Bijlage 1 (geamendeerd) Kadernota 2026 - getekend-
Tekst van het document
Kadernota 2026 gemeente Haarlem
Kadernota 2026
Voorwoord In het laatste jaar van deze coalitieperiode biedt het college van burgemeester en wethouders van Haarlem u opnieuw een evenwichtige kadernota aan. ln deze Kadernota 2026 is uitgegaan van een structureel sluitende meerjarenbegroting 2026-2029 en is het gelukt de problematiek van het ravijnjaar meerjarig op te lossen. Dit college heeft er voor gekozen om wel incidenteel te intensiveren, maar alleen daar waar het noodzakelijk is structureel middelen toe te kennen. Dit met het oog op de onzekerheid over de Rijksbijdragen. Daarmee heeft het college doelmatig, deugdelijk en terughoudend financieel beleid gevoerd en zijn overschotten uit het verleden gespaard om tegenvallers op te kunnen vangen. Het college heeft de effecten van autonome ontwikkelingen in beeld gebracht. Dit leidt tot een positief effect op het begrotingssaldo, variërend van circa € 4,5 miljoen in 2025 tot € 6,7 miljoen in 2029. De belangrijkste voordelen komen voort uit de decembercirculaire van het Rijk, een hogere bijdrage uit het gemeentefonds op basis van het inwonersaantal, stijgende voordeien uit de BUIG en een gunstige uitkomst van de indexatie. Tegelijkertijd zijn er nadelen, onder meer voortkomend uit de septembercirculaire, een stijgende jeugdzorgvraag tegen hogere kosten en verwachte autonome ontwikkelingen tussen deze Kadernota 2026 en de Programmabegroting 2026-2030. Reserve benutten
Daarnaast zijn er veel incidentele middelen beschikbaar doorjarenlang zorgvuldig financieel beleid. Het college stelt voor deze ruimte te benutten voor het dekken van de huidige kapitaallasten. ln zowel 2025 als 2026 wordt daarom voorgesteld € 50 miljoen (totaal € 100 miljoen) uit de Algemene reserve te doteren aan de reserve Kapitaallasten. Dit levert een structureel voordeel op van € 4 miljoen perjaar aan kapitaallastendekking voor de komende 25 jaar. Ambities versterken
Het resultaat is een voordelig begrotingssaldo, variërend van € 12 miljoen in 2025 tot € 4,6 miljoen in 2029. Dankzij deze stevige financiële positie ziet het college mogelijkheden om beleidsvoorstellen te doen die bijdragen aan het afronden of versterken van de ambities uit het coalitieakkoord 20222026 Actie!. Voorgesteld wordt enkele beieidsmaatregelen te continueren in 2027, wat leidt tot € 3,85 miljoen aan lasten. Enkele van deze voorstellen zijn het continueren van de programmasubsidies voor cultuurmakers, het budget voor extra vergroening, het stimuleren van deelmobiliteit, extra inzet voor preventie jeugdhulp, Housing First, de clubkadercoaches en een reservering voor het opvangen van knelpunten in gebiedsontwikkelingen. Ook is ruimte gereserveerd voor aanvullende incidentele voorstellen, zoals preventieve maatregelen voor horeca en evenementen, de uitvoering van de strategische laadvisie, de subsidieregeling voor het verbeteren van de fysieke toegankelijkheid, handhaving bij en verbeteren van bestaande woonwagenlocaties en voor het uitvoeren van het Plan van Aanpak Femicide 2026. De som van alle overige incidentele voorstellen leidt tot een aanvullend beslag op de begrotingsruime in 2026, 2027 en 2028 van respectievelijk € 2,5 miljoen, € 2,9 miljoen en € 0,7 miljoen.
Het college stelt voor om een volgende stap te zetten in het verhogen van de kostendekkendheid van de leges in 2026, wat een structureel financieel voordeel van ongeveer € 0,5 miljoen oplevert. Verder wordt voorgesteld om extra te investeren in de bedrijfsvoering, onder meer in digitalisering (l domein), functioneel beheer, transparantie van gemeentelijke data richting inwoners en het voldoen aan verplichtingen uit de Wet open overheid. Voor dit laatste is € 800.000 extra nodig in 2026 en
Kadernota 2026
2027. Het l dornein vergt tot en met 2028 € 9,6 miljoen uit de daarvoor ingestelde reserve, daarnaast wordt voorgesteld om het tijdelijke budget van € 0,5 miljoen structureel te maken vanaf 2029. Digitale dreigingen en strengere wetgeving vragen om stevige inzet op informatieveiligheid. De gemeente investeert daarom de komende jaren fors in beheersmaatregelen en capaciteit. Woonlasten De woonlasten voor meerpersoonshuishoudens nemen in Haarlem in 2026 gemiddeld met een uitzonderlijk lage 2,8% toe (€ 32). De onroerendezaakbelasting (OZB) stijgt voor woningeigenaren gemiddeld met € 9. De rioolheffing, blijft o.a. als het gevolg van het hanteren van langere afschrijvingstermijnen, gelijk aan die van 2025. Met € 187 per huishouden ligt deze fors onder het landelijk gemiddelde. Voor de afvalstoffenheffing geldt in 2026 een verhoging van 4,6% als gevolg van gestegen inzamel ings- en verwerkingskosten. Naast het positieve beeld zijn er onzekerheden in de aanloop naar de Programmabegroting 20262030. Onzekerheden waarmee de gemeente rekening houdt zijn de financiële effecten van het kabinetsbeleid als opgenomen in de voorjaarsnota van het Rijk en die verwerkt zullen worden in de Meicirculaire 2025, onzekerheid over de financiering van de jeugdzorg na 2028, het mogelijk moeten bijstellen van de weerstandscapaciteit en opiopende kapitaallasten na 2029.
Daar staat tegenover dat op basis van de Jaarrekening 2024 opnieuw kan worden gekeken naar realistischer ramen richting de Programma begroting 2026-2030. Structurele voorstellen richting de programmabegroting Het college heeft een aantal structurele intensiveringen in beeld gebracht die noodzakelijk worden geacht om in te spelen op actuele maatschappelijke en organisatorische opgaven. Deze voorstellen zijn nog niet geprioriteerd en passen nu niet binnen de financiële kaders. Daarom zijn deze nog niet opgenomen in de meerjarenbegroting. Het gaat onder meer om een budget voor het versterken van de uitvoeringskracht voor investeringen in het sociale en fysieke domein, capaciteit voor parkeerhandhaving zodat beter gestuurd kan worden op naleving parkeerregels door middel van data, extra budget om ervoor te zorgen dat Haarlem zich ruimtelijk kwalitatief goed en innovatief ontwikkeld en extra capaciteit voor werkzaamheden rondom horeca en evenementen. Ook wordt ingezet op de uitvoering van het fietsparkeerplan en de voortzetting van integrale wijkaanpakken. Bij de Programmabegroting 2026-2030 zal een integrale afweging plaatsvinden, met daarbij een voorstel voor eventuele inpassing binnen het beschikbare budgettaire kader.
Voor die voorstellen die het college noodzakelijk acht om direct uit te voeren, is met incidentele middelen een oplossing gevonden ter overbrugging tot besluitvorming bij de Programmabegroting 2026-2030. Nieuw thema in paragraaf Trends en ontwikkeiingen: klimaat Zoals gebruikelijk in de kadernota wordt zowel de raad als de organisatie jaarlijks meegenomen in de analyse van een set aan prioritaire trends op het gebied van bevolkingssamenstelling en ontwikkeling (demografie), leerlingenaantallen en de woningmarktontwikkeling. Daarnaast wordt elk jaar een ander voor de stad belangrijk thema toegevoegd. Dit jaar is gekozen voor het thema klimaattrends en -risicos. Veranderingen in het klimaat hebben een grote invloed op de (toekomstige) stad en haar inwoners en raken veel beleidsterreinen. Haarlem staat er al met al financieel goed voor, ook in vergelijking met andere gemeenten. Uit een landelijke benchmark van BDO blijkt dat Haarlem behoort tot het kwart van financieel gezondste Kadernota 2026
gemeenten en een rapportcijfer 8 scoort op financiële gezondheid. Waar andere gemeenten in de regio noodgedwongen bezuinigen, heeft Haarlem ruimte om te blijven investeren in kwaliteit en toekomstbestendigheid. Deze robuuste positie is het resultaat van gericht financieel beleid, met aandacht voor risicomanagement, een structureel sluitende begroting en het beperken van schuldgroei. Raadsbehandeling Kadernota 2026
Op maandag 2 juni wordt een technische toelichting op de kadernota gegeven. Raadsleden hebben de mogelijkheid technische vragen te stellen tot en met donderdag 2 juni 12.00 uur, deze worden uiterlijk vrijdag 20 iuni beantwoord. De raadsbehandeling van de Kadernota 2026 en Voortgangsrapportage 2025 vindt plaats op maandag 30juni en donderdag 3 juli 2025 Het college van burgemeester & wethouders, 28 mei 2025
Kadernota 2026
lnhoudsopgave Voorwoord............
2
lnhoudsopgave
5
1 Beleidsmatige ontwikkelingen en toezeggingen ........................................
7
1.1 Ciuster Sociaal ....................................................................................
7
1.2 Cluster Fysiek .....................................................................................
8
1.3 Cluster Burger en bestuur...................................................................
10
1.4 Trends & ontwikkeiingen ...................................................................
11
1.5 Samenvatting Doorontwikkeling Duurzaamheidsbegroting.................
23
1.6 lnvesteringsplan: vergroten uitvoeringskracht...................................
25
2 Ontwikkelingen meerjarenraming en financiële positie ..................................................................30 2.1 Financiële ontwikkelingen en meerjarenraming ......................................................................30 2.2 Financieel kader (begrotingskader, toelichting voorstellen) .....................................................33 2.3 Financiële ontwikkelingen Sociaal Domein ..............................................................................54 2.4 Bestemming rekeningresultaat 2024 .......................................................................................64
3 Voortgangsrapportage 2025...........................................................................................
65
3.1 lnleiding en samenvatting .......................................................................................
65
3.2 Samenvatting budgettaire wijzigingen.....................................................................
65
3.3 Wijzigingen per programma ....................................................................................
66
3.4 Budgetoverheveling ................................................................................................
80
4 lnvesteringen................................................................................................
83
4.1.a lnvesteringsplan op hoofdlijnen...........................................................
83
4.1.b Nieuwe en hogere ¡nvesteringen .........................................................
84
4.2 Toelichting bij grote wijzigingen .............................................................
85
4.3 Aanvullende voorstellen: nieuwe en hogere ¡nvesteringen .....................
92
4.4 Financieel-technische wijzigingen...........................................................
102
4.5 Kredietverlening en kredietbesluiten......................................................
104
4.6 Kredietverlening investeringen openbare ruimte...................................
107
4.7 lndicatieve periode (2030-2034)............................................................
109
Kadernota 2026
5
5 Hoofdlijnen MPG en MPZ
.
110
5.1 Hoofdlïjn MPG..........................................
110
5.2 Hoofdlijn MPZ ..........................................
110
6 Belastingen en woonlasten .............................
112
6.1 Uitgangspunten........................................
112
6.2 Woonlasten..............................................
112
6.3 Onderbouwing .........................................
114
7 Bedrijfsvoering.............................................................................................................................118 7.1 Ontwikkeling formatie...........................................................................................................118 7.2 Ontwikkeling inhuur..............................................................................................................119 7.3 Dienstverleningshandvest ambtelijke samenwerking.............................................................120 7.4 Weerbare overheid ...............................................................................................................121 7.5 lnformatiebeveiliging ............................................................................................................121
8 Besluit.....
124
9 Bijlagen..................................................................................................................
127
Bijlage 1: Begrotingswijziging Voortgangsra pportage 2025....................................
127
Bijlage 2: Neutrale verschuivingen binnen beleidsveld (VR 2025) ..........................
130
Bijlage 3: Doorontwikkeling van de Duurzaamheidsbegroting ...............................
131
Kadernota 2026
6
1 Beleidsmatige ontwikkelingen en toezeggingen 1.1 Cluster Sociaal Bestaanszekerheid bieden door onzekerheid weg te verminderen ln Haarlem moet iedereen een solide basis hebben om een duurzame toekomst op te bouwen. Dit betekent een vast en voorspelbaar inkomen, een dak boven je hoofd en mee kunnen doen in de maatschappij. Daarom blijft de gemeente Haarlem investeren in het bieden van bestaanszekerheid aan inwoners die in de knel zitten. Zodat hun inkomen, werk of woonsituatie (weer) voldoende en voorspelbaar is. lnwoners met een ondersteuningsvraag hebben er baat bij zoveel mogelijk in hun eigen wijk en bij voorkeur ambuiant geholpen te worden. Zo kunnen zij blijven deelnemen aan de maatschappij en wordt hun herstel bevorderd. Hiervoor is een beweging nodig van wonen in een bijzondere verblijfsvorm (ondersteuning/zorg en wonen zijn direct aan elkaar gekoppeld) naar zo lang mogelijk en/of zo snel mogeiijk ondersteuning en zorg ontvangen in een gewone woning: • Beschermd thuis in plaats van beschermd wonen. • Wonen eerst in plaats van daklozenopvang (Regionaal Actieplan Dakloosheid). • Langer zelfstandig thuis wonen in plaats van verpleeghuiszorg. Tegelijk draagt het bij aan de uitvoerbaarheid en kostenbeheersing van de ondersteuning. De beweging van maatwerkvoorzieningen naar preventie en collectief aanbod zal moeten worden versterkt.
Dat vraagt om meer preventieve investeringen in zorgzame wijken, zodat mensen meer naar elkaar omkijken. Bijvoorbeeld door gemeenschapsvorming in wijken en in en rondom woonzorg complexen, of door investeringen in gemeenschappelijke ruimten en in de openbare ruimte. Gezond samenleven versterken door gemeenschappen te verbinden Een vitale samenleving waarin inwoners elkaar ontmoeten en in beweging zijn, gezond eten, zich gezond voelen en samen kunnen bijdragen aan het versterken van de samenleving. Gezond samenleven staat onder druk. Niet alle inwoners hebben een sociaal netwerk om problemen het hoofd te bieden. Door de toenemende vergrijzing en minder mensen om de zorgvraag op te vangen, wordt de zorgbehoefte groter dan de (professionele) zorg aankan. Het aantal mantelzorgers neemt toe. Voor kwetsbare groepen moet een beschermde thuissituatie, hulp en ondersteuning worden geboden. Gemeenschappen en de leefomgeving moeten meer worden gestimuleerd om vitaliteit te versterken, omdat een gezonde omgeving bewezen effectiever is dan wat ieder voor zich kan bereiken met focus op een gezondere leefstijl. Het lntegraal Zorg Akkoord (IZA) heeft als doel om de zorg in de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. De focus ligt op preventie en gezondheid ,in plaats van op ziekte en zorg. Het medisch domein en het sociaal domein gaan daarvoor nauwer samenwerken.
Landelijke afspraken zijn vertaald naar een Regioplan voor Zuid-Kennemerland en de limond. lnmiddels werkt Haarlem ruim een jaar aan de uitvoering van dit plan. De samenwerking met de zorgverzekeraar en zorg- en welzijnsorganisaties verloopt in de regio positief. Er zijn verschillende transformatieplannen in ontwikkeling. Deze beginnen in de regio meer gestalte te krijgen. Bij elk plan wordt samengewerkt tussen zorgaanbieders, professionals uit het sociaal domein en de gemeenten. Omdat de structurele Kadernota 2026
7
financiering van het sociaal domein nog onzeker is, werkt Haarlem mee aan deze transformatiepannen met het voorbehoud dat het structureel financieren van uitvoerende activiteiten in het sociaal domein afhankelijk is van landelijke afspraken tussen gemeenten en het Rijk. Kansengelijkheid vergroten Het college wil minder achterstanden in de komende generaties die in Haarlem opgroeien. De jeugd moet kansen krijgen om hun talenten te ontwikkelen. Zowel qua scholing als qua arbeidsaanbod. Haarlem blijft inzetten op een breed en toegankelijk aanbod voor de Haarlemse jeugd en jongeren. Waarbij de sociale omgeving en de netwerken van jongeren zoveel mogelijk het uitgangspunt vormen en waar nodig maatwerk wordt geboden. De Hervormingsagenda Jeugd legt een sterke nadruk op preventie en het versterken van het gewone leven van jongeren en ouders, dus ook vanuit het Rijk wordt deze beweging gestimuleerd. Haarlem werkt met regiogemeenten, aanbieders (consortia) en andere partners aan de transformatie van de jeugdhulp, op basis van de regionale Ontwikkelagenda. Deze aanpak sluit aan bij de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario jeugd en gezinsbescherming. Ook in dit domein streeft het college ernaar om jeugdigen zo thuis mogelijk op te laten groeien in plaats van hen in de gesloten jeugdhulp te plaatsen.
De opbouw van de alternatieven blijven een uitdaging, door de meerkosten en de geringe beschikbaarheid van vastgoed en maatschappelijk draagvlak. Daarnaast zetten de gemeenten in op collectivisering in de zorg en kijken de gemeenten meer naar wat er ook voor deze jongeren in hun omgeving zelf opgelost kan worden.
1.2 Cluster Fysiek Noord Hollands Archief De Gemeenschappelijke Regeling Noord-Hollands Archief (NHA) wil de bestaande archiefcapaciteit van 60 strekkende kilometer depotruimte met circa 10 kilometer vergroten. De komende jaren worden veel analoge overheidsarchieven overgebracht naar het NHA. Overheden en andere organisaties zijn wettelijk verplicht deze fysieke papieren documenten de komende jaren over te dragen. Naast de huidige 44 km op de locatie Kleine Houtweg en 16 km op de locatie Jansstraat heeft het NHA daarom behoefte aan extra depotruimte van circa 1500 m2 bruto vloeroppervlak. Voor de capaciteitsuitbreiding bestaan verschillende scenarios die momenteel uitgewerkt worden, inclusief financiële analyse. Afronding is naar verwachting mei 2025. Daarna zal het NHA de scenarios voorleggen aan het Algemeen Bestuur en zal het college en de raad verder geïnformeerd worden. Ontwikkelzone Molenwijk Noord-Waddenbuurt Op 6 februari 2024 heeft het college besloten (2024/167884) een woningbouwimpulssubsidie (WBI) aan te vragen voor de business case Molenwijk Noord-Waddenbuurt. Voor het publieke tekort op de business case Molenwijk Noord-Waddenbuurt heeft de gemeente op 15 april 2024 een WBI subsidie als voorschot gekregen van € 1,7 miljoen. De overige € 4 miljoen dient als cofinanciering te worden geleverd door de gemeente.
ln de Kadernota 2024 is besloten om een zonereserve in te stellen voor de benodigde cofinanciering van de ontwikkeizones. Deze cofinanciering was in het lP opgenomen maar moet nu worden overgeheveld naar de reserve Ontwikkelzones. Na aftrek van de reeds geleverde cofinanciering van € 249.140 in 2024 dient er nog eenmalige een storting van circa € 3,8 miljoen aan de reserve Ontwikkelzones te worden gedaan. Voorgesteld wordt deze te dekken uit de algemene middelen. Hier staat tegenover dat de hiervoor eerder opgenomen post in het IP komt te
Kadernota 2026
vervallen, hetgeen nog niet zichtbaar is vanwege het jaar 2031 waarin deze geraamd staat. Zie paragraaf Financieel kader. lncidentele bijdragen museum van de Geest in 2025 en 2026
Op 19 december 2024 heeft de gemeenteraad besloten in 2025 en 2026 een incidentele subsidie van jaarlijks € 140.000 aan het Museum van de Geest te verstrekken en dit te verwerken bij de Voortgangsrapportage 2025 en Kadernota 2026. Zie raadsvoorstel Bijdrage aan behoud Museum van de Geest (2024/2013456). (Jitbreiding van de Schuur (krediet)
Voor de investering ten behoeve van de uitbreiding van de Schuur is voor het grootste deei dekking voorzien in de lP post CLT.14 ter hoogte van € 2,9 miljoen. Voor de resterende € 0,655 miljoen is voorgesteld dit tijdelijk te financieren vanuit de lP post BIB.02 Schalkwijk centrum nieuwbouw bibliotheek. Zie raadsvoorstel Uitbreiding Schuur: vaststellen voorontwerp en vrijgeven uitvoeringskrediet (2024/1980396). Voorstel voor ophoging van het IP (met € 0,655 miljoen) wordt bij deze Kadernota 2026 aan de raad ter besluitvorming worden aangeboden. Zie paragraaf lnvesteringen. Uitbreiding unilocatie Frans Hals Museum
ln (met name indicatieve periode van) het lP is vooralsnog een kredietbedrag opgenomen van € 20 miljoen. Er wordt momenteel een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd waarbij verschillende oplossingsrichtingen onderzocht worden. De uitkomsten hiervan staan nog niet vast en beslissingen over de uiteindelijke keuze zijn dus nog niet genomen. Ophoging van het benodigde krediet in het lP is daarom nu nog niet aan de orde. Nieuw evenementenbeleid
Eind januari 2025 heeft het college het ontwerp-evenementenbeleid (2024/2159550) vrijgegeven voor inspraak. Om de personele inzet in overeenstemming te brengen met de gegroeide vraag om ondersteuning — door gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde evenementen — en om alle ambities met het evenementenbeleid te kunnen realiseren, stelt het college voor om de beleids- en coördinatie capaciteit met 1,5 fte op te hogen, met ingang van de tweede helft van 2025. Daarnaast is ook extra capaciteit benodigd bij de afdelingen VTH en VenH. Om locatieprofielen te herzien en te verankeren in omgevingsplannen is in 2025 incidenteel € 200.000 nodig voor onderzoeks- en plankosten. Zie paragraaf Financieel kader. Onderzoek exploitatietekort popcentrum Slachthuis
Vanwege exploitatieproblemen besloot de raad in 2023 om een incidentele bijdrage ter beschikking te stellen aan popcentrum Slachthuis, ter dekking van financiële tekorten t/m 2025. ln februari 2025 heeft het college de raad geïnformeerd over een nieuw ondernemingsplan van de stichting en de uitkomsten van een second opinion. Die laat zien dat de verschillende functies van het Slachthuis (Opleiden, Ontwikkelen, Optreden, Ontdekken en Ontmoeten) op zich voldoende verdienend vermogen hebben, maar niet ook kunnen voorzien in het ondersteunen van de beheersorganisatie van de culturele voorziening. Het Slachthuis heeft na 2025 een jaarlijks exploitatietekort van € 250.000. Voor 2026 krijgt het Slachthuis incidenteel € 250.000. Bij de Programmabegroting 20262030 wordt afgewogen hoe de gemeentelijke organisatie het Slachthuis structureel gaat ondersteunen. Zie paragraaf Financieel kader. Openbare toiletten in de Smedestraat
ln het lnvesteringsplan behorend bij de Kadernota 2026 is een nieuwe investeringspost van € 700.000 opgenomen voor het realiseren van openbare toiletten in de Smedestraat. Per 1 januari Kadernota 2026
9
2025 is de exploitatie van de fietsenreparatie/fietsenwinkel naast de openbare fietsenstalling Smedestraat 43-45 door Spaarne Werkt gestopt. Er komt ca. 100 m2 vrij die heringedeeld dient te worden en anders ongebruikt zou blijven. Hierdoor doet zich de mogelijkheid voor om een openbaar mindervalide toilet en een openbaar toilet te realiseren in een gedeelte van deze ruimte. Dit betreffen zelfreinigende toilet units aan de voorzijde van de Smedestraat 43-45. Zie paragraaf Financieel kader. Vergroten uitvoeringskracht in de investeringsopgave van Haarlem De omvang van de investeringen in het fysieke domein kennen over een periode van tien jaar een sterk stijgende lijn. lnvesteringen die nodig zijn in verband met vervangingen en in verband met ontwikkelingen waar Haarlem antwoord op wil geven of moet geven, zoals hittestress en wateroverlast. Om het stijgende investeringsvolume waar te maken zijn al meerdere maatregelen getroffen, zoals het opzetten van een tienjarig investeringsplan.
ln de Programmabegroting 20252029 is in het kader van het vergroten van investeringsvolumes een aantal toezeggingen gedaan, zoals sturing op portefeuilleniveau met spelregels gekoppeld aan de evaluatie van het HCCP, het programmeren van grote projecten met een zekere ambitie en daarbij rekening te houden met een uitval van 20% die in 1oop van tijd kleiner moet worden en een aantal generieke maatregelen. Portefeuillesturing ïs nieuw en het vraagt inzet om aan deze sturing gewend te raken. Op de voortgang van de aangekondigde maatregelen wordt nog een nieuw licht geworpen. ln het voorjaar van 2025 is met de informatienota Meerjarenprogrammering Openbare ruimte (2025/347926) de raad geïnformeerd over prijsstijgingen van een dermate grote omvang dat een integrale afweging bij de Kadernota 2026 nodig is. In deze kadernota wordt ingegaan op de voortgang van ontwikkelingen en toezeggingen in subparagraaf lnvesterinsplan: vergroten uitvoeringskracht. Update Meerjarenprogrammering Beheer Openbare Ruimte In de Programmabegroting 2025 is aangegeven dat er bij de Kadernota 2026 een update zou worden gepresenteerd van de Meerjarenprogrammering Beheer Openbare Ruimte. ln deze Kadernota 2026 wordt aangegeven dat het college voornemens is om de update daarvan bij de Programmabegroting 2026 voor te leggen aan de gemeenteraad.
Vervangen openbare verlichting door LED verlichting Bij de Programmabegroting 2025 is toegezegd om in 2025 te komen met een raadsnota over de status van het vervangen van openbare verlichting door LED verlichting waarmee achterstallig onderhoud aan de openbare verlichting wordt verholpen en een energiebesparing wordt gerealiseerd. Verder is aangegeven dat de aanvullende middelen voor dit project zullen worden betrokken bij de Kadernota 2026. De reeds beschikbare middelen voor het vervangen van openbare verlichting door LED-verlichting (€ 400.000 in 2025) zullen conform afspraak worden besteed. lnmiddels is gebleken dat er geen aanvullende middelen nodig zijn voor de komende jaren en wordt het beperkte aantal straten waarbij de openbare verplichting nog vervangen dient te worden voor LED-verlichting meegenomen als onderdeel van de betreffende projecten. Op deze manier zullen de projectdoelstellingen gerealiseerd worden. Hierover volgt derhalve geen aanvullende raadsnota meer in 2025.
1.3 Cluster Burger en bestuur Dienstverlening Toegankelijke en transparante dienstverlening is essentieel voor het welzijn van de inwoners, Kadernota 2026
10
bezoekers en ondernemers van de stad. Het college ziet het belang van het continu doorontwikkelen van (digitale) dienstverlening om in te spelen op de behoeften van de inwoners. Wat snel en simpel kan gebeurt steeds vaker digitaal. Daarbij verliest Haarlem degene die in de digitale wereld niet mee kan komen niet uit het oog. Doorlopend klanttevredenheidsonderzoek geeft daarbij inzicht in waar verbetering nodig is. lnzet leefomgeving Haarlemmers Data-gestuurd werken maakt een snelle ontwikkeling door. Door nauw samen te werken met de stad in verschillende participatievormen wordt vanuit het perspectief van de inwoner gewerkt. De inzet voor een leefomgeving waarin iedereen zich veilig voelt om in te wonen, te werken, naar school te gaan en te recreëren zal onverminderd worden voortgezet in samenwerking met inwoners, scholen, politie en andere partners in de wijken. Deze inzet richt zich zowel op de prioriteiten die in het integrale veiligheids- en handhavingsbeleid zijn vastgesteld (aanpak ondermijnende criminaliteit, vermindering jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit en verbeteren van de leefbaarheid in wijken en buurten) als op andere themas zoals veiligheid voor op straat voor vrouwen en meisjes, verminderen van uitgaansoverlast en het tegengaan van cybercrime. Hierbij is verdere professionalisering van handhaving noodzakelijk.
Veiligheidsregio Kennemerland De Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) is een belangrijke verbonden partij in het veiligheidsdomein. De uitvoering van de taken door de VRK staat onder druk. Er wordt nagegaan in hoeverre de huidige financiering van de VRK toereikend is om alle taken voor de gemeenten in de regio blijvend te kunnen uitvoeren. Haarlem cultuurstad Haarlem heeft gevestigde culturele voorzieningen van goede naam, die behouden moeten worden en waar mogelijk moeten worden versterkt, verbreed en vernieuwd. Er wordt ruimte gegeven aan kleine cultuurlocaties, amateurkunst en nachtcultuur.
1.4 Trends & Ontwikkelingen Haarlem wil een leefbare en duurzame stad zijn. Om hieraan bij te dragen is een structurele aanpak ontwikkeld waarin maatschappelijke, fysieke, sociaaleconomische en demografische trends en ontwikkelingen systematischer worden gevolgd, geduid en geagendeerd. Hierdoor kunnen gericht maatregelen worden genomen. Dit heeft al als belangrijk resultaat opgeleverd dat naar aanleiding van bevindingen in de Kadernota 2024, waarin (verwachte) ontwikkelingen van de woningbouw-, bevolkings- en leerlingenaantallen voor het eerst zijn gepresenteerd, het betreffende prognoseproces is verbeterd en gestroomlijnd. De bevolkingsprognose en leerlingenprognose zijn beter op elkaar afgestemd. De bevolkingsprognose wordt voortaan jaarlijks geüpdatet en hierin wordt ook rekening gehouden met onzekere factoren die tot vertragingen in de woningbouw kunnen leiden. Doel van deze paragraaf is zowel de raad, als de organisatie jaarlijks mee te nemen in de analyse van een set aan prioritaire trends op het gebied van bevolkingssamenstelling en -ontwikkeling (demografie), Ieerlingenaantallen en de woningmarktontwikkeling. Daarnaast wordt elk jaar een ander voor de stad belangrijk thema toegevoegd, dat n de P&C-cyclus onderbelicht is. Dit jaar is gekozen voor het thema klimaattrends en -risicos.
Veranderingen in het klimaat hebben een grote invloed op de stad en haar inwoners en raken veel beleidsterreinen. Kadernota2O26
11
Bij de prognoses geiden twee aandachtspunten. Door de hiervoor genoemde harmonisatie van prognoseprocessen, met een woningprognose in het voorjaar, gevolgd door een bevolkingsprognose in het derde kwartaal en aansluitend een leerlingenprognose, zal de meest recente woningprognose in de kadernota van een latere datum zijn dan de bevolkingsprognose: de meest recente bevolkingsprognose en leerlingenprognose dateren uit 2024 en de cijfers vanuit de meest recente woningbouwprognose uit begin 2025. Voor de getoonde bevolkingsprognose is gebruik gemaakt van de Monitor Plancapaciteit van 2024. Een tweede belangrijk aandachtspunt is dat prognoses altijd gepaard gaan met enige onzekerheid. Dit geldt met name voor de verwachtingen over de buitenlandse migratie en de woningbouw. De onzekerheidsfactor wordt groter naarmate er verder in de toekomst gekeken wordt. 1.4.1 Demografische ontwikkelingen en prognoses Samenvatting en duiding Haarlem biijft aantrekkingskracht houden als stad om te wonen, ook in de regio. Na enkele stabiele jaren qua ontwikkeling in het aantal inwoners lijkt de groei weer ingezet. Het geboorteoverschot en het migratieoverschot leiden tot de verwachting dat de komende jaren deze groei in Haarlem doorzet. Daarbij is de snelheid van de woningbouwontwikkelingen van grote betekenis voor de vraag of de verwachte groei daadwerkelijk uitkomt.
ln tegenstelling tot landelijke ontwikkelingen, is in Haarlem dan ook amper sprake van vergrijzing van de bevolking tot 2032. Het totaal aantal 65plussers neemt wel toe, maar het relatieve aandeel in de samenieving blijft nagenoeg gelijk. Bevolkingsgroei en bevolkingsdichtheid Aantal inwoners: realisatie (2000, 2010, 2019 t/m 2025) en prognose (2026 t/m 2032) 190.000 180.000 167.620168669
170.000
170 520
172.669
- _.179.391180863 177.958 1•74675 176.541
160.000 150.000
14894/
140.000 130.000 120.000 2000 2010 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 S
Aantal inwoners gerealiseerd per 1-1
—
— Aantal ¡nwoners prognose per 1-1
Bron gerealiseerd: BRP gemeente Haarlem. Bron prognose: Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO 2024, gebaseerd op gegevens uit BRP, de gemeentelijke Monitor Plancapaciteit (2024) en de CBS-kernprognose (2023). Belangrijkste ontwikkelingen • ln de periode 2000-2010 was er nauwelijks sprake van bevolkingsgroei (+ 1.000 inwoners in l0jaar). • Van 2010 tot 2019 was de bevolkingsgroei veel sterker en is het aantal inwoners in 10 jaar met bijna 12.000 toegenomen. Kadernota 2026
12
• • •
De bevolking is in de periode 2019-2025 gegroeid met circa 7.400 inwoners (+4,6%). ln de corona-jaren 2020 en 2021 was het aantal inwoners stabiel. Sinds 2022 hebben zich meer personen in Haarlem gevestigd uit andere gemeenten in Nederland dan dat er vertrokken zijn naar andere gemeenten. Er kwamen vooral veel meer Amsterdammers in Haarlem wonen (ca. 3.100) dan dat er Haarlemmers in Amsterdam gingen wonen (ca. 1.500); het voorlopig vestigingsoverschot met Amsterdam is daarmee dus ruim 1.600. Ook Amstelveen (110) kent een dergelijk vestigingsoverschot. Gemeenten waar aanzienlijk meer Haarlemmers naartoe verhuisden dan dat er vanuit die gemeenten in Haarlem kwamen wonen zijn Velsen (628), Heemstede (236) en Bloemendaal (90).
Prognose • Het aantal inwoners per 1-1-2025 ligt een fractie lager (168.669) dan volgens de prognose uit 2024 (169.246). • ln de bevolkingsprognose van 2024 wordt voorzien dat het inwonertal steeds verder toeneemt. De verwachting is dat in 2032 het aantal van 180.000 inwoners passeert (+8% t.o.v. 2024). Ook van 2032 naar 2044 zal het inwonertal verder groeien, hetzij iets minder sterk (+7%). ln 2044 zullen er ongeveer 193.000 inwoners zijn (+15% t.o.v. 2024). Ontwikkel ing leeftijdsopbouw bevol king Leeftijdsopbouw bevolking: realisatie (2000, 2010, 2020 t/m 2025) en prognose (2026 t/m 2032) 100% 90%
-
-
-
•
_
_
-
_
-
_
-
-
-
-
-
16%
15%
17%
17%
17%
18%
17%
18%
18%
18%
18%
18%
18%
18%
18%
24%
27%
27%
27%
26%
26%
26%
26%
26%
25%
25%
25%
25%
25%
25%
40%
36%
34%
34%
34%
34%
35%
35%
35%
35%
36%
36%
36%
36%
36%
22%
22%
22%
22%
21%
21%
21%
21%
21%
21%
21%
21%
80% 70% 60% 5O% 40% 30%
,
20% 1O%
l
21%
22%
22%
O% 2000 2010 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 20311 2032 0-19 jaar
• 20-44 jaar
• 45-64 jaar
• 65 jaar en ouder
Bron gerealiseerd: BRP gemeente Haarlem. Bron prognose: Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO - 2024 Belangrijkste ontwikkelingen • ln de periode 2000-2020 is er vooral een verschuiving van de leeftijdsgroep 20-44 jaar (40% in 2000; 34% in 2020) naar de leeftijdsgroep 45-64 jaar (24% in 2000; 27% in 2020) zichtbaar. • De leeftijdsopbouw van de Haarlemse bevolking is stabiel gebleven in de periode 2020-2025. Prognose • De leeftijdsopbouw blijft naar verwachting ook in de komende jaren stabiel. Er is nauwelijks sprake van vergrijzing. Dit komt mede doordat de verwachte gemiddelde leeftijd van de (verwachte) aanwas van de bevolking relatief laag is. Kadernota2O26
13
Door de groei van de bevolking neemt het absoiute aantal inwoners van 65 jaar en ouder wel toe: van ongeveer 27.500 in 2019 tot naar verwachting ruim 32.000 in 2028. Overigens wordt er op de lange termijn wel een (lichte) vergrijzing van de bevolking verwacht; in 2044 is het verwachte aandeel 65-plussers gestegen naar 20%; ruim 37.900 mensen (toename van 29% t.o.v. 2024). De gemiddelde leeftijd van Haarlemmers zal stijgen van 40,6 jaar (2024) naar 42,0 jaar in 2044. 1.4.2 Ontwikkelingen en prognoses woningvoorraad De cijfers in deze paragraaf over de ontwikkeling van de woningvoorraad, worden ook opgenomen in de Rapportage Woningbouw die medio 2025 verschijnt. Samenvatting en duiding De toenemende druk op de woningbouw blijft ook in Haarlem zichtbaar. De ontwikkeling van de woningvoorraad is achtergebleven op de verwachting, onder andere door het later opleveren van een aantal grote woningbouwprojecten. Verwacht wordt dat er tot 2030 ruim 6.900 (8,6%) meer woningen bijkomen. Dit is minder dan de bij de gemeente bekende nieuwbouw en transformatieprojecten, omdat op basis van ervaringen én onzekerheid over de randvoorwaarden voor woningbouw (stikstof, netcongestie) hierin een vertraging te verwachten valt. Voor de komende jaren is het de opgave deze vertraging te beperken om de druk op de woningvoorraad te kunnen verlichten.
Het is de verwachting dat het percentage koopwoningen langzaam daalt en het percentage huurwoningen in bezit van corporaties en overige eigenaren langzaam stijgt, als gevolg van het toevoegen van met name sociale- en middeldure huurwoningen. Kwantitatieve ontwikkeling woningvoorraad Aantal woningen: realisatie (2001, 2010, 2019 t/m 2025) en prognose (2026 t/m 2032) 100.000 90.000 79.428 80.425
80.000
75 633
—•
—80.980 81 932
._r 83.957
._.85.942
87.350
._._ — .. 88599 89.656
__._......e..,__.__.r____..______.____..._......_............
70.000
•
60.000 50.000 2001 2010 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 •
Aantai woningen gerealiseerd per 1-1
—
— Aantal woningen prognose per 1-1
Bronnen en toelichting: De cijfers uit het verleden (t/m 2025) zijn gebaseerd op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en het CBS. Voor de prognosecijfers is gebruik gemaakt van de gemeentelijke Monitor Plancapaciteit (conceptversiefebruari 2025). Deze bevat bij de gemeente bekende nieuwbouw- en transformatieprojecten. Om van plancapaciteit tot prognose te komen wordt op basis van ervaringen in het verleden, gerekend met een gemiddeld planvertragingspercentage Kadernota 2026
14
over de periode 2025 t/m 2032 van 30%. De staffel is bepaald op basis van de ervaring dat er over langere periode (ca. 8jaar) in Haarlem ca. 70% van verwachte opleveringen bij de totale plancapaciteit ook daadwerkelijk tot oplevering komt. Ontwikkeling
•
Het aantal woningen is in de periode 2019-2025 gegroeid met bijna 4.800 (+ 6,3%) naar 80.425. ln 2024 bedroeg de netto groei bijna 1.000 woningen (+ 1,3%). Dit was in lijn met de prognose vanuit de Monitor Plancapaciteit.
Prognose
•
• •
Voor 2025 is de verwachte toename van het aantal woningen reiatief laag met ruim 550 woningen in vergelijking met de andere toekomstige jaren, doordat er in 2023 en 2024 relatief weinig woni ngbouwprojecten gesta rt zijn. Voor 2026 is de verwachte toename van het aantal woningen circa 950. Voor de periode erna is de verwachting onzekerder. ln de woningbouwrapportage zal nader worden ingegaan op deze prognoses.
1.4.3 Maatschappelijke ontwikkelingen en prognoses leerlingen
De gemeentelijke bevolkingsprognose wordt voor meerdere doeleinden gebruikt, zoals de opstelling van de leerlingenprognoses in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Deze leerlingenprognoses ziin de basis voor de vaststelling van de huisvestingsbehoefte van de scholen nu en in de toekomst. Ook worden de leerlingenprognoses gebruikt voor de vaststelling van de behoefte aan bewegingsonderwijs en de daarvoor benodigde gymzalen en sportzalen/-hallen. Samenvatting en duiding
De verwachte bevolkingsgroei zal ook leiden tot een stijging van het aantal leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Deze ontwikkelingen hebben betekenis voor het huisvestingsbeleid van de gemeente. De gemeente heeft immers de wettelijke zorgplicht te voorzien in passende onderwijshuisvesting voor alle leerplichtige leerlingen in de gemeente. Daar waar sprake is van uitbreiding van de woningbouw en derhalve een toename van de leerlingenaantallen zal aanvullende capaciteit moeten worden gerealiseerd wanneer dit niet in de bestaande huisvestingscapaciteit kan worden opgevangen. Ontwikkeling en prognose leerlingenaantallen (Basisonderwijs en Voortgezet Onderwijs) Op basis van de medio 2024 opgestelde bevolkingsprognose van de gemeente Haarlem zijn nieuwe leerlingenprognoses opgesteld voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs worden geen prognoses opgesteld omdat de ontwikkeiing van deze onderwijsvormen zich moeilijk laat prognosticeren en sterk afhankelijk ¡s van o.a. Rijksbeleid m.b.t. het beleid inzake het speciaal onderwijs. Het Rijksbeleid en ook gemeentelijk en schoolbestuurlijk beleid is erop gericht zoveel mogelijk leerlingen in regulier onderwijs op te vangen en te streven naar inclusiever onderwijs.
ln onderstaande grafiek zijn de leerlingenprognoses voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs weergegeven. De leerlingenaantallen die staan bij de jaartallen in het verleden betreffen de daadwerkelijke leerlingenaantallen per 1 oktober in het voorafgaande jaar (dus het aantal leerlingen bij 2025 is van 1 oktober 2024). ln de opstelling van de leerlingenprognoses worden diverse informatiebronnen gebruikt, waaronder ook de woningbouwplannen. Het gaat hier echter alleen om de reeds vastgestelde woningbouwplannen. De woningbouwplannen die weliswaar in ontwikkeling ziin, maar nog niet zijn vastgesteld zijn nog geen onderdeel van de leerlingenprognoses. Kadernota 2026
15
Leerlingenaantauen Primair Onderwijs (PO) & voorgezet Onderwijs (VO) 16.000 15.000 14.000
13 735 13 78413 796 3355513 772
13.70913.75613.744 13.845
1360013.59
13 97614 060 ___
-
14.163 14.277
14.352
14.474
14.821 14 633 14 744
14 888 14 956
15 03215 102
-
___
-
-
C5 C5 C5
.E -
13.000 12 000
11 0I4
740 11 742
11 87611 895 11 889
12 003
12.0701215112218 12.157 12.063 12.07112.088 12.109 12.123 12.116 12.118 12.17712250
-
-
_
12 44612
12
15 160 15 224
-
12.767 12 840 52612 641
-
-
-
-
11.000
-
-
-
-
-
-
-
10.000
9.000
8.000 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044
PO
—
P0(prognose)
VO
—
V0(Prognose)
Leerlingaantallen zijn inclusiefinternationale school, lnternationale Taalklas (ITK) en lnternationale Schakelklas (ISK). Bron gerealiseerd 2019-2025: teldatum is per 1-oktjaar ervoor, jaarlijkse data van DUO, 2024. Bron prognoses basisonderwijs en voortgezet onderwijs 2026- 2044, XXLLnc, maart 2025. Voor beide leerlingenprognoses wordt rekening gehouden met de bevolkingsprognoses van de omliggende gemeentes en een analyse van waar de Haarlemsejeuqd naar school gaat en uit welke gemeenten de leerlingen van de Haarlemse scholen komen.
ln de leerlingenprognoses is te zien dat de komendejaren het aantal leerlingen in het basisonderwijs groeit van circa 13.600 leerlingen in 2025 (peildatum: 1 oktober 2024) naar circa 15.200 leerlingen in 2044. Dit is een groei van circa 12%. Het voortgezet onderwijs zal ook gaan groeien, maar deze groei is minder groot en vindt pas later plaats. Er is sprake van een groei van circa 12.000 leerlingen in 2024 naar circa 12.840 leerlingen in 2044. Dit is een groei van circa 7%. ln de actualisering van het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) wordt op basis van de leerlingenprognoses een vertaling gemaakt naar de huisvestingsbehoefte voor de komende jaren. ln beeld zal worden gebracht waar de groei van het aantal leerlingen plaatsvindt en welke interventies nodig zijn om te komen tot passende huisvesting. De verwachting is dat vanwege de woningbouw in met name het stadsdeel Schalkwijk hier aanvullende onderwijscapaciteit op termijn nodig zal zijn. De actualisering van het SHO vindt in 2025 plaats. 1.4.4 Samenvatting en duiding klimaattrends en -risicos
De klimaattrends die de meeste invloed hebben op de gemeente Haarlem zijn dat het s winters natter wordt, dat er vaker extreme zomerbuien zullen zijn, dat het warmer wordt en dat het s zomers droger wordt. Kadernota 2026
16
Deze trends hebben veei en diverse gevolgen voor de inwoners van de stad en voor veel beleidsterreinen binnen de gemeente. Belangrijke risicos zijn de aantasting van funderingen en gebouwen, wateroverlast bij veel regen en Iichamelijke en mentale klachten als gevolg van hoge temperaturen. De gevolgen van klimaattrends kunnen per gebied verschillen. Binnen de verschillende beleidsterreinen van de gemeente worden al maatregelen genomen om beter om te gaan met de klimaattrends. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt. Ook lopen er diverse projecten op gemeentelijk en regionaal niveau op het gebied van klimmaattrends, - risicos en adaptieve maatregelen. Klimaatbestendigheid krijgt als onderdeel van de duurzaamheidsbegroting aandacht in de P&C-documenten. Bovenstaande wordt hierna verder uitgewerkt en beschreven. 1.4.5 Belangrijkste klimaattrends Voor enkele specifieke jaren in de toekomst (o.a. 2050 en 2100) ziin door het KNMI verwachtingen berekend voor Nederland in de vorm van vier scenarios. Deze zijn vergeleken met de meest recente referentieperiode 1991-2020. KNMI - KNMI23-klimaatscenarios De landelijke klimaattrends die het meest invloed hebben op de gemeente Haarlem zijn: .
•
.
Het wordt s winters natter en extreme zomerbuien komen vaker voor De winters worden natter en er is een toename van extreme zomerbuien (in de zomer gaat het minder vaak regenen, maar als het dan regent, regent het harder); deze kunnen gepaard gaan met sterke valwinden tijdens de buien. o De hoeveelheid neerslag in de winter is in 2050 toegenomen met 4% (laagste scenario) tot 7% (hoogste scenario) ten opzichte van de periode 1991-2020; in 2100 is dit 4% tot 24%. Het wordt warmer De gemiddelde temperatuur neemt toe en er zai meer zon zijn. Hittegolven komen vaker voor en worden nog heter. o De gemiddelde jaartemperatuur in Nederland was tussen 1991 en 2020 10,5°C. Dit neemt in 2050 toe met +0,9oC tot +1,6°C en in 2100 met +0,9°C tot +4,4°C. Het wordt s zomers droger Zomers regent het minder vaak en verdampt er meer vocht uit de bodem. Daardoor gaat langdurige droogte vaker voorkomen. o Het gemiddelde maximale neerslagtekort (dit is een maatstaf om droogte in uit te drukken, gebaseerd op het verschil tussen verdamping en neerslag) komt in 2050 9% tot 30% hoger te liggen dan in de periode 1991-2020; in 2100 is dit 13% tot 79% hoger.
Een andere klimmaattrend die invloed heeft op Haarlem, is de stijging van de zeespiegel. De gemiddelde zeespiegelstand is naar verwachting in 2050 24 cm tot 27 cm hoger dan in de periode 1991-2020. ln 2100 gaat het om 44 cm tot 82 cm. Extreme weersituaties Er kunnen allerlei vormen van extreem weer voorkomen en het is niet altijd mogelijk een goede verwachting te geven van de frequentie. Voor de beeldvorming worden enkele verwachtingen uit rapporten van het KNMI, Stichting Toegepast Water Onderzoek (STOWA) en Stichting RIONED benoemd:
Kadernota2O26
17
Het stedelijk gebied van Haarlem wordt erop getoetst dat er bij een bui van 20 mm in één uur geen water op straat mag blijven staan en dat er bij een bui van 70 mm in één uur geen water in panden mag stromen. Een bui van 20 mm in één uur zou in het huidige klimaat één keer per twee jaar vallen en een bui van 70 mm in één uur zou in het huidige klimaat één keer per 200jaar vallen. ln de meest extreme klimaatverwachting voor 2050 treedt ongeveer een verdubbeling van deze kansen op naar één keer per jaar en één keer per 100 jaar. Hittestresskaarten laten zien dat de gevoelstemperatuur op zeer warme dagen overal in het bebouwde gebied in Haarlem hoog is (mede door de sterke verstening) en dat deze zonder aanpassingen in de openbare ruimte op meerdere plekken nog hoger wordt. Zie kaart: Gevoelstemperatuur op een hete dag in 2050 Haarlem ln het meest extreme toekomstscenario wordt de kans op een extreem droge zomer in 2100 vergelijkbaar met de kans op een gemiddelde zomer nu. 1.4.6 Verwachte gevolgen van klimaattrends voor Haarlem: klimaatrisicos De veranderingen in het klimaat hebben invloed op veel beleidsterreinen binnen de gemeente. Belangrijke risicos zijn de aantasting van funderingen en gebouwen, wateroverlast bij veel regen en lichamelijke en mentale klachten als gevolg van hoge temperaturen.
0p basis van reeds beschikbare gemeentelijke informatie en interviews met beleidsmedewerkers aan de hand van de NAS-adaptatietool NAS adaptatietool voor de analyse van klimaatrisicos, zijn verwachte gevolgen in kaart gebracht.
De toename van neerslag gaat gepaard met een grotere kans op extreme piekneerslag. Met een model is berekend dat zeker 2% van de gebouwen in Haarlem kwetsbaar is voor wateroverlast bij een dergelijke bui. Mogelijk ligt dit hoger, aangezien ruim 20% van de wegen te maken krijgt met een grote hoeveelheid water op straat (>= 10 cm). Zie kaart:Waterdiepte bij een hevige bui (70 mmm) Haarlem. Water in woningen door extreme buien kan grote schade geven. Een ander belangrijk gevolg is de stijgende grondwaterstand, waardoor er water terecht kan komen in kruipruimtes en kelders en funderingen kunnen worden aangetast (vooral bij fluctuaties). Ook kan hierdoor vocht optrekken in vloeren en gevels. Vocht in huizen kan schimmel veroorzaken, wat een negatief effect kan hebben op de gezondheid van inwoners. Ook bomen en planten kunnen last hebben van teveel water. Daarnaast kan de bereikbaarheid door hulpdiensten minder worden bij veel water op straat en kunnen vitale functies (zoals elektriciteitshuisjes) worden uitgeschakeld door het water. De temperatuurtoename heeft veel gevoigen. Een belangrijk gevolg is de toenemende kans op hittestress (lichamelijke en mentale klachten als gevolg van hoge temperaturen), met name bij kwetsbare groepen, zoals ouderen (door de vergrijzing wordt deze groep ook nog eens steeds groter) en kinderen.
Bij tijdelijk extreem hoge temperaturen neemt de kans toe op meer ziekte en doden. Hierdoor neemt de druk op eerste hulpdiensten toe. Er zijn risicos bij grote evenementen en mensen ervaren een slechtere nachtrust. Tevens is er meer blootsteliing aan Uv-straling, met hierdoor meer kans op huidkanker en staar. Door meer gebruik van waterrecreatie stijgt ook de blootstelling aan ziekteverwekkers. Teken zijn een langere periode in het jaar actief, waardoor de kans om de ziekte van Lyme te krijgen groter wordt.
Kadernota 2026
18
Hogere temperaturen zorgen voor een groeiende behoefte aan koele plekken in de buitenruimte. Ook is er hierdoor meer waterrecreatie: niet alleen door de eigen inwoners, maar ook door toeristen. De hogere temperaturen maken Nederland gunstiger als vakantieland. Hogere temperaturen kunnen ook veel invloed hebben op de infrastructuur en veiligheid, o.a. doordat bruggen uitzetten en daardoor niet meer kunnen sluiten, maar ook door een hogere kans op uitval van ondersteunende systemen. De toename van droogte kan funderingsschade en verzakkingen versnellen; o.a. door aantasting van funderingshout, maar ook door inklinking (afname volume van de grond). Door gebrek aan gegevens over funderingen, is het lastig om hier een exact getal aan te hangen. Bekend is dat panden die voor 1970 ziin gebouwd vaker een houten paalfundering hebben en dat de kans op schade groter is in gebieden met klei en veen in de bodem, waardoor de grondwaterstanden meer fluctueren. Droogte kan verder ook grote gevolgen hebben voor de natuur. Bomen en planten kunnen onvoldoende water krijgen en lopen daardoor schade op. Een gezondheidsrisico van droogte voor inwoners is meer fijnstof in de lucht. Hitte en droogte gaan vaak samen met veel pollen in de lucht en hoge concentraties ozon (zomersmog). Hierdoor kunnen mensen het benauwd krijgen, zeker als zij al aandoeningen aan de luchtwegen hebben.
Door langdurige periodes van droogte en intensivering van watergebruik bij warmte en droogte, staat de beschikbaarheid van zoet water onder druk. Watergebruikers als drinkwaterbedrijven, de agrarische sector, natuurgebieden en de stedelijke (groene) omgeving doen steeds meer een beroep op dezelfde druppel water. Vergroeningsmaatregelen, die o.a. worden genomen om de stad meer hittebestendig te maken, hebben ook effect op de stedelijke watervraag, die hiermee extra onder druk komt te staan. De klimatologische ontwikkelingen hebben invloed op de grondwaterstand en de kwantiteit en kwaliteit van oppervlaktewater. Langdurige droogte en hitte kunnen leiden tot een te laag peil, te veel waterptanten en/of te slechte waterkwaliteit door te hoge concentraties gevaarlijke stoffen en giftige algen en bacteriën. Ook kunnen grondwaterbronnen, watergangen en meertjes onbruikbaar worden om als bluswatervoorziening te dienen. Dit altes kan invloed hebben op de toekomstige beschikbaarheid van (voldoende) biuswater voor de brandweer. De zeespiegelstijging kan ook een grote invloed hebben op Haarlem. Door hogere waterstanden wordt het moeilijker om water te spuien bij limuiden. Ook kan dit leiden tot zoutindringing via de oppervlaktewateren en het grondwater. Dit verandert de natuur in en rondom het water, ook in de omgeving van Haarlem.
Bestaanszekerheid, gezondheid en kansengelijkheid, drie belangrijke ambities uit het coalitieakkoord van Haarlem, komen onder druk te staan door de veranderingen in het klimaat. lnwoners met een laag inkomen hebben minder mogetijkheden om klimaatadaptieve maatregelen te nemen, zoals de aanschafvan zonwering of airconditioning of het isoleren van de woning.
1.4.7 De belangrijkste klimaattrends en -risicos voor de verschillende gebieden
De leeftijd en opbouw van een wijk, de bodemopbouw en ligging in het watersysteem zijn belangrijke kenmerken die de gevolgen van klimaatverandering bepalen. Van straat tot straat kunnen hier verschillen in bestaan. Kadernota 2026
ln de voigende tabel zijn per gebied de belangrijkste kenmerken weergegeven die invloed hebben op de klimaatbestendigheid ervan en een beschrijving van de mogelijke gevolgen van klimaatveranderingen op de woningen en de openbare ruimte.
Gebied
Kenmerken
Centrum
Veel op zand gebouwd. Over het algemeen sterk versteend.
Noord
Veel op zand gebouwd. Enkele sterk versteende buurten. Soms beperkte mogelijkheden tot aanpassingen in de openbare ruimte. Over het algemeen ruim opgezet. Veel verharding.
Oost: Waarderpolder
Oost: Exclusief Waarderpolder
Schalkwijk
Enkele groene en ruim opgezette buurten, ook enkele sterk versteende buurten. Soms beperkte mogelijkheden tot aanpassingen in openbare ruimte. Bodemopbouw wisselend. ln de bodem komt relatief veel klei en veen voor. Ove het algemeen ruim opgezet en veel groen.
Zuidwest: Zuid
Over het algemeen ruim opgezet. Veel oudere bomen.
Zuidwest: West
Wisselende bodemopbouw Wisselende opzet van buurten.
Kadernota 2026
Mogelijke gevolgen voor openbare ruimte en woningen ln de sterk versteende buurten is er een grotere kans op wateroverlast. Er is een grotere kans op hittestress, doordat er veel verharding is, beperkt groen is en er veel mensen in de openbare ruimte zijn. ln de sterk versteende buurten met smaile straten is er een grotere kans op wateroverlast en hittestress (o.m. Transvaalbuurt, lndische Buurt en Vogelenbuurt). Er zijn veel panden die voor 1970 ziin gebouwd: daar is de kans op schade door verzakking en funderingsproblemen groter. Er is veel verharding en weinig groen, daardoor is de kans op hittestress groot. Door de vele verharding is er een grotere kans op wateroverlast, maar de ruim opgezette straten zorgen er ook voor dat de waterstanden minder hoog komen. l-loogteverschillen op private percelen kunnen ervoor zorgen dat er meer water afstroomt naar één plek. De gebouwen zijn relatiefjong, daardoor is er een kleinere kans op droogteschade. ln de sterk versteende buurten met smalle straten is er een grotere kans op wateroverlast en hittestress (o.m. Amsterdamsebuurt). Er zijn veel panden die voor 1970 zijn gebouwd, daar is de kans op schade door verzakking en funderingsproblemen groter. De Zuiderpolder is relatief gevoelig voor overstromingsrisicos.
Vanwege de bodemopbouw is er een grotere kans op inklinking (afname volume van de grond) door droogte. Doordat de panden over het algemeen na 1970 zijn gebouwd is de kans op funderingsschade kleiner. Wel kan het inklinkingsschade geven in de openbare ruimte en schade geven aan groen. Veel nieuwbouw met ruime aandacht voor klimaatadaptatie. Ondanks de vaak ruim opgezette straten, is er soms kans op wateroverlast, door de vele verharding. De oudere bomen kunnen kwetsbaar zijn voor veranderingen van de grondwaterstand. De Veenpolder heeft een relatief grotere kans op overstromingen. ln de binnenduinrand kunnen grondwaterstandsveranderingen plaatsvinden (vooral Ramplaankwartier). Hoe dit uitpakt is lastig te voorspellen. ln de sterk versteende buurten met smalle straten is er een grotere kans op wateroverlast en hittestress (o.m. Leidsebuurt). Er zijn veel panden die voor 1970 zijn gebouwd, daar is de kans op schade door verzakking en funderingsproblemen groter.
20
1.4.8 Adaptieve maatregelen tegen klimaatrisicos Binnen de verschillende beleidsterreinen van de gemeente worden ai maatregelen genomen om beter om te gaan met de klimaattrends. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt. Maatregelen die al worden uitgevoerd, maar ook in de toekomst noodzakelijk blijven, zijn o.a.: • • • • •
De openbare ruimte klimaatadaptief maken door meer ruimte voor water, rninder verharding en meer groen. Zorgen voor hoogteverschillen, zodat het water de juiste kant op stroomt. Zorgen voor meer koelteplekken en recreatieplekken in het groen of aan het water. Klimaatadaptief bouwen. Het plaatsen van watertappunten in de openbare ruimte.
Aanvullende maatregelen om te verkennen zijn bijvoorbeeld: • • • • • • 1.4.9
Het klimaatadaptief maken van bestaande woningen, inclusief aanpak van de funderingsproblematiek. Totdat bestaande woningen klimaatadaptief zijn: het creëren van schuilplekken (bijvoorbeeld buurtkamers) voor het geval van hitte of andere extreme omstandigheden. Ondersteuning van inwoners met een laag inkomen om klimaatadaptieve maatregelen te kunnen nemen. Bij het opstellen en uitvoeren van het warmteprogramma de noodzaak tot koelte integreren. Het bewustzijn onder inwoners vergroten over wat te doen bij extreme weersituaties. Het opstellen van een calamiteitenplan voor extreme weersituaties. Projecten en documenten op gemeentelijk en regionaal niveau op het gebied van klimmaattrends, - risicos en adaptieve maatregelen
Zowel op gemeentelijk, als op regionaal niveau, zijn en worden projecten gestart en documenten gepubliceerd om meer informatie te krijgen over (de gevolgen van) klimmaattrends en om klimaatadaptieve maatregelen te verkennen en vast te stellen. Op gemeentelijk niveau betreft dit: Duurzaamheidsbegroting: Klimaatbestendige stad ln de Programmabegroting 2025-2029 is in de paragraaf duurzaamheidsbegroting een inventarisatie gemaakt van indicatoren die inzicht geven in de klimaatbestendigheid van de stad. ln het jaarverslag van 2024 ziin de eerste meetresultaten van deze indicatoren gepresenteerd.
Plan Stedelijk Water 2024-2033 Het Plan Stedelijk Water heeft als doel de aan water en klimaatadaptatie gerelateerde zaken te bespreken en in uitvoering te brengen, zodat in 2050 de openbare ruimte van de stad klimaatadaptief ingericht is. Dit gebeurt in vier uitvoeringsprogrammas (UVPs): Uvp Klimaatadaptatie: beschrijving van hoe de openbare ruimte wordt aangepast om klimaatveranderingen op te vangen, met de nadruk op wateroverlast- en hittebestrijding.
Kadernota 2026
21
-
-
•
uvP Oppervlaktewater: er komen acht watergangen in de stad om ervoor te zorgen dat het overtollige water snel en efficiënt afgevoerd kan worden. uvpstedelijkAfvalwateren Hemelwater: borgen dat het riool optimaal functioneert om vuil water af te voeren en hemelwater (regen) waar nodig af te voeren naar open water. Op deze manier is er minder wateroverlast en daarmee minder impact op de openbare ruimte. UVP Grondwater: het grondwater speelt een cruciale rol in klimaatadaptatie. Het zorgt ervoor dat in natte tijden veel water opgevangen kan worden door infiltratie. ln droge tijden zorgt het voor beschikbaarheid van water voor het groen, maar beschermt het ook funderingen. ln het uitvoeringsprogramma wordt het meetnet uitgebreid om te beoordelen waar ingrepen nodig zijn om deze taken goed vorm te geven. Deelname aan pcp Wise PCP Wise Haarlem heeft een Europese subsidie gekregen om mee te doen aan de ontwikkeling van een systeeni om scenarios te berekenen die kunnen helpen bij het bepalen hoe wijken klimaatadaptief te maken en hoe dit te monitoren. Hierbij wordt onder meer gebruik gemaakt van satellietbeelden. Dit project is gestart in januari 2025 en heeft een doorlooptijd van drie jaar.
ln de tweede helft van 2025 ontvangt de gemeenteraad een informatienota waarin uitleg wordt gegeven over de verwachte impact van de nieuwe KNMI-klimaatscenarios op de stad. Daarnaast wordt in de Programmabegroting 2026-2031 een verdere vertaalslag en verdieping van de klimaatrisicos voor de gemeentelijke organisatie gemaakt. lnitiatieven op regionaal niveau waar de gemeente Haarlem in vertegenwoordigd is, zijn onder meer: