CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 18 bij bijlage A Stikstofdepositieonderzoek

gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen Masterplan Hart voor Oostpoort en openen grondexploitatie3.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stikstofdepositieonderzoek Oostpoort Haarlem

projectnummer 0505018.100 definitief revisie 00 17 april 2026

www.anteagroup.nl

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 definitief revisie 00 17 april 2026

Auteur(s) M. Steenkamp

Opdrachtgever Gemeente Haarlem Postbus 3333 2001 DH HAARLEM

Gecontroleerd J. Tiebosch

datum 17 april 2026

beschrijving definitief

vrijgave

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2

Aanleiding Leeswijzer

4 5

2.

Wettelijk kader

6

2.1 2.2 2.3 2.4

Onderzoek naar significante gevolgen Passende beoordeling M.e.r.-plicht Rekenprogramma AERIUS Calculator

6 6 7 7

3.

Uitgangspunten AERIUS-berekening

8

3.1 3.2

Realisatie + gedeeltelijk gebruik Gebruiksfase

8 11

4.

Resultaten en conclusie

13

4.1 4.2

Resultaten Conclusie

13 13

Bijlage 1: AERIUS-pdf realisatie

15

Bijlage 2: AERIUS-pdf gebruik 2035 plan - autonoom

16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Haarlem heeft het voornemen om het gebied rond het station Haarlem Spaarnwoude de komende jaren te veranderen in een levendige nieuwe stadswijk: Oostpoort. Hier wordt ruimte geboden aan wonen, werken en ondernemen. Deze ontwikkeling biedt kansen voor het realiseren van een multimodaal OVknooppunt en een stadspoort met een aantrekkelijke uitstraling voor de stad Haarlem. Het vormt daarmee de poort tussen Haarlem en de metropoolregio, maar ook tussen stedelijk gebied en het omliggende landschap. Om richting te geven aan de ontwikkeling van Oostpoort stelt de gemeente het Masterplan ‘Hart voor Oostpoort’ op. Onderhavig stikstofonderzoek onderzoekt de bouw en het gebruik van 900 woningen en 19.000 m2 bvo ten behoeve van een programma. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt voor de plan-merbeoordeling Masterplan Hart van Oostpoort. In figuur 1-1 wordt een schets van het voornemen weergegeven.

Figuur 1.1 Stedenbouwkundig schetsontwerp (bron: ontwerp-masterplan)

De activiteiten van de realisatiefase en gebruiksfase leiden tot emissies van de voor stikstof relevante stoffen stikstofoxide (NOx) en ammoniak (NH3), die in potentie leiden tot stikstofdepositie op daarvoor gevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Dit kan verzuring en vermesting in deze gebieden tot gevolg hebben. Ten behoeve van beoogde ontwikkeling is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke gevolgen op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. In figuur 1-2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden weergegeven.

blad 4 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

Figuur 1-2 Ligging plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS-calculator)

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen is ‘Zuid-Kennemerland’ en ligt op 4 km afstand van het plangebied.

1.2

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het wettelijk vastgesteld kader omtrent stikstofdepositie. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten van de AERIUS-berekening opgenomen. In hoofdstuk 4 is de conclusie opgenomen.

blad 5 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

2.

Wettelijk kader Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn uitgewerkt in de Omgevingswet (Ow) en de Omgevingsregeling (Or). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen (behouds-, uitbreidings- of verbeteringsdoelstellingen) bepaald.

2.1

Onderzoek naar significante gevolgen Het onderdeel gebiedsbescherming binnen de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit) biedt de basis voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve gevolgen hebben op de doelstellingen. Dit zijn de instandhoudings- en verbeterdoelstelling die per Natura 2000-gebied en per habitattype zijn vastgelegd. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag dus rekening houden met de gevolgen van het plan op Natura 2000-gebieden. Het kan daarbij zowel gaan om activiteiten die plaatsvinden binnen als buiten Natura 2000gebieden. In de oriënterende fase (voortoets) moet onderzocht worden of de ontwikkeling (beoogde situatie) significant negatieve gevolgen op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Dit kan onder andere door aan te tonen dat een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename in stikstofdepositie. Dan is namelijk uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Het is echter binnen de voortoets ook mogelijk om aan te tonen dat de depositietoename van de ontwikkeling ecologisch gezien niet leidt tot significante gevolgen.

2.2

Passende beoordeling Indien na een dergelijk onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase, in kaart te worden gebracht wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze laatste analyse is een ‘passende beoordeling’. Binnen een passende beoordeling kunnen mitigerende maatregelen zoals intern of extern salderen meegenomen worden. Wanneer uit deze passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit de natuurlijke kenmerken niet aantast, staat ook dan het aspect gebiedsbescherming besluitvorming (voor wat betreft stikstofdepositie) niet in de weg. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat voor de vraag of een ontwikkeling significante gevolgen kan hebben, onder voorwaarden een vergelijking mag worden gemaakt tussen de gevolgen van de beoogde situatie en de gevolgen van de situatie voorafgaand aan die beoogde situatie (binnen het plangebied). Dit wordt ook wel intern salderen genoemd. De situatie voorafgaand aan de beoogde situatie wordt de referentiesituatie genoemd. Voor een plan geldt dat de referentiesituatie de feitelijke huidige planologisch legale situatie voorafgaand aan het planbesluit is.

Er gelden specifieke regels voor al gestaakte activiteiten en voor wel verleende, maar nog niet gerealiseerde omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten. Bij het beschouwen van mitigerende maatregelen zoals intern en extern salderen binnen de passende beoordeling dient aangetoond te worden dat deze maatregelen additioneel zijn. Dit houdt in dat de toegepaste maatregelen extra moeten zijn ten opzichte van de maatregelen die benodigd zijn om de doelstellingen van de getroffen Natura 2000-gebied te behalen. Dit laatste wordt een toets aan het additionaliteitsvereiste genoemd. Saldering is ook mogelijk met een verdwijnende of afnemende stikstofbron buiten het plangebied. Dit wordt extern salderen genoemd.

blad 6 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

2.3

M.e.r.-plicht Een passende beoordeling kan bij plannen leiden tot een m.e.r.-plicht. Uitzondering hierop zijn de volgende 2 categorieën van plannen: 1. Plannen waarbij de gemeente het bevoegd gezag is, ze slechts het gebruik bepalen van kleine gebieden en via een m.e.r.-beoordeling aangetoond moet zijn dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. 2. Plannen met enkel kleine wijzigingen en via m.e.r.-beoordeling eveneens aangetoond is dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. Voor beide categorieën van plannen geldt dat het bevoegd gezag in het planbesluit moet verwerken dat er geen m.e.r.-procedure wordt gevolgd.

2.4

Rekenprogramma AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (Or). Van elke te berekenen situatie (beoogde situatie, referentie- en/of salderingssituatie) wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Op basis van de invoer bepaalt het rekenprogramma AERIUS Calculator zelf de correcte berekening van de bijdrage, eventueel ten opzichte van die referentie- en/of salderingssituatie. Tevens bepaalt zij zelf de rekenpunten binnen de Nederlandse Natura 2000-gebieden waarop de bijdrage wordt bepaald. Deze bijdrage wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats.

blad 7 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

3.

Uitgangspunten AERIUS-berekening Tijdens de realisatiefase worden mobiele werktuigen ingezet en zullen verkeersbewegingen plaatsvinden ten behoeve van het transport van personeel, materiaal en materieel. De inzet van mobiele werktuigen en de extra verkeersbewegingen leiden tot stikstofemissies. De bouwwerkzaamheden nemen 8 jaar in beslag, van 2028 tot en met 2035. Het maatgevende jaar is het laatste bouwjaar (2034) waarbij 7/8 van de gebouwen in gebruik is en 1/8 nog gebouwd wordt. De realisatiefase wordt beschreven in paragraaf 3.1. Tijdens de gebruiksfase zal er geen emissie zijn van de woningen maar wel van het verkeer van en naar de woningen toe (inclusief koude start). Er wordt een verschilberekening uitgevoerd tussen de autonome situatie en de plansituatie. Het jaar 2035 wordt gebruikt als het rekenjaar van de gebruiksfase. De gebruiksfase wordt beschreven in paragraaf 3.2.

3.1

Realisatie + gedeeltelijk gebruik Als gevolg van de realisatie werkzaamheden is sprake van emissies van de voor stikstofdepositie relevante stoffen NOX en NH3. Deze werkzaamheden vertalen zich in de volgende activiteiten voor het stikstofdepositieonderzoek:  Mobiele werktuigen  Bouwverkeer;  Stationair draaien vrachtwagens;  Koude start bouwverkeer. Mobiele werktuigen De emissie van mobiele werktuigen is ingeschat op basis van kengetallen. De emissie van de sloop en de bouw is weergegeven in tabel 3-1. Er is een inschatting gemaakt hoeveel emissie er plaatsvindt bij de bouw van 100 appartementen (vanaf 2028) als de minimale eisen uit het SEB (Schoon en Emissieloos Bouwen) worden toegepast. De bouw van het aantal woningen is ingeschat op woningen 112,5 woningen per jaar omdat 900 woningen in totaal/8 bouwjaar = 112,5 woningen. Hetzelfde is gedaan met het aantal m² bvo programma, namelijk 19.000 m²/8 bouwjaar = 2.375 m² bvo per jaar. Tabel 3-1 Emissie mobiele werktuigen Stikstofemissie

Periode

Emissie per 100 woningen of 10.000 m²

Aantal woningen of m² van project

NOₓ

NH3

[kg/jr]

[kg/jr]

11,54

0,90

36,80

1,09

Totaal bouw

48,34

1,99

Per bouwvlak

24,17

1,00

Bouw Bouw plint

2028

Bouw appartementen

Vanaf 2028

NOx

NH3

[kg/jr]

[kg/jr]

48,6

3,8

2.375 m²

32,71

0,97

112,5 woningen

Emissie van project

De mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als vlakbron in AERIUS. De emissies van mobiele werktuigen kunnen in AERIUS worden berekend in de sectorgroep ‘Anders’ met een uittreedhoogte van 2,9 m, spreiding van 0,9 meter, een warmte-inhoud van 0,027 MW en een temporele variatie van ‘Standaard Profiel Industrie’. Deze bronkenmerken zijn gelijk aan diegene van de meest gebruikelijke vermogensklasse (75-560kW). De mobiele werktuigen zijn gemodelleerd op de bouwvlakken aan beide kanten van de weg. Bouwverkeer Tijdens de werkzaamheden zullen motorvoertuigen ten behoeve van personeel en materiaal/materieel zich naar het plangebied begeven. Tabel 3-2 toont de voertuigbewegingen (mvt) tijdens de realisatiefase die zijn ingeschat op basis van kengetallen.

blad 8 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem Tabel 3-2 Bouwverkeer Bouwverkeer

Type verkeer

Aantal woningen of m² van project

Per 100 woningen of 10.000 m² Zwaar verkeer Licht [mvt/jaar] [mvt/jaar]

Bouwverkeer van project

Licht [mvt/jaar]

Zwaar verkeer [mvt/jaar]

Bouw plint

6.000

1.000

2.375 m²

1.425

238

Bouw appartementen

1.250

1.000

112,5 woningen

1.406

14063

Totaal bouw

2.831

1.363

Per bouwvlak

1.416

681

Voertuigen per jaar

708

341

Conform de instructie gegevensinvoer van BIJ121 is gemodelleerd tot de vervoersbewegingen zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hierbij is door middel van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK)2 bepaald dat het totale verkeer behorende bij het plan bij de Camera Obscuraweg is verdund tot minder dan enkele procenten van het totale verkeer dat over deze weg rijdt. In het AERIUS-model zijn wegen gemodelleerd als lijnbron onder de sectorgroep ‘Verkeer’, ‘Rijdend verkeer’ en vervolgens onder de wegtypen ‘Binnen bebouwde kom – stagnerend’ om het langzaam rijden en manoeuvreren te simuleren binnen het plangebied. Het bouwverkeer weg van het plangebied is gemodelleerd als ‘Binnen bebouwde kom – normaal’ en ‘doorstromend’ afhankelijk van de locatie. Zie figuur 3-1 voor de modellering in AERIUS.

Figuur 3-1 Modellering realisatiefase + gebruik (bron: AERIUS-Calculator, 2025).

Koude start bouwverkeer Tijdens de realisatiefase zal bouwverkeer met regelmaat van en naar het plangebied reizen. Voor voertuigen die langer dan 2 uur op de werklocatie aanwezig zijn zal een koude start worden berekend. Er is uitgegaan dat alle 1 2

Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, oktober 2025 https://www.cimlk.nl/kaart

blad 9 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

lichte voertuigen een koude start zullen hebben. Dit zijn werknemers die in de ochtend komen en in de avond weer vertrekken. Voor zware voertuigen ligt dit op 5% van de aanwezige voertuigen, omdat deze worden gebruikt voor het lossen en laden van materieel en daarna weer doorrijden. Zie de onderstaande tabel voor de gemodelleerde hoeveelheden per locatie. Tabel 3-3 Aantal koude starts bouwverkeer Verkeerstype

Locatie

[type]

Aantal voertuigen

Percentage koude starts

Aantal koude starts

[voertuigen/jaar]

[%]

[koude starts/jaar]

Licht

Bouwvlak 1

708

100%

708

Zwaar

Bouwvlak 1

341

5%

17

Licht

Bouwvlak 1

708

100%

708

Zwaar

Bouwvlak 1

341

5%

17

In het AERIUS-model is de koude start gemodelleerd als vlakbron onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de sector ‘Koude start: overig’. De koude start is gemodelleerd op de locatie van het bouwterrein. Stationair draaien vrachtwagens Tabel 3-4 geeft de emissies weer van het stationair draaien tijdens de realisatiefase. Er is aangenomen alle zware voertuigen die gebruikt worden in de realisatiefase 5 minuten per motorvoertuig stationair draaien. De emissies daarvan worden berekend middels de emissiefactoren zoals zijn opgenomen in Bijlage 1 van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator¹. Voor 2034 is het volgende vastgesteld: Emissiefactoren stationair wegverkeer (2034):  vrachtauto’s > 20 ton GVW

NOx per uur: 35,6628 g/uur NH3 per uur: 0,66192 g/uur

Voor het berekenen van de emissie van de stationair draaiende voertuigen wordt gebruik gemaakt van de formule: EF = EF_stationair * Tijd_stationair / 1.000 EF EF stationair Tijd stationair

= = =

Emissie als gevolg van stationair draaien [kg/jaar] Emissiefactor [g/uur] Tijdsduur dat het voertuig stationair draait [uren/jaar]

Tabel 3-4 Stationair draaien verkeer Type voertuig

Locatie

[type]

Aantal voertuigen

Aantal min. Stationair

Totale emissie

[aantal/ jaar]

[min /voertuig]

[kg/jaar]

Zwaar verkeer

Bouwvlak 1

341

5

NOX: 1,01 NH3: 0,02

Zwaar verkeer

Bouwvlak 2

341

5

NOX: 1,01 NH3: 0,02

De emissiebronnen zijn als vlakbronnen gemodelleerd in AERIUS. Hierbij vallen ze onder de sectorgroep ’Anders’, met de bronkenmerken van Zware Utiliteit voertuigen (ZUT). Dit houdt in: een hoogte van 0,3 meter, een spreiding van 0,7 meter, een warmte-inhoud van 0,008 MW en een temporele variatie van ‘standaard profiel industrie’

Gedeeltelijk gebruik Naast de realisatie werkzaamheden is in 2034 7/8 van het gebied in gebruik genomen. Zie paragraaf 3.2 voor de inschatting van het verkeer in de gebruiksfase. Hier is 7/8 van gemodelleerd in AERIUS en toegevoegd aan de realisatiefase. Zie tabel 3-5 voor het verkeer.

blad 10 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem Tabel 3-5 Gedeeltelijke gebruiksfase Verkeerstype

3.2

Licht

Middelzwaar

Zwaar

totaal

Totaal: Vervoersbewegingen per etmaal

4.687,1

47,4

9,5

4.744

7/8: Vervoersbewegingen per etmaal

4101,2

41,5

8,3

4.151

Gebruiksfase Goudappel heeft een verkeersmodel gemaakt voor de autonome situatie: het verkeer in 2035 zonder uitvoering van het Plan Hart voor Oostpoort, en de plansituatie: het verkeer in 2035 met uitvoering van het Plan Hart voor Oostpoort. Deze verkeergegevens zijn gemodelleerd in AERIUS om een verschilberekening uit te voeren tussen de autonome en de plansituatie. Er is hierbij een afbakening van 5% verschil aangehouden. De modellering van de gebruiksfase in AERIUS is weergegeven in figuur 3-2.

Figuur 3-2 Model verkeer gebruiksfase 2035 (bron: AERIUS-calculator, 2025).

Koude start verkeer gebruiksfase Daarnaast is voor de gebruiksfase ook de koude start meegenomen. Deze gelden in de gebruiksfase alleen voor de lichte voertuigen omdat zware- en middelzware voertuigen alleen worden gebruikt voor het ophalen/bezorgen van goederen en daarna weer doorrijden. Voor de 900 woningen en 19.000 m² bedrijvigheid is de verkeersgeneratie ingeschat op basis van de CROW3. Er is hierbij uitgegaan van de maximum verkeersgeneratie onder gebiedstype ‘zeer sterk stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. 3

CROW, publicatie (2024) “Wegontwerp buiten de bebouwde kom (inclusief Handboek wegontwerp)\Parkeerkencijfers 2024”.

blad 11 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

Tabel 3-6 Verkeersgeneratie woningen Woningtype

Aantal woningen

Kengetal per woning

Totaal bewegingen/etmaal

Vrije sector duur

180

7,2

1.296

Middelduur

360

3,3

1.188

Sociaal

360

2,9

1.044

Totaal

900

3.528

Tabel 3-7 Verkeersgeneratie bedrijven Type bedrijvigheid

Aantal m²

Kengetal per 100 m²

Totaal bewegingen/etmaal

Bedrijfsverzamelgebouw

19.000

6,4

1.216

Samen leiden de woningen en bedrijven tot 3.528 + 1.216 = 4.744 bewegingen per etmaal. De verdeling van de verkeersintensiteiten per categorie is in tabel 3-8 weergegeven. Hiervoor is de volgende verdeling gebruikt: 98,8% licht verkeer, 1% middelzwaar verkeer, 0,2% zwaar verkeer. Tabel 3-8 Verdeling verkeer gebruiksfase Verkeerstype

Licht

Middelzwaar

Zwaar

totaal

Verkeersverdeling [%]

98,8%

1%

0,2%

100%

Vervoersbewegingen per etmaal

4.687,1

47,4

9,5

4.744

Voertuigen per etmaal

2.343,5

23,7

4,7

2.372

Er is uitgegaan dat 90% van de lichte voertuigen een koude start ervaren, dit komt neer op 2.109,2 koude starts per etmaal (zie tabel 3-9). Tabel 3-9 Aantal koude starts verkeer gebruiksfase Type verkeer

Aantal bewegingen

Aantal voertuigen

[type] Lichte voertuigen

4.687,1

2.343,5

Percentage koude starts

Aantal koude starts

[%]

[koude starts/etmaal]

90%

2.109,2

In het AERIUS-model is de koude start gemodelleerd als vlakbron in de sectorgroep ‘Verkeer’, en in de sector ‘Koude start: parkeergarage’. De koude start is gemodelleerd op de locatie van het plangebied.

blad 12 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

4.

Resultaten en conclusie De gemeente Haarlem heeft het voornemen om het gebied rond het station Haarlem Spaarnwoude de komende jaren te veranderen in een levendige nieuwe stadswijk: Oostpoort. Om richting te geven aan de ontwikkeling van Oostpoort stelt de gemeente het Masterplan ‘Hart voor Oostpoort’ op. Onderhavig stikstofonderzoek onderzocht de bouw en het gebruik van 900 woningen en 19.000 m2 bvo aan programma. Ten behoeve van beoogde ontwikkeling is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke gevolgen op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

4.1

Resultaten Realisatiefase Uit de berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator blijkt dat er ten gevolge van de activiteiten van de realisatiefase geen stikstofdepositie plaatsvindt van meer dan 0,02 mol N/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000gebieden. Gebruiksfase Uit de verschilberekening (plan - autonoom) uitgevoerd met AERIUS Calculator blijkt dat er ten gevolge van de activiteiten in de gebruiksfase een stikstofdepositie plaatsvindt van 0,03 mol N/ha/jaar op het nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Zuid-Kennemerland’ en 0,01 mol N/ha/jaar op het ‘Noordhollands Duinreservaat’, ‘Polderwestzaan’ en ‘Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske’. De invoer en het resultaat van de berekeningen is vastgelegd in de bijlagen.

4.2

Conclusie Uit de berekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator (versie 2025) blijkt dat er voor de realisatiefase en de gebruiksfase sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Significante gevolgen kunnen voor de realisatiefase en de gebruiksfase niet op voorhand worden uitgesloten.

blad 13 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

Bijlagen blad 14 van 16

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

Bijlage 1: AERIUS-pdf realisatie Kenmerk: RubgDZrdD7on

blad 15 van 16

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

  

  

 

 

  

  

  

  

  

 

  

 

  

 

 

 

Stikstofdepositie-onderzoek Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 revisie 00 Gemeente Haarlem

Bijlage 2: AERIUS-pdf gebruik 2035 plan - autonoom Kenmerk: RoMPumQSRNta

blad 16 van 16

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

 

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD Capelle aan den IJssel Postbus 8590 3009 AN Rotterdam

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16965356/2