CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van beantwoording

gemeenteraad 18 december 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen23.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Graag reageert de Provincie op het ontwerpwarmteprogramma van de gemeente Haarlem. Introductie

Bedankt voor de complimenten. Er is inderdaad grondig analysewerk uitgevoerd door verschillende onafhankelijke adviesbureaus. Bovendien hadden we goede ondersteuning, zoals de deskundigheid vanuit het Servicepunt Duurzame Energie, NPLW en de Startanalyse. We hebben daardoor vertrouwen in het resultaat.

De provincie Noord-Holland is gevraagd om een reactie te geven op het ontwerp-warmteprogramma van de gemeente Haarlem. De Provincie heeft geen formele rol in het kader van de warmtetransitie. Bij de komst van de wet collectieve warmte krijgt de provincie een beperkte rol, maar deze wet is nog niet van kracht. Dit betekent dat de reactie van de provincie vrijblijvend van aard is.

Het Warmteprogramma is de start van een uitvoeringsprogramma en alhoewel we regelmatig overleg hebben met relevante gemeentes over specifieke warmtebronnen, wordt regionale samenwerking de komende tijd alleen maar belangrijker. We nemen het advies graag over om het komende half jaar de verdere uitwerking van aquathermie en grote warmtebronnen zoals datathermie en geothermie (voor het Globaal Kavelplan) goed af te stemmen met de omliggende gemeentes. Alhoewel nog niet duidelijk is of en waar geothermie in Haarlem mogelijk is (we hebben nog 3-D seismisch onderzoek nodig), lijkt het ons inderdaad heel zinvol om te onderzoeken of een gezamenlijke bron mogelijk is.

Reactie

De PlanMER heeft ons veel inzichten gegeven in mogelijke milieueffecten en ook in de mitigerende maatregelen. Voor de uitvoering is het plan om de mitigerende maatregelen in een praktisch overzicht te zetten, zodat die makkelijk toe te passen zijn in de Wijkwarmteplannen.

De gemeente Haarlem is bij het tot stand komen van het warmteprogramma niet over één nacht ijs gegaan. Er is voor alle wijken een goed onderbouwde duurzame warmtevoorziening in beeld gebracht waarbij de robuustheid van oplossingen op wijkniveau getoetst zijn aan de hand van de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving en waarbij, in het

Alhoewel we zien dat veel bewoners en ondernemers zelf al stappen zetten met isoleren en aardgasvrije warmtevoorzieningen, onderschrijven we dat een goede ondersteuning en ontzorging nodig is in de uitvoering van de Wijkwarmteplannen, zodat iedereen mee kan komen. Die aanpak wordt nu verder uitgewerkt en zal verder verbeterd worden in het proces met bewoners/ondernemers in de eerste Wijkwarmteplannen.

35

Bijlage C: Nota van beantwoording geval van afwijkingen, is nagegaan wat de verklaringen van deze afwijkingen zijn. Ook heeft de gemeente Haarlem niet alleen de planning in beeld gebracht van de wijken waar de komende 5 jaar wordt gestart met het verduurzamen van de warmtevoorziening, maar heeft de gemeente ook alvast een planning gemaakt tot 2040 (het jaar waarin de gemeente energieneutraal wil zijn) waarin terug te vinden is wanneer andere wijken worden aangepakt. Deze planning is niet alleen belangrijk om inwoners de tijd te geven om zich voor te bereiden op deze warmtetransitie, maar ook voor het netwerkbedrijf Liander is het prettig omdat dit het bedrijf inzicht geeft in welke mate het elektriciteitsnet moet worden verzwaard en wanneer aanpassingen van het net moeten zijn afgerond.

De gemeente werkt intensief samen met Liander/Tennet aan het elektriciteitsnetwerk en heeft met Liander een convenant afgesloten om de Wijkwarmteplannen gezamenlijk te programmeren. We zien inderdaad ook mogelijkheden om met slimme aansturing van het warmtenet netcongestie te verminderen door op piekmomenten warmte te maken met e-boilers en dat op te slaan in warmtebuffers. Dat is één voorbeeld van hoe het warmtenetwerk en het elektriciteitsnetwerk elkaar kunnen versterken en er zijn vast meer kansen. In het Globaal Kavelplan en in Wijkwarmteplannen zullen we de samenhang met de kennis van nu zo goed mogelijk zoeken. We zijn daarom blij met de samenwerking met Liander en Firan.

Tevens is goed onderzoek gedaan naar de mix van warmtebronnen die worden ingezet om de warmtevoorziening te verduurzamen. Uit deze analyse blijkt dat er in de omgeving voldoende warmte voor Haarlem beschikbaar is. Uit het warmteprogramma is niet op te maken of ook overleg heeft plaatsgevonden met omliggende gemeenten. Mocht dat niet het geval zijn, dan wordt geadviseerd dat wel te doen. Zo bestaat de kans dat deze gemeenten ook van plan zijn gebruik te maken 36

Bijlage C: Nota van beantwoording van aquathermie als warmtebron en dat hiermee het maximum dat mag worden onttrokken wordt overschreden. Een ander voorbeeld is het gebruik van warmte van datacenter CyrusOne. Dit bedrijf ligt in de gemeente Haarlemmermeer waardoor afstemming gewenst is. Bij de ontwikkeling van geothermie als bron kan het ook zinvol zijn om met omliggende gemeenten af te stemmen. Wellicht is het mogelijk om gezamenlijk een bron te ontwikkelen, waardoor eerder het minimaal aantal woningen wordt bereikt om een geothermiebron rendabel te exploiteren. Het verduurzamen van de warmtevoorziening heeft een positieve impact op de CO2-uitstoot en op de luchtkwaliteit. Afhankelijk van het type duurzame warmtevoorziening kunnen er echter ook negatieve effecten optreden. De impact op de omgeving is dan ook onderzocht met een PlanMER. Tevens zijn maatregelen benoemd (zogenaamde mitigerende maatregelen) waarmee de negatieve impact zoveel mogelijk wordt beperkt. Deze maatregelen zijn niet opgenomen in het hoofdrapport maar terug te vinden in de bijlage. Aangegeven is dat bij de nadere uitwerking van de verduurzaming van de warmtevoorziening in de wijkwarmteplannen, dat deze mitigerende maatregelen daar onderdeel van zullen uitmaken.

37

Bijlage C: Nota van beantwoording

De gemeente Haarlem heeft goed nagedacht over de uitvoering van het warmteprogramma en heeft hiervoor diverse voorbereidingen getroffen. Zo heeft de gemeente samen met Firan het Warmtebedrijf Haarlem opgericht, het bedrijf dat de warmtenetten in Haarlem gaat ontwikkelen en exploiteren. Ook biedt de gemeente ondersteuning aan bij het verduurzamen van wijken waar warmtepompen zijn voorzien. Dat is belangrijk want het is voor de meeste inwoners complexe materie. Op velerlei manieren hebben de inwoners de mogelijkheid gekregen om gedurende het proces van het opstellen van dit concept warmteprogramma om, tijdens inspraakbijeenkomsten en dergelijke, mee te denken over duurzame warmteoplossingen. Als sluitstuk op de inspraak ligt het concept warmteprogramma nog tot en met 12 november 2025 ter inzage, zodat iedere belanghebbende, die geen tijd heeft gehad om naar het grote aantal georganiseerde bijeenkomsten te komen, alsnog schriftelijk kan reageren. Er zijn nog een paar zaken die aandacht vragen. Zo ligt de focus van het warmteprogramma nu op het verduurzamen van de warmtevoorziening, zoals ook is afgesproken in het klimaatakkoord. Landelijk is echter 38

Bijlage C: Nota van beantwoording een trend gaande om de type energievoorzieningen (elektriciteit, warmte, duurzaam gas en opslag) niet apart maar als één integraal energiesysteem te beschouwen. Tevens is de verwachting dat het energiesysteem de komende jaren verandert van een centraal gestuurd energiesysteem naar een decentraal energiesysteem waarbij warmte- en elektriciteitsvraag en warmte- en elektriciteitopwek (inclusief opslag) lokaal zoveel mogelijk in balans worden gebracht. Daarnaast zal het aantal elektrische auto’s verder toenemen. Deze ontwikkelingen zullen van invloed zijn op de energievoorziening van de stad en de wijze waarop inwoners energiegebruiken. Hoewel op dit moment de impact van deze ontwikkelingen bijna niet te bevatten zijn, is het wellicht mogelijk om bij de uitwerking van de wijkwarmteplannen zoveel als mogelijk ook deze ontwikkelingen mee te nemen.

39

Bijlage C: Nota van beantwoording 19. Buurtinitiatief de Groene Planeet, annex werkgroep Duurzaamheid van de wijkraad/het wijkplatform Planetenwijk Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker uit dank voor het opstellen van het Warmteprogramma en de mogelijkheid hierop in te spreken. Opmerkingen van de inspreker zijn erop gericht het Warmteprogramma te verbeteren en de warmtetransitie mogelijk te maken: Algemene opmerkingen: Warmteoplossingen worden doorgerekend op aangenomen situaties. Er is een kans dat de praktijk anders is en/of zich anders ontwikkeld richting de toekomst en deze plannen dus niet aanslaan, waardoor het veel duurder wordt. Het perspectief van risico’s en beheersing (politiek i.p.v. techniek) ontbreekt. 2. Het Warmteprogramma lijkt beperkt in keuzes (warmtenet of warmtepomp) en is gebaseerd op de huidige stand der dingen. Welke alternatieven zijn er om woningen te verduurzamen? Kunnen we met dezelfde investeringen woningen beter isoleren, energiebehoefte reduceren waardoor andere (energiearme) warmteoplossingen mogelijk worden? 1.

Hartelijk dank voor de complimenten op het warmteprogramma. Hieronder volgt een puntsgewijze reactie op uw opmerkingen: 1. Dit Warmteprogramma geeft oplossingsrichtingen op gebiedsniveau. Bovendien is gerekend met een onzekerheidsmarge van plus en min 20%. Om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen, wordt dit Warmteprogramma om de vijf jaar herijkt. In opvolging van het Warmteprogramma vindt een buurten wijkgerichte uitwerking plaats in de Wijkwarmteplannen zodat rekening gehouden kan worden met actualiteiten en voortschrijdend inzicht. Ook is betaalbaarheid opgenomen als een van de uitgangspunten van het Warmteprogramma. De gemeente waakt dan ook dat de stap naar aardgasvrij financieel haalbaar is en blijft voor alle gebouweigenaren. In de Wijkwarmteplannen wordt de betaalbaarheid nader uitgewerkt en wordt met de buurt en samenwerkingspartners bepaald wat (aanvullend) nodig is om de betaalbaarheid te borgen. 2. Het Warmteprogramma geeft hoofdoplossingsrichtingen op gebiedsniveau: middentemperatuurwarmtenet, individueel of kleinschalig collectief en zeer-lage-temperatuur (ZLT) warmtenetten in ontwikkelzones. Voor de warmtenettechnieken is in de analyses gekeken naar verschillende bronnen en voor individuele technieken is gekeken naar luchtwaterwarmtepompen en bodemwarmtepompen.

Het Warmteprogramma geeft een richting die belangrijk is voor de hoofdinfrastructuur; verzwaren elektriciteitsnetwerk of warmtebuizen leggen. In de Wijkwarmteplannen onderzoekt de gemeente samen met de buurt en samenwerkingspartners welke nadere techniek(en) binnen die hoofdrichting het beste bij de buurt en/of woning past. Voor alle gebouweigenaren geldt dat zij altijd zelf de keuze hebben om op eigen initiatief de stap naar aardgasvrij te maken, los van de oplossingsrichting per gebied die in het

40

Bijlage C: Nota van beantwoording 3.

Dit vormt de start om samen met bewoners woningen aardgasvrij te maken. Bewonersparticipatie is cruciaal. Dit wordt nu onvoldoende gefaciliteerd (droge materie), dit kan beter met toegankelijke taal en uitleg.

Inhoudelijke punten: Bronnen voor het midden- tot hoge temperatuur warmtenet zijn schaars. Bijna voor alle bronnen is het nodig om "op te waarderen", elektra voor nodig. Dat zijn dan dus ook all-electric oplossingen, omdat restwarmte met hoge temperatuur ontbreekt. Hoe efficiënt is dat en is de elektriciteit beschikbaar? En daarnaast dus alsnog gasgebruik voor piekopvang, met (alsnog) CO2-uitstoot. Dat is een hybride oplossing, geen aardgasvrij. 5. Geothermie kost ca. 1,5 voetbalveld ruimte voor ca. 5.000 tot 7.000 woningen. Is die ruimte overal beschikbaar? Bovendien levert geothermie warmte van de aarde in de atmosfeer. Welke impact heeft dat op opwarming van de aarde en dus hittestress? 6. Spaarndam ontbreekt in de plannen. Hier zijn vast aquathermie kansen, ook is er sprake van lastige bebouwing en ondergrond. 7. Betaalbaarheid is een groot risico, blijkt ook uit het rapport van TNO. Hoe wordt betaalbaarheid geborgd door de gemeente/het college van B&W? 4.

Warmteprogramma is genoemd. 3. Dank voor uw tip. De gemeente onderschrijft het belang van bewonersparticipatie en heldere communicatie met inwoners. Bij het opstellen van Wijkwarmteplannen wordt een intensief participatie traject opgezet waarin de buurt en de samenwerkingspartners worden betrokken. Om het Warmteprogramma sprekender te maken voor de inwoner, werkt de gemeente voor verschillende situaties bewonerservaringen uit (als een stappenplan richting aardgasvrij worden). Deze klantreizen zijn toegevoegd in Bijlage B.3 bij het Warmteprogramma.. 4. Behalve warmte van geothermie moet de warmte uit de overige bronnen (data-warmte, oppervlaktewater, rioolwater) inderdaad opgewaardeerd worden naar minimaal 70- graden. Dat kan met een slimme combinatie van warmteopslag en industriële warmtepompen. In tegenstelling tot warmtepompen van huishoudens worden die installaties aangesloten op het midden-spanningsnet of zelfs hoogspanningsnet en ondersteunen zo elektriciteitsnetwerk. Met een warmtenet hebben we de mogelijkheid om in tijden van overschot van elektriciteit warmte te maken en op te slaan. De regionale netbeheerder, Liander, heeft meegewerkt aan het opstellen van dit Warmteprogramma. Bij het ontwikkelen van bronnen en het eventueel opwaarderen van warmte wordt verder met Liander en TenneT afgestemd over de regionale elektriciteitsvoorziening en de netcapaciteit.

Het gebruik van gasketels voor piekbelasting en back-up is de norm bij warmtenetten. Dit betreft slechts een klein deel van het totale energiegebruik op jaarbasis. In deze fase van de energietransitie zijn dat in de regel ketels die gebruik maken van aardgas. In een later stadium van de energietransitie moeten deze ketels vervangen zijn door aardgasvrije technieken, denk bijvoorbeeld aan groengas, waterstofgas, warmtebuffers, extra warmtepompen of E-boilers. 5. Voor één geothermielocatie is tijdens de bouw ongeveer één voetbalveld aan ruimte nodig, maar als het klaar is veel minder (circa de helft). Bovendien bedient één geothermieput niet 5.000 woningen, maar is aanleg en exploitatie pas interessant vanaf 5.000 woningen. Deze ruimte is niet overal beschikbaar. De komende periode gaan we dit verder uitwerken met Warmtebedrijf Haarlem. In het nationale 41

Bijlage C: Nota van beantwoording Warmtenetten hebben een onrendabele top, bovendien verandert door klimaatverandering de warmtevraag (oftewel inkomsten voor exploitant warmtenet dalen). Wie draait op voor deze kosten, welke risico’s zijn er en hoe mitigeren we deze? 9. De nationale deadline voor gemeentelijke Warmteprogramma’s verschuift één jaar. Ook is de verwachting dat richtlijnen/rekenregels in 2026 verschuiven. Hoe en wanneer worden deze aanpassingen opgenomen en verwerkt? 10. Na dit Warmteprogramma komen wijkplannen. Inspreker merkt op hierbij rekening te houden met samenhang met andere ontwikkelingen en programma’s die erop gericht zijn woningen e/o woonwijken te verbeteren. 11. Betaalbaarheid staat behoorlijk centraal, is vaak opgeschreven Top, is ook nodig: je doet de kiezers graag een plezier. Helaas wijst nog weinig erop dat die betaalbaarheid vanzelf goedkomt. Wat gaat het college doen om de betaalbaarheid mogelijk te maken? Dat lukt niet alleen met een efficiënte uitvoering. 12. Hoeveel warmte heeft Haarlem nodig en waar halen we dat vandaan? Afweging: investeren in isoleren of warmtebronnen? Waar komen deze keuzes, dilemma’s, afhankelijkheden in beleid 8.

Klimaatakkoord is afgesproken dat geothermie een schone en duurzame bron is. Geothermie is bovendien strikt gereguleerd vanuit het Staatstoezicht op de Mijnen, onderdeel van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Voor de voorgestelde warmtetechnieken in het Warmteprogramma zijn de milieueffecten beoordeeld. Deze PlanMER, zoals dat heet, is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau en wordt getoetst door de onafhankelijke commissie MER. De warmte die via de woningen in de lucht komt uit bodemwarmte is niet te verwarren met het effect van broeikasgassen, zoals CO2. Tot slot is voor een geothermieontwikkeling nog een aparte milieueffect beoordeling vereist. 6. In het Warmteprogramma is aangegeven dat Spaarndam individuele of kleinschalige collectieve oplossing krijgt. In de Wijkwarmteplannen onderzoeken we dit verder, waaronder ook de kansen voor aquathermie in dit gebied als onderdeel van een eventuele kleinschalige collectieve oplossing. 7. Betaalbaarheid is een van de vier uitgangspunten van dit warmteprogramma. De gemeente waakt dan ook dat de stap naar aardgasvrij financieel haalbaar is voor alle gebouweigenaren. En dat er sprake is van een redelijke verhouding tussen kosten en baten (zie ook paragraaf 2.2. van het ontwerpWarmteprogramma).

In de Wijkwarmteplannen wordt de betaalbaarheid nader uitgewerkt en wordt met de buurt en samenwerkingspartners bepaald wat (aanvullend) nodig is om de betaalbaarheid te borgen. Op dit moment zijn er al nationale subsidies, zoals de ISDE en SVVE subsidies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor woningeigenaren. Ook heeft de gemeente extra subsidie voor isolatiemaatregelen. Woningeigenaren die daarvoor in aanmerking komen krijgen begin volgend jaar een brief. Op de webpagina Hulp en advies van de gemeente (link) is een overzicht te vinden van loketten, energiecoaches en handige tips bij verduurzaming. 8. Op dit moment is de businesscase voor het aanleggen van warmtenetten zelden sluitend zonder subsidie voor de aanlegfase. Dat komt mede omdat het belangrijk is om warmtetarieven zo laag mogelijk te houden en de eenmalige aansluitbijdrage voor een aansluiting ook. Daarom zijn er extra instrumenten en subsidies vanuit het Rijk nodig om de eenmalige aansluitkosten voor gebouweigenaren betaalbaar te houden. Hier voorziet het college, net als vele andere gemeenten in Nederland, een belangrijke rol voor 42

Bijlage C: Nota van beantwoording terug? En welke alternatieven zijn er om aardgasvrij een succes te maken? 13. Bij werken in een wijk, meteen bewoners uit andere wijken mee laten kijken. Hiermee ontstaat een leercurve in de stad. 14. Hybride wordt nog gemist, behalve in de warmtenetten (sic). Het kan helpen om ervaringen op te doen en zicht te bieden over isolatiebehoefte. Inhoudelijke onderdelen die opvallen: 15. Raming van de kosten of onderbouwing van

prioritering ontbreekt. Het lijkt vooral te bestaan o.b.v. samenwerking met wooncorporaties om warmtenet aan te (kunnen) leggen. Prima keuze, maar zet het erin. Maak het een document met transparantie voor bewoners! 16. Blz.6 (1.2) inpassing in boven- en ondergrond. Alle ramingen ontbreken, welke dilemma's zijn er zoal te verwachten? 17. Welke mogelijkheden zijn er om te sturen naar een betere netcapaciteit (blz.9 onderaan). Warmte vraagt ook om "huisjes", de WOS-en (warmteoverslagstation, blz.10) Passen die dan beter e/o makkelijker dan transformatorhuisjes? 18. Verbruik kent voor relatie met gedrag (bedienen van de thermostaat) en helaas minder dan

het Rijk. Benodigde Rijksinstrumenten zijn o.a. de Warmtenetten InvesteringsSubsidie (WIS), de prijsgarantie voor eindgebruikers, de garantieregeling warmtenetten en de Subsidie Warmtenet Inpandige Kosten (SWIK). Deze instrumenten en subsidies worden momenteel door het Rijk ontwikkeld. Samen met het Warmtebedrijf Haarlem werkt de gemeente aan verdere risicobeheersing bij de aanleg en exploitatie van warmtenetten. 9. Het Warmteprogramma is een herijking van de Transitievisie Warmte die begin 2021 is vastgesteld. Gemeentes zijn verplicht hun Transitievisies Warmte (en hierop volgend hun Warmteprogramma’s) om de vijf jaar te herijken, zodat ingespeeld kan worden op nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht. Het opstellen van Wijkwarmteplannen vormt het startschot om te starten in een wijk of buurt. In deze Wijkwarmteplannen is ook voldoende ruimte om eventuele nieuwe inzichten en de rekenregels mee te nemen bij het aardgasvrij maken van het gebied. 10. Gemeente, woningcorporaties en Liander hebben een samenwerking voor de integrale programmering om zo veel mogelijk werk te koppelen en anders de verschillende opgaven in een juiste volgorde te doen. Hieruit volgt de planning van buurten. Bij het opstellen van Wijkwarmteplannen wordt nogmaals gekeken welk werk wel en welk niet gecombineerd kan worden in een gebied. 11.

Zie punt 7 bij deze beantwoording voor een nadere toelichting op dit onderwerp. Daarnaast heeft de gemeente een collectieve isolatieaanpak met een gemeentelijke subsidie bovenop de ISDE subsidie. Deze subsidie is bedoeld voor huishoudens met een woning met een WOZ waarde onder het gemiddelde van Haarlem. In de individuele gebieden willen we bovendien zo goed mogelijk aansluiten bij de natuurlijke momenten, zoals einde levensduur van CV-ketels en kookstellen op gas. 12. De Bijlagen bij het Warmteprogramma bevat een uitgebreid antwoord op uw vraag. In de bijlage A.5 staan 2 rapporten met een uitwerking van de bronnenstrategie. Daarin staat hoeveel warmte nodig is voor het warmtenetgebied. In het rapport in bijlage A.4 staat hoe de afweging is gemaakt. In de Wijkwarmteplannen worden de voorkeuren verder uitgewerkt en uiteindelijk wordt de keuze vastgelegd 43

Bijlage C: Nota van beantwoording gewenst met techniek. Het is dus ook een sociaalmaatschappelijk vraagstuk, niet slechts een technische overweging. Dit wordt paar keer overgeslagen. 19. Er zit weinig winst in werk-met-werk, blijkt in de praktijk helaas. Winst is vooral minder overlast omdat de straat maar 1 keer open gaat. Dat is ook waarde, maar geeft geen positieve business case. 20. Blz.35, figuur met kosten voor diverse warmte: Lijkt me dat de onderhouds- en energiekosten (pompen) voor warmtenetten ook stijgen. Dus de grafiek komt (erg) ongeloofwaardig over 21. Blz.36, afbeelding: wie is/zijn AvA? Ik kan het nergens vinden 22. Blz. 38, 4.5.2: schier eindeloze stroom aan doelgroepen Hoe zorgen we dat mensen in de doelgroepen het overzicht krijgen/houden op de mogelijkheden die voor hen beschikbaar zijn? (subsidie-oerwoud). Wie organiseert dat? 23. Blz.39, H5: uitvoering en samenwerking Laten we wel zijn: het wordt pas kritiek/interessant als er een trafo of WOS voor je deur komt. Maar alle discussie op dat moment, vertraagt de warmtetransitie. Het warmteprogramma kan helpen om bewoners op tijd te motiveren om mee te doen, geef er een mooie vormgeving aan?!

in het Omgevingsplan. 13. Bedankt voor de tip. We starten de uitvoering in een wijk of buurt met het opstellen van Wijkwarmteplannen. Bij het opstellen van Wijkwarmteplannen vindt inwonerparticipatie plaats. Lessen die we leren uit het opstellen van de Wijkwarmteplannen borgen we in de gemeentelijke organisatie en via de contacten die er zijn met andere bewonersinitiatieven in de gemeente. We zoeken hierbij naar de balans tussen het vroegtijdig meenemen van inwoners die dat willen en bewoners activeren op het moment dat van hun inbreng of handelen wordt gevraagd. Hiermee borgen we dat we leren van ervaringen in de buurten en wijken waarin we starten. Op vrijdag 7 november is ook het platform Duurzaamheid opgericht. Dit is een platform voor buurtinitiatieven die in hun buurt bezig zijn met de energietransitie. Dit platform biedt de mogelijkheid tot onderlinge kennisdeling en samenwerking met de gemeente, bijvoorbeeld ten aan zien van de planning en uitvoering van het warmteprogramma. Ook zijn de 12 actieve buurtinitiatieven actief betrokken bij de isolatie inkoop acties in de buurten. 14. Hybride warmtepompen kunnen in sommige gevallen een logische tussenstap zijn naar een volledige aardgasvrije manier van verwarmen en koken. Hybride warmtepompen, zijn zoals het begrip al aangeeft, niet volledig aardgasvrij.

Zie ook inspraakreactie nummer 13 van deze Nota van beantwoording in welke situatie een hybride tussenstap interessant kan zijn. 15. De prioritering is gemaakt op basis van de programmering van groot onderhoud aan de riolering/straat in de warmtenetgebieden en op basis van de volgorde van de wijkaanpakken van Liander in de volledig elektrische gebieden. In de tabel in bijlage A.2 zijn kosteninschattingen gegeven, maar ramingen worden pas gemaakt door te ontwerpen tijdens de Wijkwarmteplannen. 16. Deze passage uit het Warmteprogramma heeft betrekking op de bovengrondse en ondergrondse ruimteclaims van het Warmteprogramma. Hier valt te denken aan de ruimte die benodigde is voor distributie- en transportleidingen van het toekomstig warmtenet alsook de bovengrondse ruimte voor warmteoverdrachtstations. Verzwaring van het elektriciteitsnet, met inbegrip van extra 44

Bijlage C: Nota van beantwoording 24. blz.41, H5.3. Geef partijen die later aan de beurt

komen alvast een plek "op de tribune", zodat het leren begint voordat zij aan de beurt zijn. Wat te verwachten, samen alvast lessen & successen creëren om samen vooruit te komen. Opmerkingen specifiek voor Planetenwijk, initiatief De Groene Planeet 25. Start Burgemeesterskwartier verwarrend. Wel

figuur 1 in bijlage A.1, niet in de tabel ernaast. Overigens meer verwarring, omdat overzichten verspreid staan: in het document in tabel A.1 op pag. 50 Sterrenbuurt en Schotervlieland vanaf 2030-2035. Idee om alle datums toegankelijk bij elkaar op te schrijven? 26. 5 P10328 – Bijlage A1, Tabel warmteprogramma: Welke tijdsperiode wordt gehanteerd voor afname warmtevraag? Grote warmteleveranciers rekenen nu met 1,5% afname per jaar. Dat telt over de looptijd van een business case (ca. 30 jaar) op tot ruim 35% reductie en afnemende inkomsten. Er lijkt ook verschil te zijn in de warmtevraag tussen buurten met een warmtenet en individuele oplossingen. Welke berekeningen leiden tot deze uitkomst? 27. Afgezien van de opmaak: wat is het verschil tussen bijlagen A.1 en A.2?

transformatorhuisjes en onderstations horen ook bij deze opgave. Ook voor (warmte-)bronontwikkeling is ruimte nodig. In de Omgevingsvisie Haarlem 2045 is al ruimte gereserveerd waar de gemeente al weet dat nodig is, zoals in de Waarderpolder en het oostelijk landschap. Na vaststelling van dit Warmteprogramma gaat de gemeente verder aan de slag met het inzichtelijk maken van deze ruimteclaims en zo nodig met het maken van reserveringen. 17. Netbeheerders TenneT en Liander zijn verantwoordelijk voor het elektriciteitsnet in Haarlem. Zij zijn de bij wet aangewezen organisaties die zorgen voor een veilig en betrouwbaar elektriciteitsnet. De gemeente Haarlem is continue met de netbeheerders in gesprek over ontwikkelingen op het elektriciteitsnet. De netbeheerder heeft ook meegewerkt aan de totstandkoming van dit warmteprogramma. Door de nauwe samenwerking tussen netbeheerders en gemeenten zorgen we ervoor dat het elektriciteitsnet afgestemd blijft op de ontwikkelingen in de stad. Betreft de vraag over warmteoverdrachtstations (WOS-en), zie ook het antwoord op vraag nummer 16 bij deze inspraakreactie. WOS-en, transformatorhuisjes en onderstations vragen allen om zorgvuldige inpassing in de stad. 18. Dank voor uw reactie. Daar waar het Warmteprogramma het over energiebesparing heeft, wordt samen met grote- en kleine isolatiemaatregelen ook zeker de gedragscomponent bedoeld.

De gemeente onderschrijft het belang hiervan. We voegen dit toe aan het Warmteprogramma. 19. We lezen uw reactie als: werk-met-werk maken bij het integraal aanleggen van warmtenetten met bijvoorbeeld riolering (of andere opgaven waar de straat voor open moet). Ook het belang van één keer de straat open maken, is groot. Dit scheelt ten minste hinder als overlast. De signalen die we ontvangen uit andere delen van het land zijn dat integraal aanleggen ook economisch kan lonen. Vooral als de ruimte in de ondergrond schaars is, is het belangrijk om in samenhang de ondergrond te herschikken, zodat de warmtebuizen erin passen. De gemeente heeft ten doel om waar dat kan (in tijd, geld en overlast) integraal aan te leggen. In de wijken en buurten waar we starten gaat de gemeente dit, samen met het Warmtebedrijf Haarlem, nader onderzoeken. 45

Bijlage C: Nota van beantwoording 28. In bijlage A1 van het Warmteprogramma

document (wat bijlage 2 is), ontbreekt de Planetenbuurt. Deze lijkt over het hoofd te worden gezien. 29. In bijlage A.1 tabel warmteprogramma wordt het gemiddelde energielabel van Burgermeesterskwartier op F gezet. Wel is de huidige gemiddelde energievraag 113 kWh/m2. Dit komt neer op label A volgens diverse internetbronnen. Er moet worden geïsoleerd naar B/A maar er staat ook een energievraag van 85 kWh/m2, wat label A+ is. Waarom moet er nog verder geïsoleerd naar een lagere energievraag als de huidige warmtevraag al afdoende is voor een individuele oplossing? Opmerkingen bij Analyserapport Warmteprogramma een technisch-economische analyse 30. Dat buurtinitiatieven zijn betrokken, is nogal

stellig opgeschreven. De verzamelde buurtinitiatieven hebben een zeer korte toelichting gekregen over het opstellen van het warmteprogramma, zonder inhoudelijk overleg. Bij het uitvoeren van de voorbereidende onderzoeken is voor betreffende buurten ook individueel gesproken met de buurtinitiatieven, om ideeën en vondsten te verifiëren.

20. De figuur is een illustratie om aan te geven hoe de ontwikkeling van kosten grofweg kunnen verlopen. Het klopt inderdaad dat de warmtenet-lijn ook een beetje op zou moeten lopen. 21. AvA is een afkorting die staat voor: Algemene Vergadering van Aandeelhouders, in dit geval van het Haarlemse Warmtebedrijf. De aandeelhouders zijn in dit geval voor de ene helft de gemeente en voor de andere helft Firan. 22. Op de webpagina Hulp en advies van de gemeente (link) is een overzicht te vinden van loketten, energiecoaches en handige tips bij verduurzaming. Op deze website is ook per doelgroep te zien welke ondersteuning er beschikbaar is. Woningeigenaren kunnen ook terecht op de website van het Duurzaam Bouwloket: https://www.duurzaambouwloket.nl/haarlem. 23. We lezen uw opmerking als een oproep om inwonersparticipatie te organiseren rondom nieuwe, bovengrondse bouwwerken van het energiesysteem in wijken of buurten. De gemeente neemt deze opmerking mee bij het opstellen van Wijkwarmteplannen in de gebieden waar we starten met uitvoeren. 24. Zie het antwoord op vraag nummer 13 bij deze inspraakreactie. 25. Burgermeesterkwartier ontbrak inderdaad in de tekst naast de kaart. Dat is verbeterd. Ook de kaart in het Warmteprogramma is verbeterd. Nu is duidelijker te zien welke buurten de komende 5 jaar aan de beurt zijn voor het maken van een Wijkwarmteplan en welke daarna. 26.

Voor beide situaties wordt uitgegaan van 30 jaar. 27. Bijlage A.1 bevat een overzicht van buurten die in het volgende Warmteprogramma (2030-2035) waarschijnlijk de buurt zijn voor het maken van een Wijkwarmteplan. Gemeenten zijn verplicht het Warmteprogramma iedere vijf jaar te herijken. De twee tabellen in deze bijlage bevatten buurten waar we naar verwachting tussen 2030 – 2035 starten de uitvoering, oftewel met het maken van 46

Bijlage C: Nota van beantwoording 31. Omdat beleid nog vormt, blijven grote

ontwikkelingen uit. Het kan zijn dat nieuwe wetten bijdragen aan/ leiden tot ontwikkelingen. Hoe worden nieuwe mogelijkheden betrokken in de stappen die gemeente Haarlem zet? 32. Het gebied voor De Groene Planeet komt overeen met het werkgebied van wijkraad (platform) Planetenwijk, omdat het initiatief onderdeel is van de wijkraad. Dus groter dan PWO, ook de Sterrenbuurt hoort hierbij (PWW, vermoedelijk). 33. Warmtebronnen: we hebben nu een (energieslurpende) ijsbaan om de hoek. Wat nou als… er een waterpartij is (gemaakt wordt), speciaal voor TEO en daar zoveel energie uit wordt gehaald dat erop geschaatst kan worden? Dan kan bij de ijsbaan worden gebouwd op natuurlijk ijs en heeft de buurt regeneratie voor WKO@. 34. H3. CO₂-prestatie (pag.15) “De individuele LT- en collectieve ZLT-oplossingen hebben de hoogste CO₂-besparing (~87-92% ten opzichte van een individuele HR ketel). Collectieve LT-oplossingen scoren gemiddeld (~74-76%), gevolgd door diepe geothermie (MT; ~67%). De collectieve MTconcepten (DC, TEO, DK) scoren het laagst op dit criterium (60-61%).” Hier staat toch dat (Z)LT het beste resultaat heeft? Dan kunnen we ook inzetten op grootschalige woningverbetering,

Wijkwarmteplannen. Bijlage A.2 bevat informatie over gebieden waar nu, bij vaststelling van voorliggend Warmteprogramma, starten met het maken van Wijkwarmteplannen. 28. Niet genoemde buurten komen waarschijnlijk pas bij het Warmteprogramma daarna aan de beurt. Maar het kan ook zijn dat we bij het maken van het volgende Warmteprogramma toch eerder starten met de Planetenbuurt. 29. We hebben in het Warmteprogramma de labels losgelaten en allen de warmtevraag als leidend principe opgenomen. Bij Wijkwarmteplannen gaan we dit verder uitwerken voor de woningen die in de betreffende buurten staan. Verder is het een leidend principe om de woning comfortabel te verwarmen en geen verplichting. Het is geworden: Individuele gebieden - Om betrouwbaar met warmtepompen te kunnen verwarmen, moet de warmtevraag voor een gemiddelde tussenwoning worden teruggebracht naar ≈ 50 kWh/m²·jr (laagtemperatuur-niveau). 30. De buurtinitiatieven zijn op diverse manieren betrokken bij de ontwikkeling van het warmteprogramma. Per buurtinitiatief kan de vorm van participatie verschillend zijn geweest. De input die is opgehaald in de verschillende sessies die gevoerd zijn hebben we meegenomen in het opstellen van het Warmteprogramma. Denk hierbij aan het afwegingskader waarbij inspreker via de klankbordgroep aan zet is geweest. Deze input hebben we gewogen en verwerkt in het Warmteprogramma. 31.

Zie het antwoord op vraag nummer 16 bij deze inspraakreactie. 32. We zijn ons ervan bewust dat het initiatief De Groene Planeet de Planetenwijk en de Sterrenbuurt omvat. Wij gaan er hierbij vanuit dat PWO staat voor Planeten Wijk Oost en PWW Planeten Wijk West. Dank voor de toelichting. 33. Dank voor de tip. Inspreker onder nr.5 in deze Nota van Beantwoording heeft ook de potentie van de ijsbaan als restwarmtebron aangekaart. De gemeente gaat graag verder met u in gesprek over de 47

Bijlage C: Nota van beantwoording zonder laagrendement-middentemperatuurwarmtenetten 35. Prima overzichten (blz. 24 e.v.) maar allemaal gericht op bestaande woningbestand van warmte te voorzien en dat vraagt (veel) meer energie, inspanning en kosten dan voor goede/verbeterde woningen. Veel woningen worden bij verbouwingen en in gebruik al (sterk) verbeterd en welke energiebehoefte is er dan nog? Het energielabel van verkoop is na verbouwen door de nieuwe eigenaren meteen achterhaald. Grote kans dat er veel minder energie nodig is dan in alle berekeningen aangenomen, met (groot) risico dat er veel kosten niet worden terugverdiend. Wie- of hoe vangt de gemeente die kosten dan op? 36. Blz.41 “Voor onderhoud en beheer rekent de Warmtetool met een jaarlijkse kost gelijk aan 2% van de initiële investering” Zinvol om de bron van deze bewering te vermelden. Online wordt overal juist geprezen dan een bodemgebonden warmtepomp vooral in gebruik (onderhoud en verbruik) veel goedkoper is. 37. En zo zijn er nog meer aannames zonder bronvermelding. Verder ook goed om met bandbreedtes te werken, omdat aannames vooral de eigenschap hebben om op iets anders uit te komen dan bedacht. Kleine marges hebben veel

eventuele kansen van de ijsbaan als restwarmtebron. 34. Duurzaamheid en CO2 besparing is een van de speerpunten van de gemeente Haarlem in de energie- en warmtetransitie. Andere speerpunten zijn ook de betaalbaarheid en dat iedereen mee kan doen (even anders formuleren). Onderzoek heeft laten zien dat individuele lucht-waterwarmtepompen en MTwarmtenetten de laagste TNK hebben. ZLT-warmtenetten zijn in de meeste situaties significant duurder en beter toepasbaar voor de ontwikkelzones in Haarlem. Daarnaast zijn er andere afwegingen meegenomen (zie afwegingskader) om de keuze te maken voor MT-warmtenetten op plekken waar die van toegevoegde waar wordt geacht (ondanks de mindere CO2 vermindering). Overigens zijn alle technieken op termijn geheel aardgasvrij. 35. In het Warmteprogramma en onderliggende analyses is niet gerekend met (alleen) energielabels maar o.a. ook met daadwerkelijk verbruik. Daarnaast is in de analyses ook rekening gehouden met het verbeteren (isoleren) van woningen en dus een verminderde warmtevraag in de toekomst. Deze factoren worden meegenomen bij het berekenen van de toekomstige energievraag in een wijk of buurt en bijbehorende warmteoplossing. 36. De Warmtetool van DWTM baseert getallen op zowel landelijke kentallen (die ieder jaar geactualiseerd worden) en eigen ervaringscijfers. 37. Dank voor uw suggestie ten aanzien van het werken met bandbreedtes.

Er is gewerkt met een onzekerheidsmarge van plus en min 20% en er zijn verschillende gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. 38. Onderhoud staat er wel in. Opmerking is niet duidelijk. Mocht er toch nog een vraag over zijn, dan horen wij het graag. 39. Dank voor het meedenken. Wij zijn niet voornemens om voor de wijkraden en/of buurtinitiatieven eenzelfde convenant ‘Samen Verduurzamen we Haarlem’ op te stellen zoals opgesteld wordt in 48

Bijlage C: Nota van beantwoording uitwerking op grote aantallen (zoals woningen in een wijk en 30 jaar business case). 38. Blz.45: vastrecht ontbreekt. Kosten voor beheer en onderhoud van het netwerk . 39. Convenant Samen Verduurzamen we Haarlem, met de wooncorporaties: idee om dit ook met de wijkraden en initiatieven op te stellen? Zelfde doelstellingen!

samenwerking met de wooncorporaties. De buurtinitiatieven zijn een stakeholder aan tafel. Zij zijn een groep geïnteresseerden en zeker een stakeholder maar niet de vertegenwoordiging van de buurt. Zodra we in de wijk aan de slag gaan met een Wijkwarmteplan zullen we alle belanghebbenden horen. En uiteraard doen we dat samen en werken we aan hetzelfde doel (net zoals in het convenant).

49

Bijlage C: Nota van beantwoording 20.

Omgevingsdienst IJmond

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) De Omgevingsdienst IJmond heeft eerder een reactie gegeven op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de planMER. Op basis van de verdere uitwerking van het ontwerpWarmteprogramma en de bijbehorende milieueffectrapportage ziet de ODIJ aanleiding om een nadere reactie te geven. De reactie richt zich op de milieuthema’s die in de planMER tot nadere toelichting, aandacht of verduidelijking vragen.

Geluid Voor veel wijken wordt gedacht aan individuele/ kleinschalige warmtevoorzieningen. Uit de planMER blijkt dat dit (zeer) negatieve gevolgen kan hebben voor geluid, zeker als het gaat om individuele luchtwarmtepompen (alternatief 4 in de planMER). Voor geluid hebben de andere onderzochte varianten de voorkeur boven alternatief 4. Deze heeft vooral in de gebruiksfase een zeer negatief effect op de leefomgeving. Deze hinder kan wel worden beperkt bij het verplichtstellen en toepassen van

Bedankt voor deze reactie. De PlanMER heeft tot belangrijke inzichten geleidt in hoe eventuele negatieve milieueffecten van de energietransitie kunnen worden beperkt. Geluid We onderschrijven het belang van het voorkomen van geluids- en trillingenoverlast door warmtepompen. Een duurzame warmtevoorziening, waarvan we willen voorkomen dat de omgeving er last van gaat ondervinden. Bij de Wijkwarmteplannen gaan we de mitigerende maatregelen verder uitwerken. Dat kan door de juiste en deskundige plaatsing van de warmtepompen, het stimuleren van de stillere typen (waarbij de toon ook van belang is voor de ervaring van hinder) en het stimuleren van omkasting. Dat doen we bij voorkeur met de bewoners/huiseigenaren op basis van de buurtopbouw. Er is landelijk onderzoek uitgevoerd naar cumulatieve geluidshinder en daaruit blijkt de plaatsing bij bepaalde buurt typologieën van belang. Die onderzoeken nemen we mee in de Wijkwarmteplannen om met bewoners een passend plan te maken. Met collectieve inkopen en installatie stimuleren we de juiste uitvoering in deze buurten. Zo hanteren we voor de communicatie ook de recent gemaakt folder van Servicepunt Duurzame Energie voor het voorkomen van geluidsoverlast door warmtepompen. Straling Dit onderwerp betreft uitbreidingen van het elektriciteitsnet met bijvoorbeeld hoogspanningsstations en trafohuisjes en kabels.

Het gaat hier vooral om minimale afstanden tot kwetsbare groepen mensen. Op dit moment werkt de gemeente met de netbeheerders aan uitwerking voor het elektrificeren van de stad en omgaan met netcongestie. Het is een goed advies om hierover de GGD te consulteren. Daarbij heeft de

50

Bijlage C: Nota van beantwoording geluidbeperkende maatregelen. Het aantal klachten over overlast van individuele warmtepompen neemt (landelijk) toe. Belangrijk is dus om daar vooraf goed over na te denken als men dit wil stimuleren voor bepaalde gebieden. Ondanks dat wellicht per warmtepomp aan de norm van 40 dB op de perceelsgrens wordt voldaan, kan cumulatief alle warmtepompen samen in een wijk toch voor veel overlast zorgen, zeker bij aaneengesloten bebouwing (bijvoorbeeld rijtjeswoningen). Geadviseerd wordt om voor gebieden waar op grotere schaal wordt ingezet op individuele warmtepompen op voorhand te kijken of maatregelen voorgeschreven kunnen worden om de geluidbelasting als geheel in de wijken te reduceren. Denk hierbij aan voorschrijven van stillere varianten of het verplichten van omkastingen bij bepaalde geluidbelastingen. Straling Is de GGD betrokken bij de vraagstukken betreft elektromagnetische straling? De Omgevingsdienst IJmond adviseert om de GGD in gelegenheid te stellen om advies te geven met betrekking tot de eventuele gezondheidsrisico’s van elektromagnetische straling. Flora en fauna Bij de beschrijving van de effecten van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) in “8.4.2

gemeente Amsterdam al een uitwerking gemaakt van passende afstanden per object; deze staat op de website van de GGD. Flora en fauna Een goede suggestie om met het hoogheemraadschap te monitoren wat het effect van grootschalige toepassing van TEO is. In hoofdstuk 6 is een paragraaf over monitoring van milieueffecten toegevoegd. We werken dit graag verder uit met de Omgevingsdienst. Natura 2000 / stikstof Bedankt voor deze adviezen. Dit onderdeel moet nog verder uitgewerkt gaan worden in de nadere uitwerking van de warmtenetten nu we een beeld hebben waar we warmtenetten voorzien. Circulariteit We onderschrijven dat het zo goed mogelijk voorkomen moet worden dat huishoudens vervroegd hun CVketel moeten weggooien. In paragraaf 2.3 hebben we onderzoek naar Warmte-as-a-service concepten tussentijdse oplossing toegevoegd. Geothermie Deze onderzoeken moeten inderdaad nog worden uitgevoegd. Dat zullen we doen als meer duidelijkheid komt over de kansrijke locaties voor geothermie. Hiervoor is eerste 3-D seischmisch onderzoek nodig. We nemen het advies mee naar de verdere uitwerking. Hulpwarmteketels op waterstofgas Alhoewel in de toekomst een duurzaam gas voor aardgas beschikbaar komt om in de piekvoorziening of backup te voorzien, is dit voor de uitvoering van de Warmteprogramma 2026-2030 niet aan de orde.

Mocht het in de toekomst een mogelijkheid worden, dan nemen we deze adviezen in acht. 51

Bijlage C: Nota van beantwoording Oppervlaktewater” worden een aantal mogelijke effecten beschreven. Dit zijn mogelijke gevolgen van de koudepluim met temperatuurdaling van maximaal 6 graden Celcius:

Warmtepompen met ammoniak als koudemiddel Bedankt voor dit aandachtspunt. We moeten deze bronnen nog ontwerpen en nemen dit advies mee in de verdere uitwerking.

- Er kunnen effecten optreden op gedrag, voortplanting en ontwikkeling van fauna - Lozing van water kan het zuurstofgehalte verhogen, wat gunstig is voor waterleven - Temperatuurverlaging kan bijdragen aan het remmen van algengroei in de zomer - Het effect van inzuiging en filtering is niet meegenomen in de beoordeling. Wat opvalt is dat het lijkt alsof er nog veel onduidelijkheid is over de effecten die deze maatregel kan hebben op flora en fauna. Is monitoring voor en tijdens gebruik ook opgenomen in het plan, zodat inzicht kan worden verkregen in de gevolgen van TEO voor het waterleven?

Natura 2000 / stikstof In de planMER wordt aangegeven dat de toekomstige gebruiksfase ten opzichte van de huidige leidt

52

Bijlage C: Nota van beantwoording tot minder stikstofuitstoot, doordat er structureel minder verbrandingsemissies zullen zijn. Deze vergelijking tussen oud gebruik en nieuw gebruik lijkt een saldering te zijn, wat een mitigerende maatregel is. Het is mogelijk dat de plannen niet zorgen voor een wijziging in het gebruik van de gebouwen in de stad en dat er sprake is van voortzetting van één-enhetzelfde project. In dat geval zou er geen herbeoordeling nodig zijn van het gebruik (zie ook de rendac-uitspraak van de Raad van State van 14 december 2024). Er wordt geadviseerd om alert te zijn op de effecten in de gebruiksfase en het potentiële gebruik van de mitigerende maatregel salderen. Er is beschreven “Als de individuele warmtenetten in uitvoering gaan en er meer duidelijkheid is over de uitvoering, moeten ze individueel en in cumulatie in meer detail worden beoordeeld.” Wat wordt er bedoeld met “in cumulatie beoordeeld”? Wordt hiermee bedoelt dat wanneer bijvoorbeeld meerdere wijken in hetzelfde jaar de transitie doorgaan, zij als één project worden beoordeeld, gezien zij onlosmakelijke onderdelen zijn van 1 project? Zo nee, dan wordt er geadviseerd om toe te lichten waarom de transitie van verschillende wijken kan worden gezien als losse projecten en niet de transitie van heel Haarlem als het gehele project waar de verschillende wijken een onlosmakelijk 53

Bijlage C: Nota van beantwoording onderdeel van zijn.

Circulariteit Het inzetten van warmtenetten of warmtepompen behelst beide technieken die anders zijn dan onze huidige verwarmingsmethodiek. Daarom zijn er beperkte mogelijkheden om hergebruik toe te passen op verwarmingstechnieken. Circulariteit in de warmtetransitie omvat het materiaalgebruik van circulaire isolatiematerialen, het stimuleren van hergebruik en recycling van materialen (bijvoorbeeld bij verbouwingen als gevolg van verduurzaming panden) maar ook hergebruik van apparaten. Warmtepompen zijn nog niet zo algemeen in gebruik dat ze hergebruikt zouden kunnen worden. In dit warmteprogramma zou wel het stimuleren van bedrijfsmodellen zoals heat-as-a-service (HAAS) vanuit de gemeente als extra stap naar de inwoners en als extra stap in de circulariteit kunnen worden gezien. Geothermie In paragraaf 8.10 van de planMER staat dat de onderzoeken voor omgevingsveiligheid en de risicoberekeningen (QRA) nog moeten worden uitgevoerd. Bij het oppompen van water kan ook opgelost methaangas naar boven komen. Dat moet 54

Bijlage C: Nota van beantwoording door een gasscheider worden gescheiden. Het is mogelijk dat dit methaangas verstookt wordt in een ketelinstallatie. Worden de bovengrondse delen (gasscheider, gdmr) meegenomen in de QRA? Wanneer de putten in gebruik zijn is het van belang dat er voldoende ruimte (afstand tot kwetsbare gebouwen) wordt aangehouden en dit wordt vastgelegd in het Omgevingsplan. Hulpwarmteketels op waterstofgas In de aangeleverde documenten worden hulpwarmteketels op waterstof gas genoemd. Stookinstallaties op waterstof zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) als vergunningplichtige MBA aangewezen. Het opslaan van waterstof en het afleveren van waterstof heeft omgevingsveiligheidsrisico’s. Er moet rekening worden gehouden met risicocontouren en aandachtsgebieden bij de keuze van de locatie. Warmtepompen met ammoniak als koudemiddel In de documenten wordt bij de variant “warmte uit oppervlaktewater” warmtepompen met ammoniak als koudemiddel genoemd. Een warmtepomp is een koelinstallatie. Het exploiteren van een koelinstallatie met meer dan 10 kg ammoniak is een MBA (Bal).

55

Bijlage C: Nota van beantwoording Koelinstallaties met meer dan 1500 kg ammoniak hebben omgevingsveiligheidrisico’s. Bij de keuze van de locatie moeten de risicocontouren in acht worden genomen.

56

Bijlage C: Nota van beantwoording 21.

Besturen van VvE Jennerstate, VvE de Koch, VvE Middenkoch, VvE Kochstede en VvE Polderzicht

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker heeft kennisgenomen van het Warmteprogramma en geeft het volgende mee: 1. In de route naar een aardgasvrije woning in Haarlem staat onder punt 2 dat de gemeente samen met bewoners, woningcorporaties en bedrijven een Wijkwarmteplan (concreet uitvoeringsplan) maakt. Tot onze verbazing van de inspreker ontbreekt hier de samenwerking met VvE’s. De vijf VvE’s in de Geneesherenbuurt van de Boerhaavewijk met totaal 310 woningen zijn een niet onbelangrijke partner in het meedenken aan oplossingen voor het realiseren van het Wijkwarmteplan. 2. De gebouwen van de VvE’s zijn technisch zeer gecompliceerd. Om voor de eigenaren een acceptabele manier op technisch en financieel gebied te vinden om gasloos te worden in 2040 of eerder, zullen zeer ingrijpende maatregelen nodig zijn. 3. Aangezien de Geneesherenbuurt als een van de eerste wijken wordt genoemd waarin tussen 0 en 3 jaar een Wijkwarmteplan wordt ontwikkeld, lijkt

Hieronder treft u een puntsgewijze reactie op het Warmteprogramma: 1. In het Warmteprogramma staat opgenomen in welke gebieden de gemeente in de aankomende 5 jaar aan de slag gaat met het opstellen van een Wijkwarmteplan. Hierbij worden bewoners betrokken. Dit zijn ook (eigenaar-)bewoners die onderdeel zijn van vve's. De gemeente ziet in vve's een belangrijke partner. De gemeente gaat dus ook graag met jullie in gesprek. Voor het opstellen van een Wijkwarmteplan wordt een periode van ongeveer twee jaren uitgetrokken. 2. De complexiteit van dergelijke gebouwen (h)erkent de gemeente. Hier zal gedurende het opstellen van het Wijkwarmteplan en de uitvoeringsfase de benodigde aandacht voor zijn. 3. De gemeente ziet een dergelijke gezamenlijke aanpak als efficiënt en effectief. 4. De gemeente ziet een voorgestelde doelgroepen aanpak als efficiënt en effectief.

57

Bijlage C: Nota van beantwoording het de besturen van de VvE’s zinvol en noodzakelijk om met de gezamenlijke VvE’s in gesprek te gaan om voor hen passende oplossingen te realiseren. 4. De besturen spreken daarom de wens uit om specifiek voor hun doelgroep in het overleg te worden meegenomen.

58

Bijlage C: Nota van beantwoording 22.

De Groene Kroon

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker is sinds 2020 actief in de wijken Florapark, Koninginnebuurt en Bos en Vaart in Haarlem Zuid West. Wijst erop dat dit een zeer divers gebeid is, zowel op sociaal gebied alsook woningvoorraad. De inspreker uit zorg over de betrokkenheid van de inwoners bij de warmtetransitie en geeft aan dat het een zeer grote uitdaging zal zijn deze inwoners te activeren.

Bedankt voor uw suggesties. De gemeente is bekend met opgave in deze gebieden en waardeert het dat de wijkvereniging actief wilt meewerken met stappen die volgen op het Warmteprogramma. Over het Warmteprogramma volgt medio januari berichtgeving. De gemeente blijft graag in gesprek met De Groene Kroon en inwoners van de wijk over de samenwerking voor- en tijdens het opstellen van Wijkwarmteplannen.

Inspreker wil als wijkvereniging actief en kritisch (blijven) meedenken over de volgende stappen in het Warmteprogramma. Ziet zijn rol als aanspreekpunt voor de bewoners in de wijk die wonen in grondgebonden woningen en voor individuele keuzes staan. Voor deze woningeigenaren wil de inspreker informatie over het Warmteprogramma duiden en verhelderen, en eventuele dilemma's zichtbaar maken, zodat mensen zelf weloverwogen beslissingen kunnen nemen. Wellicht kan er in deze wijken een klankbordgroep ontstaan.

59

Bijlage C: Nota van beantwoording 23.

Corporaties Elan Wonen, Ymere en Pré Wonen

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker spreekt zijn complimenten uit naar de gemeente en voorliggend Warmteprogramma. Inspreker heeft de volgende aandachtspunten bij het Warmteprogramma. 1. Wees eerlijk over onzekerheid De inspreker stelt dat het Warmteprogramma veel positiviteit en daadkracht uitstraalt, maar dat sommige uitspraken te stellig zijn terwijl ze nog afhangen van onderzoek, prognoses of onzekere wetgeving. De inspreker wijst erop dat de gemeente hoge ambities heeft terwijl uitvoering, capaciteit en regelgeving nog onduidelijkheden en vertragingen kunnen opleveren. Daarom vraagt de inspreker zich af of het realistisch is om zoveel startwijken te benoemen en of dit bewoners wel daadwerkelijk duidelijkheid biedt. 2. Stakeholders en kwetsbare bewoners De inspreker stelt dat het Warmteprogramma te vaak en te verschillend opsomt met welke partijen de gemeente samenwerkt, terwijl gebouweigenaren daarin niet overal worden

Hartelijk bedankt voor deze complimenten! We gaan hieronder in op de aandachtspunten. 1. Wees eerlijk over onzekerheid We erkennen dat er onzekerheden zijn en dat er nog veel ingevuld moet gaan worden tijdens het maken van de Wijkwarmteplannen. Aan de andere kant weten we ook al veel wel en we hebben er vertrouwen in dat we daarmee de volgende stappen kunnen zetten. Maar het is een goed punt om bij de start van de Wijkwarmteplannen transparant te zijn over wat we al wel weten en wat nog onzeker is. Over de genoemde voorbeelden het volgende: Er zijn verkennende gesprekken met andere gemeentes om gezamenlijk een transportleiding aan te leggen, maar niet op korte termijn. We hebben dit punt aangescherpt in de tekst. Dit is vooral een erkenning van kansen in de toekomst. De keuze voor één groot warmtekavel is met dit Warmteprogramma wel helder gemaakt. Dat betekent ook één warmtebedrijf op dat kavel en daarmee ook één tarievenstelsel. De onzekerheden op de energiemarkt voegen we toe aan in de tekst van het Warmteprogramma.. Voor het maken van de Wijkwarmteplannen hebben we voldoende capaciteit en dekking vanuit CDOK en Planfinanciering. We starten eerst met twee buurten en schalen op basis wat we leren op. Voor de uitvoering kijken we ook wel nadrukkelijk naar extra middelen van het Rijk. Die gaan belangrijk zijn voor het tempo van de uitvoering.

Dit is ook zo benoemd in het Collegebesluit bij de vaststelling van het Warmteprogramma. 2. Stakeholders en kwetsbare bewoners We hebben het Warmteprogramma doorgelopen op het benoemen van de gebouweigenaren. Vaak werd inderdaad gesproken van bewoners, terwijl we hiermee veelal de eigenaren van woningen en gebouwen bedoelen. Daarbij is het belangrijk dat huurders worden ontzorgd en dat de overstap comfortabel en 60

Bijlage C: Nota van beantwoording genoemd, terwijl zij juist in corporatiewijken cruciaal zijn. Daarnaast vraagt de inspreker waarom kwetsbare bewoners wel worden genoemd als doelgroep voor extra ondersteuning, maar niet expliciet wordt gemaakt of dit ook geldt voor bewoners in corporatiewoningen. De inspreker wil dat hierin meer duidelijkheid en consistentie wordt aangebracht. 3. Betaalbaarheid Er is in het stuk terecht veel aandacht voor betaalbaarheid. Tegelijkertijd zien we daarin een aantal onduidelijkheden. De stelregel is dat voor het overgrote deel van de bewoners (ten minste 70% van de woningen in een gebied) de verwachte kosten van verduurzamingsmaatregelen niet hoger mogen zijn dan de verwachte baten over de levensduur van de maatregelen. Wat betekent dit voor de overige 30%? Hoe wordt met deze methodiek omgegaan indien de beoogde theoretisch besparing gedurende de aansluitperiode van minimaal 8 jaar verandert? In hoeverre speelt de betaalbaarheid voor woningcorporaties of beleggers een rol? 4. Isolatieniveau De inspreker stelt dat het programma onvoldoende eenduidig uitlegt welk isolatieniveau nodig is om woningen efficiënt aan te sluiten op

betaalbaar wordt. De benodigde ondersteuning moet nog worden uitgewerkt met corporaties en huurders in de eerste Wijkwarmteplannen. We leren van project Meerwijk en van andere gemeentes wat belangrijk is voor huurders. 3. Betaalbaarheid We hebben het Warmteprogramma op dit punt verduidelijkt in: Redelijke verhouding kosten en baten - Voor het overgrote deel van de bewoners en ondernemers mogen de verwachte kosten van verduurzamingsmaatregelen niet hoger zijn dan de verwachte baten over de levensduur van de maatregelen. De gemeente volgt hiervoor de rekenregel die het Rijk op dit moment opstelt als onderdeel van de Wgiw/Bgiw. Op dit moment lijkt het om minimaal 70% van een buurt te gaan. De rekenregel van het Rijk wordt in de komende maanden bekend en dan beoordelen we hoe we dit precies moeten gaan toepassen in de Wijkwarmteplannen. Het is ons nu nog niet bekend hoe de rekenregel moet worden toegepast voor verhuurders. Wel is bekend dat gedurende de uitvoeringsperiode (van minimaal 8 jaar) gemonitord moet worden of de wettelijke waarborgen (zoals betaalbaarheid) voldoende goed blijven. 4. Isolatieniveau We hebben het Warmteprogramma op dit punt verduidelijkt en aangepast in: Collectieve gebieden - Voor aansluiting op het warmtenet moet met isolatie een maximale warmtevraag van 150 kWh/m²·jr als ondergrens bereikt worden.

Een betere isolatie leidt tot een lagere warmterekening en hoger comfort, dus ook na aansluiting op het warmtenet, kan het zinvol zijn om, op eigen tempo, te isoleren. Voor alle type woningen binnen een aangewezen warmtenetgebied hanteren we daarom de landelijke Isolatie standaard als leidend principe. Individuele gebieden - Om betrouwbaar met warmtepompen te kunnen verwarmen, moet de warmtevraag voor een gemiddelde tussenwoning worden teruggebracht naar ≈ 50 kWh/m²·jr (laagtemperatuur-niveau).

61

Bijlage C: Nota van beantwoording verschillende warmteoplossingen, en dat verwijzingen naar De Standaard, labelniveaus en uiteenlopende warmtevraag-eisen inconsistent zijn. De inspreker benadrukt dat labelstappen ook door zonnepanelen beïnvloed worden, terwijl de warmtetransitie juist om warmtevraagreductie draait. Daarom adviseert de inspreker het Programma te herzien op logica en samenhang, en om voortaan te verwijzen naar NTA 8800 of andere relevante regelgeving in plaats van losse getallen. 5. Demarcatie wijkwarmteplan, warmtekavel en het participatietraject hieromheen De inspreker stelt dat de rollen en verantwoordelijkheden bij het opstellen van het Wijkwarmteplan en de uitwerking van het warmtekavel onvoldoende duidelijk zijn, vooral rond betaalbaarheid, kosten-efficiëntie en haalbaarheid. De inspreker vindt het participatieproces verwarrend, omdat enerzijds wordt gezegd dat bewoners, gebruikers en gebouweigenaren actief meebeslissen, terwijl anderzijds staat dat het warmtebedrijf na aanwijzing het plan zelfstandig uitwerkt. De inspreker benadrukt dat corporaties formele besluitvorming nodig hebben binnen bestuur en raad van commissarissen, en dat hiervoor expliciet ruimte moet worden ingebouwd in het

5. Demarcatie wijkwarmteplan, warmtekavel en het participatietraject hieromheen Een Kavelplan is input voor het Wijkwarmteplan en vandaar dat deze min of meer gezamenlijk tot stand moeten gaan komen. In het Kavelplan komen de ontwerpen, de ramingen en de tarieven. En in het Wijkwarmteplan wordt de betaalbaarheid, kosten-efficiëntie en haalbaarheid verder uitgewerkt. Dat is nodig als onderbouwing om het Omgevingsplan te kunnen wijzigen (waarmee de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet). Bij het opstellen van het Wijkwarmteplan worden stakeholders (bewoners, verhuurders, ondernemers) door de gemeente betrokken bij het proces om uiteindelijk toe te werken naar de definitieve keuze, en in warmtenetgebieden (het grote warmtekavel) maakt Warmtebedrijf Haarlem het ontwerp en de ramingen en tarieven. Warmtebedrijf Haarlem onderzoekt de haalbaarheid en betaalbaarheid van een warmtenet concreet voor die buurten. Gedurende het proces van het maken van het plan onderzoeken we het draagvlak onder eigenaren voor een warmtenet-aansluiting. Als het Wijkwarmteplan eenmaal is vastgesteld, dan zal het Warmtebedrijf Haarlem een grote rol krijgen in het benaderen en informeren van eigenaren, het doen van een concreet aanbod, het contracteren en het uitvoeren/aansluiten. Bij de eerste Wijkwarmteplannen moeten we ook nog uitvinden met elkaar wat goed werkt en wat minder. Daar leren we van.

Tot slot bedanken wij de inspreker voor het nauwkeurig tegenlezen van het Warmteprogramma. De paginagewijze opsomming van punten uit de inspraakreactie hebben we gewogen en verwerkt in het Warmteprogramma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16301000/2