CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 20210226 Beantwoording feitelijke vragen werkgroep MO Haarlem

commissie Samenleving 3 juni 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.00 Uitkomsten vervolgonderzoek HVO-Querido locatie Velserpoort (MTM)6.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording Feitelijke vragen van een werkgroep Maatschappelijke Opvang Haarlem 26 februari 2021 Aanleiding Op dinsdag 15 december 2020 en zondag 10 januari 2021 is een werkgroep bijeengekomen met enkele leden van de gemeenteraad van Haarlem (het betreft de leden El Aichi (CDA), Cimen (D66), Booms-van der Meer (CU) en Van Kessel (VVD), en daarna aangevuld met het lid Yerden (PvdA). Aanleiding hiervoor zijn de vele insprekers/ervaringsdeskundigen in de commissie samenleving in 2019 en 2020 geweest. Het doel van de werkgroep is om meer inzicht te krijgen in de problematiek bij de maatschappelijke opvang in Haarlem en op basis van eigen onderzoek te komen tot aanbevelingen met structurele oplossingen. Vervolg Er staat een gesprek gepland op dinsdag 2 maart om 16.00 om de beantwoording met de betreffende raadsleden en ambtelijke vertegenwoordiging te bespreken. Hier zal ook worden besproken wat het vervolg kan zijn. Algemene opmerking vooraf Waar mogelijk is gebruik gemaakt van cijfers over 2020. Niet overal zijn deze al beschikbaar. In die gevallen is gebruik gemaakt van de cijfers over 2019, en om extra inzicht te geven soms ook van eerdere jaren.

1

Over de instroom (hoeveelheden) 1.

Hoeveel mensen melden zich maandelijks bij de BCT Wilhelminastraat?

De cijfers verschillen per maand, in de wintermaanden zijn er doorgaans meer meldingen dan in de zomer. Gemiddeld waren er in 2020 470/12 = 39,1 meldingen per maand. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de meldingen per maand voor de afgelopen drie jaar. Maand/Jaar Januari Februari Maart April Mei Juni Juli augustus September Oktober November December Eindtotaal

2018 44 49 48 49 45 39 37 34 59 48 50 43 545

2019 59 54 52 50 52 32 43 53 49 34 45 25 548

2020 38 42 26 39 32 39 52 40 45 47 37 33 470

Let op: De BCT-cijfers geven inzicht in het aantal daklozen, maar het is niet het volledige beeld. Dit zijn alleen de daklozen die zich in dat jaar hebben gemeld bij de BCT. Het totale aantal daklozen is in werkelijkheid hoger omdat niet alle daklozen zich melden. Ook zijn de personen die in 2020 of eerder al gebruik maakten van de maatschappelijke opvang niet meegenomen in de aantallen. De dak -en thuislozen die zich wel melden bij de BCT hebben bovendien niet allemaal een opvangvraag. Sommige personen willen bijvoorbeeld alleen hulp bij het aanvragen van een briefadres. 2.

Is er over de afgelopen jaren een trend in de aantallen waar te nemen?

Het aantal meldingen bij de BCT is al een aantal jaar redelijk stabiel. In 2020 is echter een afname te zien in het aantal nieuwe meldingen. De afname van het aantal meldingen in 2020 kan mogelijk verklaard worden door de extra afspraken die er op landelijk niveau gemaakt zijn in het kader zijn in het kader van de coronamaatregelen. Zo zijn er eind maart op landelijk niveau afspraken gemaakt met verhuurdersorganisaties en brancheverenigingen om geen huisuitzettingen te doen. Daarnaast kwam er een spoedwet die het mogelijk maakte om tijdelijke huurcontracten voor een tijdelijke periode te verlengen. Het uitgangspunt was dat niemand door de coronacrisis op straat moet belanden. In oktober werden de afspraken hernieuwd. 3.

Hoeveel van de mensen die zich melden doen daadwerkelijk een aanvraag voor maatschappelijke opvang?

Dit komt niet uit de huidige registratie van de Brede Centrale Toegang.

2

4.

Hoe vaak wordt er iemand geweigerd bij de BCT?

Cliënten worden niet “geweigerd” bij de Brede Centrale Toegang. De taak van de BCT is om cliënten naar passende zorg op de juiste plek te leiden. Dit kan opvang zijn in de regio maar ook begeleiding, of opvang elders in Nederland. Als de maatschappelijke opvang in onze regio niet passend is, weigert de BCT hen niet maar is het de rol van de BCT hen warm over te dragen. 5.

Hoe vaak is er voor een cliënt geen plek beschikbaar? Welke alternatieven zijn er in het afgelopen jaar gebruikt?

Als er niet direct een plek in de opvang beschikbaar is, wordt voor de zeer kwetsbare alleenstaanden, gezinnen met kinderen en jongeren altijd noodopvang aangeboden bij commerciële aanbieders (hotels en vakantieparken). Mensen waarbij geen sprake is van een dergelijke zeer kwetsbare situatie die gebruik willen maken van de maatschappelijke opvang worden op de reservelijst geplaatst. Niet alle cliënten die zich bij de BCT melden, slapen ‘s nachts daadwerkelijk in de maatschappelijke opvang. Cliëntenkiezen er regelmatig voor om elders te overnachten. Hierdoor zijn er ‘s avonds altijd extra plekken beschikbaar, waar cliënten die op de reservelijst staan gebruik van kunnen maken. Indien in de middag al helder is dat er voldoende bedden beschikbaar zijn, kunnen mensen waar mogelijk ook al om 18 uur mee eten. In de praktijk blijkt dat, de mensen die op de reservelijst staan vrijwel altijd een plek hebben in de maatschappelijke opvang. In 2020 waren er gemiddeld 12 personen per dag (inclusief mensen van de reservelijst) die zich wel hadden gemeld, maar geen gebruik hebben gemaakt van de opvang. Dit betekent dat er gemiddeld 12 plekken vrij komen voor mensen die op de reservelijst staan.

Om te voorkomen dat mensen om 22.00 geen plek hebben in de opvang, wordt er bij een reservelijst van 10 personen of hoger in overleg ketenpartners alternatieve oplossingen gezocht Momenteel zijn er extra plekken georganiseerd, Perron 18, de Aurora, de Wilhelminastraat en het hotel Raeks in het kader van de lockdown. Hierdoor is er geen sprake van een reservelijst, omdat alle mensen van de reservelijst direct terecht kunnen bij de opvang, en zich niet ’s avonds hoeven te melden. 6.

Hoeveel toewijzingsbeschikkingen en afwijzingsbeschikkingen worden er afgegeven?

In 2020 zijn er 209 nieuwe beschikkingen afgegeven. In totaal waren er in 2020 396 unieke cliënten met een beschikking. Niet alle dak- en thuislozen met een beschikking maken ook daadwerkelijk gebruik van de maatschappelijke opvang. Sommige mensen kiezen ervoor om toch elders te overnachten. In de huidige registratie wordt het aantal afwijzingen voor de opvang niet bijgehouden. De BCT zet zoveel mogelijk in op het toeleiden naar zorg, dit kan ook opvang zijn buiten onze regio of een voorziening die beter passend is. In deze gevallen draagt de BCT de cliënt warm over naar een andere plek en wordt er geen afwijzingsbeschikking afgegeven. Over de Instroom (samenstelling) 7. Welk percentage komt uit deze regio en welk percentage uit een andere regio? Bij de triage aan het BCT-loket van deze 715 nieuwe meldingen zijn er in 2019 547 nieuwe feitelijk daklozen geregistreerd. Deze 547 nieuwe feitelijk dakloze cliënten zijn afkomstig uit verschillende 3

gemeenten in de regio Kennemerland of komen uit andere regio’s naar het BCT Loket in Haarlem toe. De verdeling is als volgt:

Gemeente/Jaar Beverwijk Bloemendaal Buitenregionaal Haarlem Haarlemmermeer (incl. Hliede) Heemskerk Heemstede Onbekend Velsen Zandvoort Eindtotaal 8.

2020 28 6 59 258 49 19 6 2 33 10 470

Hoe vaak vindt er warme overdracht plaats naar een andere gemeente?

Dit wordt niet centraal bijgehouden.

4

9.

Hoe vaak betreft het een economisch dakloze?

Van de 715 nieuwe meldingen bij het BCT-loket in 2019 betrof het bij 166 meldingen een economisch dak- of thuisloze. Economisch dakloze cliënten uit onze regio dienen zich bij de gemeente van herkomst te melden. Zij melden zich in sommige gevallen ook direct bij de BCT. In sommige gevallen vraagt een regiogemeente aan de BCT om te beoordelen of er sprake is van OGGZ-problematiek of economische dakloosheid. 10. Hoe vaak betreft het iemand met de status Beschermd Wonen?

We gaan ervanuit dat hier wordt bedoeld dat iemand een beschikking voor beschermd wonen heeft. In de praktijk wordt er zo veel mogelijk op ingezet om cliënten met een beschermd wonen beschikking niet in de maatschappelijke opvang te plaatsen. Wel kan tijdens verblijf in de maatschappelijke opvang blijken dat iemand meer op zijn plek is in beschermd wonen. In zo’n geval wordt er een beschermd wonen indicatie aangevraagd en gezocht naar een passende BWvoorziening. 11. Hoe vaak betreft het iemand buiten de EU zonder status?

Er zijn geen gegevens over personen van buiten de EU zonder status, afgezien van de onderstaande aantallen ongedocumenteerden (zie vraag 12). 12. Hoe vaak betreft het uitgeprocedeerde asielzoekers of ongedocumenteerden?

Van de 715 nieuwe meldingen bij het BCT-loket in 2019 betrof het bij 7 meldingen een ongedocumenteerde vreemdeling. 13. Wat is de gemiddelde lengte van de dagelijkse reservelijst voor opvang bij de

Wilhelminastraat en Velserpoort? De reservelijst wisselt per dag. Met de BCT is de afspraak gemaakt dat wij een melding krijgen van de BCT als de reservelijst 10 personen of hoger is. In augustus hebben wij signalen ontvangen dat er te weinig plekken waren dit is o.a. aanleiding geweest om extra plekken te organiseren op de Aurora. Over het verblijf (duur) 14. Hoe lang is de gemiddelde onderzoeksperiode voor OGGZ-cliënten in de 24 uursopvang? De onderzoeksperiode in de maatschappelijke opvang is standaard de eerste 14 dagen, om te kijken of iemanddaadwerkelijk in de maatschappelijke opvang gaat overnachten. Gedurende deze periode wordt vastgesteld welke problematiek er speelt en op welke leefgebieden een inwoner ondersteuning nodig heeft. Deze brede hulpvraagverheldering stelt de BCT in staat cliënten door te verwijzen naar de juiste aanbieder, in lijn met de beleidsdoelstelling van de gemeente. 15. Kun u een beeld geven van de duur van de beschikkingen die worden afgegeven (tussen 5

dagen - 6 maanden), hoe vaak vindt er een verlenging plaats van 3 maanden (of andere periode)? Een beschikking wordt standaard afgegeven voor een half jaar en indien nodig verlengd. Een 5

uitzondering hierop is de groep niet-rechthebbende, deze personen hebben in het kader van de coronamaatregelen een beschikking gekregen voor de duur van de lockdown. Het gemiddeld verblijf is erg lastig vast te stellen en bovendien erg verschillend per locatie (en dus per doelgroep). Het lastige aan gegevens over de verblijfsduur is dat het voorkomt dat iemand wel een beschikking heeft voor de MO, maar er niet (of maar gedeeltelijk) verblijft. Een gemiddelde duur van de beschikkingen zegt dan niet zoveel over het daadwerkelijke gebruik van de opvang. 16. Hoe vaak wordt er voortijdig een einde aan de beschikking gemaakt en wat zijn de redenen

(en aantallen) hiervoor? Er zijn verschillende redenen om de beschikking voortijdig te beëindigen, bijvoorbeeld in geval van uitstroom naar een passende voorziening of zelfstandig wonen. Verreweg de meest voorkomende reden is dat mensen uitstromen naar een passende voorziening of zelfstandig gaan wonen. Een andere, maar dan juist weinig voorkomende reden, is een eenzijdige zorgbeëindiging. Als een zorgaanbieder wil overgaan tot eenzijdige zorgbeëindiging, bijvoorbeeld omdat een cliënt zich stelselmatig zeer ernstig misdraagt, treedt het Protocol eenzijdige zorgbeëindiging maatschappelijke opvang in werking. Dit protocol is te vinden in het handboek MO (bijlage 15). In dit protocol staan de stappen beschreven die een zorgorganisatie moet doorlopen om tot eenzijdige zorgbeëindiging te kunnen overgaan. De veldregisseur beoordeelt dit voornemen ter goedkeuring. Deze maatregel wordt binnen de maatschappelijke opvang ondanks de zware problematiek van de doelgroep maar zelden toegepast. In de afgelopen twee jaar is dit twee keer voorgekomen. Waar mogelijk wordt ingezet op bijvoorbeeld het intensiveren van passende hulpverlening of overplaatsing naar een andere locatie. Als de maatschappelijke opvangorganisatie in overleg met de keten de situatie niet langer houdbaar acht, wordt een eenzijdige zorgbeëindiging uitgesproken. 17.

Wordt er tijdens verblijf in de MO ook verbinding gelegd met de sociale basis voor het

organiseren van externe dagbesteding, (dus niet schoonmaakdienst of keukendienst Velserpoort) zodat daklozen ook een eigen netwerk opbouwen en niet zomaar op straat worden gestuurd totdat ze weer naar binnen mogen (aanbeveling rapport 2018)? Ja, de opvang in inclusief een traject gericht op uitstroom. Dagbesteding levert een belangrijke bijdrage aan het herstelproces van cliënten. De activiteiten dragen bij aan het 'in beweging komen', het hervinden van dagstructuur, gevoel van eigenwaarde en waardering door anderen. HVO-Querido en RIBW-K/AM leiden cliënten door naar passende dagbesteding, intern én extern. Gemiddeld heeft 75% van de cliënten in traject enige vorm van dagbesteding (werk, arbeidsmatige dagbesteding, corvee of recreatief). Alle dagen koken cliënten verse maaltijden, maken ze de voorziening schoon, doen klusjes en boodschappen. Voor externe dagbesteding gaan cliënten onder andere naar Ecosol, Actief Talent, Reakt en Roads. Dit is dagbesteding die onderdeel uitmaakt van de sociale basis. Het is belangrijk om te realiseren dat de sociale basis een breed begrip is en zich kenmerkt doordat er niet op individueel niveau geregistreerd wordt. Het sociaal wijkteam, vrijwilligers, Stem in de Stad, maatjes, Buuv, zijn allemaal onderdeel van de sociale basis.

Over de kosten van het verblijf

6

18. Hoeveel cliënten betalen een eigen bijdrage voor de maatschappelijke opvang? Zo goed als alle cliënten betalen een eigen bijdrage. Er is een aantal situaties denkbaar waarin dit (nog) niet aan de orde is:

-

In geval van winternoodopvang fase II indien mensen onder drang in de MO verblijven Uitgeprocedeerde asielzoekers zonder inkomen Cliënten die in afwachting zijn van een uitkering

De laatste groep betaalt de eigen bijdrage vanaf het moment dat de uitkering rond is. De uitkering wordt in de regel toegekend met terugwerkende kracht. Cliënten kunnen van dit bedrag ook de achterstand eigen bijdrage betalen. De overgrote meerderheid van de cliënten betaalt de eigen bijdrage. Cliënten die zelf niet in staat zijn om de financiën te beheren worden zo nodig aangemeld voor passende ondersteuning, zoals bewindvoering. 19. In hoeveel gevallen wordt er gebruikt meemaakt van de betalingsregeling?

Deze aantallen worden niet apart geregistreerd. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van een betaalafspraak is wisselend per dag en per week. 20. Hoe vaak wordt vanwege niet betalen de toegang tot de opvang beëindigd? Een sanctie op basis van het niet betalen van de eigen bijdrage komt weinig voor, mede doordat de BCT zich coulant opstelt in dergelijke gevallen. Als een cliënt inkomen heeft maar desondanks de eigen bijdrage weigert te voldoen zoekt de BCT eerst samen met cliënt naar een oplossing. Indien een cliënt niet mee wil werken wordt eerst een mondelinge en vervolgens een schriftelijke waarschuwing gegeven. Als cliënten wel een inkomen hebben maar weigeren te betalen en/of een betaalafspraak te maken, kan in het uiterste geval de toegang tot de MO ontzegd worden tot cliënt weer betaalt en een betaalafspraak maken over de opgelopen achterstand. Momenteel zijn er 4 personen bekend die wel gebruik willen maken van de opvang, maar blijven weigeren om mee te werken aan betaalafspraken. Het gaat om cliënten die aantoonbaar wel een inkomen hebben maar weigeren een betaalafspraak te maken. Deze cliënten krijgen weer toegang tot de maatschappelijke opvang als voor de opgelopen schuld een betalingsregeling is afgesproken en zij bereid zijn de eigen bijdrage te betalen.

Waar nodig meldt de BCT dergelijke cliënten wel aan voor een traject, zodat hulpverlening ook buiten de maatschappelijke opvang cliënt kan ondersteunen om andere keuzes te maken. 21. Hoe vaak komt het voor dat daklozen toegang wordt geweigerd doordat de uitkering nog

niet is geregeld? Dit komt niet voor. Als iemand geen inkomen heeft en (nog) niet in staat is de eigen bijdrage te betalen, dan spreekt de BCT een betalingsregeling af en krijgt de cliënt gewoon toegang tot de opvang. 22. Kan er een versnelde procedure voor dak- en thuislozen worden ingesteld bij aanvraag van

een uitkering? Iedereen die een uitkeringsaanvraag doet of reeds een uitkering heeft, kan een aanvraag voor een voorschot indienen ter voorziening in de kosten van het bestaan. Dit geldt ook voor de kosten van de eigen bijdrage van de maatschappelijke opvang. De afdeling Werk en Inkomen beoordeelt of de klant

7

in aanmerking komt voor het voorschot. Over incidenten tijdens het verblijf 23. Hoe vaak wordt een cliënt geweigerd vanwege het niet houden aan de huisregels?

Sancties op basis van gedrag werden tot voorheen niet centraal bijgehouden. Naar aanleiding van de aanbevelingen uit de evaluatie sanctiebeleid worden schorsingen op basis van gedrag bijgehouden door de veldregisseur. Gemiddeld wordt er 3 tot 5 keer per maand een schorsing gegeven voor langer dan één nacht. In de meeste gevallen kan een time-outbed worden aangeboden. Tenzij de professionals inschatten dat de kans op herhaling van het agressief gedrag op de andere locatie te groot is. Voor meer informatie zie ook de evaluatie van het sanctiebeleid: https://gemeentebestuur.haarlem.nl/Vergaderingen/Besluitenlijst-BenW/2020/18-augustus/10:00/EvaluatieSanctiebeleid-Maatschappelijke-Opvang/20200583806-2-Bijlage-1-Evaluatierapportage-SanctiebeleidMaatschappelijke-Opvang.pdf

24. Hoe vaak wordt een cliënt geweigerd vanwege niet volledig meewerken aan een oplossing

voor de opvang en woonproblematiek? Dit komt zelden voor, er wordt altijd eerst ingezet op motiveren en verleiden om mee te werken met een traject gericht op uitstroom. Over de begeleiding tijdens het verblijf 25. Kunt u meer inzage geven in de soorten trajecten die de cliënten krijgen en de effectiviteit

daarvan? Concreet richt de ondersteuning aan daklozen zich op het begeleiden naar zelfredzaamheid waarbij de cliënt samen met de trajecthouder een trajectplan opstelt met als doel dat de cliënt zo snel mogelijk kan uitstromen en in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Een trajectplan omvat een inventarisatie van problemen en kwaliteiten op alle leefgebieden, inclusief een risicotaxatie op gedrag. De levensgebieden zijn bijvoorbeeld huisvesting, financiën, schulden, dagbesteding/werk, psychiatrie, middelengebruik, sociaal netwerk, politie/justitie etc. De trajecthouder legt samen met de cliënt doelen, acties en plannen vast die moeten leiden tot de plek waar iemand gezien zijn perspectief het beste past. Er wordt actief contact gezocht en samengewerkt met andere professionals en de gemeente van herkomst. Dit met als doel af te stemmen over de doelen zoals die zijn verwoord in het trajectplan en wie wat daarin doet. De trajecthouder voert gezamenlijk met de cliënt regie over het plan en de bijbehorende acties. In 2019 is er een onderzoek uitgevoerd naar de trajectbegeleiding in de maatschappelijke opvang zie ook: https://gemeentebestuur.haarlem.nl/bestuurlijke-stukken/20200051626-3-Bijlage-2-Hetervaringsonderzoek-trajectbegeleiding-in-de-Maatschappelijke-Opvang-1.pdf.

26. Hoe wordt bij de begeleiding gebruik gemaakt van de sociale basis (voor bijvoorbeeld

dagbesteding of het maken van een sociaal netwerk)? Zie ook vraag 17. De dagbesteding is een belangrijk onderdeel van de trajectbegeleiding. Naast het ondersteunen van (economisch) daklozen is ook afgesproken dat het sociaal wijkteam een rol kan spelen wanneer een cliënt uitstroomtuit de opvang naar de wijk.

8

27. Hoeveel cliënten vallen na enige tijd weer terug naar de maatschappelijke opvang?

Dit is nu niet uit de cijfers te halen. Bij cliënten die uitstromen via een contingentenregeling worden er afspraken gemaakt met de partners (woningcorporatie, zorgaanbieder) om uitval te voorkomen. Indien zelfstandig wonen onverhoopt toch de hoog gegrepen lijkt, wordt waar nodig gezocht naar een passende oplossing. Dit proces wordt op dit moment uitgebreid geëvalueerd en waar nodig bijgesteld in het opstellen van het PACT voor uitstroom. De ervaring leert dat een terugval in dakloosheid in geval van duurzame uitstroom met begeleiding laag is. Echter, indien cliënten op eigen initiatief uitstromen naar bijvoorbeeld het eigen netwerk of gaan samenwonen, is de kans op terugval in dakloosheid in de regel hoger. 28. Hoe realistisch is het om economisch daklozen minder begeleiding te geven?

De verwachting ten tijde van het vaststellen van het beleidskader Opvang Wonen en Herstel en de aanbesteding van maatschappelijke opvang en beschermd wonen die daarop is gebaseerd van de maatschappelijke opvang dat economisch dakloze op eigen kracht konden uitstromen. In de praktijk bleek dat zij vaak langer verbleven dan 6 maanden. Dat heeft onder andere te maken met een tekort aan passende woningen, maar soms ook dat er toch sprake is van achterliggende problematiek. Daarnaast was er te weinig zicht op de inspanningen die cliënten wel/niet verrichtten ten behoeve van uitstroom naar woonruimte. Daarom is 1 juni 2019 gestart met een pilot waar ook een deel van de economisch daklozen extra begeleiding kon krijgen. Door het inzetten van trajectbegeleiding is er actief iemand betrokken waardoor er ondersteuning kan worden geboden bij het zoeken naar vervolghuisvesting. Met behulp van de trajectbegeleiding zijn er tijdens de pilot verschillende mensen uitgestroomd buiten de contingentenregeling. Omdat op basis van de huidige resultaten, mede door de coronacrisis, nog niet geconcludeerd kan worden of de pilot daadwerkelijk bijdraagt aan een snelle uitstroom is de pilot in het kader van de brede aanpak dak- en thuisloosheid met één jaar verlengd.

Bij de verlenging is ervoor gekozen om geen onderscheid meer te maken tussen economische daklozen met enkelvoudige of meervoudige problematiek. Vanaf 1 januari 2021 kunnen alle economisch daklozen extra begeleiding krijgen vanuit de pilot. Mensen in de pilot hebben een traject van gemiddeld twee uur per week. Hier is voor gekozen omdat de problematiek lichter is dan de daklozen met OGGZ-problematiek, die gemiddeld een traject van drie uur krijgen. Als door de aanbieder wordt gesignaleerd dat de problematiek te zwaar is, vraagt de organisatie om een herindicatie bij de BCT. De BCT beoordeelt of er toch sprake is van OGGZproblematiek. In dat geval krijgt de persoon of het gezin een OGGZ-indicatie en kan er meer begeleiding worden ingezet. De verlenging van de pilot geeft de mogelijkheid om de resultaten over een langere periode te volgen. Na afloop van de pilot zijn er meer resultaten om de vraag of het realistisch is om economisch daklozen minder begeleiding te geven te beantwoorden, doordat we kunnen zien wat het met de uitstroom doet als er wel begeleid wordt. Uitstroom 29. Hoeveel cliënten stromen jaarlijks uit naar een geschikte (contingent) woning?

Nog niet alle cijfers van 2020 zijn bekend. We verwachten dat 35% uitstroomt naar een zelfstandige woning (met of zonder voorrangsregeling).

9

30. Hoeveel cliënten zijn zelf in staat om uit te stromen naar een eigen woning, maar staan op

een wachtlijst hiervoor? Er zijn verschillende manieren om uit te stromen naar een eigen woning. Dit kan via een voorrangsregeling zoals de contigentregeling, kanswoning of opstapregeling of de reguliere weg voor een sociale huurwoning. Op dit moment staan 68 cliënten op de wachtlijst voor een contingentenwoning, waarvan 11 met het profiel alleenstaande MO-OGGZ. 31. Hoeveel cliënten stromen duurzaam uit? (Zie ook rapport 2018 over wisselende cijfers en

onduidelijkheid over duurzame uitstroom) Zie ook de beantwoording bij vraag 27, hierbij wordt gekeken naar personen die zijn uitgestroomd naar een passende vervolgplek. In het kader van het Pact voor Uitstroom wordt onderzocht in hoeverre contingentwoningen de afgelopen jaren succesvol verlopen zijn. We verwachten in april 2021 over een gevalideerd beeld van het resultaat van de plaatsingen te kunnen beschikken over de periode 2017-2020. 32. Een aanbeveling uit het rapport uit 2018 is de behoefte aan meer Beschermd Wonen

plekken. Klopt het dat we die plekken aan het omklappen zijn, waardoor er de facto minder beschermd plekken over blijven? Werken we daardoor niet actief uitstroom uit de MO tegen? In het beleidskader Opvang Wonen en Herstel staat dat woonvoorzieningen voor Beschermd Wonen van belang zijn. De opdracht die dit beleidskader mee geeft is om toe te werken naar meer verschillende vormen van beschermd, beschut en begeleid wonen. Bij de decentralisatie in 2015 waren er in onze regio alleen 24 uursvoorzieningen. Cliënten en zorgorganisaties gaven echter aan dat er meer behoefte was aan diverse soorten vormen van beschermd, beschut en zelfstandig wonen. De opdracht die de regio zich heeft gesteld is om meer mensen een actieve plek te geven in de maatschappij in een vorm van wonen die het past bij het hersteltraject van een inwoner. Dat betekent een opdracht voor zorgorganisaties om enkele beschermd wonen plekken te transformeren naar beschut wonen vormen of zelfs naar begeleid zelfstandig wonen. Dat betekent de facto een verlaging van het aantal 24 uurswoonplekken maar ook een toename van beschut en begeleid wonen. Sommige cliënten die uitstromen uit de MO zijn het beste gebaat bij een beschermd wonen plek, andere bij een beschut wonen plek of een zelfstandige woonplek.

Deze beweging naar meer vormen van wonen betekent overigens niet dat er geen nieuwe 24-uursvoorzieningen in onze regio nodig zijn, denk bijvoorbeeld aan een Domus+. Per 1 januari 2021 is er een nieuwe 24 uursvoorziening gestart in Hoofddorp voor forensische en BW-cliënten, Spaarnevleugels. Er loopt daarnaast tevens een traject voor het vinden van een geschikte plek voor Domus+ en Skaeve Huse. Vanwege de doordecentralisatie van BW is het beleid om woonvoorzieningen ook om buiten de gemeente Haarlem te ontwikkelen om zodoende een betere spreiding van voorzieningen over de regio te krijgen. Gemeentelijke verantwoordelijkheden 33. Klopt het dat de gemeente Haarlem (als regiogemeente) verantwoordelijk is voor de

opdrachtverlening en budgetten voor de OGGZ in de regio, en als gemeente verantwoordelijk is voor de opvang van economische daklozen uit Haarlem? Dat klopt. Haarlem is centrumgemeente, en verzorgt voor de regio Zuid-Kennemerland, Haarlemmermeer en IJmond de opvang van daklozen met OGGZ-problematiek. In onze regio is 10

afgesproken dat de opvang van economisch daklozen onder de verantwoordelijkheid valt van de regiogemeenten zelf. De gemeente Haarlem organiseert de opvang van economisch daklozen voor de eigen gemeente en de economisch daklozen die buiten onze regio afkomstig zijn. 34. Zijn er nog andere (wettelijke) verantwoordelijkheden die de gemeente Haarlem heeft op

het terrein van de opvang van (volwassen) daklozen? In het kader van landelijke toegang hebben gemeenten afspraken gemaakt over cliënten die zich melden bij een gemeente, maar geen binding hebben met deze gemeente of een negatief netwerk hebben in de regio. In artikel 1.2.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, (Wmo, 2015) is vastgelegd dat de maatschappelijke opvang landelijk toegankelijk is. De handreiking Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang (2019) bevat model-beleidsregels voor gemeenten om te bepalen waar een dak- of thuisloze het beste maatschappelijke opvang kan krijgen. Het komt in de kern op het volgende neer. Zoals bepaald in de Wmo 2015 kan een persoon die opvang nodig heeft aankloppen bij elke gemeente. Een cliënt mag de toegang tot opvang niet worden geweigerd op grond van het gebrek aan binding met de gemeente van aanmelding. De gemeente (dan wel het regionaal samenwerkingsverband van gemeenten welke zorgdraagt voor maatschappelijke opvang) tot welke iemand zich heeft gewend voor maatschappelijke opvang is in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van maatschappelijke opvang. Hierna wordt gekeken naar ‘waar de meeste kans van slagen is op een succesvol traject’.1 Budgettaire zaken 35. Kunt u overzichtelijk een weergave geven van alle kosten die gepaard gaan met de opvang

van daklozen in (de regio) Haarlem en de budgetten waaruit deze komen?

Regionale taak maatschappelijke opvang Decentralisatie uitkering MO Reserve Regionaal Kompas. Beschermd wonen Resultaat is toegevoegd aan de reserve MO/BW/VO (voor coronakosten 2021) Lokale taak maatschappelijke opvang (economisch daklozen)

Uitgaven 2018 €9 miljoen

Uitgaven 2019 €10.5 miljoen

Uitgaven 2020 €11.5 miljoen

Dekking 2018 € 7.5 miljoen € 0.5 miljoen € 1.0 miljoen

Dekking 2019 €7.5 miljoen €3 miljoen

Dekking 2020 €9.4 miljoen €3 miljoen + 900.000

Uitgaven 2018 582.000

Uitgaven 2019 751.000

Uitgaven 2020 583.000

De gemeente Haarlem organiseert als centrumgemeente de maatschappelijke opvang en beschermd wonen voor de regio Haarlemmermeer, IJmond en Zuid-Kennemerland. Voor het uitvoeren van deze taken ontvangt de gemeente Haarlem een decentralisatie uitkering maatschappelijke opvang en een integrale uitkering beschermd wonen. De regiogemeenten hebben een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het voorkomen van dakloosheid en de opvang van economisch daklozen.

1

Collegebesluit 2019/401043 Aanpassingen Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang

11

Binnen de regionale begroting maatschappelijke opvang wordt uitgegaan van het budget vanuit de decentralisatie uitkering. Al jaren zijn de uitgaven hoger. Dit verschil wordt, zoals afgesproken in het portefeuillehoudersoverleg sociaal domein, vanuit het regionaal budget van beschermd wonen gedekt. In 2018 heeft de regio 7,5 miljoen ontvangen voor maatschappelijke opvang via de decentralisatie uitkering van het rijk. De uitgaven voor de maatschappelijke opvang waren 9 miljoen. Het tekort op de decentralisatie uitkering was bijna 1.5 miljoen. Deze overschrijding is deels gedekt uit de reserve Regionaal kompas (0,5 miljoen). Het resterende tekort (1 miljoen) is gedekt uit het budget van Beschermd Wonen. In 2019 zijn de uitgaven voor de maatschappelijke opvang in de regio verder toegenomen naar 10,5 miljoen. Het tekort van 3 miljoen is in 2019 gedekt uit het budget Beschermd wonen. In 2020 zijn de uitgaven voor de maatschappelijke opvang verder gestegen. Dit heeft met name te maken met de extra kosten in het kader van de coronamaatregelen. Alle voorzieningen moesten (zo veel mogelijk structureel) worden ingericht volgens de 1,5 meter norm en de gemeenten zijn door het Rijk opgeroepen om de opvang ook open te stellen voor niet-rechthebbende dakloze mensen.

Om aan deze oproep te kunnen voldoen heeft de gemeente Haarlem in 2020 tijdelijk extra opvangplekken ingericht (de Beijneshal en de Aurora). De gemeente Haarlem heeft in dit kader in 2020 eenmalig 1,9 miljoen extra ontvangen. In 2020 is 1 miljoen van de 1,9 miljoen uitgegeven. De overige 900.000 is toegevoegd aan de reserve MO/BW/VO. De verwachting is dat er ook in 2021 extra kosten gemaakt gaan worden voor: a. de coronamaatregelen: Ook in 2021 zijn er extra opvangplekken georganiseerd (De Aurora en de Raaks). De verwachting is dat extra kosten voor 2021 oplopen tot 2,5 miljoen. De VNG heeft inmiddels aangegeven dat de gemeenten ook in 2021 gecompenseerd gaan worden voor de extra taken. Het is nog wel onduidelijk hoe de extra financiering eruit komt te zien. Indien dat niet gebeurt of niet toereikend is, worden de kosten ten laste van de reguliere regionale middelen voor Maatschappelijke opvang (DU MO) gebracht, zodat financiële tekorten dan ook via de regionale budgetten gedekt worden. Zonder extra Rijksbijdrage zal wel stevig ingeteerd worden op de beschikbare buffers. b. Extra kosten voor de brede aanpak dak- en thuisloosheid: De gemeente Haarlem doet mee aan de landelijke brede aanpak om dak- en thuisloosheid te voorkomen. De gemeente Haarlem heeft hier eenmalig 5,6 miljoen extra voor ontvangen.

Voor de uitvoering van de plannen verwijzen wij u gemakshalve naar het brede plan van aanpak. Deze aanpak is terug te vinden via : https://gemeentebestuur.haarlem.nl/Vergaderingen/Commissiesamenleving/2020/29-oktober/17:10/22-10-uur-Brede-aanpak-van-Dak-en-Thuisloosheid-2020-2021MTM/20200883762-2-Bijlage-1-Brede-aanpak-van-Dak-en-Thuisloosheid-2020-en-2021.pdf

Naast de regiogelden geeft de gemeente Haarlem ook lokaal geld uit aan de opvang van economisch daklozen. Het gaat hierbij om het opvangen van economisch daklozen uit de gemeente Haarlem, maar ook om (re)migranten gezinnen (die geen directe binding hebben met de gemeente Haarlem). 36. Is er een trend waar te nemen in de kosten voor daklozenopvang over de laatste jaren?

De stijging voor de maatschappelijk opvang in de regio wordt onder andere veroorzaakt door: •

Stijgende kosten door alternatieve opvang: De vraag naar maatschappelijke opvang is in de regio al langere tijd groter dan de bestaande capaciteit aankan. Voor gezinnen, vrouwen met 12

• •

•

•

kinderen, jongeren en andere zeer kwetsbare personen wordt te allen tijde noodopvang aangeboden bij commerciële aanbieders (hotels, vakantieparken). De extra kosten vanaf 2019 voor het veldwerk op Schiphol (zie vraag 37) De indexatie op de subsidie/inkoopafspraken: Hoewel de decentralisatie uitkering niet wordt geïndexeerd door het rijk, worden de tarieven volgens het aanbestedingsdocument jaarlijks wel geïndexeerd. Voor 2019 ging dit om een percentage van 1.65%. In 2019 is voor het eerst besloten om ook de subsidies met een vergelijkbaar percentage te indexeren. Een kostenstijging bij de trajecten in de maatschappelijke opvang na de aanbesteding (start nieuwe inkoopperiode MO/BW m.i.v.1-7-2018). De trajecten in de maatschappelijke opvang worden sindsdien niet meer bekostigd via subsidie maar via inkoop. Door de overgang van subsidie naar aanbesteding zijn een aantal facturen uit 2018 ten laste gekomen van 2019. Hiernaast is de inkoop financiering een openeinderegeling. In 2020 is er een extra kostenstijging door de coronamaatregelen. Om aan deze oproep te kunnen voldoen heeft de gemeente Haarlem in 2020 tijdelijk extra opvangplekken ingericht (de Beijneshal, Perron 18 en de Aurora).

37. Kunt u inzage geven in de kosten voor de maatschappelijke opvang/begeleiding die Schiphol

heeft? De kosten voor 2021 en 2022 van de totale aanpak bedragen € 1.382.512 (€ 691.256 per jaar) en worden betaald middels een cofinanciering. De samenwerkingspartners zijn overeengekomen om de bijdrage voor Schiphol te bekostigen op basis van doelgroep. Dit was voorheen niet mogelijk omdat de cijfers nog niet voldoende inzichtelijk waren. - Door de nieuwe verdeelsleutel is de bijdrage voor de gemeente Haarlem voor 2021 en 2022 € 377.510 voor 2 jaar, dit is lager dan in 2019 en 2020 (toen was de bijdrage € 640.000). - De extra financiering van het ministerie van Justitie en Veiligheid (€ 128.000), - De extra bijdrage van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (€475.000), - De bijdrage van Schiphol (€ 302.008) en; - De bijdrage van Haarlemmermeer (€ 100.000). Voor meer informatie zie ook het collegebesluit 1. Samenwerkingsafspraken Veldwerk Schiphol 2021 en 2022 (pdf, 645.19 kb) (haarlem.nl)

38. De tekorten uit de MO worden jaarlijks gedekt uit het budget voor Beschermd Wonen. Zet Haarlem voldoende in op Beschermd Wonen plekken? Hoe verwacht het college dit te dekken nu mensen uit BW uitstromen naar de Wlz en daarmee het budget voor BW lager zal worden bijgesteld? Ja, de gemeente blijft regionaal inzetten op extra beschermd en beschut wonen plekken. Zo is de nieuwe 24 uurs voorziening Spaarnevleugels in de Haarlemmermeer gestart. Ook zijn er zorgaanbieders (soms via pgb gelden) die nieuwe (kleinschalige) beschut locaties zijn gestart, zoals Heeren van Zorg en RIBW K/AM. Het grootste probleem bij de realisatie van beschermd en beschut wonen is het vinden van geschikte en betaalbare woonlocatie. Dit laatste geldt voor alle soort woonplekken, maar voor een Domus+ en Skaeve Huse is dat extra complex. Ook na uitname van de WLZ is er nog voldoende budget om het tekort van de MO te dekken en extra locaties beschut en beschermd woonplekken te financieren. Ook de reguliere woningen zijn hier van belang. Als mensen vanuit BW kunnen doorstromen naar zelfstandig wonen komen er weer BWplekken vrij voor onder meer mensen die nu in de maatschappelijke opvang verblijven.

13

Overige: 39. In de commissievergadering van 06 februari 2020 is door Wethouder Meijs toegezegd dat er eind 2020 een vervolgonderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijke partij. Wat is hier de stand van zaken? Het onderzoeksrapport is op 26 januari aangeboden aan het college, inmiddels vastgesteld en ter kennisname verstuurt naar de commissie Samenleving. Zie Commissie samenleving 04 maart 2021 17:10:00, Gemeente Haarlem

40. Wat is het aantal bezwaarschriften gericht tegen maatschappelijk opvang in 2019 en 2020? Het aantal bezwaarschriften gericht tegen maatschappelijke opvang is gestegen van 4 in 2018 naar 17 in 2019. Over 2020 zijn nog geen officiële cijfers bekend. Er is wel een handmatige telling gedaan voor de periode 1-1-2020 tot 1-6-2020: 17 bezwaarschriften, 4 beroepszaken en 2 hoger beroepen ingediend tegen beslissingen op het terrein van de maatschappelijke opvang. In het hele jaar 2018 werden er nog procedures door 9 cliënten aangespannen tegen beslissingen van of namens het gemeentebestuur in het kader van maatschappelijke opvang. Vanaf het jaar 2019 is een sterke toename van het aantal procedures zichtbaar. Overigens komt het regelmatig voor dat met betrekking tot één individuele cliënt meerdere procedures worden gevoerd. 41. Hoeveel rechtszaken zijn er in 2019 en 2020 gevoerd waarbij HVO en de gemeente waren betrokken? Van 1 januari tot 1 juni 2020 zijn er 8 voorlopige voorzieningen, 17 bezwaarschriften, 4 beroepszaken en 2 hoger beroepen ingediend tegen beslissingen op het terrein van de maatschappelijke opvang. In deze handmatige telling is niet geïnventariseerd in hoeveel gevallen HVO-Querido betrokken was. De gemeente is immers partij, niet de aanbieder.

Omdat HVO-Querido de grootste MO voorzieningen exploiteert kan wel zonder meer gesteld worden dat het merendeel van de zaken een situatie betrof waarin HVO-Querido Querido betrokken was. Maar er zijn ook zaken voorgekomen die beschermd wonen locaties in de regio betreffen en zaken die MO locaties betreffen waar RIBW of Leger des Heils de zorgaanbieder zijn. Wat wellicht ook interessante informatie is, is dat advocatenkantoor Fischer het overgrote deel van de zaken indient. Andere (sociaal) advocaten zijn uitzondering. Veel zaken betreffen besluiten tot schorsing na incidenten van geweld en/of bedreiging waarbij Fischer advocaten claimt dat de cliënt kwetsbaar is en dat ondanks de voorgevallen incidenten het gemeentebestuur te allen tijde gehouden is om opvang te bieden. Hoe vaak gemeente in het gelijk of ongelijk is gesteld is ook niet zo simpel te beantwoorden. Het komt bijvoorbeeld nogal eens voor dat in een zaak de proceskostenvergoeding voor het advocatenkantoor centraal staat. Het gaat dan niet meer over het besluit ten aanzien van de cliënt, maar om de vraag of het advocatenkantoor al dan niet een proceskostenvergoeding moet worden toegekend. Dus bijvoorbeeld: de rechter oordeelt dat de schorsing terecht is, maar de motivering in de schorsingsbrief is onvoldoende waardoor een vergoeding van de proceskosten wordt toegewezen.

Wie is er dan in het gelijk gesteld? Een ander voorbeeld om aan te duiden dat 14

een antwoord op de vraag hoe vaak de gemeente in het gelijk gesteld is of niet lastig te beantwoorden is: vorig jaar heeft 1 persoon een grote hoeveelheid bezwaren, klachten, WOBverzoeken en AVG-verzoeken ingediend. De meeste bezwaren van deze persoon zijn door de bezwarencommissie als niet-ontvankelijk verklaard. Bijvoorbeeld omdat het bezwaar niet gericht was tegen een besluit krachtens de AWB. Indien de werkgroep hier prijs op stelt kan een nadere toelichting gegeven worden op de aard en complexiteit van de zaken waarover beroepsprocedures hebben gelopen of bijvoorbeeld rechtelijke uitspraken beschikbaar worden gesteld. Hoeveel keer is de gemeente in het gelijk en het ongelijk gesteld? Van de eerdergenoemde 17 bezwaarprocedures in de eerste vijf maanden van 2020 zijn er 9 niet-ontvankelijk verklaard, in 6 gevallen is het besluit in stand verklaard en in 2 gevallen is het besluit herroepen.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12270563/1