Bijlage 2 Kwaliteitskader Huisvesting 2025
Tekst van het document
b. Gebouw beschikt over voldoende elektravoorzieningen - gebouw beschikt over aansluitingen voor een mobiele geluidsinstallatie (invulling afhankelijk van omvang school)
22
23
C
TECHNIEK
BIJLAGE A
Koppeling naar PvE Frisse Scholen (versie 2021)
De in het Kwaliteitskader Huisvesting opgenomen kwaliteitscriteria ten aanzien van het binnenmilieu en energieprestatie hebben een directe relatie met eisen zoals geformuleerd in het PvE Frisse Scholen (versie 2021). Het voor het Kwaliteitskader gekozen ambitieprofiel is gebaseerd op de ervaring van meerdere gemeenten en schoolbesturen en een door hen gemaakte afweging ten aanzien van de investerings- en exploitatiekosten en het ervaren effect op het comfort. Hieronder het ambitieniveau zoals toegepast in het Kwaliteitskader op de belangrijkste onderdelen. Voor een volledige opsomming en uitleg van onderliggende eisen wordt verwezen naar het PvE Frisse Scholen 2021.
Energie: (Zie C.5)
Lucht: (Zie A.3, B.2, C.1, C.2 en C.7)
Energieprestatie Nieuwbouw en renovatie > Klasse A - Zie opgenomen toelichting in Kwaliteitskader Huisvesting
Luchtverversing > Klasse B - CO₂-concentratie in onderwijsruimten is in 95% van de gebruikstijd maximaal 950 ppm - Klasse B vereist ventilatiecapaciteit van minimaal 8,5 dm3/s (30,6 m3/uur) per persoon) - Ventilatielucht wordt zo toe- en afgevoerd dat een goede doorspoeling van de ruimte mogelijk is (hoge ventilatieeffectiviteit)
Energieprestatie Bestaande bouw > Klasse A - Renovatie heeft energieprestatie die minimaal overeenkomt met Energielabel A+ Duurzame energie > Klasse A - Aandeel hernieuwbare energie bij bestaande bouw is minimaal 40% van (gebouwgebonden) energiebehoefte Thermische isolatie gebouwschil > Klasse A - Goed geïsoleerde buitenschil (gevel, dak, kozijnen en vloer) - Goede kierdichting/ luchtdichtheid en voldoet minimaal aan qv;10 < 0,15 dm³/s.m² (luchtdichtheidsklasse 3) Energie-efficiëntie ventilatie
Ruimtevolume > Klasse A - Afstand van vloer tot onderkant (verlaagd) plafond is in onderwijsruimten minimaal 3,2 meter
> Klasse C
Energie-efficiëntie verwarming > Klasse B - Warmtevoorziening dient bij volledige vervanging hoofdzakelijk aardgasvrij te worden uitgevoerd - Warmte-opwekking wordt minimaal geregeld op basis van kloktijden (inclusief een weekend- en vakantieprogramma) Energie-efficiëntie koeling
Spuiventilatie > Klasse C - Capaciteit van de spuiventilatievoorzieningen is minimaal 6 dm3/s per m² vloeroppervlak
Kwaliteit van de toevoerlucht
> Klasse C
Fijnstof
> Klasse C
Emissies van materialen
> Klasse C
Emissies van apparatuur
> Klasse C
Schoonmaakbaarheid
> Klasse C
> Klasse C
Energie-efficiëntie verlichting > Klasse B - Verlichting in bergingen en toiletruimten is geschakeld met aanwezigheidsdetectie - Verlichting in verblijfsruimten is voorzien van daglichtafhankelijke regeling en aanwezigheidsdetectie, welke kan worden overruled door de gebruiker Energiebeheer > Klasse C - Gebouw wordt opgeleverd met energiemonitoring. Het elektragebruik, het gasverbruik, de afname van stadswarmte en/of stadskoeling wordt per kwartier gemeten en opgeslagen, zodat deze geanalyseerd kan worden.
Tabaksrook > Klasse C - In het gebouw en op het schoolterrein wordt niet gerookt Toiletten > Klasse C - Geurverspreiding vanuit toiletten naar elders in het gebouw wordt voorkomen - Toiletruimten staan op onderdruk en lucht wordt direct uit deze ruimten naar buiten afgevoerd Legionella
> Klasse C
Asbest > Klasse C - Gebouwen van voor 1994 zijn in bezit van asbestinventarisatie, uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf
24
BIJLAGE A Temperatuur: (Zie C.2 en C.4) Temperatuur winter > Klasse B - Operatieve temperatuur voor groepsruimten in het stookseizoen tussen 19 en 24 graden
Individuele beïnvloeding > Klasse C - Verlichting moet in elke ruimte (handmatig) afzonderlijk aanen uitgeschakeld kunnen worden - Helderheidswering kan per onderwijsruimte worden bediend Geluid: (Zie C.3)
Temperatuur zomer
> Klasse B Geluidwering van de gevel
Individuele beïnvloeding > Klasse C - Temperatuur is per (verblijfs)ruimte handmatig regelbaar met +2 of -2 graden rondom standaard uitgangspunt Ventilatieve koeling > Klasse C - Leslokalen hebben ten minste vier te openen ramen
> Klasse C
Installatiegeluid > Klasse C - Geluidniveau in lesruimten t.g.v. installaties (L I;A ) is maximaal 35 dB - Geluidniveau t.g.v. installaties (L I;A ) is max 30 dB in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied
Tocht > Klasse B - Luchtsnelheden in de leefzone in de winter zijn niet hoger dan 0,16 m/s - Luchtsnelheden in de leefzone in de zomer zijn niet hoger dan 0,20 m/s
Ruimteakoestiek > Klasse B - Gemiddelde nagalmtijd (T30) ingerichte onderwijsruimte bedraagt maximaal 0,6 s Luchtgeluidisolatie
> Klasse C
Lokaal thermisch discomfort > Klasse B - Verticale temperatuurgradiënt mag niet meer dan 3 K/m bedragen
Contactgeluidisolatie
> Klasse C
Licht: (Zie C.1)
Oplevertoets Energie
Kunstlicht > Klasse B - Onderwijs- en kantoorruimten minimaal 500 lux op werkvlakniveau met gelijkmatigheidsindex van minimaal 0,6 - UGRL waarde voor armaturen in onderwijsruimten ≤ 19 - Kleurweergave-index (Ra waarde) van verlichting is minimaal 80 of vergelijkbaar. Bij ledverlichting: R9-waarde minimaal 10 - Ledverlichting heeft flickerfrequentie van minimaal 100Hz en flickerpercentage < 3% Daglicht > Klasse B - Daglichtfactor DT is in onderwijsruimten minimaal 2,1% in meer dan 50% van de ruimte
Oplevertoets Lucht > Klasse C - Ventilatiesysteem wordt opgeleverd met gedegen gebruiksinstructie en monitoring - Periodiek en systematisch onderhoud conform VLA onderhoudsbestek of gelijkwaardig,
Kwaliteitsborging: (ZieProces) > Klasse C
Oplevertoets Temperatuur
> Klasse C
Oplevertoets Licht Oplevertoets Geluid
> Klasse C > Klasse C
Helderheidswering > Klasse C - Alle ramen in lesruimten (ook noordzijde) zijn voorzien van helderheidswering om hinderlijk tegenlicht te voorkomen
25
BIJLAGE B
Koppeling naar GPR Gebouw
Met GPR Gebouw kan duurzaamheid van bestaande bouw, nieuwbouw en grootschalige renovatie in vijf thema’s zichtbaar worden gemaakt. Gebruik van GPR levert een integraal beeld op van de duurzame kwaliteit van het gebouw. Het helpt om de duurzaamheidsprestatie van bepaalde maatregelen tijdens het ontwerpproces te kunnen beoordelen op de bijdrage aan de duurzaamheidsdoelen voor het gebouw. Voor een goede koppeling van de GPR thema’s naar de onderwerpen uit het Kwaliteitskader wordt verwezen naar onderstaand overzicht.
Thema - Energie 1.1 energieprestatie Thema - Milieu 2.1 milieuprestatie 2.3 water
verwijzing in kwaliteitskader > C.5
> C.6 en C.7 > C.6
Thema - Gezondheid 3.1 geluid > C.3 3.2 luchtkwaliteit > B.2 en C.2 3.3 thermisch comfort > C.4 3.4 licht en visueel comfort > C.1 Thema - Gebruikskwaliteit 4.1 toegankelijkheid > A.1, A.2, A.4 en B.4 4.2 functionaliteit > A.4 t/m B.11 4.3 technische kwaliteit > C.7 en C.8 4.4 sociale veiligheid > A.2, A.3, B.2 en B.4 Thema - Toekomstwaarde 5.1 toekomstgerichte voorzieningen > Proces 5.2 flexibiliteit > C.6 5.3 belevingswaarde > A.1 t/m A.5
26
BIJLAGE C
Koppeling naar Arbocatalogus PO
Overzicht van praktische beschrijvingen Arbocatalogus PO op gebied Veiligheid en Gezondheid schoolgebouwen (V&G)
Onderwerp Asbest Beeldschermwerk Binnenklimaat en CO₂ Daglicht en kunstlicht Elektrische voorzieningen Emailleren
verwijzing in kwaliteitskader > C.2 > B.10 > C.2 en C.7 > C.1 > C.8 > B.7
Gevaarlijke stoffen - Verpakking en etikettering
> C.2 en C.7
Gymnastieklokaal - Legionellapreventie Gymnastieklokaal - Lawaai en akoestiek Gymnastieklokaal - Onderhoud en veiligheid Gymnastieklokaal - Temperatuur Kantoorwerkplekken
> B.8 en C.7 > B.8 en C.3 > B.8 en C.7 > B.8 en C.4 > B.10
Klaslokaal - Akoestiek > C.3 Klaslokaal - Digitaal schoolbord > C.8 Klaslokaal - Lawaai > C.3 Klaslokaal - Temperatuur > C.4 Klaslokaal - Vloerafwerking > C.7 Ladders en trappen > C.7 Meubilair voor leerlingen
> A.5
Meubilair voor medewerkers
> B.10
Pauzeruimte voor personeel Praktijklokalen - Algemeen Printers en kopieerapparaten
> B.10 > B.7 > C.2
Sanitaire voorzieningen
> C.7
Schoonmaak
> C.7
Trappen Veiligheid en Voorkomen risico’s gereedschap
> A.4 > B.7
27
BIJLAGE C
Koppeling naar Arbocatalogus-VO (VOION)
Overzicht van normen uit Arbocatalogus-VO in relatie tot onderwerpen Kwaliteitskader Huisvesting
Arbonorm verwijzing in kwaliteitskader Arbobeleid Norm Begeleiding en toezicht leerlingen > A.3 Norm Personeelsvoorzieningen > B.10 Bedrijfshulpverlening Norm Nooduitgangen en Vluchtmogelijkheden Norm Bedrijfshulpverlening en Schoolnoodplan
> B.1 > B.4
Gevaarlijke stoffen Norm Opslag gevaarlijke stoffen Norm Asbest
> B.11 > C.2 en C.7
Lokalen Norm Theorielokaal (algemeen) Norm Theorielokaal (binnenklimaat) Norm Praktijk- vaklokaal (algemeen) Norm Praktijklokaal (binnenklimaat) Norm Gymnastieklokaal
> B.6 > C.1 tot C.5 > B.7 > C.1 tot C.5 > B.8
Schoolgebouw Norm Toegang en Schoolplein > A.2, A.4, B.3 en B.5 Norm Liften > B.4 Norm Kantoorwerkplekken > B.10 Norm Inrichting studieruimtes > B.6 Norm Beeldschermwerk > B.10 Norm Ergonomische inrichting balies en recepties > B.11 Norm Printers en kopieerapparaten > B.11 Norm Sanitaire voorzieningen > C.7 Schoonmaak en onderhoud Norm Onderhoud, orde en netheid Norm gevelreiniging
> D.14 > D.14
Machines en gereedschappen Norm Machine veiligheid
> B.7
28
BIJLAGE D
Financiële Paragraaf
Update 2025
Het Kwaliteitskader Huisvesting voor funderend onderwijs is net als in de eerdere edities voorzien van een financiële paragraaf. Dit als onderbouwing en inzicht in de bouwkosten die horen bij een gewenst kwaliteitsniveau voor een schoolgebouw. Door een gesprek over de financiële uitgangspunten en het bijhorende kwaliteitsniveau al in een vroeg stadium van de besluitvorming te betrekken, is integrale afstemming van ambities en budget mogelijk.
De financiële paragraaf, uitgewerkt door het onafhankelijke kennisinstituut voor bouw(kosten) data BDB, geeft op basis van objectieve maatstaven inzicht in de kosten van de kwaliteitscriteria, vergeleken met de wettelijke minimumnormen. De financiële paragraaf is opgenomen in de uitgebreide printversie, welke is te downloaden via de website van kenniscentrum Ruimte-OK. In de update van 2025 zijn de kostenkengetallen van de investerings- en exploitatiekosten van drie referentiegebouwen geactualiseerd naar het prijspeil van januari 2025. De financiële doorrekening van een project zal in de praktijk sterk afhankelijk zijn van de lokale situatie. Door standaardisering, bundeling en professionalisering is er winst te behalen als het gaat om de investering om tot een goed gebouw te komen. De financiële paragraaf dient gezien te worden als vertrekpunt voor het te voeren overleg over financiële uitgangspunten. De praktijk laat zien dat alternatieve vormen van financiering, aanbesteding en beheer een andere kostprijs per m2 kan geven. Voor het maken van goede kwalitatieve en financiële afweging, is het daarnaast raadzaam om de volledige levensduurkosten mee te wegen bij het nemen van investeringsbeslissingen. Om een investeringsbeslissing vanuit de levensduurbenadering te kunnen maken zijn vanaf 2024 zowel de investeringskosten als de exploitatiekosten getoond.
Daarmee ontstaat meer inzicht in de totale levensduurkosten over een periode van 20 en 40 jaar.
Naast een indicatie van de bouwkosten zoals opgenomen in de financiële paragraaf door BDB, zijn er landelijk ook diverse instrumenten en tools beschikbaar die kunnen helpen om een indicatie van investeringskosten te krijgen. Zo zijn er onder andere de volgende twee online-tools beschikbaar: 1. De beslisboom verduurzaming scholen (www.BeslisBoomverduurzamingScholen.nl) (tool die inzicht geeft in kosten verduurzaming en eventueel aardgasvrij maken van bestaande schoolgebouwen) 2. De kostenconfigurator van Bouwadviesbureau HEVO (Nieuwbouwkosten-configurator | HEVO ) (tool die inzicht geeft op financiële consequenties gewenste kwaliteitsniveaus) In 2025 wordt vanuit het Programma Onderwijshuisvesting gewerkt aan diverse hulpmiddelen waaronder een TCO-rekentool. Meer informatie over deze (of nog te ontwikkelen) tools, als ook kennisdocumenten op het vlak bekostiging en financiering is te vinden op de website van het kenniscentrum Ruimte-OK.
Om de ambities in het Kwaliteitskader Huisvesting te kunnen realiseren is een goede organisatie van huisvestingsvraagstukken van belang. Niet een beredenering vanuit normkosten, maar met de focus op het proces om zo tot een optimale en duurzame businesscase te komen.
29
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Kwaliteitskader huisvesting Kwaliteitscriteria voor voorzieningen in het onderwijs
Financiële paragraaf VERSIE 2025 Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Deze financiële paragraaf is gebaseerd op en onlosmakelijk verbonden met het Kwaliteitskader Huisvesting (funderend) Onderwijs van Ruimte-OK. Het kwaliteitskader is hier te downloaden op de website van Ruimte-OK.
Opdrachtgever Project Projectnummer : Datum Versie Auteur(s)
: : : : :
Landelijk kenniscentrum Ruimte voor Onderwijs en Kinderopvang (Ruimte-OK) Kwaliteitskader huisvesting funderend onderwijs, financiële onderbouwing BDB.PI.1372 Mei 2025 Versie 2025 V1.0 M. (Marjan) Peppelman H. (Hans) van Vroonhoven
Aan de gegevens in deze rapportage kunnen geen rechten worden ontleend. 2
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
SAMENVATTING De doelstelling van deze financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting is om partijen inzicht te geven in de kosten en de daarbij behorende bandbreedten voor een schoolgebouw voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs in relatie tot het lokaal gedefinieerde kwaliteitsniveau, zoals dat met het kwaliteitskader kan worden bepaald. De financiële paragraaf maakt daarvoor een onderscheid in de kosten voor het bouwen van een onderwijsgebouw volgens de minimale wettelijke verplichtingen (wettelijke eisen inclusief de noodzakelijke voorzieningen voor het geven van onderwijs) en de aanvullende kosten voor het toepassen van één of meerdere kwaliteitsthema’s, waarmee aan beleidsdoelstellingen kan worden voldaan. Voor drie referentiegebouwen is er gekeken naar de initiële investeringskosten en de kosten over de totale levensduur van een onderwijsgebouw van 40 jaar, met een tussenmeting op 20 jaar. Hiervoor zijn per referentiegebouw twee scenario’s gedefinieerd: een basisscenario met aandacht voor lage investeringskosten en een TCO-scenario met de focus op de lage levensduurkosten.
De gegevens in de financiële paragraaf van het kwaliteitskader betreffen generieke gegevens en vertegenwoordigen een ‘gemiddeld’ schoolgebouw. Projectspecifieke omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat deze gegevens afwijken van de werkelijke situatie. De getoonde resultaten in deze financiële paragraaf zijn indicatief en richtinggevend en zijn bedoeld voor het afwegen van alternatieven. Door lokale omstandigheden en de specifieke vraag kunnen de uiteindelijke werkelijke kosten afwijken van de in dit document getoonde resultaten. Wanneer de omstandigheden hier aanleiding toe geven, wordt geadviseerd de referentiebedragen te corrigeren. Dit om afwijkingen als gevolg van specifieke omstandigheden te kunnen ondervangen. De in tabel 1 genoemde bedragen zijn een indicatie van de investeringskosten. Er dient rekening te worden gehouden met een bandbreedte van circa -/-5% tot +10% ten opzichte van de referentiebedragen voor de basisprestaties en circa -/- 15% tot +15% voor de aanvullende gebouwprestaties. De genoemde bedragen in deze rapportage betreffen het structurele kostenniveau. Er wordt geen rekening gehouden met een marktcorrectie als gevolg van onbalans op de aanbestedingsmarkt.
De financiële gegevens zoals weergegeven in de financiële paragraaf zijn toepasbaar voor nieuwbouwprojecten of grootschalige uitbreiding van bestaande panden voor het basisonderwijs of voortgezet onderwijs. De weergegeven kosten zijn niet van toepassing op renovatie- en/of verbouwprojecten.
3
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Referenties De referenties voor dit onderzoek betreffen drie varianten voor: • VO 5.000m² bvo – 30 lokalen – 693 leerlingen • PO groot 2.423m² bvo – 16 lokalen – 442 leerlingen • PO klein 1.312m² bvo – 8 lokalen – 221 leerlingen Voor meer informatie over de referenties zie §2.1.
Investeringskosten In Tabel 1 worden de investeringskosten van de drie referentiegebouwen en de twee onderzochte scenario’s weergegeven. Hierin zijn de kosten te zien voor de basisprestaties en voor het toepassen van alle thema’s in het kwaliteitskader. Voor meer informatie over de opbouw en inhoud van de investeringskosten zie §2.2.1. VO
PO groot
PO klein
5.000m² bvo
2.423m² bvo
1.312m² bvo
Scenario
Basisscenario
Levensduurscenario
Basisscenario
Levensduurscenario
Basisscenario
Levensduurscenario
Investeringskosten basisprestaties (per m² bvo) Aanvullende gebouwprestaties, alle thema’s (per m² bvo) Totaal investeringskosten basis + aanvullend (per m² bvo)
€ 2.594
€ 2.774
€ 2.848
€ 3.054
€ 3.157
€ 3.369
€ 600
€ 479
€ 729
€ 590
€ 790
€ 646
€ 3.194
€ 3.253
€ 3.577
€ 3.644
€ 3.947
€ 4.016
Tabel 1 Investeringskosten basisprestaties en aanvullende gebouwprestaties per scenario. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
4
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Levensduurkosten De levensduurkosten omvatten de totale kosten over de beschouwde periode: de initiële investering en de jaarlijkse exploitatiekosten. In §2.2 is toegelicht wat in dit onderzoek de levensduurkosten omvatten.
Uit de tabel blijkt dat op basis van de huidige uitgangspunten de meerinvestering in een besparing op de exploitatiekosten resulteert. Dit zorgt voor een beperkte daling van de totale levensduurkosten over 40 jaar.
Er zijn enkele financiële variabelen die een groot effect kunnen hebben op de levensduurkosten, zoals de energieprijzen en de ontwikkeling daarvan, de kostenontwikkelingen en het rentepercentage. Om de berekeningen voor iedereen begrijpelijk te houden, is ervoor gekozen om geen kostenontwikkelingen mee te nemen in de berekeningen en alle berekeningen uit te voeren op basis van het huidige prijspeil (T=0). In een concrete situatie kan dit wel een substantiële invloed hebben op een businesscase.
Voor de berekening van de levensduurkosten zijn we uitgegaan van momenteel gangbare energieprijzen. De energieprijzen zijn een belangrijke variabele in de berekeningen. Wijzigingen op de energiemarkt kunnen een grote invloed op het resultaat van de berekeningen hebben. Wanneer de energieprijzen stijgen, heeft dit een voordelig effect op de TCO-scenario’s ten opzichte van de basisscenario’s.
In Tabel 2 worden de resultaten van het vergelijk tussen het TCO-scenario en het basisscenario weergegeven. Deze resultaten zijn gebaseerd op de elementenomschrijvingen in bijlage IV.
Investeringskosten basisprestaties Exploitatiekosten (over 40 jaar) Levensduurkosten (over 40 jaar)
VO
PO groot
PO klein
7%
7%
7%
-7%
-8%
-8%
-1%
-1%
-1%
Investeringen in aanvullende gebouwprestaties kunnen een positieve invloed hebben op leerprestaties en het welbevinden van kinderen en bijdragen aan een verlaging van het ziekteverzuim. Indirecte financiële voordelen hiervan zijn niet gekwantificeerd en meegerekend in de berekeningen.
Tabel 2 Indicatie afwijking levensduurkosten van het TCO-scenario ten opzichte van het basisscenario. Prijspeildatum januari 2025.
5
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING............................................................................. 3 INHOUDSOPGAVE ......................................................................... 6 1.
INLEIDING ............................................................................... 7
2.
DEFINITIES & UITGANGSPUNTEN ........................................ 9 2.1
Referentiegebouwen en scenario’s .................................. 9
2.1.1
Referentiegebouwen .................................................. 10
2.1.2
Scenario’s .................................................................. 11
2.2
Levensduurkosten.......................................................... 12
2.2.1
Investeringskosten ..................................................... 12
2.2.2
Exploitatiekosten ........................................................ 14
2.3
Kwaliteitskader aanvullende gebouwprestaties .............. 15
3.
VOORTGEZET ONDERWIJS................................................. 16
4.
PRIMAIR ONDERWIJS GROOT ............................................ 20
6.
VERGELIJKING MET VNG NORMVERGOEDING................. 28
7.
BESCHOUWING & ANALYSE ................................................ 30
6
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
1.
INLEIDING
De doelstelling van deze financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting is om partijen inzicht te geven in de kosten en de daarbij behorende bandbreedten voor een schoolgebouw voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs in relatie tot het lokaal gedefinieerde kwaliteitsniveau, zoals dat met het kwaliteitskader kan worden bepaald. De financiële paragraaf maakt daarvoor onderscheid in de kosten voor het bouwen van een onderwijsgebouw volgens de minimale wettelijke verplichtingen (wettelijke eisen inclusief de noodzakelijke voorzieningen voor het geven van onderwijs) en de aanvullende kosten voor het toepassen van één of meerdere kwaliteitsthema’s, waarmee aan beleidsdoelstellingen kan worden voldaan. In dit document vindt u de resultaten van ons onderzoek naar de kosten van een aantal varianten voor gebouwen voor primair en voortgezet onderwijs. De financiële gegevens zoals weergegeven in de financiële paragraaf zijn toepasbaar voor nieuwbouwprojecten of grootschalige uitbreiding van bestaande panden voor het basisonderwijs of voortgezet onderwijs. De weergegeven kosten zijn niet van toepassing op renovatie- en/of verbouwprojecten. De kosten voor dit type projecten zijn sterk afhankelijk van de huidige staat van het pand en daarnaast zijn de kosten voor sloopwerk niet voorzien in de kostenkengetallen.
Ook bijkomende werkzaamheden als gevolg van de huidige situatie zijn niet voorzien. De eisen zoals gesteld in de kwaliteitsthema’s zijn echter wel bruikbaar voor het bespreekbaar maken van de gewenste kwaliteitseisen. De bijbehorende kosten dienen dan specifiek voor dat project bepaald te worden.
De getoonde resultaten in deze financiële paragraaf zijn indicatief en richtinggevend en bedoeld voor het afwegen van alternatieven. Door lokale omstandigheden en de specifieke vraag kunnen de uiteindelijke werkelijke kosten afwijken van de in dit document getoonde resultaten. Deze financiële paragraaf biedt inzicht in de investerings- en exploitatiekosten van gebouwen voor voortgezet- en primair onderwijs. Hiervoor zijn er drie gebouwen van verschillende grootte geschouwd. Het betreft twee referentiegebouwen van verschillende omvang voor primair onderwijs en een gebouw voor voortgezet onderwijs. In §2.2.1 wordt verder ingegaan op de referentiegebouwen. Hiermee is het verloop van de kosten binnen de gebouwen voor het primair onderwijs inzichtelijk. Hierdoor ontstaat er een bandbreedte die gehanteerd kan worden. Door middel van interpoleren zijn deze resultaten bruikbaar voor alle gebouwen binnen het bereik van deze twee gebouwgroottes. Voor gebouwen kleiner dan de kleine gebouwvariant zullen de resultaten meer gaan afwijken en moeten de resultaten gecorrigeerd worden, passend bij de gebouwomvang. Voor gebouwen groter dan de grote variant kunnen de resultaten van de grootste variant van het primair onderwijs worden gehanteerd. Voor het voortgezet onderwijs kunnen gebouwen vanaf circa 4.000m² bvo gebruik maken van de resultaten.
Ook hier geldt dat bij een gebouw met een kleinere omvang de resultaten voor de juiste gebouwomvang gecorrigeerd moeten worden.
7
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
De referenties voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs zoals deze in eerdere versies van de financiële paragraaf zijn gehanteerd zijn herijkt. Hiermee zijn ze weer opnieuw afgestemd op de vigerende wet- en regelgeving en op gangbare bouwmethodieken, installatieconcepten en materialisatie. In de financiële paragraaf zijn niet alleen de investeringskosten opgenomen, maar zijn ook de kosten over de totale levensduur van het gebouw van 40 jaar beschouwd. Van alle scenario’s hebben we ook de kosten weergegeven bij een gebouwlevensduur van 20 jaar. Daarnaast zijn van alle gebouwreferenties twee varianten gedefinieerd: een basisscenario en een TCO-scenario waardoor er inzicht ontstaat in de verschillende scenario’s van een referentiegebouw.
De genoemde bedragen zijn een indicatie. Er dient rekening te worden gehouden met een bandbreedte van circa -/-5% tot +10% ten opzichte van de investeringskosten van de basisprestaties en circa -/- 15% tot +15% voor de investeringskosten voor de aanvullende gebouwprestaties.
De volgende documenten hebben gediend als uitgangspunt voor het opstellen van de financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting: • Besluit bouwwerken leefomgeving • Modelverordening huisvesting voorzieningen onderwijs 2025. • Kwaliteitskader huisvesting funderend onderwijs (april 2021). • NEN2580: Oppervlakten en inhouden van gebouwen. • NEN2699: Investerings- en exploitatiekosten van onroerende zaken. De gegevens in de financiële paragraaf van het kwaliteitskader betreffen generieke gegevens en vertegenwoordigen een ‘gemiddeld’ schoolgebouw. Projectspecifieke omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat deze gegevens afwijken van de werkelijke situatie.
8
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
2.
DEFINITIES & UITGANGSPUNTEN
In dit hoofdstuk vindt u de door ons gehanteerde definities en uitgangspunten voor het opstellen van de berekeningen van de verschillende gebouwscenario’s. In §2.1 wordt toegelicht wat de uitgangspunten zijn voor de basisprestaties en de uitgewerkte scenario’s, in §2.2 gaan we in op de uitgangspunten voor de levensduurkosten en in §2.3 worden de uitgangspunten voor de aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader onderwijs benoemd.
2.1
Referentiegebouwen en scenario’s
De referentiegebouwen betreffen scholen voor regulier onderwijs zonder sportvoorziening. In de referenties voor het primair onderwijs is wel een speellokaal voorzien. De referentie voor het voortgezet onderwijs is een school voor Havo/VWO. De basis voor het bepalen van de kosten is het referentiegebouw op Bblniveau1. Hieronder vallen alle zaken die wettelijk verplicht zijn conform vigerende bouwwetgeving (Bbl) evenals de zaken die momenteel de gangbare standaard vormen.
1
Zie bouwwetgeving t.a.v. veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid in Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
De referenties voor onderwijs zijn afgestemd op de vigerende wet- en regelgeving en op gangbare bouwmethodieken, installatieconcepten en materialisatie. Voor alle drie de referentiegebouwen is er uitgegaan van eenzelfde bouwmethodiek, installatieconcept en materialisatie. Daarbij is rekening gehouden met een professionele benadering, voor de hand liggende oplossingen en wat momenteel gangbare bouwmethodieken en installatieconcepten zijn. Voor de materialisatie is er rekening gehouden met de (waarschijnlijk) in 2026 in te voeren wetgeving met betrekking tot de milieuprestatie gebouwen (MPG-eis). Zaken die onderdeel uitmaken van de eindnormen 2050 2 zijn in de financiële paragraaf aangemerkt als aanvullende kwaliteitsthema's. Op basis van de kosten van deze aanvullende kwaliteitsthema's wordt het mogelijk om op lokaal niveau het budget en ambities integraal op elkaar af te stemmen.
2
Zie Sectorale routekaart voor verduurzaming schoolgebouwen. Bron: VNG, PO-Raad en VO-raad (2020)
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
9
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
2.1.1 Referentiegebouwen Voor het onderzoek naar de levensduurkosten voor onderwijsgebouwen zijn er drie referentiegebouwen gekozen: VO Dit betreft een gebouw voor voortgezet onderwijs van 5.000m² bvo. Het gebouw omvat 30 lokalen is geschikt voor 693 leerlingen en is bedoeld voor HAVO/VWO onderwijs. Uitgangspunt is dat het gebouw bestaat uit drie bouwlagen.
PO klein Dit betreft een gebouw voor primair onderwijs van 1.312m² bvo. Het gebouw omvat 8 lokalen is geschikt voor 221 leerlingen. Uitgangspunt is dat het gebouw bestaat uit twee bouwlagen. Het bvo (bruto vloeroppervlak) zoals gehanteerd in deze rapportage betreft het bvo volgens de definitie in de NEN2580.
PO groot Dit betreft een gebouw voor primair onderwijs van 2.423m² bvo. Het gebouw omvat 16 lokalen is geschikt voor 442 leerlingen. Uitgangspunt is dat het gebouw bestaat uit twee bouwlagen.
BVO (m²)
VO
PO groot
PO klein
5.000m²
2.423m²
1.312m²
Tabel 3 Gehanteerde referenties voor uitwerking financiële paragraaf Onderwijs
10
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
2.1.2 Scenario’s Er zijn per referentiegebouw twee scenario’s beschouwd. Dit betreft het basisscenario waarbij de nadruk ligt op het beperken van de initiële investeringskosten en het TCO-scenario waarbij de nadruk ligt op het beperken van de totale levensduurkosten over een periode van 40 jaar.
Referentiegebouw
Basisscenario
TCO-scenario
Basisprestaties (BBL+)
Basisprestaties (BBL+ & optimalisaties levensduurkosten)
Aanvullende prestaties (kwaliteitskader)
Aanvullende prestaties (kwaliteitskader)
Afbeelding 1 toelichting samenhang scenario’s en prestatieniveaus.
Om het basisscenario en het TCO-scenario te definiëren zijn er diverse recente onderwijsgebouwen geanalyseerd. Uit deze analyse is gebleken dat er al veel aandacht is voor het terugdringen van de onderhoudskosten. Daarnaast is er door de invoering van de beng-eisen al meer aandacht voor de energieprestatie waardoor de nieuwe onderwijsgebouwen op energetisch vlak ook al behoorlijk geoptimaliseerd zijn. Dit is het uitgangspunt geweest voor het definiëren van de scenario’s. Voor het TCO-scenario zijn er in het basisscenario enkele aanpassingen doorgevoerd voor een alternatief met lagere levensduurkosten. De drie referentiegebouwen en de twee scenario’s resulteren in totaal zes verschillende levensduurberekeningen. De resultaten van deze berekeningen zijn opgenomen in bijlagen I, II en III. In bijlage IV is een overzicht van de gehanteerde materialen en bouwsystemen opgenomen voor zowel het basisscenario als voor het TCO-scenario. Daarin is in het basisscenario aangegeven welke momenteel gangbare keuzes tot een lichte kostenverhoging leiden ten opzichte van het minimale basisscenario. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het toepassen van aluminium kozijnen in plaats van houten kozijnen. Dit wordt reeds zeer vaak toegepast, met het oog op een verlaging van de onderhoudskosten ten opzichte van het toepassen van houten kozijnen.
Aluminium heeft over het algemeen iets hogere initiële kosten, maar behoeft minder onderhoud dan houten kozijnen. In de kolom met de omschrijving van het TCO-scenario zijn de wijzigingen ten opzichte van het basisscenario aangegeven. Dit zijn wijzigingen die resulteren in lagere exploitatiekosten als gevolg van minder frequent onderhoud of een lager energieverbruik.
11
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
2.2
Levensduurkosten
2.2.1 Investeringskosten
Onder de levensduurkosten vallen de initiële investeringskosten voor de realisatie van het gebouw en de exploitatiekosten gedurende de gebouwlevensduur van 40 jaar. Voor zowel de investeringskosten en de exploitatiekosten staat aangegeven wat er is meegenomen. Het totaal van investeringskosten en 40 jaar exploitatiekosten zijn de levensduurkosten. Opbouw levensduurkosten over 40 jaar
0
2
4
6
8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40 Investeringskosten
Exploitatiekosten
Afbeelding 2 theoretische schematisch verloop opbouw levensduurkosten over 40 jaar (T=0)
De genoemde bedragen in deze rapportage betreffen het structurele kostenniveau. Dit wil zeggen dat het bedragen betreft waarbij vraag en aanbod in balans zijn. Er wordt geen rekening gehouden met een marktcorrectie als gevolg van onbalans op de aanbestedingsmarkt.
De stichtingskosten zijn alle kosten die voor de stichting van de onroerende zaak (het bouwwerk) nodig zijn (NEN2699) en zijn een optelling van de totale bouwkosten en de bijkomende kosten. Onderstaand wordt uiteengezet welke uitgangspunten zijn gehanteerd om tot de investeringskosten te komen. Uitgangspunten bouwkosten: • Het gebouw ligt centraal in Nederland. • De bouwtijd bedraagt 10 maanden. • De uitvoering kan aaneengesloten plaats vinden. • Het bouwterrein heeft voldoende grootte en is goed bereikbaar. • In de opslag voor de Algemene Uitvoeringskosten (AUK) is 1% opgenomen voor het voldoen aan de Wet Kwaliteitsborging (Wkb). • De opslagen zijn gebaseerd op ‘normale’ marktomstandigheden en bedragen voor de Algemene Kosten (AK) 6% en voor Winst & Risico (W&R) 3%. Overige opslagen zijn niet opgenomen in de kosten van de basisprestatie. • Er is sprake van hoofdaanneming. Dit wil zeggen dat alle bouwwerkzaamheden worden aangenomen door de hoofdaannemer. Eventuele onderaannemers zullen werken onder de verantwoordelijkheid van deze hoofdaannemer. • De aanbestedingswijze betreft een ‘openbare aanbesteding’. • De aanbestedingsvorm is het aanbesteden van de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
12
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
In bijlage IV is een overzicht van de uitgangspunten voor het bepalen van de bouwkosten opgenomen. De projectspecifieke omstandigheden, bijvoorbeeld als gevolg van de ligging van een gebouw, kunnen ervoor zorgen dat de kosten afwijken van de kosten van de hier gekozen standaard. Per situatie zal er gekeken moeten worden naar de afwijking ten opzichte van het referentiegebouw. Als gevolg van deze afwijking kan er een correctie worden doorgevoerd. Uitgangspunten bijkomende kosten: • Bijkomende kosten zoals legeskosten vergunningen, aansluitkosten, grond- en bodemonderzoek, notariskosten. • De honoraria van de architect en benodigde adviseurs, de honoraria van de bouw- en uitvoeringsbegeleiding. • Startkosten, zoals de schoonmaakkosten voor de eerste oplevering, verhuiskosten, openingskosten. • Btw. Voor het bepalen van de stichtingskosten worden er percentages gehanteerd die als toeslag gelden op de bouwkosten. Deze percentages zijn gebaseerd op ervaringscijfers van BDB en zijn een gemiddelde van de toeslagen die gelden voor de stichtingskosten voor een onderwijsgebouw.
De volgende percentages zijn gehanteerd als toeslag op de bouwkosten om tot de totale stichtingskosten te komen. • Projectbegeleiding door opdrachtgever: 1% • Honoraria: 15% • Aansluitkosten: 1% • Heffingen: 0,6% • Verzekeringen: 0,4% • Btw (niet over heffingen) 21% De totale opslag voor de stichtingskosten bedragen 42,6%. De werkelijke toeslag voor de stichtingskosten is projectspecifiek en zal vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde percentages. Veel bijkomende kosten zijn per gemeente afhankelijk en zullen variëren. De werkelijke toeslag begeeft zich binnen een indicatieve bandbreedte van 40% tot 45% ten opzichte van de bouwkosten (exclusief de niet opgenomen posten). De meest voorkomende onderdelen zijn opgenomen in de stichtingskosten van een referentiegebouw. Hieronder is een opsomming van onderdelen die minder gebruikelijk of projectgebonden zijn en niet zijn opgenomen in de stichtingskosten. Het gaat om de volgende onderdelen: • Grondkosten. - Locatie-gebonden kosten, zoals bijvoorbeeld sloopkosten, kosten voor specifieke locatie-gebonden geluidswerende voorzieningen, specifieke locatie-gebonden voorzieningen ten behoeve van de luchtkwaliteit, extra voorzieningen in verband met een monumentale status, door de gemeente gestelde parkeereisen, kosten als gevolg van netcongestie of kosten als gevolg van het bestemmingsplan.
- Stedenbouwkundige eisen die extra kosten met zich meebrengen. - Kosten als gevolg van voorzieningen voor binnenstedelijk bouwen. 13
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
• • • • • •
- Overige aanvullende gemeentelijke eisen. Faseringskosten. Losse inrichting. Honoraria van adviseurs tijdens de initiatieffase. Rente tijdens de bouw. Reserveringen. Kosten tijdelijke huisvesting.
Bovenstaande opsomming is niet volledig. Afhankelijk van de concrete situatie kunnen er andere kosten optreden.
2.2.2 Exploitatiekosten De exploitatiekosten zijn alle kosten die voor de exploitatie van het gebouw nodig zijn. Onderstaand wordt uiteengezet welke uitgangspunten in deze financiële paragraaf zijn gehanteerd om tot de exploitatiekosten te komen. • Periode afschrijvingstermijn 40 jaar (met tussenstand na 20 jaar) • Kosten weergegeven op T=0 (geen kostenontwikkeling, geen discontovoet) • Jaar 0 = bouwjaar • Jaar 1 = 1e gebruiksjaar • Onderhoud gerekend tot en met jaar 39 • Heffingen (OZB gebruikersdeel, rioolrecht en waterzuivering) • Verzekeringen (opstalverzekering, inventarisverzekering, overige verzekeringen) • Onderhoudskosten (instandhoudingsonderhoud, correctief onderhoud, vervangingsonderhoud, keuringen en controles) • Gebouwgebonden verbruikskosten elektra: 50.000-10.000.000 kWh: inkoop €0,21/kWh, teruglevering 0,127/kWh • Gebouwgebonden verbruikskosten water € 1,75/m³ • Glasbewassing (binnen en buiten) en schoonmaakkosten interieur • Overige exploitatiekosten zijn niet meegenomen in deze berekeningen. Van de twee scenario’s zijn alleen van de basisprestaties de levensduurkosten bepaald. Mogelijk hebben de aanvullende gebouwprestaties effect op de levensduurkosten. Dit effect hebben wij niet doorgerekend.
14
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
2.3
Kwaliteitskader aanvullende gebouwprestaties
De financiële paragraaf heeft als doel inzicht te geven in de prestatie-eisen welke reeds zijn opgenomen in bestaande wet- en regelgeving en voor welke prestatie-eisen aanvullende middelen benodigd zijn. Door de kosten van de aanvullende kwaliteitsthema's inzichtelijk te maken wordt het mogelijk om op lokaal niveau ambities en budget integraal op elkaar af te stemmen. Deze aanvullende kwaliteitseisen zijn soms op te lossen in het ontwerp door integraal en kostenefficiënt te ontwerpen. In enkele gevallen zijn aan het toepassen van de kwaliteitseisen kosten verbonden die hoger liggen dan de kosten voor het realiseren van huisvesting op het niveau van het wettelijk minimum. Om deze aanvullende kosten inzichtelijk en bespreekbaar te maken zijn de aanvullende kosten en de uitgangspunten weergegeven. De kosten voor de aanvullende gebouwprestaties zijn verdeeld naar de onderwerpen van het kwaliteitskader zoals deze in eerdere versies zijn opgenomen. Daarnaast is ook een verdeling naar de vier hoofdthema’s van de toegekende Nationale Groeifondsaanvraag 3 gemaakt. Deze thema’s zijn: Gezondheid, Duurzaamheid, Inclusie en (onderwijs)Adaptiviteit.
Naast de basisscenario’s zijn er ook TCO-scenario’s gedefinieerd. Hiervoor zijn er ten opzichte van het basisscenario een aantal aanpassingen gedaan in de uitgangspunten. Dit heeft tot gevolg dat een aantal van de aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader naar de basisprestatie zijn verschoven. Dit betreft met name onderdelen in het thema energie, maar ook binnen het thema exploitatie. Investeringen in aanvullende gebouwprestaties kunnen een positieve invloed hebben op leerprestaties en bijdragen aan een verlaging van het ziekteverzuim. Indirecte financiële voordelen hiervan zijn niet gekwantificeerd en meegerekend in de berekeningen. In het kwaliteitskader zijn ook een aantal eisen omschreven ten aanzien van multifunctionele gebouwen. Deze zijn niet in de financiële paragraaf inbegrepen omdat deze studie zich richt op onderwijsgebouwen en niet op huisvesting voor andere functies of een combinatie hiervan. In de eisen van het kwaliteitskader zijn deze eisen wel opgenomen om in het geval van multifunctionele gebouwen hieraan toch aandacht te kunnen schenken en deze eisen bespreekbaar te maken. Voorbeelden van functies die in combinatie met onderwijsgebouwen worden uitgevoerd zijn bijvoorbeeld sportvoorzieningen, cultuurvoorzieningen (waaronder buurthuizen) en voorzieningen voor kinderopvang.
Voor kostenkentallen van kinderopvang is het kwaliteitskader kinderopvang inclusief financiële paragraaf beschikbaar.
3
Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting Bron: Rijksoverheid OCW (2024)
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
15
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
3.
VOORTGEZET ONDERWIJS
In dit hoofdstuk worden de resultaten van de berekeningen van de twee scenariovarianten van het voortgezet onderwijs weergegeven. Het betreft een onderwijsgebouw voor Havo/Vwo van 5.000m² bvo voor 693 leerlingen. De werkelijke kosten voor een gebouw voor onderwijs zijn projectspecifiek (onder andere vorm, locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 15% en + 15% ten opzichte van het referentiebedrag.
Gebouwreferentie voortgezet onderwijs Voor de gebouwvorm wordt uitgegaan van een gebouw van drie bouwlagen.
Afbeelding 3 massa indicatie gebouwreferentie VO.
De bandbreedte voor de exploitatiekosten en levensduurkosten is zelfs nog groter. Het effect van variabele ‘energieprijs’ is groot. Gezien de onzekerheid van de energieprijs kunnen de resultaten als gevolg van andere afwijkende prijzen een sterke afwijking veroorzaken.
16
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Verdeling investeringskosten basisprestaties In Tabel 4 is de verdeling van de investeringskosten van de basisprestatie naar de hoofdcategorieën van NEN2699 voor het basisscenario en het TCO-scenario weergegeven. Investeringskosten verdeeld volgens BasisTCONEN2699 scenario scenario Bouwkundige werken € 951 € 995 Installatietechnische werken € 508 € 568 Vaste inrichting € 30 € 30 Terrein € 12 € 12 Indirecte bouwkosten € 318 € 340 Bouwkosten € 1.819 € 1.945 Bijkomende kosten (excl. btw) € 327 € 349 Belasting € 448 € 479 Investeringskosten € 2.594 € 2.774 Tabel 4 Verdeling investeringskosten basisprestatie VO per m² bvo. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
Aanvullende gebouwprestaties kwaliteitskader In Tabel 5 staan de meerkosten voor de aanvullende gebouwprestaties ten opzichte van de gedefinieerde basisprestatie. Wijzigingen die zijn aangebracht in het basisscenario om te komen tot een TCO-scenario omvatten enkele aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader (zoals bijvoorbeeld energieneutraliteit). Daarnaast zijn er ook nog enkele andere aanpassingen gedaan in de uitgangspunten om de levensduur te beperken. De meerkosten van het TCO-scenario ten opzichte van het basisscenario zijn daarom hoger dan de verlaging van de kosten voor de aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader. Aanvullende gebouwprestaties naar BasisTCOthema’s kwaliteitskader scenario scenario 1. Energie neutraal € 114 €0 2. Duurzaamheid € 200 € 200 3. Frisse scholen € 187 € 187 4. Exploitatie € 17 € 10 5. ICT €5 €5 6. Kwaliteit buitenruimte € 19 € 19 7. Overig € 59 € 59 Totaal aanvullende € 600 € 479 gebouwprestaties Tabel 5 Investeringskosten aanvullende gebouwprestaties VO per m² bvo. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
17
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Verdeling exploitatiekosten basisprestaties In Tabel 6 zijn de gebouwgebonden exploitatiekosten per m² bvo per jaar weergegeven. Hierbij is een periode van 40 jaar beschouwd. Als gevolg van de momenten van het vervangingsonderhoud, is het mogelijk dat de exploitatiekosten per m² bvo per jaar bij de periode van 40 jaar hoger zijn dan beschouwd over de periode van 20 jaar. Exploitatiekosten verdeeld volgens BasisNEN2699 (over 40 jaar) scenario Heffingen € 10 Verzekeringen €4 Onderhoud € 40 Verbruik € 12 Beheerskosten €0 Financieringskosten €0 Schoonmaakkosten € 14 Totaal exploitatiekosten € 81 per m³ bvo per jaar Tabel 6 Exploitatiekosten VO per m² bvo per jaar. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
TCOscenario € 11 €5 € 41 €5 €0 €0 € 14 € 75
Op het vlak van het thema energie zijn er veel ontwikkelingen en uitdagingen. We hebben het daarbij over de netcongestie, de salderingsregeling, kosten voor teruglevering van energie etc. Als gevolg van deze onzekerheden en ontwikkelingen en de grote invloed die deze aspecten kunnen hebben op de exploitatiekosten, kan de bandbreedte op de exploitatiekosten groot zijn. In de doorgerekende scenario’s zijn geen kostenontwikkelingen en geen kosten voor financiering meegerekend. Ook dit zijn aspecten die in een businesscase een grote invloed hebben en een grote bandbreedte kunnen veroorzaken.
In de tabel is zichtbaar dat de kosten voor onderhoud hoger worden. Dit is als gevolg van de extra PV panelen in het TCO-scenario voor energieneutraliteit. Dit effect van energieneutraliteit is zichtbaar in de post voor verbruik.
18
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Levensduurkosten In Tabel 7 en Figuur 1 zijn de resultaten zichtbaar. Uit de tabel en de grafiek blijkt dat de levensduurkosten over 40 jaar voor het TCO-scenario lager zijn dan voor het basisscenario. Kosten scenario’s
Basisscenario
TCOscenario
Verschil
Investeringskosten basisprestatie Aanvullende gebouwprestaties kwaliteitskader Totaal investeringskosten basisprestaties + aanvullende kwaliteitskader
€ 12.970.778
€ 13.869.717
7%
€ 2.999.259
€ 2.397.038
-20%
€ 15.970.037
€ 16.266.755
2%
Exploitatiekosten basisprestaties (jaar 20) Exploitatiekosten basisprestaties (jaar 40)
€ 8.045.805
€ 7.305.515
-9%
€ 16.204.946
€ 15.079.811
-7%
Levensduurkosten basisprestaties (jaar 20) Levensduurkosten basisprestaties (jaar 40)
Levensduurkosten VO cumulatief (40 jaar, T=0, incl. btw)
€ 29.175.723
€ 28.949.528
€ 21.175.232 € 21.016.582 € 13.869.717
€ 21.016.582
€ 21.175.232
1%
€ 29.175.723
€ 28.949.528
-1%
€ 12.970.778
INV 2 =0
4
6
8
10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40
Basisscenario
TCO-scenario
Figuur 1 Levensduurkosten cumulatief VO (T=0, incl. btw).
Tabel 7 Investerings-, exploitatie- en levensduurkosten VO. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
19
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
4.
PRIMAIR ONDERWIJS GROOT
In dit hoofdstuk worden de resultaten van de berekeningen van de twee scenariovarianten van het primair onderwijs groot weergegeven. Het betreft een onderwijsgebouw voor primair onderwijs van 2.423m² bvo voor 442 leerlingen. De werkelijke kosten voor een gebouw voor onderwijs zijn projectspecifiek (onder andere vorm, locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 15% en + 15% ten opzichte van het referentiebedrag.
Gebouwreferentie voortgezet onderwijs Voor de gebouwvorm wordt uitgegaan van een gebouw van twee bouwlagen.
Afbeelding 4 massa indicatie gebouwreferentie PO groot.
De bandbreedte voor de exploitatiekosten en levensduurkosten is zelfs nog groter. Het effect van variabele ‘energieprijs’ is groot. Gezien de onzekerheid van de energieprijs kunnen de resultaten als gevolg van andere afwijkende prijzen een sterke afwijking veroorzaken.
20
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Verdeling investeringskosten basisprestaties In Tabel 8 is de verdeling van de investeringskosten van de basisprestatie naar de hoofdcategorieën van NEN2699 voor het basisscenario en het TCO-scenario weergegeven. Investeringskosten verdeeld volgens BasisTCONEN2699 scenario scenario Bouwkundige werken € 1.025 € 1.075 Installatietechnische werken € 512 € 583 Vaste inrichting € 35 € 35 Terrein € 91 € 91 Indirecte bouwkosten € 334 € 358 Bouwkosten € 1.997 € 2.142 Bijkomende kosten (excl. btw) € 359 € 384 Belasting € 492 € 528 Investeringskosten € 2.848 € 3.054 Tabel 8 Verdeling investeringskosten basisprestatie PO groot per m² bvo. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
Aanvullende gebouwprestaties kwaliteitskader In Tabel 9 staan de meerkosten voor de aanvullende gebouwprestaties ten opzichte van de gedefinieerde basisprestatie. Wijzigingen die zijn aangebracht in het basisscenario om te komen tot een TCO-scenario omvatten enkele aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader (zoals bijvoorbeeld energieneutraliteit). Daarnaast zijn er ook nog enkele andere aanpassingen gedaan in de uitgangspunten om de levensduur te beperken. De meerkosten van het TCO-scenario ten opzichte van het basisscenario zijn daarom hoger dan de verlaging van de kosten voor de aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader. Aanvullende gebouwprestaties naar BasisTCOthema’s kwaliteitskader scenario scenario 1. Energie neutraal € 132 €0 2. Duurzaamheid € 202 € 202 3. Frisse scholen € 195 € 195 4. Exploitatie € 20 € 13 5. ICT €5 €5 6. Kwaliteit buitenruimte € 96 € 96 7. Overig € 79 € 79 Totaal aanvullende € 729 € 590 gebouwprestaties Tabel 9 Investeringskosten aanvullende gebouwprestaties PO groot per m² bvo. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
21
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Verdeling exploitatiekosten basisprestaties In Tabel 10 zijn de gebouwgebonden exploitatiekosten per m² bvo per jaar weergegeven. Hierbij is een periode van 40 jaar beschouwd. Als gevolg van de momenten van het vervangingsonderhoud, is het mogelijk dat de exploitatiekosten per m² bvo per jaar bij de periode van 40 jaar hoger zijn dan beschouwd over de periode van 20 jaar. Exploitatiekosten verdeeld volgens BasisNEN2699 (over 40 jaar) scenario Heffingen € 11 Verzekeringen €5 Onderhoud € 46 Verbruik € 13 Beheerskosten €0 Financieringskosten €0 Schoonmaakkosten € 14 Totaal exploitatiekosten € 89 per m³ bvo per jaar Tabel 10 Exploitatiekosten PO groot per m² bvo per jaar. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
TCOscenario € 12 €5 € 46 €4 €0 €0 € 14 € 82
Op het vlak van het thema energie zijn er veel ontwikkelingen en uitdagingen. We hebben het daarbij over de netcongestie, de salderingsregeling, kosten voor teruglevering van energie etc. Als gevolg van deze onzekerheden en ontwikkelingen en de grote invloed die deze aspecten kunnen hebben op de exploitatiekosten, kan de bandbreedte op de exploitatiekosten groot zijn. In de doorgerekende scenario’s zijn geen kostenontwikkelingen en geen kosten voor financiering meegerekend. Ook dit zijn aspecten die in een businesscase een grote invloed hebben en een grote bandbreedte kunnen veroorzaken.
In de tabel is zichtbaar dat de kosten voor onderhoud niet dalen. Dit is als gevolg van de extra PV panelen in het TCO-scenario voor energieneutraliteit. Dit effect van energieneutraliteit is zichtbaar in de post voor verbruik.
22
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Levensduurkosten In Tabel 11 en Figuur 2 zijn de resultaten zichtbaar. Uit de tabel en de grafiek blijkt dat de levensduurkosten over 40 jaar voor het TCO-scenario lager zijn dan voor het basisscenario. Kosten scenario’s
€ 15.498.362
Basisscenario
TCOscenario
Verschil
Investeringskosten basisprestatie Aanvullende gebouwprestaties kwaliteitskader Totaal investeringskosten basisprestaties + aanvullende kwaliteitskader
€ 6.900.947
€ 7.400.323
7%
€ 1.765.878
€ 1.430.120
-19%
€ 8.666.825
€ 8.830.443
2%
Exploitatiekosten basisprestaties (jaar 20) Exploitatiekosten basisprestaties (jaar 40)
€ 4.204.157
€ 3.774.577
-10%
€ 8.597.415
€ 7.908.918
-8%
Levensduurkosten basisprestaties (jaar 20) Levensduurkosten basisprestaties (jaar 40)
Levensduurkosten PO groot cumulatief (40 jaar, T=0, incl. btw)
€ 15.309.241
€ 11.174.900
€ 11.105.104
€ 11.174.900
1%
€ 15.498.362
€ 15.309.241
-1%
€ 11.105.104
€ 7.400.323
€ 6.900.947 INV 2 =0
4
6
8
10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40
Basisscenario
TCO-scenario
Figuur 2 Levensduurkosten cumulatief PO groot (T=0, incl. btw).
Tabel 11 Investerings-, exploitatie- en levensduurkosten PO groot. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
23
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
5.
PRIMAIR ONDERWIJS KLEIN
In dit hoofdstuk worden de resultaten van de berekeningen van de twee scenariovarianten van het primair onderwijs klein weergegeven. Het betreft een onderwijsgebouw voor primair onderwijs van 1.312m² bvo voor 221 leerlingen. De werkelijke kosten voor een gebouw voor onderwijs zijn projectspecifiek (onder andere vorm, locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 15% en + 15% ten opzichte van het referentiebedrag.
Voor de gebouwvorm wordt uitgegaan van een gebouw van twee bouwlagen.
Afbeelding 5 massa indicatie gebouwreferentie PO klein.
De bandbreedte voor de exploitatiekosten en levensduurkosten is zelfs nog groter. Het effect van variabele ‘energieprijs’ is groot. Gezien de onzekerheid van de energieprijs kunnen de resultaten als gevolg van andere afwijkende prijzen een sterke afwijking veroorzaken.
24
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Verdeling investeringskosten basisprestaties In Tabel 12 is de verdeling van de investeringskosten van de basisprestatie naar de hoofdcategorieën van NEN2699 voor het basisscenario en het TCO-scenario weergegeven. Investeringskosten verdeeld volgens BasisTCONEN2699 scenario scenario Bouwkundige werken € 1.159 € 1.213 Installatietechnische werken € 557 € 627 Vaste inrichting € 43 € 43 Terrein € 84 € 84 Indirecte bouwkosten € 370 € 395 Bouwkosten € 2.214 € 2.363 Bijkomende kosten (excl. btw) € 397 € 424 Belasting € 546 € 582 Investeringskosten € 3.157 € 3.369 Tabel 12 Verdeling investeringskosten basisprestatie PO klein per m² bvo. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
Aanvullende gebouwprestaties kwaliteitskader In Tabel 13 staan de meerkosten voor de aanvullende gebouwprestaties ten opzichte van de gedefinieerde basisprestatie. Wijzigingen die zijn aangebracht in het basisscenario om te komen tot een TCO-scenario omvatten enkele aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader (zoals bijvoorbeeld energieneutraliteit). Daarnaast zijn er ook nog enkele andere aanpassingen gedaan in de uitgangspunten om de levensduur te beperken. De meerkosten van het TCO-scenario ten opzichte van het basisscenario zijn daarom hoger dan de verlaging van de kosten voor de aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader. Aanvullende gebouwprestaties naar BasisTCOthema’s kwaliteitskader scenario scenario 1. Energie neutraal € 137 €0 2. Duurzaamheid € 202 € 202 3. Frisse scholen € 223 € 223 4. Exploitatie € 23 € 16 5. ICT €5 €5 6. Kwaliteit buitenruimte € 93 € 93 7. Overig € 108 € 108 Totaal aanvullende € 790 € 646 gebouwprestaties Tabel 13 Investeringskosten aanvullende gebouwprestaties PO klein per m² bvo. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
25
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Verdeling exploitatiekosten basisprestaties In Tabel 14 zijn de gebouwgebonden exploitatiekosten per m² bvo per jaar weergegeven. Hierbij is een periode van 40 jaar beschouwd. Als gevolg van de momenten van het vervangingsonderhoud, is het mogelijk dat de exploitatiekosten per m² bvo per jaar bij de periode van 40 jaar hoger zijn dan beschouwd over de periode van 20 jaar. Exploitatiekosten verdeeld volgens BasisNEN2699 (over 40 jaar) scenario Heffingen € 12 Verzekeringen €5 Onderhoud € 52 Verbruik € 13 Beheerskosten €0 Financieringskosten €0 Schoonmaakkosten € 14 Totaal exploitatiekosten € 97 per m³ bvo per jaar Tabel 14 Exploitatiekosten PO klein per m² bvo per jaar. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
TCOscenario € 13 €6 € 53 €4 €0 €0 € 14 € 90
Op het vlak van het thema energie zijn er veel ontwikkelingen en uitdagingen. We hebben het daarbij over de netcongestie, de salderingsregeling, kosten voor teruglevering van energie etc. Als gevolg van deze onzekerheden en ontwikkelingen en de grote invloed die deze aspecten kunnen hebben op de exploitatiekosten, kan de bandbreedte op de exploitatiekosten groot zijn. In de doorgerekende scenario’s zijn geen kostenontwikkelingen en geen kosten voor financiering meegerekend. Ook dit zijn aspecten die in een businesscase een grote invloed hebben en een grote bandbreedte kunnen veroorzaken.
In de tabel is zichtbaar dat de kosten voor onderhoud hoger worden. Dit is als gevolg van de extra PV panelen in het TCO-scenario voor energieneutraliteit. Dit effect van energieneutraliteit is zichtbaar in de post voor verbruik.
26
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
Levensduurkosten In Tabel 15 en Figuur 3 zijn de resultaten zichtbaar. Uit de tabel en de grafiek blijkt dat de levensduurkosten over 40 jaar voor het TCO-scenario lager zijn dan voor het basisscenario. Kosten scenario’s Investeringskosten basisprestatie Aanvullende gebouwprestaties kwaliteitskader Totaal investeringskosten basisprestaties + aanvullende kwaliteitskader
Levensduurkosten PO klein cumulatief (40 jaar, T=0, incl. btw)
€ 9.245.432
Basisscenario
TCOscenario
Verschil
€ 4.141.620
€ 4.420.436
7%
€ 1.036.708
€ 848.065
-18%
€ 5.178.328
€ 5.268.501
2%
€ 9.137.444
€ 6.681.674 € 6.633.797 € 4.420.436
Exploitatiekosten basisprestaties (jaar 20) Exploitatiekosten basisprestaties (jaar 40) Levensduurkosten basisprestaties (jaar 20) Levensduurkosten basisprestaties (jaar 40)
€ 2.492.177
€ 2.261.239
-9%
€ 5.103.812
€ 4.717.009
-8%
€ 6.633.797
€ 6.681.674
1%
€ 9.245.432
€ 9.137.444
-1%
€ 4.141.620 INV 2 =0
4
6
8
10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40
Basisscenario
TCO-scenario
Figuur 3 Levensduurkosten cumulatief PO klein (T=0, incl. btw)
Tabel 15 Investerings-, exploitatie- en levensduurkosten PO klein. Prijspeildatum januari 2025, bedragen inclusief btw.
27
Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!
Bureau Documentatie Bouwwezen B.V. Postbus 310, 6800 AH Arnhem 088 – 426 16 00 info@bdb.nl
6. VERGELIJKING MET VNG NORMVERGOEDING Om een vergelijk te kunnen maken met de VNG-normvergoeding zijn de normvergoedingen bepaald op basis van de door VNG vastgestelde modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs van 2024. In Tabel 16 zijn de bedragen van de VNG-normkostenvergoeding en de door BDB bepaalde bedragen weergegeven in verhouding tot de kosten voor de basisprestaties inclusief de kosten voor de aanvullende gebouwprestaties uit het kwaliteitskader. Uit de vergelijking blijkt dat de VNG normbedragen van 2024 toereikend zijn om voor de drie doorgerekende basisprestaties het wettelijk verplichte basisscenario te realiseren. Met de VNG normbedragen kunnen onderwijsgebouw worden gerealiseerd die voldoen aan de minimale vereisten uit het vigerende Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Wel moet daarbij opgemerkt worden dat in de vigerende Bbl nog geen rekening wordt gehouden met het feit dat de energieprestatie van (onderwijs)gebouwen vanaf 2027 emissievrij moet zijn (dat wil zeggen: ENG i.p.v. BENG). Het basisscenario zal in de komende jaren dus nog met een aanscherping van energieprestatie-eisen te maken krijgen, welke een kostenverhoging met zich mee brengt. Gemeenten doen er verstandig aan hier bij de budgetbepaling van projecten rekening mee te houden.