CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Second opinion business case Schalkwijk cluster 1

gemeenteraad 21 december 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Aandelenstorting en garantstelling Warmtebedrijf Haarlem B.V.4.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Documentnummer

[P10166-GHA]

Klantorganisatie

Gemeente Haarlem

Opdrachtgever

Mayte de Vries

Auteur(s)

Justus Mesman

Status

Definitief

Gecontroleerd door

Christiaan van Soest

Datum

11-10-2023

Beste Mayte de Vries, Voor u ligt de definitieve second opinion op de businesscase van het warmtenet in Meerwijk. We hebben de gebruikte technische en financiële kentallen naast onze uitgangspunten gelegd, en de rekenmodules en businesscase resultaten inhoudelijk geanalyseerd. Naar aanleiding van onze eerste review hebben we van jullie voor een aantal onderdelen nieuwe informatie ontvangen. Dit heeft ertoe geleid dat enkele observaties niet meer relevant zijn of een kleinere impact hebben op de businesscase dan wij van tevoren hadden verwacht. Daarom hebben we enkele observaties geschrapt. Toelichting Een conclusie over de financiële haalbaarheid van het warmtenet met risico’s is te vinden in Hoofdstuk 1. Een uitgebreidere toelichting daarop is te vinden verderop in deze rapportage. De review is opgebouwd als volgt:

1.

Samenvattend: Conclusie, risico’s en aanbevelingen

2.

Ontvangen documenten

3.

Businesscase rekenmodel en demarcatie

4.

Technische kentallen

5.

Financiële kentallen

6.

Implementatie rekenmodules

7.

Businesscase resultaten

8.

Gevoeligheidsanalyse

Hoofdstuk 4 t/m 7 volgen een vaste opbouw: de observaties zijn onderverdeeld in grote, middel, of kleine impact op de onrendabele top (ORT) van de businesscase. In hoofdstuk 8 hebben we een gevoeligheidsanalyse opgenomen.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk De WarmteTransitieMakers. – Nijverheidsweg 16G unit 1A, 3542 AB Utrecht – info@dwtm.nl KVK 71166645 - BTW NL858606227B01 - NL38 RABO 0362 4283 28

1. Samenvattend: Conclusie, risico’s en aanbevelingen De businesscase lijkt technisch en financieel haalbaar onder de opgegeven aannames, afspraken en voorwaarden. De onrendabele top is €10.972 over de looptijd van 30 jaar en dus €9 per woning bij een WACC van 6%. Dit betekent dat met een vereist rendement van 6% de investering niet wordt terugverdiend gedurende de exploitatie. De businesscase heeft dus weinig marge voor tegenvallers gedurende de exploitatie. Maar, we zien ook een fout in de businesscase; een dubbele korting op de warmtetarieven, dat is een korting van 11% meer dan afgesproken met de woningcorporaties. Deze fout verhelpen heeft een significante positieve impact op de onrendabele top, de onrendabele top wordt namelijk - €1.250 per woning, en is dus positief. Daarmee wordt, met een vereist rendement van 6%, de investering terugverdiend gedurende de exploitatie. Met voldoende marge om tegenvallers op te vangen. En dat is mogelijk nodig, we zien namelijk een aantal risico’s, deze hebben we toegelicht in Tabel 1. Tabel 1 Overzichtstabel van risico’s die we als Greenvis opmerken in de huidige businesscase.

Risico SDE++ subsidie

Toelichting De positieve kasstroom is sterk afhankelijk van de SDE++-subsidie en dus de aanname die daarin is gedaan over de hoogte van de SDE++-subsidie. Na afloop van deze subsidie is de positieve kasstroom significant verminderd, wat het belang van deze subsidie aangeeft.

Typering Groot

WIS-subsidie

De WIS-subsidie heeft een grote positieve impact op de businesscase. Er is echter aangenomen dat dit €6.000 per kleinverbruik (kvb)-aansluiting is. De berekening daarvan hebben wij niet ingezien, en de kans is aanwezig dat dit in de praktijk lager uitvalt dan van tevoren begroot, met een negatieve impact op de businesscase als gevolg.

Groot

Energietarieven

De energietarieven van de toekomst zijn lastig te voorspellen. Zo hanteren wij andere prognoses van de elektriciteits- en gasprijzen dan EQUANS, waarbij onze prognose van de elektriciteitsprijzen veel hoger uitvalt.

Groot

Aangezien een groot deel van de warmteproductie met een warmtepomp wordt opgewekt, zijn de elektriciteitskosten hoog. Hogere energiekosten dan verwacht, en met name hogere elektriciteitskosten dan verwacht, hebben een significante negatieve impact op de ORT. Herinvesteringskosten

De herinvesteringspercentages vinden wij aan de lage kant als we kijken naar de uitgangspunten in de markt. Hier is het risico dat de herinvesteringskosten veel hoger uitvallen dan van tevoren begroot, wat een grote negatieve impact heeft op de businesscase.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 2

Groot

Post onvoorzien

Voor investeringen in de warmtebron installaties is geen post onvoorzien opgenomen. Onvoorziene omstandigheden rondom de warmtebron kunnen daardoor de ORT flink verhogen.

Middel

Elektriciteitsverbruik WKO- en TEO-installatie

Het elektriciteitsverbruik van de WKO- en TEOinstallaties is constant met 500 MWh per jaar. Dit getal vinden wij niet voldoende onderbouwd. Op basis van de meegeleverde energiebalans concluderen wij dat de benodigde energie zelfs veel hoger ligt dan het voor nu aangenomen verbruik.

Middel

Een hoger elektriciteitsverbruik voor deze installaties leidt ook tot hogere kosten en dus een middel negatieve impact op de ORT. Kostendekkingsbijdrage

De businesscase is zeer afhankelijk van de kostendekkingsbijdrage (KDB). Een lagere KDB heeft een negatieve impact op de ORT. De KDB wordt overeengekomen met de woningcorporaties, het risico dat de KDB lager uitvalt schatten we daarom dus in als klein.

Klein

Deelnamepercentage

Het deelnamepercentage is 100% (participatiegraad). Het risico dat aangesloten woningen waarop de businesscase is begroot lager uitvalt is zeer klein, aangezien het om alleen corporatiewoningen gaat.

Klein

Aanbevelingen Op basis van bovenstaande geïdentificeerde risico’s doen we een aantal aanbevelingen: • We raden aan om de korting van het warmtetarieven te verminderen van 22% naar de afgesproken 11%. Dit zorgt voor een grotere marge, waarna we aanraden de gevoeligheidsanalyse opnieuw te doen. • Wanneer meer bekend is over de hoogte van de SDE++- en de WIS-subsidie is het belangrijk het effect daarvan te onderzoeken op de businesscase. • We raden aan nogmaals een gevoeligheidsanalyse te doen op de energietarieven en de prognose van de tarieven nader uit te werken. • We raden aan nogmaals de herinvesteringspercentages aan de bronzijde te onderzoeken. • Het is belangrijk het elektriciteitsverbruik voor de WKO- en TEO-installatie goed opnieuw in te schatten, en de energiebalans naast dit elektriciteitsverbruik te leggen. • We raden aan om een post onvoorzien mee te nemen voor de warmtebron, aangezien deze belangrijk is om de impact van eventuele tegenvallers te verkleinen.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 3

2. Ontvangen documenten Van de opdrachtgever hebben we voor deze second opinion de volgende bestanden ontvangen: • • • • • • •

230424RKLPST Haarlem Schalkwijk cluster 1 - 1250 MGW Presentatie raming Equans.pdf 230601 Integrale businesscase Warmtenet Schalkwijk v16.1.xlsx 11212022_13_Cluster 1.pdf 20230509 curves BuCa Haarlem.xlsx Preview attachment FW- Haarlem Schalkwijk- Periodieke tarieven Liander.emlFW- Haarlem Schalkwijk- Periodieke tarieven Liander.url Reactie gemeente Haarlem op second opinion business case GreenVis.docx 230331 – tarieven warmtenet Schalkwijk – def concept.docx

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 4

3. Businesscase rekenmodel en demarcatie Voor zover wij kunnen zien volgt de businesscase de demarcaties zoals beschreven in Bijlage 1 van “11212022_13_Cluster 1”. Zie Figuur 1 voor een overzicht van twee opties: -

-

Optie 'Collectief’: o HWN is verantwoordelijk voor het leidingwerk tot en met de IWAS (afleverstation) en de technische ruimte. o De woningcorporatie is verantwoordelijk voor aanleg en beheer van inpandige (stijg)leidingen vanaf de technische ruimte, meet- en binneninstallatie. Optie ‘Individueel’: o HWN is verantwoordelijk voor het leidingwerk tot en met de individuele afleversets in de aangesloten panden. o De woningcorporatie is verantwoordelijk voor de binneninstallatie vanaf de afleverset. Ook is de woningcorporatie verantwoordelijk voor de brandwerende doorvoer rondom de stijgleidingen in het gebouw. o Merk op dat de optie ‘individueel’ altijd van toepassing is op eengezinswoningen.

Uit het tabblad ‘Algemeen’ in de businesscase maken we op dat de volgende aantallen panden zijn aangesloten: Meergezinswoningen (MGW) via route ‘Collectief’: 730 woningen tijdsvak 2025 Meergezinswoningen (MGW) via route ‘Individueel’: 360 woningen tijdsvak 2025-2027 Eengezinswoningen (EGW) via route ‘Individueel’: 83 woningen tijdsvak 2027 Totaal 1.173 woningen tijdsvak 2025-2027

Figuur 1: Demarcatie HWN / WOCO /Engie (uit 11212022_13_Cluster 1.pdf).

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 5

4. Technische kentallen We analyseren de technische kentallen zoals gebruikt in de businesscase. Ons startpunt was de energiebalans, waarna we ook gekeken hebben naar de warmteverliezen in het systeem. Ook hebben we de SCOP van de warmtepompen, de uitgangspunten voor de warmtevraag, en het uitgangspunt van afname van de warmtevraag gecontroleerd.

4.1. Grote impact Warmtevraag De waarden van de warmtevraag zijn gemiddelde waarden, gebaseerd op het gasgebruik in 2021 en 2022 vanuit de aansluitlijst. De warmtevraag is vervolgens gereduceerd met 5 GJ per woning voor het aanbrengen van schilmaatregelen. In Tabel 2 is de aangenomen vraag voor ruimteverwarming en voor warm tapwater weer gegeven. Tabel 2 De aangenomen warmtevraag voor EGW en MGW door de projectpartners.

EGW MGW

Ruimteverwarming (RV) 21 GJ 16 GJ

Warm tapwater (WTW) 9 GJ 9 GJ

Vuistregel voor de warmtevraag is 1/3 WTW en 2/3 RV. Deze lijkt toegepast te zijn. Ook zien we een reductie van de warmtevraag als gevolg van de te nemen isolatiemaatregelen door de woningcorporaties. Daarom gaan we ervanuit dat de panden al geïsoleerd zijn naar het goede niveau voordat deze worden aangesloten op het warmtenet. Het is belangrijk om zowel de warmtevraag als de capaciteit van de warmtebronnen goed in te schatten. In Tabel 3 hebben we verschillende gevolgen voor de businesscase benoemd. Tabel 3 Enkele gevolgen van het verkeerd inschatten van warmtebron en/of warmtevraag.

Primaire warmtebron

Warmtevraag

Gevolg indien te groot ingeschat Een laag aantal vollasturen per jaar, waardoor investeringen in de warmtebron zwaar wegen op de businesscase

Gevolg indien te klein ingeschat Aanvullende duurdere en/of minder duurzame warmtebronnen moeten worden ingezet

-

-

Een over dimensionering van assets en infrastructuur (leidingen), waardoor hoge investeringskosten in benodigde infrastructuur en beoogde businesscase niet wordt gerealiseerd.

Een te kleine dimensionering van assets en infrastructuur (leidingen), daardoor in de praktijk een lagere leveringszekerheid en/of minder comfort voor de afnemers

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 6

Hulp-elektriciteit De energiebalans is schematisch weergeven in Figuur 2. We zien de volledige hulp-elektriciteit voor de warmtepomp, TEO-installatie en WKO-installatie uit de energiebalans echter niet terug in de businesscase, zie Tabel 4. We zien een verschil in benodigde hulp-elektriciteit van 1.885 GJ/jaar. Figuur 2 Schematische weergave van de energiebalans, aangeleverd door de projectpartners.

Tabel 4 Hulp-elektriciteit in 2030 (aangenomen omdat daar het elektriciteitsverbruik het hoogst is) min het elektriciteitsverbruik uit de businesscase. Van MWh naar GJ omgerekend met de omrekenfactor van 3,6.

Hulp-elektriciteit Elektriciteitsverbruik WP Elektriciteit transportpompen Elektriciteitsverbruik hulpenergie WKO/TEO/Regeling/Verlichting Verschil in hulp-elektriciteit

Bron Energiebalans Businesscase Businesscase

Eenheid MWh/jaar MWh/jaar

Businesscase

MWh/jaar

In 2030 2.520 52

Eenheid GJ/jaar GJ/jaar GJ/jaar

In 2030 12.946 9.074 168

500

GJ/jaar

1.800

GJ/jaar

1.885

Verschil

Bovendien wordt de hulp-elektriciteit van de WKO- en TEO-installatie aangenomen als een constante van 500 MWh per jaar. Het elektriciteitsverbruik is een grote, jaarlijkse kostenpost, en een groter elektriciteitsverbruik dan van te voren verwacht leidt tot grotere kosten en dus een hogere ORT. Aangezien de hulp-elektriciteit uit de energiebalans en de aangenomen hulp-elektriciteit van de WKO- en TEO-installatie een aanzienlijk verschil is, raden we aan om de benodigde hulp-elektriciteit beter in te schatten en de energiebalans te herzien. SCOP van de warmtepomp De SCOP is berekend en aangeleverd door EQUANS op basis van een gewogen gemiddelde van de zomer en wintersituatie en de stooklijn. Daarmee komt de SCOP op 3,2. Aangezien de warmteproductie in grote mate wordt opgewekt door de warmtepomp, en het elektriciteitsverbruik zeer afhankelijk is van de SCOP, is het belangrijk hier een goede aanname te doen van de SCOP. Wij hebben geen zicht in de berekening van de SCOP en de gebruikte warmtepomp, maar kunnen wel wijzen op de forfaitaire waarden uit de NTA8800. We merken op dat de dT zoals in de businesscase voorgesteld groter is dan wat er in de NTA8800 kan worden opgezocht, maar het ligt voor de hand dat dat een forfaitaire COP lager dan 2.6 zal zijn (zie Bijlage I: NTA8800). Een lagere SCOP dan verwacht heeft een grote impact op de businesscase. Zie daarvoor ook 7.

Gevoeligheidsanalyse.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 7

4.2. Middel impact Warmteverlies Met de hoge temperatuur van 80°C en de lengte van het distributiesysteem verwachten we een hoog percentage warmteverlies. Voor de businesscase is het warmteverlies berekend op basis van de daadwerkelijke dimensionering en het temperatuurregime in pipelab. In deellast varieert deze tussen de 15% en 20%, in de businesscase is daarom 18% aangehouden. Het warmteverlies is ongeveer in lijn met onze aanname van warmteverlies op een temperatuur van 70C, en daarmee dus marktconform. Wel hebben we een gevoeligheidsanalyse gedaan op variatie in het warmteverlies (zie 7. Gevoeligheidsanalyse), hieruit blijkt dat een verschil in het warmteverlies een middelimpact heeft op de ORT.

4.3. Kleine impact Afname warmtevraag als gevolg van klimaatverandering Voor de afname van de totale jaarlijkse warmtevraag als gevolg van klimaatverandering wordt een percentage van 0,3% gebruikt. Afname als gevolg van klimaatmaatregelen is natuurlijk lastig te voorspellen, wij gebruiken een vergelijkbaar percentage. Afname van de warmtevraag als gevolg van isolatiemaatregelen is eerder meegenomen bij het uitgangspunt voor de warmtevraag.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 8

5. Financiële kentallen We controleren de achterliggende begrotingen bij onderdelen van het warmtenet. Daarbij toetsen we of de kosten voor de warmteleidingen en technische componenten in lijn zijn met de kentallen zoals wij zelf hanteren en regelmatig toetsen aan de markt. Verder controleren we of de warmtetarieven (variabel en vast), herinvesteringskosten, inflatie en ingekochte energie correct zijn toegepast.

5.1. Grote impact Herinvesteringspercentages De herinvesteringskosten van de afleversets zijn volgens ons marktconform. Hier wordt uitgegaan van complete vervanging na 15 jaar. De resterende herinvesteringskosten voor de gasketels, warmtepompen en de TEO-installatie zijn beneden het herinvesteringspercentage dat we vaak zien in de markt, zie Tabel 5. Bij een herinvestering moet een assets geheel of grotendeels worden vervangen, de techniek is volop in ontwikkeling en (draaiende) onderdelen die op termijn moeten worden vervangen zijn t.z.t. mogelijk niet meer beschikbaar. Een complete vervanging van een asset is dan vereist. Tabel 5 Herinvesteringen zoals opgenomen in de huidige businesscase (links) en wat wij normaal gesproken aannemen (rechts).

Type Gasketels Warmtepompen TEO-installatie WKO-installatie

Businesscase herinvesteringen % 30% 30% 25% 15%

Greenvis herinvesteringen % 80% 80% 80% 20%

Dat een asset na 15 jaar vervangen dient te worden is een aanname, vervanging kan ook eerder of later plaatsvinden. Voor systeemonderdelen met draaiende elementen (pompen, compressoren, etc.) vinden we een looptijd van 15 jaar een goed uitgangspunt. Variabele warmtetarieven In de aan ons geleverde businesscase was de korting op de variabele warmtetarieven dubbel meegenomen (een korting van 11% bovenop een korting van 11%). Dit leidt tot significant minder inkomsten gedurende exploitatie, en heeft dus een grote impact. Wellicht dat de warmtetarieven in de nieuwste versie is verbeterd. Energietarieven Net als het inflatiepercentage zijn de toekomstige energietarieven lastig te voorspellen gezien de recente schommelingen in de prijs. Verschillende methodes worden gebruikt, en welke de goede is zal de toekomst uitwijzen. Als onderdeel van de second opinion vergelijken we hier daarom de Greenvis prijsprognoses met de Equans prijsprognoses, zie Figuur 3, Figuur 4 en Figuur 5. Wat opvalt is het aanzienlijke verschil in de elektriciteitsprijzen. Aangezien de elektriciteitsprijzen een grote kostenpost zijn (veel van de warmte wordt opgewaardeerd met warmtepompen), is het belangrijk het elektriciteitsverbruik zoveel mogelijk te verlagen of goede contracten af te sluiten. Hogere elektriciteitsprijzen Gevoeligheidsanalyse.

hebben

een

grote

impact

op

de

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 9

businesscase,

zie

ook

7.

Figuur 3: Vergelijk van de elektriciteitsprijs voorspelling van Equans en Greenvis.

Figuur 4: Vergelijk van de gasprijs voorspelling van Equans en Greenvis.

Figuur 5: Vergelijk van het variabele warmtetarief voorspelling van Equans en Greenvis.

5.2. Middel impact Post onvoorzien We merken op dat geen aparte post onvoorzien is opgenomen in de businesscase voor de investeringen in de warmtebron en het warmtenet (tabblad NTBA, regels 114-126). Een post onvoorzien meenemen in de businesscase dekt het risico op onvoorziene kosten in de ontwikkeling en uitvoering. Na navraag blijkt het volgende: • Voor infrastructuur is een kostenpercentage van 15% gerekend voor onvoorziene kosten over de gehele investering. Dit zit in de investeringskosten (CAPEX). • Voor de warmtebron is geen post onvoorzien meegenomen. Het niet dekken van onverwachte omstandigheden in de kosten van de warmtebron neemt een extra risico met zich mee; zodra de kosten van de warmtebron hoger uitvallen dan verwacht kan dit een grote impact hebben op de businesscase.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 10

Warmtetarieven We hebben de warmtetarieven uit de businesscase vergeleken met de maximale warmtetarieven gesteld door de ACM. Hieruit blijkt dat de tarieven voor het vastrecht en de huur van de IWAS veel lager liggen dan het (huidige) maximumtarief, wat de betaalbaarheid voor afnemers verhoogt. Uit de memo 230331 – tarieven warmtenet Schalkwijk – def concept blijkt dat hiervoor is gekozen zodat afnemers niet meer gaan betalen voor warmte uit het warmtenet dan dat ze nu doen, oftewel volgens het Niet-Meer-Dan-Huidig principe. Voor de huur afleverset wordt echter een hoger tarief gevraagd in de businesscase dan het maximum toegestane tarief door de ACM. De huur afleverset zal dus moeten dalen, wat naar verwachting een middel-impact heeft op de businesscase. Aangezien de tarieven voor vastrecht ver onder het maximum liggen, kan ook worden besloten deze tarieven te verhogen zodat het tekort bij huur afleverset wordt opgeheven. Tabel 6 Vergelijk van verschillende prijzen, zoals bepaald door de ACM en zoals gebruikt in de businesscase.

Type

Individuele aansluiting

Collectieve aansluiting

Beschrijving

Eenheid

Vastrecht RV + WTW Vastrecht RV Meetdienst Huur afleverset Vastrecht RV + WTW Vastrecht RV Meetdienst Huur IWAS RV + WTW Huur IWAS RV

€/aansluiting/jr €/aansluiting/jr €/aansluiting/jr €/aansluiting/jr €/kW/jr €/kW/jr €/jr €/jr €/jr

ACM maximum €549,58 €274,79 €30,75 €140,88 €3.609,04 €3.060,60

Businesscase €295,35 €274,79 €30,75 €176,79 €14,97 €7,48 €2.982,68 €2.529,42

WIS-subsidie De WIS-subsidie is een subsidie die je krijgt om de onrendabele top te dekken, met onder andere een limiet van €6.000 per kvb-woning. In de businesscase is deze subsidie alleen berekend op basis van €6.000 subsidie per kvb-woning, er wordt dus aangenomen dat voor elke EGW en MGW individueel aansluiting €6.000 subsidie wordt verkregen. Dit is in lijn met de aanvraag die is ingediend bij de RVO. Eén voorwaarde voor de hoogte van de WIS-subsidie is dat over het warmtenet een maximaal rendement (WACC) van 4,23% wordt behaald. In de businesscase wordt dit echter niet gedaan. Het verwacht rendement is hier 6%. Hierdoor kan de WIS-subsidie mogelijk lager uitvallen dan verwacht, wat een negatieve (middel tot kleine) impact heeft op de ORT.

5.3. Kleine impact Investeringskosten nuts aansluitingen In de raming van EQUANS noemen ze één bedrag voor “NUTS aansluitingen, trafo, HS, LS, gebouwinstallatie” van €620.000. In de businesscase is dit vervolgens overgenomen als “Investeringskosten elektriciteitsaansluiting”. Nadeel hiervan is dat wij niet goed kunnen controleren uit welke onderdelen dat bedrag bestaat, en dus of het marktconform is. Wat ons in ieder geval opviel is dat de “Investeringskosten gasaansluiting” leeg was. Uit navraag bleek dat de investeringskosten voor de gasaansluiting binnen de raming van EQUANS zit. We raden aan om goed duidelijk te hebben waaruit het bedrag voor de “NUTS aansluitingen” precies bestaat. Raming verdeelleiding MT-net Het aantal aangesloten woningen (tabblad TBA, regels 8-12) is in totaal 1.173. Dit aantal aansluitingen wordt niet genoemd in 11212022_13_Cluster 1 bij de raming van de Verdeelleiding MT-net. De Verdeelleiding MT-net (Hoogbouw + verzwaring) is geraamd op 1.126 woningen. De nieuwe raming zal dus een nieuw tracé hebben, met mogelijk nieuwe uitdagingen. Desondanks verwachten wij dat deze aanpassing een kleine impact heeft op de investeringskosten en dus de businesscase, aangezien het aantal woningen ongeveer gelijk is.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 11

Inflatiepercentage Er is uitgegaan van een hoger inflatiepercentage in de eerste 6 jaar (tot en met 2028), waarna wordt uitgegaan van 2% inflatie vanaf 2029 (zie Tabel 7). Met de huidige inflatieontwikkelingen is het lastig een goede aanname te maken over inflatie, aangezien deze erg fluctueert de laatste maanden. Het niet meenemen van de ontwikkelingen is niet geheel punctueel, maar vervolgens een aanname doen over toekomstige inflatie brengt ook moeilijkheden met zich mee. In Tabel 7 hebben we de aangenomen inflatie tot en met 2028 gezet tegenover de verwachte inflatie van de ECB en het CBS. Deze projecties zijn zeer recent en kennen nog steeds een hoge onzekerheidsmarge. Een lager inflatiepercentage in de eerste jaren dan nu voorspeld zal een (kleine) positieve impact hebben op de businesscase. Tabel 7 Inflatiepercentages zoals gebruikt in de businesscase en in vergelijking met getallen van de ECB en het CBS.

1 2

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Aangenomen inflatie

prijspeil

5,3%

2,9%

2,2%

1,9%

1,8%

ECB – projectie HICP1

5,6%

3,2%

2,1%

-

-

-

CBS - verwachte inflatie2

5,7%

3,5%

Uit Macro-economische projecties (sept 2023) Uit Concept Macro Economische Verkenning 2024 (aug 2023)

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 12

6. Implementatie rekenmodules In dit hoofdstuk controleren we hoe de verschillende rekenmodules samenwerken. We kijken we naar herinvesteringen, afschrijvingen, restwaarde, inzet van subsidies en consistentie.

6.1. Grote impact Warmtetarieven In de businesscase die wij hebben ontvangen zien we een dubbele korting op de warmtetarieven. De afspraak met de woningcorporaties is een korting van 11% op het ACM-tarief. In de businesscase wordt gerekend met een korting van 22%. De korting terugbrengen naar 11% heeft een grote positieve impact op de businesscase; de onrendabele top wordt - €1.240 per woning, en dus positief in plaats van negatief (zie Gevoeligheidsanalyse).

6.2. Middel impact Vastrecht WTW-voorziening 366 woningen (tabblad Algemeen, regels 178-180) hebben tot 2030 een eigen WTW-voorziening, waarna de WTW-voorziening ook wordt aangesloten op het warmtenet. In de businesscase betalen deze woningen echter tot aan 2030 vastrecht voor RV en WTW (tabblad Resultaatrekening, regel 76). Dit is een afspraak met Elan Wonen, waarbij Elan Wonen vastrecht WTW gaat betalen in de periode dat er nog een bestaande WTW-voorziening is. We snappen dat deze keuze is gemaakt, aangezien het opnieuw installeren van een afleverstation na 6 jaar weer grote investeringen met zich meebrengt. Maar we vragen ons af of en hoe dit vervolgens wordt doorberekend aan huurders. Het is niet eerlijk huurders vervolgens ook te laten betalen voor vastrecht WTW als ze dit systeem niet gebruiken.

6.3. Kleine impact Financieringsstructuur en rentekosten De financieringsstructuur is nog niet verwerkt in de businesscase. Hier is ook geen aanname gedaan over rentekosten (rentekosten zijn wel genoemd (tabblad kasstroomoverzicht, regel 458), maar deze is €0 gedurende de looptijd). Deze extra kosten kunnen een negatieve impact hebben op de ORT. Restwaarde distributienet en warmteproductiegebouw Er is niet gerekend met restwaarde aan het eind van de looptijd, dit is een randvoorwaarde ingebracht door één van de projectpartners. Het meenemen van posten als restwaarde leidt tot extra inkomsten aan het eind van de businesscase looptijd, en heeft dus een positief effect heeft op de businesscase. Voor het distributienet en het warmteproductiegebouw is een looptijd van 50 jaar een passender levensduur. We weten uit ervaring dat het distributienet na 50 jaar pas vervangen hoeft te worden. Dit zal ook een positieve impact hebben op de ORT, aangezien het distributienet en het warmteproductiegebouw aan het eind van de looptijd restwaarde hebben, welke kan worden verkocht. In de businesscase worden het distributienet en het warmteproductiegebouw afgeschreven over 30 jaar. Afschrijvingen IWAS, afleversets, aansluitleidingen en inpandig De investeringskosten van de IWAS en de afleversets hebben een afschrijvingstermijn van 30 jaar.

Echter, de IWAS en afleversets hebben een typische levensduur van 15 jaar, waarna herinvestering plaatsvindt in deze onderdelen. We zouden dus verwachten dat de IWAS en de afleversets dus een afschrijvingstermijn moeten hebben van 15 jaar, aangezien deze na 15 jaar weer worden vervangen. Deelnamepercentage Het uitgangspunt is dat alle woningen van Elan Wonen en Ymere worden aangesloten op het warmtenet. Er is dus geen sprake van een deelnamepercentage, maar de kans dat het aantal aangesloten woningen lager uitvalt dan verwacht is ook klein.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 13

7. Businesscase resultaten Hier bekijken we de businesscase resultaten en reflecteren we daar kritisch op. Zijn de berekeningen correct uitgevoerd of missen we nog mogelijk interessante resultaten? Eerst volgen de hoofdobservaties, welke mogelijk een groot effect hebben op de businesscase. Daarna volgen weer de additionele observaties, met een mindere impact maar die zijn wel de moeite waard te benoemen.

7.1. Grote impact Afhankelijkheid van SDE++ De positieve kasstromen (tussen €660.000 en €600.000) uit operationele activiteiten zijn tot aan 2040 vrijwel volledig te danken aan de inkomsten van de SDE++-subsidie (tussen €580.000 en €520.000). Na afloop van deze subsidie in 2041 daalt de positieve kasstroom uit operationele activiteiten naar ongeveer €90.000 (tabblad kasstroomoverzicht, regel 13). Per aangesloten afnemer is dat ca. €75,- per jaar, dat is erg weinig om eventuele tegenvallers op te vangen. Afhankelijkheid van de WIS en KDB De WIS-subsidie en de Kostendekkingsbijdrage van de woningcorporaties per woning is van groot belang voor een positieve businesscase. Als één van deze twee in de praktijk lager uitvalt, stijgt de ORT significant, zie 7. Gevoeligheidsanalyse. Helemaal wegvallen van de WIS-subsidie betekent een ORT van €2.095 per woning. Er moet dus maximaal worden ingezet op verkrijgen van de WIS-subsidie. Elektriciteitsprijzen Een groot deel van de jaarlijkse kostenpost is het elektriciteitsverbruik voor warmteproductie. Dit is tevens een gevoelige kostenpost, aangezien de elektriciteitstarieven kunnen fluctueren en lastig in te schatten. Een grotere toename van de elektriciteitstarieven dan van tevoren beoogd zal een grote negatieve impact hebben op de ORT.

7.2. Middel impact Afronding bouw in 2024 De businesscase gaat uit van starten en afronden van de bouw in 2024. Alleen met kennis van de businesscase lijkt dat ons uiterst ambitieus, omdat het resultaat zeer afhankelijk is van de SDE++- en de WIS-subsidie. Start van de bouw zal niet geschieden voordat beide subsidies zijn goedgekeurd.

7.3. Kleine impact Gemiddelde vaste inkomsten per woning Uit de businesscase blijkt dat de Gemiddelde vaste inkomsten per woning (reëel) €250 zijn per jaar excl. BTW (tabblad Analyse, regel 238). We merken op dat er wel grote verschillen zitten tussen de vaste inkomsten voor woningen met een individuele aansluiting en met een collectieve aansluiting. De vaste inkomsten voor individuele aansluitingen per jaar is al: vastrecht €227,10 (excl. BTW) + huur individuele afleverset €146,11 (excl. BTW) + meetdienst €25,41 (excl. BTW) = €398,62 per woning per jaar (reëel) (excl. BTW) Inclusief BTW worden de vaste kosten voor bewoners met een individuele aansluiting €482 per jaar.

Gemiddelde vaste inkomsten / woning Vaste inkomsten / EGW Vaste inkomsten / MGW

Gem. vaste inkomsten €250 €398 €211

Hieruit blijkt dat de vaste kosten voor woningen met een collectieve aansluiting significant lager liggen dan de vaste kosten voor woningen met een individuele aansluiting. Dit heeft echter geen impact op de businesscase, maar is wel een belangrijk detail om mee te nemen in de overweging.

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 14

8. Gevoeligheidsanalyse We missen een gevoeligheidsanalyse op de resultaten van de businesscase. Een gevoeligheidsanalyse draagt bij aan begrip van het rekenmodel, en de uitdagingen en risico’s die bij de businesscase horen. Een gevoeligheidsanalyse op minstens de volgende onderdelen zien we niet terug, maar is naar verluidt wel gedaan door het projectteam: • Inflatiepercentage o (lager/hoger verwacht inflatiepercentage tot aan jaar 6 vs. inflatiepercentage van 2%). • Afname van de warmtevraag o (lager/hoger percentage door klimaatverandering en isolatiemaatregelen). • (Her)investeringskosten o (lager/hoger en het effect op het resultaat). • SDE++-, EFRO en WIS-subsidie o (een lager/hoger toegekend bedrag en volledig wegvallen van deze subsidie). • SCOP o (lager/hogere SCOP per jaar en het effect op de energiekosten en dus resultaat). Tabel 8 Gevoeligheidsanalyse van factoren op de ORT per woning van de businesscase. Getallen in rood betekent dat de ORT verhoogt, factoren met getallen in groen hebben een positief effect en daar verlaagt de ORT dus.

Gevoeligheid

Unit

Basis

WIS-subsidie

€/woning

€6.000

Omzet SDE++-subsidie

€/jaar

-

Inkoopprijs kale elektriciteit (excl. btw)

€/kWh

-

SCOP warmtepomp

kWh_th / kWh_e

3,2

% van investering

30%

% van investering

25%

% van investering

15%

Herinvesteringskosten warmtepompen Herinvesteringskosten TEO-installatie Herinvesteringskosten WKO-installatie Inflatie

%/jaar

2%

Afname warmtevraag

%/jaar

0,3%

Warmteverlies

%

18%

Warmtetarieven

%

22%

Verandert naar Basis €5.000 €4.000 - 20% / jaar +20% / jaar -20% / jaar +20% / jaar 2,9 2,6 (forfaitair) 50% 70% 50% 75% 30% 45% 2% constant 1,5% na 2028 2,5% na 2028 0,5% 0,7% 16% 20% 11% (afspraak)

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 15

Effect op ORT/woning €9 + €348 + €696 + €909 - €806 - €685 + €781 + €541 + €1.205 + €300 + €609 + €125 + €249 + €61 + €121 - €417 - €297 + €355 € 151 € 298 - €28 + €47 - €1.231

Bijlage I: NTA8800

Figuur 6: Tabel 9.27 uit de NTA 8800:2023 voor een warmtenet met verwarming door warmtepompen

P10166 – Second opinion businesscase Schalkwijk Pagina 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13635320/2