CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van beantwoording

gemeenteraad 18 december 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen23.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bijlage C: Nota van beantwoording Inleiding Het ontwerp-Warmteprogramma heeft ter inzage gelegen van 2 oktober tot en met 13 november 2025. Er zijn in totaal dertig inspraakreacties ingediend. Deel 1 van de Nota van Beantwoording bevat een lijst van de indieners van inspraakreacties. In deel 2 zijn de inspraakreacties samengevat en beantwoord. Deel 3 van deze nota bevat een overzicht van ambtshalve wijzigingen in het ontwerp-Warmteprogramma. In deel 4 zijn zowel de wijzigingen naar aanleiding van de inspraak als de ambtshalve wijzigingen van het ontwerp-Warmteprogramma opgenomen. De Nota van Beantwoording maakt integraal deel uit van het besluit tot vaststelling van het Warmteprogramma 2026-2030.

Deel 1 - Overzicht indieners inspraakreacties Nr 1.

Naam Bestuur VvE Pampus

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier Gemeente Bloemendaal

15. Particulier

Warmteprogramma gewijzigd? Ja: - Opstellen klantreizen voor inwoners. - Toevoeging aan de samenvatting over gebieden waar we starten. - Toevoeging betere business cases voor warmtenetten bij meer aansluitingen. Ja, tekstuele aanpassingen. Nee. Ja, opstellen klantreizen voor inwoners. Nee. Nee. Ja, aanpassing kaartmateriaal op leesbaarheid en opstellen klantreizen voor inwoners. Nee. Ja, verduidelijken rol huurders t.a.v. keuzemogelijkheden in WP. Nee. Ja, opstellen klantreizen voor inwoners. Nee. Nee. Ja, toevoegen samenwerking en overleg met regionale partners. Benadrukken bovengemeentelijke samenwerking bij uitvoering in wijken/buurten nabij gemeentegrenzen. Ja, opstellen klantreizen voor inwoners. 1

Bijlage C: Nota van beantwoording 16. 17. 18. 19.

Duursaam Houtvaartkwartier Particulier Provincie Noord-Holland Buurtinitiatief de Groene Planeet, annex werkgroep Duurzaamheid van de wijkraad/het wijkplatform Planetenwijk

20. Omgevingsdienst IJmond

21. Besturen van VvE Jennerstate, VvE de Koch, VvE Middenkoch, VvE Kochstede en VvE Polderzicht 22. De Groene Kroon 23. Corporaties Elan Wonen, Ymere en Pré Wonen

24. 25. 26. 27. 28. 29. 30.

Duurzaam Kleverpark Particulier Gemeente Heemstede De Haarlemse Klimaatcoalitie Particulier Particulier Wijkplatform Koninginnebuurt

Nee. Nee. Nee. Ja: - Opstellen klantreizen voor inwoners. - Energiebesparing is naast isoleren ook gedragsverandering. - Betrouwbaar verwarmen met warmtenet c.q. warmtepomp, benodigde warmtevraag per m2. Ja: - Toevoeging paragraaf 6.3 monitoring van milieueffecten. - Toevoeging Warmte-as-a-service concepten worden onderzocht als tussentijdse oplossing. Nee. Nee. Ja: - Toevoeging redelijke verhouding kosten en baten. - Betrouwbaar verwarmen met warmtenet c.q. warmtepomp, benodigde warmtevraag per m2. - Duiding onzekerheid prijsontwikkeling energiemarkten. - Gesprek met de regio over kansen transportnet. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee.

2

Bijlage C: Nota van beantwoording Deel 2 – Inspraakreacties en beantwoording 1.

Bestuur VvE Pampus

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) De indiener heeft de volgende vragen: 1. Uitsluiting van deel Hondsbos-Dever •

• •

Waarom is een deel van Hondsbos-Dever uitgesloten van het warmtenet op basis van bouwjaar na 1995? Wij ontvangen graag de volledige beleidsmatige en technische onderbouwing hiervan. Kan een vergelijkbare uitsluiting ook worden toegepast op appartementencomplex Pampus, gezien de afwijkende typologie?

2. Haalbaarheid warmtenet in Hondsbos-Dever •

•

Wij verzoeken om volledige inzage in de gemeentelijke TCO- en TNK-berekeningen voor Hondsbos-Dever, inclusief de gebruikte grondgetallen en uitgangspunten. Wat is volgens de gemeente de reden dat een warmtenet hier haalbaar wordt geacht, ondanks

1. Voor een klein deel in de Hondsbos-Dever zijn alle woningen gebouwd na 1995. In 1993 is in Nederland een bouwbesluit genomen, waardoor alle woningen na die periode voldoende zijn geïsoleerd om met een warmtepomp te verwarmen. Buurten of delen van buurten waar de woningen allemaal na 1995 zijn gebouwd, zijn daarom niet in het voorgenomen warmtenetgebied opgenomen. Uiteraard zitten in het voorgenomen warmtenetgebied ook woningen die goed geïsoleerd zijn en waarbij een warmtepomp een goede oplossing zou zijn. Echter, op dat detailniveau gaan we pas met bewoners en ondernemers kijken als we het Wijkwarmteplan gaan maken. Het Wijkwarmteplan wordt een plan op pandniveau. 2. Het achterliggende analyserapport is toegestuurd en er is verwezen naar bijlage A (methode en uitgangspunten) van het Analyserapport Warmteprogramma (bijlage A3). In deze fase zijn nog relatief globale analyses uitgevoerd en daaruit maken we op, dat de kosten van een aansluiting op een warmtenet vergelijkbaar zijn met de kosten van het nemen van een warmtepomp. Zeker gezien de onzekerheden in kosten die er in deze fase nog zijn. Daarom nemen we zowel de warmtenetmogelijkheid als de warmtepompmogelijkheid mee naar de volgende fase. Mede omdat we zien dat in Molenwijk weinig ruimte in en om woningen is voor de hele warmtepompinstallatie en financiële draagkracht in delen laag is.

In het Wijkwarmteplan gaan we met de huiseigenaren en ondernemers de haalbaarheid van een warmtenet, de ligging/route ervan en de warmtetarieven verder onderzoeken, ontwerpen en voorleggen. Wij adviseren eigenaren van koopwoningen/VvE’s in De Burgen, Saeftingen en de andere buurten om het concrete aanbod van het Warmtebedrijf Haarlem af te wachten en dat aanbod te vergelijken met de kosten en voor- en nadelen van een warmtepomp en/of een kleine collectieve 3

Bijlage C: Nota van beantwoording het overwegend particuliere eigendom en eerdere casussen zoals Ramplaan, waar kosten en technische risico’s tot afstel leidden? Hoe verhoudt deze keuze zich tot andere buurten zoals: • •

•

De Burgden – voornamelijk koopwoningen met voorkeur voor warmtepompen. Safetingen – koopwoningen, waarvan een deel al is verduurzaamd met warmtepomp als uitgangspunt. Waddenbuurt – waar volgens de gemeentelijke berekening een individuele oplossing 20% goedkoper zou zijn voor de eindgebruiker.

3. Inzage in gemeentelijke berekeningen •

•

Wij vragen u de volledige berekening te delen waarin het genoemde verschil van 20% in eindgebruikerskosten wordt aangetoond. Indien de berekening voor Hondsbos-Dever uitkomt op een voordeel van bijvoorbeeld 15% voor een individuele oplossing, dan is dat voor ons significant, daarom willen we de gehele berekening zien.

warmtevoorziening. Een aansluiting op het warmtenet is niet verplicht. Voor de Waddenbuurt heeft de gemeente op kaart aangegeven dat de voorkeur uitgaat naar een zeer-lage-temperatuur warmtevoorziening, omdat daar veel sloop-nieuwbouw gepland is de komende jaren. Voor nieuwbouw is dat qua kosten vergelijkbaar met individuele warmtepompen. 3. Het achterliggende analyserapport is toegestuurd en er is verwezen naar bijlage A (methode en uitgangspunten) van het Analyserapport Warmteprogramma (bijlage A3). De berekeningen zijn uitgevoerd door het adviesbureau De Warmtetransitiemakers die daarvoor de Warmtetool als model gebruiken. De Warmtetransitiemakers zijn één van de beste rekenbureaus op dit gebied. De 20% waar u over schrijft geeft de onzekerheden aan van de berekeningen in deze fase. We hanteren een onzekerheid van plus en min 20% op de kostenberekeningen per warmtetechniek die we in deze fase doen. Technieken die volgens de berekeningen vergelijkbaar zijn in kosten nemen we mee naar de volgende fase. Daarmee voorkomen we dat technieken te snel afvallen, terwijl er op het vlak van kosten en subsidies nog allerlei ontwikkelingen zijn. In de fase van het maken van een Wijkwarmteplan leggen we concrete tarieven voor het warmtenet neer bij bewoners en ondernemers, zodat zij die kunnen vergelijken met een individuele warmtetechniek (bv warmtepomp).

Iedereen maakt daarin zelf de afweging over de eigen woning/eigen gebouw. 4. In buurten waar de voorkeur uitgaat naar een individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorziening moeten veel woningen goed geïsoleerd gaan worden. Dat wordt inderdaad een pittige opgave en daar gaan we bewoners/ondernemers dan ook stap voor stap bij ondersteunen. In de binnenstad zijn daarbij ook nog veel monumenten, zijn straten vaak heel smal en is sprake van archeologische waarden in de ondergrond. De gemeente onderzoekt of een warmtenet daar toch mogelijk is, maar heeft langer de tijd nodig voor dat onderzoek. De binnenstad is immers erg complex. 5. Pand/woningeigenaren in Molenwijk worden niet verplicht aangesloten op een warmtenet. Er zal een concreet aanbod worden gedaan en eigenaren kiezen zelf of ze aangesloten willen worden of toch liever een eigen warmtepomp willen. Warmtenetten zijn echter wel betaalbaarder aan te leggen naarmate 4

Bijlage C: Nota van beantwoording •

Wij willen zelfstandig kunnen beoordelen of een oplossing significant is; daarom verzoeken wij om de volledige rekenmodellen en uitgangspunten.

4. Verduurzaming en labeldoelstellingen •

• •

In meerdere wijken met label E/F stelt de gemeente dat deze naar label B/A moeten, zeer, zeer pittig! Waarom wordt deze beleidslijn niet toegepast op de binnenstad? Als dit beleid uitvoerbaar is voor de Kweektuinbuurt, waarom dan niet in andere wijken met vergelijkbaar woningbestand?

meer mensen aangesloten willen worden. Dat gaan we met elkaar onderzoeken als we een Wijkwarmteplan met Molenwijkers gaan maken. Naar aanleiding van de vragen en het gesprek met deze VvE hebben we de intentie om: -

-

-

"Groen" gas is geen argument, want dan kunnen de het gehele plan in de prullenbak gooien. 5. Molenwijk en schaalgrootte •

•

Kunt u bevestigen dat Molenwijk niet verplicht zal worden aangesloten op het warmtenet van Meerwijk, enkel vanwege schaalgrootte? Hoe verhoudt de gemeentelijke inzet op schaalgrootte zich tot de betaalbaarheid voor bewoners? Voorbeeld, molenwijk sluit niet aan, is warmtenet nog betaalbaar voor Meerwijk?

-

Om meer inzicht te bieden in hoe route naar aardgasvrij er stap voor stap uit ziet voor u als inwoner, werkt de gemeente een aantal concrete voorbeelden uit en geeft antwoord op veel gestelde vragen. Deze worden toegevoegd aan het Warmteprogramma. Daarin maken we ook duidelijk welke ondersteuning mensen kunnen verwachten en welke subsidies, etc. er zijn. In de samenvatting toe te voegen waarom de aangewezen buurten als eerste aan de beurt zijn. Namelijk omdat daar de komende jaren ook aan de riolering en/of aan het elektriciteitsnet gewerkt gaat worden. Te benadrukken dat er een mate van onzekerheid zit in de kostenberekeningen die horen bij deze fase. Te benadrukken dat waar aangegeven is dat een middentemperatuur warmtenet de voorkeur heeft, het altijd een optie blijft voor gebouweigenaren om voor een individuele warmtevoorziening te kiezen. In vergelijking met gebieden waar individuele voorzieningen de voorkeur genieten, hebben gebouweigenaren in collectieve geibeden dus in feite een extra optie om uit te kiezen. De tekst aanpassen t.a.v. het goedkoper worden van het warmtenet als iedereen meedoet. Des te hoger het percentage gebouwen dat zich aansluit op het warmtenet, des te voordeliger de kosten voor iedereen in het warmtenetgebied.

5

Bijlage C: Nota van beantwoording 2.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener heeft enkele inhoudelijke opmerkingen over Bijlage 1 – Samenvatting bij het warmteprogramma: 1. In de kop staat Buurt daar graag (Buurt (Wijk)) van maken 2. Niet bij elke buurt staat de wijk bv bij Rozenprieel Noord & Zuid, Ramplaankwartier, . 3. Alle buurten van een wijk bij elkaar zetten bv Ramplaankwartier bij Bloemenbuurt en Veldzigt (allen Duinwijk) 4. De buurt Oosterduin hoort niet bij de wijk Houtvaartkwartier, maar bij de wijk Duinwijk

Bedankt voor uw reactie. Het ontwerp-Warmteprogramma wordt aangepast op punten 1,2 en 4. Punt 3 wordt niet overgenomen. Sommige buurten worden in de tabel los genoemd omdat ze een eigen Wijkwarmteplan krijgen in de uitvoering.

6

Bijlage C: Nota van beantwoording 3.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener heeft complimenten voort het Warmteprogramma en het voornemen om zorgvuldig met onze energie om te gaan. Indiener stelt daarbij dat het opwekken van energie via elektriciteit nog lang niet schoon kan gebeuren en vindt het zeer belangrijk dat het gebruik van gas gewoon mogelijk blijft richting de toekomst.

Bedankt voor uw complimenten op het Warmteprogramma. Het gebruik van aardgas wordt de komende decennia stap voor stap afgebouwd zoals is afgesproken in het nationale Klimaatakkoord en de Klimaatwet. Voor het aardgas komen duurzame alternatieven in de plaats, afhankelijk van de buurt of wijk in de gemeente is dit een warmtenet of individuele voorziening (bijvoorbeeld een warmtepomp). Inwoners houden daarbij altijd keuzevrijheid voor de wijze waarop zij duurzaam verwarmen. Gelijktijdig met het stap voor stap afbouwen van gas wordt in Nederland de productie van duurzame en dus schone stroom opgevoerd. Dit gebeurt onder andere via elektriciteitsproductie van zonnepanelen en windmolens. De verduurzaming van de elektriciteitsproductie is ook een afspraak uit het nationale Klimaatakkoord en Klimaatwet.

7

Bijlage C: Nota van beantwoording 4.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) In het kader van het programma om de gemeente uiterlijk in 2040 gasvrij te maken, heeft de indiener de volgende aandachtspunten: 1.

Hoeveel tijd krijgen bewoners om zich aan te passen?

2.

Welke maatregelen worden genomen om de betaalbaarheid te waarborgen, inclusief eventuele subsidies of steun?

3.

Voor appartementencomplexen: wordt er gedacht aan collectieve voorzieningen, zoals gedeelde warmtenetten of zonnepanelen?

4.

Wordt er ook gekeken naar innovatieve opties, bijvoorbeeld het hergebruik van restwarmte uit datacenters?

5.

Hoe wordt de communicatie richting bewoners georganiseerd, zodat iedereen goed geïnformeerd blijft?

6.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat de elektriciteitsnetwerken betrouwbaar, redundant

Hieronder een puntsgewijze antwoord op de aandachtspunten: 1. In het Warmteprogramma is aangegeven in welke gebieden we wanneer starten met het aardgasvrij maken van de stad. In de buurten waar we starten, gaan we aan de slag met het opstellen van Wijkwarmteplannen. Dit duurt maximaal twee jaar. Na het opstellen van de Wijkwarmteplannen is er minimaal acht jaar de tijd voor de uitvoering ervan. Om meer inzicht te bieden in hoe route naar aardgasvrij er stap voor stap uit ziet voor u als inwoner, werkt de gemeente een aantal concrete voorbeelden uit en geeft antwoord op veel gestelde vragen. Deze worden toegevoegd aan het Warmteprogramma onder Bijlage B.3. 2. Betaalbaarheid is een van de vier uitgangspunten van dit warmteprogramma. De gemeente waakt dan ook dat de stap naar aardgasvrij financieel haalbaar is voor alle gebouweigenaren. En dat er sprake is van een redelijke verhouding tussen kosten en baten (zie ook paragraaf 2.2. van het ontwerpWarmteprogramma). In de Wijkwarmteplannen wordt de betaalbaarheid nader uitgewerkt en wordt met bewoners en ondernemers bepaald wat (aanvullend) nodig is om de betaalbaarheid te borgen. Op dit moment zijn er al nationale subsidies, zoals de ISDE en SVVE subsidies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor woningeigenaren. Ook heeft de gemeente extra subsidie voor isolatiemaatregelen.

Woningeigenaren die daarvoor in aanmerking komen krijgen begin volgend jaar een brief. Op de webpagina Hulp en advies van de gemeente (link) is een overzicht te vinden van loketten, energiecoaches en handige tips bij verduurzaming. 3. Het Warmteprogramma maakt op wijk- en buurtniveau inzichtelijk wat alternatieven zijn voor aardgas. In sommige gebieden is aansluiten op het warmtenet een optie. Aansluiten op het warmtenet is niet 8

Bijlage C: Nota van beantwoording en goed beveiligd blijven tegen storingen en cyberaanvallen?

verplicht. In andere gebieden geniet de individuele optie of een kleinschalig collectief de voorkeur. Afhankelijk van waar het appartementencomplex zich bevindt zijn er verschillende opties voorhanden. Het staat VvE’s vrij om zelf hun alternatief voor aardgas te kiezen. VvE’s die willen verduurzamen kunnen nu al gebruik maken van ondersteuning en maatwerk advies vanuit de gemeente. 4. Onderdeel van het Warmteprogramma is de bronnenstrategie. In de bronnenstrategie is aangegeven welke bronnen in beeld zijn om de warmtenetten van warmte te voorzien. Met het datacenter Iron Mountain zijn afspraken gemaakt voor de levering van (rest-)warmte aan het warmtenet in de Waarderpolder. Daarnaast is het datacenter CyrusOne op het bedrijventerrein Polanenpark in beeld voor de levering van (rest-)warmte. 5. Een van de andere vier uitgangspunten van het warmteprogramma is betrouwbaarheid. Dat betekent dat de gemeente open en transparant communiceert naar de stad over het proces richting een aardgasvrije stad. De website Haarlem Duurzaam wordt vanuit deze gedachte verder ontwikkeld tot het online loket voor alle duurzaamheidsinformatie van de gemeente.

Bij het opstellen en uitvoeren van Wijkwarmteplannen wordt er een intensief communicatie- en participatietraject doorlopen met de betrokkenen in het betreffende gebied, zodat iedereen goed geïnformeerd blijft en mee kan doen met de stap naar aardgasvrij. 6. Netbeheerders TenneT en Liander zijn verantwoordelijk voor het elektriciteitsnet in Haarlem. Zij zijn de bij wet aangewezen organisaties die zorgen voor een veilig en betrouwbaar elektriciteitsnet. De gemeente Haarlem is continu met de netbeheerders in gesprek over ontwikkelingen op het elektriciteitsnet. De netbeheerder heeft ook meegewerkt aan de totstandkoming van dit warmteprogramma. Door de nauwe samenwerking tussen netbeheerders en gemeenten zorgen we ervoor dat het elektriciteitsnet afgestemd blijft op de ontwikkelingen in de stad.

9

Bijlage C: Nota van beantwoording 5.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener woont in de buurt De Krim en ziet dat deze buurt momenteel aangewezen is als gebied voor individuele en of kleinschalige voorzieningen. En vraagt zich af of de warmte van de nabijgelegen ijsbaan in de buurt al wordt gebruikt? Zo niet, dan zouden de bewoners deze warmte wellicht op een slimme manier kunnen gebruiken, bijvoorbeeld via een collectief kleinschalig systeem?

Voor zover bekend wordt de restwarmte van de ijsbaan niet gebruikt voor verwarming van de woningen in de omgeving. Het is daarom een kans om deze restwarmte wel daarvoor in te zetten. Alle mogelijke bronnen voor kleine collectieve systemen worden bekeken bij het opstellen van een Wijkwarmteplan voor de Krim. Indien u een email stuurt naar duurzaam@haarlem.nl met uw contactgegevens, dan wordt er met u contact opgenomen om de kansen van dit initiatief te bespreken.

10

Bijlage C: Nota van beantwoording 6.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener uit zorgen over het Warmteprogramma dat ten doel heeft de volledige stad aardgasvrij te maken voor 2040, dat dit de waarde en het nut van recent aangeschafte hybride warmtepompen zou ondermijnen. De indiener pleit voor het behouden van gaslevering na 2040 om de keuzevrijheid van burgers te behouden en wijst erop dat het volledig afsluiten van gas de energiemarkt zou monopoliseren en acht dit in strijd met Europese rechtsbeginselen.

In het nationale Klimaatakkoord, de Klimaatwet is afgesproken de stap te maken naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Gemeentes hebben van het Rijk de regietaak gekregen om aardgas stap voor stap af te gaan bouwen. Het doel van dit Warmteprogramma is om voor een groot aantal buurten een volgende stap te nemen, namelijk met de buurt een Wijkwarmteplan maken met de intentie om die buurten (na besluit het Omgevingsplan te wijzigen) binnen 8 a 10 jaar aardgasvrij te verwarmen. Gebouweigenaren hebben bij deze stap keuzevrijheid binnen de kaders van een fossielvrije warmtevoorziening. Zij kiezen voor hun gebouw welke techniek er voor aardgas in de plaats komt. Voor warmtenetgebieden is aansluiting op het warmtenet immers niet verplicht. In gebieden met een individuele voorziening is er keuze uit verschillende individuele technieken (waaronder volledig elektrische warmtepompen). Ook kan in laatstgenoemde gebieden door meerdere gebouweigenaren samen ingezet worden op een kleinschalig collectief. Hybride warmtepompen kunnen een logische en financieel voordelige tussenstap zijn naar een volledig aardgasvrij verwarmen en koken, zeker in gebieden die op de kaart staan als ‘individuele /kleinschalige collectieve voorzieningen’. Hybride warmtepompen kennen een gemiddelde levensduur van vijftien tot twintig jaar.

Voor huishoudens welke onlangs een hybride warmtepomp hebben aangeschaft én die aangesloten willen worden op het warmtenet, kan het zo zijn dat er de hybride warmtepomp van de hand moet worden gedaan met nog een aanzienlijk deel van de gemiddelde levensduur in het vooruitzicht. Dit is afhankelijk van wanneer uw wijk- of buurt aan de beurt is van het aardgas af te gaan. Dit is met name relevant in de wijken waar we de komend drie jaar starten. Bij iedere wijk- of buurt die de stap naar aardgasvrij gaat maken, schrijft de gemeente Wijkwarmteplannen. In de Wijkwarmteplannen onderzoekt de

11

Bijlage C: Nota van beantwoording gemeente of en zo ja hoe het huishoudens tegemoet kan komen die recent een hybride warmtepomp hebben aangeschaft. Indien uw cv-ketel op dit moment aan vervanging toe is en u overweegt een hybride warmtepomp aan te schaffen, raadpleegt u dan eerst inspraakreactie nummer 14 met bijbehorend antwoord van deze Nota van beantwoording.

12

Bijlage C: Nota van beantwoording 7.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener heeft een aantal aandachtspunten bij het ontwerp-Warmteprogramma: 1. Indiener geeft aan moeite te hebben met het begrijpen van het kaartmateriaal in het warmteprogramma door de gebruikte kleuren. 2. De indiener geeft aan in de Planetenbuurt te wonen en niet te weten wat hoe en via welke route dit gebied aardgasvrij wordt gemaakt op basis van het warmteprogramma. 3. Tot slot geeft de indiener aan zorgen te hebben over het (verplicht) isoleren van de woning en de mogelijke gezondheidsschade van isolatiematerialen.

Hieronder een puntsgewijze antwoord op de aandachtspunten: 1. Dank u wel voor uw reactie. Het kaartmateriaal uit het ontwerp-Warmteprogramma wordt bijgewerkt om de leesbaarheid te verbeteren. Naast ander kleurgebruik is zijn nu ook motieven in de kaart toegevoegd. 2. Het Warmteprogramma maakt op wijk- en buurtniveau inzichtelijk wat alternatieven zijn voor aardgas. En wanneer welke wijk- en buurt aan de beurt is om aardgasvrij te worden gemaakt. In de Plantenbuurt starten we op zijn vroegst vanaf 2031 met het aardgasvrij maken van de buurt. Dit doen we door dan een Wijkwarmteplan op te stellen. In het Wijkwarmteplan wordt nader uitgewerkt wat dit voor u en uw woning betekent. Mocht uw cv-ketel het nu of in de nabije toekomst begeven, dan kunt u inspraakreactie nr. 13 van deze nota raadplegen zodat u weet wat u kunt doen. Om meer inzicht te bieden in hoe route naar aardgasvrij verwarmen en koken er stap voor stap uit ziet voor u als inwoner, werkt de gemeente een aantal concrete voorbeelden uit en geeft antwoord op veel gestelde vragen. Deze worden toegevoegd aan het Warmteprogramma onder bijlage B.3. 3. Isoleren van bestaande woningen is een belangrijk onderdeel van verduurzaming. Immers, energie die niet wordt gebruikt hoeft ook niet te worden opgewekt.

Voor het isoleren van woningen worden in Nederland enkel bewezen en betrouwbare technieken gebruikt voor die voldoen aan landelijke wet- en regelgeving. Er zijn al veel natuurlijke isolatiematerialen beschikbaar en hiervoor kunt u in veel gevallen extra subsidie via de ISDE krijgen. Voor meer informatie over de veiligheid van isolatiematerialen kunt u terecht bij het Duurzaam Bouwloket. Ook is hier informatie te vinden over het toepassen van natuurlijke isolatiematerialen. De website van het Duurzaam Bouwloket treft u hier: https://www.duurzaambouwloket.nl/haarlem. Indien u woningeigenaar bent, en uw woning een lage 13

Bijlage C: Nota van beantwoording WOZ-waarde heeft, kunt u mogelijk meedoen met een collectieve inkoopactie met extra gemeentelijke subsidie.

14

Bijlage C: Nota van beantwoording 8.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener is goudsmid en voor haar beroep is gas een noodzaak, ook daarvoor zou het mogelijk moeten zijn het gas te behouden.

Bedankt voor uw reactie en het onder de aandacht brengen van deze situatie. De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de stap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. In de Wijkwarmteplannen werkt de gemeente een plan uit per wijk- of buurt. Wanneer uw gebied aan de buurt is, onderzoekt de gemeente samen met inwoners een passende aardgasvrije voorziening voor de gehele buurt of wijk. We hopen dat u, en vele andere ondernemers en zelfstandigen, meedenken met die Wijkwarmteplannen als uw buurt aan de beurt is.

15

Bijlage C: Nota van beantwoording 9.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener heeft het Warmteprogramma doorgenomen en heeft complimenten voor het ontwerpWarmteprogramma. Indiener heft daarbij een aantal opmerkingen bij het middentemperatuur warmtenet, waaronder in Meerwijk: 1. In het geval van Meerwijk komt niet overal een afleverset, en misschien speelt dit ook voor toekomstige wijken. 2. Er in het warmteprogramma staat dat bewoners ook kunnen kiezen voor een eigen voorziening en dat aansluiten op het warmtnet niet verplicht is. Dit is voor huurders niet waar en kan verwarrend zijn of verkeerde verwachtingen wekken.

Hieronder volgt een puntsgewijze beantwoording: 1. Dat klopt, een groot deel van de woningen hebben blokverwarming oftewel een systeem op pandniveau. Dan komt er geen afleverset in de woning, maar een afleverstation onderin het gebouw, en wordt de warmte vanaf daar door de leidingen geleid naar de woningen en de radiatoren. Daarmee komt er dus niks in de woning zelf. In de huidige situatie hebben bewoners nu ook geen cv-ketel in hun eigen woning, maar een grote verwarmingsinstallatie beneden in het pand. 2. Er is inderdaad onderscheid tussen gebouweigenaren (verhuurders, eigenaar-bewoners) en huurders bij het kiezen van een aardgasvrije oplossing. Gebouweigenaren hebben altijd keuzevrijheid in meedoen met een warmtenet of zelfstandig aan de slag met een volledige elektrische voorziening. Voor huurders maakt de verhuurder de keuze voor een duurzame warmtevoorziening. In het Warmteprogramma zal dit worden verduidelijkt.

16

Bijlage C: Nota van beantwoording 10.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener stelt graag op gas te blijven stoken en koken en is van mening vat dit een schone brandstof is. Ook zijn er zorgen over de staat van het stroomnet en de gevolgen van netcongestie. Tot slot vraagt de indiener zich af of Haarlemmers gedwongen van het gas af moeten.

Nederland wil om diverse redenen (afhankelijkheid van gas uit het buitenland, duurzaamheid, kosten van gas) het aardgas afbouwen. In het nationale Klimaatakkoord, de Klimaatwet en zowel landelijke als gemeentelijke doelstellingen is afgesproken het gebruik van aardgas voor de gebouwde omgeving af te bouwen. Wij volgen als gemeente de landelijke ontwikkelingen en richtlijnen de komende jaren en zullen daar uitvoering aan geven. Alle partijen in de gemeenteraad vinden daarbij betaalbaarheid een voorwaarde. Gebouweigenaren behouden hierbij keuzevrijheid om een alternatieve warmtevoorziening te kiezen, mits fossielvrij. Voor een aantal buurten gaan we de komende 5 jaar al concrete plannen maken met de mensen die hier wonen en werken. In het Warmteprogramma kunt u lezen of uw buurt de komende 5 jaar aan de beurt is voor zo’n plan. Onderdeel van het plan is ook het bepalen van een redelijk termijn om aardgasvrij te worden. Die termijn is minimaal 8 jaar, maar kan ook langer gaan worden. Of en wanneer aardgasleidingen verwijderd worden, kan onderdeel zijn van het plan dat met de buurt wordt opgesteld. Iedereen in de buurt wordt uitgenodigd om mee te denken. Het Warmteprogramma is opgesteld in nauwe samenwerking met de netbeheerder Liander en TenneT. Bij het opstellen van de plannen is nadrukkelijk rekening gehouden met huidige en toekomstige netcongestie.

De gemeente en Liander plannen samen om netverzwaring waar nodig tijdig te realiseren. De netbeheerders steunen de buurtvolgorde en de wijken waar we starten met de stap naar aardgasvrij.

17

Bijlage C: Nota van beantwoording 11.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Indiener woont in een monumentale buurt (Kleverpark) met een individuele of kleinschalig collectieve voorziening ter vervanging van aardgas. Indiener heeft twijfels bij de haalbaarheid van warmtepompen in relatie tot monumentale bouw.

De gemeente ziet dat monumentale woningen extra aandacht vereisen en begrijpt de zorgen van de indiener. De haalbaarheid van duurzame warmtevoorzieningen in een gebied (individuele of kleinschalige collectieve voorzieningen in het geval van de Kleverparkbuurt) wordt nader uitgewerkt in het Wijkwarmteplan. Mocht een warmtepomp met isolatie niet haalbaar blijken voor de monumenten in het Kleverpark, dan kunnen we ook een kleinschalige collectieve voorziening onderzoeken. Dit soort maatwerk past goed bij het gezamenlijk maken van het Wijkwarmteplan voor de Kleverparkbuurt. De Kleverpark is de komende 5 jaar nog niet aan de beurt voor een Wijkwarmteplan maken, dus er is nog veel tijd om te isoleren op momenten die u goed uitkomen. De gemeente ondersteunt nu ook al eigenaren van een monumentaal pand met advies en begeleiding en werkt momenteel aan een collectieve inkoop voor isolatie speciaal voor monumenten. Bewoners kunnen nu ook alvast terecht bij het Monumentenloket. Om meer inzicht te bieden in hoe route naar aardgasvrij er stap voor stap uit ziet voor u als inwoner, werkt de gemeente een aantal concrete voorbeelden uit en geeft antwoord op veel gestelde vragen. Deze worden toegevoegd aan het Warmteprogramma onder bijlage B.3.

18

Bijlage C: Nota van beantwoording 12.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) De indiener uit zorgen over de haalbaarheid van het Warmteprogramma van de gemeente Haarlem. De inspreker stelt dat er veel tegenstrijdige en onjuiste informatie wordt verspreid, zowel door gemeenteambtenaren als in officiële rapporten. De inspreker vindt dat de transitie naar duurzame warmte sneller en beter gestuurd moet worden door de gemeente. Daarbij heeft de indiener de volgende vragen en opmerkingen: 1.

De indiener vraagt zich af waarom diepe geothermie en warmtenetten worden voorgesteld, gezien de mogelijke negatieve effecten op het milieu en de efficiëntie.

2.

De indiener stelt dat de economische haalbaarheid van het Greenvis-rapport niet is onderzocht en vraagt waarom er plannen worden gemaakt zonder deze toetsing.

3.

De indiener vraagt of het klopt dat een warmtenet continu moet draaien en of dit niet leidt tot onnodig energieverbruik.

Allereerst kunnen we ons vinden in de opmerking van de indiener dat er nog veel kennis en kennisdeling nodig is op het gebied van de keuze van warmtepompen, de installatie en de instelling ervan. Hier is nog veel te winnen om geluidsoverlast te voorkomen en het meeste plezier te hebben van de warmtepomp. Fijn dat er veel gebruikers van warmtepompen zoals de indiener zijn die hun kennis en ervaringen delen via fora zoals Tweakers. Veel Haarlemmers zullen voor een warmtepomp kiezen en dan is het belangrijk dat gebruikers hun ervaringen kunnen delen. Ook onderkennen we dat onder installateurs van warmtepompen nog veel verbetering van kennis en ervaring nodig is. Dit zijn precies de aandachtspunten waarmee we met de buurten aan de slag willen als we een Wijkwarmteplan gaan maken. Hieronder volgt een puntsgewijze beantwoording van de verdere punten: 1. Uit het Warmteprogramma volgt dat voor een deel van de wijken en buurten in Haarlem een warmtenet maatschappelijk nut heeft, en haalbaar en betaalbaar lijkt, o.a. vanwege de hoge warmtevraag en bebouwingsdichtheid. Deze warmtenetten zullen worden gevoed door duurzame bronnen, waaronder geothermie, restwarmte uit datacenters en aquathermie. In het nationale Klimaatakkoord staat dat deze bronnen schoon en duurzaam zijn.

Geothermie is bovendien strikt gereguleerd vanuit het Staatstoezicht op de Mijnen, onderdeel van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Voor de voorgestelde warmtetechnieken in het Warmteprogramma zijn de milieueffecten beoordeeld. Deze PlanMER, zoals dat heet, is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau en wordt getoetst door de onafhankelijke commissie MER. De PlanMER is bij het Warmteprogramma gevoegd. Uit het rapport kan geconcludeerd worden dat zowel isolatie als warmtepompen als warmtenetten een negatief effect op het milieu kan hebben, maar dat die effecten goed te voorkomen zijn met de juiste maatregelen. Die maatregelen worden geëist en getoetst bij het aanvragen/verlenen van de Omgevingsvergunning. 19

Bijlage C: Nota van beantwoording 4.

De indiener vraagt of bij een midden- of lage temperatuur warmtenet alsnog een (booster)warmtepomp en buitenunit nodig zijn, en wat dan het voordeel is ten opzichte van een individuele warmtepomp.

2. In het betreffende rapport van het bureau Greenvis staat: Deze studie bevestigt dat de gemeente Haarlem voldoende potentieel aan warmtebronnen binnen of nabij de gemeentegrenzen heeft om aan de toekomstige collectieve warmtevraag te kunnen voldoen. Deze conclusie is gebaseerd op een technische haalbaarheidsanalyse. Daarin is geen rekening gehouden met de economische en organisatorische haalbaarheid. Van de verschillende bronnen is de warmtepotentie in kaart gebracht op basis van 5. De indiener vraagt of bij een warmtenet een beschikbare informatie uit gesprekken met diverse ambtenaren van gemeente Haarlem of openbare data warmwaterdoorstomer moet worden geplaatst zoals Warmteatlas, WarmingUp potentiekaart en diverse haalbaarheidsonderzoeken. De belangrijkste en stelt dat hiervoor de hele groepenkast en aanbevelingen is om voor de bronnen: aquathermie, geothermie, e-boiler met warmteopslag en aansluiting aangepast moet worden naar 3-fase. restwarmte uit datacenters een vervolgtraject te starten om de integrale haalbaarheid te toetsen. Dit zijn namelijk de bronnen die elk een grote rol kunnen vervullen in de toekomstige warmteproductie. Het beter 6. De indiener vraagt waarom de gemeente stelt dat begrijpen wat de werkelijke potentie is helpt om gerichter keuzes te maken en het aantal scenario’s terug zij de tarifering van het warmtenet bepaalt, terwijl te brengen.

de ACM dit reguleert. 7.

De indiener vraagt welke maatregelen de gemeente neemt om inwoners daadwerkelijk te stimuleren tot duurzame investeringen, in plaats van alleen plannen te maken.

8.

De indiener vraagt of er subsidieregelingen komen 3. Een modern warmtenet levert op basis van de vraag van gebruikers en hoeft niet voortdurend op hoge voor het vervangen van het afgiftesysteem, zoals capaciteit te draaien. Vanuit de gedachte van een gebalanceerd en efficiënt energiesysteem is het radiatoren en leidingen, bij de installatie van een bovendien wenselijk om warmtebuffers in te richten om piekvraag op te vangen en eventuele warmtepomp. Of voor gecombineerde overschotten op te slaan. Een warmtenet belast het elektriciteitsnet veel minder dan individuele investeringen, zoals de aanschaf van een warmtepompen, omdat installaties voor het warmtenet (zoals bronnen en pomphuisjes) op het warmtepomp, thuisbatterij en/of zonnepanelen. middenspanningsnet worden aangesloten, i.p.v. op het laagspanningsnet.

Het doel van rapport was niet de economische haalbaarheid van bronnen te onderzoeken, maar wel de technische haalbaarheid en beschikbaarheid van warmte voor dit Warmteprogramma. De volgende fase is per warmtenetbuurt/wijk ontwerpen en kostenramingen uit te werken, waaruit de financiële haalbaarheid moet gaan blijken.

4. Een midden-temperatuur warmtenet levert warmte die direct te gebruiken is voor ruimteverwarming en verwarming van tapwater. Ook voor woningen die een lagere isolatiewaarde hebben. Een 20

Bijlage C: Nota van beantwoording boosterwarmtepomp en/of buitenunit zijn hiervoor niet nodig. Zeer-lage-temperatuur (ZLT) warmtenetten (25-55 °C) worden overwegend voorgesteld voor ontwikkelzones, waar sprake is van nieuwbouw. Omdat nieuwbouw zeer goed geïsoleerd is, is deze met lage temperatuur goed te verwarmen. Het voordeel van een ZLT-net voor nieuwbouwgebieden is meer koelingsmogelijkheden en geen individuele warmtepompen in/op de woningen. Met ZLT-warmtenetten kan de beschikbare capaciteit voor bodemwarmte beter worden verdeeld, houdt de gemeente regie op de inrichting van de bodem en openbare ruimte en wordt het elektriciteitsnet minder belast. 5. Bij de middentemperatuur warmtenetten wordt er een afleverset geplaatst voor de afgifte van warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater. Een warmwaterdoorstomer is hierbij niet nodig. Ook hoeft de elektriciteitsaansluiting in de woning niet aangepast te worden naar 3-fase. ZLT-netten worden overwegend toegepast in ontwikkelzones, waar sprake is van nieuwbouw. 6. De Wet Collectieve Warmte (WCW) die naar verwachting medio 2026 in werking treedt, gaat uit van publieke sturing en aandeelhouderschap in het warmtebedrijf. De ACM stelt maximale tarieven en beschermt de consument.

De gemeente kan, als 50% aandeelhouder in het warmtebedrijf Haarlem, sturen op betaalbaarheid voor de consument (via vaststelling toegestane tarieven, kostentransparantie, laag maatschappelijk rendement en tegen lagere rente geld lenen om te investeren). Er is dus sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid van de ACM en de gemeente. Hierbij heeft de gemeente invloed op betaalbaarheid voor de consument als aandeelhouder van het Warmtebedrijf Haarlem en ook als toetser van Wijkwarmteplannen met daarin de tarieven. 7. Haarlem biedt op dit moment al uitgebreide ondersteuning voor verschillende doelgroepen, waaronder: collectieve isolatietrajecten, VvE-ondersteuningsaanpak, erfgoed en monumenten, commerciële verhuurders, buurinitiatieven, woningcorporaties en kwetsbaren in het kader van energiearmoede. Na vaststelling van het Warmteprogramma gaat Haarlem aan de slag met het maken van Wijkwarmteplannen voor de wijken waarin we starten. Daar zet de gemeente o.a. in op ontzorging voor inwoners in deze gebieden bij de stap naar aardgasvrij. 21

Bijlage C: Nota van beantwoording 8. Landelijk is er al subsidie beschikbaar voor o.a. isolatiemaatregelen, warmtepompen en warmtenetaansluitingen via de ISDE-subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Bij het opstellen van Wijkwarmteplannen voor de gebieden waar we starten met de uitvoering wil de gemeente ten minste inzetten op ontzorging van inwoners in deze gebieden. In de Wijkwarmteplannen onderzoekt de gemeente wat er nodig is om de stap naar aardgasvrij te kunnen maken voor de gehele buurt of wijk, zowel technisch als financieel als sociaal. Vanuit verschillende gemeente wordt het gesprek gevoerd met het Rijk over aanvullende subsidies die nodig zijn voor aanpassingen in het gebouw. Op dit moment kunt u voor ingrepen aan uw woning voor isolatie en/of de stap naar aardgasvrij wel gebruik maken van de Duurzaamheidslening van de gemeente: https://haarlem.nl/duurzaamheidslening .

22

Bijlage C: Nota van beantwoording 13.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Meerdere indieners hebben de vraag gesteld hoe zij het beste kunnen handelen als hun cv-ketel (in de nabije toekomst) aan vervanging toe is.

In het Warmteprogramma staat aangegeven wanneer welke wijk of buurt in Haarlem van het aardgas afgaat en welke techniek in de plaats komt voor aardgas. Afhankelijk in welk gebied u zich bevindt en welke techniek er voor aardgas in de plaats komt, is het volgende raadzaam: -

U bevindt zich in een gebied waar een warmtenet in de plaats komt van aardgas, en: - In dit gebied starten we met de uitvoering van het Warmteprogramma tussen 2026-2030. Het is raadzaam om het Wijkwarmteplan van de gemeente en het aanbod van het Warmtebedrijf Haarlem af te wachten. Als u cv-ketel kapot gaat, kunt u overwegen om een tijdelijke cv-ketel te nemen via bijvoorbeeld een leaseconstructie of warmte-as-a-service. - In dit gebied starten we met de uitvoering van het Warmteprogramma tussen 2031-2035. Het is raadzaam om het Wijkwarmteplan van de gemeente en het aanbod van het Warmtebedrijf Haarlem af te wachten. Als u cv-ketel kapot gaat, kunt u overwegen om een tijdelijke cv-ketel te nemen via bijvoorbeeld een leaseconstructie of warmte-as-a-service. - In dit gebied starten we met de uitvoering van het Warmteprogramma later dan 2035. In deze gebieden duurt het nog geruime tijd voordat het warmtebedrijf met een aanbod komt. Het is op dit moment daarom raadzaam om uw cv-ketel te vervangen door een nieuw exemplaar. Nieuwe cvketels zijn energiezuiniger en stoten minder CO2 uit. U kunt later aansluiten op het warmtenet.

-

U bevindt zich in een gebied waar een individuele of kleinschalig collectieve voorziening in de plaats komt van aardgas, en: - In dit gebied starten we met de uitvoering van het Warmteprogramma tussen 2026-2030. Als uw cv-ketel kapot gaat, kunt u overwegen om zelf alvast de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening te maken. Of u kunt en tijdelijke oplossing treffen om het Wijkwarmteplan van de 23

Bijlage C: Nota van beantwoording

-

gemeente af te wachten. Denk hierbij aan het nemen van een tijdelijke cv-ketel (door deze te leasen of af te nemen als warmte-as-a-service). In dit gebied starten we met de uitvoering van het Warmteprogramma tussen 2031-2035 of later. In deze gebieden duurt het nog geruime tijd voordat we starten met de uitvoering. Als uw cv-ketel kapot gaat, kunt u overwegen om zelf vast de stap naar een aardgasvrije warmtevoorziening te maken. Als de stap naar een volledig aardgasvrije warmtevoorziening op dit moment nog te groot is, bijvoorbeeld omdat uw woning hiervoor nog onvoldoende voor is geïsoleerd, is de aanschaf van een hybride warmtepomp een goed alternatief. Hybride warmtepompen zijn zuiniger en stoten minder CO2 uit. Mogelijk levert het u ook financieel voordeel op. Met een hybride warmtepomp wort de stap naar volledig aardgasvrij in de toekomst gemakkelijker voor u.

Voor meer informatie kunt u terecht op de webpagina Hulp en advies van de gemeente (link). Hier is een overzicht te vinden van loketten en energiecoaches waar u terecht kunt met vragen en bevat een overzicht van handige tips bij verduurzaming.

24

Bijlage C: Nota van beantwoording 14.

Gemeente Bloemendaal

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker geeft complimenten over de resultaten tot nu, de gestelde ambities en de uitgebreide informatie die al beschikbaar is. Inspreker geeft aan met veel belangstelling de ontwikkelingen van de midden-temperatuur en de zeer-lage-temperatuur warmtenetten te volgen, met name aan de randen van de stad waar deze grenzen aan de gemeente Bloemendaal. Aan de randen van de stad ziet de inspreker met name individuele/ kleinschalige warmtevoorzieningen ingetekend. Deze optie sluit grotendeels aan bij de huidige Transitievisie Warmte van Bloemendaal. Inspreker wil per wijk of buurt nog het volgende meegeven: 1. Bloemendaal (Veen en Duin): dit betreft een kleine wijk in het noorden van Bloemendaal. Dit is voor Bloemendaalse begrippen een relatief jonge wijk (jaren 60/70), met veel appartementen en dichte bebouwing. In de TVW is voor deze wijk de optie “besparen en herijken” gekozen. In het warmteprogramma zullen we de mogelijkheden voor deze wijk inderdaad herijken. Onze verwachting is dat

Bedankt voor uw complimenten op het Warmteprogramma. Hieronder volgt een puntsgewijze reactie op uw aandachtspunten: 1. Wij onderschrijven deze beperkte mogelijkheden en hebben daarom het voorgenomen warmtekavel tot de gemeente Haarlem beperkt. Mochten inzichten veranderen, dan kunnen we in gesprek om eventueel het Warmtekavel uit te breiden of om gezamenlijk bronnen te onderzoeken. 2. Waar in het warmteprogramma zeer-lage-temperatuur collectieve warmtevoorzieningen zijn ingetekend op de kaart, betreft het ontwikkelzones. Deze voorzieningen zijn vooral een passende techniek voor nieuwbouw. We sluiten ons aan bij uw inschatting dat de bestaande bebouwing in buurten zoals Veen en Duin, Overveen II en Aerdenhout-centrum / noord niet kansrijk is voor aansluitingen op een zeer-lagetemperatuurnetwerk van een ontwikkelzone. We blijven graag met Bloemendaal in gesprek over mogelijke koppelkansen en ontwikkelingen rondom Ontwikkelzone Zijlweg-West. 3. We zullen in het Warmteprogramma de samenwerking en/of overleg met de regio borgen. Kennisdeling is belangrijk en gezamenlijk optrekken bij regionale inkoopacties voor isolatie en/of warmtepompen is voor Haarlem ook interessant.

25

Bijlage C: Nota van beantwoording er geen directe mogelijkheden zullen zijn voor een warmtenet en om bij de ontwikkelingen rondom de Orionzone in Haarlem aan te sluiten, mede omdat de bebouwing in Veen en Duin naar verwachting niet voor een zeer-lage-temperatuur warmtenet geschikt zal zijn. 2. Overveen (Overveen II): dit betreft een wijk met veel vooroorlogse woningen, maar die wel relatief dicht bebouwd is. Ook deze wijk is in de TVW gemarkeerd als “besparen en herijken”. Onze verwachting op dit moment is dat er geen publiek warmtenet in deze wijk mogelijk is. Wel zijn er enkele gebouweigenaren die interesse hebben getoond in een alternatieve warmteoplossing (zoals bodemwarmte). Ook is het stuk van het Kennemerpark in de TVW aangemerkt als “all electric” (woningen eind jaren ’90). Er is al contact geweest tussen Bloemendaal en Haarlem over de mogelijke koppelkansen met de ontwikkelingen rondom Ontwikkelzone Zijlweg-West. Die mogelijkheden lijken op dit moment beperkt, maar we blijven graag aangehaakt om toekomstige mogelijkheden te bespreken. Ook als het bijvoorbeeld individuele panden zoals een enkele VVE of een school betreft.

26

Bijlage C: Nota van beantwoording 3. Aerdenhout (Aerdenhout-centrum / noord): we verwachten geen mogelijkheden om aan te sluiten bij de Ontwikkelzone Zuid-West in Haarlem. Samengevat ziet de gemeente Bloemendaal maar zeer beperkt mogelijkheden om als buurgemeenten samen op te trekken bij de concrete realisatie van de warmtenetten. Los van de technische (on)mogelijkheden spelen ook zaken als eigendom van het warmtebedrijf en andere organisatorische kwesties mee. Wel wil de gemeente Bloemendaal verzoeken om in het warmteprogramma de samenwerking en/of overleg met de regio te borgen. Dat kan bijvoorbeeld ook zijn op het gebied van kennisdeling (ervaringen met het zonnewarmteproject in het Ramplaankwartier bijvoorbeeld), regionale inkoopacties voor isolatie en/of warmtepompen, etc. De Transitievisie Warmte van de gemeente Bloemendaal is beschikbaar op: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/Documenten/ 02-Transitievisie-Warmte-2021-2021002944.pdf

27

Bijlage C: Nota van beantwoording 15.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker waardeert de inzet en visie van het ontwerp-Warmteprogramma en heeft de volgende feedback en constructieve verbetervoorstellen: 1. Flexibel maatwerk en keuzevrijheid Het programma zou expliciet ruimte moeten bieden aan (betaalbare) alternatieven zoals hybride warmtepompen, kleinschalige collectieve buurtwarmte en individuele all-electricoplossingen met isolatie. Expliciete verwachtingsmanagement kan ervoor zorgen dat mensen, die al eerder van het gas af willen, niet worden ontmoedigd door het warmteprogramma. Bovendien verhoogt het openstellen voor alternatieven het draagvlak van dergelijke programma's (Monitor Proeftuinen 2024, BDH Advies). 2. Betaalbaarheid en heldere communicatie Definieer “betaalbaar” duidelijk op huishoudniveau, bijvoorbeeld aan de hand van maximaal toegestane woonlastenstijgingen. Communiceer open over kosten en betrek

Bedankt voor uw compliment en verbetervoorstellen. We behandelen deze hieronder puntsgewijs: 1. Om meer inzicht te bieden in hoe route naar aardgasvrij er stap voor stap uit ziet voor u als inwoner, werkt de gemeente een aantal concrete voorbeelden uit en geeft antwoord op veel gestelde vragen. Deze worden toegevoegd aan het Warmteprogramma en geven inzicht in mogelijkheden van maatwerk en keuzevrijheid. Deze zijn te vinden onder bijlage B.3. Daarbij moet worden opgemerkt dat hybride warmtepompen gebruik maken van aardgas en daarmee geen aardgasvrij alternatief zijn. 2. Het Rijk werkt op dit moment nog aan een wettelijke definitie en rekenmethode voor betaalbaarheid. Bij de uitwerking van de plannen met de buurten gaan we die wettelijke richtlijnen gebruiken om de betaalbaarheid op huishoudniveau duidelijk te maken. Wanneer over kosten gecommuniceerd wordt en wanneer bewoners betrokken worden bij de afweging van opties zullen we inzichtelijk maken in de twee bovenstaande stappenplannen. Goede toevoeging op het Warmteprogramma. 3. We onderschrijven dat deze bewonersontzorging heel belangrijk is voor succesvolle uitvoering. Ook deze hebben we verwerkt in de 2 stappenplannen en we gaan hier vervolg aan geven in de Wijkwarmteplannen. 4. Het belang van een draagvlakonderzoek gedurende de planvorming in een buurt onderschrijven wij.

We hebben deze daarom ook toegevoegd in de 2 stappenplannen. Daarnaast wordt nog een monitoringsprogramma ontwikkeld om zaken als betaalbaarheid en voortgang in CO2 reductie en reductie van aardgasgebruik te blijven volgen. Met die monitoring houden we grip op de uitvoering van

28

Bijlage C: Nota van beantwoording bewoners tijdig bij de afweging van opties (Monitor Proeftuinen 2024). 3. Bewonersontzorging Zorg voor een goed toegankelijke ondersteuningsstructuur: één duidelijk loket, hulp bij subsidieaanvragen, collectieve inkoop en onafhankelijke technische begeleiding. Goede begeleiding is essentieel voor succesvolle uitvoering (Platform31).

de wijkwarmteplannen en kunnen we gedurende de uitvoeringsjaren ook nog bijsturen. 5. De buurtvolgorde die in het Warmteprogramma staat, is tot stand gekomen samen met Liander en met diverse gemeentelijke opgaves (bijvoorbeeld rioolvervangingen). Dat proces van integraal programmeren heeft de gemeente met partners Liander en de woningcorporaties vastgelegd in een convenant (bijlage bij het Warmteprogramma). De flexibiliteit in buurten waar netcongestie een knelpunt kan zijn, wordt opgenomen in de Wijkwarmteplannen. Die termijn is minimaal 8 jaar (wordt een wettelijke eis), maar mag ook langer zijn als dat nodig blijkt. Daarin is maatwerk per buurt mogelijk.

4. Lange termijn monitoring en bijsturen Voer jaarlijks systematische evaluaties uit op betaalbaarheid, CO2-reductie en voortgang (en eventuele andere criteria). Deze evaluaties helpen bij het bijsturen in een markt en context die zich snel ontwikkelt. Aangezien het draagvlak en de daadwerkelijke adoptie van bewoners een doorslaggevende invloed hebben op de betaalbaarheid en het succes van het warmtenet, is het aan te raden om voorafgaand aan implementatie per wijk een expliciet draagvlakonderzoek te doen — inclusief heldere, transparante kostenramingen zoals benoemd bij punt 2 (TNO 2020). 5. Netcongestie en uitvoeringsrealiteit Bied extra flexibiliteit op plekken met beperkte netcapaciteit, bijvoorbeeld door hybride 29

Bijlage C: Nota van beantwoording oplossingen of gefaseerde uitrol. Zet in op samenwerking met de netbeheerder en haak aan bij geplande onderhoudsmomenten aan de infrastructuur. Slimme planning kan worden gekoppeld aan de monitoring en bijsturing zoals genoemd bij punt 4.

30

Bijlage C: Nota van beantwoording 16.

DuurSaam Houtvaartkwartier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker Duursaam Houtvaartkwartier geeft complimenten voor het verrichtte werk en geeft de volgende aandachtspunten mee ten aanzien van het Warmteprogramma: 1.

2.

Belang van duidelijke, tijdige en positieve communicatie. Bewoners moeten tijdig en positief geïnformeerd worden over de plannen en keuzes voor kleinschalige warmteoplossingen, zodat ze juiste investeringen kunnen doen bij vervanging of verbouwing. De huidige informatievoorziening is te beperkt en bijeenkomsten onvoldoende bekend gemaakt. Inspreker pleit daarom voor een ‘roadshow’ met bewonersbijeenkomsten in alle buurten door de gemeente in 2026. In de communicatie met inwoners is een positieve en optimistische boodschap ten aanzien van de stap naar aardgasvrij gewenst. Direct starten met uitvoering. Inspreker geeft aan nu al te willen starten met gezamenlijke inkoopacties voor b.v. warmtepompen en wilt niet

Bedankt voor uw complimenten op het Warmteprogramma. Hieronder treft u een puntsgewijze reactie op uw aandachtspunten: 1. Bedankt voor uw inbreng. Als gemeente onderschrijven wij een realistisch en positieve aanpak. In de buurten waar wij starten, met het opstellen van Wijkwarmteplannen, hebben wij hebben een intensieve communicatiecampagne voor ogen. Daarnaast wordt ook een ook een communicatiecampagne ontwikkeld voor de buurten waar geen Wijkwarmteplan in uitvoering is. Het is inderdaad belangrijk dat Haarlemmers weten wat ze nu al kunnen doen bij bijvoorbeeld een verbouwing, vervanging cv-ketel etc. Inwoners kunnen hiervoor ook nu al terecht op de webpagina Hulp en advies van de gemeente (link). De communicatie rondom de inloopbijeenkomsten voor het Warmteprogramma zijn gepromoot via de kanalen van de locaties, verschillende sociale mediakanalen van de gemeente en partners, nieuwsbrieven en ook digitale schermen in de stad. Wij zullen het inzicht dat dit als niet voldoende is ervaren meenemen in de ontwikkeling van onze communicatiecampagne. 2. Via de aanpak buurtinitiatieven energietransitie blijven we buurtinitiatieven ondersteunen. Het organiseren van onder andere collectieve inkoopacties is daar onderdeel van. Op deze wijze hoeft er niet gewacht te worden op Wijkwarmteplannen, maar kunnen we blijven activeren en mobiliseren in de buurt.

Ook kunnen inwoners nu al terecht bij de onder 1) genoemde website en gebouweigenaren bij de website van het Duurzaam Bouwloket: https://www.duurzaambouwloket.nl/haarlem . 3. Op dit moment zijn er afspraken gemaakt tussen de gemeente en Liander om niet grootschalig, stadsbreed in te zetten op het collectief inkopen van warmtepompen. Uiteraard is er ruimte voor maatwerk per buurt: daar waar het net het aan kan, is collectieve inkoop wel mogelijk. De gemeente gaat 31

Bijlage C: Nota van beantwoording wachten op Wijkwarmteplannen die voor veel inwoners te laat komen. 3.

4.

Capaciteit elektriciteitsnet en batterijen. Hoewel netverzwaring belangrijk is, hoeven inkoopacties niet wachten. Uitbreidingen zijn al gaande in delen van de wijk waar inspreker actief is. Thuisbatterijen worden als essentieel gezien om pieken te verminderen en warmtepompen sneller mogelijk te maken, maar worden in het programma niet genoemd. Kansen voor Natuurkundigenbuurt-Oost. Het is in het Warmteprogramma onduidelijk wat precies de plannen zijn met deze buurt. Ook wordt opgeroepen om in 2026 de kansen van nieuwbouw in de Ontwikkelzone Zuidwest te onderzoeken voor deze buurt, bijvoorbeeld met warmtenetten die ook kleine woningen kunnen bedienen.

graag samen met Liander en DuurSaam Houtvaartkwartier in gesprek over de mogelijkheden. Hoewel thuisbatterijen economisch kunnen lonen, helpen zij op dit moment onvoldoende bij het terugdringen van netcongestie en werkdruk bij de netbeheerder. De netbeheerder moet namelijk garanderen dat huishoudens elektriciteit op maximaal aansluitvermogen aan het net kunnen onttrekken. De batterij bevindt zich zogezegd ‘achter de meter’ (vanaf de netbeheerder te zien) en heeft hierop geen invloed. 4. Alhoewel de Natuurkundigenbuurt Oost en West samen doorgerekend zijn en daarom samen in de bijlage A.2 genoemd zijn, gaan we de komende 5 jaar alleen een Wijkwarmteplan maken voor West. We werken al wel samen met de ontwikkelzone om een collectieve oplossing voor de nieuwbouw te onderzoeken. Daarbij kunnen we ook kijken wat de mogelijkheden zijn voor omliggende bestaande bouw. Daarna kunnen we nog beoordelen welke woningen in Oost nog geen warmteoplossing zouden hebben en daarmee op maat een plan maken. Dat hoeft inderdaad misschien niet met een uitgebreid Wijkwarmteplan. Bedankt voor dat inzicht!

32

Bijlage C: Nota van beantwoording 17.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker is woonachtig in het stelt dat sinds de aankoop van de woning in het Houtvaartkwartier in Haarlem en heeft de afgelopen jaren diverse isolatiemaatregelen getroffen. Inspreker benadrukt dat verduurzaming in een jaren ’30 wijk vraagt om een gezamenlijke aanpak. Heeft daarbij de volgende opmerkingen over het Warmteprogramma: 1. De inspreker vraagt zich af hoe de keuze is gemaakt in het warmteprogramma om het Houtvaartkwartier in de komende 3-5 jaar te laten overstappen op “individuele of kleinschalige oplossingen”, terwijl andere vergelijkbare wijken wel een warmtenet krijgen. Vraagt hierbij om een concrete onderbouwing (inclusief cijfers) van deze keuze. Inspreker betwijfelt of het haalbaar, voordeliger en duurzamer is om in hele wijken in te zetten op individuele warmtepompen, gezien de huidige en toekomstige belasting van het elektriciteitsnet (o.a. op station Vijfhuizen) en andere ontwikkelingen. De inspreker pleit daarbij wel voor het investeren in warmtenetten met

Goed om te horen dat u al bezig bent met verduurzaming van uw eigen woning. De gemeente onderschrijft de gezamenlijke aanpak in het Houtvaartkwartier, alsook in andere buurten. Hieronder volgt een puntsgewijze reactie op uw aandachtspunten: 1. U kunt in het rapport Analyse Warmteprogramma lezen dat in de meeste buurten de totale kosten over 30 jaar van een midden-temperatuur warmtenet en een warmtepomp (inclusief extra isolatie) vergelijkbaar zijn. Het verschil in kosten is ook voor het Houtvaartkwartier te klein om een duidelijke voorkeur te zien op basis van kosten alleen. Zeker gezien de ‘verkennende’ fase waar we nu nog in zitten. Kosten worden verder uitgewerkt op maat voor de buurt als we een Wijkwarmteplan gaan maken. In het Rapport voorkeursoplossing Warmteprogramma kunt u nalezen in welke situaties een middentemperatuur warmtenet nodig en haalbaar wordt geacht. Op basis van de data zien we slechts 2% monumenten, overwegend voldoende financiële draagkracht, voldoende ruimte om woningen en een goede leefbaarometerklasse. Wel zien we dat 26% van de woningen kleiner is dan 80m2 en dat maakt het inpassen van een warmtepomp in de woningen mogelijk lastig. We hebben daarom wel gekeken naar de haalbaarheid van een midden-temperatuur warmtenet, maar in dat deel van Haarlem zijn zeer weinig duurzame warmtebronnen.

Bovendien loopt er een spoorweg door de wijk en die zijn heel complex/kostbaar om te doorkruisen. Daarentegen is de warmtevraagdichtheid wel hoger dan 1.500 GJ/ha en is er ruimte in de ondergrond. We zien dus wel kansen voor kleine collectieve systemen. Het warmtenetgebied van Warmtebedrijf Haarlem kunnen we eventueel groter maken als bewoners het met het gemeentelijke warmtebedrijf willen uitvoeren. 2.

Met het maken van het Wijkwarmteplan nemen we met de buurt 2 jaar de tijd om goed na te denken wat de juiste en best passende mogelijkheden zijn voor het Houtvaartkwartier. De overstap moet voor 33

Bijlage C: Nota van beantwoording toekomstbestendige warmtebronnen. 2. Inspreker stelt dat de visie om Haarlem in 2040 aardgasvrij te maken mooi is, maar waarschuwt dat te snelle keuzes kunnen leiden tot minder duurzame oplossingen (waaronder de warmtepomp aldus de inspreker) die snel vervangen moeten worden.

elke woning haalbaar en dus zal veel aandacht uitgaan naar de woningen die moeilijk te isoleren zijn en/of klein zijn. Daarbij zal veel aandacht zijn voor de juiste plaatsing van warmtepompen om geluidsoverlast te voorkomen.

34

Bijlage C: Nota van beantwoording 18.

Provincie Noord-Holland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16301000/2