CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Masterplan Ontwikkelzone Zijlweg-West

gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststelling Masterplan Ontwikkelzone Zijlweg-West38.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

6.5.7 M  ateriaal, kleur en detaillering van de bebouwing Materiaal, kleur en detaillering moet passen bij de beoogde architectonische uitstraling van het gebouw. Criteria 1. Gevels kunnen in verschillende materialen uitgevoerd worden, maar er is altijd sprak van één duidelijk hoofdmateriaal: steen of hout. 2. De toe te passen kleuren zijn altijd in harmonie met het groene karakter van de spoorzone. Felle of contrasterende kleuren zijn niet toegestaan.

| Nieuwe bebouwing aan het spoor krijgt een losse setting met voldoende ruimte voor bomen

| Hoogwaardige, represenatieve gevel aan het spoor

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 6 Beeldkwaliteit

| Aansluiting van woningen op de buitenruimte

78

6.6 Fijnmazig langzaam verkeersnetwerk Zoals in hoofdstuk 3 en 4 is uitgelegd worden de ontwikkellocaties Campus, Spoorwegstraat en Korte Verspronckweg met elkaar verbonden door middel van een fijnmazig netwerk van voet- en fietspaden, -bruggen en -tunnels. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit wordt het gebied waar dit netwerk aangelegd gaat worden aangeduid als ‘divers’. Stratenpatroon en bebouwing zijn weinig coherent.

Vergroenen en vernatten van het profiel

Buurttuin

6.6.1 Inventarisatie

Park met sportfaciliteiten

Een route voor het langzaamverkeer van de binnenstad naar de Campus en verder, is latent aanwezig. Vanaf de Spoorwegstraat is er een verbinding met de binnenstad via de Garenkokerskade. De verbinding met de Julianalaan ontbreekt en de route loopt dood op het talud aan de westzijde van de Regentesselaan. De Westelijke Randweg vormt een barrière tussen de oost- en westzijde van de twee onderwijsvoorzieningen. Het spoor vormt een barrière voor de aansluiting van de locatie Korte Verspronckweg op de route. In de Spoorwegstraat en het beoogde Campusterrein is de auto dominant aanwezig in de buitenruimte. Dit maakt het weinig aantrekkelijk voor langzaam verkeer.

6.6.2 P  rincipes openbare ruimte en bebouwing Zoals in paragraaf 4.2 is uitgelegd en in naaststaande afbeeldingen verbeeld is, wordt er toegewerkt naar een fijnmazig netwerk voor langzaam verkeer dat de ontwikkellocaties met elkaar en met de omgeving verbind. Voor de vormgeving van deze route worden de volgende principes toegepast: 1. Het netwerk wordt groen en veilig voor voetganger en fietser ingericht. 2. De route doorkruist een aantal sferen en neemt hiervan de ‘kleur’ over. Het is dus niet de bedoeling er een route met één vormgeving van te maken.

Brugverbinding Nieuwe verbinding Nieuwe verbinding

Vergroenen, toevoegen van verblijfskwaliteit

| Overzichtskaart fijnmazig langzaamverkeersnetwerk

| Verharde ruimte, auto dominant

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 6 Beeldkwaliteit

| Principe: route als aaneenrijging van verschillende sferen

79

6.6.3 Openbare ruimte Voor de verschillende ontwikkellocaties in de zone is het versterken van bestaande kwaliteiten en behoud van eigen identiteit uitgangspunt. Het fijnmazig langzaam verkeernetwerk volgt per locatie deze eigen identiteit. De beeldkwaliteitscriteria die hierbij van toepassing zijn, worden in deze paragraaf behandeld. Algemene criteria campusterrein 1. De langzaam verkeersroutes over het campusterrein worden zorgvuldig ingepast en afgestemd op het maaiveldontwerp waarbij het duinrand-landschap over de Randweg getrokken wordt (zie schets ‘bebouwing en landschap’ paragraaf 6.4). 2. Kenmerken van het duinrand-landschap die ook terugkomen in de fiets- en wandelroutes zijn: a. Hoogteverschillen. b. Plekken met groepjes bomen en struiken afwisselen met open groenplekken met gras en kruiden. Deze afstemmen op zichtassen, onder andere op entrees van bebouwing. c. Gebruik van gelaagde gebiedseigen duinrandvegetatie zoals die ook in het nabijgelegen Nationaal Park Zuid-Kennemerland te vinden is.d. Fietspaden in rood asfalt, hoofdwandelpaden in gebakken rode klinkers, secundaire paden in een waterdoorlatende halfverharding.

| Vergroenen entreeplein en inrichten als verblijfsplek

| Wadi’s met speelse voetgangersbruggen

Criteria entreeplein Inholland 1. Het verharde entreeplein van Inholland vergroenen en het plein goed ontsluiten op de langzaam verkeerroute. 2. Het plein inrichten als verblijfsplek met bankjes, lunchplekken. Het plein is een mooie plek voor kunst in de buitenruimte. Criteria Bijdorplaan 1. De Bijdorplaan herprofilering van het bestaande dubbele profiel tot een autoluwe, groenblauwe promenade. 2. Bestaande bomen behouden en verder vergroenen met duinrand-vegetatie. 3. Auto uit het straatbeeld halen. Fietsparkeren inpassen in de groenstrook langs de route. 4. Wadi’s langs de route aanleggen, mogelijk met (speelse) bruggetjes. 5. Verblijfs- en studieplekken in het groen aanleggen.

| Autoluwe, groen promenade met buiten studieplekken in het groen

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 6 Beeldkwaliteit

80

Criteria Schoonzichtlaan 1. De Schoonzichtlaan knippen voor autoverkeer en de ruimte omvormen tot groen ‘sportpark’. 2. Langs de route verschillende sportaanleidingen creëren, individueel en in teamverband. 3. Hoogteverschillen ook benutten als sportaanleiding. 4. Ontmoetingsplekken creëren, het pleintje voor de supermarkt goed zichtbaar en bereikbaar vanaf de langzaam verkeerroute. Criteria brug over de Randweg 1. Een brede fiets- en voetgangersbrug met verblijfs­ kwaliteit door aandacht voor bijzondere materialen, zitplekken, beplantingskeuze. 2. Het bos-duinlandschap aan weerzijde van de paden ook op de brug over de Randweg trekken (waardoor de burg ook een functie als ecologische verbinding krijg). 3. Verlichting passende bij de verlichting op de Campus. Criteria terrein Nova College 1. Vergroenen van het terrein (duinrand-landschap) door het maaiveldparkeren in parkeerhub te plaatsen. 2. Langzaam verkeersroutes zodanig op het terrein inpassen dat het kan groeien tot een netwerk waarbij vanuit meerdere richtingen de brug over de Randweg bereikt kan worden. 3. Maaiveld rond ‘de Mug’ inrichten als ontmoetingsplein onder de bomen geschikt voor campusevenementen. 4. Speelplekken voor de aanliggende woongebieden meet speelse kunstelementen.

| Sportfaciliteiten in het park

| Groene brug met verblijfskwaliteit

Criteria Regentesselaan Door middel van een ingroeimodel (zie paragraaf 4.9) wordt onderzocht op hoe en waneer de Regentesselaan onderdeel kan worden van het langzaam verkeernetwerk. Behalve het realiseren van een aansluiting op het Nova College-terrein hoeft de openbare ruimte hier niet aan­ gepast te worden. Fietsers en voetgangers maken gebruik van de bestaande straten aan weerszijde van het water. Criteria locatie Spoorwegstraat Door de aanleg van een verbinding met de Julianalaan en een tunneltje onder het spoor naar de Korte Verspronck­ weg, wordt de noordkant van de locatie Spoorwegstraat een kruispunt in het langzaam verkeersnetwerk. Conflicten met autoverkeer moeten hier vermeden worden.

| Groene ‘duiker’brug over de Randweg

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 6 Beeldkwaliteit

81

1. Veilige, logische en aangename langzaam verkeersroutes zijn een belangrijk uitgangspunt voor het maaiveldontwerp. 2. De locatie krijgt een zorgvuldig vormgegeven langzaam verkeersverbindingen naar de Julianalaan, de locatie Korte Versponcksweg, de Zijlweg en de Garenkokerskade. Criteria locatie Korte Versponckweg Locatie Korte Verspronckweg wordt een autovrije buurt: het parkeren wordt in een parkeerhub aan de kant van de Korte Verspronckweg opgelost. 1. Logische en aangename langzaam verkeersroutes zijn een belangrijk uitgangspunt voor het maaiveldontwerp. 2. Locatie Korte Verspronckweg wordt een groene buurt met losse bebouwing tussen de bomen. Entreepartijen zijn goed zichtbaar en worden direct ontsloten op het langzaam verkeersnetwerk. 3. De locatie krijgt een aantakking op het langzaam verkeersnetwerk ten zuiden van het spoor doormiddel van een zorgvuldig vormgeven brug en tunnel die sociaal veilig moet zijn. De locatie krijgt ook een verbinding naar de Julianalaan door middel van een zorgvuldig vormgegeven brug.

| Sociaal veilige onderdoorgang

6.6.4 Ruimtelijke structuur van de bebouwing

| Duidelijke adressering aan langzaam verkeersnetwerk

Nieuwe bebouwing op de ontwikkellocaties moet voldoende ruimte bieden voor de aanleg van een groen en veilig langzaam verkeernetwerk. Criteria 1. Het beoogde langzaam verkeersnetwerk is altijd het vertrekpunt voor de positionering van nieuwe bebouwing op de ontwikkellocaties. 2. Nieuwe bebouwing houdt voldoende afstand tot het netwerk en het begeleidende groen. 3. Gebouwen worden voor fietsers en voetgangers ontsloten op het langzaam verkeersnetwerk en kennen een duidelijke adressering eraan.

| Voldoende ruimte voor aanleg groen naast route

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 6 Beeldkwaliteit

| Parkeren in een collectieve parkeervoorziening

82

6.6.5 Privaat en collectief maaiveld De overgang tussen nieuwe bebouwing en het langzaam verkeersnetwerk wordt zorgvuldig vormgegeven. Dit draagt bij aan voet- en fietspaden die prettig en sociaal veilig zijn. Criterium 1. Tussen het gebouw en de langzaam verkeersverbinding is voldoende ruimte voor de aanleg van collectief groen of een private voortuin met een haag als erfafscheiding.

6.6.6 Massa en vorm van de bebouwing Nieuwe gebouwen langs het langzaam verkeersnetwerk worden voor voetgangers en fietsers er direct op ontsloten. Ze hebben er ook voor- of representatieve gevels aan. Criteria 1. Nieuwe gebouwen krijgen een hoogwaardige, representatieve gevel aan de langzaam verkeersroute. 2. De gebouwen, met entree aan het netwerk worden voorzien van voldoende gevelopeningen en dragen daarin bij aan sociaal veilige fiets- en wandelroutes. 3. De gebouwplint aan een langzaam verkeerroute wordt zorgvuldig vormgegeven waardoor er een sterke relatie tussen beide ontstaat.

| Hoogwaardige gevel met entree aan langzaam verkeersroute

Overige criteria met betrekking tot massa en vorm wordt bepaald in het PvEL voor de betreffende ontwikkellocatie.

6.6.7 M  ateriaal, kleur en detaillering van de bebouwing Criteria voor materiaal, kleur en detaillering van de bebouwing wordt bepaald in het PvEL voor de betreffende ontwikkellocatie, dit geldt ook voor de bebouwing grenzend aan het langzaam verkeersnetwerk.

| Zichtrelatie in de plint

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 6 Beeldkwaliteit

| Gebouwplint wordt zorgvuldig afgestemd op route

83

7 Hoe verder Korte Verspronckweg De gemeente heeft hier een sterke grondpositie en is voornemens de resterende gronden te verwerven. Ymere is nauw betrokken bij de planvorming als beoogd ontwikkelaar voor de sociale huurwoningen. Op het moment van vaststelling van dit Masterplan is de Korte Verspronckweg een project en wordt er gewerkt aan het PvEL (Programma van Eisen van de Leefomgeving). Hiervoor wordt verder onderzoek gedaan naar een passend programma, speelfaciliteiten, inpassen van de permacultuurtuin, combineren van functies en de plek van een parkeergebouw. Verwacht wordt dat de verkaveling anders wordt dan in het Masterplan is opgenomen.

Met het vaststellen van dit masterplan worden overkoepelende ruimtelijke, functionele en programmatische kaders voor de ontwikkelzone Zijlweg-West vastgelegd. Dit maakt het voor de uitwerking van de verschillende ontwikkellocaties binnen de zone eenvoudiger om tot realisatie van de plannen te komen. In dit hoofdstuk wordt het proces geschetst hoe de verschillende ontwikkelprojecten en civiele projecten nader worden uitgewerkt en welke stappen daarvoor nodig zijn.

7.1 Ingroeimodel en fasering

Spoorwegstraat De ontwikkellocatie Spoorwegstraat kent meerdere grondeigenaren. Zij moeten eerst overeenstemming met elkaar zien te krijgen voordat gestart kan worden met de verdere uitwerking.

De ontwikkeling van zone Zijlweg-West is een langdurig proces. Er gaat hierbij gewerkt worden met een ingroeimodel. Dit betekent een gefaseerde ontwikkeling van de zone waarin de verschillende ontwikkel- en civiele projecten in de tijd worden geplaatst. Dit ingroeimodel en de fasering die daarbij hoort is in paragraaf 4.9 uiteengezet.

7.2 Ontwikkelprojecten Zijlweg-West uit ontwikkellocaties met verschillende groottes en karakters. Zo zijn er eenvoudigere kavelontwikkelingen (Zijlweg 183-185 en Zijlweg 250), maar ook complexere gebiedsontwikkelingen (Spoorwegstraat, Korte Verspronckweg, Campus). De manier waarop de gemeente stuurt op de verschillende ontwikkelingen is afhankelijk van de eigendomssituatie en de complexiteit van de opgave. Campus Met het masterplan is voor de Campus een nieuwe visie ontwikkeld. Dit is een actualisatie ten opzichte van de Visie Ontwikkelzone Zijlweg-West en Omgeving uit 2020. Inholland en Nova College staan nu aan de lat om de ontwikkeling van de Campus verder vorm te geven.

Zijlweg 183-185 Voor ontwikkeling van deze locatie is verplaatsing van het huidige uitvaartcentrum noodzakelijk. Hier ligt een afhankelijkheid met de ontwikkeling van de begraafplaats aan de Vergierdeweg in Haarlem-Noord, waar het vervangende uitvaartcentrum moet komen. Buurtparken Deze locatie kent twee plandelen: De Kerk van de Nazarener met een tweetal woningen en het achter­ liggende terrein met de gebouwen van Veiligheidsregio Kennemerland (VRK). De gemeente heeft dit terrein volledig in eigendom maar er zijn geen plannen om de VRK te verplaatsen. Zijlweg 250 De eigenaar is voornemens om dit perceel met het auto­ bedrijf te herontwikkelen naar een woongebied. Hiervoor zijn al de nodige gesprekken met de gemeente gevoerd. Na vaststelling van het masterplan zullen de verschillende locaties ieder een eigen ontwikkeltraject doorlopen. Hoe snel dit gaat is afhankelijk van omvang, complexiteit, grondposities en urgentie. De projecten waar als eerst

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 7 Hoe verder

mee gestart kan worden zijn: Zijlweg 183-185, Zijlweg 250 en Korte Verspronckweg. Dit is mogelijk omdat deze locaties in handen zijn van één eigenaar. De komende jaren kunnen er binnen de zone nieuwe ruimtelijke initiatieven aandienen. Voor deze projecten gelden ook de kaders die in dit masterplan worden gesteld.

7.3 Procesfasen en producten

Voor de uitwerking van de ontwikkelprojecten wordt het Haarlems Ruimtelijk Planproces (HRPP) gehanteerd. Hiervoor worden een vijftal fases doorlopen. In deze para­graaf wordt uitgelegd welke producten door de ontwikkelende partijen per fase moeten worden opgeleverd. Bijlage 10 geeft de processchema’s die bij onderstaande fasen horen (onderverdeeld naar kavel- en gebiedsontwikkeling). Initiatieffase Met het vaststellen van de Visie Ontwikkelzone ZijlwegWest en Omgeving in 2020 is de initiatieffase voor de ontwikkellocaties in Zijlweg-West doorlopen en zijn de doelstellingen en toekomstbeelden geschetst. Definitiefase Nadat het Masterplan is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, wordt per ontwikkellocatie een Programma van Eisen voor de Leefomgeving (PvEL) opgesteld. Bij ontwikkellocaties die niet in bezit zijn van de gemeente wordt eerst een overeenkomst gesloten met de ontwikkelaars om de ambtelijke kosten te kunnen verhalen. Vervolgens stelt de ontwikkelaar een schetsontwerp voor de locatie op conform de kaders van het Masterplan. In verschillende ontwerpsessies worden dit schetsontwerp van feedback voorzien door het ambtelijke team en het Q-team (zie paragraaf 1.6). Het goedgekeurde schetsontwerp vormt de basis voor het PvEL. Het schetsontwerp wordt hierin vertaald naar een Spelregelkaart waar het ontwerp voor de

84

betreffende ontwikkellocatie aan moet voldoen. Het gaat hierbij onder andere om rooilijnen, bebouwingshoogtes, parkeeroplossingen, etc. Hiernaast bevat het PvEL ook locatie specifieke randvoorwaarden, eisen en wensen. Als onderdeel van het PvEL moeten er locatieonderzoeken uitgevoerd worden door de ontwikkelende partij. Dit zijn onderzoeken die van invloed (kunnen) zijn op het locatieontwerp. Deze onderzoeken moeten dus tijdig uitgevoerd worden: een deel voorafgaand aan het schetsontwerp en een deel als toetsing van het schetsontwerp. De onderzoeken worden ter toetsing voorgelegd aan het ambtelijke team en het Q-team. Indien nodig wordt het schetsontwerp aangepast op de uitkomsten van de onderzoeken. Onderzoeken voorafgaand aan het schetsontwerp: 1. Flora en fauna onderzoek (als onderdeel van de Natuurtoets). Zie par. 5.5.1. 2. Inventarisatie bestaande bomen (als onderdeel van Boom Effect Analyse). Zie par. 5.5.2. 3. KLIC-melding kabels en Leidingen. 4. Oriënterend onderzoek luchtkwaliteit (langs Randweg en Zijlweg). Zie par. 5.6.6 5. Oriënterend bodemonderzoek. Zie par. 5.6.7. 6. Oriënterend archeologisch booronderzoek. Zie par. 5.6.8. Onderzoeken ter toetsing van het schetsontwerp: 1. Quickscan berekening areaal verhardingscompensatie. Zie par. 5.5.3. 2. Quickscan ruimtebehoefte trafo’s, wko en andere techniek. Zie par. 5.5.4. 3.

Stikstofdepositieberekening (AERIUS-berekening). Zie par 5.6.1. 4. Quickscan windhinder (bij gebouwen vanaf 15m) . Zie par 5.6.2. 5. Quickscan bezonning. Zie par. 5.6.3. 6. Oriënterend akoestisch onderzoek. Zie par. 5.6.4. 7. Oriënterend onderzoek trillingen (langs het spoor). Zie par. 5.6.5. 8. Inventarisatie voor mobiliteitsplan (onder andere parkeerbehoefte en capaciteitsberekening omliggende wegen). Zie par. 5.7. Het is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar om de schetsontwerpen te bespreken met de omgeving en waar mogelijk aan te passen aan de wensen vanuit de omgeving, zodat er ook draagvlak is onder belanghebbenden. Als het ontwerp-PvEL klaar is wordt deze zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden

initiatieffase

definitiefase

ontwerpfase

voorbereidingsfase

uitvoeringsfase

Haarlems ruimtelijk planproces

kunnen dan een inspraakreactie indienen. Na de inspraakperiode wordt het PvEL ter vaststelling aangeboden aan de het college van burgemeester en wethouders. Eventuele aanvullende beeldkwaliteitscriteria stelt de gemeenteraad vast. De raad krijgt ook de gelegenheid om zienswijzen op het PvEL in te dienen bij het college.

gebouwen gaat, hoeft de ontwikkelaar geen SP op te stellen. In de ontwerpfase kan meteen gestart worden met het uitwerken van het gebouwontwerp en het private maaiveld. Nadat het voorlopig ontwerp is goedgekeurd wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar. Vervolgens kan de ontwikkelaar verder met de uitwerking van het gebouw- en maaiveldontwerp.

Zoals in hoofdstuk 1 is vermeld wordt voor kleine ontwikkellocaties met een geringe ruimtelijke impact geen PvEL maar een Ambtelijke Kadernotitie (AK) opgesteld. Deze is inhoudelijk gelijk aan een PvEL, maar wordt niet ter inzage gelegd en niet voor zienswijzen aangeboden aan de raad. Dit betreft de kavelontwikkelingen Zijlweg 183-185 en Zijlweg 250. Mochten er nog andere kleine initiatieven in de zone aandienen, dan zullen deze ook onder deze lichtere procedure vallen.

In de ontwerpfase moeten er ook onderzoeken uitgevoerd worden door de ontwikkelende partij. Dit zijn voornamelijk verdiepingsslagen van de quickscans die nodig waren voor het opstellen van het PvEL. De onderzoeken kunnen van invloed zijn op het SP en de gebouw- en maaiveldontwerpen en worden tijdig uitgevoerd zodat de ontwerpen er zonder al te veel moeite op aangepast kunnen worden. De onderzoeken worden ter toetsing voorgelegd aan het ambtelijk team en het Q-team.

Ontwerpfase In de ontwerpfase wordt het schetsontwerp binnen de kaders van het Masterplan en PvEL (of AK) door de ontwikkelaar uitgewerkt. Voor gebiedsontwikkelingen betreft dit in eerste plaats het opstellen van een stedenbouwkundig plan (SP) inclusief schetsontwerp openbare ruimte en beeldkwaliteitsplan gebouwen. Het ambtelijke projectteam en het Q-team toetst het SP aan het Masterplan en PvEL. Ook voor het SP geldt dat de ontwikkelaar verantwoordelijk is voor de dialoog met de omgeving. Nadat het SP is goedgekeurd en vastgesteld door het College van B&W wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar. Hierin staan onder andere afspraken over de te realiseren woningen, het vervolg van de ontwikkeling en de te betalen plankosten. Vervolgens kan de ontwikkelaar verder met het uitwerken van het maaiveld, de openbare ruimte en de gebouwen.

Onderzoeken in de ontwerpfase: 1. Ecologisch plan (als onderdeel van de Natuurtoets). Zie par. 5.5.1. 2. Kap- en beplantingsplan bomen (als onderdeel van Boom Effect Analyse). Zie par. 5.5.2. 3. Berekening areaal verhardingscompensatie. Zie par. 5.5.3. 4. Waterbergingsberekening. Zie par. 5.5.3. 5. Klimaatstresstest. Zie par. 5.5.3. 6. Energiebehoefteberekening. Zie par. 5.5.4. 7. Ruimtebehoefte-berekening trafo’s, wko, etc. en kabels en leidingen. Zie par. 5.5.4. 8. Milieuprestatiescore gebouwen (MPG-score). Zie par. 5.5.5. 9. Demontageplan gebouwen. Zie par. 5.5.5. 10. Windhinderonderzoek (bij gebouwen vanaf 15m). Zie par. 5.6.2. 11. Bezonningsberekening. Zie par. 5.6.3. 12. Akoestisch onderzoek (afhankelijk van uitkomsten oriënterend onderzoek). Zie par. 5.6.4. 13. Trillingsonderzoek (afhankelijk van uitkomsten

Voor eenvoudige kavelontwikkelingen waar geen sprake is van openbare ruimte en het slechts om één of enkele

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 7 Hoe verder

85

oriënterend onderzoek). Zie par. 5.6.5. 14. Onderzoek luchtkwaliteit (afhankelijk van uitkomsten oriënterend onderzoek). Zie par. 5.6.6. 15. Bodemonderzoek (afhankelijk van uitkomsten oriënterend onderzoek). Zie par. 5.6.7. 16. Archeologisch onderzoek (afhankelijk van uitkomsten oriënterend onderzoek). Zie par. 5.6.8. 17. Mobiliteitsplan. Zie par. 5.7. 18. Afvalinzamelingsplan. Zie par. 5.8.5.

Na vaststelling van het masterplan worden de civiele projecten opgestart. Deze lijst met projecten is niet uitputtend. Bij de ontwikkellocaties in de zone wordt ook geïnvesteerd in de aanleg van nieuwe openbare ruimte. De civiele projecten doorlopen het Haarlems Civiel Planproces (HCPP). Dit is de civiele variant van het Haarlems Ruimtelijk Planproces (HRPP). Vanuit de aansturing van de ontwikkelzone wordt de samenhang en afstemming tussen de verschillende projecten gewaarborgd.

Bij aanvraag van een omgevingsvergunning of wijziging omgevingsplan eindigt de ontwerpfase met het indienen van de definitieve gebouw-, maaiveld- en openbare ruimte ontwerpen. Hierbij voegt de ontwikkelaar de ruimtelijke onderbouwing of de toelichting voorontwerp omgevingsplan en de definitieve versies van de uitgevoerde onderzoeken.

7.5 Communicatie

Voorbereidingsfase In deze fase wordt de omgevingsvergunning aangevraagd en worden voorbereidingen getroffen om het ontwerp te realiseren. De juridische procedures lopen via de gemeente, de ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het opstellen van de verschillende stukken.

Gedurende de uitwerking van de verschillende ontwikkel- en civiele projecten worden bewoners en belanghebbenden via de gemeentelijke nieuwsbrief en website verder op de hoogte gehouden over de voortgang. Ontwikkelende partijen moeten voor aanvang van hun project een participatie- en inspraakplan (PIP) ter goedkeuring aan de gemeente voorleggen.

Uitvoeringsfase Tijdens de uitvoeringsfase wordt het project gerealiseerd. Als er sprake is van openbare ruimte worden er afspraken gemaakt over de overdracht aan de gemeente.

7.4 Civiele projecten en uitwerking Naast het toevoegen van woningen en voorzieningen, wordt in de zone Zijlweg-West ook ingezet op het versterken van het langzaamverkeersnetwerk (voet- en fietspaden) en het groen-blauwe raamwerk (water en groen). Een aantal specifieke infrastructurele/civiele projecten die hier aan bijdragen worden hieronder benoemd: 1. Verbinding Spoorwegstraat – Korte Verspronckweg (middels brug en tunnel onder het spoortalud) 2. Verbinding Korte Verspronckweg – Julianalaan (middels brug) 3. Verbinding Delftstraat – Julianalaan 4. Verbinding Regentesselaan – campusterrein (middels duiker of brug) 5. Overbrugging Randweg (verbinding westzijde en oostzijde middels brug) 6. Herinrichting Veldzigtlaan (dit project is reeds gestart) 7. Herinrichting Zijlweg 8. Aanleg ecologische verbinding

| Civiele projecten

Ontwikkelzone Zijlweg-West | Masterplan | 7 Hoe verder

86

strategy x design

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15281824/2