CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kaderbrief 2027

gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Besluitvorming Kaderbrief 2027, Voortgangsrapportage 2026 en MPG 2026 - 203041.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

6 alinea's met “begrotingswijziging”: 16 1731 1732 2041 2046 2059

Kaderbrief 2027

Kaderbrief 2027 gemeente Haarlem

Kaderbrief 2027

1

1. Voorwoord Bij de afronding van de collegeperiode 2022-2026 biedt het college van burgemeester en wethouders van Haarlem u de Kaderbrief 2027 aan. Met dit document geeft het college inzicht in de actuele financiële situatie. Het gepresenteerde financiële kader is het beginsaldo voor het komende bestuur. Het college draagt een financieel gezonde stad over. De financiële positie is solide en laat tot en met 2029 een sluitende begroting zien, met incidentele financiële ruimte in de begroting en de Algemene reserve. Tegelijkertijd toont de meerjarenraming dat het financiële beeld vanaf 2030 verslechtert en omslaat in een structureel tekort. Haarlem heeft grote ambities en dat vertaalt zich in toenemende investeringsvolumes na 2030, wat leidt tot oplopende kapitaallasten. Investeren in onder andere infrastructuur en gebiedsontwikkeling is noodzakelijk. Op de langere termijn legt dit een groter beslag op de begroting. Daarnaast zijn er aanzienlijke onzekerheden vanuit het Rijk. Voorbeelden hiervan zijn de herverdeling van het gemeentefonds en mogelijke kortingen op specifieke uitkeringen. Ook is nog onduidelijk in hoeverre landelijke plannen gepaard gaan met voldoende financiële middelen voor gemeenten, zoals op het gebied van woningbouw of maatschappelijke ondersteuning. Verder staan verschillende gemeentelijke beleidsterreinen onder druk, met name de jeugdzorg.

Hier spelen zowel een besparingsopgave als stijgende kosten door een groeiende vraag. Risico’s zoals oplopende inflatie en stijgende energieprijzen vergroten de onzekerheden. De combinatie van een stabiele uitgangspositie op de korte termijn en toenemende onzekerheden op de langere termijn vormt de financiële context van deze Kaderbrief 2027. Het eindsaldo van de Programmabegroting 2026-2030 is geactualiseerd aan de hand van autonome ontwikkelingen en een aantal al genomen besluiten. Beleidskeuzes en de financiële impact daarvan laat het college aan een nieuw bestuur om af te wegen de Programmabegroting 2027-2031. Voor beleidsmatige afwegingen bij de Programmabegroting 2027-2031 is geen reservering opgenomen in het financieel kader. Een belangrijk deel van de autonome ontwikkelingen zijn de Rijksbijdragen. Voor de periode 2026 tot en met 2030 krijgt Haarlem te maken met financiële tegenvallers, vooral doordat uit de Septembercirculaire 2025 blijkt dat het gemeentefonds minder hard groeit dan eerder verwacht. Tegelijkertijd ontvangt Haarlem in de komende jaren wel een blijvend hogere Algemene uitkering. Dit is het gevolg van nieuwe cijfers over het aantal en de samenstelling van inwoners in de stad. Er is sprake van aanhoudende financiële druk, onder meer door stijgende kosten in de Wmo, jeugdzorg en het onderhoud van gemeentelijk vastgoed.

Ook inflatie werkt door in hogere kosten voor energie, schoonmaak en beveiliging. Daarnaast zorgen diverse ontwikkelingen voor extra financiële opgaven, zoals de uitbreiding van gemeentelijke taken, bijvoorbeeld bij Veilig Thuis en de banenafspraak. Daar staan investeringen tegenover in belangrijke opgaven, zoals de warmtetransitie en voorzieningen voor bereikbaarheid en leefbaarheid.

Kaderbrief 2027

2

Een krappe arbeidsmarkt, vergrijzing, toenemende complexiteit van taken en veranderende wet- en regelgeving vragen om een wendbare en toekomstbestendige organisatie. Tegelijkertijd blijft inzet nodig op goed werkgeverschap, het aantrekken en behouden van medewerkers, een zorgvuldige inzet van externe inhuur en een doelmatige samenwerking met Zandvoort. Ook digitalisering, informatieveiligheid en maatschappelijke weerbaarheid vragen om blijvende aandacht en investeringen, waarbij Haarlem aansluit op landelijke ontwikkelingen en gezamenlijke standaarden. De onroerendezaakbelasting (ozb), riool- en afvalstoffenheffing worden in 2027 volgens staand beleid geïndexeerd voor inflatie, rekening houdend met het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid bij riool- en afvalstoffenheffing. Bij zowel de afvalstoffenheffing als de rioolbelasting is er voor het nieuwe bestuur nog ruimte voor afwegingen en beleidsmatige keuzes met effect op de woonlasten 2027. De grote en risicovolle projecten, opgenomen in bijlage 6 van deze kaderbrief, laten over het geheel genomen een beheerst beeld zien, met nadrukkelijke aandacht voor risicomanagement en financiële sturing. Bij Meerwijk en het OV‑knooppunt Spaarnepoort blijven aandachtspunten aanwezig vanwege de lange doorlooptijd, externe afhankelijkheden en marktomstandigheden.

Afgeronde projecten leveren waardevolle lessen op voor toekomstige grote civiele projecten. De Meerjarenprognose Woningbouwzones 2026 (bijlage 5) geeft een actueel en integraal beeld van de Haarlemse ontwikkelzones met focus op woningbouwproductie, fasering, financiële haalbaarheid en risico’s. Het woningbouwprogramma richt zich op de realisatie van circa 10.000 woningen in tien jaar. De fasering laat zien dat de meeste bouwstarts worden voorzien in de periode 2028–2030. In 2026 start alleen woningbouw in de Europawegzone; de overige zones volgen vanaf 2027. De Meerjarenprognose Grondexploitaties 2026 (bijlage 4) geeft inzicht in de financiële positie, voortgang en risico’s van de actieve Haarlemse grondexploitaties. De portefeuille bestaat uit negen actieve grondexploitaties met een looptijd van circa tien jaar. In totaal worden binnen deze exploitaties 1.713 woningen gerealiseerd, waarvan een groot aandeel betaalbaar, en circa 134.000 m² aan bedrijventerrein en commercieel/maatschappelijk vastgoed. Duurzaamheid vormt een centrale pijler binnen het Haarlemse beleid. De gemeenteraad heeft besloten de duurzaamheidsbegroting (bijlage 7) verder door te ontwikkelen, zodat lange‑termijndoelen beter worden vertaald naar concrete maatregelen, samenhang en sturing. De kaderbrief markeert een volgende stap in de professionalisering van de duurzaamheidsbegroting.

De ambities zijn helder en de uitvoering komt op gang, maar kent afhankelijkheden en risico’s. Verdere integratie in de P&C‑cyclus versterkt de bestuurlijke sturing en het inzicht in financiële en beleidsmatige consequenties richting de lange termijn.

Kaderbrief 2027

3

Inhoudsopgave 1. Voorwoord......................................................................................................................................2 Inhoudsopgave ...................................................................................................................................4 2. Ontwikkelingen meerjarenraming en financiële positie ...................................................................5 3. Voortgangsrapportage 2026.......................................................................................................... 32 4. Investeringen ................................................................................................................................ 47 5. Belastingen en woonlasten ........................................................................................................... 74 6. Bedrijfsvoering .............................................................................................................................. 77 7. Besluit........................................................................................................................................... 82 8. Bijlagen ......................................................................................................................................... 84 Bijlage 1.

Begrotingswijziging Voortgangsrapportage 2026 ............................................................ 84 Bijlage 2. Neutrale verschuivingen binnen beleidsveld Voortgangsrapportage 2026 ...................... 87 Bijlage 3. Doorontwikkeling Duurzaamheidsbegroting................................................................... 88 Bijlage 4. Stedelijke Trends en Ontwikkelingen .............................................................................. 91

Kaderbrief 2027

4

2. Ontwikkelingen meerjarenraming en financiële positie 2.1 Financiële ontwikkelingen en meerjarenraming Inleiding en samenvatting Het startpunt van het financieel kader voor de Kaderbrief 2027 is het eindsaldo van de Programmabegroting 2026-2030. Dit saldo wordt geactualiseerd aan de hand van autonome ontwikkelingen én een aantal beleidsvoorstellen. Het gaat hierbij om financiële consequenties voortvloeiende uit pre-prioritaire besluiten die niet doorgeschoven kunnen worden naar een nieuwe raadsperiode c.q. de Programmabegroting 2027-2031, dan wel besluiten met slechts incidentele financiële consequenties. Het eindsaldo financieel kader Kaderbrief 2027 vormt het beginsaldo voor het volgende bestuur. Haarlem staat er in navolging van de Programmabegroting 2026-2030 (financieel) goed voor en heeft een sluitende begroting tot en met 2029. Ten opzichte van de Programmabegroting 2026-2030 is het structurele saldo vanaf 2030 wel verslechterd van € 6,3 miljoen positief naar € 3,7 miljoen negatief. De financiële ruimte in voorliggend kader is incidenteel van aard en bedraagt circa € 19 miljoen tot en met 2029. Deze positieve incidentele ruimte in de begroting dient bezien te worden in relatie tot de ruimte in de Algemene reserve, met inachtneming van de ruimte in de Algemene reserve die beschikbaar dient te blijven ter afdekking van de risico’s en het beklemde deel.

Deze ruimte stijgt als gevolg van het voorstel tot toevoeging van het positieve Rekeningresultaat 2025 aan de Algemene reserve (met aftrek van voorstellen tot bestemmingsrekeningresultaat). De incidenteel beschikbare ruimte tot en met 2030 als som van de incidentele ruimte in de begrotingssaldi (circa € 19 miljoen) en de Algemene reserve (circa € 27 miljoen) bedraagt tezamen circa € 46 miljoen. Er dient rekening mee gehouden te worden dat een (klein) deel van de nu bekende incidenteel beschikbare ruimte aangehouden dient te worden voor (beleids)matige afwegingen bij de Programmabegroting 2027-2031. Hiervoor is geen reservering opgenomen in het financieel kader. Het negatieve structurele saldo vanaf 2030 dient bezien te worden in de context van een aantal (grote) financiële risico’s en ontwikkelingen. Het gaat hierbij o.a. om: a. Vorming nieuw kabinet/onderhandelaarsakkoord, vertaling naar maart- en meicirculaire De vorming van het nieuwe kabinet en de bijbehorende plannen en ambities zullen ook gevolgen hebben voor gemeenten. Het is nog onduidelijk wat hiervan de gevolgen zullen zijn, meer zal bekend worden in de voorjaarsnota van het Rijk en in de Meicirculaire 2026.

In het recentelijke onderhandelaarsakkoord mist een reservering van de middelen adviescommissie Van Ark, is onvoldoende helder hoe de maatregelen van de huishoudelijke hulp uitpakken voor de Wmo en staan forse ambities rondom de woningbouw en maatschappelijke weerbaarheid, zonder dat daar middelen voor zijn opgenomen.

Kaderbrief 2027

5

b. Oplopende investeringsvolumes na 2030 In 2025 is er voor € 102 miljoen aan investeringen gerealiseerd. De huidige ramingen voor de toekomstige jaren bevatten investeringsniveaus tussen de € 186 en € 255 miljoen in de jaren 2026 t/m 2030. De kapitaallasten van investeringen die uiterlijk 2029 zijn afgerond, zijn reeds in de begroting verwerkt. Voor de jaren 2031-2035 zijn op dit moment investeringsniveaus geïnventariseerd tussen de € 125 en de € 243 miljoen. Dit zijn in feite minimale investeringsniveaus. In de praktijk zien we dat deze ramingen nog incompleet zijn, omdat bijvoorbeeld meerjarige programma’s nog worden doorberekend, duurder worden (door hogere prijsstijgingen en/of doorschuif) en/of als gevolg van geopolitieke of andere externe ontwikkelingen. De stijgende niveaus leggen door de bijbehorende kapitaallasten ook een stijgend beslag op de gemeentelijke begroting. Door de bij de Programmabegroting 2026-2030 ingevoerde methodiek hebben doorschuiven vanuit eerdere jaren vrijwel geen effect meer op de begroting. Er wordt hiervoor, via de reserve Kapitaallasten, al een reservering gedaan. Onderstaande tabel toont de oplopende kapitaallasten. De bedragen in de grijs gearceerde regels (vanaf 2031) zijn nog niet gedekt in de begroting. Kapitaallasten*

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Huidige Activa

38

37

36

35

33

32

30

29

27

26

Huidig IP (excl. nieuw/hoger)

5

15

24

33

44

51

58

65

72

76

Totaal bruto kapitaallasten

43

52

60

68

77

83

88

94

99

102

6

11

17

22

25

Waarvan nog niet opgenomen in (toekomstige) begroting (bruto) Gedekt (riolering, reserves, subsidies, KPDH)

6

7

7

8

9

12

13

14

15

15

Totaal netto kapitaallasten

37

45

53

60

68

71

75

80

84

87

Waarvan nog niet opgenomen in 3 7 12 16 19 (toekomstige) begroting (netto) * Deze reeks houdt nog geen rekening met dekking vanuit de reserve Kapitaallasten die plaats gaat vinden zodra het realisatieniveau gelijk is aan het investeringsniveau op basis van historische trends.

c. Herijking gemeentefonds Per 1 januari 2027 wordt een herziening van de verdeling van de Algemene uitkering van het gemeentefonds van kracht. Het is onduidelijk wat hiervan de gevolgen per gemeente zijn en of er al dan niet wordt gekozen voor een ingroeipad. Er is op dit moment nog geen inschatting te maken of Haarlem een voordeel of nadeel gemeente zal zijn en wat de impact op de gemeentelijke begroting zal zijn. Op dit moment ligt er een adviesaanvraag vanuit het Rijk aan de Raad Openbaar Bestuur (ROB). Op 1 april jongstleden heeft het ROB negatief geadviseerd over de voorstellen van de herverdeling van het Gemeentefonds per 2027. De herverdeling uit 2023 (voor het cluster Jeugd, de maatstaf inwoners van buiten Europa en de maatstaf lage inkomens) moet volgens de ROB voorlopig nog niet een stap verder worden doorgevoerd. De ROB stelt dat er kansen zijn om gebruik te maken van inhoudelijke expertise en kennis uit de leefwereld in plaats van het model enkel te baseren op statistiek. Naar verwachting volgt half april 2026 de reactie vanuit de VNG, waarna de fondsbeheerders een besluit nemen over het vervolgtraject. Dit zal naar verwachting eind april 2026 met de Eerste en de Tweede Kamer worden gedeeld. Gevolgen hiervan zullen verwerkt worden in de Meicirculaire 2026.

Kaderbrief 2027

6

d. Korting gemeentefonds a.g.v. opheffen SPUKS Het Rijk heeft eerder aangegeven een groot aantal SPUKS (specifieke uitkeringen) te willen laten verdwijnen. Veel van deze SPUKS zouden worden overgeheveld naar het gemeentefonds, waarbij wel een ‘efficiencykorting’ van 10% toegepast zou worden. Voor Haarlem zou het onder andere kunnen gaan om SPUKS voor Regio Deals, Onderwijsachterstandbeleid en Wet Educatie en Beroepsonderwijs (BZK, 2025). In de praktijk wordt informatie hierover steeds uitgesteld en zijn de mogelijke gevolgen nog niet concreet te maken. Op 8 mei jl. heeft het Rijk bekend gemaakt dat overheveling naar het Gemeentefonds voor deze SPUKS op zijn vroegst in 2028 zal plaatsvinden (BZK, 2026 en BZK Bijlage). Vanuit de gedachte ‘Rijksbudget=werkbudget’ leidt een eventuele korting op de SPUK-budgetten daarmee per saldo niet direct tot financiële risico’s, maar de uitvoering van het huidige gemeentelijk beleid kan wel onder druk komen te staan, waardoor prioritering noodzakelijk kan worden. e. Financiële uitdagingen binnen het beleidsveld Jeugd De huidige meerjarenbegroting bevat een taakstelling vanaf 2028 op het beleidsveld Jeugd van € 5 miljoen gekoppeld aan de Hervormingsagenda Jeugd (HAJ). Over de stand van zaken ten aanzien van de invulling is de raad via een separate informatienota (2025/814711) begin januari 2026 geïnformeerd.

Ook de nieuwe regeringscoalitie gaat er - voor nu - van uit dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda in 2028 het beoogde effect zullen hebben. Inmiddels is de Commissie Van Ark opnieuw gestart met het vervolgonderzoek naar de haalbaarheid van de HAJ. De commissie is verzocht om in het eerste kwartaal van 2027 (i.p.v. 2028), het tweede advies uit te brengen. Het tweede advies betreft in elk geval de volgende elementen: • •

Een uitspraak over de ontwikkelingen 2025 – 2027 en de compensatie van eventuele tekorten en gemiste indexeringen. Een uitspraak over een reëel financieel kader voor de periode vanaf 2028.

Landelijk is de wetgeving over de aanpassing van de reikwijdte Jeugdwet in consultatie, deze wetgeving is één van de belangrijkste pijlers onder de HAJ. Het is op dit moment nog onduidelijk op welke wijze deze ontwerp-wet gaat helpen bij het afbakenen van de reikwijdte: de wet biedt daarvoor nog onvoldoende aanknopingspunten. Daarnaast zullen de kosten voortvloeiende uit volumegroei Jeugd jaarlijks (op basis van de huidige T+1 systematiek) nog ingepast moeten worden. Dit betekent op basis van de meest recente inzichten een verwacht nadeel voor het begrotingssaldo oplopend tot € 3 miljoen in 2030. Tegelijk kunnen er door de Vereniging van Nederlands Gemeenten (VNG) afgesproken prijssystematiek ook nog nadelige prijseffecten moeten worden ingepast in de begroting. Financiële uitdagingen beleidsveld Jeugd

2026

2027

2028

2029

2030

a. Taakstelling HAJ

-

b. Inpassen volumegroei na t+1

-

-

5.000 n

5.000 n

5.000 n

-

1.000 n

2.000 n

3.000 n

Totaal

-

-

6.000 n

7.000 n

8.000 n

f. Oplopende inflatie Voor het actualiseren van de begroting naar het prijspeil 2027 worden de recentelijke CPB raming (12 maart jl.) en de daarin opgenomen indices gehanteerd. De gespannen internationale situatie en de daardoor gestegen energieprijzen van de afgelopen weken zijn hier echter niet in verwerkt en kunnen invloed hebben op deze cijfers. Zo zou op basis van de recente marktverwachtingen voor gasKaderbrief 2027

7

en olieprijzen de energie-inflatie hoger kunnen uitkomen, met een direct effect op de totale inflatie en daarmee de ‘koopkracht’ van de Haarlemse begroting.

2.2 Financieel kader (begrotingskader, incl. toelichting voorstellen) Financieel kader – Kader(brief) 2027 (bedragen x €1.000) Startpositie

2026

2027

2028

2029

2030

Eindsaldo Programmabegroting 2026-2030

-13.819 v

-20.968

v -14.619

v

-9.426

v

-6.314

v

Beginsaldo Kaderbrief 2027

-13.819 v

-20.968

v -14.619

v

-9.426

v

-6.314

v

2.671

n

A. Autonoom 1 Septembercirculaire 2025

866 n

1.411 n

1.770 n

2.113 n

2 Decembercirculaire 2025

-289 v

-

-

-

3 Actualisatie lokale aantallen gemeentefonds 4 Ruimte BTW compensatiefonds (BCF)

-1.455 v

-2.921

v

-3.208 v

-3.336

v

-3.257

v

-

-2.100

v

-2.100

v

-2.100

v

-2.100

v

5 Volumegroei Wmo (t+1)/ Trendanalyse Wmo 6 Volumegroei Jeugd (t+1) /Trendanalyse Jeugd 7 Actualisatie BUIG

-1.554 v

638 n

-250

v

-250

v

-250

v

4.599 n

3.335 n

3.535 n

3.535 n

3.535 n

PM v

PM

-

-

-

-

-

-

-

-

8 Actualisatie huidig IP 9 Saldo areaal uitbreiding belastingen

v

-680 v

-680

-

2.900 n

3.500 n

3.500 n

3.500 n

8.842 n

5.035 n

3.715 n

3.717 n

3.717

-

500 n

750 n

1.000 n

1.250 n

Saldo autonome ontwikkelingen

10.328 n

8.118 n

7.032 n

7.499 n

8.386 n

Saldo na autonome ontwikkelingen

-3.491 v

-7.587

-1.927

v

2.072

n

1.674

n

10 Saldo reguliere indexatie (AU, belastingen, materieel, subsidies, lonen) 11 Overige autonome ontwikkelingen a. Exploitatie b. IP (hogere kapitaallasten huidig IP)

-12.850

v

v

-680

v

v

-680

-

v

-680

v

n

B. Beleidsvoorstellen 12 Pre-prioritair en/of incidenteel a. Pre-prioritair

1.937 n

447 n

722 n

1.674 n

b. Incidenteel

2.019 n

540 n

160 n

-

-

c. Reservemutaties

-846 n

-

-

-

-

Saldo beleidsvoorstellen

3.110 n

987 n

882 n

1.674 n

1.674 n

Eindsaldo Financieel Kader(brief) 2027

-380 v

-254

3.745 n

Kaderbrief 2027

-11.863

v

-6.705

v

v

8

A. Autonome ontwikkelingen 1. Septembercirculaire 2025 1. Septembercirculaire 2025

2026

2027

2028

2029

2030

a Eindstand Septembercirculaire 2025

-472.723 v

-472.860 v -463.211 v -464.757

b

-479.494 v

-472.757 v -462.385 v -463.812 v -469.062 v

c

Eindstand Decembercirculaire 2025

v -470.021 v

Totaal verschil

-6.771 v

103 n

826 n

945 n

959 n

Waarvan effect voor overige beleidsvelden Budgettair effect Algemene middelen

-7.637 v

-1.309 v

-943 v

-1.168 v

-1.712 v

866 n

1.412 n

1.769 n

2.113 n

2.671 n

De effecten uit de Septembercirculaire 2025 staan in de informatienota Septembercirculaire 2025 (2025/688245). Ten opzichte van de Meicirculaire 2025 is er voor de jaren 2026 tot en met 2030 sprake van budgettaire nadelen. De neerwaartse bijstelling van de accresontwikkeling is de belangrijkste oorzaak van de nadelen. Ook de ontwikkeling van de landelijke hoeveelheden van de maatstaven zijn onderdeel van de nadelen. 2. Decembercirculaire 2025 2. Decembercirculaire 2025

2026

2027

2028

2029

2030

a Eindstand Septembercirculaire 2025

-479.494 v

-472.757 v -462.385 v -463.812 v -469.062 v

b

-482.733 v

-473.130 v -462.757 v -464.185 v -469.435 v

c

Eindstand Decembercirculaire 2025 Totaal verschil

-3.239 v

-373 v

-372 v

-373 v

-373 v

Waarvan effect voor overige beleidsvelden Budgettair effect algemene middelen

-2.950 v

-373 v

-372 v

-373 v

-373 v

-289 v

-

-

-

-

De effecten uit de Decembercirculaire 2025 staan in de informatienota Decembercirculaire 2025 (2026/6282). Ten opzichte van de Septembercirculaire 2025 zijn er structureel meer financiële middelen beschikbaar gesteld. De grootste mutatie (ten bate van beleidsvelden) vindt plaats door toevoeging (in 2026) van de CDOKE middelen aan het gemeentefonds, voorheen werden deze middelen via een SPUK uitgekeerd. De budgettaire mutaties voor de Algemene middelen zijn beperkt, maar per saldo voordelig in 2026. 3. Actualisatie lokale aantallen gemeentefonds Eenmaal per jaar worden de aantallen waarop de Algemene uitkering is gebaseerd geactualiseerd. Dit geeft in het jaar 2026 een voordelig effect van € 1,4 miljoen oplopend tot € 3,2 miljoen structureel vanaf het jaar 2030. Actualisaties met de grootste impact hebben betrekking op de maatstaven inwoners, inwoners met een migratieachtergrond, inwoners 75+ en omgevingsadressendichtheid. 4. Ruimte BTW-compensatiefonds (BCF) Omdat de jaarlijkse onbenutte ruimte in het BTW-compensatiefonds (BCF) in de afgelopen jaren ruim boven de € 400.000 ligt, de gemeente van de toezichthouder € 4 miljoen mag begroten en er gestreefd wordt naar een realistische maar prudente inschatting van de te verwachten inkomsten, wordt geadviseerd om structureel € 2,5 miljoen te begroten. Dit bedrag betreft het Haarlemse deel Kaderbrief 2027

9

van de ruimte onder het plafond van het BCF. Dit is een structurele voordelige mutatie van € 2,1 miljoen ten opzichte van de huidige begroting. Het hanteren van dit bedrag in de afgelopen jaren heeft enkel in 2020 tot een nadeel geleid en in de overige jaren was de ruimte telkens hoger dan dit bedrag. De risico’s voor toekomstige nadelen lijken hiermee beperkt, en wanneer deze zich voordoen staan daar mogelijk nog incidentele voordelen in de overige delen van de Algemene uitkering tegenover. 5. Volumegroei Wmo/Trendanalyse Wmo 5. Volumegroei Wmo (t+1)/Trendanalyse Wmo a Autonome ontwikkelingen

2026

b Groei maatwerk voorzieningen c Groei collectieve voorzieningen d Budgetoverheveling uitvoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Totaal

2027

2028

2029

2030

-535

v

-1.151

v

-1.060 v

-1.060

v

-40

v

410

n

410 n

410

n

410 n

n

400 n

400

n

400 n

400

-979

v

979

n

-

-

-1.554

v

638

n

-250 v

-250

-1.060

v

v

-250

v

De uitkomsten van de trendanalyse Wmo staan in paragraaf 2.3 Financiële ontwikkelingen Sociaal Domein. Voorgesteld wordt het positieve saldo als gevolg van de autonome ontwikkelingen Wmo in te zetten voor de groei van maatwerkvoorzieningen- en collectieve voorzieningen en budget over te hevelen ten behoeve van de uitvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. 6. Volumegroei Jeugd/Trendanalyse Jeugd 6. Volumegroei Jeugd (t+1)/Trendanalyse Jeugd

2026

2027

2028

2029

2030

a Volume effecten 2025

2.300 n

2.300 n

2.300 n

2.300 n

2.300 n

-

-2.100 v

-2.100 v

-2.100 v

-2.100 v

c Septembercirculaire 2025

-201 v

-165 v

-165 v

-165 v

-165 v

d (Volume)effect verdeelsleutel P1

300 n

400 n

600 n

600 n

600 n

1.700 n

1.700 n

1.700 n

1.700 n

1.700 n

500 n

500 n

500 n

500 n

500 n

-

700 n

700 n

700 n

700 n

4.599 n

3.335 n

3.535 n

3.535 n

3.535 n

b Maatwerk structureel afbouwen

e Prijseffect tarieven (OVA) f Prijseffect JGZ/CJG g Groeiscenario (1,4% regio) Totaal

Over de uitkomsten van de trendanalyse Jeugd is meer informstie opgenomen in paragraaf 2.3 Financiële ontwikkelingen Sociaal Domein. 7. Actualisatie BUIG Actualisatie van de raming BUIG zal plaatsvinden o.b.v. de actuele beschikking, zoals die in oktober van dit jaar beschikbaar komt. De verwachting is dat dit tot een voordeel leidt in de jaren 2026 en 2027. 8. Saldo mutaties huidig Investeringsprogramma (IP) Uitgestelde investeringen zorgen voor een (positief) effect op de kapitaallasten op korte termijn. Deze effecten worden niet meer verwerkt in de vorm van een voordeel voor de Algemene middelen (het begrotingssaldo) maar blijven cf. de verleden jaar door de raad vastgestelde nieuwe systematiek beschikbaar voor dekking van de kapitaallasten van deze investeringen in de toekomst in de vorm

Kaderbrief 2027

10

van een bij de Programmabegroting 2026-2030 ingestelde reserve. Over mutaties (uitgestelde investeringen) in het huidig IP wordt informatie opgenomen in de investeringsparagraaf. 9. Saldo areaal uitbreiding Belastingen OZB 9. Saldo areaal uitbreiding belasting - OZB

Areaal uitbreiding

Tarief 2026

Opbrengst

a Eigenaren woningen

-289.124

v

0,07%

-194 v

b Eigenaren niet-woningen

-92.004

v

0,29%

-271 v

- 92.004

v

0,23%

-215 v

c Gebruikers niet-woningen Totaal

-473.132 v

-680 v

Elk jaar geeft Cocensus, de gemeenschappelijke regeling belastingen die voor Haarlem de heffing en inning van o.a. de OZB verzorgt, een prognose af van de uitbreiding van het areaal (nieuw- en aanbouw). Deze areaaluitbreiding in de vorm van een hogere totale WOZ-waarde leidt tot een structurele bijstelling van de verwachte OZB-opbrengsten van € 680.000. 10. Saldo reguliere indexatie 10. Saldo 'reguliere' indexatie

2026

2027

2028

2029

2030

a Algemene uitkering indexatie 2027

-

b Indexatie materieel, subsidies, verbonden partijen en belastingen 2027 Baten

-

-6.816 v

-6.862 v

-6.848 v

-6.882 v

-

14.390 n

14.080 n

14.030 n

14.071 n

-

5.519 n

6.473 n

6.466 n

6.461 n

-

2.932 n

3.531 n

3.488 n

3.489 n

Lasten c Indexatie personeelsbegroting 2027 Totaal

-10.161 v -10.161 v -10.161 v -10.161 v

Deze post betreft het saldo van de indexatie van de materiele- subsidie- en loonsom alsook die van belastingen en legesopbrengsten (b. en c.) ten opzichte van de verwachte compensatie hiervoor vanuit het Rijk in de Algemene uitkering bij de Meicirculaire 2026. Hiermee wordt de begroting voor 2027 geactualiseerd naar loon -en prijspeil 2027. Voor indexaties van lonen en prijzen is gebruik gemaakt van de op 12 maart 2026 gepubliceerde cijfers van het Centraal Planbureau. De gehanteerde indexatie percentages zijn vastgelegd middels het besluit Uitgangspunten Programmabegroting Haarlem 2027-2031 (2026/116924). De actualisatie naar loon- en prijspeil 2027 leidt tot een negatief structureel effect van € 3,5 miljoen. Voor 2027 valt dit effect € 0,6 miljoen minder negatief uit als gevolg van het nog tot 1 april 2027 doorlopen van de huidige CAO voor gemeenteambtenaren. 11a. Overige autonome ontwikkelingen exploitatie 11a. Overige autonome ontwikkelingen – Exploitatie a Verhoging gemeentelijk budget inburgering

2026

2027

2028

2029

2030

195 n

195 n

195 n

195 n

195 n

b Verkoopopbrengst parkeerterrein Prinses Beatrixplein c Meerkosten ontwikkeling IKBC (Noormannenstraat 1) d Tekort WBI-zone Molenwijk NoordWaddenbuurt e Verhoging facilitaire kosten

PM

v

-

-

-

-

PM

n

-

-

-

-

5.200 n

-

-

-

-

465

465 n

465 n

465 n

465 n

Kaderbrief 2027

n

11

11a. Overige autonome ontwikkelingen – Exploitatie f Verhoging bijdrage GR ODIJ

2026

g Aanvullende middelen Veilig Thuis

156

n

2027

2028

2029

2030

266 n

266 n

266 n

266 n

125 n

125 n

125 n

125 n

134 n

134 n

134 n

134 n

h Extra capaciteit voor wet Banenafspraak

-

i Areaaluitbreiding gemeentelijk vastgoed

1.127 n

1.114 n

1.114 n

1.114 n

1.114 n

j Beheerlasten areaaluitbreiding DBC, VRI, OV en openbare verhardingen k Bijstellen lasten en baten weekmarkten

99

n

99 n

99 n

99 n

99 n

205

n

-

-

-

-

995

n

1.637 n

67 n

69 n

69 n

900

n

-

-

-

-

-

250 n

250 n

250 n

-

-

-

-

1.000 n

1.000 n

1.000 n

1.000 n

5.035 n

3.715 n

3.717 n

3.717 n

l Correctie Meicirculaire 2022 en taakstelling WSW m Tekort kringloop/textiel Spaarnewerkt n Begeleidingskosten Skaeve Huse

-

o Lagere financieringslasten 2026

-500

p Stelpost ruimte overige autonome ontwikkelingen i.a.n. PB27 Totaal

v

8.842

n

a. Verhoging gemeentelijk budget inburgering Bij de Bestuursrapportage 2025 was de verwachting dat de kosten voor inburgeraars flink zouden toenemen. Er is vanaf 2026 € 195.000 benodigd, omdat de rijksindexatie voor 2026 (1,8%) onvoldoende is om de algemene kostenstijgingen bij de contractpartijen rondom inburgering te compenseren. Daarnaast is het gemeentelijk gefinancierde deel van de tarieven in eerdere jaren niet geïndexeerd, waardoor dit structureel achterblijft bij de feitelijke prijsontwikkeling. Met de voorgestelde indexatie wordt geborgd dat de uitvoering van de inburgeringstrajecten en maatschappelijke begeleiding ook vanaf 2026 financieel uitvoerbaar blijft. b. Verkoopopbrengst parkeerterrein Prinses Beatrixplein In 2024 is een verkoopovereenkomst gesloten met Nova Dreef BV (2024/754841) voor de verkoop van het parkeerterrein aan het Prinses Beatrixplein voor € 3,5 miljoen. Conform het raadsbesluit zou de verkoopopbrengst worden toegevoegd aan de reserve Leefomgeving, zodat deze beschikbaar zou blijven voor de gebiedsontwikkeling van het Prinses Beatrixplein. De levering van de grond wordt echter dit jaar niet meer verwacht.

Bij de Decemberrapportage 2025 is toegezegd dat de opbrengst bij de Kaderbrief 2027 opnieuw zal worden opgenomen als melding en dienen als cofinanciering voor de in oktober 2025 aangevraagde Woningbouwimpulssubsidie (WBI) voor het Prinses Beatrixplein (2025/693605). In Jaarrekening 2025 wordt de dotatie van de cofinanciering in de reserve Gebiedsontwikkeling gestort. Die verkoopopbrengst van € 3,5 miljoen waar naar verwezen wordt, is namelijk nog niet binnen. De publiekrechtelijke kaders voor dit project zijn geregeld en de verwachting is dat in de loop van 2026 de verkoopopbrengst binnen is. Het voorstel is om in het resultaat van 2025 de volledige cofinanciering mee te nemen. Als de verkoopopbrengst binnenkomt, kan die opbrengst ten gunste van de Algemene middelen komen. c. Meerkosten ontwikkeling IKBC (Noormannenstraat 1) Het raadsbesluit Noormannenstraat 1 (2025/188625) betreft de aankoop van de grond voor de ontwikkeling van een Integraal Buurt- en Kindcentrum (IBKC) met een gymzaal, ter vervanging van basisschool De Talenten (momenteel gevestigd in buurtcentrum de Hamelink). De oude gymzaal, die deel uitmaakt van het gebouw en uit de jaren '20 van de vorige eeuw komt, heeft cultuurhistorische waarde en zal mogelijk behouden blijven. Er is op dit moment echter nog geen overeenstemming

Kaderbrief 2027

12

over het slopen ten behoeve van de onderwijshuisvesting of het behoud als erfgoed. De school was bij oprichting bedoeld voor circa 120 kinderen en de verwachting is dat het aantal leerlingen zal toenemen tot circa 225. Het in de Kadernota 2025 beschikbaar gestelde budget van € 2 miljoen wordt ingezet voor de aankoop van de kavel met opstallen aan de Noormannenstraat 1 voor een bedrag van € 1,3 miljoen. Het resterende bedrag van € 755.000 is bestemd voor werkzaamheden zoals sloop, het bouwrijp maken van de kavel en de voorbereiding van de nieuwbouw van IKBC De Talenten. Er zijn mogelijk extra kosten boven het begrote budget. De ramingen voor sloop en het bouwrijp maken zijn voorlopig en worden pas definitief na afronding van de aanbesteding. Tot aan eventuele sloop of herontwikkeling draagt de gemeente de onderhouds- en exploitatielasten van het bestaande schoolgebouw. De benodigde middelen hiervoor worden opgenomen en aangevraagd bij de Kaderbrief 2027. Daarnaast kan sprake zijn van tijdelijke huisvestingskosten voor de school tijdens de herontwikkeling. Afhankelijk van de gekozen ontwikkelvariant kan tevens budget nodig zijn voor werkzaamheden aan de bestaande gymzaal, waaronder renovatie en verduurzaming. Zolang hierover geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, zijn deze kosten opgenomen als PM-post. d.

Tekort WBI-zone Molenwijk Noord-Waddenbuurt In de informatienota Overzicht middelen reserve Grondexploitaties (2025/657334) wordt de stand van zaken van de financiën van grote Haarlemse gebiedsontwikkelingen gepresenteerd (n.a.v. einde coalitieperiode). Diverse Haarlemse woningbouwprojecten kennen inmiddels tekorten en zijn vertraagd. O.a. door prijsstijgingen in bouwkosten, veranderende marktomstandigheden, capaciteitsproblemen in de gehele keten, netcongestie, etc. De gemeente probeert deze tekorten te minimaliseren door bijvoorbeeld aanwending van de eigen reserves tot het benutten van externe cofinanciering. Voor de WBI-zone Molenwijk Noord-Waddenbuurt wordt een tekort verwacht van € 5,2 miljoen door o.a. hogere kosten voor klimaatmaatregelen, riool en ondergrondse containers. Uit de actualisatie van de Meerjarenprognose Zones (MPZ), als bijlage bij de Kaderbrief 2027, blijkt dat een aanvullende storting van € 5,2 miljoen noodzakelijk is voor dekking van het publieke tekort in deze zone. Dit bedrag wordt gestort in de reserve Gebiedsontwikkeling ten laste van de algemene middelen. e. Verhoging facilitaire kosten Bij de Bestuursrapportage 2025 was de verwachting dat de energielasten vanaf 2025 structureel hoger zouden uitvallen dan begroot. De facilitaire kosten voor energie en water laten een structurele overschrijding zien t.o.v. het beschikbare budget.

In 2026 bedraagt het tekort naar verwachting € 265.000, bestaande uit € 160.000 voor elektra, € 85.000 voor gas en € 20.000 voor water. De hogere kosten worden veroorzaakt door blijvend hoge en fluctuerende marktprijzen. De huidige budgetten sluiten hierdoor niet meer aan bij de feitelijke kostenontwikkeling, waardoor een structurele bijstelling noodzakelijk is. Tevens zijn de kosten voor beveiliging en schoonmaak de afgelopen jaren structureel sterker gestegen dan de indexatie die in de begroting is toegepast, met name door cao-loonstijgingen en inflatie. Afschaling van deze dienstverlening is niet mogelijk vanwege veiligheids- en kwaliteitsvereisten. Tot op heden zijn overschrijdingen incidenteel opgevangen binnen bestaande budgetten, maar dit is niet structureel houdbaar. Het structureel in lijn brengen van de indexatie met

Kaderbrief 2027

13

de cao-ontwikkelingen leidt tot meerkosten van € 100.000 voor beveiliging en € 100.000 voor schoonmaak. f. Verhoging bijdrage GR ODIJ De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) voert een aantal milieutaken uit voor de gemeente. In het kader van de doorontwikkeling van de GR ODIJ tot een financieel robuuste en toekomstbestendige omgevingsdienst (2026/21114) is in 2024 in opdracht van het Algemeen Bestuur (AB) gestart met de uitwerking van drie ontwikkellijnen: 1. het op orde brengen van de financiële basis 2. een actualisatie van de GR 3. het inventariseren van toekomstscenario’s van ODIJ Met het oog op het op orde brengen van de financiële basis is door de ODIJ eerder in 2025 een analyse gemaakt van de huidige en de toekomstige benodigde financiële middelen. De nieuwe financiële bijdrage voor iedere gemeente wordt in de Kadernota ODIJ 2027 verwerkt. Voor de gemeente Haarlem is er sprake van een stijging van de bijdrage met € 266.000 (14% stijging). g. Aanvullende middelen Veilig Thuis De instroom en monitoring van de afgelopen jaren laten zien dat Veilig Thuis aanvullende middelen nodig heeft om de wettelijke taken goed te blijven uitvoeren. Daarnaast wordt in 2026 een actieve bijdrage verwacht aan regionale ontwikkelingen, zoals het koersplan HGKM, de aanpak van femicide en versterking van de ketensamenwerking.

De Bestuurscommissie Maatschappelijke Zorg en Veiligheid (VRK) heeft op 18 februari 2026 ingestemd met het voorstel om vanaf juli 2026 extra middelen voor 7,5 fte beschikbaar te stellen, onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad. Hierbij wordt ingezet op structurele inzet die ook de komende jaren wordt voortgezet. Daarnaast leidt de deelname van de VRK/VT aan de ZSM-tafel (Zorgvuldig, Snel en op Maat) tot een structurele claim van € 75.000, waarvan het Haarlemse aandeel daarin € 31.000 bedraagt. h. Extra capaciteit voor Banenafspraak De ambitie van het college is om per 1 januari 2029 2,7% van de formatie in te vullen met banenafspraak-banen. Het gaat om banen van mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Deze afspraak is wettelijk verankerd in de Wet banenafspraak en de doelstelling is niet vrijblijvend. Indien de doelstelling niet gehaald wordt kan het Rijk mogelijk boetes opleggen. Er worden al banenafspraakbanen gerealiseerd binnen het gemeentelijk apparaat, maar om de doelstelling van 2,7% te halen is meer structurele regie en uitvoeringscapaciteit nodig.

Hiermee kunnen structureel specialisten en een projectteam voor een tijdelijke impuls worden ingericht dat zich uitsluitend richt op het werving- en plaatsingsproces, de afstemming binnen de gehele organisatie, de begeleiding van de doelgroep en leidinggevenden en het behoud van de banen. Dit is mede gebaseerd op ervaringen van de andere organisaties, die succesvol het streefpercentage gerealiseerd hebben. De kosten voor de extra capaciteit voor de realisatie van het quotumpercentage banenafspraak bedraagt € 134.000 structureel vanaf 2027. i. Areaaluitbreiding gemeentelijk vastgoed Het planmatig, dagelijks en preventief onderhoud van gemeentelijk vastgoed is uitbesteed aan contractpartner SRO, die hiervoor ook een beheersvergoeding ontvangt. De met SRO overeengekomen indexering is hoger dan waarmee rekening is gehouden, waardoor de lasten voor het beheer door SRO toenemen. Conform de begrotingsrichtlijn voor 2026 zijn onderhoudsbudgetten met 2,1% geïndexeerd, de werkelijk door SRO toegepaste index op de beheersvergoeding bedraagt Kaderbrief 2027

14

5,3%. Deze index was bij het opstellen van de Programmabegroting 2026-2030 nog niet bekend en het verschil wordt nu verwerkt in de begroting. Tevens is het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor een kwart van de portefeuille herijkt en is de inzet van de onderhoudsvoorziening daarop bijgesteld. Hiermee worden de kosten in het MJOP op het niveau van 2026 gebracht, wat leidt tot een stijging van de MJOP- bijdrage voor een kwart van de panden door indexering. Dit is in lijn met de contractuele afspraken met SRO. De totale stijging van de kosten van het onderhoud en beheer door SRO (binnen programma 4) bedraagt in 2026 € 635.000 en vanaf 2027 € 681.000 per jaar. Tenslotte wijzigen door areaalmutaties de publieke heffingen, VvE bijdragen en de servicekosten voor aangehuurde panden. Vanwege de beperkte wijziging per jaar zijn de budgetten voor deze kosten de afgelopen jaren niet bijgesteld. Het tekort bedraagt € 160.000 vanaf 2026. De totale lasten van het beheer en de exploitatie van het gemeentelijk vastgoed stijgen in 2026 met € 1,3 miljoen en vanaf 2027 jaarlijks met € 1,4 miljoen. De kostenstijging kan deels worden opgevangen met hogere huurbaten van € 158.000 in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks € 297.000 (incl. deel sportportefeuille).

Uitgangspunt is dat voor panden die niet voor eigen gebruik dienen er een huur (KPDH) is die over de volledige looptijd (30 jaar) zorgt dat alle kosten gedekt zijn. Dit betekent niet dat gedurende deze looptijd de baten en lasten per specifiek jaar met elkaar in lijn zijn. De areaaluitbreiding heeft ook gevolg voor de exploitatievergoeding die SRO voor de sportportefeuille ontvangt. De exploitatievergoeding stijgt in 2026 met € 490.000 en vanaf 2027 met € 570.000 structureel (binnen programma 1). Dit komt met name door de start van de exploitatie van het Turnhuis in augustus 2026. De extra exploitatiebijdrage van € 350.000 aan SRO voor het Turnhuis betreft het deel van de exploitatielasten dat niet met gebruikersinkomsten gedekt kan worden. De totale exploitatielasten van het Turnhuis zijn ongeveer € 550.000 (1.140 m2). Dat betreft de huur maar ook alle gebruikelijke lasten zoals nutsvoorzieningen, verzekeringen, heffingen, facilitaire kosten (schoonmaak, beveiliging, etc.) en personeelskosten. Hiervan wordt € 200.000 gedekt door inkomsten vanuit verhuur van de zaal, horeca en diverse ruimtes aan gebruikers. Naast het Turnhuis is er een correctie op de indexatie van de Yvonne van Genniphal (€ 120.000). Kleinere projecten leiden tot een € 100.000 hogere last.

Onderdeel (bedragen x € 1) Vastgoed, onderhoudslasten Vastgoed, heffingen, VvE/servicekosten Vastgoed, baten gebouwen, gronden Exploitatiebijdrage SRO Saldo Algemene middelen

Mutatie 2026 +635.000 +160.000 -158.000 + 490.000 1.127.000

Mutatie 2027 +681.000 +160.000 - 297.000 +570.000 1.114.000

j. Beheerlasten areaaluitbreiding DBC: VRI, OV en openbare verhardingen Binnen het contract voor het dagelijks beheer van verkeersregelinstallaties (VRI’s), openbare verlichting (OV) en openbare verhardingen is het areaal in 2025 uitgebreid. Deze uitbreiding volgt uit de toevoeging van zeven welkomstzuilen, de plaatsing van ANPR‑camera’s ten behoeve van de nulemissiezone, de softwarekosten voor nieuw geplaatste bollards en de toevoeging van zes elektronische smiley-borden voor snelheidsindicatie. Daarnaast hebben er areaalmutaties plaatsgevonden. Deze uitbreidingen leiden tot structurele beheerslasten van € 100.000 per jaar.

Kaderbrief 2027

15

k. Bijstellen lasten en baten weekmarkten De lasten en baten van de weekmarkten worden op basis van ervaringscijfers en voortschrijdend inzicht bijgesteld. De werkzaamheden in de buitenruimte in Schalkwijk hebben geleid tot minder bezoekers en minder inkomsten voor de marktondernemers, waardoor de bezetting is teruggelopen. Om de blijvende ondernemers toch te laten deelnemen is voorgesteld om tijdelijk geen leges voor de standplaats te heffen (lagere baten van € 75.000). De stroom wordt wel betaald door de marktondernemers. Na de oplevering van het project in de openbare ruimte is er door de toename van woningen op termijn wel toekomstperspectief voor de weekmarkten. Daarnaast is sprake van stijgende prijzen, onder andere voor het schoonmaken. Dit leidt tot hogere lasten van € 130.000. Per saldo is er sprake van een nadeel van € 205.000. De consequenties voor 2027 en verder zullen als afweging worden voorgelegd in de Programmabegroting 2027-2031. l. Correctie Meicirculaire 2022 en taakstelling WSW Sinds 2020 hanteert de gemeente Haarlem een taakstelling op de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) om het verschil tussen de begroting van Spaarne Werkt en het beschikbare gemeentelijke budget op basis van de laatste circulairestand zichtbaar te maken.

Uit onderzoek blijkt dat in 2022 de Meicirculaire 2022 niet correct is verwerkt, waardoor het gemeentelijke budget niet meer aansloot op de circulairestand. Daarnaast is in 2024 een fout gemaakt bij het berekenen van de taakstelling, waardoor deze onrealistisch hoog is geworden, met name voor 2026 en 2027. De lasten hiervan bedragen € 995.000 in 2026 en € 1,6 miljoen in 2027. Vanaf 2028 zijn de lasten € 69.000 structureel die ten laste van de Algemene middelen worden gebracht. m. Tekort kringloop/textiel Spaarnewerkt Het bedrijfsonderdeel textiel en kringloop van SpaarneWerkt staat financieel onder druk. Voor SpaarneWerkt is het een verliesgevende activiteit, waarbij de taken niet meer direct passend zijn voor de doelgroep. De afgelopen maanden is een aantal scenario’s in beeld gebracht voor de toekomst van textiel en kringloop, waarbij doelstellingen voor duurzaamheid en circulariteit afgewogen worden tegen financiële impact. Die scenario’s moeten nog verder uitgewerkt worden en vragen ook afstemming met de andere drie gemeenten binnen SpaarneWerkt. Het verwachte tekort 2026 zal daardoor niet met alternatieve maatregelen gedekt kunnen worden. Om die reden wordt eenmalig € 900.000 geraamd als dekking voor dit tekort. De financiële impact voor 2027 en verder zal in de Programmabegroting 2027-2031 voorgelegd worden. n.

Begeleidingskosten Skaeve Huse In de Programmabegroting 2026-2030 zijn de woonbegeleidingskosten voor de nieuwe woonlocatie Skaeve Huse voor de jaren 2026 en 2027 geraamd op € 250.000 per jaar. Voor de jaren daarna is een inschatting gemaakt van het structurele kostenniveau. Op basis van de huidige inzichten wordt verwacht dat het bedrag van € 250.000 per jaar toereikend is om de structurele woonbegeleidingskosten te dekken. Daarom wordt voorgesteld deze raming structureel door te trekken vanaf 2028. o. Lagere financieringslasten 2026 Op basis van de huidige liquiditeitsprognose is er een lagere financieringsbehoefte in 2026 dan verwacht bij de Programmabegroting 2026-2030. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door gunstigere eindstanden (bankstanden) eind 2025. Als gevolg hiervan vallen de kort- en langlopende financieringslasten lager uit dan geraamd. In de Voortgangsrapportage 2026 wordt daarom een voordeel van € 500.000 verwerkt. Bij de Bestuursrapportage 2026 wordt opnieuw gekeken naar de verwachte rentelasten op basis van de dan geldende liquiditeitsbehoefte en rentetarieven.

Kaderbrief 2027

16

p. Stelpost autonome ontwikkelingen in aanloop naar Programmabegroting 2027-2031 Deze stelpost wordt in aanloop naar de Programmabegroting 2027-2031 aangehouden en dient o.a. ter dekking van het risico op afwijkingen in de indexatie van verbonden partijen ten opzichte van de door Haarlem gehanteerde normbedragen als vastgesteld door het college. 11b. Overige autonome ontwikkelingen - IP 11b. Overige autonome ontwikkelingen – IP

2026

2027

2028

a Vervanging communicatiemiddelen

-

PM

b Parkeergarage Sonneborn

-

-

-

-

-

c Nieuwbouw multifunctioneel sportcomplex Schalkwijk d Stelpost overige autonome ontwikkelingen huidig IP Totaal

-

-

-

-

-

-

500

n

750

- n

500

n

750 n

n

PM

2029 n

n

PM

1.000

2030 n

PM n

n 1.250 n

1.000 n

1.250 n

a. Vervanging communicatiemiddelen (toezegging Programmabegroting 2026-2030, pagina 62) In de Programmabegroting 2026-2030 (pagina 62) is aangekondigd dat de investeringsbudgetten voor de aanschaf en vervanging van ‘mobiele communicatiemiddelen’ in 2026 en verder onvoldoende zijn door wijzigingen in het beleid. Dit betreft mobiele telefoons, laptops en tablets. Door aangescherpte beveiligingseisen en het hybride werken hebben aanzienlijk meer gebruikers (werknemers, inhuurkrachten en externen) door de gemeente beheerde apparaten nodig voor hun werkzaamheden. In het bestaande investeringsbudget was dat niet begroot. Tevens is het gebruik van deze apparatuur dusdanig intensief gebleken dat de afschrijvingstermijnen met de nieuwe nota Activabeleid (2025/526525) zijn verlaagd: telefoons en tablets gaan drie jaar mee in plaats van vier jaar en laptops vier jaar in plaats van vijf. Het benodigde budget is hoger dan het budget van de afgelopen jaren. Dit komt niet alleen door de nieuwe beleidsuitgangspunten en uitbreiding van de types apparatuur die hieronder vallen, maar ook door recente, aanzienlijke, prijsstijgingen op de wereldmarkt. Deze worden veroorzaakt door tekorten aan onderdelen (voornamelijk door opkomst van datacenters en AI) en geopolitieke ontwikkelingen. De aan te vragen ophoging van het IP wordt € 1,1 miljoen in 2026.

De jaren erna fluctueert het benodigde extra bedrag tussen de € 778.000 in 2027 tot € 2,2 miljoen in 2029. Daarna daalt de benodigde verhoging met € 1,4 miljoen in 2030 naar € 826.000 in 2031. Bezien zal nog worden of een deel van de kapitaallasten van de extra investeringen gedekt kunnen worden uit bestaande budgetten (stelpost mee-adem). b. Parkeergarage Sonneborn Op basis van het collegebesluit over Parkeergarage Sonneborn (2025/736438) wordt een koop- en realisatieovereenkomst aangegaan met respectievelijk ontwikkelaar VORM en aannemer Ouwehand voor de bouw van 166 gemeentelijke parkeerplaatsen en de overname van 16 bezoekersparkeerplaatsen. Voor de parkeergarage is in september 2023 door de gemeenteraad een IP-budget beschikbaar gesteld van € 13,5 miljoen, waarvan € 2 miljoen is overgeheveld naar een andere parkeergarage (kavel 2B), waardoor het actuele budget op € 11,5 miljoen ligt. De geschatte totale kosten van het gemeentelijke parkeerdeel bedragen € 10,3 miljoen, inclusief grondkosten, bouwkosten, honoraria en overige kosten, en blijven hiermee € 1,2 miljoen onder het IP-budget. Het voordeel van € 1,2 miljoen is niet zichtbaar in de tabel, omdat het voorstel is om die

Kaderbrief 2027

17

investeringsruimte te behouden voor het parkeerdossier en meer specifiek voor het parkeren bij het zwembad Planetenlaan. c. Nieuwbouw multifunctioneel sportcomplex Schalkwijk (hogere kosten a.g.v. gestapeld bouwen) Het raadsbesluit (2025/742522) betreft de nieuwbouw van een multifunctioneel sportcomplex in Schalkwijk, ter vervanging van het Boerhaavebad en de Spaarnehal. De totale investeringsraming bedraagt € 72,4 miljoen exclusief btw, waarvan € 67,5 miljoen al gedekt is vanuit het investeringsplan (IP). Er blijft een tekort van € 4,9 miljoen, waarvan € 2 miljoen betrekking heeft op de iconische glijbaan en € 2,9 miljoen voortkomt uit autonome kosten door gestapeld bouwen in een hoogstedelijke omgeving. Voor beide geldt dat de raad heeft besloten die als onafweegbaar te beschouwen. De bedragen zijn niet zichtbaar in de tabel omdat de investeringen na 2030 zullen plaatsvinden. d. Stelpost overige autonome ontwikkelingen huidig IP De stelpost van € 500.000 in 2027 oplopend tot € 1,3 miljoen in 2030 wordt aangehouden ter dekking van de autonome ontwikkelingen in het IP. Besluit: In te stemmen met de autonome ontwikkelingen (posten 1 t/m 11 in het financieel kader).

B.Beleidsvoorstellen 12. Pre-prioritaire besluiten (exploitatie) 12a. Pre-prioritaire besluiten a Onderhouds-en exploitatiekosten OVknooppunt Haarlem Spaarnepoort b Onderhouds- en exploitatiekosten object Kruisstraat 26 c Exploitatiekosten fietsenstalling Kruisstraat 30-32 d Onderhouds- en exploitatiekosten object Kleine Houtweg 18 e Voortgang Warmteprogramma 20262030 f Overbruggingssubsidie warmtenet Meerwijk g Kapitaalstorting WBHa h Motie 24.02: Een tweede kans voor positief beoordeelde evenementen Totaal

2026

2027

2028

2029

-

-

-

1.124

n

1.124 n

-

PM n

PM n

PM

n

PM n

275 n

550 n

550 n

550 n

PM n

PM n

PM

PM n

-

2030

n

1.165

n

-

-

-

-

600

n

-

-

-

-

-

-

-

-

172

n

172 n

172 n

-

-

1.937

n

447 n

722 n

1.674 n

1.674 n

a. Onderhouds- en exploitatiekosten OV-knooppunt Haarlem Spaarnepoort Het OV-knooppunt Haarlem Spaarnepoort (2025/589603) draagt bij aan de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio. De jaarlijkse kosten voor beheer en onderhoud (circa € 38.500) en exploitatie (circa €1,1 miljoen) vanaf 2029 worden uit de Algemene middelen gedekt. b. Onderhouds-en exploitatiekosten object Kruisstraat 26 Het raadsbesluit Aankoop object Kruisstraat 26 (2025/0647339) betreft de aankoop van het object voor € 1,3 miljoen, met als doel het verbeteren van de verbouwplannen voor Kruisstraat 30-32, zoals het toevoegen van twee extra woningen en het creëren van een gemeenschappelijke ruimte voor Oekraïners. De kosten voor de aankoop, de gemeenschappelijke ruimte en het herstel van Kaderbrief 2027

18

achterstallig onderhoud ter hoogte van € 1,5 miljoen zijn opgenomen het IP in de Programmabegroting 2026-2030. De onderhouds- en exploitatiekosten zijn nog niet exact bekend, maar naar verwachting gaan deze vanaf 2027 in. c. Exploitatiekosten fietsenstalling Kruisstraat 30-32 De verbouwing van Kruisstraat 30-32 (2025/433365) in Haarlem omvat de creatie van 40-50 wooneenheden, een gemeentelijke fietsenstalling en een buurtfietsenstalling, met ruimte voor startende ondernemers en een Changing Places Toilet. De totale kosten zijn begroot op € 15,2 miljoen, wat een verhoging van € 1,6 miljoen ten opzichte van het eerder vastgestelde IP-bedrag is. Deze verhoging is reeds verwerkt in de Programmabegroting 2026-2030. Verder wordt vanuit het beklemde resultaat Algemene reserve bij de Jaarrekening 2023 (totaal € 3,9 miljoen), € 500.000 toegevoegd aan de reserve Kapitaallasten economisch nut, ter gedeeltelijke dekking van de kapitaallasten van de aankoop en verbouwing Kruisstraat 30-32. De exploitatiekosten voor de fietsenstalling zijn nog niet gedekt en worden geraamd op circa € 275.000 in 2027 en circa € 550.000 per jaar vanaf 2028. In dit bedrag is ook de schoonmaak van het rolstoeltoegankelijk toilet en het Changing Places Toilet inbegrepen. De kosten worden met ingang van het jaar 2027 opgenomen in de begroting. d.

Onderhouds-en exploitatiekosten object Kleine Houtweg 18 Het raadsvoorstel (2025/0809264) betreft de aankoop van het object aan de Kleine Houtweg 18 voor € 4,8 miljoen, wat niet is opgenomen in het investeringsplan. De gemeente Haarlem zal het object van het Rijksvastgoedbedrijf overnemen en het kostprijsdekkend verhuren aan het Noord-Hollands Archief (NHA) en Stichting Hart. De bijkomende kosten van € 50.000 moeten ook in het investeringsplan worden opgenomen. De onderhouds- en exploitatielasten zijn nog niet exact bekend, maar na verwerving zal een meerjarenonderhoudsbegroting worden opgesteld. De benodigde onderhouds- en exploitatielasten worden naar verwachting vanaf 2027 opgenomen in de begroting. e. Voortgang Warmteprogramma 2026-2030 De warmtetransitie is een lange termijn-opgave voor de gemeente Haarlem. Begin 2026 is hiervoor het Warmteprogramma 2026-2030 (2026/10392) vastgesteld, waarin de koers en uitvoeringsrichting voor de komende jaren zijn bepaald. Om de voortgang van dit programma te borgen, wordt een bedrag van € 1,2 miljoen opgenomen in de begroting voor 2026. Dit bedrag is opgebouwd uit: 1. € 310.000 voor het maken van ruimte in de ondergrond 2. € 355.000 voor de eerste ontwikkelkosten 3. € 500.000 voor de opstartkosten van het Warmtebedrijf Haarlem. f.

Overbruggingssubsidie warmtenet Meerwijk In het raadsbesluit stelt het college voor om een incidentele overbruggingssubsidie van € 600.000 beschikbaar te stellen aan Elan Wonen (2025/802134), ter overbrugging van een tekort in de subsidie voor de aanleg van het warmtenet in Schalkwijk en dit te verwerken in de Voortgangsrapportage 2026. Haarlem werkt toe naar een aardgasvrije stad in 2040. De aanleg van het warmtenet in Schalkwijk — waarvan Meerwijk het eerste cluster vormt — is hierbij een belangrijke mijlpaal. Met dit warmtenet kunnen ruim 1.100 woningen de overstap maken van aardgas naar duurzame warmte. Voor het aansluiten van de complexen van Ymere en Elan Wonen was een bijdrage vanuit de rijksregeling Subsidie Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) noodzakelijk. Door het onverwacht bereiken van het subsidieplafond en een latere extra ronde met een lager budget is echter minder subsidie toegekend dan aangevraagd. Ymere is volledig ingeloot, maar de aanvraag van Elan Wonen slechts

Kaderbrief 2027

19

gedeeltelijk. Van de in totaal aangevraagde € 3,6 miljoen is uiteindelijk € 1,9 miljoen toegekend, waardoor een tekort van € 1,7 miljoen is ontstaan. Het Warmtebedrijf Haarlem heeft de intentie uitgesproken - gebaseerd op de toenmalige financiële inzichten - om € 1,1 miljoen van dit tekort te dragen. In de raadsinformatiebrief over de stand van zaken in Warmtenet Meerwijk (2026/130002) zijn de laatste ontwikkelingen beschreven welke van invloed zullen zijn op de businesscase. Naar aanleiding hiervan zal worden bezien in hoeverre deze overbrugging kan worden geeffectueerd. Voor het resterende bedrag van € 600.000 heeft de raad in ieder geval besloten een tijdelijke financiële overbrugging te bieden voor de complexen van Elan Wonen. Hiermee wordt vertraging in de aanleg van het warmtenet voorkomen en blijven de geplande aansluitingen van woningen in Meerwijk op schema. g. Kapitaalstorting WBHa Het inbrengen van het kapitaal in het Warmtebedrijf Haarlem vanuit zowel Firan als gemeente Haarlem zal in 2026 plaatsvinden. De financiering van WBHa wordt geregeld via een storting, waarbij beide aandeelhouders in 2026 in eerste instantie € 1,2 miljoen eigen vermogen beschikbaar stellen. Dit is conform het collegebesluit uit 2023 over de aandelenstorting (2023/1819673). De hoogte van de aanvullende storting is afhankelijk van de cashflow behoefte van het Warmtebedrijf Haarlem.

Dit zal via een raadsbesluit worden vastgelegd. h. Motie 24.02: Een tweede kans voor positief beoordeelde evenementen Naar aanleiding van de motie "een tweede kans voor positief beoordeelde evenementen" heeft de raad besloten € 172.000 per jaar extra beschikbaar te stellen voor de periode 2026 tot en met 2028 voor positief beoordeelde subsidieaanvragen. Met de verhoging van het evenementenbudget voor drie jaar wil de raad onder andere Houtfestival en Bloemencorso (blijven) ondersteunen. 12. Incidentele beleidsvoorstellen (exploitatie) 12b. Incidentele beleidsvoorstellen

2026

a Beveiligingskosten Asterstraat

-

b Doorschuiven activiteiten 2025 deelmobiliteitsprogramma c Doorschuiven activiteiten 2025 Duurzame stadslogistiek: goederenhub en nul-emissiezone d Doorschuiven activiteiten 2025 uitbreiding geruguleerd parkeren e Placemaking Coalitie Centrum Schalkwijk f Incidentele financiering lokale publieke omroep (Haarlem105) g Vervolg Arbeidsmarktcampagne

-

2027

2028

2029

2030

-

-

-

-

300 n

160 n

-

-

100

n

240 n

-

-

-

300

n

-

-

-

-

125

n

-

-

-

-

30

n

-

-

-

-

400

n

-

-

-

-

90

n

-

-

-

-

h Verwerking motie 22 BIS: versterking veiligheid lhbtiqa+ gemeenschap i Onderzoekskosten democratisch vergadercentrum stadhuis j Voortzetting Kersmarkt 2026

280

n

-

-

-

-

425

n

-

-

-

-

k Rattenbestrijding

170

n

l Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp Totaal

99

n

2.019

n

540 n

160 n

-

-

Kaderbrief 2027

20

a. Beveiligingskosten Asterstraat In 2026 start de opvang van AMV-ers met een status in de Asterstraat. Om de opstartfase voorspoedig te laten verlopen, is tijdens de eerste periode aanwezigheid van beveiliging gewenst en toegezegd aan de begeleidende organisatie. Het gaat om de tijdelijke inzet van een jaar om het initiatief goed, prettig en veilig te laten landen op deze locatie. De kosten hiervan zijn € 325.000. Het uitgangspunt is dat deze beveiliging in het eerste jaar afgebouwd wordt. De kosten worden gedekt door een ontrekking aan het beklemde deel uit de Algemene reserve voor de opvang van asielzoekers. b. Doorschuiven activiteiten 2025 deelmobiliteitsprogramma De uitvoering van het deelmobiliteitsprogramma heeft vertraging opgelopen doordat het traject rond de deelscooterhubs prioriteit kreeg bij de uitwerking van de nota Deelmobiliteit. Nadat dit traject was ingericht, kon worden gestart met de uitbreiding van het aantal deelauto’s. Dit vergde afstemming met meerdere stakeholders en het realiseren van diverse randvoorwaarden, zoals speciale parkeervergunningen, verkeersbesluiten en fysieke maatregelen in de openbare ruimte. Deze randvoorwaarden zijn inmiddels grotendeels gereed, waardoor de uitvoering nu kan starten.

De uitbreiding van het aantal deelauto’s is essentieel in de transitie naar een stad met meer ruimte voor groen, spelen en langzaam verkeer, waarbij het autogebruik deels wordt opgevangen door een beter aanbod van deelmobiliteit. De eerste bewonersbrieven voor nieuwe locaties zijn in februari 2026 verzonden, waarna de uitbreiding daadwerkelijk van start gaat. Voor de voortzetting van het programma zijn in de komende jaren incidenteel middelen benodigd: € 300.000 in 2027 en € 160.000 in 2028. c. Doorschuiven activiteiten 2025 Duurzame stadslogistiek: goederenhub en nul-emissiezone Vanuit de hub worden goederen gebundeld wat resulteert in lagere CO2-emissies. In het kader van de invoering van de nul‑emissiezone voor stadslogistiek, worden ondernemers geadviseerd over de verduurzaming van hun wagenparken en wordt een routekaart duurzame stadslogistiek opgeleverd. Voor deze activiteiten is in 2026 aanvullend € 100.000 nodig. De nul‑emissiezone heeft vertraging opgelopen doordat er veel werkzaamheden nodig waren op het gebied van stadslogistiek en meerdere gemeentelijke verordeningen moesten worden aangepast. Na de zomer van 2026 kan het project worden gestart. Voor de uitvoering hiervan is in 2027 een aanvullend budget van € 240.000 benodigd. d.

Doorschuiven activiteiten 2025 uitbreiding gereguleerd parkeren Door vertraging in het project is de uitvoering van de uitbreiding van het gereguleerd parkeren pas halverwege 2025 gestart. In 2026 is een budget van € 300.000 nodig om de beoogde projectdoelstellingen te realiseren. e. Placemaking Coalitie Centrum Schalkwijk Het college heeft besloten deel te nemen aan de Placemaking Coalitie Centrum Schalkwijk met als doel een hart voor de wijk te realiseren via de realisatie en gedeeltelijke exploitatie van Buurtbroedplaats Centrum Schalkwijk (2026/59259). Een bijdrage van € 125.000 wordt ter beschikking gesteld aan de Placemaking Coalitie voor de verbouwing en inrichting van het voormalige Etos-pand en de inzet van een kwartiermaker. Voor financiering vanaf 2027 wordt een voorstel voorgelegd bij in de Programmabegroting 2027-2031. f. Incidentele financiering lokale publieke omroep (Haarlem105) Bij de raadsvergadering van 6 november 2025 is het college gevraagd om met Haarlem105 in gesprek te gaan om hun behoefte aan extra financiering voor 2026 (indicatief € 30.000) en 2027 (indicatief € 5.000) in kaart te brengen, ervoor zorg te dragen dat in die extra behoefte wordt voorzien en de Kaderbrief 2027

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17122769/2