Bijlage 1 Wijzigingsoverzicht paraplubestemmingsplan behoud omgevingskwaliteiten
Tekst van het document
Bijlage: Wijzigingsoverzicht paraplubestemmingsplan behoud omgevingskwaliteiten
Inleiding Het ontwerp paraplubestemmingsplan behoud omgevingskwaliteiten heeft ter inzage gelegen van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024. Het eerste deel van dit overzicht bevat een lijst van de indieners van zienswijzen, het inhoudelijke commentaar op het ontwerpbesluit (zie kolom “zienswijze”) en het gemeentelijke antwoord op dit commentaar (zie kolom “antwoord”). Vervolgens wordt in de kolom “aanpassing” aangegeven of het commentaar heeft geresulteerd in aanpassing van toelichting, verbeelding en planregels. Een lijst met de namen van de indieners van zienswijzen en een kopie van de volledige zienswijzen ligt voor de raadsleden ter inzage. Het tweede onderdeel van dit overzicht betreft ambtshalve wijzigingen van het college op het ontwerpbesluit die aan de raad worden voorgesteld.
Cd A. B. C. D. E. F.
Naam HER Architecten Pré Wonen Bond Heemschut VVE Elbakerk Stichting tot behoud groene zoom Zuidpolder Tennet
1
1. Zienswijzen op ontwerpbestemmingsplan A. Nr. 1.
Zienswijze
Antwoord
Aanpassing
2574 panden worden in het voorliggende paraplubestemmingsplan aangewezen als ‘orde-2’ panden. Hiervoor geldt dat bij verbouwing dient te worden uitgegaan van een restauratieve aanpak van de straatgevels en de kap. Oorspronkelijke gevelelementen dienen te worden gehandhaafd en indien nodig hersteld. Het college is bevoegd een latere aanpassing aan het pand als authentiek dan wel waardevol te beschouwen. Wanneer de bouwkundige staat zo slecht is dat de straatgevels en de kap niet meer kunnen worden gerestaureerd of hersteld geldt het volgende. De straatgevels en de dakvorm moeten dan naar het origineel worden teruggebouwd, waarbij oorspronkelijke gevelelementen zo veel mogelijk dienen te worden hergebruikt en teruggeplaatst. Wij zijn bezorgd dat de hoeveelheid en het middel leiden tot remming en beperking van de ontwikkeling en het toekomstbestendig maken van de stad. Een bestemmingsplan dient evenredig te zijn, in die zin dat het geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken, niet verder gaat dan nodig is, en het doel ook niet met minder beperkende maatregelen kan worden bereikt. Wij vinden het thans aanwijzen van 2574 panden tot orde-2 panden onevenredig, subjectief, onwerkbaar en ongeloofwaardig.
Met het parapluplan krijgen verspreid over de gemeente circa 450 objecten een orde-2 status. Dit betreft zowel individuele panden als complexen met meerdere adressen. In het parapluplan is de standaard regeling opgenomen voor dergelijke objecten. De regeling maakt onderdeel uit van een pakket aan voorschriften die als doel hebben het cultureel erfgoed van Haarlem te beschermen. Erfgoed is namelijk een belangrijke drager van de identiteit van Haarlem. Ook draagt het Haarlems erfgoed bij aan de omgevingskwaliteit van de stad en zorgt daarmee voor een aantrekkelijk verblijfs- en vestigingsklimaat. In de omgevingsvisie wordt meerdere malen benadrukt dat zorgvuldig om moet worden gegaan met erfgoed. De Omgevingswet stelt ook als eis dat een gemeente haar erfgoed beschermt.
Geen
De na-inventarisatie voor ‘orde 2’ is mede gedaan naar aanleiding van de Motie 21 Beleidskaders Hoogbouw en Bescherming Erfgoed. De motie is op 6 november 2017 behandeld door de raad. De motie vraagt om bescherming van waardevol maar niet beschermd erfgoed en het realiseren van een toetsingskader hiervoor. Aanleiding voor de motie was de constatering dat er in het recente verleden ongemerkt veel waardevolle objecten zijn gesloopt en/of aangetast. Daarnaast was onvoldoende inzichtelijk wat Haarlem nog aan onbeschermd erfgoed herbergde. Met de na-inventarisatie en de verwerking van de resultaten in het paraplubestemmingsplan, geniet een aantal objecten bescherming tegen ongewenste ingrepen. De regeling biedt niettemin voldoende ruimte voor ontwikkeling en verduurzaming. Al meerdere gebouwen die zijn aangemerkt als ‘orde 2’ zijn op verantwoorde wijze verbouwd en/of verduurzaamd. In de praktijk blijkt dan ook dat verduurzaming met behoud van de te beschermen waarden goed mogelijk is, bijvoorbeeld venster-, dak-, en vloerisolatie, inpandige gevelisolatie, het plaatsen van installaties en zonnepanelen. Gevelisolatie aan de buitenzijde is vaak niet haalbaar omdat dit een te grote aantasting van de erfgoedwaarden betekent, dit is i.r.t. redelijke eisen van welstand ook voor niet orde 2 panden een aandachtspunt. Het plaatsen van zonnepanelen is ook
2
na aanwijzing als orde 2 vergunningsvrij, d.w.z. voor zover het pand niet gelegen is in een beschermd stadgezicht. De inmiddels beproefde regeling die na een zorgvuldige inventarisatie voor een aantal specifiek aangegeven panden en complexen is opgenomen, biedt ruimte voor verduurzaming en het bij de tijd houden van de panden. De regeling is nodig voor de bescherming van erfgoedwaarden en geeft invulling aan het beleid van de gemeente en de wettelijke verplichting zorgvuldig om te gaan met erfgoed. Gelet op het belang voor de stad en de beperkte, voor zover hier al sprake van is, impact op de mogelijkheden voor verduurzaming, wordt de regeling geenszins onevenredig geacht. De gemeente biedt extra ondersteuning met informatie en advies bij vragen over verduurzaming van orde 2 panden.
2.
We hebben een groeiende stad met woningtekort, in een veranderende economie (naar circulair) en met een dringende behoefte aan energiebesparing en -opwekking. Bij planontwikkeling is erfgoedwaarde één van de aspecten bij een integrale afweging met andere belangen en ambities, zoals economische, ecologische, maatschappelijke, sociale en culturele waarden. Door de erfgoedwaarde te benoemen als orde-2 in het omgevingsplan is deze per definitie dominant geworden in de afwegingen. Dit is ten opzichte van de overige afwegingen beperkend en daardoor niet rechtvaardig. Het ligt in de aard van steden om te veranderen. Steden moeten veranderen om te kunnen blijven inspelen op veranderende omstandigheden. Nu komen er 2574 panden bij die niet kunnen veranderen. De stad dreigt op slot te raken.
Hiervoor is al aangegeven dat erfgoed een belangrijke rol speelt bij de aantrekkelijkheid van de stad. Daarom zijn er in de bestemmingsplannen regels opgenomen ter bescherming van het erfgoed. Wanneer dit niet het geval zou zijn, is bij plannen voor sloop of ingrijpende verbouwing geen afwegingsmoment waarbij de gevolgen voor de cultuurhistorische waarden worden getoetst. Dat zal onherroepelijk leiden tot het ongemerkt verdwijnen van erfgoed. Wij verwijzen hierbij nog eens naar de aanleiding van de hiervoor aangehaalde motie. Er is geen landelijke regeling om op terug te vallen (anders dan regels in het bestemmingsplan/omgevingsplan). Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld bouwtechnische eisen die op rijksniveau zijn vastgelegd. Niettemin maakt de gemeente altijd een integrale belangenafweging. De regeling voor ‘orde 2’ biedt voldoende ruimte voor ontwikkeling en verduurzaming. Hierbij wordt opgemerkt dat niet ingezien wordt waarom een regeling, die gericht is op behoud van de bestaande bebouwing en daarmee op een zorgvuldige omgang met grondstoffen, niet zou aansluiten op een veranderende economie (naar circulair). Voor zover toevoeging van woningen door optoppen mogelijk is op bestaande complexen, betekent voorliggende regeling geen beperking ten opzichte van de vigerende bestemmingsplanregeling waar dergelijke grootschalige ingrepen (ook) niet in het plan zijn voorzien.
Dit vraagt steeds een eigen afweging. Omdat voorliggende regeling gericht is op behoud van bestaande waardevolle panden is verdichting door sloop – nieuwbouw niet voorzien. Voor zover sloop-
3
nieuwbouw onvermijdelijk is zal dit per geval bekeken moeten worden. Voorliggende regeling voorziet hier, net als de vigerende regelingen niet in.
3.
4.
5.
Het behoud van omgevingskwaliteiten wordt bepaald aan de hand van beeldbepalende panden en ensembles. Deze zijn heel breed en subjectief bepaald. De regels omtrent orde-2 panden zijn eveneens subjectief (… indien nodig ..., …zo veel mogelijk...) en hierop wordt vervolgens subjectief beoordeeld. Dit geeft voor 2574 panden ernstige rechtsonzekerheid. De grote hoeveelheid nieuwe orde-2 panden (naast alle bestaande orde-2 panden, rijks- en gemeentelijke monumenten en beschermd stadsgezichten) zal leiden tot een onwerkbare praktijk. Vooroverleg over uitgangspunten met een open houding voor samenwerking, gelijkwaardigheid en vertrouwen in haar partners bij planvorming zal in de praktijk niet haalbaar zijn gezien de grote hoeveelheid beschermde panden, de capaciteit van de gemeentelijke organisatie en de rigide regelgeving. Hierdoor zal de gemeente slechts een eenzijdige controlerende en toetsende rol aannemen. Er zal onevenredig veel tijd, energie en geld gestoken moeten worden in het opstellen van onzekere plannen alvorens een (subjectief) oordeel gegeven kan worden. Dit leidt tot onzekerheid in haalbaarheid van planvorming en willekeur in beoordeling.
Het bestemmingsplan is voorzien van een redengevende omschrijving per object. Deze omschrijving is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. De omschrijving geeft duidelijk aan wat de te behouden waarden zijn. Daarmee kan rekening worden gehouden bij de planvorming voor een locatie. De regeling in het parapluplan is de standaard die Haarlem sinds jaar en dag hanteert. Het parapluplan wijst overigens circa 465 objecten aan als ‘orde 2’. Al jarenlang werkt de gemeente met de huidige regeling. Deze regeling, en de inzet van eenieder, hebben ervoor gezorgd dat Haarlem nog steeds een bijzondere stad is die veel cultuurhistorische kwaliteiten herbergt. Dit maakt de stad dan ook zo aantrekkelijk. De praktijk van de afgelopen jaren wijst uit dat bescherming van een aantal panden noodzakelijk is. Er zijn al meerdere panden gesloopt dan wel ingrijpend verbouwd, waarbij waardevolle elementen van het pand en voor de omgeving verloren zijn gegaan. Het is dagelijkse praktijk dat de gemeente, wanneer sprake is van een ‘orde 2-object’, met een open blik en op redelijke wijze in gesprek gaat met de initiatiefnemer. Insteek hierbij is om een ontwikkeling mogelijk te maken met behoud van de karakteristieke kenmerken van het pand. Dit heeft al tot vele tevreden resultaten geleid. Gemiddeld worden per jaar tussen de 120 en 150 ‘orde-2 panden’ ter beoordeling voorgelegd.
In een aantal gevallen, met name bij grotere transformaties, is vooroverleg wenselijk en ook mogelijk. Het merendeel van de aanvragen betreft echter ingrepen die eenvoudig te toetsen zijn. Wederom, Haarlem is een aantrekkelijke en unieke stad, en dat moet behouden blijven.
Bij het voornemen tot aanwijzen tot orde-2 panden zijn eigenaren niet geconsulteerd en actief geïnformeerd. Terwijl de aanwijzing de eigenaren wel toekomstige beperkingen en (rechts)onzekerheden geeft, met grote financiële gevolgen. Dit is onbehoorlijk.
Op 22 maart 2023 heeft een aankondiging plaatsgevonden van het voornemen om het parapluplan op te stellen en een aantal objecten als ‘orde 2’ aan te wijzen. Het concept van het parapluplan is op 22 november 2023 gepubliceerd en de wijkraden zijn hiervan op de hoogte gesteld. Vervolgens is het ontwerpplan op 21 december ter inzage gelegd. Dit is gepubliceerd en de wijkraden zijn wederom hiervan op de hoogte gesteld. Niet ingezien wordt dat sprake is van grote financiële gevolgen. Er is geen sprake van een substantiële beperking van de bouwmogelijkheden (goot- en bouwhoogte) of van de mogelijkheden om de panden aan te passen aan de eisen van deze tijd.
4
6.
In het najaar van 2023 is de concept Erfgoednota ter visie gelegd. Zienswijzen op deze beleidsnota worden nu verwerkt. Het is geheel onduidelijk of en hoe de aanwijzingen tot orde-2 panden zich verhouden tot het nieuwe erfgoedbeleid. Het is merkwaardig dat de uitwerking tot wet vooruit loopt op de vaststelling van nieuw beleid. Het zal juridisch mogelijk zijn maar is volstrekt onlogisch en ongeloofwaardig.
Zowel de Nota Erfgoed als het parapluplan hebben de daarvoor geldende procedures doorlopen. De nota zal eerder worden vastgesteld dan het parapluplan. Verder wordt verwezen naar de eerdere antwoorden.
Kortom, het vertrouwen in (het gelijk van) de eigen organisatie is heel groot. Het wantrouwen naar de eigen inwoners en vaste partners in de stad (eigenaren, architecten, woningcorporaties etc.) is enorm. Dit vertaalt zich in toename van (subjectieve) regels en beschermende aanwijzingen. Overbodige regels leiden tot inefficiëntie en frustratie. Dat vergroot de kloof tussen overheid en burger eerder dan dat deze wordt verkleind. Dit terwijl de waardering voor erfgoed steeds algemener is en hergebruik en behoud in economische zin ook steeds vanzelfsprekender wordt, zeker binnen een circulaire economie. De tijd is daarmee rijp voor minder bescherming in plaats van meer. Met dit paraplubestemmingsplan dreigt onnodige en verstorende overregulering voor de stad in transitie.
B. Nr. 1.
Zienswijze Hierbij maak ik mijn zienswijze kenbaar over dit ontwerp bestemmingsplan waarbij het bezwaar vooral toeziet op het aanwijzen van nieuwe beeldbepalende panden (orde 2-panden) buiten het centrum en dan met name de panden welk in het bezit zijn van Pré Wonen. Dit zijn de panden in Delftwijk tussen de Jan Gijzekaden en de Aart van der Leeuwstraat, het bezit rondom het Brouwersplein en de Slachthuisbuurt. Doordat de bij deze panden de bestaande nokrichting, kap of dakvorm gehandhaafd dient te worden beperkt dit ons als vastgoedeigenaar in de mate van verduurzaming. Verduurzaming wordt hiermee bemoeilijkt doordat dit inpandig moet worden gedaan, en er in veel van onze panden weinig tot geen ruimte voor dit soort oplossingen is. Het argument in het bestemmingsplan dat
Antwoord
Aanpassing
Met de aanwijzing zal verduurzaming niet aanzienlijk worden bemoeilijkt. Zowel inpandige verduurzaming als verduurzaming aan het dak aan de buitenzijde ondervinden geen directe belemmeringen door de aanwijzing. Daarnaast zijn zonnepanelen mogelijk bij ‘orde 2’. Overigens zijn doorgaans de meest panden in het omgevingsplan (voormalige bestemmingsplannen) strak omkaderd door middel van een bouwvlak en het voorschrijven van een goot- en bouwhoogte die overeenkomen met de feitelijke situatie. De aanwijzing als orde 2 pand is op dit punt geen beperking ten opzichte van de oude situatie. Het verduurzamen van een ‘orde 2-pand’ hoeft in vergelijking met een ander pand dus niet een wezenlijk grotere opgave te zijn. Wij delen dan ook niet de mening dat er sprake is van een onevenredige financiële impact en dat de klimaatdoelen als gevolg hiervan niet kunnen worden gehaald.
Geen
5
nieuwe regeling het verduurzamen van de woning niet belemmerd is daarmee dus maar deels waar. De mogelijkheid blijft, maar wordt wel degelijk bemoeilijkt en heeft, gelet op de lage huren die Pré Wonen vraagt, een onevenredige financiële impact. Dit is hiermee een belemmering voor de gestelde doelen van Haarlem om in 2040 CO2 neutraal te zijn. 2.
In aanvulling op voorgaand punt, raakt dit de ambitie om de energielasten voor onze huurders naar beneden te brengen. De enorme stijging van de energieprijzen vanaf 2022 heeft de energiearmoede onder huurders vergroot. Extra belemmeringen in de verduurzaming van deze huurwoningen is niet wenselijk.
Zie de beantwoording bij A1 en B1. Wij zijn van mening dat er als gevolg van de regeling geen serieuze belemmeringen zijn voor verduurzaming.
3.
Eventuele renovatie van de panden brengt met de orde 2 status extra kosten met zich mee. Vooral omdat er uitgegaan moet worden van een restauratieve aanpak. Daar wij als sociale huisvester spaarzaam met onze gelden om moeten gaan, zijn dit extra investeringen die onze bedrijfsvoering niet ten goede komen. Daarnaast zorgt het voor extra vooroverleg tussen huiseigenaar en gemeente. Naast geld zal dit dus ook extra tijd vragen van zowel de corporatie als van de gemeente.
Het behoud van de kwaliteiten van een pand neemt een belangrijke plek in. Zoals in de reactie bij A1 aangegeven, maakt de cultuurhistorische rijkdom van Haarlem haar een aantrekkelijke stad (en alle voordelen die daarmee gepaard gaan). Wanneer deze rijkdom in de loop der tijd verloren gaat, zal Haarlem haar aantrekkingskracht in ieder geval deels verliezen. Dit zal in niemands voordeel zijn en moet dus worden voorkomen. Sprake is van een aanscherping van de regels ten behoeve van de instandhouding van de bestaande kwaliteit. De vraag om zorgvuldig om te gaan met bestaande erfgoedwaarden is, gelet op het belang voor de stad en bewoners, niet onevenredig.
4.
De orde 2 status van de panden zorgt ervoor dat bij een eventuele ingreep in het vastgoed de optie sloop-nieuwbouw inclusief verdichting (toevoegen van aantal woningen) wordt uitgesloten door de eis dat als de straatgevels en de kap niet meer kunnen worden gerestaureerd of hersteld kunnen worden, ze naar het origineel moeten worden teruggebouwd (herziening planregels 13 (Aanvullende bepaling Beschermd Stadsgezicht art. 36.15.2).
Overleg tussen corporatie en gemeente is juist van belang. Zo heeft goed overleg tussen partijen geleid tot het geslaagde project Hof van Egmond. De woningen in de wijk hebben een monumentale status, maar zijn toch geheel vernieuwd en verduurzaamd. Zie de link voor meer informatie over dit project. Ander voorbeeld betreft het woningbouwproject aan de Jacob Geelstraat. De betreffende woningen zouden aangewezen worden als ‘orde 2’. Vanwege het project is besloten de woningen alsnog niet op te nemen in de na-inventarisatie. De essentie van de regeling is het behoud van de karakteristieke kenmerken van de betreffende panden. Sloop/nieuwbouw is dan ook niet het uitgangspunt. Indien sloop aan de orde is, bijvoorbeeld vanwege een zeer slechte staat van een pand, kan nieuwbouw (ook met verdichting) acceptabel zijn wanneer het eenzelfde bijdrage levert aan de cultuurhistorische kwaliteit van de locatie en haar omgeving als het gesloopte pand. Omdat voorliggende regeling gericht is op behoud van bestaande waardevolle panden is verdichting door sloop – nieuwbouw niet voorzien. Voor zover sloop-nieuwbouw onvermijdelijk is zal dit per geval
6
Hiermee kan het bestemmingsplan voor belemmering van de gestelde doelen zorgen zoals het toevoegen van 10.000 woningen.
5.
Wij zijn als huiseigenaar niet vooraf geïnformeerd over het voornemen om de panden aan te wijze als ‘orde 2 panden’. Wij hebben hiermee als eigenaar niet vooraf het gesprek kunnen voeren met de gemeente over de gevolgen voor ons als eigenaar.
bekeken moeten worden. Voorliggende regeling voorziet hier, net als de huidige regelingen, niet in. Zo zijn bij het project Hof van Egmond (zie reactie bij B3) ook extra woningen toegevoegd en hierbij is zelfs sprake van een monument. Bij verdichten spelen overigens ook andere aspecten die een ontwikkeling al dan niet mogelijk maken. Denk aan mobiliteit, parkeren, geluid etc. De na-inventarisatie voor ‘orde 2 objecten’ is mede gedaan naar aanleiding van de Motie 21 Beleidskaders Hoogbouw en Bescherming Erfgoed. De motie is op 6 november 2017 behandeld door de raad. De motie vraagt om bescherming van waardevol maar niet beschermd erfgoed en het realiseren van een toetsingskader hiervoor. Op 22 maart 2023 heeft een aankondiging plaatsgevonden van het voornemen om het parapluplan op te stellen en een aantal panden als ‘orde 2’ aan te wijzen. Het concept van het parapluplan is op 22 november 2023 gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl. Vervolgens is het ontwerpplan op 21 december ter inzage gelegd. Individuele huiseigenaren zijn verder vooraf niet persoonlijk op de hoogte gesteld. De procedure van het bestemmingsplan is met voldoende waarborgen omkleed, zodat iedereen gelegenheid krijgt een zienswijze te geven voordat een besluit over vaststelling van het plan wordt genomen.
C. Nr. 1.
Zienswijze
Antwoord
Aanpassing
Bij het onderdeel ‘Toelichting’ van het ontwerp bestemmingsplan staat onder 2.2.1.3 : ‘De herziening van het huidige bestemmingsplan in de Slachthuisbuurt in Haarlem is nodig vanwege aanzienlijke afwijkingen tussen de vastgestelde goot- en bouwhoogtes en de werkelijk gerealiseerde hoogtes van gebouwen. Deze discrepantie resulteert vaak in meer bouwmogelijkheden, met name dakopbouwen, dan wenselijk is. Dit heeft negatieve gevolgen, waaronder aantasting van architectonische en cultuurhistorische waarden van de buurt en het verdwijnen van kleinere en betaalbare woningen.’ Heemschut begrijpt hieruit dat er in het verleden (grootschalig?) ‘aanzienlijke afwijkingen’ zijn toegestaan van de in het
Wij zijn van mening dat met het aanpassen van de goot- en bouwhoogte (naar de feitelijke situatie) het behoud van de cultuurhistorische waarden van de wijk goed beschermd wordt. Daarnaast is een aantal objecten ook aangewezen als ‘orde 2-pand’.
Geen
De binnenplanse ontheffingsmogelijkheden zijn van toepassing op alle percelen. Wanneer een beroep wordt gedaan op een dergelijke ontheffingsmogelijkheid, zal een nadere afweging plaatsvinden. Op voorhand kunnen buitenplanse aanpassingen niet worden uitgesloten. Per keer zal er sprake moeten zijn van een belangenafweging.
7
bestemmingsplan vermelde goot- en bouwhoogtes. Deze ‘trend’ wordt, zo nemen wij aan, met het onderhavige paraplubestemmingsplan gebroken zodat op dergelijke ‘aanzienlijke afwijkingen’ geen beroep op precedentwerking meer gedaan kan worden. Daar is Heemschut blij mee. De vraag rijst echter waarom in het verleden dergelijke ‘aanzienlijke afwijkingen’ dan zijn toegestaan gezien de hier geschetste negatieve gevolgen. Daarom onze vragen voor nu: • Zijn deze maatregelen voldoende zijn om de uniformiteit en gaafheid van de prachtige vooroorlogse tuindorpen in deze wijk te handhaven na de omvangrijke renovaties van het afgelopen decennium? • Worden hiermee verstoringen en verrommelingen van het gevel- en dakbeeld afdoende voorkomen, zeker bij de panden die na de renovaties door de woningcorporaties zijn verkocht aan particulieren? • Zijn er om bovenstaande te handhaven slechts geen/beperkte/ondergeschikte binnenplanse afwijkingen op de (bestemmings)regels opgenomen? En wordt hierop strikt gehandhaafd bij besluiten over aangevraagde omgevingsvergunningen, bijvoorbeeld ook door buitenplanse aanpassingen uit te sluiten? 2.
Tot slot over de Slachthuisbuurt, die bestaat uit meerdere tuindorpen. Op de Waardenkaart Erfgoed staan de voorgenomen aanwijzingen van Orde 2-panden vermeld als ‘in voorbereiding’. Tot onze verbazing zien wij dat in het noordwestelijk en noordoostelijk deel van de wijk geen tuindorpen worden aangewezen als orde 2. Terwijl er wel degelijk redenen zijn ook hier het stads-, gevel- en dakbeeld te beschermen tegen aanpassingen/verstoringen/verrommeling. Heemschut pleit ervoor ook in dit deel van de wijk de waardevolle tuindorpdelen hiertegen te beschermen en alsnog aan te wijzen als orde 2. Bijvoorbeeld, in de noordelijk gebied van de wijk bevindt zich het Bavodorp. Daarover heeft deskundigenbureau SteenhuisMeurs in opdracht van de woningcorporatie Ymere en de gemeente Haarlem in 2012 een rapport opgesteld over de cultuurhistorische verkenning met waardenstelling. In dit rapport zijn grote delen van het Bavodorp in het noordelijk deel gewaardeerd op ‘beeldbepalend’ dan wel ‘beeldondersteunend’, hetgeen voldoet aan een orde 2-status. Het
De aanwijzing als ‘orde 2’ is per object en niet per wijk. De na-inventarisatie is een uitgebreid proces geweest dat enkele jaren in beslag heeft genomen. Op basis van de inventarisatie is een aantal objecten in de wijk aangewezen als ‘orde 2’. Daarnaast zijn voor circa 900 panden de goot- en/of bouwhoogte aangepast naar de feitelijke situatie, mede ter bescherming van de cultuurhistorische waarden. Wij zien in dit stadium dan ook geen aanleiding om tot een heroverweging over te gaan. De komende jaren werkt de gemeente aan het opstellen van het omgevingsplan. Indien op dat moment er aanleiding is de bestaande regelingen m.b.t. erfgoed uit te breiden, zal dat worden opgepakt.
8
Geen
3.
lijkt er dus niet op dat dit rapport bij de inventarisatie boven water is gekomen. Een heroverweging met alsnog aanwijzing lijkt hier zeker op zijn plaats. Er wordt een aanzienlijk aantal (aanvullende) aanwijzingen van orde 2-panden voorgesteld in het paraplubestemmingsplan. Dat doet ons deugt. Heemschut heeft hieraan ook een bijdrage geleverd. Daartoe hebben wij aan de afdeling Erfgoed vanaf 2022 lijsten aangeleverd met suggesties voor opwaardering van de bescherming van specifieke panden, inclusief onze redenen waarom. Er is door ons geen volledige inventarisatie uitgevoerd, maar onze suggesties voor aanwijzing komen zijdelings voort uit onze beoordelingen van verleende omgevingsvergunningen of gewoon omdat ze opvallen bij het ‘in de stad zijn’. Op onze lijsten staan ook suggesties voor aanwijzing van specifieke beeldbepalende panden ofwel orde 2panden. In het bestemmingsplan zijn verschillende van deze Heemschut-suggesties opgenomen om aan te wijzen als orde 2. Er zijn echter meer suggesties niet gehonoreerd. Hiervoor heeft de gemeente helaas geen redenen gegeven. Wij tasten daarom in het duister waarom deze panden niet zijn aangewezen als Orde 2. Daarom, en omdat wij vinden wel toereikende redenen te hebben aangegeven voor aanwijzing, brengen wij die panden in deze zienswijze (opnieuw) in met het pleidooi ze alsnog aan te wijzen als orde 2.
Voor de door ons aangevoerde redenen verwijzen wij naar de door ons bij Erfgoed aangeleverde lijst (laatste versie 22 december 2023, bijlage 1). Het betreft de volgende panden, waarbij wij nogmaals goed hebben gekeken of er voldoende redenen zijn om aan te wijzen als orde 2-pand: - Lange Raamstraat 9 - Phoenixstraat 4 - Garenkokerskade 1 - Regentesselaan, blok woningen met nr. 14 - Kloppersingel 179-185 - Leidsebuurt: deze buurt die voor een groot deel door ruime verbouwmogelijkheden ernstig verstoord is, hadden wij aangegeven voor inventarisatie van de resterende min of meer gaaf bewaard gebleven beeldbepalende panden. Er zijn verschillende panden aangewezen als orde 2. Wij hebben de volledigheid hiervan niet beoordeeld, maar vragen ons wel af waarom bijvoorbeeld een pand als Eendrachtstraat 4, een van de voorkant nog originele eenlaags
Zoals hiervoor aangegeven is de na-inventarisatie een omvangrijk proces geweest. Alle panden in Haarlem, met uitzondering van de periode na 1965, zijn hierbij betrokken. Hieruit is een selectie van panden gekomen die voldoende kenmerken bevatten om als ‘orde 2’ aangewezen te worden. Een aantal van deze panden is destijds ook aangedragen door Bond Heemschut. De panden die nu worden genoemd in de zienswijzen bezitten naar onze mening niet voldoende unieke kenmerken of zijn te veel verstoord om in aanmerking te komen voor een orde 2 status. Wij gaan graag in overleg met Bond Heemschut om een nadere toelichting te geven. Wellicht dat na dit overleg er alsnog aanleiding bestaat om bij het opstellen van het omgevingsplan te zijner tijd een aantal van de genoemde panden aan te wijzen.
9
Geen
met dak arbeiderswoning, niet is aangewezen als orde 2. En zijn er daarom niet meer van dergelijke nog mini of meer gaaf bewaard gebleven panden typerend voor deze 19e eeuwse voormalige arbeiderswijk? - Emmalaan 19 en de hele straat - Langendijkstraat: even nummers zijn aangewezen. Echter geen van de oneven nummers, terwijl die panden niet veel verschillen van panden met even nummers. - Phoenixstraat 11/Claus van Ruyvenstraat 8 - Rijksstraatweg 155, 157, 159 - Schotersingel 21-33: nummers 21 t/m 29 zijn aangewezen. Het is ons niet duidelijk waarom nummers 31 en 33 niet; die twee panden behoren niet tot hetzelfde blok, maar lijken nagenoeg net zo beeldbepalend. Bovendien zijn deze twee, buiten enkele nieuwbouwblokken, dan de enige aan de hele Schotersingel die niet zijn beschermd. - Overtonstraat: niets is aangewezen. De gemeente geeft hier bij uitzondering wel een reden: ‘Deze panden zijn verstoord’. Maar lang niet alle panden zijn verstoord, en bovendien zijn er meerdere panden met dezelfde aanpassingen die een verstoring compenseren. Bovendien zijn meerdere panden zeker beeldbepalend. - Coltermanstraat: alle even nummers zijn aangewezen.
Het is ons niet duidelijk waarom de oneven nummers niet zijn aangewezen; die panden lijken nagenoeg net zo beeldbepalend (alleen zijn de dakkapellen niet meer origineel, maar dakkapellen zijn in de regelgeving van de gemeente ‘ondergeschikt’). - IJdijk 2-6 en 8 Spaarndam (oude dorp, beschermd dorpsgezicht) - Kloppersingel 1-59: wij zien niet het relevante onderscheid tussen enkele al eerder aangewezen orde 2-panden (nummers 37 t/m 49) en de andere nu niet aangewezen panden.
4.
Wij zijn blij met de aanwijzing van het vooroorlogse tuindorp Ramplaankwartier met de Orde 2-status (voormalige sociale woningbouw, al lang geheel in particuliere handen). Heemschut heeft met haar brief van 12-1-2022 aan het college van B&W haar grote zorgen uitgesproken over (de risico’s van) de
Zie de reactie bij C1 en C3.
10
Geen
(verdere) verrommeling van dit waardevolle tuindorp (en in diezelfde brief idem voor de Zijlweg en de Kinderhuisvest, zie bijlage 2). Wij verzochten het college maatregelen te nemen om dit te voorkomen. Wij hebben in de twee jaar erna (ondanks herinnering) nooit reactie gehad op onze brief en maatregelen bleven uit. Het gevolg is dat in die twee jaar onder het te ruime bestemmingsplan meerdere omgevingsvergunningen zijn verleend die inderdaad tot verdere (soms grote) verstoringen hebben geleid, niet alleen van de betreffende panden maar ook van het tuindorp in zijn geheel. Dat is jammer, maar als het goed is stopt dit met de aanwijzing van de orde 2-status. Voorwaarde daarvoor is ook hier dat de gemeente de orde 2-status strikt handhaaft – geen (relevante) aanpassingen gevel- en dakbeeld. Door slechts geen/beperkte/ondergeschikte binnenplanse afwijkingen op de (bestemmings)regels toe te staan bij de advisering en besluiten over aangevraagde omgevingsvergunningen, en buitenplanse aanpassingen uit te sluiten. Heemschut pleit hiervoor met deze zienswijze. Tot slot over dit tuindorp. Op de Waardenkaart Erfgoed staan de voorgenomen aanwijzingen van Orde 2-panden vermeld als ‘in voorbereiding’. Heemschut ziet dat meerdere panden die deel uitmaken van het tuindorp niet worden aangewezen als orde 2.
Het lijkt erop dat de gemeente deze panden niet heeft geselecteerd vanwege hun (al eerder opgetreden) verstoringen – Ooster Tuindorplaan nummers 6 t/m 12? – dan wel enkele panden die niet voldoen aan de waarderingscriteria – Noorder Tuindorplaan nummers 17 en 18 t/m 24? Echter, in het belang van bescherming van het tuindorp in zijn geheel, en om het risico van (verdere) verstoring en verrommeling van deze panden te voorkomen, vindt Heemschut dat ook deze panden moeten worden aangewezen als orde 2-panden (dan wel op een andere wijze beschermd moeten worden tegen verstoring/verrommeling die van (grote) invloed is op het beeld van het tuindorp). PS: bij de vier panden Ooster Tuindorplaan nummers 6 t/m 12 zijn er in het (recente) verleden bij twee ervan verstorende dakopbouwen toegestaan, bij één ervan is dat recent toegestaan als volger van de trend. Dit rijtje is daarmee bijna weer ‘uniform’, wat een plus zou moeten zijn voor de aanwijzing.
11
5.
6.
Bij het onderdeel ‘Toelichting’ van het ontwerp bestemmingsplan staat onder 2.2.1.6 : ‘….. Dit streven heeft tot doel de stedenbouwkundige waarde, architectonische kwaliteit en respect voor de cultuurhistorie te handhaven. …….. Niettemin heeft het huidige beleid geleid tot suboptimale resultaten. Het straatbeeld is verstoord door de verscheidenheid aan trends. Deze trends houden vaak geen rekening met de architectonische harmonie binnen ensembles en de stedenbouwkundige hiërarchie. Bovendien leiden veel trends tot complexe aanvragen en evaluaties, terwijl sommige gevoelig zijn voor marchanderen. Het huidige beleid is grotendeels gebaseerd op pragmatische compromissen uit het verleden en staat soms op gespannen voet met de cultuurhistorische waarden van de stad, met name in het Beschermd Stadsgezicht Haarlem Noord en andere gebieden.’ Het straatbeeld is niet alleen (tot ernstig) verstoord in de Indische Buurt, maar deze spant samen met de Leidsebuurt de kroon; de ruimtelijke kwaliteit is hier door te ruime bestemmingsplannen de facto niet/nauwelijks meer aanwezig. Ook in alle andere wijken buiten de vier beschermde stadsgezichten is in toenemende mate sprake van de genoemde ontwikkelingen, maar deze zijn nog minder verstoord. Daarom is Heemschut blij met deze pilot.
Wel pleiten wij voor een snelle invoering – misschien zelfs geen pilot – van de onderhavige ruimtelijke beperkingen, om verdere verstoringen in het stadsbeeld te beperken. De vraag is echter of dit toereikend is. Heemschut denkt van niet; overal buiten de beschermde stadsgezichten zijn de bestemmingsplannen te ruim, niet alleen voor wat betreft de dakopbouwen, maar breder. Wij verwijzen naar de bijgaande zienswijze van 25 oktober 2023 van Heemschut op de concept erfgoednota ‘Haarlems erfgoed’ voor het nieuwe erfgoedbeleid (bijlage 3). Daarin hebben wij een scala van maatregelen opgenomen dat wij in de loop van de afgelopen jaren hebben gesuggereerd voor behoud van omgevingskwaliteiten c.q. het voorkomen van verdere verstoringen en verrommelingen, maar waar in die jaren nauwelijks tot niets mee is gedaan. Deze bestaande aparte Reparatieplannen worden geïntegreerd in het onderhavige paraplubestemmingsplan. Wij gaan ervan uit dat dit 1:1/volledig gebeurd. En zo niet, dan pleiten wij ervoor dat alsnog te realiseren.
Insteek is om bij de opbouw van het omgevingsplan de pilot uit te rollen over uiteindelijk heel Haarlem.
Geen
Wij delen overigens niet de mening dat te weinig wordt gedaan aan het behoud van het erfgoed. In de bestemmingsplannen hebben we regelingen opgenomen voor: beschermd stadsgezicht, archeologie, orde 1 en orde 2 en de bouwhistorie. Daarnaast wijst het parapluplan wederom een aantal objecten aan als orde 2. Ook is beleid ontwikkeld voor een verantwoorde inpassing van zonnepanelen op daken in beschermd stadsgezicht. De komende tijd zullen wij kijken hoe met de Omgevingswet het erfgoed nog beter beschermd kan worden in het omgevingsplan.
De integratie is inderdaad volledig.
12
Geen
7.
8.
Heemschut vindt dat de aanwijzing van de orde 2-status meer flexibel en slagvaardig moet worden georganiseerd dan nu het geval is. De orde 2-bescherming is nu opgenomen binnen het bestemmingsplan. Dit betekent de facto dat een aanwijzing alleen mogelijk is wanneer het bestemmingsplan wordt aangepast. Omdat dit een uitgebreide en tijdrovende procedure vergt, is de drempel hoog en ontbreekt de slagvaardigheid die soms nodig is omdat bescherming snel moet kunnen worden geregeld. Misschien biedt de nieuwe Omgevingswet mogelijkheden. Heemschut is helaas niet door de gemeente uitgenodigd om te participeren in het voortraject van dit paraplubestemmingsplan. Ook zijn wij als belanghebbende niet actief geïnformeerd over de raadsinformatiebrief van het college van 22-12-2022 over (de start van?) het paraplubestemmingsplan. En zelfs niet over de recente ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Dit ondanks dat het college van B&W op de hoogte was en is van voorstellen die Heemschut in de loop der jaren heeft gedaan die passen binnen het onderhavige kader van ‘Behoud omgevingskwaliteiten’. En ondanks dat Heemschut in het verleden wel gevraagd is bij soortgelijke bestemmingsplannen (Reparatieplannen B en C die nu worden geïntegreerd in het onderhavige paraplubestemmingplan). Wij vinden het jammer dat onze kennis en deskundigheid (van voorstellen) hier niet actief zijn benut.
Het lijkt ons ook dat dit op gespannen voet staat met het eigen participatiebeleid van de gemeente. En lijkt het ook niet in de geest van de nieuwe Omgevingswet.
Dit is als zodanig niet het geval. De Omgevingswet zet het omgevingsplan, als opvolger van het bestemmingsplan, centraal. Wel is het college bevoegd in een aantal gevallen het omgevingsplan te wijzigen in plaats van de raad. Hiervoor is in 2022 een delegatiebesluit genomen. Bij een eventueel op handen zijnde grootschalige aanwijzing van nieuwe orde 2 objecten kan gekeken worden of het college bevoegd kan zijn om het omgevingsplan te wijzigen.
Geen
Bond Heemschut heeft eerder een aantal panden aangedragen om aangewezen te worden als orde 2. De voorstellen zijn meegenomen bij het uitvoeren van de na-inventarisatie. Een aantal voorstellen is overgenomen. Het paraplubestemmingsplan heeft de resultaten van de na-inventarisatie verwerkt. Er was dan ook geen verdere aanleiding om het parapluplan opnieuw te bespreken. Het plan is in hoge mate een juridisch technische aangelegenheid om een aantal zaken goed te borgen voor het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed. Het is daarmee van belang het plan tijdig vast te stellen, zodat de nieuwe ‘orde 2-objecten’ daadwerkelijk bescherming genieten. Conform het eerdere besluit van de raad, zijn de wijkraden actief geïnformeerd over het parapluplan.
Geen
PS: in de Nota ‘Collegebesluit’ nummer 2023/1781269 over de ter inzagelegging van het onderhavige ontwerp paraplubestemmingsplan is een hoofdstuk 5 ‘Participatie en inspraak’ opgenomen. Daarin zegt het college: ‘Iedereen heeft kennis kunnen nemen van het voornemen en de mogelijke consequenties in de gebruiksmogelijkheden’ omdat ‘het voornemen om het parapluplan op te stellen op twee momenten is gepubliceerd, te weten op 13 december 2022 en 22 maart 2023.’ Formeel juridisch zal het college hierin gelijk hebben, maar in de praktijk is dit toch echt ‘wishfull thinking’. De gemeente zou anders dan met officiële publicaties die maar weinig mensen bereiken, de participatie veel beter kunnen bevorderen door bijvoorbeeld het actief benaderen
13
van de direct belanghebbenden. Voor de wijkraden heeft de gemeente wel een uitzondering gemaakt.
D. Nr. 1.
Zienswijze
Antwoord
Aanpassing
Ons gebouw, de Elbakerk, is gelegen aan de Paul Krugerstraat 41 en Generaal de la Reijstraat 2 en staat op de voorlopige lijst van beeldbepalend panden (orde 2) en valt dan ook onder dit ontwerp besluit.
Het voornemen om panden als ‘orde 2’ aan te wijzen is gepubliceerd. Zie ook de reactie bij A5.
Geen
Het grootste deel van de Elbakerk is verdeeld in appartementen 41 A t/m 41 Z, en valt tezamen met Generaal de la Reijstraat 2 onder de VVE Elbakerk. In de Elbakerk bevindt zichook nr 41, dat niet onder de VVE Elbakerk valt. Nimmer zijn wij of het bestuur van de VVE op de hoogte gesteld van plannen om onze kerk opeen lijst van beeldbepalende panden te zetten. Wij hebben ook in beginsel bezwaren dat ons gebouw op die lijst staat, komt en gaat vallen onder een beeldbepalend pand met daaraan ookzijnde en komende regelgeving(en).
Het aanwijzen van een pand als ‘orde 2’ heeft geen directe consequenties voor het normale en technische onderhoud. Dat kan gewoon doorgang vinden. Bij een ‘orde 2’ zijn het behoud van de vorm van het gebouw en de authentieke elementen belangrijk. Zo zijn kunststof kozijnen niet wenselijk. Dit alles hoeft niet in de weg te staan van maatregelen op het gebied van verduurzaming. Sowieso niet bij inpandige verduurzaming. Bij verduurzaming aan de buitenzijde denkt de gemeente graag waar nodig mee. Zo zijn zonnepanelen gewoon toegestaan. Zoals aangegeven bij de reactie op A4 is de insteek van de gemeente om te faciliteren in een ontwikkeling met behoud van cultuurhistorische waarden. Ingrepen aan een ‘orde 2-pand’ zijn in beginsel vergunningsplichtig en hiervoor worden leges in rekening gebracht conform de legesverordening. Zie ook de reactie bij A1.
Het vallen onder orde2 panden heeft ook consequenties voor ons; enige informatie of duidelijkheid is niet geboden of beschikbaar. Voorop staat dat wij als VVE in een gebouw wonen dat wij in goede staat/vormgeving houden en technisch onderhouden. Het is tenslotte een waardevol eigendom van de leden. De VVE heeft een MeerJarenOnderhoudsPlan die hierdoor geraakt gaat worden en navenante financiële consequenties heeft/kan hebben voor het beheer en de eigenaren. Voor de energietransitie zijn plannen in voorbereiding voor mogelijke energieoplossingen. Die komen in gevaar, blokkeren oplossingen of maken de oplossingen vele malen duurder.
14
2.
Kortom: ik/wij maken ons zorgen over de consequenties die het aanwijzen als ‘beeldbepalend pand’ voor ons zal hebben en zijn onaangenaam verrast door het feit dat het college dit zonderde eigenaren van de betrokken panden te benaderen, en zonder verdere uitleg wil regelen. In § 2.2.1.4 Beeldbepalende panden van de Toelichting wordt aangegeven dat een na- inventarisatie van waardevolle panden heeft plaatsgevonden, waarbij de panden zijn gewaardeerd op basis van drie hoofdcriteria, namelijk op de stedenbouwkundige, de architectuurhistorische en de cultuurhistorische waarden. De panden zijn bij dit onderzoek niet alleen op hun eigen merites beoordeeld, maar ook heel nadrukkelijk beschouwd in relatie tot de directe omgeving en de betekenis die het pand heeft voor de wijk. De orde-2 panden hebben hiermee elk een eigen palet aan waarden, die tot uitdrukking komt in de redengevende omschrijving. Deze beschrijving is echter niet uitputtend en ook niet beschreven waarden kunnen onder de bescherming vallen. Met name het laatste baart ons extra zorgen. Dit leidt tot rechtsonzekerheid.
Het betekent immers dat de redengevende beschrijving voor de beeldbepalendheid van onze kerk niet allesomvattend is, maar dat de gemeente op elk moment ook andere waarden kan zoeken envinden die dan – opeens – ook van belang zijn in verband met de beeldbepalendheid van ons gebouw … en waardoor bouw-, reparatie- of andersoortige plannen van ons kunnen worden afgewezen.
3.
Wij zijn ook benieuwd hoe de boom aan de tuinzijde/NR43 tuin dan ook nog in het beeldbepalende aspect past. Als u vast wenst te houden aan de aanduiding ‘beeldbepalend pand voor onze kerk zou die oude boom zeker ook de status van monumentale boom moetenkrijgen!
De redengevende omschrijvingen zijn zorgvuldig tot stand gekomen. De omschrijving heeft tot doel duidelijk te maken waarom het pand bescherming geniet en waar die bescherming in hoofdlijnen betrekking op heeft. Het voert echter te ver om in een omschrijving letterlijk alle details te beschrijven. Een gebouw zal in de loop der jaren wel veranderingen ondergaan. Sommige veranderingen kunnen een waardevolle toevoeging zijn op het gebied van cultuurhistorie. Deze kunnen aanleiding geven om een redengevende beschrijving te herijken. Ook kan het voorkomen dat bepaalde kwaliteiten bij de schouw niet waren opgemerkt omdat zij niet zichtbaar waren op dat moment. De redengevende beschrijving leidt niet tot rechtsonzekerheid, maar juist tot duidelijkheid. Door de heldere beschrijving kan cultuurhistorie goed worden betrokken bij de integrale belangenafweging wanneer sprake is van een voorgenomen bouwactiviteit.
De na-inventarisatie heeft betrekking op panden en niet op bomen. Los daarvan voert de gemeente bomeninventarisaties uit en heeft beleid ontwikkeld voor het behoud van waardevolle bomen.
15
E. Nr.
Zienswijze
Antwoord
Aanpassing Geen
1.
2.
Om het cultuurhistorisch erfgoed nog beter te beschermen is een aanvulling nodig van de huidige regels in de bestemmingsplannen. Het Parapluplan Behoud Omgevingskwaliteiten voorziet hierin. Helaas is niet duidelijk waarin het cultuurhistorische erfgoed beter wordt beschermd. Graag nadere omschrijving van de voorwaarden waaronder de bescherming van cultuurhistorisch erfgoed is geborgd. De erfgoednota in concept is nog niet geaccordeerd noch geïmplanteerd in dit Parapluplan Omgevingskwaliteiten. Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: c. de bij de bestemming behorende verkeers- , parkeer- en groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, water, tuinen, erven en terreinen.
De bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed heeft betrekking op de aanwijzing van nieuwe ‘orde 2-objecten’, het vastleggen van een aantal bestaande bouwhoogten van panden en het verwerken van de actualisatie van archeologisch waardevolle gebieden en de daarbij behorende regels.
Dit artikel is overgenomen uit het bestemmingsplan Hekslootgebied Spaarndam. Enkele panden aan de Vergiederweg zijn in het parapluplan aangemerkt als ‘orde 2’. Om een pand als ‘orde 2’ aan te merken is het technisch gezien noodzakelijk om de gehele bestemming over te nemen. Het is niet de insteek van het parapluplan om met de aanwijzing de onderliggende bestemming en de daarbij behorende gebruiksmogelijkheden te wijzigen.
Doordat er geen maatvoering e.d. wordt gegeven kun je daar alle kanten mee op! 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken voor: d. intensief veehouderijbedrijf; Graag nadere duiding.
16
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 'Agrarisch' te wijzigen in een bestemming ten behoeve van natuur onder de volgende voorwaarden: Een wijzigingsbevoegdheid kan voor de omwonenden en de omgeving dramatische gevolgen hebben. a. de agrarische functie van aangrenzende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden belemmerd; Ook hiervoor geldt: Een wijzigingsbevoegdheid kan voor de omwonenden en de omgeving dramatische gevolgen hebben.
3.
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Zie de reactie bij E2. Aanvullend: de bepaling over de ‘relatielijn’ is niet van toepassing op de betreffende percelen en daarom niet overgenomen in het vast te stellen parapluplan.
Algemeen gebruik het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke waarden; De geldende beschermingsregimes van Bijzonder Provinciaal Landschap en de Stellingszone van het Unesco monument de Stelling van Amsterdam en het Rijks Archeologische Monument benoemen en respecteren. c. recreatief medegebruik; Zonder daarbij de belangen van omwonenden te schaden.
17
d. met daarbij behorende groenvoorzieningen, natuurvriendelijke oevers, erven, wegen en paden, waterlopen en waterpartijen, voorzieningen voor de waterhuishouding. Met behoud van de Unesco Bescherming van De Stelling van Amsterdam, het Bijzonder Provinciaal Landschap en het Rijks Archeologisch monument. 4.2 Bouwregels Heldere omschrijving van de mogelijkheden (of onmogelijkheden) is zeer gewenst. 4.4 Afwijken van de bouwregels 1. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid.4.2.1 en 4.2.2 toestaan dat: a. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen wordt verhoogd tot maximaal 8 m indien dit voor een goede agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk is; Dit kan voor naburige bewoners en de gebouwen een onaanvaardbare verslechtering zijn! 4.4 Afwijken van de bouwregels 1. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid.4.2.1 en 4.2.2 toestaan dat: a. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen wordt verhoogd tot maximaal 8 m indien dit voor een goede agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk is; Dit kan voor naburige bewoners en de gebouwen een onaanvaardbare verslechtering zijn! b. bedrijfswoningen buiten een bouwvlak behoren uitsluitend bij de bouwvlakken waaraan ze zijn gekoppeld via de figuur 'relatielijn';
18
Geen idee wat daar mee kan. Graag nadere toelichting. 4.3 Nadere eisen 1. Het bevoegd gezag KAN nadere eisen stellen aan de plaats van: Dit lijkt veel te vrijblijvend. “KAN”! a. gebouwen b. bouwwerken geen gebouw zijnde hoger dan 2 m. 2. Het bevoegd gezag toetst bij de toepassing van de nadere eisen of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. het landschappelijke beeld, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in Bijlage 2 van de regels; c. cultuurhistorische waarden; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.
4.
Dakkapellen
De regeling is overgenomen uit de bestaande bestemmingsplannen.
h. een dakkapel aan de voor- en achterzijde een breedte heeft die meer dan 1,5 m en/of 30% van het dakvlak bedraagt, indien de afstand tot de perceelgrens minimaal 0,5 m is; Een bedreiging voor de leefbaarheid van bewoners van omliggende panden
19
2.Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid.4.2.2 en toestaan dat: a. de bouwhoogte binnen het bouwvlak wordt verhoogd tot maximaal 8 m; b. de bouwhoogte buiten het bouwvlak wordt verhoogd tot maximaal 5 m; 3. Het bevoegd gezag toetst bij de toepassing van de afwijkingsbevoegdheden als bedoeld in lid 4.4 of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het landschappelijke beeld, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in Bijlage 2 van de regels; b. cultuurhistorische waarden; c. bezonningssituatie op aangrenzende percelen; Privacy zal in geding komen
5.
4.5.2 Strijdig gebruik
Zie de reactie bij E4.
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken voor: l. ter plaatse van het bouwvlak, ter plaatse van de aanduidingen 'glastuinbouw ' of 'parkeerterrein' mag maximaal 100 m2 gebruikt worden voor het aan particulieren te koop aanbieden van uitsluitend die agrarische producten, die op het betreffende bedrijf zijn geproduceerd; Wekelijkse markt op een parkeerplaats op eigen terrein. 2. Geen omgevingsvergunning zoals genoemd is in lid 4.6 sub 1 is vereist voor werken of werkzaamheden die:
20
f. betrekking hebben op het aanleggen van verharde en onverharde wegen en paden ten behoeve van recreatief medegebruik; Ook dit kan verstrekkende gevolgen hebben op de verkeersaantrekkingen op het Liewegje waar veel schoolkinderen, bedrijven en recreanten gebruik van maken. onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de landschappelijke waarden van de gronden, waaronder zichtlijnen, zichtvelden en landschapsbeleving zoals opgenomen in Bijlage 2 van de regels; Wat is een onevenredige afbreuk?
6.
Met de komst van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vormen alle bestemmingsplannen samen het tijdelijke omgevingsplan.
Conform het overgangsrecht van de Omgevingswet, zal het parapluplan bij vaststelling onderdeel uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan.
Dit Parapluplan Omgevingskwaliteiten is eind december 2023 ,net voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als ontwerp ter inzage gelegd. Vraag is wat is de status van dit ontwerp? Het is belangrijk het overzicht zo simpel als mogelijk te houden. Zowel de aanvrager om een vergunning als de bouwplantoetser hebben hier baat bij. Het voorliggende parapluplan vervangt: Reparatieplan A, Reparatieplan B, Reparatieplan C, Facetbestemmingsplan Archeologie en Parapluplan Parkeernormen Haarlem 2018. Info gemeente Haarlem Sinds 1 januari 2024 heeft iedere gemeente door het ingaan van de Omgevingswet automatisch 1 omgevingsplan voor de hele
21
gemeente. Dit noemen we het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit tijdelijke deel bestaat uit: • regels uit bijvoorbeeld bestemmingsplannen • voormalige regels van de Rijksoverheid uit het Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht • de Hemelwaterverordening Het tijdelijke deel voldoet nog niet aan alle eisen van de Omgevingswet. Daarom werken we hard om de informatie die nog ontbreekt toe te voegen. Uiteindelijk komt alle informatie over ruimtelijke-, milieu-, beleidsregels en verordeningen over de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan. Op het ontwerp Omgevingskwaliteiten kon van 21 december 2023 tot 31 januari 2024 worden gereageerd. Nu de beslissende fase door de gemeenteraad pas na de invoering van de nieuwe Omgevingswetgeving plaatsvindt, rijst de vraag welke status dit ontwerp Omgevingskwaliteiten kan/zal krijgen.
7.
Er wordt melding gemaakt van een orde 2 agrarische vestiging.
Er zijn meerdere panden die liggen op gronden met de bestemming Agrarisch.
Kunt u aangeven waar dit agrarische bedrijf gevestigd is.
22
F. Nr. 1.
Zienswijze
Antwoord
Aanpassing
Het verzoek is de 150 kV-hoogspanningsverbinding op te nemen in het paraplubestemmingsplan. Dit om de veiligheid te waarborgen en dat de leiding altijd bereikbaar is
Een deel van het tracé is reeds opgenomen in het bestemmingsplan ‘150 kV’. Niettemin zullen wij het gehele tracé verwerken in het paraplubestemmingsplan.
23
De toelichting zal uitgebreid worden met een motivering. Aan de regels wordt een dubbelbestemming toegevoegd. En de plankaart zal een aanvulling krijgen.
2. Ambtshalve wijzigingen op voorstel van het college Kleine aanpassingen Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp is nog een aantal onvolkomenheden hersteld. Denk aan een verschrijving in de toelichting, het opnemen of verwijderen van een aanduiding op de plankaart en in de regels en dergelijke. Dit conform de feitelijke situatie. Orde 2 Tijdens de procedure van het bestemmingsplan is de lijst met de na-inventarisatie van ‘orde 2-objecten’ nog een keer doorgenomen. Enkele objecten zijn van de lijst gehaald. Deze aanpassing is verwerkt in het bestemmingsplan. Kruimelgevallen Tot en met vorig jaar kon het college in een aantal gevallen met de reguliere procedure (8 weken) afwijken van het bestemmingsplan. Deze gevallen stonden op de wettelijk vastgelegde kruimellijst. Met de Omgevingswet is deze kruimellijst komen te vervallen. Uitgangspunt van de wet is namelijk dat alle aanvragen binnen acht weken moeten worden afgehandeld. Dus de zogeheten buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (ook wel BOPA genoemd), waarbij het college kan afwijken van het omgevingsplan, moeten binnen acht weken worden behandeld. Conform onze legesverordening geldt een aanzienlijk hoger bedrag voor aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan. Dus ook voor aanvragen voor kleinere bouwactiviteiten (bijvoorbeeld een dakopbouw die niet voldoet aan de omgevingsplanregels).
Wij bereiden een voorstel voor om de legesverordening aan te passen. Als beoogd tijdelijke maatregel hebben wij de kruimellijst opgenomen in het paraplubestemmingsplan behoud omgevingskwaliteiten. Na vaststelling zal het onderdeel uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan (van rechtswege). Afwijkingen van het omgevingsplan die voldoen aan de kruimellijst zijn hiermee binnenplanse afwijkingen geworden. Daarvoor geldt een lager legestarief.
24