CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslag 2025 commissie bezwaarschriften

commissie Bestuur 11 juni 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Behandeling van bezwaarschriften 2025 en Jaarverslag commissie bezwaarschriften 20257.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag 2025 Commissie voor de behandeling van bezwaarschriften

Vastgesteld door de commissie voor de bezwaarschriften: 24 maart 2026

Jaarverslag 2025

SAMENVATTING Dit jaarverslag gaat over de behandeling van de bezwaarschriften in 2025 tegen besluiten van bestuursorganen van de gemeente Haarlem. Hieronder een korte samenvatting van het verslag. In 2025 zijn 1.108 bezwaarschriften afgehandeld. De instroom steeg mede door bulkzaken, waaronder 112 bezwaren tegen één besluit inzake tijdelijke opvang asielzoekers en 30 bezwaren over ondergrondse containers. De werkvoorraad nam licht toe tot 525 zaken. Het college nam in acht gevallen een (deels) contrair besluit; de burgemeester in twee gevallen. 57% van de bezwaarschriften werd binnen de wettelijke termijn afgehandeld; gecorrigeerd voor de bulk van bezwaren inzake de tijdelijke opvang van asielzoekers betreft dit 63%. De overschrijding van termijnen werd onder andere veroorzaakt door het vertrek van drie secretarissen en de afhandeling van een grote hoeveelheid oudere zaken. Daarnaast neemt de complexiteit van de zaken, met name bij omgevingsvergunningen, toe. De gemeente verbeurde in 2025 52 dwangsommen, met een totaalbedrag van € 47.627. De commissie adviseert om: 1. Artikel 39.1.3 van het bestemmingsplan ‘Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem’ buiten toepassing te laten. 2. Bij besluiten op grond van de Participatiewet de volledige onderliggende berekeningen mee te sturen, zowel bij terugvorderingen als bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand.

3. In alle primaire besluiten de juridische grondslag op te nemen waarop het besluit is gebaseerd. 4. In besluiten waarin gebruik wordt gemaakt van een intern of extern advies uitdrukkelijk uitvoering te geven aan de vergewisplicht. 5. De verrichte zoekslag bij Woo-besluiten inzichtelijker te maken. 6. Aanvraag, onderzoek, besluitvorming en uitvoering in het kader van de Wmo niet binnen dezelfde externe organisatie te beleggen. 7. Zorg bij besluiten op aanvragen voor gehandicaptenparkeerkaarten dat het volledig en actueel medisch dossier wordt betrokken bij de beoordeling van deze aanvragen.

2

Jaarverslag 2025 INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .........................................................................................................................4

2

DE COMMISSIE ..................................................................................................................5 2.1 OPDRACHT ................................................................................................................5 2.2 SAMENSTELLING .......................................................................................................5

3

AFGEHANDELDE BEZWAARSCHRIFTEN...............................................................................7 3.1 AANTAL BEZWAARSCHRIFTEN ..................................................................................7 3.2 UITKOMST BEZWAARPROCEDURES ..........................................................................8 3.3 UITKOMST PER ONDERWERP....................................................................................9 3.4 CONTRAIR BESLOTEN..............................................................................................12 3.5 TERMIJN AFDOENING BEZWAARSCHRIFTEN ..........................................................15

4

AFGEHANDELDE BEROEPSSCHRIFTEN ..............................................................................18 4.1 BEROEP ...................................................................................................................18 4.2 HOGER BEROEP.......................................................................................................21

5

TERUGKIJK EN AANBEVELINGEN ......................................................................................24 5.1 TERUGBLIK ..............................................................................................................24 5.2 AANBEVELINGEN.....................................................................................................25

3

Jaarverslag 2025 1

INLEIDING Dit verslag gaat over de afhandeling van alle bezwaarschriften, gericht tegen besluiten van de bestuursorganen van de gemeente Haarlem, in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025, met uitzondering van bezwaarschriften gericht tegen besluiten met betrekking tot heffingen van belastingen en leges. Op grond van artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht moet het bestuursorgaan, bij een ontvankelijk bezwaar, het bestreden besluit volledig heroverwegen. Als deze heroverweging daartoe aanleiding geeft, moet het bestuursorgaan het oorspronkelijke besluit herroepen en – indien nodig – een nieuw besluit nemen. De bedoeling van de wetgever is de bezwaarprocedure zo veel mogelijk een informele procedure te laten zijn, die wordt benut om een conflict op te lossen en een procedure bij de rechter te voorkomen. De wetgever heeft bestuursorganen veel vrijheid gegeven bij de inrichting van de bezwaarprocedure. Bestuursorganen zijn vrij om voorafgaand aan, of gedurende de bezwaarprocedure interventies toe te passen die zijn gericht op het bereiken van overeenstemming met een bezwaarmaker. Met de Verordening op de behandeling van bezwaarschriften is geregeld hoe bezwaarschriften worden behandeld door de commissie. Daarnaast is ruimte gegeven voor een informele behandeling van bezwaarschriften.

Bij de informele behandeling wordt door de secretaris getracht om, in overleg met de indiener van het bezwaarschrift, een oplossing te bereiken. Om deze informele behandeling structureel toe te passen bij sociaal domeinzaken is sinds 2024 een nieuwe werkwijze ingevoerd, de zogeheten Passende aanpak van bezwaren. Als blijkt dat een advies van de commissie gewenst is, wordt de zaak overgedragen aan de commissie. De commissie is verantwoordelijk voor het horen van belanghebbenden en voor het adviseren over beslissingen op ingediende bezwaarschriften. De commissie brengt een gemotiveerd advies uit aan het betreffende bestuursorgaan. Dit kan de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester zijn. Leeswijzer De feitelijke gegevens over de opdracht en samenstelling van de commissie treft u aan in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 bevat een verslag van de ingekomen bezwaarschriften, de uitkomst van de adviezen van de commissie en de behandelduur van de bezwaarschriften. In hoofdstuk 4 worden de beroepen en hoger beroepen met betrekking tot besluiten op bezwaarschriften waarover de commissie bezwaarschriften advies heeft uitgebracht behandeld. Tot slot worden in hoofdstuk 5 enkele aanbevelingen gedaan.

Voor de bestuursorganen van de gemeente Haarlem kunnen de aanbevelingen van de commissie een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de gemeentelijke besluitvorming.

4

Jaarverslag 2025 2

DE COMMISSIE 2.1

Opdracht

De taak van de adviescommissie is het betrokken bestuursorgaan te adviseren over het op het bezwaar te nemen besluit. Het horen van de bezwaarde is daarbij een belangrijk element. De hoorzittingen vinden zowel fysiek als digitaal plaats. Nadat de hoorzitting heeft plaatsgevonden, brengt de commissie haar advies uit. Het bestuursorgaan neemt een besluit op bezwaar naar aanleiding van dit advies, waarbij het primaire besluit wordt heroverwogen. Er moet in bezwaar niet alleen worden nagegaan of het primaire besluit juridisch houdbaar is (rechtmatigheid), maar ook of het bestuursorgaan de ten tijde van het besluit gemaakte keuze beleidsmatig gezien nog steeds aanvaardbaar acht (doelmatigheid). 2.2

Samenstelling

De commissie bestaat per vergadering uit een voorzitter en twee leden. De commissie wordt ondersteund door een secretaris. Hieronder is de samenstelling van de commissie in 2025 te zien. Commissieleden in 2025 Mevrouw mr. B. Balucu Wouters Mevrouw mr. E.M. van Bennekom De heer mr. A.H.G. Blankenstein Mevrouw mr. C.L. Brinks Mevrouw mr. drs. J.H.L.M. de Dood Mevrouw mr. N. Doran De heer mr. A. van Driel Kluit Mevrouw. mr. S.A. van Dijk De heer mr. A.J. Elbertsen Mevrouw mr. L.M. Greben Mevrouw mr. M.I. Houben Mevrouw dr. J. Jansen Mevrouw mr. M. Kappelhof Mevrouw mr. D. Nazari De heer mr. J.F. Penning de Vries De heer mr. Y. Soffner Mevrouw mr. A. Span De heer mr. dr. A.E. Spiessens (algemeen voorzitter) Mevrouw B.C. Stuifbergen De heer mr. drs. C.M. van der Vlies De heer mr. M.A. Waaning

5

Jaarverslag 2025 De commissie is in 2025 bijgestaan door 15 secretarissen. Secretarissen van de commissie in 2025 De heer mr. T.F. Baars Mevrouw mr. S. Dijkman Dulkes-Wan Mevrouw mr. V.L. Felter De heer mr. M.J. Ferwerda Mevrouw mr. A.V.R. Hagers Mevrouw B. Hoos Mevrouw mr. N.H. de Jager Mevrouw E.S. de Jong Mevrouw B.C. Kanne-van Tongeren De heer mr. M.E. Kapel (algemeen secretaris) Mevrouw mr. S. Liefting Mevrouw mr. M.P. Meurs Mevrouw mr. D. Mohan Mevrouw mr. Y.J.M. Pijnaker De heer R.C.F. de Vos

6

Jaarverslag 2025 3

AFGEHANDELDE BEZWAARSCHRIFTEN 3.1

Aantal bezwaarschriften

2025 begon met een werkvoorraad van 517 openstaande bezwaarschriften. Er werden 1.116 nieuwe bezwaarschriften ingediend en er zijn uiteindelijk 1.108 bezwaarschriften afgehandeld. Dit resulteerde in een eindvoorraad van 525 bezwaarschriften Aantal bezwaarschriften Werkvoorraad 1-1-2025 Ingekomen Afgehandeld Werkvoorraad 31-12-2025

2025 517 1.116 1.108 525

Hieronder een overzicht van de aantallen ingekomen bezwaarschriften van de afgelopen drie jaar.

In 2025 zijn er 232 bezwaarschriften meer ingediend dan in 2024. Het is belangrijk om te vermelden dat in 2025 112 bezwaarschriften voortkwamen uit één besluit over een asielzoekerscentrum. Daarnaast zijn er in 2025 30 bezwaren ingediend tegen het plaatsen van ondergrondse containers. Met betrekking tot 2023 is van belang te vermelden dat 150 bezwaarschriften zijn ingediend tegen één besluit over parkeerregulering. Als we de bulk-zaken niet meetellen, dan is het aantal ingekomen bezwaarschriften de afgelopen drie jaar redelijk stabiel. Het is mogelijk dat er de komende jaren meer bulkzaken komen. Dit omdat er in Haarlem vanaf 2026 stapsgewijs betaald parkeren wordt ingevoerd in zeven wijken

7

Jaarverslag 2025 3.2

Uitkomst bezwaarprocedures

De bezwaarprocedure wordt afgesloten met de beslissing op het bezwaar door het bestuursorgaan of met een intrekking van het bezwaarschrift. In het geval van een beslissing op bezwaar, zijn hierin drie uitkomsten mogelijk: 1. Het in stand laten van het bestreden besluit (eventueel onder aanvulling van de motivering of het wijzigen van de grondslag); 2. Het (gedeeltelijk) herroepen van het bestreden besluit; 3. Het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar. Dit betekent dat het bezwaar niet inhoudelijk wordt behandeld. Hieronder worden de uitkomsten van de bezwaarprocedures in 2025, 2024 en 2023 weergegeven.

Opvallende trend: intrekken van bezwaarschriften In 2025 is 38% (422) van de bezwaarschriften ingetrokken. Dit komt vaak voort uit een informele aanpak van geschillen, waarbij bezwaarschriften worden ingetrokken na uitleg, verduidelijking, of een alternatieve oplossing voor het probleem. (In 72 gevallen is het bezwaar ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of deels tegemoetkwam aan het

8

Jaarverslag 2025 bezwaar). Deze informele aanpak zorgt doorgaans voor snelle en passende oplossingen, waardoor hoorzittingen vaak niet meer nodig zijn en de doorlooptijd wordt verkort. 3.3

Uitkomst per onderwerp

In 2025 zijn er 686 beslissingen op bezwaar genomen, in 2024 waren dat er 593. Hierbij is belangrijk te vermelden dat in 2025 111 beslissingen op bezwaar betrekking hadden op één enkel besluit over een asielzoekerscentrum. Hieronder treft u de uitkomsten van de beslissingen op bezwaar per onderwerp. Besluit per onderwerp 2025 Onderwerp Omgevingsvergunningen Verkeersbesluit Participatiewet Wet maatschappelijke ondersteuning Gehandicaptenparkeerkaart Plaatsing afvalcontainers Handhaving Huisvestingsverordening Parkeervergunningen Algemene plaatselijke verordening vergunning Basisregistratie personen Wet open overheid Ligplaatsvergunning Ontheffing Reglement verkeersregels en verkeerstekens Leerlingenvervoer Planschade Algemene verordening gegevensbescherming Referendum Overig Totaal

Herroepen

In stand

27 11 11 8 3 0 6 1 3

206 56 55 21 30 27 13 17 14

nietontvankelijk 66 22 16 11 3 3 5 2 3

1

7

3

11

0 4 0

5 2 1

3 0 2

8 6 3

0

2

1

3

1 0

0 0

0 1

1 1

0

1

0

1

0 0 76

1 4 462

0 7 148

1 11 686

Totaal 299 89 82 40 36 30 24 20 20

9

Jaarverslag 2025 De volgende zaken zijn de commissie opgevallen. Omgevingsvergunningen Het aantal beslissingen op bezwaar over omgevingsvergunningen blijft de afgelopen jaren duidelijk toenemen. Waar in 2023 nog 195 zaken werden afgehandeld, steeg dit aantal in 2024 naar 246 en in 2025 verder naar 299. De groei in 2025 is te verklaren door bezwaren gericht tegen het realiseren van een tijdelijk asielzoekerscentrum. Het college heeft besloten tijdelijke noodopvang voor asielzoekers te realiseren in een voormalig kantoorpand aan de Meesterlottelaan. Tegen dit besluit zijn 112 bezwaren ingediend (één bezwaar is later ingetrokken en 43 bezwaren waren nietontvankelijk). Tijdens de hoorzitting bleek duidelijk dat bezwaarden ontevreden waren over de manier waarop het proces is verlopen voorafgaand aan de vergunningverlening. Meer over deze bezwaarprocedure bij de paragraaf over contraire besluiten. De commissie heeft bij een bezwaar tegen het weigeren van een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een kantoor tot appartement geoordeeld dat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit niet mag worden getoetst aan het omgevingsplan. Daarnaast is de commissie van oordeel dat bij een functiewijziging naar een op grond van het bestemmingsplan toegestaan gebruik niet mag worden getoetst aan de Nota parkeernormen.

De commissie heeft twee adviezen uitgebracht waarin staat dat artikel 39.1.3 van het bestemmingsplan ‘Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem’ buiten toepassing moet worden gelaten, omdat dit artikel evident in strijd is met artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het bovenstaande leidt ertoe dat het college de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit niet mag toetsen aan artikel 39.1.3 van het bestemmingsplan ‘Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem’. Niet is gebleken dat de bouwplannen in strijd zijn met een andere planregel. Om die reden is de commissie van oordeel dat het college de aanvragen om omgevingsvergunningen voor de omgevingsplanactiviteit ‘afwijken van regels in het omgevingsplan’ ten onrechte op inhoudelijke gronden heeft afgewezen. In plaats daarvan had het college de aanvragen moeten afwijzen, omdat een vergunningplicht ontbreekt. Gehandicaptenparkeerkaarten Ook zijn er meer beslissingen op bezwaar genomen over het afwijzen van gehandicaptenparkeerkaarten. In 2023 betrof het slechts twee zaken, in 2024 waren dat er al vijf en in 2025 zelfs 36. Bij de afwijzing van aanvragen voor gehandicaptenparkeerkaarten wordt de vergewisplicht niet altijd expliciet benoemd.

Omdat het bestuursorgaan verplicht is zich ervan te vergewissen dat het medisch advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, moest dit gebrek in bezwaar worden hersteld. In de beslissing op bezwaar diende daarom alsnog duidelijk te worden gemotiveerd dat het medisch advies is getoetst op zorgvuldigheid, consistentie en begrijpelijkheid, en dat het bestuursorgaan zich daarop heeft mogen baseren. Dit geldt ook van andere besluiten op grond van deskundige adviezen.

10

Jaarverslag 2025

De commissie constateert dat in bezwaar relatief vaak nieuwe of aanvullende medische informatie naar voren komt. Deze informatie blijkt regelmatig niet te zijn betrokken in het medisch advies. Dit leidt tot vertraging en herbeoordeling in bezwaar en benadrukt het belang van een volledig en actueel medisch advies in de primaire fase. Verkeersbesluiten Het aantal bezwaren tegen verkeersbesluiten steeg eveneens fors: van 20 in 2024 naar 89 in 2025. Wijzigingen in verkeerssituaties leiden regelmatig tot discussie en vragen uit de omgeving. De commissie ziet dat burgers hierbij steeds kritischer meekijken naar onderbouwde keuzes en effecten op bereikbaarheid en leefbaarheid. Plaatsen van afvalcontainers In 2024 werden drie uitspraken op bezwaar genomen over het plaatsen van afvalcontainers; in 2025 liep dit aantal op tot 30. Deze hebben allen betrekking op hetzelfde besluit. Wet open overheid In tegenstelling tot bovenstaande onderwerpen nam het aantal beslissingen op bezwaar over de Wet open overheid juist af. In 2024 ging het om 27 zaken, terwijl in 2025 slechts zes bezwaren hoefden te worden behandeld. Deze daling kan erop wijzen dat de informatievoorziening door de gemeente verbetert, waardoor minder vaak bezwaar nodig is. Bij meerdere Woo-bezwaren heeft de commissie geoordeeld dat de verrichte zoekslag nog onvoldoende inzichtelijk gemaakt was.

Meestal wordt alleen vermeld welke systemen zijn geraadpleegd. Dat kan beter. Uit jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat een bestuursorgaan het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt. Individuele begeleiding Wmo De commissie heeft bij de afwijzing van een aanvraag voor aanvullende ondersteuning in de vorm van een pgb geconstateerd dat het besluit door een externe partij wordt voorbereid, genomen en uitgevoerd. Deze volledige concentratie van aanvraag, onderzoek, besluitvorming en uitvoering binnen dezelfde organisatie acht de commissie in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en de vereisten rond de vergewisplicht. Participatiewet De commissie adviseert om altijd de onderliggende berekeningen mee te sturen, zowel bij terugvorderingen als bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand. Het ontbreken hiervan leidt tot een motiveringsgebrek dat eenvoudig in de primaire fase kan worden voorkomen.

In bezwaar moest daarnaast geregeld de grondslag van het besluit worden aangepast, bijvoorbeeld wanneer een aanvraag ten onrechte is afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden, maar omdat sprake is van een schuld.

11

Jaarverslag 2025

3.4

Contrair besloten

Het college van Haarlem heeft in 2025 bij 80 bezwaarschriften (deels) contrair besloten aan het advies van de commissie. De burgemeester deed dit bij twee bezwaarschriften. Hierbij dient te worden opgemerkt dat zes bezwaarschriften betrekking hadden op één besluit tot het instellen van tijdelijke verkeersmaatregelen en 68 tegen het realiseren van een tijdelijk asielzoekerscentrum. Als we deze bezwaren elk als één geval tellen, dan was er in tien gevallen (deels) contrair besloten. In 2024 is in totaal in negen gevallen contrair besloten. Hieronder wordende gevallen waarbij (deels) contrair is besloten kort toegelicht. Tijdelijke noodopvang voor asielzoekers Naar aanleiding van 68 bezwaarschriften heeft de commissie geadviseerd om het besluit tot inrichting van een tijdelijke opvang voor asielzoekers in stand te laten, mits de inrichting van het fietsparkeren in de vergunning wordt aangepast en verduidelijkt, of het college nader motiveert waarom er kan worden afgeweken van de eisen opgenomen in het parkeerbeleid. Daarnaast adviseert de commissie de motivering aan te vullen wat betreft de behoefte aan de opvanglocatie in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking en het onderwerp hitte in het kader van de klimaatrisicoanalyse. Tot slot heeft de commissie geadviseerd twee vergunningvoorschriften toe te voegen.

Ten eerste heeft de commissie geadviseerd als voorschrift op te nemen dat conform de huisregels tussen 22:00 en 08:00 uur stilte op het buitenterrein geldt. Dit omdat er in de ruimtelijke onderbouwing bij het besluit nauwelijks is ingegaan op geluid vanuit de opvanglocatie en er geen geluidsrapport beschikbaar is. Ten tweede heeft de commissie geadviseerd als voorschrift op te nemen dat het veiligheidsplan dat voor deze locatie is opgesteld, dient te worden nageleefd, omdat handhaving op deze manier kan worden afgedwongen en omdat het veiligheidsplan uitgebreidere en gedetailleerdere maatregelen omvat dan de ruimtelijke onderbouwing. Met betrekking tot de vergunningvoorschriften heeft het college contrair besloten. Over beide geadviseerde voorschriften is het college van oordeel dat deze in de praktijk slecht uitvoerbaar zijn. Het voorschrift om geluidsoverlast te beperken is volgens het college overbodig, omdat het COA al verantwoordelijk is voor naleving van de huisregels (zoals ook vastgelegd in een bestuursovereenkomst) en handhaving van de openbare orde bovendien al mogelijk is op grond van de Apv. Het college was het met de commissie eens wat betreft het toevoegen van een voorschrift met betrekking tot veiligheid, maar was niet bereid het veiligheidsplan integraal te koppelen aan de vergunning.

Volgens het college kan naleving van het veiligheidsplan al civielrechtelijk worden afgedwongen omdat dit ook is vastgelegd in de bestuursovereenkomst, en is het integraal verbinden van het veiligheidsplan aan de vergunning niet zuiver, omdat het ook zaken regelt die niet ruimtelijk relevant zijn.

12

Jaarverslag 2025 Het weigeren van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van bedrijfsruimte naar woning De commissie is van oordeel dat een besluit tot het weigeren van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van bedrijfsruimte naar woning niet voldoet aan de parkeernormen. In de beslissing op bezwaar legt het college uit dat de commissie naar het oordeel van het college de parkeerbehoefte verkeerd heeft berekend. Ook motiveert het college dat de hardheidsclausule niet wordt toegepast. Tegen de beslissing op bezwaar is beroep ingediend. Ten tijde van het opstellen van het jaarverslag heeft de rechtbank nog geen uitspraak gedaan. Opgelegde voorschriften en beperkingen aan demonstraties Naar aanleiding van twee bezwaarschriften tegen het opleggen van voorschriften en beperkingen aan demonstraties bij een abortuskliniek heeft de commissie geadviseerd om nader te motiveren waarop de reële vrees voor wanordelijkheden is gebaseerd, dan wel het besluit te herroepen. Volgens de commissie is in de besluiten onvoldoende onderbouwd waarom in deze situaties sprake was van een zodanige combinatie van te verwachten ongewenste gedragingen dat kan worden gesproken van een gerede vrees voor wanordelijkheden in de zin van de Wet openbare manifestaties.

Een nadere motivering acht de commissie bovendien noodzakelijk met het oog op mogelijke toekomstige demonstraties van bezwaarde bij de abortuskliniek. De burgemeester is echter van mening dat de besluiten voldoende zijn gemotiveerd. Het demonstreren direct voor de ingang van de abortuskliniek om vrouwen op indringende wijze en herhaaldelijk aan te spreken op het ondergaan van een uiterst persoonlijke medische ingreep als het afbreken van een zwangerschap, hindert deze vrouwen rechtstreeks in het ongestoord gebruik maken van hun rechten uit de Wet afbreking zwangerschap. Deze specifieke vorm van hinderlijk gedrag kan volgens de burgemeester worden gekwalificeerd als een wanordelijkheid. Tegen de beslissingen op bezwaar is beroep ingesteld. De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard omdat de griffierechten niet zijn betaald. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in een vergelijkbare zaak uitspraak gedaan. Meer daarover in hoofdstuk vier. Wijziging maatwerkvoorziening persoonsgebonden budget De commissie oordeelt inzake een bezwaar tegen een besluit tot wijziging van een maatwerkvoorziening dat onvoldoende is gemotiveerd dat bezwaarde zijn problemen kan oplossen met eigen kracht, een algemeen gebruikelijke voorziening, gebruikelijke hulp, mantelzorg of ondersteuning uit zijn sociale netwerk, noch met gebruikmaking van algemene voorzieningen.

Ook de onderbouwing van de daarvoor geboden overgangstermijn schiet tekort. Daarmee is de omzetting van een maatwerkvoorziening voor onbepaalde tijd naar een voorziening voor bepaalde tijd niet zorgvuldig onderzocht en onvoldoende gemotiveerd. Het is niet duidelijk waarom het college – toegespitst op de situatie en omstandigheden van bezwaarde – heeft geconcludeerd dat een overgangstermijn van zes maanden afdoende zou zijn.

13

Jaarverslag 2025 Het college blijft bij het standpunt dat het besluit conform het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep tot stand is gekomen en dat het mocht steunen op het verrichte onderzoek. Tijdens de behandeling van het bezwaarschrift is de indicatie tweemaal verlengd. Tegen de beslissing op bezwaar is beroep ingediend. Ten tijde van het opstellen van het jaarverslag heeft de rechtbank nog geen uitspraak gedaan. Tijdelijke verkeersmaatregelen Naar aanleiding van zes bezwaarschriften tegen het instellen van diverse verkeersmaatregelen heeft de commissie geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gekozen variant noodzakelijk is om gedurende de tijdelijke periode van één jaar een verkeersveilige en overzichtelijke situatie te waarborgen. Volgens de commissie moet het bestreden besluit daarom worden herroepen wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Het college heeft het besluit vervolgens — onder aanvulling van de motivering — in stand gelaten. Het weigeren van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een dakkapel. De commissie is van oordeel dat een besluit tot het weigeren van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een dakkapel in strijd is met het motiveringsen gelijkheidsbeginsel en adviseert daarom het bestreden besluit te herroepen.

Het college heeft het besluit echter — met aanvulling van de motivering — in stand gelaten. Bezwaarde heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De rechtbank heeft dit beroep niet‑ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is voldaan. Het opleggen van een last onder dwangsom wegens bedrijfsmatige prostitutie De commissie is van oordeel dat het college terecht een last onder dwangsom heeft opgelegd wegens bedrijfsmatige prostitutie. Na het nemen van het besluit hebben zich echter feiten en omstandigheden voorgedaan waardoor geen gevaar meer bestaat voor herhaling van de overtreding. Hierdoor is het college naar het oordeel van de commissie thans niet langer bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen. De commissie adviseert daarom het bestreden besluit te herroepen. Het college heeft het besluit desondanks in stand gelaten. Volgens het college moet worden beoordeeld (1) of de last onder dwangsom terecht is opgelegd en (2) of de nieuwe feiten en omstandigheden aanleiding zouden hebben gevormd om — indien deze zich al bij het oorspronkelijke besluit hadden voorgedaan — tot een andere beslissing te komen. Anders dan de commissie meent, beantwoordt het college deze vragen ontkennend. Tegen de beslissing op bezwaar is beroep ingesteld. Ten tijde van het opstellen van het jaarverslag had de rechtbank hierover nog geen uitspraak gedaan.

14

Jaarverslag 2025 Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het slopen van een pand en het bouwen van een kantoorgebouw Het college heeft geconstateerd dat twee bezwaarden inmiddels zijn verhuisd en derhalve geen gevolgen van enige betekenis meer ondervinden. De bezwaren zijn daarom in afwijking van het advies van de commissie niet-ontvankelijk verklaard. Het opleggen van bestuurlijke boetes voor toeristische verhuur Het college heeft aan twee personen bestuurlijke boetes opgelegd vanwege toeristische verhuur van een woning. De commissie heeft geadviseerd om de bestuurlijke boete aan één van de bezwaarde te herroepen, omdat niet is gebleken dat gesproken kan worden van een dragend bewijs van de overtredingen. Voor de andere bezwaarde adviseert de commissie om per geconstateerde overtreding gemotiveerd een boetebedrag vast te stellen. De commissie heeft geoordeeld dat de tabel behorende bij artikel 4.1.1 van de Huisvestingsverordening in strijd is met artikel 3:4, tweede lid van de Awb en dus onverbindend is. Het is aan de gemeenteraad om een boeteregime voor toeristische verhuur vast te stellen dat recht doet aan het evenredigheidsbeginsel. Daartoe zal de gemeenteraad naar het oordeel van de commissie verdergaand moeten differentiëren. Het college heeft de bestuurlijke boetes in stand gelaten met een aangepaste motivering voor het vaststellen van de boetebedragen.

Tegen de beslissing op bezwaar is beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de boetes verlaagd. Meer hierover in hoofdstuk vier. 3.5

Termijn afdoening bezwaarschriften

De commissie zet zich in om de behandelduur van bezwaarschriften zo kort mogelijk te houden. De termijn waarbinnen op een bezwaarschrift moet worden beslist is 12 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Deze termijn kan met 6 weken worden verdaagd. Indien blijkt dat een bezwaarschrift niet binnen 12 weken kan worden afgehandeld, wordt tegen het einde, en voor afloop, van deze termijn een verdagingsbeslissing verzonden. Verder uitstel is mogelijk indien alle belanghebbenden daarmee instemmen of indien dat nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften. In een dergelijk geval wordt de termijn opgeschort. Daardoor kan de termijn voordat op een bezwaarschrift is besloten langer zijn dan 12 c.q. 18 weken In de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen zijn dwangsommen gesteld op het niet tijdig beslissen (na het verlopen van de wettelijke termijn). De dwangsom is de eerste 14 dagen € 23 per dag, de volgende 14 dagen € 35 per dag en de daaropvolgende dagen € 45 per dag. De dwangsom kan voor ten hoogste 42 dagen worden verbeurd. Wel dient het bestuursorgaan eerst ingebreke te worden gesteld.

De eerste dag waarover de dwangsom is verschuldigd, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen. 15

Jaarverslag 2025 Hieronder een weergave van de bezwaarschriften die binnen de wettelijke termijn zijn behandeld in de jaren 2023, 2024 en 2025.

In 2025 is 57% van de bezwaarschriften binnen de wettelijke termijn afgehandeld, een verbetering ten opzichte van 50% in zowel 2024 als 2023. Een belangrijk punt is dat 111 bezwaarschriften over het asielzoekerscentrum buiten de wettelijke termijn zijn afgehandeld. De commissie heeft daarbij wél tijdig advies uitgebracht. Wanneer deze 111 bezwaarschriften als één bezwaarschrift worden meegeteld, komt het percentage tijdige afhandeling uit op 63%. Het percentage bezwaarschriften dat binnen de wettelijke termijn is afgehandeld stond in 2025 onder druk vanwege het vertrek van een drie secretarissen. Hun werk moest door anderen worden overgenomen. In deze werkvoorraad zat een groot aantal dossier waarvan de beslistermijn al (lang) was overschreden. Het wegwerken van deze achterstanden heeft een sterkere stijging van het aantal binnen de wettelijke termijn afgehandelde bezwaarschriften gedrukt. Daarnaast merkt de commissie op dat medische heronderzoeken door de adviesorganisatie een lange doorlooptijd kennen, wat eveneens tot vertraging kan leiden. Tot slot blijft het voor sommige vakafdelingen een uitdaging om tijdig de benodigde stukken aan te leveren, waardoor de procedure soms vertraging oplopen. Desondanks ziet de commissie een duidelijke positieve ontwikkeling: er wordt in 2025 vaker binnen de wettelijke termijnen beslist dan in de voorgaande jaren.

Deze vooruitgang laat zien dat de ingezette verbeteringen hun effect beginnen te hebben. In 2025 zijn er 67 ingebrekestellingen ingediend en het college heeft 52 keer een dwangsom verbeurd, met een totaalbedrag van € 47.627. De volledige dwangsom van € 1.442 is 28 keer verbeurd.

16

Jaarverslag 2025 Ter vergelijking: in 2024 zijn er 80 ingebrekestellingen ingediend bij het college wegens het niet tijdig beslissen op het ingediende bezwaar. In 2024 is 43 keer een dwangsom verbeurd, met een totaalbedrag van € 37.233. De volledige dwangsom van € 1.442 is in 2024 20 keer verbeurd. Er zijn in 2025 dus meer dwangsommen verbeurd. Om nog beter grip te krijgen op de tijdige afhandeling van bezwaarschriften en om de ontstane achterstanden weg te werken, zijn diverse verbetermaatregelen getroffen. In 2025 is een nieuwe verordening voor de behandeling van bezwaarschriften vastgesteld. Deze verordening stimuleert de toepassing van de passende aanpak en biedt ruimte om bezwaarschriften informeel af te doen. Door deze werkwijze toe te passen, wordt bovendien een daling in de instroom van bezwaren verwacht. Een tweede wijziging betreft de bevoegdheid van het bestuursorgaan om categorieën besluiten aan te wijzen waarbij het horen ambtelijk kan plaatsvinden. Ambtelijk horen biedt voordelen zoals kortere doorlooptijden, meer flexibiliteit bij het plannen van hoorzittingen en een minder formele setting voor betrokkenen. Daarnaast is in 2025 externe inhuur ingezet om te helpen met het wegwerken van oudere zaken. Ook wordt gewerkt aan de implementatie van een nieuw zaaksysteem.

Als dit systeem aan de verwachtingen voldoet, kan hiermee de administratieve druk worden verminderd, waardoor een groter deel van de bezwaarschriften binnen de wettelijke termijn kan worden afgehandeld. Tot slot wordt in 2026 de evaluatie van het bezwaarproces voortgezet. Dit kan leiden tot voorstellen om het proces verder te optimaliseren.

17

Jaarverslag 2025 4

AFGEHANDELDE BEROEPSSCHRIFTEN 4.1

Beroep

In 2025 is door de bestuursrechter 117 keer uitspraak gedaan over besluiten op bezwaar van bestuursorganen van de gemeente Haarlem, waarin de commissie heeft geadviseerd. In 2024 heeft de rechtbank 123 keer uitspraak gedaan. Hieronder volgt een overzicht van de uitkomsten in beroep in 2025, 2024 en 2023.

Zoals uit dit overzicht kan worden opgemaakt, heeft de rechtbank in 2025 elf beroepen gegrond verklaard. Dit aantal is fors lager dan in 2024 (32 beroepen gegrond, 26%). Indien het aantal gegrondverklaringen wordt afgezet tegen het aantal beslissingen op bezwaar, dan leidt 1,6% van de beslissingen op bezwaar alsnog tot gegrondverklaring in beroep (686 besluiten op bezwaar in 2025, 11 gegrondverklaringen in beroep = 1,6%). In 2024 en 2023 was dit ongeveer 5%.

18

Jaarverslag 2025 Hieronder enkele bijzondere uitspraken Participatiewet Net als in voorgaande jaren zijn in 2025 opnieuw diverse procedures gevoerd over uitkeringsspecificaties. In deze procedures wordt aangevoerd dat iedere uitkeringsspecificatie als een besluit in de zin van de Awb moet worden beschouwd waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Daarnaast wordt gesteld dat de motivering van de specificatie ontoereikend is. Hoewel de meeste beslissingen op bezwaar door de rechtbank worden bevestigd, heeft de rechtbank in één zaak het beroep gegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat een uitkeringsspecificatie waarop een verrekening plaatsvindt geen besluit is in de zin van de Awb wanneer deze slechts een herhaling vormt van een eerder besluit. In de betreffende zaak werd op de specificatie een verrekening van vakantiegeld met een openstaande vordering vermeld. Anders dan het college oordeelde de rechtbank dat nog niet eerder was besloten om het jaarlijks opgebouwde vakantiegeld aan te wenden voor de aflossing van deze vordering. Daardoor was de specificatie geen herhaling van een eerdere beslissing, maar werd een nieuw rechtsgevolg in het leven geroepen. De berekeningsspecificatie moest in zoverre worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb.

Het college heeft het bezwaar tegen de berekeningsspecificatie daarom ten onrechte niet‑ontvankelijk verklaard. Mededeling verbeurde dwangsom De rechtbank heeft in een beroepszaak over een mededeling dat een verbeurde dwangsom is uitbetaald bevestigd dat het enkele feit dat onder een brief ten onrechte een bezwaarclausule staat, nog niet betekent dat sprake is van een besluit in de zin van de Awb. Bepalend is of de brief informatie bevat of een mededeling doet waarmee een publiekrechtelijk rechtsgevolg wordt beoogd. Bestuurlijke boete De rechtbank volgt het oordeel van de commissie en het college dat de boetetabel van de Huisvestingsverordening onverbindend is, nu deze op meerdere punten niet is gedifferentieerd. De rechtbank heeft het beroep tegen de bestuurlijke boetes wegens toeristische verhuur van een sociale huurwoning gegrond verklaard en ziet aanleiding de boetes te matigen. Het standpunt van het college dat een overtreding met betrekking tot een sociale huurwoning op zichzelf ernstig is, acht de rechtbank begrijpelijk gelet op de schaarste aan sociale huurwoningen en het grote belang van de beschikbaarheid daarvan. Daar staat echter tegenover dat de overtreding slechts kort heeft geduurd: de woning is aantoonbaar slechts twee nachten te veel verhuurd.

Ook is de schade voor de sociale woningmarkt beperkt gebleven, mede omdat de woning door de ontruiming weer snel beschikbaar kwam. Anderzijds weegt de rechtbank mee dat met de toeristische verhuur duizenden euro’s aan inkomsten zijn gegenereerd en dat beide eisers hierbij een actieve rol hebben gespeeld.

19

Jaarverslag 2025 Alles afwegende — de korte duur van de overtreding, de beperkte gevolgen voor de woningvoorraad en de ernst van de gedraging — komt de rechtbank tot matiging van de opgelegde boetes. Kapvergunning In een zaak over een kapvergunning zijn het college en eiser tijdens de zitting tot een schikking gekomen. Bij besluit op bezwaar was aan een kapvergunning het voorschrift gekoppeld dat de kapvergunning pas in gebruik mag worden genomen wanneer de omgevingsvergunning die eiser tevens had aangevraagd, onherroepelijk is. Zonder deze omgevingsvergunning was er namelijk geen aanleiding om bomen te kappen. Ten tijde van dit besluit op bezwaar was de betreffende omgevingsvergunning echter al geweigerd. Later is er alsnog een omgevingsvergunning verleend voor een ander plan. Het college was niet bereid om de kapvergunning nogmaals te wijzigen zodat er wordt verwezen naar het kenmerk van de verleende omgevingsvergunning in plaats van de geweigerde omgevingsvergunning. Daarom heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar over de kapvergunning. Tijdens de zitting heeft het college alsnog ingestemd met het aanpassen van de kapvergunning in die zin dat deze wordt gekoppeld aan de inmiddels onherroepelijke omgevingsvergunning, en is het beroep ingetrokken.

Afwijzing omgevingsvergunning parkeernormen De rechtbank komt bij de afwijzing van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een woning naar zes woningen tot het oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd hoe het tot afwijzing van de omgevingsvergunning is gekomen. Op basis van het bestemmingsplan Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018 dienen eisers bij de door hen voorgenomen activiteiten te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Als dat niet mogelijk is en ook op andere wijze geen parkeergelegenheid kan worden gerealiseerd en de initiatiefnemer van het bouwplan bereid is om af te zien van openbare parkeerrechten, heeft het college op basis van de van toepassing zijnde beleidsregels de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van de parkeernorm. Daar gaat een belangenafweging aan vooraf. Eisers kunnen in dit geval niet aan de parkeernormen voldoen en hebben aangegeven bereid te zijn om af te zien van openbare parkeerrechten. Desondanks heeft het college geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. De rechtbank oordeelt dat het college beter moeten motiveren waarom het geen gebruik maakt van deze afwijkingsbevoegdheid. De rechtbank vraagt het college om het besteden besluit beter te motiveren en inzicht te geven hoe het de belangenafweging heeft toegepast. Eisers krijgen gelijk en het beroep is dus gegrond.

Motomed De rechtbank heeft uitspraak gedaan in de afwijzing van een aanvraag om een Motomed. Een Motomed is een bewegingstrainer (revalidatieapparaat) die mensen met een bewegingsbeperking helpt om hun armen en/of benen op een passieve, motor‑ondersteunde of actieve manier te bewegen. Het college heeft in afwijking van het advies van de commissie besloten om de weigering van de aanvraag in stand te laten onder aanvulling van de motivering. De commissie is van oordeel dat de Motomed een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van bezwaarde. De weigeringsgronden van artikel 4.2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023 zijn naar het oordeel

20

Jaarverslag 2025 van de commissie niet van toepassing. De commissie adviseert daarom om het bestreden besluit te herroepen en de gevraagde maatwerkvoorziening aan bezwaarde toe te kennen. De rechtbank volgt het standpunt van de commissie. 4.2

Hoger beroep

In 2025 is er door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State of de Centrale Raad van Beroep in 29 procedures uitspraak gedaan in hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank. Hieronder volgt een overzicht van de uitkomsten in hoger beroep in 2025, 2024 en 2023.

UITKOMST HOGER BEROEP 2025 Ingetrokken 5 17% Nietontvankelijk 3 10%

Gegrond 1 4%

Ongegrond 20 69%

Er is één hoger beroep gegrond verklaard. Daarbij is van belang op te merken dat de gegrondverklaring uitsluitend betrekking heeft op de uitspraak van de rechtbank, en niet op het oorspronkelijke besluit van het college. Met andere woorden: de Afdeling Bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat de rechtbank een onjuiste beoordeling heeft gemaakt, maar dit betekent niet automatisch dat het besluit van het college onrechtmatig was. Hieronder volgen bijzondere zaken in hoger beroep

21

Jaarverslag 2025 Het stellen van beperkingen aan demonstraties De afgelopen jaren heeft de commissie verschillende adviezen uitgebracht over het stellen van beperkingen aan demonstraties bij een abortuskliniek. Een ingewikkeld onderwerp waarover nog geen eenheid in de jurisprudentie bestond. Op 3 december 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verschillende uitspraken gedaan die meer duidelijkheid bieden. Het gaat om een viertal uitspraken, waarvan twee betrekking hebben op demonstraties bij een abortuskliniek in Haarlem. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is er bij een demonstratie bij een abortuskliniek sneller sprake van wanordelijkheden dan bij een andere demonstratie. Dat heeft te maken met de locatie en de kwetsbaarheid van de bezoekers van abortusklinieken. Om wanordelijkheden te voorkomen mogen burgemeesters een andere locatie voor een demonstratie aanwijzen dan direct voor de ingang van een abortuskliniek, maar die locatie moet wel binnen zicht- en gehoorafstand van bezoekers van de kliniek zijn.

De afdeling heeft het door de burgemeester ingediende hoger beroep, gegrond verklaard omdat de rechtbank naar het oordeel van de Afdeling ten onrechte geconcludeerd had dat de burgemeester niet goed heeft gemotiveerd waarom de demonstranten ter voorkoming van wanordelijkheden niet voor de ingang van de abortuskliniek mochten demonstreren. Participatiewet In uitspraken over de Participatiewet komt met name naar voren dat het college een zorgvuldige belangenafweging moet maken wanneer sprake is van een bevoegdheid. Daarbij is het niet voldoende om enkel te concluderen dat het besluit geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de belanghebbende of dat geen sprake is van een onevenwichtige belangenafweging. Het college moet inzichtelijk maken welke belangen zijn meegewogen en hoe deze tegen elkaar zijn afgewogen. De Centrale Raad van Beroep heeft dit verduidelijkt in een zaak over de terugvordering van ten onrechte verstrekte bijstand aan een dakloze. De Raad overwoog dat het enkele feit dat iemand dakloos is, op zichzelf onvoldoende is om terugvordering als onevenredig aan te merken. Een andersluidend oordeel zou immers betekenen dat van daklozen in het geheel geen ten onrechte ontvangen bijstand zou kunnen worden teruggevorderd. Gelet op deze overwegingen heeft de Raad geoordeeld dat het college geen blijk heeft gegeven van een onevenwichtige belangenafweging.

Ten aanzien van de bevoegdheid om af te zien van terugvordering in geval van dringende redenen (artikel 58, achtste lid, Participatiewet), heeft de Raad overwogen dat een besluit om wel of niet gebruik te maken van deze bevoegdheid moet berusten op een zorgvuldige belangenafweging. Uitgangspunt daarbij is dat hetgeen ten onrechte is ontvangen, in beginsel moet worden terugbetaald. Het college moet daarom alle relevante feiten en omstandigheden betrekken, zowel de gevolgen van de terugvordering voor betrokkene als de oorzaak daarvan. Het is aan appellant om feiten en omstandigheden aan te voeren die volgens hem een dringende reden vormen om van terugvordering af te zien. Vervolgens rust op het college de taak om deze omstandigheden, waar nodig, nader te onderzoeken. In de voorliggende zaak heeft het college — terecht — besloten niet (gedeeltelijk) af te zien van terugvordering. De terugvordering is immers niet veroorzaakt door handelen van het college, maar door de schending van de inlichtingenverplichting door appellant. Bovendien

22

Jaarverslag 2025 zijn de door appellant gestelde feiten en omstandigheden niet aannemelijk gemaakt. Het besluit van het college getuigt daarom niet van een onevenwichtige belangenafweging. In een derde uitspraak over de terugvordering van bijstand heeft de Raad opnieuw bevestigd dat het college, na afweging van de betrokken belangen, niet gehouden was om dringende redenen aan te nemen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Het besluit om de terugvordering volledig in stand te laten, getuigt volgens de Raad niet van een onevenwichtige belangenafweging. Daarbij weegt mee dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor de terugvordering is ontstaan.

23

Jaarverslag 2025 5

TERUGKIJK EN AANBEVELINGEN 5.1

Terugblik

Bij de terugblik wordt gekeken of de aanbevelingen van het jaarverslag 2024 effect hebben gehad. 1. Optimaliseer het bezwaarproces en stuur op het tijdig afdoen van bezwaarschriften. De commissie ziet de in gang gezette maatregelen als positieve stappen richting een beter functionerend bezwaarproces. Het vaststellen van de nieuwe verordening in 2025, waarin de passende aanpak wordt gestimuleerd, wordt door de commissie onderschreven. Deze werkwijze draagt bij aan een informelere en vaak snellere afdoening van bezwaren en kan naar verwachting leiden tot een afname van de instroom. Ook de voorgenomen uitbreiding van de mogelijkheid om in bepaalde categorieën besluiten ambtelijk te horen, biedt volgens de commissie kansen. Deze vorm van horen kan de doorlooptijden verkorten en de belasting voor zowel burgers als organisatie verminderen, mits de zorgvuldigheid van het proces gewaarborgd blijft. De commissie volgt deze ontwikkeling in 2026 met belangstelling. Tegelijkertijd benadrukt de commissie dat structurele verbeteringen in proces en organisatie nodig blijven om de beslistermijnen te verkorten en achterstanden te voorkomen. 2.

Breng differentiatie aan in de boetetabel van artikel 4.1.1 van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2022, om meer maatwerk te bieden In 2025 is een nieuwe Huisvestingsverordening opgesteld en het ligt in de bedoeling van het college om het punt van boetebeleid in 2026 op te pakken. 3. Maak altijd een zorgvuldige belangenafweging als de parkeerbehoefte niet volledig wordt opgelost, om te bepalen of de ruimtelijke ontwikkeling kan doorgaan. De rechtbank heeft een beroep tegen de weigering van een omgevingsvergunning wegens het niet op eigen terrein kunnen oplossen van de parkeerbehoefte gegrond verklaard, omdat het college geen deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt en het besluit dus onvoldoende gemotiveerd is. Deze aanbeveling is dus nog steeds actueel. 4. Neem contact op met de sociaal-medische adviesorganisatie om de kwaliteit van adviezen en de wijze van bejegening tijdens medische onderzoeken beter te borgen. De commissie constateert dat er het afgelopen jaar minder klachten zijn binnengekomen over de bejegening tijdens medische onderzoeken. Dit is een positieve ontwikkeling. Tegelijk blijft het belangrijk om structureel met de sociaal‑medische adviesorganisatie in gesprek te blijven over de kwaliteit, zorgvuldigheid en toon van de advisering. 5.

Implementeer de passende aanpak breder binnen de gemeentelijke organisatie om consistentie en effectiviteit te waarborgen. De ervaringen over 2025 zijn positief. Deze werkwijze kan bijdragen aan snellere, constructievere en minder formele oplossingen van bezwaarzaken. Een bredere

24

Jaarverslag 2025 implementatie binnen de organisatie kan volgens de commissie bijdragen aan meer consistentie, hogere effectiviteit en een verdere afname van de bezwareninstroom. 5.2

Aanbevelingen

De commissie beveelt het volgende aan: 1. Artikel 39.1.3 van het bestemmingsplan ‘Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem’ buiten toepassing te laten. 2. Bij besluiten op grond van de Participatiewet de volledige onderliggende berekeningen mee te sturen, zowel bij terugvorderingen als bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand. 3. in alle primaire besluiten de juridische grondslag op te nemen waarop het besluit is gebaseerd. 4. In besluiten waarin gebruik wordt gemaakt van een intern of extern advies uitdrukkelijk uitvoering te geven aan de vergewisplicht. 5. De verrichte zoekslag bij Woo-besluiten inzichtelijker te maken. 6. Aanvraag, onderzoek, besluitvorming en uitvoering in het kader van de Wmo niet binnen dezelfde externe organisatie te beleggen. 7. Zorg bij besluiten op aanvragen voor gehandicaptenparkeerkaarten dat het volledig en actueel medisch dossier wordt betrokken bij de beoordeling van deze aanvragen.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17005203/2