CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslag en de Jaarrekening 2023

gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Jaarrekening en Jaarverslag 202338.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Dit leidt tot een voordeel van € 481.000 in beleidsveld 4.5 waar tegenover staan een nadeel van € 159.000 in beleidsveld 7.3 en een nadeel van € 274.000 in beleidsveld 4.3.

Bedrag

v/n

-895

V

-481

V

5.2 Energie

In de decemberrapportage is al een onderbesteding gemeld t.a.v. de Routekaart Duurzaamheid van € 2,5 mln. Hier komt € 755.000 bij. Vooruitlopend op het beschikbaar komen van de zogenaamde CDOKE middelen van het Rijk, zijn in de programmabegroting capaciteit en exploitatiebudgetten gereserveerd voor beleidsdoelen duurzaamheid en energietransitie.

-755

V

5.3 Circulariteit

Binnen het beleidsveld Circulariteit is er sprake van hogere baten door een uitbreiding van het aantal huishoudens die een bijdrage leveren aan de afvalstoffenheffing (€ 127.000), verder zijn er hogere baten door afrekeningen van Afvalfonds Verpakkingen Nedvang (€ 388.000). De onttrekking voorziening afval voor € 13.444 wordt terug gedraaid in verband met kostendekkendheid. Verder zijn er lagere verwerkingslasten – meer grondstoffen uit afval (€ 52.000) en overige verschillen binnen het beleidsveld (€ 112.000)

-567

V

6.3 Openbare orde en veiligheid

Een groot deel van het voordeel komt door hogere WABO leges € 948.000 en overige leges € 230.000. Het restant verschil kan worden verklaard door kleine overige voordelen.

-1.359

V

7.1 Lokale belastingen en heffingen

Lagere toevoeging nodig op dubieuze debiteuren. Vermindering van de bezwaren OZB. Hogere invorderingskosten, en ook hogere baten. Daarnaast zijn de baten voor belasting inning hoger en de kosten voor kwijtschelding lager.

-286 -334 -356

V V V

7.2 Algemene dekkingsmiddelen

De extra baten in de algemene uitkering, volgend uit de decembercirculaire 2023, konden niet meer worden geraamd en geven daarom een voordelig verschil van € 4,1 miljoen. Een deel van deze extra baten is bestemd voor de beleidsterreinen en wordt mogelijk via het rekeningresultaat 2023 bestemd voor uitgaven in 2024. De Belastingdienst heeft de aangiftes Vpb tot en met 2019 beoordeeld en besloot tot hogere aanslagen. De Belastingdienst heeft een ander standpunt dan de gemeente over de fiscale status van de gemeente voor deze activiteiten. De gemeente heeft bezwaar tegen deze beslissing ingediend, een proces dat nog loopt. Tegelijkertijd vindt overleg plaats met de Belastingdienst over kosten voor reclameactiviteiten en grondexploitatie. Dit resulteerde in een compromisvoorstel, verwerkt als

-4.051

V

-823

V

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

22

Beleidsveld

Afwijkingen realisatie 2023 een voorziening van €662.000. De reeds betaalde aanslagen voor reclameactiviteiten en grondexploitatie in 2023 zijn onttrokken aan de voorziening.

Bedrag

v/n

7.3 Overhead

De onderbesteding wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere telefoniekosten, lagere personeelskosten bij ICT, en zijn de incidentele middelen voor noodzakelijk beheer en onderhoud niet tot besteding gekomen. De Gemeente Haarlem heeft voor Zandvoort meer projectwerkzaamheden uitgevoerd dan aanvankelijk in de begroting was voorzien. Dit heeft geleid tot aanvullende inkomsten. Tegenover deze extra inkomsten staan natuurlijk ook verhoogde lasten voor Haarlem.

-1.266

V

-300

V

Subtotaal verschillen

-12.960

V

1.1 Onderwijs 2.1 Voorziening Volwassenen 3.1 Werk 4.4 Ruimtegebruik Over- onderschrijding personeelskosten 4.5 Overige beheertaken 6.1 Dienstverlening 6.2 Gemeentelijk bestuur 7.3 Overhead Subtotaal over- onderschrijdingen personeelskosten

-306 -261 -259 -333 326 -270 -446 -1.266 -2.815

V V V V N V V V V

Overige verschillen op diverse beleidsvelden

-2.658

V

Verschil t.o.v. begroting 2023 na wijziging – rekening 2023

-18.433

V

Ontwikkeling in vermogen en resultaat De vermogenspositie is verbeterd Het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, maakt een duidelijk onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten over het boekjaar 2023 bedraagt € 30 miljoen voordelig. Per saldo is tussentijds € 2 miljoen aan de reserves toegevoegd, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2023 circa € 27,8 miljoen voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen op de balans. In het overzicht hieronder is de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2023 circa 34% van het balanstotaal (ultimo 2022: 33% van het balanstotaal) en is licht verbeterd ten opzichte van 2022. (x 1 € miljoen) Eigen vermogen

2023

2022

2021

Eigen vermogen per 1 januari Tussentijdse resultaatbestemming Gerealiseerd resultaat Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten Eigen vermogen per 31 december

263 2 28 30 293

197 17 49 66 263

158 7 32 39 197

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

23

Saldo baten en lasten Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar is weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemming. Deze tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de onttrekkingen aan en stortingen in reserves gedurende het boekjaar. Deze mutaties in reserves vinden plaats op basis van door de gemeenteraad genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de eerdere politieke besluitvorming. Wat dit concreet betekent is in onderstaand overzicht weergegeven. (x 1 € miljoen) Exploitatieresultaat

2023

Totale baten Totale lasten Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten Af: stortingen in reserves Bij: onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

744 714 30 -72 70 -2 28

Ontwikkelingen van de algemene reserve in 2023 De algemene reserve dient als buffer voor het opvangen van uitgaven die incidenteel en onvoorzien, maar wel noodzakelijk zijn. In paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt hier nader op ingegaan.

Algemene reserve De stand van de algemene reserve ultimo 2023 met bedraagt € 92,6 miljoen. Dit is een toename van € 36,8 miljoen ten opzicht van de stand per 31-12-2022. In 2023 is € 50,2 miljoen toegevoegd aan de algemene reserve, zijnde: • € 1,1 miljoen, saldi meerjarenbegroting; • € 40,4 miljoen, restant rekeningresultaat 2022; • € 8,6 miljoen, bestemmingsvoorstellen rekeningresultaat 2022. In 2023 is € 13,3 miljoen onttrokken aan de algemene reserve. Belangrijkste onttrekkingen zijn: • € 9 miljoen, bestemmingsvoorstellen rekeningresultaat 2021 en 2022; • € 3,8 miljoen, voorstellen Coalitieakkoord 2022-2026 • € 0,5 miljoen, voormalig reserve Sociaal domein.

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

24

Op basis van wat nu bekend is, is hieronder de verwachte ontwikkeling van de algemene reserve voor de komende jaren weergegeven: Algemene reserve

2023

Stand per 1-1 Saldi meerjarenbegroting Restant resultaat jaarrekening 2022 Bestemmingsvoorstellen jaarrekeningresultaat 2022 (Voorgenomen) dotaties

-55.824 -1.146 -40.375 -8.639 -50.161

2024

2025

2026

2027

2028

v -92.643 v -87.791 v -87.791 v -79.958 v -79.958 v v v v v 0 v 0 v 0 v 0 v 0 v

Bestemmingsvoorstellen jaarrekeningresultaat 2022 8.639 n Bestemmingsvoorstellen jaarrekeningresultaat 2021 353 n 122 n Voorstellen Coalitieakkoord 2022-2026 uit resultaat 2021 3.827 n 4.730 n 7.833 n Voormalig reserve Sociaal domein 473 n Bestemmingsvoorstellen jaarrekeningresultaat 2018 50 n (Voorgenomen) onttrekkingen 13.342 n 4.852 n 0 n 7.833 n 0 n 0 n Stand per 31-12 -92.643 v -87.791 v -87.791 v -79.958 v -79.958 v -79.958 v

Mutaties bestemmingsreserves Dotaties en onttrekkingen aan bestemmingsreserves worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is geaccordeerd voor de specifieke bestemmingsreserve. Een uitzondering hierop vormen de raads(principe)besluiten waarbij geregeld is dat saldi altijd ten gunste of laste van een specifieke bestemmingsreserve komen. Hieronder staan de afwijkingen van zowel de begrote als gerealiseerde onttrekkingen en dotaties aan de reserves over alle programma's. Pr. Naam Reserve nr.

Omschrijving

Dotatie reserves: 2 Res. Opvang, wonen en herstel Resultaat 2023 opvang, wonen en herstel 3 Res. RM arbeidsmarktbeleid Resultaat 2023 versterken arbeidsmarktregio 4 Reserve Kapitaallst maats.nut Transformatieprojecten Reserve Beh.Ond. Openb. Ruimte Onderbesteding SOR en GO Reserve Beh.Ond. Openb. Ruimte Incidentele middelen Res. Kapitaallasten econ.nut Investeringen in ontwikkelzones Res. Kapitaallasten econ.nut Omzetting planmatig onderhoud naar IP Reserve Grondexploitatie Actualisatie MPG Reserve Vastgoed Verkoop panden en gronden Totaal dotaties Onttrekking reserves: 1 Reserve Duurz.Sportvoorziening Aanvragen sportverenigingen Res. RM arbeidsmarktbeleid Bijstellen begroting leerplicht 3 Res. RM arbeidsmarktbeleid Arbeidsmarktregio en crisisdienstverlening Reserve Minimagelden Resultaat 2023 Minima Reserve KOT Middelen KOT 4 Reserve Wonen Woonvisie Reserve Leefomgeving Transormatieprojecten Reserve Leefomgeving Wijkaanpak en gebiedsontwikkeling Reserve Beh.Ond. Openb. Ruimte Overbesteding DO en raamcontracten Res. Particip. en Leefbaarheid Middelen maatschappelijk initiatief Jaarverslag en Jaarrekening 2023

Begroot Realisatie

Verschil realisatie begroot

824 375 202 660 674 2.790

824 375 -454 660 674 2.790 -750 -5.262 -107 -1.123

656

750 6.292 2.685 10.383

-194 -175 -905 -180 -69 -656 -1.013 -5.379 -326

1.030 2.578 9.260

-144 -145 -28 -329

-202 -492 -1.783 -320

50 30 877 -329 180 69 454 521 3.596 6 25

Pr. Naam Reserve nr.

5 7

Reserve Ontwikkelzones Reserve Grondexploitatie Reserve Parkeren Schalkstad Reserve Vastgoed Reserve Bodemprogramma Reserve Grondexploitatie

Omschrijving

Ontwikkelzones 2023 Actualisatie MPG Rapportage parkeren Onderhoud, verkoopkosten en doorontwikkeling Bodemprogramma 2023 Mutatie voorziening VPB

Totaal onttrekkingen Eindtotaal

Begroot Realisatie

-1.213 -3.658 -5.952 -470 -20.012 -9.629

Verschil realisatie begroot -2.953 -1.740 -488 3.170 -9 -9 -5.037 915 -120 350 -110 -110 -12.160 8.030 -2.900 6.907

In 2023 zijn de dotatie aan de bestemmingsreserves € 1,1 miljoen lager en de onttrekkingen € 8 miljoen lager dan begroot. De grootste afwijkingen dotaties: - Programma 2 Betreft het resultaat 2023 van € 0,8 miljoen reserve Opvang, wonen en herstel. De hogere dotatie aan de reserve Opvang, Wonen en Herstel wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere lasten op Beschermd Wonen (ZIN en PGB), Regio Aanpak Huiselijk Geweld en Maatschappelijke Opvang. - Programma 3 De regionale middelen, ten behoeve van de arbeidsmarkttoeleiding, worden gedoteerd aan de reserve Regionale Middelen Arbeidsmarkt. De dotatie bedraagt ongeveer € 375.000. Het ontbreken van eerdere mogelijkheden voor een prognose heeft voorkomen dat de dotatie is begroot. - Programma 4 Ontwikkelprojecten Noord en Zuidstrook: de gebiedsteams zijn opdrachtgever voor een aantal gebiedsontwikkelingsprojecten (Aart van der Leeuwstraat in Noord en Zuidstrook blok II en blok 6 t/m 8 in Oost). Prijsstijgingen van materiaal en personeel en gewijzigde planvorming door ontwikkelaars en corporaties hebben geleid tot aanpassingen in de planning van projecten om deze projecten binnen budget en vastgesteld ontwerp te realiseren. De benodigde dotatie aan de reserve Kapitaallasten Maatschappelijke Nut is daarom lager dan begroot en dit geeft een voordeel van € 454.000.

Het beheer van de Openbare ruimte wordt gefinancierd met investeringsmiddelen en exploitatiegelden (zie toelichting lasten). Omdat er meer onderhoudsuitgaven zijn ten laste van de investeringen en minder uit de exploitatie dan begroot, wordt er € 1.334.000 gedoteerd. Op deze wijze worden niet besteedde onderhoudsgelden geëgaliseerd. Bij het vaststellen van de nota Reserves en voorzieningen is het principebesluit genomen om bij vertraging in het onderhoudsprogramma de hiervoor benodigde budgetten naar het volgende boekjaar door te schuiven (zie 2021/608291). Grondexploitaties: Lagere dotatie aan de reserve Grondexploitatie (zie paragraaf 3.7 Grondbeleid). Ontwikkelzones Europaweg, Zuid-West, Zijlweg en Oostpoort: In lijn met de spelregels voor de ontwikkelzones is op basis van de werkelijke investeringen met maatschappelijk nut gedoteerd aan de reserve Kapitaallasten Maatschappelijk Nut, ter dekking van de toekomstige afschrijvingslasten van de investeringen in de zones. Jaarverslag en Jaarrekening 2023

26

Op basis van het werkplan 2023 van SRO was de inschatting dat er voor € 750.000 aan onderhoud als investering aangemerkt zou moeten worden, uiteindelijk is gebleken dat in 2023 geen te activeren kosten waren, waardoor geen dotatie voor dekking kapitaallasten noodzakelijk is (€ 750.000 voordelig). De realisatie van de verkoop van een gedeeltelijke kavel aan de Minckelersweg heeft tot gevolg dat een deel van de boekwaarde afgeschreven moest worden. Deze desinvestering was niet voorzien (€ 145.000 voordelig). De grootste afwijkingen Onttrekkingen: -Programma 1: Overige verschillen < € 100.000, de onttrekking aan de reserve Duurzamesportvoorziening bedroeg € 5.000. - Programma 3 Ten opzichte van de begrote onttrekkingen uit de reserve RM arbeidsmarktbeleid van ongeveer € 2,1 miljoen, is er slechts dekking nodig ter hoogte van € 1,28 miljoen, waardoor de onttrekking ongeveer € 877.000 euro lager was in 2023. Er is in de jaarrekening ongeveer € 329.000 meer onttrokken aan de reserve Minimabeleid dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de rijksbijdrage Energietoeslag uit de decembercirculaire niet kan worden toegerekend aan de bijzondere bijstand doordat er geen mogelijkheden meer zijn waren om de begroting hierop aan te passen. Omdat de aanvragen energie toeslag wel zijn voortgezet, moet meer worden onttrokken aan de reserve.

De aanvragen energietoeslag 2023 mogen tot en met 30 augustus 2024 worden ingediend. In 2023 zijn lagere kosten gemaakt dan begroot waardoor een € 180.000 lagere onttrekking nodig was voor de reserve Kinder Opvang Toeslagaffaire. - Programma 4 Het beheer van de Openbare ruimte wordt gefinancierd met investeringsmiddelen en exploitatiegelden (zie toelichting lasten). Omdat er meer onderhoudsuitgaven zijn ten laste van de investeringen en minder uit de exploitatie dan gepland, wordt er € 3.600.000 minder onttrokken. Onttrekking reserve Leefomgeving: De realisatie op de ontwikkelprojecten en de wijkaanpakken van de gebieden leidt ook tot een lagere onttrekking aan de reserve Leefomgeving. Dit leidt tot een nadeel van € 789.000. Grondexploitaties: Lagere onttrekking aan de reserve Grondexploitatie (zie paragraaf 3.7 Grondbeleid). Ontwikkelzones Europaweg, Zuid-West, Zijlweg en Oostpoort: Voor de ontwikkelzones heeft de gemeenteraad in 2023 een reserve Ontwikkelzones gevormd en de financiële spelregels voor de zones vastgesteld (waar een subsidie Woningbouwimpuls voor is toegekend). Op basis van de spelregels zijn de werkelijke kosten en het publieke tekort toegerekend naar de reserve, exploitatiebudget en Wbi-subsidies. De afrekening leidt tot diverse voor- en nadelen ten opzichte van de begroting.

De hogere onttrekking aan de reserve Ontwikkelzones is passend binnen het principebesluit van de gemeenteraad. Door prioritering in het onderhoud zijn veel werkzaamheden ten behoeve van toegankelijkheid vertraagd, daarom is er een lagere onttrekking van € 500.000 aan de reserve Vastgoed. Daarnaast is Jaarverslag en Jaarrekening 2023

27

er minder, niet in het meerjaren onderhoudsplan voorzien, onderhoud uitgevoerd dan was begroot. Dit leidt tot een lagere onttrekking van € 200.000. Ook is er voor een aantal schademeldingen binnen het incidentele onderhoud een schade-uitkering (verzekering) ontvangen waardoor er € 200.000 minder middelen benodigd waren vanuit de reserve. Per saldo was hierdoor € 900.000 minder onttrekking uit de reserve Vastgoed noodzakelijk dan verwacht. - Programma 5 Vanwege lagere uitgaven op het bodemprogramma (€ 143.000) en ontvangst van een specifieke uitkering bodem (€ 206.000) is er minder aan de reserve Bodemprogramma onttrokken.

Ontwikkelingen Sociaal domein Financiële verantwoording 2023 Wmo De uitgaven aan de maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen zijn ongeveer € 1 miljoen lager dan de bijgestelde begroting (in de Bestuursrapportage 2023 werden de lasten al met € 0,9 miljoen verlaagd). De verdere daling van de uitgaven heeft zich met name bij de huishoudelijke ondersteuning voorgedaan, de groei van het aantal cliënten is iets lager dan verwacht en belangrijker - de kosten per client liggen lager. De effecten van de aanbesteding waarbij meer ondersteuning als algemene voorziening wordt aangeboden zijn daarmee zichtbaar aan het worden. Ook de personele krapte is van invloed geweest op de lagere uitgaven, bijvoorbeeld bij het vervoer. Doordat Buurts via een vast lumpsum bedrag een groot deel van de andere Wmo-voorzieningen heeft uitgevoerd, is er bij die voorzieningen geen sprake van financiële afwijkingen. Jeugdzorg In 2023 is gestart met de uitvoering van de regionale jeugdzorg die eind 2022 gegund is aan vier consortia. De vier consortia zijn via een lumpsum bekostigd. In totaal is door alle gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond een bedrag van ruim € 74 miljoen aan de consortia betaald. Ondanks de druk op de zorg en de wachttijden is de lumpsum kaderstellend geweest. De financiële inbreng van de gemeenten in de lumpsum is wel aangepast.

Onder meer het woonplaatsbeginsel (van kracht per 2022) is van invloed geweest op de werkelijke uitgaven die de gemeenten hebben gehad. De onderlinge inbreng is daarom, zoveel mogelijk op basis van profijt, aangepast. Voor Haarlem betekent dit dat de bijdrage met € 1,7 miljoen verhoogd is, naar in totaal € 29,4 miljoen. De uitgaven buiten perceel 1, aan onder meer jeugdbescherming en jeugdreclassering en de lichte vormen van zorg en ondersteuning, zijn nagenoeg binnen de begroting gebleven. BUIG Het aantal uitkeringsgerechtigden is in 2023 verder gedaald. Uitstroom naar werk is nog steeds de belangrijkste verklaring voor de daling, de krapte op de arbeidsmarkt is daar een belangrijke verklaring voor. In financiële zin heeft Haarlem in 2023 beter gepresteerd dan het verdeelmodel BUIG heeft voorspeld. Het definitieve BUIG-budget 2023 voor Haarlem is vastgesteld op € 59,8 miljoen. De uitgaven bedragen ongeveer € 54 miljoen. Over 2023 is er daardoor sprake van een positief saldo op de BUIG van ruim € 5 miljoen. Dit voordeel is in de Decemberrapportage 2023 al gemeld en vrijgevallen. Opvang van Oekraïners Ook zonder de veelbesproken Spreidingswet heeft Haarlem in 2023 opnieuw ruimhartig asielzoekers en statushouders opgevangen om de druk op de asielketen te verlichten. Tevens zijn weer vluchtelingen uit Oekraïne opgevangen.

De inspanningen die hiervoor nodig waren hebben geleid tot een hogere werkdruk bij de gemeente. Jaarverslag en Jaarrekening 2023

28

Voor de opvang en ondersteuning van Oekraïners is in 2023 circa € 20,3 miljoen besteed. Dit betreffen de exploitatielasten (uitgaven voor Haarlem inclusief regio en onderwijs). Daarnaast is er circa € 5,4 miljoen aan investeringen (Laan van Decima II via IP) gedaan. Hiervan staat een NTO Rijk tegenover van ongeveer € 2,8 miljoen (transitie) en het restant betreft kapitaallasten voor 2024 en 2025. Voor de (forfaitaire) afspraken met het COA geldt dat er circa € 10,1 miljoen is ontvangen waar ongeveer € 6,2 miljoen aan lasten tegenover staan. Voor de niet-bestede middelen van € 3,9 miljoen, wordt in lijn met de aankondiging in de Decemberrapportage 2023 een voorstel voor het instellen van een reserve gedaan bij de Kadernota 2025 en wordt voorgesteld via een bestemmingsvoorstel bij deze Jaarrekening 2023 een bedrag van € 3,9 miljoen binnen de algemene reserve te beklemmen.

Analyse incidentele en structurele baten en lasten Het overzicht van incidentele lasten en baten wordt opgesteld om te kunnen bepalen of er een structureel evenwicht is. Als structurele lasten gedekt zijn door structurele baten, is sprake van structureel evenwicht. Hiervoor is het van belang dat eenduidig en duidelijk uit de jaarrekening blijkt welke baten en lasten structureel van aard zijn en welke incidenteel. Het structureel exploitatiesaldo wordt bepaald door het exploitatiesaldo te zuiveren van incidentele baten en lasten. Het overzicht van de incidentele baten en lasten en van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves zijn hierbij belangrijke documenten. Op verzoek van zowel de provincie Noord-Holland als toezichthouder als de rekenkamercommissie is een overzicht opgesteld waarin in één oogopslag de structurele lasten en baten per programma en per jaar zijn af te lezen. De basis wordt gevormd door de totale lasten en baten per programma. Vervolgens worden de incidentele lasten en baten, waaronder toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, hierop in mindering gebracht, waardoor de structurele lasten en baten resteren. De incidentele baten en lasten worden volgens een deugdelijk en consequente gedragslijn bepaald met in acht name van de voorschriften voor een aantal specifieke posten en voorbeelden vanuit het BBV.

Daarnaast vindt de bepaling plaats op basis van cijferbeoordelingen, analyses op de verschillen ten opzichte van begroting en voorgaande jaren en begrotingswijzigingen. De incidentele lasten en baten worden afzonderlijk per programma vermeld, hierbij is een materialiteitsgrens gehanteerd van € 250.000. Conclusie: Uit het overzicht Incidentele baten en lasten in hoofdstuk 4.4 blijkt dat in 2023 de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten (een minteken in het overzicht betekent meer baten dan lasten). In de Programmabegroting 2023-2027 zijn de begrote structurele baten € 28,9 miljoen hoger dan de structurele lasten. Voor 2023 zijn de gerealiseerde structurele baten ruim € 24,3 miljoen hoger dan de gerealiseerde lasten. Er is sprake van structureel evenwicht in 2023.

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

29

Bestemming rekening resultaat Het rekeningresultaat 2023 bedraagt € 27,8 miljoen voordelig. Bestemmingsvoorstel Jaarrekening 2023 Resultaat

-27.817

v

175

n

7.008

n

Voorstellen: 1. Regionale afspraken Regionale coördinatie asiel

175

2. Decembercirculaire Rijksbudget Energietoeslag

7.008

3. Septembercirculaire Niet van toepassing

-

4. Overig Programmabudget Transformatie Sociaal domein Wet Goed Verhuurderschap Datagedreven werken Routekaart Duurzaamheid Zuidstrook Waarderpolder en Ondernemersdienstverlening Verkeersveiligheid

250 121 185 3.255 100 147

Wettelijke taken omgevingskwaliteit Prijzengeld EISMEA

100 370

Groei van Haarlem Programma Nachtcultuur Eenmalig investeren in verduurzaming sportaccommodaties Maatschappelijke begeleiding statushouders

100 100 150 250 5.128

n

5. Reservemutaties Niet van toepassing

-

Resultaat na bestemming Voorstellen beklemd in de Algemene reserve: Forfaitaire vergoeding COA

Saldo na beklemming in Algemene reserve

12.311 -15.506

n v

3.900

n

-11.606

v

3.900

Voorstellen bestemming rekeningresultaat: Regionale coördinatie asiel € 175.000 In 2023 hebben regiogemeenten een financiële bijdrage geleverd voor de coördinatie van de regionale opgave rondom asiel. In totaal is er in 2023 sprake van een voordeel van circa € 175.000 op deze middelen. Dit houdt grotendeels verband met vertraging van voorziene inzet met betrekking tot Jaarverslag en Jaarrekening 2023

30

aanpalende opgaven nieuwkomersonderwijs en huisvesting die medio 2023 aan de opdracht zijn toegevoegd en eind oktober 2023 ontvangen baten van de Provincie Noord-Holland (€ 25.000) die niet meer besteed konden worden. Er wordt voorgesteld om dit regionale overschot te bestemmen voor 2024, zodat de middelen in 2024 gebruikt kunnen worden voor een projectleider nieuwkomersonderwijs en huisvesting (start 1 januari 2024) en de verdere invulling van de regionale samenwerking van de onlangs aangenomen Spreidingswet. Programmabudget Transformatie Sociaal domein € 250.000 Er is een onderbesteding van € 465.000 op het programmabudget transformatie Sociaal domein. Deze wordt grotendeels verklaard door lager uitvallende personele kosten en de vertraagde start van de wijkaanpak Meerwijk. Daarnaast is een aantal projecten binnen dit programma later van start gegaan als gevolg van capaciteitsvraagstukken. Het Sociaal domein wil een actieve bijdrage leveren aan de wijkaanpak Meerwijk. Naast de gebruikelijke dienstverlening en producten vanuit het Sociaal domein, wil de Gemeente Haarlem het verschil maken in Meerwijk door te intensiveren, en het faciliteren van (extra) inzet en projecten aansluitend bij de behoeften van inwoners en professionals in Meerwijk. Voorstel is om hiervoor een resultaatsbestemming van € 250.000 op te nemen. Het restant van € 215.000 valt vrij.

Wet Goed Verhuurderschap € 121.000 In de Meicirculaire 2023 is € 121.000 incidentele middelen vanuit het Gemeentefonds onder de noemer “Decentralisatie-uitkering Wet Goed Verhuurderschap” ontvangen. In 2023 is een meldpunt ingericht (Huurderssteunpunt !Woon), maar de mogelijkheid voor huurders om meldingen te maken is pas vanaf januari 2024. Om die reden is dit geld nog niet uitgegeven. Voorstel is om vanaf 2024 deze middelen in te zetten voor a) huurderssteunpunt Woon te financieren en b) om mogelijke handhavingscapaciteit te organiseren. Datagedreven werken € 185.000 De Gemeente Haarlem heeft voor 2023 (€ 911.000) en 2024 (€ 911.000) tijdelijk budget toegekend gekregen om de organisatie te ondersteunen en te stimuleren in het datagedreven werken. 2023 was een opstartjaar. Het aantrekken en inwerken van medewerkers in een krappe arbeidsmarkt kostte tijd en er was door uitval, vertrek, en “gebrek aan ervaren capaciteit om medewerkers” geen mogelijkheid het project aan te sturen. Inmiddels zijn vacatures vervuld en is extra expertise ingehuurd en kan er op volle sterkte gestart worden. Met de middelen die in 2024 via deze resultaatbestemming gevraagd worden (het restant budget ad € 185.000), kan verder met uitvoering worden gegaan en invulling worden gegeven aan datagedreven werken.

De middelen worden ingezet voor het verbeteren van de datahuishouding - een belangrijke randvoorwaarde voor het benutten van data en het beschermen van privacy, security en transparantie en ten behoeve van opgaven in de openbare ruimte en duurzaamheid. Langere aanloop uitgaven Routekaart Duurzaamheid € 3.255.000 In de Decemberrapportage 2023 is reeds een onderbesteding gemeld t.a.v. de Routekaart Duurzaamheid van € 2,5 miljoen, deze middelen zijn vrijgevallen ten gunste van de algemene middelen. Vanuit de jaarrekening analyse komt daar nog € 755.000 bij. De Gemeente Haarlem heeft vooruitlopend op het beschikbaar komen van de zogenaamde CDOKE middelen van het Rijk in de programmabegroting capaciteit en exploitatiebudgetten gereserveerd voor beleidsdoelen duurzaamheid en energietransitie. Om deze doelen te bereiken, is een Routekaart Duurzaamheid opgesteld met daaraan gekoppeld een begroting. De lasten en baten hierin zijn (nog) moeilijk te ramen. Dat komt doordat de hoogte van en het moment waarop subsidies en rijksmiddelen beschikbaar worden gesteld pas laat in het begrotingsproces bekend zijn. Ook de uitgavenkant is lastig te begroten, omdat het om een langjarige en omvangrijke transitie gaat die bovendien Jaarverslag en Jaarrekening 2023

31

afhankelijkheden van derden kent. Het einddoel is bekend, de weg er naar toe is in ontwikkeling en kent nog veel onzekerheden. Halverwege 2023 is ook de eerste tranche van de CDOKE-middelen ontvangen. Deze middelen mogen enkel aan personeelskosten besteed worden. Bij het opmaken van de jaarrekening bleken de middelen ook ingezet te mogen worden voor de dekking van onderzoekskosten. Dit leidt in die zin tot een grotere onderbesteding dan reeds gemeld bij de decemberrapportage, namelijk: meer inzet vanuit de CDOKE-middelen betekent minder benodigde inzet vanuit de eigen begrotingsmiddelen. Zoals opgenomen in de Decemberrapportage 2023, stelt het college de raad voor om € 3,3 miljoen via resultaatsbestemming beschikbaar te stellen in 2024. Zuidstrook Waarderpolder en Ondernemersdienstverlening € 100.000 Het budget t.b.v. activiteiten binnen het product Economie is niet geheel tot besteding gekomen. Het betreft de middelen voor de verbetering van ondernemersdienstverlening ad € 55.000 en de middelen voor de gebiedsontwikkeling Zuidstrook ad € 45.000. In 2023 is een procesaanpak gemaakt voor de gebiedsontwikkeling Zuidstrook die nog nadere uitwerking behoefde. In 2024 wordt vervolg hieraan gegeven. In 2023 heeft een verkenning plaatsgevonden naar de verbetering van ondernemersdienstverlening.

In 2024 wordt gestart met verbetering van de dienstverlening middels een platform in samenwerking met Haarlem Marketing. Voorgesteld wordt om voor beide onderwerpen de resterende budgetten (in totaal € 100.000) via resultaatsbestemming beschikbaar te stellen in 2024. Verkeersveiligheid € 147.000 In 2023 zijn diverse verkeersveiligheidsmaatregelen voorbereid op basis van meldingen van inwoners en o.b.v. de Uitvoeringsagenda verkeersveiligheid (2022/651763). Uitvoering daarvan vindt plaats in 2024. Daarnaast is in november 2023 het concept wegcategoriseringsplan vrijgegeven voor inspraak. Bij vaststelling van het definitieve wegcategoriseringsplan in april 2024 wordt ook een uitvoeringsagenda opgenomen. Dit budget is vanuit het coalitie akkoord incidenteel toegekend voor een bedrag van oorspronkelijk € 200.000 voor verkeersveiligheid. Er zijn in 2023 alleen kosten gemaakt voor kleine aanpassingen aan o.a. vri’s en de campagne verkeersveiligheid. De middelen voor verkeersveiligheid zullen in 2024 besteed worden aan een communicatiecampagne over de invoering van 30km/u en uitvoeringskosten voor het invoeren van 30km/u op een deel van het Haarlemse wegennet. Gevraagd wordt de overgebleven middelen over te hevelen naar 2024.

Wettelijke taken omgevingskwaliteit € 100.000 Ten behoeve van bestemmingsplan gebiedsontwikkeling Oostpoort (2023/108843) is budget beschikbaar gesteld voor nader onderzoek. Om voor de ontwikkeling de benodigde informatie aan te kunnen leveren bleek een omvangrijkere analyse nodig van de hele Waarderpolder. De uitbreiding van het te onderzoeken gebied is nodig om verdere ontwikkeling van de Waarderpolder én de ontwikkeling van het aanliggende gebied Oostpoort voor woningen te faciliteren. De uitkomst van het onderzoek en de daaruit volgende maatregelen worden conform de Omgevingswet verwerkt. Het onderzoek is in 2023 voorbereid en zal twee jaar duren. De middelen worden daarom verdeeld over 2024 (€ 50.000) en 2025 (€ 50.000). Het betreft hier het overhevelen van onderzoeksmiddelen. Prijzengeld EISMEA € 370.000 Haarlem heeft eind 2022 een belangrijke Europese innovatieprijs gewonnen. Haarlem is nu een "European Rising Innovative City". De gemeente heeft hiervoor een geldbedrag van in totaal € 500.000 ontvangen, dat de gemeente inzet voor diverse activiteiten rondom het stimuleren van innovatie in de stad, verspreid over 2023 en 2024. In 2024 zal er nog € 370.000 van het totaalbedrag worden besteed aan diverse activiteiten voor bewoners en ondernemers op het gebied van innovatie.

Dit gaat om onder andere de Haarlemse Go-NH!-Challenge, de Haarlemse Innovation Awards, diverse inspiratiesessies voor bewoners, een ode aan Claes Sluter en een reservering voor Jaarverslag en Jaarrekening 2023

32

een bijdrage aan innovatieve uitkomsten uit het Burgerberaad (2023/1192511). De middelen zijn reeds bij de Decemberrapportage 2023 vrijgevallen ten gunste van de algemene middelen. Er wordt nu bij de jaarrekening 2023 voorliggend bestemmingsvoorstel ingediend voor de verwachte kosten in 2024. Groei van Haarlem € 100.000 Uit de incidentele middelen Groei van Haarlem is voor de voorbereidingskosten van de herontwikkeling van de Floris van Adrichemlaan en de Spaarneboog budget beschikbaar gesteld. De start in 2023 heeft veel afstemming met de betrokken partijen gevergd en hierin is vertraging in de planning ontstaan. De voorschotovereenkomst is eind 2023 nog niet gesloten en het programma van eisen voor de leefomgeving is nog niet vastgesteld. Hierdoor is het projectbudget van ad € 100.000 in 2023 niet volledig besteed, er is slechts € 27.000 besteed. Echter door prijsstijgingen wordt verwacht dat de volledige € 100.000 in 2024 nodig zal zijn, daarom wordt voorgesteld om € 100.000 via resultaatbestemming beschikbaar te stellen in 2024. Hiermee wordt in 2024 vervolg gegeven aan de werkzaamheden die nodig zijn om tot een programma van eisen voor de leefomgeving te komen.

Programma nachtcultuur € 100.000 In de Decemberrapportage 2023 is het programmabudget Nachtcultuur op basis van de prognoses voor 2023 verlaagd met € 100.000 omdat 2023 in het teken stond van voorbereiding en visievorming. In 2024 wordt de uitvoering van de actiepunten uit de nachtvisie ter hand genomen. Hiervoor wordt voorgesteld de in 2023 vrijgevallen middelen ad € 100.000 toe te voegen aan het programmabudget 2024. Eenmalig investeren in verduurzaming sportaccommodaties € 150.000 Bij de Kadernota 2024 zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor 2023 t/m 2028. In totaal gaat het om € 1.350.000. Voor de jaarschijf 2023 was € 150.000 beschikbaar. Hiervoor is in de afgelopen maanden aan een subsidieregeling gewerkt. Met behulp van deze regeling kunnen verenigingen investeringen doen in het verduurzamen van eigen accommodaties, waardoor niet alleen de maandelijkse energierekening van deze organisaties verlaagd wordt, maar ook een bijdrage geleverd wordt aan de CO2-reductie van Gemeente Haarlem. Voor de verenigingen geldt ook dat het uitbesteden van technische werken en het aanleggen van (verduurzamings-)installaties veel tijd vergt. De totstandkoming van de subsidieregeling heeft -als gevolg van de complexiteit van de materievertraging opgelopen. Deze vertraging heeft directe gevolgen voor de effectieve inwerkingtreding van de subsidieregeling.

De planning is dat in 2024 de subsidieregeling wordt vastgesteld en de verenigingen hun aanvragen kunnen indienen. Middelen Decembercirculaire 2023 Energietoeslag € 7.008.721 In de Decembercirculaire 2023 is het rijksbudget energietoeslag van € 7.008.721 aan de Gemeente Haarlem toegekend en verwerkt binnen de algemene middelen. De Decembercirculaire 2023 kon niet meer in de begroting 2023 worden verwerkt. Deze rijksbijdrage is bedoeld voor de bekostiging van de tweede tranche aanvragen energietoeslag 2022 en 2023 (€ 800 per huishouden), en is een inkomensondersteunende doeluitkering ten behoeve van de minima. De huishoudens die in 2023 het voorschot van € 500 hebben ontvangen, hebben inmiddels ook de resterende € 800 ontvangen. Nieuwe aanvragen kunnen nog tot eind augustus 2024 gedaan worden en dan geldt het totale bedrag energietoeslag van € 1.300. Voorgesteld wordt om de via de Decembercirculaire 2023 beschikbaar gestelde middelen energietoeslag, toe te voegen aan de budgetten voor minima en bijzondere bijstand 2024. In de Bestuursrapportage 2024 wordt inzicht gegeven in de totale inkomsten en uitgaven energietoeslag (2022 en 2023). Jaarverslag en Jaarrekening 2023

33

Maatschappelijke begeleiding Statushouders € 250.000 Bij de september circulaire 2022 is voor de maatschappelijke begeleiding van Statushouders incidentele middelen toegekend. Dit zijn de volgende bedragen: voor 2023 is het bedrag € 407.000 en voor 2024 € 315.000. De instroom van Statushouders is later op gang gekomen dan verwacht waardoor de activiteiten, de prestaties en uitgaven die hierbij horen mede zijn vertraagd. De verlate instroom is onder andere veroorzaakt door een vertraging in het proces voor de aanmelding in het voortraject. Dit lag buiten de invloedsfeer. Hierdoor is een deel van de rijksbijdrage die voor 2023 was toegekend, niet besteed, echter zijn er nog wel aanmeldingen te behandelen waarvan de kosten ten laste van 2024 zullen worden verantwoord. De kosten die in 2023 voor de begeleiding al wel zijn gemaakt, bedragen € 157.000. Voorgesteld wordt om de resterende incidentele middelen die zijn toegekend en noodzakelijk zijn voor de inzet op integratie van de doelgroep, door te schuiven naar 2024 voor een bedrag van € 250.000.

Voorstel beklemd in de algemene reserve – ten laste van rekening resultaat: Forfaitaire vergoeding COA inzake opvang € 3.900.000 Voor de tussenvoorziening aan de Laan van Decima voor de opvang van statushouders en de crisisnoodopvang in de Beijneshal voor de opvang van asielzoekers geldt dat de Gemeente Haarlem de kosten voorfinanciert en deze vervolgens declareert bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). In 2023 heeft deze declaratie bij het COA op basis van een forfaitaire vergoeding plaatsgevonden. De daadwerkelijke kosten liggen echter lager dan de vergoeding ontvangen van het COA op basis van de forfaitaire vergoeding, waardoor er sprake is van een overschot van circa € 3.900.000. Haarlem spant zich in om opvang te bieden aan vluchtelingen. Actueel zijn dat vooral asielzoekers en ontheemden uit Oekraïne. Vaak worden de kosten voor deze opvangt gedekt door de rijksoverheid. Niettemin vloeien er regelmatig financiële risico’s voort uit de opvang van vele honderden vluchtelingen in Haarlem.

Dat kan gaan om risico’s die direct voortvloeien uit de opvang, maar ook om indirecte kostenposten waarbij kan worden gedacht aan de noodzaak om aanvullende psychosociale hulpverlening in te zetten, aanvullende inzet van onderwijs of ondersteuning te bieden of anderszins onvoorziene uitgaven te financieren zoals bijvoorbeeld kosten die te maken hebben met het onderzoeken van nieuwe locaties. Om die reden wordt voorgesteld om het positieve saldo uit de Jaarrekening 2023 voorlopig te beklemmen in de algemene reserve.

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

34

1.3 Versterkers Duurzaam Doen In oktober 2021 zijn de Versterkers Duurzaam doen: incidentele impuls voor 2021 t/m 2023 (2021/483988) vastgesteld in de raad. Aanleiding voor de versterkers waren de incidentele voordelen voor de jaren 2020 en 2021 naar aanleiding van de Meicirculaire 2021. De Versterkers Duurzaam Doen zijn besteed in de jaren 2021, 2022 en 2023. Deze jaarrekening is dan ook het laatste P&C product waarin er verantwoord wordt op de besteding van de versterkers. Er wordt hier enkel verantwoord op versterkers waar in 2023 budget voor was. Voor het grootste deel van de versterkers (78%) geldt dat het budget in 2021 en 2022 is besteed, toelichting hierop is in de Jaarstukken 2021 (paragraaf 1.4 Versterkers Duurzaam Doen) en Jaarstukken 2022 (paragraaf 1.4 Versterkers Duurzaam Doen) te vinden. Er was een budget van € 2.330.000 voor de Versterkers Duurzaam Doen 2023. Dit is exclusief de versterker Erfgoeddeal*. Van het budget voor 2023 is € 2.203.000 daadwerkelijk besteed, oftewel maar liefst 95%. Bijvoorbeeld binnen het Sociaal domein aan onderhoud en uitbreiding van speeltuinen en trajectbegeleiding van economisch daklozen. Binnen het Fysiek domein is onder andere het versnellen van het actieplan Schone Energie en het geven van een extra impuls aan groeninitiatieven gedaan van deze middelen.

En in het cluster Burger en Bestuur is er extra ingezet op veiligheid door het inhuren van medewerkers ten behoeve van integrale handhaving. Voor de overige € 127.000 wordt voor € 75.000 voorgesteld deze te laten vrijvallen in het rekeningresultaat. De resterende € 62.000 wordt toegevoegd aan de reserve Beheer openbare ruimte. Op deze wijze worden niet besteedde onderhoudsgelden geëgaliseerd. Bij het vaststellen van de nota Reserves en voorzieningen (2021/608291) is het principebesluit genomen om bij vertraging in het onderhoudsprogramma de hiervoor benodigde budgetten naar het volgende boekjaar door te schuiven. * De versterker Erfgoeddeal maakt onderdeel uit van Buurtbaken. In 2022 was er een budget van € 315.000 beschikbaar gesteld vanuit de budgetten voor Versterkers Duurzaam Doen. Tevens was er € 421.000 beschikbaar gesteld vanuit de meicirculaire 2022. In 2022 heeft de uitvoering vertraging opgelopen. Toen is er € 650.000 overgeheveld naar Buurtbaken (geen versterker, maar project met hetzelfde doel). De resterende € 40.000 is vrijgevallen in het rekeningresultaat 2022. In 2023 is er aan het budget voor Buurtbaken tevens een bijdrage toegevoegd vanuit de verdeling van incidentele middelen (bij de Kadernota 2024). Om die reden wordt de besteding hiervan vanaf nu gemonitord binnen de Besteding Incidentele Middelen Kadernota 2024.

In de Bestuursrapportage 2023 is aangekondigd dat het budget in 2023 ook niet besteed wordt en is budgetoverheveling voor Buurtbaken naar 2024 toegekend bij vaststelling van de Bestuursrapportage. In bijlage 6.13 Besteding Versterkers Duurzaam Doen is per versterker het budget en de realisatie in 2023 opgenomen met een toelichting indien de uitvoering niet (volledig) heeft plaatsgevonden.

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

35

1.4 Besteding incidentele beleidsvoorstellen Bij de Kadernota 2024 zijn er 41 voorstellen en intensiveringen opgenomen, verspreid over de vier domeinen. Sommige middelen waren echter al vanaf 2023 beschikbaar gesteld. Deze voorstellen zijn in bijlage 6.12 Besteding incidentele middelen Kadernota 2024 opgenomen met een toelichting indien de uitvoering niet (volledig) heeft plaatsgevonden. Voorstellen waarvoor budgetten vanaf 2024 zijn toegewezen zijn in dit overzicht niet meegenomen waardoor het aantal is gereduceerd naar 25 voorstellen. In de Kadernota 2024 is er € 12,8 miljoen beschikbaar gesteld voor voorstellen in 2023. Hiervan is ruim € 5 miljoen gerealiseerd in 2023. Het realisatiepercentage komt daardoor uit op 44%. Enkele voorbeelden van gerealiseerde voorstellen binnen het Fysiek domein zijn onder meer het gebruik van incidentele middelen om overbodige verharding te ‘ontstenen’ aan onder andere de Leidsevaart en het Pretoriaplein. Tevens zijn de eerste stappen gezet om kerken een nieuwe (neven)functie te geven en om maatschappelijke organisaties een centrale plek in de wijken te geven. In het Sociaal domein zijn er onder andere incidentele middelen besteed voor de verbouwing van een pand ter huisvesting van kwetsbare jongeren en om de overlast bij parkeergarage Raaks aan te pakken.

Binnen het domein Burger en Bestuur zijn er middelen besteed ten behoeve van het aanpakken van dealende jeugd en (verdere) professionalisering van veiligheid en handhaving. Dit betekent dat er € 7,2 miljoen niet is gerealiseerd. Bij de Bestuursrapportage 2023 is hiervan ca. € 1,1 miljoen overgeheveld naar volgende jaren. In de Decemberrapportage 2023 is het voorstel m.b.t. huisvesting huisartsen van € 100.000 vrijgevallen. Hierdoor is het niet-bestede bedrag ongeveer € 5,9 miljoen. In het Investeringsplan is een storting van € 4,75 miljoen geraamd aan de reserve kapitaallasten voor een depot voor het Frans Hals Museum (FHM), Noord-Hollands Archief en Archeologie. Daarnaast is er € 250.000 begroot voor vervolgonderzoeken, o.a. voor het FHM. Het IP bedrag van € 4,75 miljoen wordt, conform het IP in de Kadernota 2024, in 2026 uitgegeven. Daarom is het IP bedrag van € 4,75 miljoen gecorrigeerd. Na aftrek van dit IP bedrag is het saldo aan niet-gerealiseerde voorstellen € 1,17 miljoen. Het realisatiepercentage na correctie komt daardoor uit op 91%. Van de € 1,17 miljoen wordt ca. € 1 miljoen als resultaatbestemming aangevraagd en wordt voorgesteld om € 171.000 vrij te laten vrijvallen in het rekeningresultaat.

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

36

1.5 Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn gelden die de gemeente vrij kan besteden met inachtneming van wet- en regelgeving. Deze gelden zijn voornamelijk afkomstig uit de algemene uitkering en belastingen. In de tabel hieronder zijn de algemene dekkingsmiddelen gespecificeerd.

Naheffing parkeren

Begroting 2023 Rekening 2023 gewijzigd 1.858 1.882 1.933

Parkeerbelasting

11.394

13.043

13.197

Parkeeropbrengst Schalkwijk

278

549

474

Precariobelasting overig

666

637

765

14.196

16.112 1

16.369

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Beleidsveld 43 Aantrekkelijke leefomgeving Precariobelasting overig

Rekening 2022

Beleidsveld 45 Overige beheertaken Precariobelasting overig

595

1 500

475

Beleidsveld 63 Hondenbelasting

595 607

500 629

475 624

OZB niet woningen eigenaren

11.814

12.649

12.781

OZB niet woningen gebruikers

8.308

8.867

9.070

OZB woningen

25.753

26.708

26.716

Precariobelasting overig

434

890

687

Reclamebelasting Cronjéstraat

58

80

78

Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting

57

76

55

2.258

2.640

2.829

49.291 414.429

52.539 415.395

52.840 419.546

1.195

922

922

200

402

451

415.824 479.905

416.719 485.872

420.919 490.603

Openbare orde en veiligheid

Toeristenbelasting Beleidsveld 71 Lokale belastingen & heffingen Algemene uitkering Beleggingen Financieringsfunctie Beleidsveld Totaal

72

Algemene dekkingsmiddelen

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

37

1.6 Taakstellingen In (eerdere) programmabegrotingen is een beperkt aantal taakstellingen opgenomen. Voor de taakstellingen 2023 geldt dat deze zijn ingevuld door verlaging van uitgaven op het desbetreffende programma. Er zijn derhalve geen bezuinigingen in 2023 die niet zijn gerealiseerd. Alleen voor SpaarneWerkt is er een kanttekening te maken. SpaarneWerkt stelt jaarlijks een realistische begroting op, waarbij al rekening wordt gehouden met de toename van de WSW-bijdrage van het Rijk (loon- en prijseffecten). De gemeentelijke begroting is gebaseerd op de laatst bekende circulaire van het Rijk. Daardoor is de begroting SpaarneWerkt hoger dan de gemeentelijke ramingen. Het verschil wordt opgenomen als taakstelling, bij elke circulaire wordt een hogere rijksbijdrage WSW verrekend met deze taakstelling (de begroting SpaarneWerkt verandert niet), waardoor de taakstelling steeds verder wordt verlaagd. In 2023 is de begrotingswijziging niet goed verwerkt, waardoor er nu een taakstelling/overschrijding van € 583.000 op beleidsveld Werk resteert en in programma 7 een onderschrijding is veroorzaakt ter hoogte van hetzelfde begrote bedrag.

1.7 Investeringen In dit jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de realisatie van investeringen in 2023 in relatie tot de verwachte investeringen en de beschikbare kredieten. Verwachte en gerealiseerde investeringen 2023 De jaarschijf 2023 is voor het laatst geactualiseerd bij het vaststellen van de Programmabegroting 2024. Bij deze actualisatie is de jaarschijf vastgesteld op € 71 miljoen. Uiteindelijk is € 62,1 miljoen gerealiseerd (88%). In de Programmabegroting 2023-2027 waren de investeringen oorspronkelijk begroot op € 79 miljoen, ten opzichte hiervan komt de realisatie van € 62,1 miljoen neer op 79%. De € 62 miljoen aan netto uitgaven is het saldo van € 72 miljoen aan uitgaven waar € 10 miljoen aan inkomsten of bijdragen van derden tegenover staan. Een netto besteding van € 62 miljoen is hoger dan de netto besteding van vorig jaar (€ 55 miljoen). De hogere netto besteding wordt volledig veroorzaakt door de hogere bruto uitgaven. Deze waren € 10 miljoen hoger dan een jaar eerder. Ook de bijdragen van derden waren afgelopen jaar € 3 miljoen hoger dan het voorgaande jaar, maar vanwege de sterke stijging van de uitgaven is netto nog steeds sprake van een toename. Over 2023 is met de investeringen ten opzichte van de laatst vastgestelde jaarsnede een realisatiepercentage van 88% gerealiseerd. Realisatiepercentage investeringen per programma Programma 1.

Maatschappelijke participatie 2. Ondersteuning en Zorg 4. Aantrekkelijke woon-werkstad 5. Gezonde en duurzame stad 6. Burger, bestuur en veiligheid 7. Algemene dekkingsmiddelen en overhead Eindtotaal

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

IP 2023 (PB23)

IP 2023 (PB24)

Realisatie Percentage Percentage 2023 tov PB23 tov PB24

26.788 1.823 5.122 40.813 100 4.327 78.973

17.913 2.298 40.809 6.405 250 3.310

14.672 4.103 35.658 6.765 120 778

55% 225% 694% 17% 120% 24%

82% 179% 87% 106% 48% 24%

70.985

62.096

79%

87%

38

De Programmabegroting 2023-2027 is opgesteld in de oude programma structuur. In de nieuwe indeling zijn veel van de investeringen uit programma 5 in programma 4 terecht gekomen. De percentages voor programma 4 en 5 ten opzichte van Programmabegroting 2023-2027 zijn daarom nietszeggend. Op het totaal en het totale bestedingspercentage is dit niet van invloed.

Beschikbare kredieten Ultimo 2023 is er nog voor € 123 miljoen aan restant kredieten. Van de op dat moment vrijgegeven kredieten van € 298 miljoen is € 175 miljoen tot en met 2023 uitgegeven. Openstaande en af te sluiten kredieten Kredieten kunnen worden afgesloten wanneer de investering is uitgevoerd of wanneer de kredieten niet langer nodig zijn. De volgende investeringen zijn afgerond, waardoor de kredieten per eind 2023 worden afgesloten. Onderwerp Permanente huisvesting ISH Slachthuisterrein popcentrum Beatrixplein voorbereiding Grex Poelpolder aankoop grond Sporthal Sportweg Sporthal Sportweg (bijdrage derden) Raaks fietsparkeergarage Rijksstraatweg fietspad Stationsplein fietsparkeerplekken Stationsplein fietsparkeerpl. (subsidie) Spaarne walmuur Spaarne walmuur (subsidie) Totaal

Kredietbedrag 2.039 4.300 265 100 11.115 -705 1.700 3.600 208 -83 4.130 0 26.669

Totale uitgaven 2.024 4.273 265 101 11.008 -910 1.578 3.010 187 -68 3.548 -7 25.009

Restant krediet 15 27 0 -1 107 205 122 590 21 -15 582 7 1.660

De lagere uitgaven ten opzichte van de verleende kredieten leiden tot minder kapitaallasten dan was begroot. Dit wordt verwerkt in de Kadernota 2025. Prog nr 1 2 4 5 6 7

Programma

Krediet

Realisatie t/m 2022

Realisatie 2023

Restant krediet

Maatschappelijke participatie Ondersteuning en Zorg Aantrekkelijke woon-werkstad Gezonde en duurzame stad Burger, bestuur en veiligheid Algemene dekkingsmiddelen

76.525 12.680 165.046 38.090 550 5.225

23.176 711 68.465 21.007 0 0

14.672 4.103 35.658 6.765 120 778

38.678 7.866 60.924 10.318 430 4.447

Totaal

298.116

113.358

62.095

122.663

De beschikbare kredieten betreffen de kredieten exclusief de geraamde inkomsten die, afhankelijk van hun status, zijn vrijgegeven door college of raad. In bijlage 6.6 van deze jaarrekening is een nadere specificatie hiervan opgenomen. In paragraaf 4.7 begrotingsrechtmatigheid van deze jaarrekening worden eventueel overschrijdingen van kredieten nader toegelicht.

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

39

1.8 Onderzoeken vanuit verordening artikel 213a Zoals door de raad is vastgesteld in de Verordening Gemeentewet art.213a voert het college jaarlijks 213a-onderzoeken uit. Dit zijn onderzoeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het door het college gevoerde bestuur. In de begroting geeft het college aan welke onderwerpen zij voornemens is te onderzoeken, bij afronding van het onderzoek wordt de commissie Bestuur over de uitkomsten geïnformeerd. De actuele stand van zaken hiervan is als volgt: • Minimabeleid (2023): het onderzoek is in de uitvoering vertraagd. Om zorgvuldig om te gaan met persoonsgegevens waren nadere afspraken noodzakelijk. Oplevering van het onderzoeksrapport zal voor het zomerreces plaatsvinden. • Onderwijshuisvesting (2023): tot op heden is het nog niet gelukt om een geschikte partij te vinden. De gemeente is in gesprek met verschillende partijen om te zien of fasering van het onderzoek mogelijk is. • Duurzaamheidsdoelstellingen (2023): gedurende de tweede helft van 2023 is het onderzoeksrapport (2023/1494442) opgeleverd en in de commissie behandeld. • Evaluatie Privacybeleid (2022): dit onderzoeksrapport (2024/338830) is begin 2024 afgerond, van bestuurlijke reactie voorzien en aan de raad aangeboden.

• Realiseren van begrote investeringsambities (2022): gedurende de tweede helft van 2023 is het onderzoeksrapport (2023/1130494) opgeleverd en in de commissie behandeld.

1.9 Interbestuurlijk toezicht Invulling interbestuurlijk toezicht (IBT) door de provincie De provincie houdt toezicht op de volgende medebewindstaken voor Haarlem. 1. Omgevingsrecht; 2. Archiefbeheer (vastgelegd in de provinciale informatieverordening). Ad 1 Omgevingsrecht De provincie heeft over de processen op toezicht- en handhaving binnen dit kader over 2023 aangegeven dat Haarlem haar taken op de onderzochte punten in het brede palet van het omgevingsrecht gemiddeld goed uitvoert. Als verbeterpunten zijn aangegeven het ontbreken van een evaluatie van het VTH-beleid en het voorafgaand aan een kalenderjaar vaststellen van het uitvoeringsprogramma. In 2024 worden deze verbeterpunten opgepakt. Ad 2 Archiefwet De uitvoering van het informatie- en archiefbeheer verloopt conform de gemaakte afspraken met de toezichthouder en archiefinspectie. In voorgaande jaren is de uitvoering van de taken die voortvloeien uit de Archiefwet- en regelgeving als adequaat beoordeeld. Door interne prioritering is er vanuit IBT over het jaar 2021-2022 geen beoordelingsbrief door de provincie gestuurd. Het oordeel van de provincie over 2021-2022 met een doorkijk naar 2023, is dat Haarlem nog steeds goed presteert. Financieel Het Gemeenschappelijk financieel toezichtskader 2020 (GTK 2020) vormt het kader voor het financieel toezicht van de provincie op de gemeente.

Het GTK 2020 heeft onder meer als uitgangspunt geformuleerd dat goed toezicht alleen in dialoog kan worden uitgevoerd. Het gaat om een constructieve dialoog waarin betrokken partijen met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheid elkaar aanspreken en kritisch bevragen. In de praktijk betekent dit dat er Jaarverslag en Jaarrekening 2023

40

ambtelijk minimaal twee keer per jaar een overleg plaatsvindt over de financiële positie en de ontwikkeling daarvan. Op bestuurlijk niveau vindt overleg plaats indien een van de betrokken partijen daar aanleiding voor heeft. Voor 2023 (meest recente informatie) heeft de provincie aangegeven geen aanleiding te zien het toezicht aan te scherpen en het repressieve toezicht te handhaven. Online Verder publiceert Noord Holland zelf over de uitkomsten van het toezicht. Op een interactieve kaart kan op elke Noord Hollandse gemeenten geklikt worden en komt de informatie beschikbaar en kan Haarlem zich ook vergelijken met andere gemeenten in Nood-Holland.

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

41

1.10 Duurzaamheidsverslag CO2 uitstoot verantwoording In 2023 is voor de derde keer de Haarlemse duurzaamheidsbegroting opgeleverd. Er is gekozen voor een duurzaamheidsbegroting en -verantwoording waarin effecten van beleid en maatregelen gemonitord kunnen worden. In eerste instantie is de duurzaamheidsbegroting gericht op de klimaatdoelstelling ‘reductie van CO₂-uitstoot’. In de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting wordt stapsgewijs de duurzaamheidsbegroting verrijkt met doelstellingen in het kader van onder andere circulariteit, klimaatbestendigheid en brede welvaart. Het uitgangspunt van de duurzaamheidsbegroting is dat er wordt aangesloten op landelijke doelstellingen, regelgeving en metingen. Met de duurzaamheidsbegroting wil de gemeente bijdragen aan een effectief en efficiënt klimaatbeleid. In de Programmabegroting 2024-2028 zijn de jaarlijkse CO₂-reductie doelstellingen gepresenteerd. In voorliggend jaarverslag wordt inzicht gegeven in de gerealiseerde CO₂ uitstoot tot en met 2022 ten opzichte van de doelstelling voor het jaar 2022. Recentere cijfer zijn nog niet beschikbaar; het beschikbaar komen van data over CO₂-emissies loopt ongeveer één achter op het huidige jaar. Aardgasvrij 2040: verantwoording realisatie t.o.v.

doelstellingen CO₂-uitstoot t/m 2022 De CO₂ reductie doelstelling voor Haarlem is het reduceren van 60% van de CO₂-uitstoot in 2030 ten opzichte van 2017, waarbij wordt gestreefd naar 65% om eventuele tegenvallers op te vangen. Met het actualiseren van de Routekaart Duurzaamheid begin 2023 (2022/1782261) zijn de doelstelling in 2030 en de jaarlijkse tussendoelstellingen vastgesteld. In de Programmabegroting 2024-2028 zijn de doelstellingen uit de geactualiseerde Routekaart (2022/1782261) gepresenteerd, in dit jaarverslag zal er verantwoord worden over de realisatie CO₂-uitstoot ten opzichte van deze doelstellingen.

Technische informatie De peildatum voor de gegevens is: 16 februari 2024 De gebruikte data zijn afkomstig uit de Regionale Klimaatmonitor. In de Regionale Klimaatmonitor wordt veel informatie gepubliceerd over het historische energiegebruik en CO₂-uitstoot voor provincies en gemeente. De informatie in de Klimaatmonitor is nuttig omdat het als datafundament kan fungeren om beleid mee te ontwerpen en evalueren. Het voordeel van het gebruik van de informatie uit de Klimaatmonitor is dat zo aansluiting kan worden gezocht bij (inter)nationale afspraken. Niet alle gegevens zijn compleet voor de gepresenteerde jaren, hierdoor zijn er op onderdelen berekeningen gemaakt op basis van trends of is het gemiddelde genomen van omliggende jaren. De gegevens van gasverbruik zijn temperatuur gecorrigeerd, waardoor er geen schommelingen zijn door bijvoorbeeld een milde of juist koude winter. Duiding CO₂-uitstoot De afname van CO₂-uitstoot wordt uitgedrukt in kilogram of ton (1.000 kilogram) Ter illustratie: 1 ton CO₂ is de uitstoot van ongeveer 6.000 kilometer rijden in een dieselauto. De CO₂ opslag van alle bomen in Haarlem, conform I-tree met 2.371.000 kg CO₂ opslag per jaar, compenseert ongeveer 0,4% van de CO₂-uitstoot per jaar uitgaande van basisjaar 2017.

Onderstaande tabel presenteert de CO₂-uitstoot voor de periode 2017 tot en met 2022. In de laatste kolom wordt de doelstelling voor het jaar 2022 weergegeven. Per transitiepad zal in de volgende pagina’s een nadere duiding van de CO₂-uitstoot gegeven worden.

Jaarverslag en Jaarrekening 2023

42

161 33%

2022 Resultaat 144 32%

2022 Doel 160

69 14%

72 15%

61 14%

82

107 19%

82 17%

83 17%

87 19%

112

210 37% 561

164 35% 475

174 35% 490

154 35% 445

204

2017

2018

2019

2020

2021

Wonen % wonen van totaal

163 27%

163 27%

164 29%

160 34%

Werken % werken van totaal

86 14%

85 14%

79 14%

Mobiliteit % mobiliteit van totaal

112 18%

109 18%

Elektriciteit & Opwek % Elektriciteit & Opwek van totaal Totale CO₂ uitstoot

251 41% 612

244 40% 602

558

De jaarlijkse CO₂-uitstoot in Haarlem is in 2022 ten opzichte van 2017 27% gereduceerd en daarmee 167 kton lager dan in 2017. Ten opzichte van het tussendoel van 2022 is de CO₂-uitstoot in 2022 ruim 100 kton lager. Voor de helft komt dat doordat de elektriciteit uit het net veel schoner (lagere emissiefactor) is dan verwacht en dat ook het verbruik lager is. De CO₂-uitstoot door Mobiliteit is sinds corona (jaar 2020) flink gedaald en dat lijkt wat te stijgen, maar wel onder het niveau van voor corona te blijven. Pas in 2022 is een sterke daling te zien in het (temperatuur gecorrigeerde) gasverbruik. De hoge gasprijs is hier van grote invloed op geweest. Daarnaast onderneemt de gemeente hier activiteiten op die leiden tot een daling. De onderstaande tabel laat zien dat de daling van CO₂-uitstoot door aardgas en elektriciteit voor circa 67% te verklaren is door een dalende CO₂-emissiefactor voor elektriciteit, en voor circa 32% door een lager energieverbruik volledig bestaande uit lager gasverbruik. Met andere woorden, in recente jaren is de daling van CO₂-uitstoot grotendeels toe te schrijven aan het feit dat elektriciteit steeds schoner wordt geproduceerd, en in minder mate toe te schrijven is aan lager aardgasgebruik. Verklaring verschil uitstoot aardgas en electriciteit 2022 tov 2017 Aardgas Electriciteit

Energieverbruik

CO₂-emissiefactor

-33% 1%

0% -67%

Wonen Het transitiepad Wonen omvat het aardgas- en warmteverbruik van woningen.

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verschil tov 2017

Huurwoningen aardgas (in kton CO₂)

67

66

66

64

64

57

-15%

Gasverbruik per huurwoning (in m3)

1086

1067

1058

1003

983

872

-20%

Koopwoningen aardgas (in kton CO₂)

95

97

97

95

96

86

-9%

Gasverbruik per koopwoning (in m3)

1366

1367

1355

1321

1325

1178

-14%

Transitiepad Wonen

Woningen warmte (in kton CO₂) Totale CO₂-uitstoot Wonen

1

1

1

1

1

1

0%

163

163

164

160

161

144

-12%

De CO₂-uitstoot door gasverbruik in woningen is met 12% gedaald ten opzichte van 2017. Daar waar deze voor 2021 een langzame daling had ingezet is deze in 2022 aanzienlijk gedaald. Het gemiddeld Jaarverslag en Jaarrekening 2023

43

gasverbruik per huurwoning is met 20% het meest gedaald. Met name de hoge gasprijs speelt een rol bij het lagere verbruik. Daarnaast nemen zowel particuliere eigenaren als woningcorporaties acties om te isoleren. Op basis van de trendlijn bij Wonen van de CO₂-reductie en de gegevens over isolatiesubsidies bestaat de ingeschatte daling voor de helft uit genomen structurele energiebesparende maatregelen en dus de andere helft uit ander stookgedrag. Woningcorporaties maken bij renovatieprojecten op complexniveau de isolatie op orde. Bij een aantal complexen, waar de komende jaren geen renovatie wordt toegepast, wordt de woning bij mutatie geïsoleerd. Particuliere eigenaren hebben in 2021 en 2022 voor een totaal van 65.000 m2 isolatie aan laten brengen in hun huis. Een doorkijk naar 2023 leert dat het aantal m2 isolatie hoger zal zijn dan in 2022. Tussen 2017 en 2030 moeten 20.000 particuliere woningeigenaren hun woning isoleren tot de standaard isolatie die nodig is om aardgasvrij te worden. Dit is een subdoel uit de Routekaart voor particuliere woningen. Het aantal woningen dat moet worden geïsoleerd moet worden opgeschaald om dat te bereiken. Werken Het transitiepad Werken omvat het aardgas- en warmteverbruik van utiliteitsbouw, industrie en landbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14301388/2