CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van beantwoording t.b.v. publicatie

gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Sonnebornterrein Bloom en bijbehorende besluiten16.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3 alinea's met “gemeenschappelijke”: 185 256 259

Er bestaat geen eenduidige definitie van een park. Zo kan een park omschreven worden als aangelegd groen gebied of als openbaar terrein met bomen en paden, waar mensen komen om hun vrije tijd door te brengen. De oppervlakte van een groengebied zegt niets over de mate van parkzijn. Het wordt een park genoemd, zodat de focus van de inrichting op beplanting, water en verblijfsgebied komt te liggen. Er bestaat geen aanleiding de gekozen naam aan te passen.

Een plek kan uitnodigend zijn door zon, maar op warme dagen juist ook door schaduw. Andere zaken die bijdragen aan een uitnodigende plek zijn de aanwezigheid van water, bomen en planten, zitgelegenheden, sociale controle en de afwezigheid van windhinder. Aan deze zaken voldoet de binnenruimte allemaal. 20

13.

14.

klem tussen de gebouwen en veel in de schaduw. In juni en verder tussen 12 uur en 14 uur hebben we wel zon in het middengebied, maar verder staat deze veel in de schaduw. De doorgang naar het Spaarne heeft in maart en september om 8 uur zon en verder in juni om 10 uur. Dat klinkt niet echt uitnodigend. Het verkleinen van het middengebied lijkt een consequentie van ruimtegebrek. We missen een ruimtelijke onderbouwde reden. Wat maakt dat jullie achter deze oplossing staan? De procesmanager van de gemeente heeft ons tijdens een klankbordgroep overleg (11 september 2023) gezegd: “Dit project krijgt geen 10, het wordt een 6 of een 7.” Zelf, willen we voor een 10 gaan. Voor ons als huidige bewoners maar ook voor de toekomstige bewoners en voor de wijk. We willen een maatschappelijk verantwoorde ontwikkeling. We wensen dat deze een meerwaarde wordt voor de stad en de leefbaarheid in Haarlem verbeterd.

Binnen de kaders van het project, inclusief parkeergarage, is het middengebied zo breed mogelijk gehouden. In dit middengebied blijkt nog voldoende ruimte te zijn voor waterberging en grote bomen, waardoor een parkachtige ruimte kan worden gerealiseerd. De gemeente is van mening dat sprake van een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing. Daarnaast is het advies van de onafhankelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (voorheen ARK) ook positief.

S. De zienswijzen worden ondersteund door: M. Nr. 1.

2.

Zienswijze De klankborgroep is van mening dat formele en de materiële beginselen van behoorlijk bestuur geschonden zijn. Het feit dat wethouder Roduner die niet over parkeren gaat, een gewenst besluit, waarover de voorzieningenrechter heeft besloten dat het taboe is, toch bespreekt in de cie.vergadering van 22 juni’23 getuigt van schending van het principe dat een besluit zorgvuldig genomen moet worden. De wethouder heeft met z’n

Antwoord De gemeente is van mening dat geenszins sprake is van materiële of formele schendingen van behoorlijk bestuur, die maken dat college en de raad niet over vaststelling van onderhavige ontwerpbesluiten kunnen besluiten. Het raadsvoorstel om krediet beschikbaar te stellen voor de parkeergarage Sonneborn heeft geen grondslag in de Nota Uitwerking Parkeerregulering en werd daarmee ook niet getroffen door de voorlopige voorziening in de uitspraak van 22 juni 2023 van de voorzieningenrechter. De raadscommissie gaat over haar eigen agenda en bepaalt zelf of ze over een raadsvoorstel met het college het gesprek aan wil gaan. Er is dan ook geen sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, zoals de klankbordgroep veronderstelt. Met de politiek-maatschappelijke 21

3.

4.

gekozen woorden “Dit project kan niet wachten op de uitkomst van het parkeren, of we nou besluiten dat we de referendumroute gaan of een hele andere juridische route met elkaar ingaan. Ik denk niet dat dit project en deze ontwikkelaar daar nog op kan wachten, dus het is nu of nooit. “de commissie onder druk gezet om met spoed een besluit te nemen. Daarbij is de vraag zeker relevant waarom er niet eerder in het proces gedacht is aan een grote, bovengrondse parkeergarage. De cijfers over parkeerdruk die de wethouder en voorstanders gebruiken zijn namelijk niet nieuw. Onder verwijzing naar de gerechtelijke uitspraak raadgevend referendum over het (ontwerp)besluit ‘Nota Uitwerking Parkeerregulering van 22 juni 2023 wordt gesteld, dat in die commissievergadering geen besluit genomen had mogen worden. Onder verwijzing naar uitspraak raadslid Verhoef “(…) feitelijk hebben wij natuurlijk het besluit al genomen voor de zomer, (…)” wordt gesteld dat uit deze woorden blijkt dat de besluitvorming niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Zij geeft toe dat er een besluit is genomen op een moment dat er nog geen besluit genomen had mogen worden. Dat is ter vergadering meermaals door de voorzitter bevestigd.

Het zorgvuldigheidsbeginsel wordt verder geschonden doordat de gemeente haar verantwoordelijkheid om te kijken naar de wenselijkheid en het draagvlak voor een dergelijke voorziening niet heeft genomen. In een vroege ontwikkeling van de plannen voor het Sonnebornterrein heeft de klankbordgroep bij het formuleren van wensen al aangegeven dat zij het mooi zou vinden wanneer het plan een bijdrage zou kunnen leveren aan het verminderen van de parkeerdruk in andere delen van de buurt. Ondanks het feit dat de direct omliggende buurt deze parkeerdruk zelf

discussie rond het raadsbesluit Nota Uitwerking Parkeerregulering hebben maatwerkoplossingen die de parkeerdruk kunnen verlichten extra aandacht gekregen. Zo ook de mogelijkheid van een parkeergarage op het Sonnebornterrein.

De raadscommissie bereidt besluiten van de gemeenteraad voor en adviseert de gemeenteraad. Aan de commissie komt geen zelfstandige bevoegdheid toe formele besluiten te nemen. Dit heeft, hoewel het citaat op dit vlak tot verwarring kan leiden, feitelijk ook niet plaatsgevonden. De raad heeft op 28 september 2023 besloten over het beschikbaar stellen van het krediet voor de parkeergarage (2023/1426656). Onder verwijzing naar de raadsinformatiebrief met bijlagen (2023/1030442) betreft het toevoegen van de parkeergarage een onderwerp waarvan het voorstel ook gedaan zouden worden zonder deze ‘Nota’ en valt de besluitvorming niet onder de reikwijdte van de uitspraak van de voorzieningenrechter.

De raad heeft, binnen de bevoegdheid die hem toekomt, besloten het krediet beschikbaar te stellen. Daarmee is de parkeergarage als uitgangspunt toegevoegd aan de ontwikkeling. Er bestaat in de Wet ruimtelijke ordening geen verplichting om in aanvulling op de wettelijke procedure voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan te participeren over de vraag of bij omwonenden sprake is van draagvlak voor de parkeergarage. De aangepaste ontwerpen zijn met de klankbordgroep besproken. Ook is iedereen in de gelegenheid gesteld zienswijzen op de ontwerpbesluiten naar voren te brengen. De inhoud van de zienswijzen is in de afweging bij het raadsvoorstel betrokken. Er is geen sprake van strijdigheid met het zorgvuldigheidsbeginsel.

22

5.

6.

7.

niet ervaart. Deze wens is bij de eerste plannen niet onderzocht. Dat kwam pas ná vaststelling van het SPvE . De uitgevoerde parkeerdukmeting geldt echter voor de gehele Indischewijk. De resultaten van de meting worden echter verlengd naar de straten direct rondom het Sonnebornterrein. Daar wordt echter de parkeerdruk niet ervaren. Dit heeft de gemeente echter op geen enkele wijze onderzocht. Alleen door de klankbordgroep is een draagvlakonderzoek gedaan. Uit dat onderzoek bleek dat 93% van de direct omwonenden aangaf géén gebruik te zullen maken van de parkeergarage, slechts 4% maakt misschien gebruik van de garage. Ook niet als er veranderingen in het parkeerbeleid plaatsvinden of wanneer er meer gehandhaafd zal worden op de wijze van parkeren in de buurt. De klankbordgroep is bij de nieuwe plannen onvolledig en ontijdig geïnformeerd. Op 15 maart 2023 werd door de gemeente aangekondigd dat ‘een bovengrondse parkeergarage’ onderzocht zou worden. Ondanks herhaaldelijk rappelleren van de Klankbordgroep kwam pas 19 april een verzoek van de gemeente om half mei bij elkaar te komen. Waarna de wijzigingen in volle omvang duidelijk werden. Een bewonersbrief met een uitnodiging voor de commissievergadering 22 juni ’23 is op de dag zelf ontvangen, waardoor inspreken niet mogelijk was.

Het participatietraject is niet zorgvuldig doorlopen. De gemeente heeft de opdracht tot participatie tijdens de ontwikkeling van een project aan ontwikkelaar VORM gegeven. De gemeente heeft zelf echter ook een rol in het participatietraject. Dit blijkt ook uit de stukken. Met name rondom de benodigde wijzigingen in het bestemmingsplan is de gemeente aan zet voor wat betreft de participatie.

De gemeente kent in de nota parkeernomen loopafstanden die ingezet worden bij het opstellen van de parkeerbehoefte. Parkeerdruk wordt ook beoordeeld op basis van de loopafstanden. Sonneborn valt binnen het sterk stedelijk gebied, waarbij een loopafstand van 300 m opgenomen is in de nota. Het is een feit dat de parkeerdruk binnen de loopafstand van 300 m hoger dan 100% is. Dit geeft aan dat er behoefte is naar meer parkeervoorziening en maakt het aantrekkelijk voor een bewoner om in de garage te kunnen parkeren als hiervoor de mogelijkheid wordt geboden.

De gemeente en VORM hebben enige tijd nodig gehad om te studeren op een goede inpassing van de parkeergarage in het plan en wat de mogelijke consequenties daarvan zouden zijn. De omwonenden zijn geïnformeerd over de behandeling van het raadsvoorstel om krediet voor de parkeergarage beschikbaar te stellen in de commissievergadering van 22 juni en 7 september ’23. Het is juist dat de bewonersbrief voor de vergadering van 22 juni laat is verspreid. Dat had beter gemoeten en hiervoor is al eerder excuus aan de klankbordgroep aangeboden. De agenda van de commissie is echter openbaar en al 10 dagen van tevoren gepubliceerd. Leden van de klankbordgroep hebben zich tijdig aangemeld en op beide commissievergaderingen van hun spreekrecht gebruikgemaakt. Andere omwonenden hebben geen gebruik van hun inspreekrecht gemaakt. De raad heeft kennisgenomen van het standpunt van de klankbordgroep en hierna besloten het krediet beschikbaar te stellen. De aangepaste ontwerpen zijn vervolgens met de klankbordgroep besproken. Er is een uitgebreid participatietraject doorlopen door VORM samen met gemeente. De klankbordgroep redeneert vanuit de gedachte dat geparticipeerd had moeten worden over het draagvlak en de wenselijkheid van de parkeergarage. Om die reden wordt de conclusie getrokken dat sprake is van een onzorgvuldig participatieproces.

Hiertoe bestaat, zoals al aangegeven, geen verplichting en de gemeente heeft hier niet voor gekozen. Wel zijn de aangepaste ontwerpen met de klankbordgroep besproken. Er is dus geen participatie over het ‘wat’, maar wel over het ‘hoe’ geboden. Dit is al vanaf het begin af aan in dit traject de wijze van participatie geweest. Daarnaast 23

8.

9.

Deze rol lijkt zij onder meer te erkennen door een procesmanager af te vaardigen naar de participatieoverleggen. In het klankbordgroepoverleg van 15 februari 2021 werd vastgelegd dat op het SPVE beperkt invloed kon worden uitgeoefend door belanghebbenden en belangstellenden. VORM voegt hieraan toe dat de klankbordgroep wel invloed kan uitoefenen op de groene inrichting van het binnengebied tussen de toekomstige bebouwing. (…) De participatie heeft, volgens het participatieverslag van ontwikkelaar VORM, “ongeveer een jaar geduurd, van juni 2021 tot juli 2022, en is middels een informatieavond het concept stedenbouwkundig plan gepresenteerd aan de buurt.” In dat laatste jaar na de informatieavond over het concept SP bleek bij een overleg in mei dat de plannen drastisch gewijzigd waren. Slechts inspraak bij de vergadering van de commissie, waar om een krediet van 12 miljoen werd gevraagd, restte. Dat is geen participatie te noemen. Het in die bijeenkomsten geuite ongenoegen over de wijze waarop de participatie na toevoeging van de vierlaags parkeergarage en dienaangaande sterk gewijzigde ontwerpplannen wordt nergens benoemd. Vervolgens worden het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van openbaarheid en eerlijkheid geschonden door de wijze waarop de stukken die geopenbaard zijn, zijn opgesteld. In het ontwerpbestemmingsplan zijn talloze fouten te vinden.

Zowel in maatvoering die in de lopende tekst is opgenomen, als in de verbeeldingen van de plannen. Niet limitatief een indicatie van een aantal in het oogspringende fouten: hoogte-accenten worden niet of verkeerd weergegeven, reeds bestaande bebouwing wordt weggelaten, kavelgrenzen worden niet of onjuist weergegeven (zie ook zienswijze Guitton/Uilenbroek). Deze mate van foutendichtheid in een dergelijk stuk is niet

is iedereen in de gelegenheid gesteld zienswijzen op de ontwerpbesluiten naar voren te brengen. De zienswijzen zijn in de afweging betrokken. Er is geen sprake van strijdigheid met materiële of formele beginselen van behoorlijk bestuur. Zoals de klankbordgroep zelf al aanhaalt, is de invloed op het SPvE beperkt: “Aangezien over de ontwikkelvisie is geparticipeerd en vervolgens is vastgesteld kan er op het SPVE beperkt invloed worden uitgeoefend door belanghebbenden en belangstellenden.... . Verder is juist dat wel invloed op de groene inrichting van het binnengebied kon worden uitgeoefend. Na het besluit van de raad over de parkeergarage gold dit ook voor het aangepaste SP en het inrichtingsplan. In de verschillende stadia van het project zijn naar aanleiding van wensen van de klankbordgroep ook aanpassingen in de ontwerpen gedaan. Er is dus wel participatie geweest, maar niet over de wenselijkheid van de parkeergarage. Daarbij wordt opgemerkt, dat het standpunt van de klankbordgroep over de parkeergarage ten tijde van de besluitvorming over het krediet door de raad volkomen duidelijk was. Het standpunt dat het ongenoegen van de klankbordgroep nergens is benoemd, mist feitelijke grondslag.

In het collegebesluit waarmee de ontwerpbesluiten ter inzage zijn gelegd staat het standpunt van de klankbordgroep als volgt verwoord “De klankbordgroep kan zich niet vinden in het besluit van raad en college om een gemeentelijke parkeergarage in het plan te integreren, vanwege met name de afname van de hoeveelheid openbaar groen in het plan. De klankbordgroep is van mening dat er geen behoefte is aan een de parkeergarage en is ontevreden over het proces dat aan deze besluitvorming ten grondslag ligt.” De gemeente heeft uit de zienswijzen noch uit eigen onderzoek onvolkomenheden kunnen halen die betrekking hebben op de juridisch bindende regels en verbeelding (plankaart), noch in de onderzoeken die aan de onderbouwing van het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Onduidelijk is op welke cruciale punten niet de juiste cijfers en beelden zouden zijn gepresenteerd. Het illustratieve kaartje met hoogteaccenten langs het Spaarne uit de toelichting, waarop de opsomming betrekking heeft, bevatte weliswaar een aantal onjuistheden, maar is op geen enkele manier doorslaggevend. Het aangehaalde voorbeeld rechtvaardigt daarmee niet de conclusie, dat sprake is van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel dan wel het beginsel van ‘openbaarheid en eerlijkheid’.

Laat staan dat sprake zou zijn van kwade opzet, hetgeen een ernstige beschuldiging betreft die niet lichtvaardig zou moeten worden gesuggereerd. Uit oogpunt van zorgvuldigheid heeft de gemeente tijdens het overleg van 15 mei 2024 de klankbordgroep de gelegenheid gegeven, dit standpunt nader te onderbouwen. Tevens is de overweging meegegeven, om in ieder 24

meer door de vingers te zien. Zacht gezegd is hier sprake van onzorgvuldigheid. Met een minder milde blik zou men hier kwade opzet kunnen zien. Waarom worden op cruciale punten niet de juiste cijfers en beelden gepresenteerd? Het beginsel van eerlijkheid komt hiermee op zijn minst ook in het geding.

10.

11.

In verschillende moties (oa. Sonneborn to be wild), maar ook in beleidsstukken van de gemeente worden verwachtingen gecreëerd aangaande de wens van de gemeente de stad en dan met name de meeste versteende wijk van de stad te vergroenen. Planspecifiek wordt het 330-300-principe meermaals genoemd in stukken die aan de basis van het ontwerp voor het Sonnebornterrein liggen, waaronder in het Groenbeleidsplan van de gemeente Haarlem. Beleid is een voornemen, te zien als een toekomstige toezegging. Op die toezeggingen van de gemeente Haarlem is niet te bouwen. De overheid mag zich alleen bezighouden met zaken waarvoor zij een bevoegdheid heeft. Zoals reeds eerder benoemd heeft de kantonrechter in een uitspraak dd..22 juni 2023 bepaald dat “de gemeente Haarlem pas door mag gaan het uitvoeren van de Nota, nadat op het bezwaar van de bewoners tegen de afwijzing van het referendum is beslist.” De klankbordgroep meent dat de planvorming omtrent de parkeergarage onder de werking van de aangehaalde uitspraak valt.

geval de suggestie van kwade opzet in te trekken. Per mail van 20 mei 2024 heeft de klankbordgroep laten weten hun volledige zienswijzen te handhaven. Er zijn geen aanvullende voorbeelden van onjuistheden in de ontwerpbesluiten aangedragen. Voor de onderbouwing van hun bewering wordt opnieuw verwezen naar de zienswijzen van Guitton/Uilenbroek (R). Ook uit die zienswijzen komen geen andere feitelijke onjuistheden naar voren, die de beweringen van de klankbordgroep staven. De gemeente concludeert dat ook deze zienswijze feitelijke grondslag mist en betreurt de suggestie dat sprake zou zijn van kwade opzet. Voor de volledigheid verwijzen we voor de aanpassingen in de ontwerpbesluiten naar het wijzigingsoverzicht op pagina 34 e.v. van dit document. De 3-30-300 regel betreft een uitgangspunt dat in een verdichte stad in lang niet alle gevallen behaald kan worden. In het SPvE is het daarom ook als een wens en niet als een eis opgenomen. Er is dus ook geen sprake van een toezegging, zoals hier wordt gesteld. Daar komt bij dat bij een gebiedsontwikkeling nooit al het gewenste sectorale beleid gerealiseerd kan worden. Gebiedsontwikkeling vereist een integrale afweging, waarbij keuzes gemaakt moeten worden tussen verschillende maatschappelijk opgaven en ambities.

Het project voorziet wel in hoogwaardig groen en water (daktuin, groene daken woningen en inrichting begane grond) voor ruim 35 % van het oppervlak van het plangebied, achtertuinen en gevelgroen niet meegerekend.

In de uitspraak van 22 juni 2023 is door de rechter de voorlopige voorziening getroffen, dat de raad alle nadere uitvoerende besluitvorming, die zijn grondslag vindt in de Nota Uitwerking Parkeerregulering, aanhoudt, tot twee weken nadat op het bezwaar van verzoekers is beslist. Dit betekent dat verweerder geen besluiten neemt die voortvloeien uit de ‘Nota’, zolang nog niet op het bezwaar van verzoekers is beslist. Los van het feit dat het raadgevend referendum inmiddels op 6 maart ’24 is gehouden, strekken bestemmingsplannen niet ter uitvoering van de ‘Nota’ en kunnen niet gelden als besluiten die hun grondslag vinden in de ‘Nota’. Onder verwijzing naar raadsinformatiebrief met bijlagen (2023/1030442) betreft het toevoegen van de parkeergarage een onderwerp waarvan het voorstel ook gedaan zouden worden zonder deze ‘Nota’ en waardoor het referendum hierop niet van invloed is.

25

U. Nr. 1.

Zienswijze Vindt de gemeente dat in het plan Sonneborn sprake is van kwalitatief hoogstaande buitenruimte in de vorm van openbaar toegankelijk, groene verblijfsplekken?

2.

In het VO en inrichtingsplan wordt gesproken over het ‘toevoegen van een openbaar groengebied met een hoge verblijfskwaliteit’. In het huidige plan is daar echter geen sprake van. Gewezen wordt op de Haarlemse beleidsregel 3-30-300 en de noodzaak in verband met hittestress en sociaal welzijn van bewoners. Gevraagd wordt op welke wijze is de gemeente van mening dat aan de motie ‘Sonneborn to be wild’is voldaan in het voorliggende plan?

3.

Aangezien de 3-30-300 regel in het Groenbeleidsplan van Haarlem is opgenomen, is niet duidelijk waarom deze slechts als ‘wens’ wordt meegenomen in het SPvE. Kunt u aangeven en onderbouwen waarom dit niet als eis is opgenomen? Door het toevoegen van circa 180 extra parkeerplaatsen wordt nog slechts 15 % openbaar groen toegevoegd. Wat zijn de zwaarwegende argumenten waarom er wederom beloftes aan de wijkbewoners gebroken worden? Wat is ervoor nodig om het openbaar groen wel prioriteit bij de gemeente Haarlem te geven? Wat gaat de gemeente doen om in toekomstige ontwikkelingen in deze wijk het groen een grotere bijdrage te laten leveren aan de leefbaarheid? Als OBS De Cirkel naar een andere locatie gaat, is dat een mooie locatie om daar openbaar groen te realiseren. Wat moeten wij als buurtbewoners doen om te voorkomen dat

4.

5.

Antwoord De gemeente is van mening dat met het inrichtingsplan buitenruimte een passend groenontwerp voor het plangebied is opgesteld. Ook de Adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft positief over het inrichtingsplan geadviseerd. Het project voorziet in hoogwaardig groen en water (daktuin, groene daken woningen en inrichting begane grond) voor ruim 35% van het oppervlak van het plangebied, achtertuinen en gevelgroen niet meegerekend. Dit standpunt lijkt met name op kwantitatieve gronden (oppervlak openbaar groen) te berusten. De gemeente is een andere mening toegedaan. Binnen het zorgvuldig doordachte ontwerp zijn 5 deelgebieden gedefinieerd, met elk hun eigen karakter. Hierbij wordt rekening gehouden met een goede balans tussen openbare en privéruimten. Het ontwerp van de buitenruimte voorziet in diverse klimaatadaptieve maatregelen die een bijdrage leveren aan natuurinclusiviteit, biodiversiteit, een gezonde leefomgeving en aan het tegengaan van wateroverlast, hittestress, droogte. Denk aan de langgerekte vijver met waterbergende capaciteit van het verlaagde maaiveld en daarop afgestemde beplanting. De daktuin krijgt een bloemenrijke mix van planten die ook langere tijd tegen droogte kunnen. De daktuin kent tevens een waterbergende functie. In het ontwerp komen ca. 33 bomen en heesters.

De daken van de woningen krijgen natuurdaken voorzien van kruidenmengsels, sedum en eventueel zonnepanelen. Dit is geen zienswijze op de ontwerpbesluiten die ter inzage hebben gelegen, maar op het vastgestelde SPvE. De 3-30-300 regel betreft een uitgangspunt dat in een verdichte stad in lang niet alle gevallen behaald kan worden, rekening houdend met andere opgaves. In het SPvE is het daarom ook als een wens en niet als een eis opgenomen. In het SPvE noch in enig ander beleid is een harde norm of oppervlakte toegezegd ten aanzien van de te realiseren hoeveelheid openbaar groen in dit plangebied. De motie Sonneborn to be wild spreekt van maximale inzet op het ecologisch en functioneel vergroenen van het gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwerpprincipes uit de ontwikkelvisie Spaarndamseweg. Met minstens 35 % van het oppervlak van het plangebied aan groen is zoveel mogelijk aan deze motie, om ecologisch en functioneel het plangebied te vergroenen, tegemoetgekomen rekening houdend met de andere opgaves en ambities, waaronder de parkeergarage en de motie over middeldure woningen. Deze reactie heeft geen betrekking op de ontwerpbesluiten die ter inzage hebben gelegen. Elke nieuwe stedelijke ontwikkeling doorloopt zijn eigen participatie- en inspraaktraject. De raad stelt de uitgangspunten (startnotitie) en kaders (PvEL) hiervoor vast. 26

6.

7.

8.

9.

dit perceel ook weer door een ontwikkelaar dicht wordt gebouwd? Kunt u toezeggen dat een perceel van deze of vergelijkbare omvang binnen nu en 3 jaar tot park zal worden ingericht? Op de bewonersavond op 23 november 2022 zijn door de ontwikkelaar 6 concepten getoond voor de inrichting van de binnentuin. Helaas was de opkomst van deze bijeenkomst erg laag. Er is geen aanvullende inspanning gedaan dit verder met de klankbordgroep te bespreken. Wat wordt er verstaan onder hoogwaardig openbaar groen? Is het voorliggend ontwerp getoetst aan deze definitie? Waarom is deze definitie niet afgestemd met de klankbordgroep die immers mee mochten denken over de invulling? De daktuin op de garage is alleen zichtbaar vanaf de woningen op de 5e verdieping en hoger. Niet alleen is die niet openbaar toegankelijk, ook in het Haarlems beleid staat aangegeven dat dit dakgroen niet meetelt voor het openbaar groen. Is het gevelgroen en/of het dakgroen meegeteld in het oppervlakte groen in het plan? Wanneer spreekt de gemeente van een plantsoen? Wanneer is er volgens de gemeente sprake van een park? Is het niet logischer om de straatnaamgeving (Chris Wolffpark) aan te passen? Zie hiervoor de door het Kadaster gehanteerde begrippen.

In het raadstuk Beschikbaar stellen krediet parkeergarage Sonneborn van 29 augustus 2023 is aangegeven dat: “Uiteraard heeft het toevoegen van bijna 5.000 m2 parkeren consequenties voor het stedenbouwkundig plan. De toevoeging van de parkeerfunctie heeft invloed op het aantal woningen (van 150 naar 164), het karakter van het gebied (meer stedelijker) en de omvang van de openbare ruimte.” Hoe kan de gemeente onderbouwen dat deze

De gemeente had zelf ook gehoopt op een grotere opkomst. Juist op dit onderdeel was grote betrokkenheid verwacht en invloed mogelijk. Gezien de lage opkomst van de leden van de klankbordgroep en overige omwonenden hebben VORM en de gemeente geen aanleiding gezien een tweede bewonersavond te organiseren. Vanuit de klankbordgroep is hiertoe ook geen verzoek gekomen. Wel is het ontwerp met de klankbordgroep besproken. Het ontwerp is getoetst aan het SPvE, rekening houdend met de inpassing van de parkeergarage. Niet alle eisen en wensen zijn om die reden nog relevant dan wel realiseerbaar.

De daktuin betreft geen openbaar groen. Wel is sprake van hoogwaardig groen. Er komt een substraatlaag van 40 cm met één bloemenrijke mix van vaste planten. Daaronder komt nog een element waarin water opgeslagen kan worden. Door deze dikte van de substraatlaag en de wateropslag is er sprake van een intensief groendak, die een bijdrage levert aan natuurinclusiviteit, biodiversiteit, een gezonde leefomgeving en aan het tegengaan van wateroverlast, hittestress, droogte,. Er bestaat geen eenduidige definitie van een park. Zo kan een park omschreven worden als aangelegd groen gebied of als openbaar terrein met bomen en paden, waar mensen komen om hun vrije tijd door te brengen. Er bestaat geen aanleiding de gekozen naam aan te passen.

De indiener redeneert vanuit de gedachte dat geparticipeerd had moeten worden over het draagvlak en de wenselijkheid van de parkeergarage. Hiertoe bestaat echter geen verplichting. De gemeente heeft wel met de klankbordgroep geparticipeerd over de wijze van inpassen in het ontwerp.

27

10.

V. Nr. 1.

wijzigingen volgens hen dermate beperkt van aard zijn dat er geen aanvullende participatie nodig is? Uitlaatgassen parkeergarage Auto’s met verbrandingsmotoren stoten bij het naar binnen rijden in een parkeergarage schadelijke uitlaatgassen uit zoals koolstofdioxide, koolstof monoxide, stikstofdioxide, en zwaveldioxide. Deze uitlaatgassen zullen middels ventilatie afgevoerd moeten worden. Kunt u onderbouwen middels berekeningen dat de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit niet overschreden zal worden?

Zienswijze Indiener geeft aan dat het huidige plan ten opzichte van de ontwikkelvisie en het SPvE een enorme toename is in hoogte van de bebouwing, in het volume van de bebouwing en hoe dicht de bebouwing op de bestaande woningen staat. Als gevolg van de nieuwe bebouwing kunnen de bewoners van de zorgappartementen vanaf hun balkons in onze achtertuin en in onze woning (begane grond, keuken en 1e en 2e verdieping slaapkamers aan achterzijde) kijken. De afstand bedraagt slechts ± 4m. Door de keuze van zorgappartementen aan de achterzijde van onze woningen i.p.v. grondgebonden woningen – een wijziging t.o.v. het originele plan – is er sprake van directe inkijk vanaf twee zijden. Het gewijzigde plan respecteert onze privacy niet naar enige redelijkheid en billijkheid.

Het aspect luchtkwaliteit is onderzocht en vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de praktijk zullen de emissies vanuit de parkeergarage niet voor grenswaardeoverschrijdingen zorgen, wanneer: • de parkeergarage is ontworpen volgens NEN 2443 "Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in garages" • de maatregelen zijn uitgevoerd die beschreven staan in o.a. het Besluit activiteiten leefomgeving . Nader onderzoek is in het kader van het bestemmingsplan niet aan de orde, maar komt aan bod bij de omgevingsvergunning.

Antwoord Bij de beoordeling van de afname van privacy heeft de gemeente het volgende overwogen. Het eerste aspect betreft het toepassen van galerijen aan de zijkant van de tuin van de indiener. Aan de zijkant is de bebouwing vier lagen. De afstand tussen de kadastrale grens van de tuin en de galerij aan de zijkant is circa 4,5 meter. Aan de zijde van de tuin bevindt zich een galerij op de 1e en 2e verdieping. De galerij is door de geringe breedte geen verblijfsgebied, maar enkel een route om naar de woning te komen. Mensen zullen maar beperkt op de galerij zijn. Gezien het besloten karakter van het gebruik van de woningen (vrouwenopvang) is sprake van weinig tot geen bezoek en zal dit nog minder zijn dan bij reguliere appartementen. Hierdoor is de afname van privacy beperkt. Om de afname van privacy verder in te perken wordt aanvullend in het bestemmingsplan de bouwmogelijkheid van de galerij met een bouwaanduiding vastgelegd, zodat hier uitsluitend galerijen zijn toegestaan vanaf de 1e verdieping. Bovendien wordt in het beeldkwaliteitsplan (BKP) een eis toegevoegd dat bij de vormgeving van de galerij rekening wordt gehouden met de privacy (doorzichtigheid van de balustrade). Verder weegt mee, dat voor deze zorgwoningen de planregel ‘voorwaardelijke verplichting geluid’ geldt.

Dit betekent dat de woningindeling moet voldoen aan de eis van ten minste een slaapkamer aan de geluidsluwe zijde (=westkant/tuinzijde). De 28

woonkamer wordt daarmee aan de Spaarndamseweg gesitueerd. Vanuit slaapkamers is de invloed op privacy aanzienlijk minder groot dan bij woonkamers (met balkon). De afstand tussen de oorspronkelijke achtergevel van de indiener en de tegenoverliggende gevel van de vrouwenopvang is ruim 18 meter. Dit acht de gemeente in stedelijk gebied een acceptabele afstand. De nieuwbouw is aan die zijde 3 lagen hoog, even hoog als de eengezinswoningen achter de andere woningen aan de Floresstraat. Appartementen hebben meer impact op de privacy van de achterburen dan de bovenverdiepingen van grondgebonden woningen. Maar omdat de zorgwoningen gemeenschappelijke ruimtes en een tuin op de begane grond hebben, is de impact van deze zorgappartementen minder dan bij normale appartementen. De derde maatregel is het exact vastleggen van de afmetingen van de balkons aan de achterkant zodat deze niet verder uitgebreid kunnen worden. De balkons zijn 1,6 meter diep, en blijven daarmee ook op circa 16 meter afstand van de oorspronkelijke achtergevel. De afstand tussen de kadastrale grens van de tuin en de balkons is 7,5 m. Binnen een stedelijke context is dit een realistische afstand.

2.

De volgende alternatieven worden aangedragen: a. Verplaats de balkons van de zorgwoningen aan de zijkant van onze woning naar de zijde van de Spaarndamseweg. b. Beperk het aantal bouwlagen naast en achter onze woning tot maximaal drie (bouwhoogte = 10m). c. Beperk de hoogte van de toren tot 10 bouwlagen. d. Verplaats de toren verder richting het midden van het bouwterrein.

De afname van privacy is, als gevolg van de nieuwbouw is gezien de afstand tot de woning en de aanvullende maatregelen en het feit dat sprake is van stedelijk gebied, niet onevenredig nadelig. a. De zorgwoningen aan de Spaarndamseweg hebben al balkons aan de zijde Spaarndamseweg. De achterzijde is in gebruik als galerij. Bovendien heeft het complex een gezamenlijke tuin en gemeenschappelijke ruimtes, zoals een woonkamer, op de begane grond. b. Het gebouwdeel achter de woning is al 3 lagen, evenals een deel direct naast de woning. Scheef naast de woning en verder is het 4 lagen, tot de grens met de parkeergarage. Het verder beperken van de bouwhoogte leidt ertoe dat het programma van de vrouwenopvang niet meer op deze plek past. c. De toren is verhoogd om de accentfunctie te behouden. De breedte van de toren zit vast aan de constructiemaat van de parkeergarage. Om de toren geen schijf te laten zijn, is de toren verhoogd met twee lagen. Aan de zuidzijde is hier een laag afgehaald, zodat de toren afloopt naar de buurt en minder stomp oogt. d. Het verplaatsen van de toren naar het midden van het bouwterrein verkleint het aantal sociale huurwoningen en zorgt ervoor dat de toren z’n markeringsfunctie van de Floresstraat verliest. Kleine verplaatsingen zijn niet mogelijk, omdat de toren vastzit aan de constructie van de parkeergarage. 29

3.

Hoe motiveert u de afwijking van de Ontwikkelvisie door een woontoren van 12 lagen en door een veel hoger, groter volume te bouwen te bouwen?

4.

In de BenW nota (2023/851325) stelt u onder 4.2 dat “Dit heeft geleid tot de volgende aanpassingen. Aan het Spaarne is het hoogteaccent verhoogd van 10 naar 12 bouwlagen, het naastgelegen gebouw aan de noordzijde is verhoog van 6 naar 7 bouwlagen en het gebouw van de vrouwenopvang is teruggebracht van 6 naar 4 bouwlagen. De stedelijke wand is 3 tot 4 lagen hoog op die plekken waar het plan aansluit op de bestaande bebouwing.”. In het originele plan was de vrouwenopvang 3 bouwlagen hoog. U suggereert dat minder bouwlagen bij de vrouwenopvang worden gerealiseerd in het gewijzigde plan, terwijl er feitelijk juist hoger wordt gebouwd, van 3 naar 4 bouwlagen. Waarom stelt u dat de vrouwenopvang is teruggebracht van 6 naar 4 bouwlagen?

X. Nr. 1.

Zienswijze Zorg ervoor dat de parkeergarage binnen het plan – in het geval deze minder of anders gebruikt wordt dan voorzien – eenvoudig te transformeren is om een ander programma te huisvesten. Dat doe je door bijvoorbeeld een ruime verdiepingshoogte te realiseren.

Door toevoegen van garage is gezocht naar oplossingen om het benodigde programma te realiseren, zowel vanuit het perspectief van voldoende sociale en middeldure huurwoningen als om een (financieel) haalbaar plan te maken. Daarom is binnen het principe van de stedelijke wand gekeken wat het beste zou passen. Uiteindelijk bleek het beter de wand te verhogen dan de schil aan de binnenzijde: dat zou juist meer negatieve effecten voor omwonenden hebben. Door de plaatsing van de toren op de garage zitten de lengte en de breedte van de toren vast aan de stramienmaat van de parkeergarage. Om de toren enige mate van slankheid te geven, is de toren verhoogd tot deels 11 en deels 12 lagen en is de voorgevel opgeknipt in drie delen, waardoor hij visueel slanker lijkt. Op deze manier is een balans ontstaan tussen slankheid enerzijds en anderzijds de beperking van de hoogte en invloed op de omgeving. In het schetsontwerp stedenbouwkundig plan, zoals bijgevoegd bij het SPvE, was de vrouwenopvang 3 en 6 lagen. Een deel van de vrouwenopvang is van 6 naar 4 lagen gegaan en een deel van de 3 lagen uit het SPvE is naar 4 lagen gegaan.

Antwoord Het parkeeroverschot in de wijk is dermate hoog dat toekomstige transformatie van deze garage niet voor de hand ligt. Mocht de parkeervraag in het gebied afnemen zal dat eerder ten gunste komen van groen in de omgeving. De garage wordt dan ook efficiënt gebouwd waarin zorgvuldig met materiaalgebruik en dergelijke wordt omgegaan. Het integreren van grotere verdiepingshoogtes zou namelijk vragen om meer materiaalgebruik en bouwhoogte, wat zowel ruimtelijk als vanuit duurzaamheids- als kostenperspectief ongewenst is. 30

2.

Onderzoek ook of de parkeergarage – met het oog op het reduceren van de CO2-uitstoot van het plan – in hout uitgevoerd zou kunnen worden. Met het oog op de toekomst – waarin individueel autobezit zal afnemen – lijkt het mij bovendien verstandiger om de parkeergarage compacter te maken dan nu wordt voorzien. Moet de parkeergarage wel echt zo groot zijn als nu ingetekend?

Bij de uitwerking worden diverse bouwmethodes onderzocht. Houtbouw ligt in dit kader echter niet voor de hand omwille van onder andere de constructieve samenhang van de garage met de aanpalende en bovengelegen woongebouwen. Bij het autobezit is nog geen sprake van een dalende lijn. Uit de gegevens van de bron CBS blijkt dat autobezit in 2023 zelfs met een percentage van 1% gestegen is, ten opzichte van 2022. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat er hoge parkeerdruk is en behoefte is naar extra plekken. In de openbare ruimte is hier geen ruimte voor. Sonneborn is een centraal, strategisch gelegen locatie om gedeeltelijk extra parkeerbehoefte uit de omgeving te bundelen in een garage met de parkeerbehoefte van de ontwikkeling.

Nr. 1.

Zienswijze trillingsschade De indieners hebben zorgen over trillingsschade aan hun woning tijdens de bouw. Er wordt gevraagd om waarborgen ter voorkoming van mogelijke schade.

Antwoord Wij begrijpen deze zorg. In de uitvoeringsfase van de planvorming komt dit uitgebreid aan bod, onder andere bij de omgevingsvergunning. De heimethodiek wordt door VORM en de aannemer bepaald. Aangezien het een dichtbebouwd gebied is nemen zij diverse maatregelen om trillingshinder tot een minimum te beperken. Voordat de bouw start wordt een zogenaamde nulmeting verricht door een gespecialiseerd expertisebureau. In overleg met schade- experts wordt bepaald welke woningen bouwkundig worden opgenomen. Deze woningen worden zowel interieur als exterieur volledig in beeld gebracht. Buurtbewoners en omliggende bedrijven worden daar van tevoren van in kennis gesteld. VORM heeft recent een trillingsprognose laten maken om de invloedsgebieden van het heien in kaart te brengen. De verwachte trillingen worden getoetst aan de maximumwaarden die SBR-richtlijn A “Schade aan gebouwen door trillingen” toelaatbaar acht bij uitvoering van indicatieve en/of uitgebreide trillingsmeting. Deze prognose is de basis voor het bepalen van welke methodiek er op welke plek wordt toegepast. Voor de omgevingsvergunning wordt dit, op basis van voornoemd onderzoek, nader uitgewerkt. Tijdens het heien worden continu de trillingen gemeten.

Nr.

Zienswijze hoogteverschil-wateroverlast

Antwoord

3.

31

1.

Na de aanleg van de tijdelijke Albert Hein met bijbehorende parkeerterrein hebben indieners veel wateroverlast ervaren. Er is sprake van een hoogteverschil tussen de bestaande tuinen en het te ontwikkelen perceel Sonneborn. De vraag wordt gesteld hoe dit wordt voorkomen en of dit gerealiseerd kan worden door een achterom?

De overlast die nu ervaren wordt, komt voort uit het recente gebruik van het terrein in combinatie met de extreme regenval van de afgelopen maanden. Dit is een tijdelijke situatie voortvloeiend uit het gebruik door de Albert Heijn vestiging. Het nieuwe plan is zo ontworpen dat voldaan wordt aan de gestelde eisen met betrekking tot de drooglegging en de eisen die gelden voor waterberging en het drooghouden van de nieuwbouw bij extreme buien gesteld door gemeente en het Hoogheemraadschap. Doordat deze eisen in de jaren strenger zijn geworden, betekent het eveneens dat de nieuwbouw qua aanlegpeil hoger komt te liggen dan de bestaande tuinen. Een andere eis is dat het nieuwe ontwerp niet tot nadelige gevolgen mag leiden bij bestaande woningen. Dit betekent dat de achterpaden tussen de nieuwbouw en bestaande tuinen, het water moeten afvangen en via een riool afvoeren naar de Spaarndamseweg-zijde van het plangebied. Op de locaties waar geen achterpad aanwezig is, wordt gekeken naar een andere oplossing. Dit is voor een deel afhankelijk van hoe de toekomstige bewoner zijn tuin inricht. Volledig verhard heeft natuurlijk een andere impact dan een groene tuin. Hiervoor wordt een oplossing ontworpen, die moet voorkomen dat het water uit nieuwe tuinen tot problemen leidt bij bestaande tuinen. Dit wordt in het vervolgtraject nader uitgewerkt.

Nr. 1.

Zienswijze achterom In het SPvE kregen alle bestaan de tuinen een achterom. In het stedenbouwkundig plan staan nu 2 patiowoningen ingetekend waardoor er geen achterom meer gerealiseerd kan worden en is daarmee voor een aantal adressen aan de Molukkenstraat niet in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Een achterom met een riolering zou de wateroverlast kunnen oplossen en het hoogteverschil kunnen overbruggen. Een achterom maakt de afstand tot de gemeentelijke parkeergarage korter. En maakt mogelijk om de kliko’s en fietsen uit de voortuin te halen ten gunste van een rustig straatbeeld. Verzocht wordt een achterom toe te voegen.

Antwoord In het SPvE is een achterom voor de bestaande woningen als een wens opgenomen (dus niet als eis). Bij het stedenbouwkundig plan is getracht zoveel mogelijk aan deze wens tegemoet gekomen. Alle nieuw te bouwen eengezinswoningen krijgen een directe ontsluiting naar het openbaar gebied. Waar bestaande woningen grenzen aan deze ontsluitingen, kan hiervan door omwonenden gebruik worden gemaakt. Dit is voor de meeste bestaande woningen het geval. Zo’n 5 adressen aan de Molukkenstraat hebben geen achterom, omdat de 2 patiowoningen (type C) niet aan de achterzijde, maar aan de zijkant worden ontsloten. Desalniettemin is ontwikkelaar VORM bereid, na afronding van de bestemmingsplanprocedure, met deze bewoners in gesprek te gaan over de verkoop van een strookje grond ten behoeve van een achterom.

32

2.

In het ontwerpbesluit van het Sonnebornterrein is aan de achterkant van een aantal huizen, geen rekening gehouden met een achterom. Door de realisatie van een brandgang krijgen wij de mogelijkheid in geval van een calamiteit de woning aan beide kanten te verlaten.

3.

Er is aan de achterkant van de Obistraat een nieuw achterom in het ontwerp getekend. Er is ook een oude, dus eigenlijk 2 naast elkaar. De projectontwikkelaar wil de grond zo efficiënt mogelijk benutten en zo veel mogelijk grond aan de toekomstige huiseigenaren toe te kennen. Mijns inziens kan er 1, namelijk de oude achterom ook gebruikt worden voor de nieuwe huizen. Daardoor blijft er grond over en dat uitgeruild kan worden met een achterom van een gedeelte van de 4 of 5 huizen aan de Molukkenstraat. (Nummers 38 t/m 44 geen en nummer 36 de helft)

In de huidige situatie is ook geen sprake van een achterom. Dit komt in stedelijke gebied regelmatig voor. Er bestaat hier ook geen noodzaak toe. Aan de wijziging van het stedenbouwkundig plan liggen ruimtelijke en financiële keuzes ten grondslag, waarbij een aantal bestaande woningen wel en een aantal woningen geen achterom hebben gekregen. Het belang van VORM om het gekozen woningtype inclusief tuin te kunnen realiseren, wordt zwaarder gewogen dan het belang van indiener om op de grond van VORM een achterom te verkrijgen. Zoals hierboven al is aangegeven is VORM bereid met deze bewoners hier verder over in gesprek te gaan na afronding van de bestemmingsplanprocedure. De ‘oude achterom’ is niet in eigendom van VORM en geeft daarmee sowieso geen zekerheid of de nieuwe bewoners hiervan gebruik mogen maken. Daarnaast is het de bedoeling dat de nieuwe woningen een directe ontsluiting naar het openbaar gebied binnen het plangebied krijgen.

3. Wijzigingen op voorstel van het college Toelichting 1. Hoofdstuk 2 Ontwikkeling 2. 3.

Hoofdstuk 4 Milieu- en Omgevingsaspecten Hoofdstuk 5 Juridische Aspecten

4.

Bijlagen bij Toelichting

Verbeelding 1. Bouwaanduiding

Aanpassing Paragraaf 2.2.3 Stedenbouwkundig plan: aantal en % woningen voor vrouwenopvang in tabel en tekst is aangepast na wijziging programma. Paragraaf 4.14.1 Cultuurhistorie, stedenbouw en zichtlijnen: afbeelding hoogteaccenten is aangepast Paragraaf 5.1.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels: toelichting artikel 10 aangevuld met beschrijving voorwaardelijke verplichting voor natuurdak en inrichtingsplan . Bijlage 2 Stedenbouwkundig plan geactualiseerd met aangepaste kaart afbeelding hoogteaccenten Spaarndamseweg Aanpassing Specifieke bouwaanduiding galerij bij deel zorgwoningen naast Floresstraat 111 ivm borging bouwplan in relatie tot privacy toegevoegd. 33

2.

Gebiedsaanduiding

3.

Gebiedsaanduiding

Regels

Aanduiding ‘overige zone - voorwaardelijke verplichting natuurdak en aanduiding 'overige zone voorwaardelijke inrichtingsplan' toegevoegd. Aanduiding ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting inrichtingsplan’ toegevoegd Aanpassing

1.

Hoofdstuk 1 Begrippen Art. 163 natuurdak

2.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Art 5.3 afwijken bouwregels

3.

Art. 7.3 sub a

4.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Art. 10.1.1 sub g bouwregels

5.

Art. 10.1.3 onder 1 VW Geluid

6. 7.

Art. 10.1.3 onder 4 VW Stikstof Art. 10.1.3 onder 5 VW Natuurdak

8.

Art. 10.1.3 onder 8 VW Inrichtingsplan

9.

Bijlagen regels

Beeldkwaliteitsplan 1. Algemeen 2. Afbeelding pagina 6 3. Deelgebieden pagina 9

Begripsbepaling toegevoegd ten behoeve van voorwaardelijke verplichting art 10.1.3 lid 6

In de bestemming Tuin-2 was voor de vrouwenopvang een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een fietsenberging. De berging wordt in het hoofdgebouw geïntegreerd. Daarmee is de ontheffing niet langer nodig. Het minimale percentage dat uitsluitend mag worden gebruikt voor sociale woningen is aangepast van 45 naar 43 % (afgerond) in verband met wijziging van de aantallen woningen voor vrouwenopvang.

In verband met beperken invloed privacy toegevoegd: ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding galerij' mogen vanaf de eerste verdieping uitsluitend galerijen worden gebouwd; Lid d toegevoegd: Op aanvraag kan toestemming worden verleend om, in plaats van het bepaalde onder c, een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel wordt ten minste hetzelfde resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan bijlage 1 van de regels (ipv aan bijlage in toelichting) Ter borging van de aanleg van natuurdaken is de planregel ‘voorwaardelijke verplichting natuurdak’ toegevoegd. Ter borging van de uitvoer van het inrichtingsplan is de planregel ‘voorwaardelijke verplichting inrichtingsplan buitenruimte’ toegevoegd. Bijlage 1: Aeriusberekening aanlegfase toegevoegd Bijlage 2:Inrichtingsplan buitenruimte toegevoegd

Aanpassing Diverse ondergeschikte tekstuele verbeteringen Aangepast naar laatste stand van zaken ontwerp. Volgorde en titels deelgebieden aangepast 34

3.

Appartementen/ Duplexen F pagina 23

4.

Poorten/ entrees pagina 24

5.

Meubilair pagina 35

Stedenbouwkundig plan 1. Afbeeldingen Hoogteaccenten en bouwblokkenstructuur pagina 15

Toegevoegd: Uitstekende gevelelementen zoals luifels, balkons en overstekken: geven een verbijzondering van de architectuur of zijn er een integraal onderdeel van; materialisatie sluit aan op materiaal en kleurpalet van de architectuur. Toegevoegd: Aan Spaarndamseweg De individuele entrees aan de Spaarndamseweg zijn onderdeel van de parcelering van de die de individualiteit van de verschillende wooneenheden benadrukt. De collectieve entrees onderscheiden zich van de individuele entrees door een afwijkend materiaal, kleurgebruik en of afmeting. Toegevoegd onder Architectuur: Strooilicht dient te worden voorkomen om de hinder voor de fauna te beperken. Gebouwen worden dan ook niet specifiek aangelicht. Toegepaste armaturen worden in samenhang met de overige verlichting en architectuur gekozen.

Aanpassing De afbeeldingen zijn aangepast overeenkomstig de bestaande bebouwing.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14312148/1