

B

Binnen het MKB-fonds spelen de Fondsmanager, de Investeringscommissie, het Bestuur en de Algemene Vergadering een rol: Fondsmanager:

de Fondsmanager is verantwoordelijk voor het management binnen het MKB-fonds en het ordentelijk verloop van de Investeringsprocedure, waaronder het beoordelen van Financieringsaanvragen en het monitoren van de Investeringsprocedure.

Investeringscommissie:

de Investeringscommissie heeft tot taak het adviseren van het Bestuur over het investeringsbeleid van het MKB-fonds en concrete investeringen, zoals neergelegd in het reglement van de Investeringscommissie.

Bestuur:

het Bestuur neemt de besluiten, die worden voorgelegd door de Fondsmanager, binnen het MKB-fonds, waaronder het besluit tot het verstrekken van Financiering aan een Doelonderneming.

Algemene Vergadering:

de Algemene Vergadering heeft tot taak om diverse besluiten van het Bestuur goed te keuren.

C

Dit Investeringsreglement regelt de werkwijze, de procedures en de criteria die de Fondsmanager, de Investeringscommissie, het Bestuur en de Algemene Vergadering in acht dienen te nemen bij het uitvoeren van zijn of haar taken en verantwoordelijkheden. Het legt vast onder welke voorwaarden het MKB-fonds kan overgaan tot het verstrekken van een Financiering, hoe een Financieringsaanvraag wordt beoordeeld en wie besluit tot het verstrekken van Financiering. Ook bepaalt het Investeringsreglement hoe het MKB-fonds omgaat met een Conversie, een Desinvestering, een Kwijtschelding, een Exit en wijzigingen die optreden gedurende de looptijd van een Financering. Een en ander in lijn met de binnen het MKB-fonds geformuleerde beleid, richtlijnen en de Aandeelhoudersinstructie. De Investeringsprocedure is schematisch weergegeven in Bijlage 1.

D

ROM InWest is de enig aandeelhouder van het MKB-fonds en vormt daarmee de Algemene Vergadering. Dit Investeringsreglement beperkt zich tot de governance en de organen van InWest MKB-fonds. De goedkeuringsvereisten op het niveau van ROM InWest (zoals de goedkeuring van de raad van commissarissen, of de goedkeuring van de aandeelhouders van ROM InWest) maken geen onderdeel uit van dit Investeringsreglement.

E

Dit Investeringsreglement heeft slechts interne werking binnen het MKB-fonds. Derden kunnen geen rechten ontlenen aan de bepalingen als opgenomen in dit Investeringsreglement.

2/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 I.

ALGEMEEN

1

DEFINITIES

1.1

In dit Investeringsreglement (inclusief de considerans) hebben onderstaande termen telkens de volgende betekenis: Aandeelhoudersinstructie:

de aandeelhoudersinstructie bijgevoegd Investeringsreglement als Bijlage 2.

bij

dit

Aandeelhoudersovereenkomst:

een aandeelhoudersovereenkomst tussen het MKBfonds, de Doelonderneming en, indien van toepassing, derden over het aandeelhouderschap binnen de Doelonderneming.

Algemene Vergadering:

de algemene vergadering van het MKB-fonds, welke gevormd wordt door ROM InWest.

Beleidsruimte:

zoals gedefinieerd in artikel 14.1.

Bestuur:

de statutair bestuurder(s) van het MKB-fonds.

Bijlage:

een bijlage bij het Investeringsreglement.

Business Plan:

een plan opgesteld door de Doelonderneming waarin een Propositie uiteen wordt gezet.

Conversie:

het converteren van een Lening naar aandelen in het kapitaal van de Doelonderneming, bijvoorbeeld in het kader van een herfinanciering, exit of bij een default van de onderneming.

Doelonderneming:

een MKB-Onderneming, (Door)Startende Onderneming of Snelgroeiende MKB-Onderneming (i) die in aanmerking wil komen voor Financiering, (ii) waar het MKB-fonds reeds Financiering aan heeft verstrekt, of (iii) een nader op te richten MKB-Onderneming, (Door)Startende Onderneming of Snelgroeiende MKBOnderneming die fungeert als doelvennootschap voor projectfinancieringsdoeleinden en in aanmerking wil komen voor Financiering.

Desinvestering:

het gedeeltelijk vervreemden en/of gedeeltelijk beëindigen van de Financiering die het MKB-fonds op enig moment heeft verstrekt aan een Doelonderneming.

Exit:

het volledig vervreemden en/of beëindigen van de Financiering die het MKB-fonds op enig moment heeft verstrekt aan een Doelonderneming. Bij vervreemding 3/30

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 en/of beëindiging als gevolg van een faillissement of liquidatie is artikel 10 niet van toepassing is. Exit-strategie:

een plan opgesteld door een Doelonderneming in het kader van een Exit.

Financieel Rendement:

een winstgevend verdienmodel.

Financiering:

vermogen van het MKB-fonds in de vorm van een Lening en/of Kapitaal op grond van een Financieringsen/of Aandeelhoudersovereenkomst.

Financieringsaanvraag:

een aanvraag tot Financiering ingediend door een Doelonderneming bij het MKB-fonds.

Financieringsovereenkomst:

een financieringsovereenkomst tussen het MKB-fonds en de Doelonderneming over het verstrekken van een Lening.

Fondsmanager:

de manager van het MKB-fonds die is aangesteld door het Bestuur.

Investeringscommissie:

de investeringscommissie van het MKB-fonds als bedoeld in artikel 16 Statuten.

Investeringsprocedure:

het proces binnen het MKB-fonds van het verstrekken van Financiering tot het monitoren, uitbreiden of beëindigen van Financiering.

Investeringsreglement:

dit reglement, inclusief de Bijlagen.

Kapitaal:

aandelenkapitaal of een andere vorm van risicodragend kapitaal.

Kwijtschelding:

het geheel of ten dele kwijtschelden van de verplichting tot het aflossen van een Lening of het betalen van rente uit hoofde van een Lening.

Lening:

een geldsom verstrekt door het MKB-fonds aan een Doelonderneming welke zowel een senior als achtergesteld karakter kan hebben en/of converteerbaar kan zijn in Kapitaal en welke op een overeengekomen moment of momenten moet worden terugbetaald.

Maatschappelijk Rendement:

de bijdrage (waar mogelijk gekwantificeerd) van een Propositie aan werkgelegenheid en innovatie, wat inhoudt ‘zich richtend op een nieuw product,

4/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 productieproces en/of een nieuwe markt en/of in algemene zin de economische structuur versterkend’. MKB-fonds:

InWest MKB-fonds B.V.

MKB-Onderneming:

een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet EUR 50.000.000 en/of het jaarlijkse balanstotaal EUR 43.000.000 niet overschrijdt als uiteengezet in artikel 2 bijlage I bij de Verordening.

Propositie:

bedrijfsmatige activiteit(en) en/of een project van een Doelonderneming.

Publieke Aandelenbelang:

het publieke aandelenbelang (van regionale ontwikkelingsmaatschappijen en eventuele andere publieke organisaties samen), waaronder begrepen (beleids)deelnemingen van overheden, in een Doelonderneming, niet zijnde private equity partijen die hun fondsen cofinancieren met overheidsinstrumenten, zoals Seedfondsen, DVI en dergelijke.

ROM InWest:

zoals gedefinieerd in Overweging A van de considerans.

Snelgroeiende MKBOnderneming:

een bedrijf met 10 – 250 werknemers, waarbij de werkgelegenheid of omzet in de afgelopen vijf jaar met tenminste 60% is toegenomen dan wel waarbij (op grond van het aan het MKB-fonds ter beoordeling voorgelegde Financieringsaanvraag) in de komende vijf jaar een toename van de werkgelegenheid en/of omzet van minimaal 60% wordt verwacht.

(Door)Startende MKBOnderneming:

een niet-beursgenoteerde onderneming die op het moment van het tekenen van de eerste Financieringsovereenkomst en/of Aandeelhoudersovereenkomst tot verstrekking van Financiering maximaal vijf jaar ondernemingsactiviteiten in stand houdt en die niet is ontstaan uit een fusie. Verzelfstandigde respectievelijk nieuwe eenheden van bestaande bedrijven, mits ondergebracht in een nieuwe rechtspersoon die aan genoemd uitgangspunt voldoen, worden eveneens als (Door)Startende MKBOnderneming aangemerkt.

Statuten:

de statuten van MKB-fonds zoals die van tijd tot tijd gelden.

Toelaatbaarheidseisen:

de vereisten zoals opgenomen in artikel 3.

5/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

Vermogen:

Finaal d.d. 18 03 2026 zoals gedefinieerd in Overweging A van de considerans, zijnde het totale vermogen het MKB-fonds van EUR 60.000.000.

Verordening:

de EU Verordening nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 (PbEU (2014) L 187), of een verordening die de Verordening vervangt.

Vervolgfinanciering:

het uitbreiden van reeds verstrekte Financiering, welke niet is voorzien in de initiële Financieringsaanvraag en de daarop gesloten Financieringsen/of Aandeelhoudersovereenkomst.

Voorstel tot Financiering:

zoals gedefinieerd in artikel 4.6.

Werkgebied:

het geografisch werkgebied dat de provincie NoordHolland exclusief de Gooi- en Vechtstreek omvat.

2

OMVANG EN AARD FINANCIERING

2.1

Het MKB-fonds kan Financiering verstrekken aan een Doelonderneming in de vorm van Kapitaal of een Lening, dan wel een combinatie daarvan.

2.2

De Financiering die aan een Doelonderneming verstrekt kan worden bedraagt in beginsel minimaal EUR 300.000 en in totaal, dat wil zeggen inclusief Vervolgfinanciering, bij voorkeur niet meer dan EUR 5.000.000.

2.3

De looptijd van een Financiering is in beginsel maximaal 10 jaar.

2.4

Het MKB-fonds streeft ernaar om op marktconforme basis Financiering te verstrekken, overeenkomstig het bepaalde in de Aandeelhoudersinstructie. In dit kader wordt bij de beoordeling van een Financieringsaanvraag een staatssteunanalyse uitgevoerd indien dit nodig is om marktconformiteit te valideren.

2.5

Indien het MKB-fonds Financiering verstrekt aan een Doelonderneming gebeurt dat bij voorkeur gezamenlijk met private partijen, waarbij de deelneming van de private partij een reële economische betekenis heeft. Indien niet gelijktijdig en gezamenlijk onder vergelijkbare voorwaarden wordt geparticipeerd met private partijen, kan op grond van andere, algemeen aanvaarde standaard waarderingsmethoden worden bepaald of de transactie marktconform is.

2.6

Indien het MKB-fonds met Kapitaal deelneemt in een Doelonderneming dient het te nemen belang minder dan 50% van het totale aandelenkapitaal (of een ander belang) in de Doelonderneming te zijn. Indien het MKB-fonds een Lening verstrekt, omvat deze minder dan 50% van het totale vreemd vermogen in de Doelonderneming.

2.7

Het Publieke Aandelenbelang in de Doelonderneming is minder dan 50% van het totale aandelenkapitaal (of een ander belang) in de Doelonderneming.

6/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

2.8

Finaal d.d. 18 03 2026 Bij elke verstrekking van Financiering, waaronder ook bij het verstrekken van Vervolgfinanciering, dient de bijdrage van een private investeerder in het totale bedrag in een financieringsronde verstrekt aan de Doelonderneming een reële economische betekenis te hebben.

3

TOELAATBAARHEIDSEISEN

3.1

Het MKB-fonds verstrekt alleen Financiering aan een Doelonderneming die:

3.2

(a)

actief is in het Werkgebied voor het realiseren van een Propositie;

(b)

de Financiering gebruikt voor het realiseren van de Propositie;

(c)

niet kwalificeert als een publiekrechtelijke rechtspersoon; en

(d)

voldoet aan hetgeen in de Verordening is gesteld.

Om als Doelonderneming in aanmerking te komen voor Financiering, dient de Propositie te voldoen aan de volgende vereisten: (a)

de Propositie realiseert of heeft zicht op Maatschappelijk Rendement;

(b)

de Propositie bevindt zich overwegend in de fase van uitrol en/of expansie van de activiteiten op basis van de beoordeling van de TRL fase;

(c)

de Propositie realiseert of heeft zicht op Financieel Rendement en dit Financieel Rendement slaat overwegend neer in het Werkgebied; en

(d)

de Propositie is aantoonbaar niet geheel financierbaar vanuit private investeerders.

3.3

Door het verstrekken van de Financiering aan de Doelonderneming wordt het beschikbare Vermogen niet overschreden.

3.4

Financiering wordt niet verstrekt aan een Doelonderneming indien bij voorbaat duidelijk is dat deze niet in overeenstemming is met de richtlijnen die gelden voor de ontwikkeling van het MKB-fonds op portefeuille niveau als bedoeld in Bijlage 4 (Richtlijnen ontwikkeling MKB-fonds op portefeuille niveau).

3.5

Een aanvraag voor Financiering wordt in ieder geval geweigerd indien: (a)

de aanvrager in financiële moeilijkheden verkeert of dreigt te verkeren in de zin van artikel 1 lid 4 onder c van de Verordening dan wel daarvoor in de plaats tredende regelgeving;

(b)

ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat;

(c)

gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; en

7/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 het aangevraagde bedrag voor de Financiering meer of minder bedraagt dan de normen als opgenomen in artikel 2.2.

(d)

3.6

Het MKB-fonds verstrekt uitsluitend Financiering aan een Doelonderneming die aan de integriteitsnormen voldoet. Dit houdt onder meer in dat bij de Doelonderneming: (a)

geen sprake is of sprake is geweest van schending van de beroepsmoraliteit respectievelijk de professionele integriteit;

(b)

geen sprake is of sprake is geweest van ernstige fouten in het uitoefenen van het beroep of bedrijf;

(c)

geen sprake is of sprake is geweest van betrokkenheid bij strafbare feiten; en

(d)

geen sprake is of sprake is geweest van betrokkenheid bij witwassen.

II.

PROCEDURE EN WERKWIJZE VERSTREKKEN FINANCIERING

4

FINANCIERINGSAANVRAAG

4.1

Om voor Financiering van het MKB-fonds in aanmerking te komen, dient de Doelonderneming een Financieringsaanvraag in bij het MKB-fonds.

4.2

De Fondsmanager, dan wel een investment manager met instemming van de Fondsmanager, neemt de Financieringsaanvraag in behandeling en beoordeelt of de Financieringsaanvraag: (a)

voldoet aan de Toelaatbaarheidseisen;

(b)

voldoet aan de eisen zoals opgenomen in Bijlage 3 Financieringsaanvraag), en zoals deze van tijd tot tijd zullen luiden;

(c)

voldoet aan de richtlijnen zoals opgenomen in Bijlage 4 (Richtlijnen ontwikkeling MKBfonds op portefeuille niveau), en zoals deze van tijd tot tijd zullen luiden; en

(d)

past binnen het door het MKB-fonds geformuleerde beleid, beleidsdocumenten, richtlijnen en de Aandeelhoudersinstructie.

(Eisen

aan

4.3

Indien naar het oordeel van de Fondsmanager de Financieringsaanvraag niet voldoet aan artikel 4.2 kan de Fondsmanager de Doelonderneming in staat stellen de Financieringsaanvraag aan te passen aan de hand van specifieke aandachtspunten, ook in aanvulling op de eisen zoals opgenomen in Bijlage 3 (Eisen aan Financieringsaanvraag).

4.4

De Fondsmanager kan gedurende de behandeling van de Financieringsaanvraag besluiten om due diligence onderzoek uit te voeren naar de Doelonderneming en/of gesprekken te voeren met de Doelonderneming.

4.5

Na behandeling en beoordeling van de Financieringsaanvraag door de Fondsmanager kan de Fondsmanager besluiten om: (a)

de Financieringsaanvraag gemotiveerd af te wijzen; of

8/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

(b) 4.6

Finaal d.d. 18 03 2026 de Financieringsaanvraag voor te leggen aan de Investeringscommissie.

Indien de Fondsmanager een besluit neemt als bedoeld in artikel 4.5(b) legt de Fondsmanager de Financieringsaanvraag voor aan de Investeringscommissie voorzien van: (a)

een toelichting in hoeverre de Financieringsaanvraag voldoet aan Bijlage 3 (Eisen aan Financieringsaanvraag) en Bijlage 4 (Richtlijnen ontwikkeling MKB-fonds op portefeuille niveau);

(b)

een toelichting in hoeverre de Financieringsaanvraag in lijn is met de binnen het MKBfonds geformuleerde beleid, richtlijnen en de Aandeelhoudersinstructie;

(c)

de bevindingen van het due diligence onderzoek of gespreksverslagen, indien van toepassing; en

(d)

de indicatieve voorwaarden waaronder het MKB-fonds bereid is een Financiering te verschaffen,

hierna gezamenlijk het “Voorstel tot Financiering”. 5

ADVIES INVESTERINGSCOMMISSIE

5.1

De Investeringscommissie beoordeelt ieder door de Fondsmanager voorgelegd Voorstel tot Financiering met inachtneming van Bijlage 3 (Eisen aan Financieringsaanvraag), Bijlage 4 (Richtlijnen ontwikkeling MKB-fonds op portefeuille niveau) en de binnen het MKB-fonds geformuleerde beleid, richtlijnen en de Aandeelhoudersinstructie. Bij de beoordeling betrekt de Investeringscommissie, onder andere, de volgende elementen: (a)

de kwaliteit en robuustheid van de Financieringsaanvraag;

(b)

de levensvatbaarheid van de Doelonderneming;

(c)

het Maatschappelijk Rendement en de maatschappelijke bijdrage;

(d)

het Financieel Rendement;

(e)

de risico’s en het risicoprofiel;

(f)

de strategie voor de Exit van het MKB-fonds;

(g)

de omvang van de beoogde Financiering aan de Doelonderneming.

5.2

De Investeringscommissie verstrekt ten aanzien van het Voorstel tot Financiering een schriftelijk advies.

5.3

Op basis van het advies van de Investeringscommissie kan de Fondsmanager besluiten om het Voorstel tot Financiering samen met het advies van de Investeringscommissie ter besluitvorming voor te leggen aan het Bestuur.

9/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 6

BESLUIT BESTUUR

6.1

Het Bestuur is conform artikel 14.1 van de Statuten bevoegd om een besluit te nemen tot het verstrekken van een Financiering na voorafgaand verkregen schriftelijk advies van de Investeringscommissie.

6.2

Een besluit van het Bestuur tot het verstrekken van Financiering aan een Doelonderneming behoeft conform artikel 14.2 en 14.4 van de Statuten (onder meer) de goedkeuring van de Algemene Vergadering, indien de Investeringscommissie geen positief advies heeft gegeven.

6.3

Indien de te verstrekken Financiering materieel afwijkt van het Voorstel tot Financiering waarover de Investeringscommissie advies heeft verstrekt, neemt het Bestuur pas het besluit tot verstrekking van de Financiering nadat deze materiële wijzigingen zijn voorgelegd aan de Investeringscommissie en de Investeringscommissie daarover heeft geadviseerd.

6.4

Het Bestuur beslist op het Voorstel tot Financiering met inachtneming van artikel 6.1 en Error! Reference source not found. en met inachtneming van het binnen het MKB-fonds geformuleerde beleid en de richtlijnen. Het Bestuur kan beslissen om de Financiering in tranches te verstrekken, gekoppeld aan milestones of andere afspraken.

7

VERSTREKKEN VAN FINANCIERING

7.1

Indien het Bestuur een besluit heeft genomen tot het verstrekken van Financiering aan de Doelonderneming stelt de Fondsmanager een definitieve Financierings- en/of Aandeelhoudersovereenkomst op in lijn met de eisen zoals opgenomen in Bijlage 5 (Eisen aan Financierings- en/of Aandeelhoudersovereenkomst).

7.2

De Fondsmanager draagt ervoor zorg dat het MKB-fonds de Financierings- en/of Aandeelhoudersovereenkomst ondertekent.

7.3

De Fondsmanager zorgt ervoor dat het Kapitaal en/of de Lening door het MKB-fonds aan de Doelonderneming wordt verstrekt.

III.

PROCEDURE EN WERKWIJZE MONITORING, UITBREIDING OF BEËINDIGING FINANCIERING

8

MONITORING FINANCIERING

8.1

Nadat het MKB-fonds gebonden is aan de Financierings- en/of Aandeelhoudersovereenkomst is de Fondsmanager alert op wijzigingen binnen een Doelonderneming die van invloed kunnen zijn op de afspraken zoals opgenomen in de Financieringsen/of Aandeelhoudersovereenkomst. De Fondsmanager informeert het Bestuur periodiek over ontwikkelingen binnen een Doelonderneming en onverwijld over wijzigingen binnen een Doelonderneming die tot materiele negatieve impact op het Financieel Rendement of Maatschappelijk Rendement kunnen leiden.

8.2

De Fondsmanager zorgt ervoor dat de Doelonderneming de rapportageverplichtingen als opgenomen in de Financierings- en/of Aandeelhoudersovereenkomst nakomt. 10/30

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 8.3

De Fondsmanager stelt het Bestuur onverwijld in kennis indien: (a)

de Doelonderneming of de uiteindelijke belanghebbende(n) van de Doelonderneming betrokken zijn bij een strafrechtelijk onderzoek, dan wel een onderzoek door de Autoriteit Consument & Markt naar overtredingen van de Mededingingswet;

(b)

de Propositie en/of het Werkgebied van de Doelonderneming wordt gewijzigd waardoor de Doelonderneming niet (meer) in aanmerking zou komen voor Financiering van het MKB-fonds, dan wel indien de activiteiten van de Doelonderneming materieel afwijken van de activiteiten als omschreven in de Financieringsaanvraag;

(c)

de Doelonderneming niet meer voldoet aan de voorwaarden op basis waarvan het MKB-fonds Financiering heeft verstrekt; of

(d)

de Propositie strijdig is met het statutaire doel van het MKB-fonds en/of ROM InWest of de belangen van de aandeelhouders van ROM InWest schaadt; en

(e)

de Doelonderneming in een surseance van betaling of faillissement dreigt te geraken.

8.4

Indien een omstandigheid zoals genoemd in artikel 8.3 zich voordoet, informeert het Bestuur de Algemene Vergadering onverwijld en overlegt het Bestuur met de Algemene Vergadering over de te nemen maatregelen. Het Bestuur kan besluiten tot onmiddellijke beëindiging van de Financiering of opschorting van één of meer verplichtingen van het MKB-fonds uit hoofde van de Financierings- en/of Aandeelhoudersovereenkomst.

9

VERVOLGFINANCIERING

9.1

Een Doelonderneming waaraan reeds Financiering is verstrekt kan bij het MKB-fonds een verzoek indienen voor Vervolgfinanciering. Om voor Vervolgfinanciering in aanmerking te komen, dient de Doelonderneming een Financieringsaanvraag in bij het MKB-fonds. De Doelonderneming verstrekt naast de Financieringsaanvraag alle relevante ontwikkelingen met betrekking tot de Propositie en het Business Plan.

9.2

De Fondsmanager beoordeelt of de Financieringsaanvraag: (a)

voldoet aan de eisen zoals opgenomen in artikel 3.1, 3.2, 3.3, 3.4 en 3.6;

(b)

voldoet aan de richtlijnen zoals opgenomen in Bijlage 4 (Richtlijnen ontwikkeling MKBfonds op portefeuille niveau), en zoals deze van tijd tot tijd zullen luiden; en

(c)

past binnen het door het MKB-fonds geformuleerde beleid en richtlijnen en de Aandeelhoudersinstructie.

9.3

De Fondsmanager legt de Financieringsaanvraag voor Vervolgfinanciering ter advies voor aan de Investeringscommissie.

9.4

De Investeringscommissie verstrekt ten aanzien van de Financieringsaanvraag voor Vervolgfinanciering schriftelijk advies. Op basis van het advies van de Investeringscommissie kan de Fondsmanager besluiten om de Financieringsaanvraag voor Vervolgfinanciering voorzien van het advies van de Investeringscommissie ter besluitvorming voor te leggen aan het Bestuur of om de Financieringsaanvraag af te wijzen. 11/30

597/137342/20220536

Intern gebruik

9.5

Finaal d.d. 18 03 2026 Het Bestuur beslist op het voorgenomen besluit tot het verstrekken van Vervolgfinanciering conform hetgeen opgenomen in artikel 6.

9.6

Het Bestuur kan in afwijking van artikel 9.3 zelfstandig een besluit nemen tot het verstrekken van Vervolgfinanciering zonder de Financieringsaanvraag ter advies voor te leggen aan de Investeringscommissie indien de Vervolgfinanciering ziet op (a) een bedrag van maximaal 15% van de totale exposure van de reeds verstrekte Financiering en (b) niet meer bedraagt dan EUR 150.000.

10

EXIT

10.1

De Fondsmanager stuurt waar mogelijk en opportuun actief aan op een vroegtijdige Exit.

10.2

De Fondsmanager stelt de Doelonderneming in de gelegenheid om in het kader van de Exit een Exit-strategie op te stellen.

10.3

De Fondsmanager legt de Exit-strategie ter advies voor aan de Investeringscommissie, behoudens indien de Exit voortvloeit uit de Financieringsen/of Aandeelhoudersovereenkomst. De Fondsmanager voorziet de Investeringscommissie van een toelichting over de gevolgen en de risico’s voor het MKB-fonds en onder welke voorwaarden de Exit zal plaatsvinden.

10.4

De Investeringscommissie beoordeelt de Exit-strategie en de toelichting van de Fondsmanager.

10.5

De Investeringscommissie verstrekt ten aanzien van de Exit-strategie een schriftelijk advies.

10.6

Op basis van het advies van de Investeringscommissie kan de Fondsmanager besluiten om de voorgenomen Exit van het MKB-fonds ter besluitvorming voor te leggen aan het Bestuur.

10.7

Het Bestuur beslist op het voorgenomen besluit tot Exit conform hetgeen opgenomen in artikel 6.

10.8

Indien het Bestuur heeft besloten tot een Exit stelt de Fondsmanager de definitieve documentatie op en zorgt de Fondsmanager ervoor dat de Exit wordt uitgevoerd.

11

DESINVESTERING

11.1

De Fondsmanager monitort of ter zake van een verstrekte Financiering aan een Doelonderneming een Desinvestering dient plaats te vinden. Een Doelonderneming kan tevens een verzoek tot Desinvestering indienen bij de Fondsmanager.

11.2

De Fondsmanager legt het voorstel tot Desinvestering ter advies voor aan de Investeringscommissie, behoudens indien de Desinvestering voortvloeit uit de Financieringsen/of Aandeelhoudersovereenkomst.

11.3

De Investeringscommissie beoordeelt het voorstel tot Desinvestering en verstrekt een schriftelijk advies.

11.4

Op basis van het advies van de Investeringscommissie kan de Fondsmanager besluiten om de voorgenomen Desinvestering ter besluitvorming voor te leggen aan het Bestuur.

12/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

11.5

Finaal d.d. 18 03 2026 Het Bestuur beslist op het voorgenomen besluit tot Desinvestering conform hetgeen opgenomen in artikel 6.

11.6

Indien het Bestuur heeft besloten tot een Desinvestering stelt de Fondsmanager de definitieve documentatie op en zorgt de Fondsmanager ervoor dat de Desinvestering wordt uitgevoerd.

12

KWIJTSCHELDING

12.1

Een Doelonderneming kan een verzoek tot Kwijtschelding indienen bij de Fondsmanager.

12.2

De Fondsmanager legt een voorstel tot Kwijtschelding ter advies voor aan de Investeringscommissie.

12.3

De Investeringscommissie beoordeelt het voorstel tot Kwijtschelding en verstrekt schriftelijk advies.

12.4

Op basis van het advies van de Investeringscommissie kan de Fondsmanager besluiten om de voorgenomen Kwijtschelding ter besluitvorming aan het Bestuur voor te leggen.

12.5

Het Bestuur beslist op het voorgenomen besluit tot Kwijtschelding conform hetgeen opgenomen in artikel 6.

13

CONVERSIE

13.1

De Fondsmanager monitort of er ter zake van een Lening verstrekt aan een Doelonderneming een Conversie kan plaatsvinden. De Fondsmanager stelt de Doelonderneming in de gelegenheid om een voorstel te doen voor de Conversie.

13.2

De Fondsmanager legt het voorstel tot Investeringscommissie, behoudens indien Financieringsovereenkomst.

13.3

De Investeringscommissie beoordeelt het voorstel tot Conversie en verstrekt een schriftelijk advies.

13.4

Op basis van het advies van de Investeringscommissie kan de Fondsmanager besluiten om de voorgenomen Conversie ter besluitvorming voor te leggen aan het Bestuur.

13.5

Het Bestuur beslist op het voorgenomen besluit tot Conversie conform hetgeen opgenomen in artikel 6.

13.6

Indien het Bestuur heeft besloten tot Conversie stelt de Fondsmanager de definitieve documentatie op en zorgt de Fondsmanager ervoor dat de Conversie wordt uitgevoerd.

IV.

Conversie ter advies voor de Conversie voortvloeit

aan uit

de de

OVERIGE

14

BELEIDSRUIMTE

14.1

Het MKB-fonds kent een beleidsruimte van maximaal 40% van het geplaatste kapitaal plus agiostortingen (exclusief de (overige) reserves) (de Beleidsruimte) overeenkomstig het bepaalde in de Aandeelhoudersinstructie. Binnen de Beleidsruimte mag het MKB-fonds 13/30

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 afwijken van de definitie van een Doelonderneming en de verplichtingen als opgenomen in artikel 2.2, 3.1(a) en/of 3.2(b) (ten aanzien van het Werkgebied), met dien verstande dat deze afwijking er niet toe mag leiden dat het MKB-fonds handelt in strijd met Europese regelgeving inzake staatssteun en risicokapitaal. 14.2

Indien het MKB-fonds de maximale financieringsgrens als bedoeld in artikel 2.2 overschrijdt, dan komt slechts het bedrag boven de maximale financieringsgrens ten laste van de Beleidsruimte.

14.3

Een besluit van het Bestuur tot het afwijken van de definitie van Doelonderneming en de verplichtingen als opgenomen in artikel 2.2, 3.1(a) en/of 3.2(b) binnen de Beleidsruimte behoeft de goedkeuring van de Algemene Vergadering.

15

HARDHEIDSCLAUSULE

15.1

Het Bestuur kan in afwijking van dit Investeringsreglement, met inachtneming van de Aandeelhoudersinstructie, Financiering verstrekken mits het Bestuur daarvoor schriftelijke goedkeuring heeft gekregen van de Algemene Vergadering. Een verzoek tot goedkeuring dient voorzien te zijn van een advies van de Investeringscommissie inzake die afwijking. De Algemene Vergadering is vrij om, met inachtneming van de Aandeelhoudersinstructie, al dan niet goedkeuring te verlenen en eventueel voorwaarden aan die goedkeuring te verbinden. Goedkeuring zal in ieder geval niet worden verleend indien het verstrekken van Financiering in strijd is met geldende wet- en regelgeving (daaronder begrepen de staatssteunregels).

16

SLOTBEPALINGEN

16.1

De Algemene Vergadering is te allen tijde bevoegd het Investeringsreglement te wijzigen of op te heffen.

16.2

Indien dit Investeringsreglement afwijkt van de Statuten, dan hebben de Statuten voorrang.

14/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Schematisch overzicht Investeringsprocedure Aandeelhoudersinstructie Eisen aan Financieringsaanvraag Richtlijnen ontwikkeling MKB-fonds op portefeuille niveau Eisen aan Financierings- en/of Aandeelhoudersovereenkomst

15/30 597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 BIJLAGE 1 SCHEMATISCH OVERZICHT INVESTERINGSPROCEDURE [separaat aan te hechten]

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 BIJLAGE 2 AANDEELHOUDERSINSTRUCTIE Aandeelhoudersinstructie ROM InWest B.V. Inleiding Deze aandeelhoudersinstructie heeft betrekking op het kapitaal (aandelenkapitaal plus agio) alsmede het daarmee behaalde resultaat (algemene reserve) dat door de aandeelhouders aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) ter beschikking is gesteld en vervangt de bestaande aandeelhoudersinstructie uit 2012. Deze instructie geeft richting aan de vorm en de inhoud van het investeringsbeleid van de participatiebedrijven. De nieuwe instructie treedt per 1 januari 2024 in werking. De participatiebedrijven van de ROM’s hebben als taak om met het door de aandeelhouders ter beschikking gestelde kapitaal een bijdrage te leveren aan de realisatie van het door de overheden periodiek vast te stellen economisch beleid, derhalve met primaire aandacht voor de beleidsspeerpunten die gelden voor de regio. De ROM’s hebben daarvoor een uitgebreid financieringsinstrumentarium tot hun beschikking. Dit impliceert dat de participatiebedrijven te maken hebben met enerzijds een algemeen en anderzijds een regionaal verschillend beleidskader. Deze nieuwe aandeelhoudersinstructie voorziet hierin en is opgedeeld in twee onderdelen: een algemeen deel waaraan alle ROM’s zich dienen te conformeren en een optioneel deel waarin het regionale beleidskader wordt beschreven.

Dit deel betreft de deelterreinen waarop de betreffende ROM zich primair dient te richten. Deze verschillen per ROM. Deze aandeelhoudersinstructie is een ‘levend’ document. Bij verandering van (regionaal) beleid wordt de aandeelhoudersinstructie van de desbetreffende ROM aangepast. Daar waar het algemeen kader wijzigt, worden alle ROM’s bij de verandering betrokken.

Bij de opstelling van de instructie is de vigerende Europese regelgeving inzake staatssteun in acht genomen. Indien de instructie als gevolg van aanpassing van EU-regelgeving tot conflictsituaties leidt, wordt de instructie aangepast. 1. HET ALGEMEEN KADER In het algemeen kader wordt het beleidsmatige speelveld voor de participatiebedrijven van de ROM’s beschreven. Dit speelveld geldt voor alle participatiebedrijven van de ROM’s en dient te allen tijde nageleefd te worden. a.

De ROM’s investeren in innovatieve (door)startende MKB-bedrijven resp. snelle groeiers die actief zijn op de speerpunten en cross-overs van het landelijk en regionaal (innovatie)beleid zoals beschreven in paragraaf 2 van deze instructie. Onder MKB-bedrijven wordt verstaan: ondernemingen die voldoen aan de definitie van Kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (“kmo’s”) in Bijlage I van Verordening (EG) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard of in een verordening die deze vervangt. Onder (door)starter wordt verstaan: een niet-beursgenoteerde onderneming die op het moment van het tekenen van de eerste

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 overeenkomst tot verstrekking van risico)kapitaal maximaal vijf jaar ondernemingsactiviteiten in stand houdt en die niet is ontstaan uit een fusie. Verzelfstandigde resp. nieuwe eenheden van bestaande bedrijven, mits ondergebracht in een nieuwe rechtspersoon die aan genoemd uitgangspunt voldoet, worden eveneens als starter aangemerkt. De ROM’s mogen, ter bescherming van hun financieel belang, participeren op (sub)holding niveau, mits de investering aantoonbaar te maken heeft met de nieuwe ontwikkeling, bijvoorbeeld door het benoemen van mijlpalen die daarmee te maken hebben. Onder snelle groeier wordt verstaan: een bedrijf met 10 – 250 werknemers, waarbij de werkgelegenheid of omzet in de afgelopen vijf jaar met tenminste 60% is toegenomen dan wel dat (op grond van het aan de ROM’s ter beoordeling voorgelegde businessplan) in de komende vijf jaar een toename van de werkgelegenheid en/of omzet van minimaal 60% verwacht. NB. Deze definitie is daarmee ruimer dan de definitie van ‘scale-up’ die door de OESO wordt gebruikt en biedt de ROM’s daarmee een ruimer speelveld. b.

c.

d.

e.

f.

g.

De ROM’s opereren met inachtneming van alle Europese regelgeving inzake staatssteun en risicokapitaal, ongeacht of een ROM rechtstreeks of via een tussenfonds (bijvoorbeeld via een technofonds) in een onderneming participeert. De ROM’s handelen als een Marktdeelnemer in een markteconomie (market economy operator), zoals bedoeld in hoofdstuk 4.2 van de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip „staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01). Bij voorkeur wordt, gelijktijdig en onder vergelijkbare condities en voorwaarden, gezamenlijk geparticipeerd met private partijen en waarbij de participatie van de private partij een reële economische betekenis heeft (zie Mededeling begrip staatssteun, nr. 87 en voetnoot 142). Per participatie kan aannemelijk gemaakt worden dat voldaan is aan het uitgangspunt, genoemd onder c. Dit vraagt in elk geval dat er (per participatie) een deugdelijk bedrijfsplan aanwezig is met nadere informatie over het product / de dienst alsmede de geraamde ontwikkeling van de omzet en het resultaat. Uit dit document en eventueel aanvullende correspondentie dient de levensvatbaarheid van de onderneming te blijken.

De ROM dient aannemelijk te kunnen maken dat het geraamde aandeelhoudersrendement zich vanuit het oogpunt van een verstandige particuliere investeerder op een juiste wijze verhoudt ten opzichte van het risicoprofiel van de participatie. Indien niet gelijktijdig en onder vergelijkbare voorwaarden en condities samen met andere partijen wordt geparticipeerd, kan op grond van andere, algemeen aanvaarde standaard waarderingsmethoden worden bepaald of een transactie marktconform is. De door de ROM gekozen methode is gebaseerd op beschikbare objectieve, verifieerbare en betrouwbare gegevens die voldoende gedetailleerd zijn en die de economische situatie tot uiting brengen zoals die bestond op het tijdstip waarop tot de transactie werd besloten, rekening houdende met de risicograad en toekomstige verwachtingen. De maximale omvang voor deelnemingen bedraagt per onderneming c.q. concern € 5,0 miljoen. Het gaat daarbij om de optelsom van aandelenkapitaal en (al dan niet converteerbare, achtergestelde) leningen. Eventuele (bijgeschreven) aanspraken op dividend en rente blijven buiten beschouwing en vallen ook niet onder de onder q genoemde (40%) vrije beleidsruimte. Bij overschrijdingen om andere dan de hiervoor genoemde reden, komt alleen het meerdere boven € 5,0 miljoen ten laste van de 40% vrije beleidsruimte.

Als een ROM in een fonds participeert, wordt voor een overschrijding van het in lid f

597/137342/20220536

Intern gebruik

h.

i.

j.

Finaal d.d. 18 03 2026 genoemde plafond van € 5,0 miljoen per onderneming c.q. concern gekeken naar de individuele participaties van het fonds. Dus als een ROM voor 10% in een fonds participeert en dit fonds vervolgens € 10 miljoen in een individuele onderneming investeert, wordt de participatie van de ROM gesteld op € 1,0 miljoen (10%) en is er geen sprake van een overschrijding van het in lid f genoemde plafond. Het publieke aandelenbelang (van ROM’s en eventuele andere publieke organisaties samen) vormt minder dan 50% van de totale participatie in een onderneming. Onder ‘publiek aandelenbelang’ wordt verstaan het door (beleids)deelnemingen van overheden gehouden belang. Hieronder vallen de ROM’s, Invest-NL e.d. maar niet de private equity partijen die hun fondsen cofinancieren met overheidsinstrumenten zoals Seedfondsen, DVI e.d.. (Tijdelijke) afwijkingen van deze bepaling behoeven de expliciete, voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Commissarissen van de betreffende ROM. De financieringsinstrumenten waarvan de ROM’s gebruik mogen maken zijn (al dan niet gecombineerd): i. participatie in aandelenkapitaal; ii. converteerbare achtergestelde leningen; iii. achtergestelde leningen; iv. overige leningen. Voor de (al dan niet converteerbare, achtergestelde) leningen dient een marktconforme vergoeding in rekening te worden gebracht.

Daarbij wordt voor overige leningen uitgegaan van de Europese referentierente verhoogd met een opslag conform de tabel in Mededeling (2008/C 14/02) van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld of een mededeling die haar vervangt; voor achtergestelde leningen dient N 55/2008 (de zogenoemde Brandenburg scheme) in achtgenomen te worden (zie Bijlage 1). Bepalend is de Europese referentierente op het moment van de investeringsbeslissing c.q. het moment van besluitvorming over de aanpassing van het rentetarief. De bandbreedte van de opslag kan variëren van 100 (rating A en hoger) tot 1.000 (CCC en lager) basispunten, afhankelijk van de creditrating van een onderneming. Voor de bepaling van de creditrating van een (bestaande) onderneming wordt uitgegaan van de interest-coverage-ratio (Damodaran model) dan wel een andere in de participatiepraktijk algemeen toegepaste methode.

Rating op basis van de uitkomst van de Interest-coverage-ratio (for smaller and riskier firms) Vanaf

Tot en met

Creditrating

0,499

D

0,5

1,499

C / CC / CCC

1,5

2,999

B- / B / B+

3,0

3,999

BB / BB+

4,0

4,499

BBB

4,5

A- / A / A+ / AA / AAA

597/137342/20220536

Intern gebruik

k.

l.

m.

n.

o.

p.

q.

Finaal d.d. 18 03 2026 Indien er sprake is van een startende onderneming zonder enige krediethistorie wordt bij het verstrekken van een ‘overige’ lening uitgegaan van een opslag van tenminste 400 basispunten; bij het verstrekken van een achtergestelde lening van tenminste 650 basispunten. De duur van een participatie is in beginsel niet langer dan tien jaar. Dit uitgangspunt impliceert dat de ROM’s reeds bij het aangaan van een participatieovereenkomst afspraken maken over een exit strategie. Het vorenstaande betekent overigens niet dat de ROM’s verplicht zijn om na het verstrijken van genoemde periode de betreffende participaties geforceerd en tegen ongunstige voorwaarden te verkopen. De ROM’s informeren de aandeelhouders jaarlijks over alle participaties die op balansdatum langer dan acht jaar in de portefeuille zijn opgenomen. Er wordt in openbare (jaar)verslagen niet over individuele participaties gerapporteerd. De aandeelhouders hanteren als richtlijn dat de koopkracht van het doelvermogen van het participatiebedrijf in meerjarig perspectief in stand blijft. Onder ‘koopkracht van het doelvermogen’ wordt verstaan de koopkracht van het door de aandeelhouders ter beschikking gestelde kapitaal (kapitaal, agio en de per 1 januari 2024 aanwezige reserves) verminderd met de per 1 januari 2024 aanwezige liquide middelen.

Het meerjarig perspectief betreft een periode van vijf jaar. De (vigerende) periode vangt aan per 1 januari 2024 en betreft dus de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028. Voor de uitwerking van een rekenvoorbeeld als illustratie wordt verwezen naar Bijlage 2. De ROM’s rapporteren jaarlijks over het maatschappelijk rendement van de participatieportefeuille. Maatschappelijk rendement wordt niet alleen bepaald aan de hand van het aantal participaties en de financiële resultaten, maar ook aan de hand van de bijdrage van het bedrijf aan (de ontwikkeling van) innovatieve netwerkomgevingen in de regio, het versterken van de regionale economische structuur en mogelijk andere maatschappelijke relevante grootheden (waaronder het aantal gerealiseerde arbeidsplaatsen, groei van de R&D-uitgaven, omzetgroei e.d.) die in overleg met de aandeelhouders vastgesteld kunnen worden. De ROM’s rapporten jaarlijks over hun investeringsbedragen en looptijden. Betreffende de investeringsbedragen rapporteren de ROM’s over: (1) de gemiddelde investeringsbedragen; (2) het aantal investeringen onder de € 1,0 miljoen; (3) het aantal investeringen tussen de € 1,0 miljoen en € 5,0 miljoen; (4) het aantal investeren boven de € 5,0 miljoen.

Betreffende de looptijden van investeringen rapporteren de ROM’s over: (1) de gemiddelde looptijd; (2) het aantal investeringen met een looptijd tussen de 3 en 5 jaar; (3) het aantal investeringen met een looptijd tussen de 5 en 8 jaar; (4) het aantal investeringen met een looptijd langer dan 8 jaar. De ROM’s trekken zonder goedkeuring van de aandeelhouders geen risicokapitaal van derden respectievelijk bancair krediet aan om daarmee de participatieactiviteiten te financieren. De ROM’s mogen onder de navolgende voorwaarden (al dan niet tijdelijk) fondsbeheer voor individuele aandeelhouders uitvoeren: i. de beheerkosten komen voor rekening van de ‘opdrachtgever’ en weerspiegelen volledig de op de markt geldende vergoeding voor vergelijkbare situaties; ii. de resultaten komen ten laste / ten goede van de ‘opdrachtgever’; en iii. de fondsen en het beheer ervan zijn in overeenstemming met de Europese staatssteunregels. Dit betekent dat: 1. het fonds en het beheer ervan voldoen aan de eisen van de marktdeelnemer in een markteconomie zodat geen sprake is van staatssteun; dan wel

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 het fonds en het beheer ervan voldoen aan de vereisten uit de de-minimis verordening (Verordening (EU) nr. 1407/2013) en de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 651/2014); dan wel 3. het fonds en het beheer ervan voldoen aan de vereisten van een van toepassing zijnde goedkeuring door de Europese Commissie. De ROM’s kunnen met de fondsverstrekker een winstdelingsregeling overeenkomen. Indien de ROM’s gevraagd wordt fondsen voor derden (niet zijnde de individuele aandeelhouders) te beheren, is voorafgaande schriftelijke instemming van de aandeelhouders vereist. De ROM’s mogen maximaal 40% van het geplaatste kapitaal plus agiostortingen maar exclusief de (overige) reserves investeren in afwijking van het gestelde onder a, f en t1, met dien verstande dat nooit in strijd met Europese regelgeving inzake staatssteun en risicokapitaal gehandeld mag worden. Voor de duidelijkheid: dit laat onverlet dat voor investeringen buiten het werkingsgebied van de ROM’s (zie onder t2) altijd voorafgaande schriftelijke instemming van de aandeelhouders nodig is. Tijdelijk belegde gelden in de vorm van deposito’s e.d. mogen uitsluitend aangehouden worden bij in Nederland gevestigde financiële instellingen met tenminste een A+ (codering Fitch) of daarmee vergelijkbare status (volgens de codering van Standard & Poor resp. Moody’s).

Tenzij de aandeelhouders voorafgaande schriftelijke instemming hebben verleend voor een investering buiten het geografische werkgebied van de ROM wordt er uitsluitend geïnvesteerd in bedrijven die een bijdrage leveren aan (het genereren van) economische en/of maatschappelijke ontwikkelingen in het geografische werkgebied van de ROM. Bedrijven die statutair gevestigd zijn buiten het werkgebied van de betreffende ROM, maar waarvan de activiteiten die door de ROM zijn / worden gefinancierd, neerslaan binnen het werkgebied, worden tot het werkgebied van de betreffende ROM gerekend. Omgekeerd, bedrijven die statutair gevestigd zijn binnen het werkgebied van de betreffende ROM maar waarvan de activiteiten die door de ROM zijn / worden gefinancierd, neerslaan buiten het werkgebied, worden niet tot het werkgebied van de betreffende ROM gerekend. Gelijktijdig met het uitbrengen van het jaarverslag brengen de ROM’s schriftelijk verslag uit aan de aandeelhouders over de aard en omvang van de afwijkingen als bedoeld onder q. 2.

r.

s.

t.

u.

1

2

De initiële verwijzing in de Aandeelhoudersinstructie naar “s” is onjuist en dient te worden gelezen als verwijzing naar “t”. Dit is overeenkomstig aangepast deze tekst. De initiële verwijzing in de Aandeelhoudersinstructie naar “s” is onjuist en dient te worden gelezen als verwijzing naar “t”. Dit is overeenkomstig aangepast deze tekst.

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 2. Beleidskader Deze paragraaf beschrijft de aangewezen speerpuntsectoren, generiek vanuit het Rijk, geldend voor alle ROM’s en vervolgens, per ROM, nader ingekleurd met de provinciale prioriteiten. Voor zover sprake is van overlap tussen de speerpunten van het Rijk en de Provincies is die er omwille van de duidelijkheid niet uitgehaald. De ROM’s investeren in innovatieve MKB ondernemingen actief op de voor de betreffende regio geldende nationale en provinciale speerpuntsectoren in het economisch beleid. Innovatie wordt hier gedefinieerd als ‘zich richtend op een nieuw product, productieproces en/of een nieuwe markt en/of in algemene zin de economische structuur versterkend. Door de Rijksoverheid zijn de topsectoren Agro & Food, Chemie, Creatieve Industrie, Energie, High Tech Systems en Materialen, Life Sciences & Health, Logistiek, Tuinbouw en Uitgangsmaterialen alsmede Water als nationaal kader aangewezen. Regionale Speerpunten ROM InWest B.V.: Binnen het werkgebied van ROM InWest in de provincie Noord-Holland heeft ROM InWest als doelstelling de regionale economie te versterken en het bewerkstelligen van de bepalende transities van deze tijd. Dit doet ROM InWest door het innovatieve MBK te ondersteunen vanuit de twee kerntaken innoveren en investeren.

De kaders hiervoor zijn vastgelegd in het “meerjaren strategische bedrijfsplan” en het door ROM InWest vastgestelde “Koersdocument”. Binnen het InWest MKB Fonds richt ROM InWest zich op Het MKB-fonds richt zich voornamelijk op het stimuleren van hoogwaardige innovatieve proposities binnen het MKB. Binnen het InWest Transitiefonds richt ROM InWest zich op de transitiethema’s Energie, Circulariteit, Voedsel en digitalisering.

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 Bijlage 1 Tabel Referentierente volgens de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C 14/02). Opslagen voor ‘gewone’ leningen in basispunten (exclusief de basisrente) Ratingcategorie

Zekerheidstelling

(conform Standard & Poor)

Hoog

Normaal

Laag

Zeer goed (AAA t/m A-)

60

75

100

Goed (BBB+ t/m BBB-)

75

100

220

Bevredigend (BB+ t/m BB-)

100

220

400

Zwak (B+ t/m B-)

220

400

650

400

650

1000

Slecht/Financiële moeilijkheden CCC lager)

en

In document N 55/2008 (het zogenoemde Brandenburg scheme) heeft de Commissie aangegeven welke opslagen gehanteerd moeten worden bij het verstrekken van (converteerbare) achtergestelde leningen.

Opslagen voor achtergestelde leningen in basispunten (exclusief de basisrente) Ratingcategorie (conform Standard & Poor) AAA t/m A

100

A- t/m BBB

220

BBB- t/m BB

400

BB- t/m B

650

B-

1000

CCC en lager

n.v.t.

Bovenstaande impliceert dat de Europese Commissie het verstrekken van achtergestelde leningen aan bedrijven met een rating CCC en lager niet erkent en als staatssteun aanmerkt. Met betrekking tot de toepassing van bovenstaande tabellen wordt nog opgemerkt dat als er een private cofinancier (niet zijnde de initiatiefnemer / bestaande (groot)aandeelhouder zelf) is die op hetzelfde

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 moment en onder dezelfde voorwaarden als een ROM financiert en waarbij de participatie van de private partij een reële economische betekenis heeft (zie Mededeling begrip staatssteun, nr. 87 en voetnoot 142) de ROM het door de private cofinancier gehanteerde opslag rentepercentage kan hanteren, ook als dit afwijkt van de in bovenstaande tabel genoemde opslagen. Deze uitzonderingsregel geldt ook voor het verstrekken van een achtergestelde lening aan een onderneming met een rating van CCC of lager. Bijlage 2. Illustratie uitwerking Algemeen Kader, onder m, instandhouding doelvermogen. Stel: beschikbaar gesteld kapitaal, inclusief agio en reserves per 1 januari 2016: € 50.000.000, Aan de activa zijde van de balans: liquide middelen: € 20.000.000. Doelvermogen per 1 januari 2016: € 30.000.000.

Stel verder: inflatie 2016 t/m 2020 jaarlijks 2% In 2017: een kapitaalstorting door de aandeelhouders van € 15.000.000 In 2019: een dividenduitkering van € 10.000.000 Resultaten: - 2016: + € 3 miljoen - 2017: ./. € 2 miljoen - 2018: + € 8 miljoen - 2019: ./. € 5 miljoen - 2020: + € 2 miljoen Op basis van het vorenstaande is de feitelijke ontwikkeling van het Beschikbaar gestelde kapitaal als voIgt. Kapitaal op 1 januari 2016 (bedragen x € 1.000)

€ 50.000

Bij: resultaat 2016

3.000

Kapitaal ultimo 2016

€ 53.000

Af: resultaat 2017

./. 2.000

Bij: kapitaalstorting 2017

15.000

Kapitaal ultimo 2017

€ 66.000

Bij: resultaat 2018

8.000

Kapitaal ultimo 2018

€ 74.000

597/137342/20220536

Intern gebruik

Af resultaat 2019

Finaal d.d. 18 03 2026 ./. 5.000

Af: dividenduitkering 2019

./. 10.000

Kapitaal ultimo 2019

€ 59.000

Bij: resultaat 2020

2.000

Kapitaal ultimo 2020 (Feitelijk Beschikbaar Kapitaal)

€ 61.000

Ontwikkeling van het Doelvermogen Kapitaal op 1 januari 2016 (bedragen x € 1.000) Bij: inflatiecorrectie 2016: 2% van € 30.000 [€ 50.000 ./. € 20.000] Doelvermogen ultimo 2016 Bij: inflatiecorrectie 2017: 2% van € 30.600

€ 50.000 600 € 50.600 612

Bij: kapitaalstorting 2017

15.000

Doelvermogen ultimo 2017

€ 66.212

Bij: inflatiecorrectie 2018: 2% van [€ 30.600+ € 612 + € 15.000] Doelvermogen ultimo 2018 Bij: inflatiecorrectie 2019: 2% van [€ 30.600 + € 612 + € 15.000 + € 924]

924 € 67.136 943

Af: dividenduitkering 2019

./. 10.000

Doelvermogen ultimo 2019

€ 58.079

Bij: inflatiecorrectie 2020: 2% van [€ 47.136 + € 943 ./. € 10.000]

761

Doelvermogen ultimo 2020

€ 58.840

Feitelijke Beschikbaar Vermogen ultimo 2020

€ 61.000

Conclusie: er wordt aan de rendementsdoelstelling voldaan.

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 BIJLAGE 3 EISEN AAN FINANCIERINGSAANVRAAG 1

DEFINITIES

1.1

Alle definities in deze Bijlage hebben dezelfde betekenis als in dit Investeringsreglement en daarnaast gelden de volgende definities: Financieringsstructuur:

de beoogde financieringsstructuur van de Doelonderneming waaruit blijkt hoe de Financiering wordt gestructureerd, aangewend en welke andere financiers financiering verstrekken.

Projectbegroting:

de begroting van de Doelonderneming die ten grondslag ligt aan het Business Plan en de Propositie.

2

FINANCIERINGSAANVRAAG

2.1

Een Financieringsaanvraag voor een initiële Financiering moet in ieder geval bestaan uit: (a)

een toelichting op de Toelaatbaarheidseisen;

(b)

een Business Plan, inclusief een sluitende Projectbegroting;

(c)

een toelichting van de Financieringsstructuur;

(d)

motivatie van de Doelonderneming om financiering van ROM InWest aan te trekken;

(e)

een uiteenzetting van de voorgestelde conceptvoorwaarden waaronder de Financiering wordt aangevraagd; en

(f)

de strategie voor de Exit van het MKB-fonds.

(g) 2.2

De Fondsmanager kan een Doelonderneming in afwijking van de vereisten zoals opgenomen in deze Bijlage altijd nadere informatie opvragen bij de Doelonderneming.

3

BUSINESS PLAN

3.1

Algemeen Het Business Plan van de Doelonderneming bevat in het algemeen de volgende informatie: (a)

omschrijving van de organisatiestructuur, inclusief korte biografie van het management team en de onderlinge taakverdeling binnen het management;

(b)

een beschrijving van het bedrijfs- en verdienmodel van de Doelonderneming;

(c)

planning van de Propositie inclusief mijlpalen, go-to-market strategie en het groeiplan;

(d)

een omschrijving van de klanten die de Doelonderneming bedient of gaat bedienen en een omschrijving van de klantbehoefte die wordt vervuld;

597/137342/20220536

Intern gebruik

3.2

(e)

Finaal d.d. 18 03 2026 een beschrijving van de marktdefinitie,marktomvang en marktontwikkeling;

(f)

het huidige en te ontwikkelen marktaandeel van de Doelonderneming;

(g)

een uitgevoerde concurrentieanalyse en beschrijving van USP’s (incl. SWOT- en risicoanalyse);

(h)

een omschrijving van het innovatieve karakter en haalbaarheid van de technologie (de mate waarin de technologie zich heeft bewezen in soortgelijke contexten); en

(i)

een toelichting op de leveranciersrelaties en afhankelijkheden.

(j)

.

Maatschappelijke bijdrage Het Business Plan van de Doelonderneming bevat ten aanzien van het Maatschappelijk Rendement de volgende informatie: (a)

een beschrijving van de maatschappelijke relevante kennisontwikkeling en innovatie;

(b)

een toelichting waarom het Maatschappelijk Rendement zonder Financiering vanuit het MKB-fonds niet of minder snel kan worden gerealiseerd;

(c)

een beschrijving, waar mogelijk kwantitatief, van het effect op de werkgelegenheid en vestigingsklimaat als direct gevolg van de Propositie;

(d)

indien relevant en waar mogelijk, het effect (kwalitatief en/of kwantitatief) op CO2uitstoot (toename, neutraal, reductie) in relatie tot de omvang van de Financiering; en

(e)

MVO- beleid (o.a. duurzaamheid, diversiteit en integriteit).

4

PROJECTBEGROTING

4.1

De Projectbegroting dient de volgende gegevens te bevatten: (a)

(b)

een financieel model met daarin onder andere: (i)

voor zover beschikbaar, de jaarcijfers van de afgelopen drie jaar;

(ii)

meerjarige prognose van de winst- en verliesrekening, liquiditeit en, indien beschikbaar, de balans.

voor zover beschikbaar, de jaarverslagen van de Doelonderneming van de afgelopen drie jaar.

5

FINANCIERINGSSTRUCTUUR EN INDICATIEVE VOORWAARDEN

5.1

De Doelonderneming dient een toelichting te verstrekken over: (a)

de financieringsbehoefte voor het realiseren van de Propositie en welk aandeel hiervan vanuit het MKB-fonds wordt gevraagd;

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 (b)

de co-financiers die betrokken zijn bij de Propositie en hun rol;

(c)

soort Financiering;

(d)

de voorgestelde financieringsvoorwaarden (o.a. aandelenbelang, rentepercentage, etc.);

(e)

op welke wijze de Financiering wordt aangewend voor de Propositie;

(f)

overzicht van eerdere aandeelhoudersstructuur;

(g)

scenariobeschrijving met en zonder Financering vanuit het MKB-fonds;

(h)

verwachtingen voor benodigde vervolgfinanciering in de toekomst voor de verdere ontwikkeling van de Propositie; en

(i)

acties die de Doelonderneming heeft ondernomen om andere financieringsbronnen of bekostigingsmiddelen, zowel publiek als privaat, aan te trekken.

financieringsrondes,

inclusief

subsidies

en

de

5.2

Verder dient de Doelonderneming een verklaring af te geven dat deze niet in financiële moeilijkheden verkeert in de zin van artikel 1 lid 4 onder c van de Verordening, en dat er geen omstandigheden zijn die erop wijzen dat de Aanvrager daar binnen een periode van 12 maanden in dreigt te geraken.

6

INTEGRITEITSVERKLARING

6.1

De Doelonderneming moet een verklaring tekenen volgens een door het MKB-fonds opgesteld format, inhoudende dat zij kennis heeft van de in artikel 3.6 van het Investeringsreglement genoemde normen, dat zij op dat moment aan die normen voldoet en zich tijdens de duur van de Financiering houdt aan die normen. Door het Bestuur kunnen aanvullende eisen aan de af te leggen integriteitsverklaring worden gesteld.

7

EXIT-STRATEGIE

7.1

De Doelonderneming dient te beschrijven wat de gewenste termijn is voor de betrokkenheid van het MKB-fonds, zowel financieel als strategisch, en de Doelonderneming doet een voorstel op welke wijze het MKB-fonds haar betrokkenheid kan beëindigen.

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 BIJLAGE 4 RICHTLIJNEN ONTWIKKELING MKB-FONDS OP PORTEFEUILLE NIVEAU Algemeen • De Aandeelhoudersinstructie vormt het kader waarbinnen het MKB-fonds opereert. • Het MKB-fonds voorziet in spreiding in levensfase, financieringsstructuren, branches en omvang van Doelondernemingen in de portefeuille. • Het MKB-fonds streeft naar geografische spreiding binnen het Werkgebied. • Het MKB-fonds stemt Financieringen af met andere publieke fondsen en een regulier afstemmingsoverleg wordt geïnitieerd met andere financiers binnen het Werkgebied. • Het MKB-fonds houdt bij haar handelen rekening met de belangen van en de positie in het maatschappelijk speelveld van haar (publieke) aandeelhouders: dat wil zeggen dat afwegingen bij gevoelige dossiers helder worden gemaakt en rekening wordt gehouden met bij dergelijke dossiers gehanteerde specifieke beleidslijnen van de aandeelhouders. • Het MKB-fonds kent geen einddatum. Financieel • Het MKB-fonds is revolverend over een looptijd vanaf aanvang inclusief inflatiecorrectie, zoals beschreven in artikel 1 lid m van de Aandeelhoudersinstructie. • Het MKB-fonds kan aflossingen en rendementen continu herinvesteren in nieuwe Proposities.

• Het MKB-fonds stuurt op voldoende fondsrendement om fondskosten en defaults terug te verdienen en borgt dit onder meer door analyse van businesscases en gerelateerde kasstromen, het verwerven van zekerheden, het borgen van Exit-mogelijkheden en het vaststellen van reële rente- en kapitaalvergoedingen. • Het MKB-fonds streeft ernaar om zoveel mogelijk privaat kapitaal te mobiliseren en streeft daarbij naar een multiplier van 4: iedere euro investering door Het MKB-fonds leidt tot drie (3) euro aan investeringen door andere partijen. Maatschappelijke bijdrage • Het MKB-fonds laat jaarlijks Maatschappelijk Rendement zien op portefeuilleniveau, waar mogelijk gekwantificeerd, conform de Aandeelhoudersinstructie. Technologie • Het MKB-fonds is terughoudend met sectoren die in de regel privaat financierbaar zijn. Waar het MKB-fonds deelneemt zou hier additionele maatschappelijke waarde mee bewerkstelligd moeten worden. • Het MKB-fonds is terughoudend waar het gaat om instappen in vroegtijdige innovaties met een TRL lager dan 6. Onderzoek elementen kunnen wel onderdeel uitmaken van de Propositie, maar het MKB-fonds richt zich primair op technieken waarvan de werking in een relevante omgeving gedemonstreerd is. Exits en Herfinanciering • Het MKB-fonds legt met de co-investeerders reeds bij het aangaan van de Financiering de beoogde Exit-strategie vast.

• Het MKB-fonds stuurt waar mogelijk actief op vroegtijdige Exits bij Participaties dan wel Herfinanciering in het geval van Leningen. • Van alle investeringen brengt het MKB-fonds de risico’s in kaart en (indien van toepassing) monitort zij of aan de (betalings-)verplichtingen wordt voldaan om de Exit-strategie te realiseren. Ook verricht het MKB-fonds zo nodig bijzonder beheer (bijvoorbeeld omdat een ondernemer niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet).

597/137342/20220536

Intern gebruik

Finaal d.d. 18 03 2026 BIJLAGE 5 EISEN AAN FINANCIERINGS- EN/OF AANDEELHOUDERSOVEREENKOMST De Financierings- of Aandeelhoudersovereenkomst bevat in ieder geval de volgende verplichtingen voor de Doelonderneming: (a)

een periodieke rapportageverplichting aan het MKB-fonds, waaronder in ieder geval begrepen een reguliere tussentijdse rapportage, rapportage inzake de jaarrekening, rapportage inzake het Maatschappelijk Rendement en rapportage inzake actuele informatie over bijzondere risico’s;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17005221/2