CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van C V en R S (publiceerbaar)

commissie Ontwikkeling 14 november 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.20 uur Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van een voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zijlweg-West (FR)2.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kenmerk: 2024/648282 Advies van de commissie bezwaarschriften aan de gemeenteraad van de gemeente Haarlem Bezwaarden : en Data bestreden besluiten : 26 maart 2024 en 30 mei 2024 Data bezwaarschriften : 18 april 2024 en 20 juni 2024 Inhoud bestreden besluiten : het vestigen van een voorkeursrecht De samenstelling van de commissie is: Voorzitter : de heer mr. A.J. Elbertsen Leden : mevrouw mr. L.M. Greben mevrouw mr. M.I. Houben De commissie wordt ambtelijk ondersteund door de secretaris, de heer mr. T.F. Baars. I. Verloop van de procedure Bij besluit van 26 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) krachtens artikel 9.1, tweede lid, van de Omgevingswet een voorkeursrecht gevestigd op onder meer de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838. Bezwaarden hebben op 18 april 2024 bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college. Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de gemeenteraad krachtens artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Omgevingswet een voorkeursrecht gevestigd op onder meer de gronden van het genoemde perceel. Ingevolge artikel 9.4, derde lid, van de Omgevingswet is het door het college gevestigde voorkeursrecht daarmee komen te vervallen. Bezwaarden hebben op 20 juni 2024 bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeenteraad. II.

Hoorzitting De commissie heeft op 9 september 2024 een hoorzitting gehouden waarvoor bezwaarden en de gemeenteraad zijn uitgenodigd. Aan de hoorzitting hebben deelgenomen: • ; • ; • van de afdeling Programma- en Gebiedsmanagement; • van de afdeling Programma- en Gebiedsmanagement. Tijdens de hoorzitting is – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd:

vraagt zich af waarom het college en de gemeenteraad een voorkeursrecht hebben gevestigd op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838. Hij wil graag weten wat hiervan de toegevoegde waarde is. is van mening dat de gemeente een bod moet uitbrengen op het perceel, indien zij het perceel in eigendom wil verkrijgen.

2024/648282 2

merkt op dat de gemeenteraad een aantal ontwikkelzones heeft aangewezen, waaronder de ontwikkelzone Zijlweg-West. Voor deze zone is reeds een ontwikkelvisie vastgesteld en op dit moment wordt er gewerkt aan een masterplan. In het masterplan wordt de ontwikkelvisie vertaald in algemene randvoorwaarden, eisen en wensen voor toekomstige ontwikkelingen binnen de zone. Onderdeel van het masterplan is het vergroten van de aantrekkelijkheid van het onderwijscluster aan de Zijlweg. geeft aan dat het genoemde perceel grenst aan de campus van het Nova College. Het college en de gemeenteraad hebben een voorkeursrecht gevestigd op de gronden van dit perceel, omdat de ambitie bestaat om de entree van de campus meer naar het oosten te verplaatsen. zegt dat de gemeente nog geen bod zal uitbrengen op het perceel. Mochten bezwaarden in de toekomst voornemens zijn om het perceel te verkopen, dan gaat de gemeente graag met hen in gesprek.

geeft aan dat zij niet verplicht wil zijn om het perceel aan de gemeente te verkopen. Verder voert aan dat een onderdeel van de plannen voor de ontwikkelzone ZijlwegWest is om naast haar woning een doorgang naar het Nova College te realiseren. Zij vreest voor overlast van studenten en gevaarlijke verkeerssituaties.

stelt dat de bezwaargronden niet zozeer zijn gericht tegen het vestigen van een voorkeursrecht, maar vooral tegen de plannen voor de ontwikkelzone Zijlweg-West. Hij wijst erop dat bezwaarden binnenkort een zienswijze kunnen indienen tegen het masterplan.

vraagt welke toegevoegde waarde het vestigen van een voorkeursrecht heeft.

antwoordt dat met het vestigen van een voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zijlweg-West wordt beoogd om meer sturing te kunnen geven aan de gewenste gebiedsontwikkeling.

vraagt of in de toekomst zal worden overgegaan tot onteigening.

antwoordt dat onteigening op dit moment niet aan de orde is. Of in de toekomst zal worden overgegaan tot onteigening, kan hij niet zeggen.

stelt dat het vestigen van een voorkeursrecht voor haar nadelige gevolgen heeft. Zij kan het perceel niet zomaar verkopen aan wie zij wil, maar zal het perceel eerst aan de gemeente te

2024/648282 3 koop moeten aanbieden. Niet kan worden uitgesloten dat de verkoopprijs hierdoor lager uitvalt.

geeft aan dat de gemeente, als zij tot aankoop wil overgaan, een marktconforme prijs zal betalen voor het perceel. III. Juridisch kader De wet- en regelgeving die voor de beoordeling van het bezwaar belangrijk is, staat in de bijlage bij dit advies. IV. Bezwaren, kort samengevat • Het vestigen van een voorkeursrecht maakt inbreuk op het eigendomsrecht van bezwaarden. • Bezwaarden zijn tegen een gemengd gebied. Zij vinden dat woningen, scholen, bedrijven en voorzieningen gescheiden moeten blijven. • Als de plannen voor de ontwikkelzone Zijlweg-West worden gerealiseerd, zal dat veel negatieve gevolgen hebben. Het woongenot van de buurtbewoners zal worden aangetast. o Het aantal verkeersbewegingen zal toenemen, hetgeen zal leiden tot geluidsoverlast en ten koste zal gaan van de veiligheid. Kinderen zullen niet meer onbezorgd buiten kunnen spelen. o Leerlingen van het Nova College zullen de buurt via de Emmalaan en de Regentesselaan kunnen betreden. Zij zullen daar overlast veroorzaken. o Jongeren zullen het terrein van het Nova College als hangplek gaan beschouwen, hetgeen zal leiden tot overlast. o Het aantal inbraken zal toenemen, omdat inbrekers meer vluchtroutes zullen hebben. o De huizen zullen in waarde dalen. V. Overwegingen van de commissie Bevoegde bestuursorgaan 1.

De commissie stelt voorop dat naar haar oordeel de gemeenteraad niet alleen bevoegd is om een besluit te nemen op de bezwaren tegen het raadsbesluit, maar ook om een besluit te nemen op de bezwaren tegen het collegebesluit. Dit oordeel baseert de commissie op een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 februari 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:600). In die uitspraak heeft de rechtbank het volgende overwogen: ‘In het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is alleen het bestuursorgaan dat een bestreden besluit heeft genomen bevoegd tot het nemen van een besluit op bezwaar daartegen. Gelet daarop zou de raad niet bevoegd kunnen zijn om op het bezwaar gericht tegen het collegebesluit een besluit te nemen. Echter van de regeling neergelegd in een algemene wet kan in een bijzondere wet worden afgeweken. Naar het oordeel van de rechtbank doet die situatie zich in dit geval voor. De wetgever heeft er naar het oordeel van de rechtbank voor gekozen om in de bijzondere wet, (de Wvg) in afwijking van de regeling in de algemene wet (de Awb) de bevoegdheid tot het beslissen op het bezwaar gericht tegen een voorlopig voorkeursrechtbesluit van het college toe te kennen aan de raad in het geval de raad binnen drie maanden na het besluit waarbij het voorlopig voorkeursrecht is gevestigd een definitief voorkeursrecht vestigt.’

2024/648282 4 2. Deze uitspraak is weliswaar gedaan onder de Wet voorkeursrecht gemeenten, maar naar het oordeel van de commissie gaat dezelfde redenering op onder de Omgevingswet. Ontvankelijkheid van de bezwaren 3. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), gelezen in samenhang met artikel 8:1 van die wet, kan een belanghebbende bezwaar maken tegen een besluit. Op grond van artikel 2:1, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. De commissie ziet zich voor de vraag gesteld of en kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden bij het collegebesluit en het raadsbesluit. 4. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie een uitspraak van 25 oktober 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ0856) blijkt dat slechts eigenaren van of anderszins rechthebbenden op gronden waarop een voorkeursrecht is gevestigd, een rechtstreeks belang hebben bij het besluit tot vestiging van dat voorkeursrecht. De rechtsgevolgen van het vestigen van een voorkeursrecht betreffen namelijk de bevoegdheid tot vervreemding. 5.

De commissie is van oordeel dat moet worden aangemerkt als belanghebbende bij het collegebesluit en het raadsbesluit voor zover deze besluiten zien op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838. Uit de kadastrale gegevens blijkt namelijk dat deze gronden bij haar in eigendom zijn. Verder is de commissie van oordeel dat niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het collegebesluit en het raadsbesluit, omdat niet is gebleken dat hij eigenaar is van of anderszins rechthebbende is op de gronden waarop een voorkeursrecht is gevestigd. 6. Nu het collegebesluit met de inwerkingtreding van het raadsbesluit is komen te vervallen, ziet de commissie zich voor de vraag gesteld of voldoende belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar bezwaar tegen dit besluit. Blijkens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is een bestuursorgaan slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem gemaakt bezwaar indien de bezwaarmaker daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is een bestuursorgaan niet geroepen een inhoudelijk besluit op bezwaar te nemen uitsluitend wegens de principiële betekenis daarvan (zie bijvoorbeeld een uitspraak van 22 april 2020, ECLI:NLRVS:2020:1107).

Naar het oordeel van de commissie zou een actueel en reëel belang in het onderhavige geval slechts nog kunnen zijn gelegen in het verkrijgen van een proceskosten- of schadevergoeding. heeft niet verzocht om vergoeding van gemaakte proceskosten en heeft niet gesteld dat zij schade heeft geleden als gevolg van het collegebesluit. Om die reden is de commissie van oordeel dat zij onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar bezwaar tegen dit besluit.

2024/648282 5 7. Gelet op het bovenstaande adviseert de commissie om de bezwaren van tegen het collegebesluit en het raadsbesluit niet-ontvankelijk te verklaren, omdat hij niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij deze besluiten. Verder adviseert de commissie om het bezwaar van tegen het collegebesluit niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. De commissie acht het bezwaar van tegen het raadsbesluit wel ontvankelijk. Inhoudelijke beoordeling van het bezwaar van tegen het raadsbesluit Inleidende overwegingen 8. Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de gemeenteraad een voorkeursrecht gevestigd op de gronden van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie T, nummer 3838. Het besluit is gebaseerd op artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Omgevingswet. Dit artikel bepaalt dat de gemeenteraad bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk voorkeursrecht kan vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. 9.

De gemeente heeft de ambitie om de gronden van het perceel te gebruiken voor het verplaatsen van de ingang van de campus van het Nova College. De commissie stelt vast dat daarmee sprake is van een aan die gronden toegedachte niet-agrarische functie, waarmee het huidige gebruik niet in overeenstemming is. Verder stelt de commissie vast dat de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. Gelet hierop wordt naar het oordeel van de commissie voldaan aan de voorwaarden uit artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Omgevingswet. heeft dit ook niet bestreden. Eigendomsrecht van 10. heeft aangevoerd dat het vestigen van een voorkeursrecht inbreuk maakt op haar eigendomsrecht. De commissie begrijpt hieruit dat van mening is dat de voor haar nadelige gevolgen van het raadsbesluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. 11. De commissie merkt op dat het raadsbesluit slechts een beperkte inbreuk maakt op het eigendomsrecht van . Het besluit heeft namelijk niet tot gevolg dat zij het perceel moet verkopen en ook niet dat zij het perceel niet meer mag verkopen. Het besluit heeft alleen tot gevolg dat zij het perceel, wanneer zij het wil verkopen, eerst aan de gemeente te koop moet aanbieden.

Verder merkt de commissie op dat met het raadsbesluit het algemeen belang wordt gediend. Het uiteindelijke doel is om de aantrekkelijkheid van het onderwijscluster aan de Zijlweg te vergroten. De commissie is van oordeel dat dit algemene belang zwaarder weegt dan het belang van om haar perceel te kunnen verkopen zonder het eerst aan de gemeente te koop te moeten aanbieden.

2024/648282 6 12. In hetgeen heeft aangevoerd ziet de commissie geen grond voor het oordeel dat het raadsbesluit moet worden herroepen. Naar het oordeel van de commissie zijn de voor nadelige gevolgen van het raadsbesluit niet onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Overige bezwaargronden 13. De overige bezwaargronden van hebben betrekking op de plannen voor de ontwikkelzone Zijlweg-West. Deze bezwaargronden richten zich daarmee niet tegen het vestigen van een voorkeursrecht en kunnen derhalve niet leiden tot de conclusie dat het raadsbesluit moet worden herroepen. VI. Advies De commissie adviseert om: • de bezwaren van tegen het collegebesluit van 26 maart 2024 en tegen het raadsbesluit van 30 mei 2024 niet-ontvankelijk te verklaren; • het bezwaar van tegen het collegebesluit van 26 maart 2024 nietontvankelijk te verklaren; • het bezwaar van tegen het raadsbesluit van 30 mei 2024 ontvankelijk te verklaren; • het raadsbesluit van 30 mei 2024 in stand te laten.

Haarlem, 23 september 2024

De voorzitter, de heer mr. A.J. Elbertsen

De secretaris, de heer mr. T.F. Baars

2024/648282 7 Bijlage – Juridisch kader Algemene wet bestuursrecht Artikel 2:1 1. Een bestuursorgaan draagt zorg voor passende ondersteuning bij het verkeer met dat bestuursorgaan. (…) Artikel 7:1 1. Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij: a. het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen, b. het besluit aan goedkeuring is onderworpen, c. het besluit een goedkeuring of een weigering daarvan inhoudt, d. het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4, e. het besluit is genomen op basis van een uitspraak waarin de bestuursrechter met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onderdeel a, heeft bepaald dat afdeling 3.4 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft, f. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, g. het besluit is genomen op grond van een voorschrift als genoemd in de bij deze wet behorende Regeling rechtstreeks beroep dan wel het besluit anderszins in die regeling is omschreven. (…) Artikel 8:1 Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Omgevingswet Artikel 9:1 1.

De gemeenteraad, provinciale staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk, provinciaal of nationaal voorkeursrecht vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan: a. in het omgevingsplan een niet-agrarische functie is toegedeeld en waarvan het gebruik afwijkt van die functie, b. in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of in een programma een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedeeld in een omgevingsplan, c. in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. 2. Voorafgaand aan de vestiging van een voorkeursrecht op grond van het eerste lid kunnen het college van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk of provinciaal

2024/648282 8 voorkeursrecht vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in die beschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie. Artikel 9:4 (…) 3. Een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, vervalt drie maanden na het ingaan ervan of, als dat eerder is, op het tijdstip dat een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, ingaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14690972/1