CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Overzicht wijzigingen Delegatiebesluit 2024

gemeenteraad 27 november 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen Delegatie- en mandaatbesluit gemeente Haarlem 20251.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen op Delegatiebesluit 2024

Raadsbevoegdheid

Omschrijving en regelgeving

Bijzonderheden

Nr 5.Delegatie vaststellen omgevingsplan De bevoegdheid tot het vaststellen van wijzigingen van het omgevingsplan in de volgende gevallen: 1. het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben; 2. het verwerken van regels voor activiteiten en functies passend binnen door het college vastgestelde gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s waarbij: a. de zware voorhangprocedure is gevolgd en; b. de raad geen wensen of bedenkingen ter kennis van het college heeft gebracht over het voornemen van het college tot vaststelling van het omgevingsprogramma of; c. de wensen of bedenkingen van de raad door het college zijn overgenomen en verwerkt in het programma. Inclusief wijzigingen, waarvoor geen advies van de raad nodig is op grond van de Beleidsregels van de gemeenteraad van Haarlem over het adviesrecht voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels; 3. het verwerken van regels voor activiteiten en functies passend binnen kaderstellend beleid waarover na inwerkingtreding van de Omgevingswet door de raad is besloten; 4. het opnemen van een onherroepelijk verleende omgevingsvergunning in het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.17 van de Omgevingswet; 5.

het wijzigen van het omgevingsplan voor aanvragen van omgevingsvergunningen die in strijd zijn met het omgevingsplan, waarvoor op grond van de ‘Beleidsregels inzake adviesrecht voor de raad van Haarlem’ geen advies van de raad nodig is. 6. het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan; 7. het aanpassen van het omgevingsplan aan gewijzigde wet- en regelgeving en beleidsnormen voor zover hier geen beleidsvrijheid is toegekend; 8. het corrigeren van geometrieën, verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan het herstellen van een kennelijke schrijffout, reken- of tekenfout of een andere kennelijke fout in het omgevingsplan; 9. het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten; 10. het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgaan naar het omgevingsplan;

artikel 2.8 en 4.14, vijfde lid Omgevingswet;

artikel 3.4 Omgevingswet: vaststellen programma

Mandatering van deze bevoegdheid is niet toegestaan.

11. het verwerken van een gerechtelijke uitspraak, voor zover dit via een beleidsneutrale wijziging wordt hersteld;

12. een wijziging waarbij geen zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerpbesluit en ten opzichte van dit ontwerpbesluit ook geen wezenlijke ambtshalve wijzigingen zijn aangebracht.

Nr. 6 Geen delegatie bij samenloop De gemeenteraad blijft bevoegd voor zover bij vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan sprake is van samenloop van één of meerdere gevallen genoemd in lid 1 tot en met 11 met een bevoegdheid tot vaststellen van de gemeenteraad.

Nr. 7 Voorbereidingsbesluit

artikel 4.14, lid 5, Omgevingswet.

De bevoegdheid een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels vast te stellen. Nr. 8 Afwijzen van de aanvraag tot wijziging van het Omgevingsplan

artikel 2.8 Omgevingswet

De bevoegdheid een aanvraag om een wijziging van het omgevingsplan af te wijzen. Nr. 10 Mandaat mer-beoordelingsbeslissing en voorbereidingshandelingen voor een milieueffectrapport

artikel 16.36 lid 1, Omgevingswet

De bevoegdheid tot het nemen van een merbeoordelingsbeslissing en de bij het opstellen van het milieueffectrapport behorende voorbereidingshandelingen.

Toelichting Nr 5. Delegatie vaststellen omgevingsplan Lid 2 Het verwerken van door het college vastgestelde gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s De Omgevingswet bepaalt in artikel 3.4 dat bij gemeenten het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is voor het vaststellen van omgevingsprogramma's. Gebiedsgerichte programma’s bevatten uitwerking van beleid voor voor een bepaald gebied, dat vertaald kan worden in regels voor het omgevingsplan. Voorbeelden van gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s zijn masterplannen en programma’s van eisen voor de leefomgeving (PvEL).

Wanneer de raad akkoord is met een gebiedsgericht programma, door af te zien van het geven van zienswijzen (wensen of bedenkingen) gericht op het wijzigen of intrekken van het programma dan wel als de zienswijze van de raad door BenW zijn overgenomen en verwerkt in het programma, is sprake van delegatie van de bevoegdheid en kan het omgevingsplan door BenW worden gewijzigd. Deze bepaling geldt uitsluitend als de zware voorhangprocedure is doorlopen. De delegatie heeft betrekking op alle masterplannen en PvEL’s die vanaf invoering van de Omgevingswet door het college zijn vastgesteld en aan de voorwaarden van artikel 2 voldoen. Lid 3 Verwerken van kaderstellend beleid Bij kaderstellend beleid kan gedacht worden aan door de raad vastgestelde (deel) omgevingsvisie en beleidsregels met inbegrip van daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Het omgevingsplan bevat niet alleen regels die de ruimtelijke ordening betreffen, maar ziet op de gehele fysieke leefomgeving. Het is dan ook mogelijk onderwerpen, die in het kaderstellend beleid opgenomen zijn en de fysieke leefomgeving betreffen, te vertalen naar regels in het omgevingsplan. Wanneer de raad beleidskaders heeft vastgesteld die vertaald dienen te worden in het omgevingsplan, kan dit door het college gebeuren. Het gaat immers om het vertalen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging.

Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand. Deze bepaling geldt uitsluitend voor beleid dat is vastgesteld na de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lid 11 Het verwerken van gerechtelijke uitspraken, waarbij het gebrek via een beleidsneutrale wijziging wordt hersteld; Hierbij gaat het om een uitspraak van een rechter op grond waarvan het omgevingsplan moet worden aangepast, maar die wijziging inhoudelijk niet tot een ander besluit leidt dan waarover de raad eerder heeft besloten. Lid 12 Een wijziging waarbij geen zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerpbesluit en ten opzichte van dit ontwerpbesluit ook geen wezenlijke ambtshalve wijzigingen zijn aangebracht Op grond van artikel 3:18, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht neemt de gemeente, als er geen zienswijze zijn binnengekomen, het besluit binnen 4 weken nadat de termijn voor zienswijzen is verstreken. De enige mogelijkheid om deze termijn te halen is door de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan in deze gevallen te delegeren aan het college. Deze wijziging geldt alleen voor zover er verder ook geen wezenlijke ambtshalve wijzigingen zijn doorgevoerd, waarvan het wenselijk is dat de raad hierover besluit. Nr.

6 Geen delegatie bij samenloop Het kan voor komen, dat een besluit tot wijziging van het omgevingsplan besluitonderdelen bevat die in beginsel aan het college zijn gedelegeerd en tevens een besluitonderdeel bevat dat de bevoegdheid is van de gemeenteraad. Om onduidelijkheid over welk bestuursorgaan bevoegd is te voorkomen, is in geval van samenloop geen sprake van delegatie en blijft de gemeenteraad bevoegd. Nr.8 Afwijzen van de aanvraag tot wijziging van het Omgevingsplan Hier gaat het om de bevoegdheid om een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan af te wijzen, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Een raadsbesluit tot weigeren van een herziening is een relatief zware procedure in verhouding tot de aard en omvang van het verzoek. Het nemen van een weigeringsbesluit was onder de Wet ruimtelijke ordening gemandateerd aan het college. De jurisprudentie is op dat vlak gewijzigd (ECLI:NL: RVS: 2022:2394). Onder de Omgevingswet is mandaat niet langer mogelijk, omdat het gaat om algemene verbindende voorschriften. Nr. 10 Mandaat mer-beoordelingsbeslissing en voorbereidingshandelingen mer Met de introductie van de Omgevingswet zijn er enkele procedurele wijzigingen in de wetgeving rond de milieueffectrapportage (mer).

Onder het oude recht bepaalde artikel 7.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer dat zowel het college als de gemeenteraad een mer-beoordelingsbesluit konden nemen. Onder de Omgevingswet ontbreekt een met artikel 7.1, vierde lid, vergelijkbare bepaling. Dit betekent dat, wanneer de raad het bevoegd

gezag is, het college door de raad gemandateerd moet zijn om een mer-beoordelingsbeslissing te nemen. Aangezien het college deze besluiten voorbereid is het wenselijk deze bevoegdheid aan het college te mandateren. Daarbij gaat het ook om het kunnen uitvoeren van voorbereidingshandelingen die bij het opstellen van het milieueffectrapport behoren, zoals het raadplegen van bestuursorganen en instanties over de reikwijdte en het detailniveau (artikel 16.38 van de Omgevingswet), het adviseren over reikwijdte en detailniveau (artikel 16.46 van de Omgevingswet) en het in de gelegenheid stellen van de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies uit te brengen (artikel 16.39 en artikel 16.47 van de Omgevingswet).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16255928/2