CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij bijlage A Ontwikkelvisie

gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen Masterplan Hart voor Oostpoort en openen grondexploitatie21.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bij de ontwikkeling van Oostpoort vormt duurzaamheid een vanzelfsprekende basis voor de gebiedsontwikkeling als geheel. Op verschillende thema’s en op alle schaalniveaus krijgt duurzaamheid betekenis en kwaliteit.

Rondom het station denken we ook na over een clustering van enkele gemakswinkels die omliggende buurten (verder) kunnen voorzien. In dit middengebied is ook plaats voor doelgroepen voor wie het belangrijk is (zorg) voorzieningen in de onmiddellijke nabijheid te hebben. Beleving De uitdaging is dat de Oostpoort een plek op zich wordt, waar het aantrekkelijk is om heen te gaan (voorzieningen, inrichting, routes) en waar mensen graag komen wonen of werken. Dan moet het niet alleen overdag tijdens kantooruren aantrekkelijk zijn, maar evenzeer in de weekenden en ’s avonds. Een nieuw stedelijk gebied waar bestaande functies en gebouwen goed in worden opgenomen (m.n. IKEA, Joh. Enschedé en Teva) en vloeiend doorloopt naar de bestaande wijk Zuiderpolder. Er is veel aandacht voor de menselijke maat, voor interactie en groene verbindingen. Het gebied wordt een kruispunt van ‘lange lijnen’ voor de fiets. Bewoners van de Zuiderpolder hebben meer en veilige routes naar het station en het groen en kunnen gebruik maken van de nieuwe voorzieningen aan weerszijde van het spoor. Door de verschillende invullingen van de groene scheggen, van stedelijk naar natuurlijk/ecologisch, ontstaan aanleidingen voor sport en spel.

Duurzame stedenbouw Bij het ontwerpen van deze stedenbouwkundige visie en bij de inrichting van de openbare ruimte spelen veel duurzaamheidsaspecten een rol. De gemeente stelt een Richtlijn Duurzaam Bouwen op. Vooruitlopend op deze richtlijn zijn overweging vanuit duurzaamheid leidend voor de opzet van de ruimtelijke structuur van Oostpoort. De hoofdkeuzes uit deze visie, het compact bouwen rondom het station, het realiseren van een autoluw gebied met nieuwe verbindingen voor langzaam verkeer en het introduceren van een waterrijke scheg naar het landschap, komen allemaal voor uit kwaliteitsèn duurzaamheidsoverwegingen. Ook het toevoegen van werkgelegenheid draagt bij aan het beperken van de grote verkeerstromen de stad uit. Het geeft mensen de mogelijkheid met de fiets naar het werk te gaan. Dat is duurzaam en het maakt de stad toekomstbestendig. Ook op inrichtingsniveau van bouwkavels en openbare ruimte moet de Richtlijn Duurzaam Bouwen worden betrokken. Klimaatadaptatie: water als sleutel In de toekomstige Oostpoort wordt de groen- en waterstructuur versterkt. Hierdoor wordt actief geanticipeerd op het voorkomen van wateroverlast, droogte en hittestress. Water speelt een centrale rol in het ‘koelen’ van het stedelijk gebied, het verbeteren van de waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast. Dit past in de ambities om klimaatadaptief te bouwen.

Door het toevoegen van water zijn er meer mogelijkheden voor berging en kan het langer worden vastgehouden. De groene scheggen bieden kansen voor centrale opvang van afstromend regenwater van bebouwing en verharding door een goede infiltratie en berging in combinatie met de Veerplas. De groene scheggen vertragen de afvoer van piekbuien, en bieden een goede doorvoer door het stedelijk gebied, met name door de stroombaan voor regenwater die door het gebied loopt.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

79

Smartland Smartland

Oostpoort als stedelijke airco voor verminderen hittestress

Rainproof Oostpoort - klimaatadaptieve inrichting

80

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR

6. DUURZAME STEDELIJKE ONTWIKKELING De waterrijke groene scheggen fungeren als een ‘stedelijk airco’ voor de hittevorming binnen het stedelijk gebied. Samen met Amsterdamsevaart en andere watergangen zorgen natte groenvlakken voor binnenhalen van het ‘koele’ buitengebied van het Liedelandschap. Bij deze Ontwikkelvisie voor Oostpoort wordt voldaan aan de waterschapseis om toename van verhard oppervlak met 15 procent extra oppervlaktewater te compenseren. Duurzame warmtevoorziening De warmtevoorziening van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in Haarlem moeten aardgasvrij worden uitgevoerd. Ook de nieuwbouw in Oostpoort is geheel aardgasvrij en gebaseerd op duurzame warmtebronnen. De ondergrond lijkt geschikt voor Warmte/KoudeOpslag (WKO)-systemen. Om de capaciteit van de ondergrond doelmatig te benutten kan het slim zijn om een bodemenergieplan op te stellen. Met een marktverkenning wordt onderzocht of het clusteren van collectieve bronnen met ontwikkellocaties of zelfs gehele zones tot voordelen kan leiden. Hierbij wordt ook verkend op welke wijze partijen in deze zones voor een collectieve bronnenstrategie moeten samenwerken, en welke rol de gemeente hierin kan aannemen. Warmtenetten kunnen een aantrekkelijke optie zijn voor de ontwikkeling van Oostpoort.

Potentiële warmtebronnen voor een collectief warmtenet zijn aardwarmte, biomassa en restwarmte van nabij gelegen bedrijven in de Waarderpolder. De kansen voor een warmtenet in Oostpoort in relatie tot de Waarderpolder vergen nader onderzoek. Energietransitie in de gebouwde omgeving Op grond van (inter)nationale afspraken zal een transitie plaats vinden van de huidige opwekking van energie, gebaseerd op fossiele brandstoffen, naar energie opgewekt uit duurzame hulpbronnen (zon, wind en biomassa). Naast het beperken van energiegebruik, is de opgave om energie zoveel mogelijk lokaal op te wekken, op te slaan en te gebruiken (smart grid). Dit houdt in dat de daken en gevels van de gebouwen zoveel mogelijk gebruikt worden voor het produceren van duurzame energie. Met de compacte, stedelijke bouw bestaan er grote kansen in de Oostpoort voor collectieve aanpak

van zonnepanelen, vanwege het relatief grote oppervlak van daken. Naast de nieuwbouw, kunnen ook de relatief grote bedrijfsgebouwen in de omgeving en breder in de Waarderpolder bijdragen aan de productie van duurzame energie via zonnedaken of zonnegevels, of via energiewinning uit asfalt. Op gebiedsniveau kan gekeken worden of de bestaande omgeving een rol kan spelen aan de levering van energie aan de nieuwbouw op Oostpoort, of breder aan andere wijken binnen Haarlem. Circulair bouwen en hergebruik Het circulair bouwen betekent grofweg dat de materialen van het gebouw opnieuw gebruikt kunnen worden. Voor de komende nieuwbouw kan mogelijk al gebruik worden gemaakt van materialen uit de sloop van de bestaande panden. Op gebiedsniveau van Oostpoort en op stadsniveau kunnen allerlei bestaande bouw- en restmaterialen worden verzameld, bewerkt, geupcycled en hergebruikt. In Oostpoort zijn er volop kansen om materialen te hergebruiken, en om hiermee te experimenteren in relatie tot bedrijfsactiviteiten op het bedrijventerrein Waarderpolder. Om de materialen van de nieuwe gebouwen in de toekomst goed te kunnen gebruiken, is het belangrijk om te werken welke materialen gebruikt zijn en hoe deze gemonteerd zijn.

Momenteel wordt er nagedacht hoe vastgelegd kan worden dat voor nieuwe gebouwen verplicht een madaster (materialenlogboek) en demontageplan (hoe haal je de materialen uit het gebouw) wordt opgesteld. Voor de inrichting van de openbare ruimte heeft de gemeente al duurzame Grond-, Weg- en Waterbouw afspraken gemaakt. Voor werkzaamheid in de openbare ruimte wordt gewerkt met een materialenpaspoort. Ook voor de bouwlogistiek moet aandacht zijn. Er is in deze ontwikkelzone niet veel ruimte om bouwmaterialen op te slaan en het is ongewenst dat grote vrachtwagens te vaak naar de verschillende bouwlocaties moeten rijden. Van toekomstige bouwbedrijven wordt gevraagd na te denken over materialenhubs om (gezamenlijk) zo efficiënt mogelijk de bouwlogistiek te organiseren met zo min mogelijk overlast voor omwonenden en weggebruikers.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

81

82

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

7. PERSPECTIEF OP UITVOERING Deze Ontwikkelvisie schetst een ambitieus, maar reëel toekomstperspectief voor de ontwikkeling van Haarlem Oostpoort. Dit vraagt om een helder perspectief op uitvoering: fasering, spelregels en financiering. En vergt een concrete uitwerking van specifieke vraagstukken rond milieu, verkeer, parkeren en civieltechnische zaken. De resultaten hiervan vertalen we in een Strategienota met een spelregelkaart als basis voor een nieuw bestemmingsplan en het uitvoeringsproces.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

83

M+P

Overzicht van bedrijven met een milieucontour binnen de huidige zonering

84

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

AANZET VOOR STRATEGIE

7. PERSPECTIEF OP UITVOERING 7.1 Naar een uitvoeringsstrategie Deze Ontwikkelvisie schetst een duurzaam toekomstperspectief, een gewenst eindbeeld voor de Oostpoort als stadsentree. Het is een strategische visie voor de lange termijn en derhalve nog globaal van karakter. Voordat er daadwerkelijk gebouwd kan worden, zal de haalbaarheid van een aantal zaken nog moeten worden uitgezocht en meer in detail worden uitgewerkt. Het gaat hierbij om technische onderzoeken, bijvoorbeeld over milieuaspecten en verkeer maar ook over strategische keuzes ten aanzien van financiering, fasering en parkeren. Bijvoorbeeld: in welke volgtijdelijkheid worden maatregelen en investeringen gedaan, welke maatregelen worden genomen om parkeeroverlast te voorkomen? Ook moeten uitspraken worden gedaan over de organisatievorm van en participatie in het vervolgproces. Deze onderwerpen zijn van belang voor een haalbare gebiedsontwikkeling maar hebben ook implicaties voor de huidige eigenaren, bedrijven en omwonenden. Bovenstaande wordt in samenspraak met deze partijen uitgewerkt in een Strategienota. Tevens worden de beleidsmatige kaders, kwaliteitsdoelen en randvoorwaarden uitgewerkt voor professionele ontwikkelende en investerende partijen.

In de Strategienota wordt zo handen en voeten gegeven aan de ambities en doelstellingen uit de Ontwikkelvisie en komen de eerste stappen voor de uitvoeringsfase in beeld. De Ontwikkelvisie wordt zo geen papieren tijger maar krijgt een haalbaar perspectief op realisatie. In de Strategienota komt ook een eerste opmaat voor spelregels voor bouwen en kwaliteit, en een meer gedetailleerde ‘spelregelkaart’. Deze worden later per bouwvlak of deelgebied uitgewerkt in concrete ruimtelijke en programmatische kaders voor ontwikkeling. Tevens worden de meer concrete spelregels basis voor het op stellen nieuwe bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.

7.2 Onderzoeken naar milieu, verkeer en impact op Stelling van Amsterdam Zoals aangegeven geeft de Ontwikkelvisie het gewenste ontwikkelingsperspectief op lange termijn aan. Om over te kunnen gaan tot realisatie worden op onderstaande thema’s nadere onderzoeken en concrete uitwerkingen uitgevoerd. Milieuaspecten van geluid en externe veiligheid Een deel van de Oostpoort bevindt zich in het gezoneerde bedrijventerrein Waarderpolder. Vanuit historisch gegroeide bedrijfsbelangen is het introduceren van geluidgevoelige bestemmingen pas mogelijk wanneer de milieuzone wordt aangepast. Er wordt onderzocht op welke wijze dit het beste kan gebeuren zodat naast de bestaande bedrijvigheid woningbouw mogelijk wordt. Het aanpassen van de milieuzone wordt juridisch geborgd in het nieuwe bestemmingsplan. Ook voor de nieuwe ontwikkelingen zijn milieuaspecten relevant, met name geluid en externe veiligheid. Ook hiervoor worden onderzoeken uitgevoerd. Voor geluid geldt dat de meeste beperkingen worden veroorzaakt door de spoorlijn Haarlem – Amsterdam, de Camera Obscuraweg en de N200. Aan de gevels van de bouwblokken langs de weg en het spoor zullen maatregelen nodig zijn om woningbouw mogelijk te maken. Hierbij kan het gaan om dove gevels of andere maatregelen voor de gevel. De van het verkeer en industrie afgeschermde gevels zijn geluidsluw.

Het industrielawaai zorgt alleen op de uiterste bebouwingen en grootste hoogten voor een geluidsbelasting die dove gevels noodzakelijk maakt of het plaatsen van niet-geluidgevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld kantoorfuncties). Om de geluidsbelasting te beperken en deels dove gevels te voorkomen is het te overwegen in het plangebied maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld de beleidsmatig gewenste afwaardering van de N200 (Amsterdamsevaart) kan gelden als bronmaatregel. Ter plaatse van het plangebied is deze weg deels bij Rijkswaterstaat in beheer. Het aanpassen van de rijsnelheid van 70 naar 50 km/u kan leiden tot een afname van de geluidsbelasting.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

85

M+P

Studie naar geluidsoverlast bij voorbeeldverkaveling: er zijn maatregelen nodig aan de rode gevels om woningbouw mogelijk te maken

86

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

AANZET VOOR STRATEGIE

7. PERSPECTIEF OP UITVOERING Ook het toepassen van geluidsreducerend wegdek kan hieraan bijdragen, net als het toepassen van raildempers op het spoor. Daarnaast valt te denken aan overdrachtsmaatregelen zoals geluidsschermen of een aarden wal dicht langs de weg en in de middenberm, of zogenaamde diffractoren (betonnen constructies met holtes parallel aan het wegdek, waardoor geluid geabsorbeerd wordt en geluidsgolven naar boven worden gericht).

verkeersgeneratie door het inzetten van deelauto’s, stimuleren van OV en het hanteren van een parkeerregime. Binnen de structuurvisie openbare ruimte (SOR, Haarlem 2017) is reeds uitgegaan van een afname van de standaard verkeersgeneratie van 15%. Dit wordt naar verwachting gerealiseerd door het verbeteren van het fietsnetwerk en de OV voorzieningen binnen Haarlem te optimaliseren. Daarnaast zorgt dit ervoor dat het autogebruik richting het centrum wordt ontmoedigd.

Doorrekening van verkeerskundige effecten Om inzicht te krijgen in verkeerseffecten van het gewenste programma, in combinatie met de mogelijke aanpassingen in de infrastructuur, worden door onderzoeksbureau Goudappel Coffeng eerste verkenningen uitgevoerd met het verkeersmodel van de gemeente Haarlem.

Gezien de locatie van de ontwikkelzone, vlakbij het treinstation Haarlem-Spaarnwoude en het voornemen om actief in te zetten om het gebruik van deelauto’s in combinatie met een parkeerregulering wordt verwacht dat dit effect verdubbeld kan worden. Het netto effect op verkeersgeneratie door de inzet van deelauto’s is, mits goed geïmplementeerd, ongeveer 15%. De andere alternatieven zoals het openbaar vervoer, de fietsvoorzieningen en de parkeerregulering zorgen naar onze verwachting voor de overige 15%. Dit betekent dat verkeersgeneratie van het gebied 30% lager kan zijn dan de traditionele verkeersgeneratie. Wanneer bovenstaande maatregelen worden doorgevoerd blijkt een afname van de verkeersgeneratie terug te zien ten opzichte van de verkeersmaatregelen uit de SOR, voor het prognosejaar 2030.

Hierbij worden verschillende modellen onderzocht waaronder de gewenste realisatie van een nieuwe op- en afrit in het verlengde van de Amsterdamsevaart naar het (bestaande) viaduct en de Camera Obscuraweg. Door deze ingreep kan de bestaande oprit van de Camera Obscuraweg worden gesloopt en plaats maken voor de ontwikkeling. Deze nieuwe route heeft alleen een verbinding met verkeer van en naar het westen van de Amsterdamsevaart. Dit betekent ook dat het kruispunt Camera Obscuraweg - Robertus Nurksweg komt te vervallen en er vanaf de Zuiderpolder en de Nurksweg geen directe verbinding meer met de Waarderpolder mogelijk is. De Robertus Nurksweg wordt aangesloten op de Diakenhuisweg. De Diakenhuisweg wordt doorgetrokken en krijgt een gelijkvloerse aansluiting met de Amsterdamsevaart, zodat een aansluiting met het centrum van Haarlem en de A9 behouden blijft. Bij deze nieuwe ontsluiting van Zuiderpolder dient nog goed gekeken te worden het voorkomen van sluipverkeer tussen de Amsterdamsevaart en de Schipholweg. Naast deze aanpassing is ook het sluipverkeer over de A. Hofmanweg tegengegaan, door deze te knippen ten noorden van de aansluiting met Penningsveer. Hierbij wordt naast de traditionele verkeersgeneratie ook gekeken naar het effect van een gereduceerde

Wel blijkt dat het netwerk rondom het plangebied zwaarbelast is en er weinig restcapaciteit beschikbaar is. Ook blijkt dat het kruispunt Bohnweg-Camera Obscuraweg in de toekomstige situatie niet meer voldoet met de huidige vormgeving, deze zal dus moeten worden aangepast. Grotendeels wordt dit veroorzaakt door een toename van verkeer op de doorgaande route, door de autonome groei van inwoners en arbeidsplaatsen in Haarlem, die via deze route richting de A9 gaan. Impact op kernkwaliteiten Stelling van Amsterdam De planlocatie voor een bijzondere functie ten oosten van de Camera Obscuraweg is gelegen binnen het UNESCOwerelderfgoed Stelling van Amsterdam. Hiervoor gelden de artikelen 20-22 Provinciale Ruimtelijke Verordening. Deze stellen dat een bestemmingplan alleen mag voorzien in nieuwe functies indien de kernkwaliteiten van

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

87

Goudappel Coffeng

Studie naar ontwikkeling Oostpoort zonder viaduct Camera Obscuraweg

Studie naar ontwikkeling Oostpoort zonder viaduct Camera Obscuraweg en met doortrekking Prins Bernhardlaan

88

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

AANZET VOOR STRATEGIE

7. PERSPECTIEF OP UITVOERING de erfgoederen met uitzonderlijke universele waarden worden behouden of versterkt. Er dient daarom onderzoek te worden gedaan naar de impact op de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wordt gevraagd om te adviseren over de mogelijkheden voor het bouwen van een bijzondere voorziening op deze plek. 7.3 Specifieke uitwerkingen met partijen Mobiliteitsknooppunt concreet uitwerken Station Spaarnwoude ontwikkelt zich van ‘halte’ tot knooppunt van trein, bus, fiets, auto en voetganger. In het nieuwe stationsdomein komen alle modaliteiten bij elkaar. Nader ontwerpend onderzoek is nodig om te verkennen hoe de verkeersstromen zich tot elkaar verhouden en wat de ruimtelijke impact is van de verschillende mobiliteitsprogramma’s. Tevens wordt nader uitgewerkt hoe de transferfunctie van het knooppunt zich verhoudt tot de concentratie van stedelijke ontwikkeling in het gebied. Hierbij is ook meer duidelijkheid nodig over de minimale afstand tussen de nieuwe bebouwing en het spoor/ de reservering. In samenspraak met de spoorse partijen en vervoerders wordt hier nader invulling aan gegeven. Ook de probleemanalyse binnen het visietraject voor station Haarlem is relevant in relatie tot het (toekomstige) OV-netwerk en de benodigde ruimte voor de bussen. In samenhang met de resultaten uit het OV-Toekomstbeeld.

Uitwerking van (civiel)technische haalbaarheid In de Ontwikkelvisie worden een aantal infrastructurele maatregelen voorgesteld. Voor de verkenning van de haalbaarheid van deze elementen is het nodig om een technische quickscan uit te voeren van de volgende onderdelen: aanpassing van het Kegge-Stastokviaduct, de inpassing van de watergang Amsterdamsevaart (oude trekvaart), langzaam verkeersverbinding gemaakt tussen noord- en zuidzijde van het spoor (brug of tunnel) en de doorbraak onder de fly-over. Door middel van globale verkenningen en referentiestudies kan een beeld worden verkregen van de technische haalbaarheid en financiële consequenties van de verschillende onderdelen.

Parkeerstrategie en clusteren van parkeren Eerder in de Ontwikkelvisie is de parkeeropgave beschreven. Een slimme parkeerstrategie, zowel ruimtelijk als qua regime, is cruciaal voor het slagen van de stedelijke ontwikkeling. Hierbij spelen verschillende opgaven en belangen. Er wordt gewerkt aan een pakket aan maatregelen waarin met de verschillende betrokken partijen per kavel of deelgebied naar een maatwerkoplossing wordt gezocht. Uitgangspunt voor het parkeren is het intensiveren en combineren (dubbelgebruik) van de parkeeropgave, zodat er met zo min mogelijk ruimtebeslag aan de behoefte kan worden voldaan. Er wordt gekeken in hoeverre clustering en integratie van bestaande parkeervoorzieningen haalbaar is, en op welke manier negatieve effecten van het nieuwe programma kunnen worden tegengegaan. Ook wordt onderzoek gedaan naar een passende parkeernorm voor het nieuwe programma en naar een adequaat parkeerregime voor de openbare ruimte, P+R en omliggende bedrijven. 7.4 Bestemmingsplan en financiële uitwerking Spelregelkaart als grondslag voor nieuw bestemmingsplan Op basis van de Ontwikkelvisie is het noodzakelijk om tot een vernieuwd bestemmingsplan te komen voor het gehele gebied van de Oostpoort. Hiervoor wordt een concrete ‘spelregelkaart’ opgesteld voor de stedelijke ontwikkeling.

De Spelregelkaart is een kaderstellende kaart voor bebouwingsmogelijkheden, maatvoeringen, functieprogramma, duurzaamheid en kwaliteiten. In deze kaart worden ook het structurerende raamwerk voor mobiliteit én het casco van groen, water en landschap gedetailleerd uitgewerkt in functie, maatvoering, kwaliteit en gebruik. Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Om de ontwikkelingen zoals voorgesteld in deze ontwikkelvisie te kunnen realiseren, is vernieuwing van het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk. De ambities en doelen die de gemeente heeft voor deze gebiedsontwikkeling op het gebied van duurzaamheid,

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

89

Huidige eigendomssituatie

90

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

AANZET VOOR STRATEGIE

7. PERSPECTIEF OP UITVOERING leefbaarheid en identiteit, zijn randvoorwaardelijk om mee te werken aan het wijzigen van de vigerende bestemming naar een gemengde bestemming. Vooruitlopend op de nieuwe omgevingswet wil de gemeente voor dit gebied een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte opstellen. Dit maakt het mogelijk om (tijdelijk) af te wijken van geldende wet- en regelgeving waardoor alvast geanticipeerd kan worden op de lokale afwegingsmogelijkheden die de Omgevingswet in 2021 gaat bieden. De ambities en doelen die de gemeente heeft met deze gebiedsontwikkeling kunnen dan beter geborgd worden. Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is de voorloper van het Omgevingsplan. Fasering van de gebiedsontwikkeling Belangrijk onderdeel van de strategienota zal zijn de fasering van de gebiedsontwikkeling.

Hierbij spelen de volgende onderwerpen een rol: §§ in welke volgordelijke stappen er een stedelijk gebied met voldoende schaalgrootte kan worden gerealiseerd, waarmee tegemoet kan worden gekomen aan de Haarlemse woningbouwopgave, §§ de aanleg van de openbare ruimte en de groene kwaliteiten die leiden tot een aantrekkelijk gebied waarin het vanaf het begin prettig verblijven is, §§ in alle fases voldoende aanbod van mobiliteit (ontsluiting en parkeren) waardoor knelpunten zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen, §§ welke volgorde het beste kan worden gehanteerd om geluidsoverlast op de nieuwe stedelijke bebouwingsblokken te beperken, §§ een slimme balans van investeringen en opbrengsten over de gehele ontwikkelperiode, waarbij de voorinvesteringen beheersbaar blijven en potentiële opbrengsten eerder in de tijd kunnen worden verzilverd. Financiële strategie In Oostpoort hebben we een hoge ambitie voor een hoogwaardige stadsentree. Hierbij stellen we een aantal ingrepen voor die een effect en kwaliteitsverbetering zullen bewerkstelligen die verder reikt dan voor de Oostpoort alleen. Het gaat hier om bijvoorbeeld de regionale noord-zuidfietsverbinding maar ook de groene

verbinding naar het recreatiegebied, als onderdeel van het MRA-project Buitenpoort. Een eerste financiële doorrekening wijst uit dat er naast de verkoop van de gronden van de gemeente er aanvullende middelen nodig zullen zijn om deze maatregelen te kunnen financieren. Er wordt met de verschillende partners gezocht naar slimme financierings- en subsidiemogelijkheden om het gewenste kwaliteitsniveau in Oostpoort te kunnen bereiken. 7.5 Samenwerking en besluitvorming Voor het opstellen van de Ontwikkelvisie is door gemeente met de provincie en de Alliantie partijen intensief samengewerkt. Deze Ontwikkelvisie is opgesteld onder begeleiding van de Cockpitgroep van de Alliantie, onder voorzitterschap van wethouder Floor Roduner. Het doel is deze Ontwikkelvisie ter besluitvorming voor te leggen aan het College van B&W en de gemeenteraad van de gemeente Haarlem, en tevens ter besluitvorming aan te bieden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. Om tot vaststelling van deze Ontwikkelvisie komen, dient er nog een traject te worden doorlopen. Als eerste dient de visie vrijgegeven te worden door het College van B&W voor de inspraakprocedure. Daarna zal de Ontwikkelvisie voorgelegd worden aan de commissie Ruimte van de gemeenteraad. Na behandeling in de commissie zal de visie in procedure worden gebracht voor de inspraakperiode van 6 weken.

In deze periode worden nog brede bijeenkomsten worden georganiseerd voor de Alliantie en voor bewoners en andere belanghebbenden. Na inspraak worden de ingediende zienswijzen beantwoord en gebundeld in een Nota van Beantwoording. Indien nodig, zal de visie naar aanleiding van de zienswijzen bijgesteld worden. Beide documenten (de Ontwikkelvisie en de Nota van Beantwoording) worden vervolgens via het College van B&W in procedure gebracht naar de commissie Ruimte met als doel om de visie te laten vaststellen door de gemeenteraad. De definitieve Ontwikkelvisie zal ook ter besluitvorming worden aangeboden aan het College van

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

91

Producten van de Alliantie Haarlem Oostpoort

92

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

AANZET VOOR STRATEGIE

7. PERSPECTIEF OP UITVOERING Gedeputeerde Staten. Dit alles geeft de Ontwikkelvisie bestuurlijke status en formeel rechtskracht als basis voor het nieuwe bestemmingsplan en de uitwerking van de uitvoeringsstrategie. En dient als basis voor het zoeken naar aanvullende financiering bij regio, Rijk en in Europees verband. Na het vaststellen van de Ontwikkelvisie breekt een nieuwe fase aan in het proces. De gemeente speelt in dit vervolgproces van uitwerking en uitvoering een belangrijke rol. Enerzijds beleidsmatig (door stellen van doelen en kaders) en uitvoerend (door actieve inzet van instrumenten, menskracht en middelen). Anderzijds op het proces faciliterend (uitwisseling en dialoog tussen partijen, participatie) en toetsend/besluitvormend (op de inzet en kwaliteit van concrete plannen). Deze verschillende rollen zijn goed te combineren in diverse

fasen van het uitvoeringsproces, als we dit duidelijk en transparant aangeven. De gemeente voert regie, maar is – net als afgelopen jaar – slechts één van de vele partijen. De intensieve samenwerking in vorm van de Alliantie Haarlem Oostpoort met veel betrokken partijen en belanghebbenden heeft een bijzonder positieve uitwerking gehad om tot deze visie te komen. Het streven is om gezamenlijk de intensieve samenwerking als Alliantie in het vervolgproces te kunnen continueren en die samenwerking gerichter en praktisch te maken naarmate uitvoeringsplannen en spelregels concreter worden uitgewerkt. Dit zal worden uitgewerkt in de Strategienota. Het is de bedoeling om de vaststelling van deze Strategienota parallel te laten lopen aan de procedure voor deze Ontwikkelvisie.

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

93

94

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

ONTWIKKELVISIE HAARLEM OOSTPOORT

95

COLOFON De gebiedsontwikkeling Haarlem Oostpoort wordt uitgevoerd in opdracht van de gemeente Haarlem. Procesbegeleiding van de Alliantie Haarlem Oostpoort is in handen van bureau UUM | Unlimited Urban Management en inhoudelijke uitwerkingen door UUM in coproductie met de gemeente Haarlem en de provincie Noord-Holland. COCKPITGROEP Floor Roduner – wethouder gemeente Haarlem, voorzitter Cockpitgroep Joke Geldhof – gedeputeerde provincie Noord-Holland, Ruimtelijke ordening en Wonen Irma Winkenius – regiodirecteur Randstad Noord NS Kees Rutten – regiodirecteur Randstad Noord ProRail Ad Liefting – bestuurslid IndustrieKring Haarlem (t/m april 2019) Mikkel Lévelt – bestuurslid IndustrieKring Haarlem (vanaf april 2019) Chris Schaapman – directeur-bestuurder Elan Wonen, namens Bouwend Haarlem Bernard Felix – voorzitter wijkraad Parkwijk-Zuiderpolder, namens wijkraden Haarlem-Oost Jos Gilliam – directeur Recreatie Noord-Holland INTERVISIETEAM Thijs Asselbergs – Thijs Asselbergs architectuurcentrale Marlies van Diest – Bureau Marlies van Diest Ontwerp Eric Luiten – Spoorbouwmeester KERNTEAM Gemeente Haarlem Conny Valkhoff – gebiedsmanager Haarlem-Oost Heinrich van Doorn – ontwikkelzonemanager Marjolein Peters – stedenbouwkundige Joeri Stork – planoloog Deniz Sükür – stedenbouwkundig ontwerper (vanaf januari 2019) Kim Krijger – stedenbouwkundig ontwerper (t/m december 2018) Provincie

Noord-Holland Miriam den Boer – stedenbouwkundige UUM | Unlimited Urban Management Edwin van Uum – alliantiemanager, planoloog Jana van Hummel – stedenbouwkundig ontwerper, procesmanager Koen Vermeulen – stedenbouwkundige (t/m februari 2018)

Tekst: Edwin van Uum, Marjolein Peters en Joeri Stork Beelden: Jana van Hummel, Marjolein Peters, Deniz Sükür en Miriam den Boer, tenzij anders vermeld Foto’s: kernteam, tenzij anders vermeld Lay-out: Jana van Hummel www.uum.nl

Amsterdam/Haarlem, september 2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16965344/2