CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van D v d S en A O (publiceerbaar)

commissie Ontwikkeling 14 november 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.20 uur Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van een voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zijlweg-West (FR)2.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kenmerk: 2024/1234890 Advies van de commissie bezwaarschriften aan de gemeenteraad van de gemeente Haarlem Bezwaarden Datum bestreden besluit Datum bezwaarschrift Inhoud bestreden besluit

: en : 30 mei 2024 : 7 juli 2024 : het vestigen van een voorkeursrecht

De samenstelling van de commissie is: Voorzitter : de heer mr. A.J. Elbertsen Leden : mevrouw mr. L.M. Greben mevrouw mr. M.I. Houben De commissie wordt ambtelijk ondersteund door de secretaris, de heer mr. T.F. Baars. I. Verloop van de procedure Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de gemeenteraad krachtens artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Omgevingswet een voorkeursrecht gevestigd op onder meer de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256. Bezwaarden hebben op 7 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeenteraad. Op 26 augustus 2024 heeft de gemeenteraad een schriftelijke reactie op het bezwaar ingediend. II. Hoorzitting De commissie heeft op 9 september 2024 een hoorzitting gehouden waarvoor bezwaarden en de gemeenteraad zijn uitgenodigd. Aan de hoorzitting hebben deelgenomen: • ; • ; • van de afdeling Programma- en Gebiedsmanagement; • van de afdeling Programma- en Gebiedsmanagement. Tijdens de hoorzitting is – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd:

geeft aan dat hij met een advocaat heeft gesproken over het bestreden besluit. Naar aanleiding daarvan wil hij graag een nieuwe bezwaargrond naar voren brengen. Hij stelt dat de gemeenteraad ten onrechte een voorkeursrecht heeft gevestigd op alle gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256. In plaats daarvan had de gemeenteraad een voorkeursrecht moeten vestigen op een deel van de gronden van het genoemde perceel, namelijk op de landtong schuin achter de woning. Dat een voorkeursrecht kan worden gevestigd op een deel van de gronden van een perceel, blijkt volgens uit artikel 7.1, eerste lid, aanhef en onder c, van het Omgevingsbesluit en artikel 7.1, eerste lid, aanhef en onder h, aanhef en onder 1, van het Omgevingsbesluit.

2024/1234890 2

merkt op dat de gemeenteraad een aantal ontwikkelzones heeft aangewezen, waaronder de ontwikkelzone Zijlweg-West. Voor deze zone is reeds een ontwikkelvisie vastgesteld en op dit moment wordt er gewerkt aan een masterplan. In het masterplan wordt de ontwikkelvisie vertaald in algemene randvoorwaarden, eisen en wensen voor toekomstige ontwikkelingen binnen de zone. Onderdeel van het masterplan is het versterken van het langzaam verkeernetwerk, onder meer door het realiseren van een nieuwe oost-west verbinding voor fietsers en voetgangers. stelt dat de gemeenteraad een voorkeursrecht heeft gevestigd op de gronden van het genoemde perceel, omdat de landtong schuin achter de woning nodig is voor het realiseren van de nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers. Voor zover hij weet, is het niet mogelijk om een voorkeursrecht te vestigen op een deel van de gronden van het perceel. Commissielid mevrouw Houben Mevrouw Houben vraagt of er bereidheid zou bestaan om het voorkeursrecht op een deel van de gronden van het perceel te vestigen, indien dat mogelijk blijkt te zijn.

antwoordt bevestigend. De gemeente heeft namelijk enkel belang bij het verkrijgen van de landtong schuin achter de woning.

geeft aan verbolgen te zijn over de schriftelijke reactie van de gemeenteraad. Daarin wordt weersproken dat in 2019 de belofte zou zijn gedaan dat in de toekomst niet zal worden overgegaan tot onteigening. stelt dat deze belofte wel degelijk is gedaan tijdens een bijeenkomst in de bibliotheek. Hij vraagt zich af hoe dit juridisch zit. III. Juridisch kader De wet- en regelgeving die voor de beoordeling van het bezwaar belangrijk is, staat in de bijlage bij dit advies. IV. Bezwaren, kort samengevat • Het realiseren van een nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers over de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256, en over de Regentesselaan is onnodig en onwenselijk. • Tijdens een bijeenkomst in de bibliotheek in 2019 is door ambtenaren van de gemeente de belofte gedaan dat niet zal worden overgegaan tot onteigening. • Bezwaarden hebben op 16 april 2024 een zienswijze ingediend met betrekking tot het ontwerpbesluit van de gemeenteraad tot vestiging van een voorkeursrecht. De zienswijze is door een ambtelijke fout niet ter kennis van de gemeenteraad gebracht. De zienswijze is dus ten onrechte niet betrokken bij de totstandkoming van het bestreden besluit. • De gemeenteraad heeft ten onrechte een voorkeursrecht gevestigd op alle gronden van het genoemde perceel.

In plaats daarvan had de gemeenteraad een voorkeursrecht moeten vestigen op een deel van de gronden van het perceel, namelijk op de landtong schuin achter de woning.

2024/1234890 3 V. Overwegingen van de commissie Ontvankelijkheid van het bezwaar 1. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), gelezen in samenhang met artikel 8:1 van die wet, kan een belanghebbende bezwaar maken tegen een besluit. Op grond van artikel 2:1, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie een uitspraak van 25 oktober 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ0856) blijkt dat slechts eigenaren van of anderszins rechthebbenden op gronden waarop een voorkeursrecht is gevestigd, een rechtstreeks belang hebben bij het besluit tot vestiging van dat voorkeursrecht. De rechtsgevolgen van het vestigen van een voorkeursrecht betreffen namelijk de bevoegdheid tot vervreemding. 3. De commissie is van oordeel dat bezwaarden moeten worden aangemerkt als belanghebbenden bij het bestreden besluit voor zover dat besluit ziet op de gronden die bij hen in eigendom zijn. Bezwaarden zijn eigenaar van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256. De commissie acht het ingediende bezwaar dan ook ontvankelijk. Inhoudelijke beoordeling van het bezwaar Inleidende overwegingen 4.

Bij bestreden besluit heeft de gemeenteraad een voorkeursrecht gevestigd op alle gronden van het genoemde perceel. Het besluit is gebaseerd op artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Omgevingswet. Dit artikel bepaalt dat de gemeenteraad bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk voorkeursrecht kan vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. 5. In de schriftelijke reactie van de gemeenteraad op het ingediende bezwaar staat dat de gemeente de ambitie heeft om op de gronden van het perceel een nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers te realiseren. De commissie stelt vast dat daarmee sprake is van een aan die gronden toegedachte niet-agrarische functie, waarmee het huidige gebruik niet in overeenstemming is. Verder stelt de commissie vast dat de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. Gelet hierop wordt naar het oordeel van de commissie voldaan aan de voorwaarden uit artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Omgevingswet.

Bezwaarden hebben dit ook niet bestreden.

2024/1234890 4 Gemiste zienswijze 6. Voordat het bestreden besluit werd genomen, is op 4 april 2024 een ontwerpbesluit ter inzage gelegd. Vervolgens konden belanghebbenden gedurende twee weken een zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren brengen. Bij brief van 16 april 2024 hebben bezwaarden een zienswijze ingediend. Per abuis is deze zienswijze niet ter kennis van de gemeenteraad gebracht, waardoor de zienswijze ten onrechte niet bij de totstandkoming van het bestreden besluit is betrokken. 7. Op grond van artikel 7:11, eerste lid, van de Awb dient in bezwaar een volledige heroverweging van het bestreden besluit plaats te vinden. Dit artikel brengt met zich mee dat het geconstateerde gebrek bij besluit op bezwaar kan worden hersteld. Daartoe dient de ingediende zienswijze alsnog bij de besluitvorming te worden betrokken. 8. Hetgeen bezwaarden in hun zienswijze naar voren hebben gebracht, staat ook in hun bezwaarschrift en komt dus aan de orde in dit advies. Gestelde belofte 9. Bezwaarden hebben aangevoerd dat ambtenaren van de gemeente in 2019 de belofte hebben gedaan dat niet zal worden overgegaan tot onteigening. De commissie merkt op dat de onderhavige procedure betrekking heeft op het vestigen van een voorkeursrecht. Beoordeeld dient te worden of de gemeenteraad terecht en op goede gronden een voorkeursrecht heeft gevestigd.

Daarvoor is niet relevant of de gestelde belofte daadwerkelijk is gedaan. De commissie zal dit dan ook in het midden laten. Nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers 10. Verder hebben bezwaarden aangevoerd dat het realiseren van een nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers onnodig en onwenselijk is. De commissie merkt op dat deze bezwaargrond ziet op de plannen voor de ontwikkelzone Zijlweg-West. De bezwaargrond richt zich daarmee niet tegen het vestigen van een voorkeursrecht en kan derhalve niet leiden tot de conclusie dat het bestreden besluit moet worden herroepen. Voorkeursrecht op een deel van de gronden van het perceel 11. Tot slot hebben bezwaarden aangevoerd dat de gemeenteraad ten onrechte een voorkeursrecht heeft gevestigd op alle gronden van het perceel. Volgens bezwaarden had de gemeenteraad moeten volstaan met het vestigen van een voorkeursrecht op een deel van de gronden. 12. De commissie merkt op dat de gemeenteraad bij het vestigen van een voorkeursrecht een belangenafweging moet maken. Ingevolge artikel 3:4, tweede lid, van de Awb mogen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het vestigen van een voorkeursrecht niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.

2024/1234890 5 13. Het vestigen van een voorkeursrecht heeft tot gevolg dat eigenaren van en anderszins rechthebbenden op de betreffende gronden, wanneer zij de gronden of daarop gevestigde beperkte rechten wensen te vervreemden, deze eerst aan de gemeente te koop moeten aanbieden. Gelet hierop is de commissie van oordeel dat het bestreden besluit slechts een beperkte inbreuk maakt op het eigendomsrecht van bezwaarden. Desondanks is de commissie van oordeel dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Tijdens de hoorzitting is namelijk gebleken dat alleen een deel van de gronden van het perceel, te weten de landtong schuin achter de woning van bezwaarden, nodig is voor het realiseren van de nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers. Het vestigen van een voorkeursrecht op de overige gronden van het perceel, dient geen enkel doel en maakt dat de voor bezwaarden nadelige gevolgen onevenredig zijn. 14. De commissie is met bezwaarden eens dat de gemeenteraad had moeten volstaan met het vestigen van een voorkeursrecht op de gronden van het perceel die nodig zijn voor het realiseren van de verbinding voor fietsers en voetgangers. Met het vestigen van een voorkeursrecht op deze gronden, en uiteindelijk het realiseren van de verbinding, is het algemeen belang gediend.

De commissie is van oordeel dat dit algemene belang zwaarder weegt dan het belang van bezwaarden om de gronden te kunnen verkopen zonder deze eerst aan de gemeente te koop te moeten aanbieden. 15. Dat een voorkeursrecht kan worden gevestigd op een deel van de gronden van een perceel, blijkt uit artikel 7.1, eerste lid, aanhef en onder c, van het Omgevingsbesluit en artikel 7.1, eerste lid, aanhef en onder h, aanhef en onder 1, van het Omgevingsbesluit

2024/1234890 6 VI. Advies De commissie adviseert om: - het bestreden besluit te herroepen voor zover het betrekking heeft op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 4256, die niet nodig zijn voor het realiseren van een nieuwe oost-west verbinding voor fietsers en voetgangers; - het bestreden besluit voor het overige in stand te laten; - in het besluit op bezwaar de grootte van het gedeelte van het perceel waarop een voorkeursrecht gevestigd blijft te vermelden; - bij het besluit op bezwaar een nieuwe grondtekening te voegen die voldoet aan de voorschriften uit artikel 7.1, eerste lid, aanhef en onder h, van het Omgevingsbesluit.

Haarlem, 23 september 2024

De voorzitter, de heer mr. A.J. Elbertsen

De secretaris, de heer mr. T.F. Baars

2024/1234890 7 Bijlage – Juridisch kader Algemene wet bestuursrecht Artikel 2:1 1. Een bestuursorgaan draagt zorg voor passende ondersteuning bij het verkeer met dat bestuursorgaan. (…) Artikel 3:4 1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. 2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Artikel 7:1 1. Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij: a. het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen, b. het besluit aan goedkeuring is onderworpen, c. het besluit een goedkeuring of een weigering daarvan inhoudt, d. het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4, e. het besluit is genomen op basis van een uitspraak waarin de bestuursrechter met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onderdeel a, heeft bepaald dat afdeling 3.4 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft, f. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, g.

het besluit is genomen op grond van een voorschrift als genoemd in de bij deze wet behorende Regeling rechtstreeks beroep dan wel het besluit anderszins in die regeling is omschreven. (…) Artikel 7:11 1. Indien het bezwaar ontvankelijk is, vindt op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats. (…) Artikel 8:1 Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

2024/1234890 8 Omgevingswet Artikel 9:1 1. De gemeenteraad, provinciale staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk, provinciaal of nationaal voorkeursrecht vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan: a. in het omgevingsplan een niet-agrarische functie is toegedeeld en waarvan het gebruik afwijkt van die functie, b. in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of in een programma een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedeeld in een omgevingsplan, c. in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. (…) Omgevingsbesluit Artikel 7.1 1. Een voorkeursrechtbeschikking bevat in ieder geval: (…) c. als een gedeelte van een perceel in de beschikking wordt opgenomen: de grootte van dat gedeelte; (…) h. een grondtekening waarop is weergegeven of vermeld: 1°.

de ligging van de percelen of gedeelten van percelen die tot de onroerende zaak of zaken behoren en de kadastrale nummers van die percelen op een goed afleesbare en op de tekening vermelde schaalgrootte; (…) (…)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14690978/1