CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan

gemeenteraad 25 april 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen bestemmingplan Louis Pasteurstraat27.222 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Op basis van gemiddeld twee personen per woning is de verwachte bevolkingsgroei 20.000 inwoners. Met de groei van de stad dient de huidige woon-werkbalans van 0,43 baan per inwoner behouden te blijven (peildatum 2018: 68.739 banen, 159.717 inwoners). Relatie tot ontwikkeling Binnen het plangebied wordt een kantoor van Elan Wonen en de woonwinkel van Elan Wonen gerealiseerd. Dit zorgt voor het aanbod van arbeidsplaatsen in de buurt en draagt bij aan het versterken van de economische structuur ter plaatse. 3.5.6 Verkeer en vervoer & Openbare ruimte Met het vaststellen van de Structuurvisie Openbare Ruimte Haarlem 2040: Groen en Bereikbaar (SOR) op 21 december 2017, is het Haarlems Verkeer en Vervoersplan (HVVP, 2003) vervallen. In de SOR is de ambitie voor Haarlem beschreven: een stad waar ruimte is om met elkaar te kunnen wonen, leven en verblijven. De SOR beschrijft de keuzes die Haarlem in de toekomst groen en bereikbaar houden. Ten aanzien van het aspect verkeer liggen er specifieke opgaven voor het afwikkelen van verkeersstromen. Of het nu gaat om de groeiende fietsersstromen, de doorstroming van (hoogwaardig) openbaar vervoer (HOV), de afwikkeling van het regionale gemotoriseerde verkeer of om de bereikbaarheid van de binnenstad voor de toenemende stroom bezoekers, waaronder toeristen. Daarnaast moet de parkeerdruk in de wijken 38

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

beheersbaar blijven om de bereikbaarheid te garanderen en de leefbaarheid te waarborgen. In het SOR zijn derhalve de volgende aandachtspunten benoemd: Groeiende fietsers- en voetgangersstromen accommoderen. Regionaal autoverkeer oost- west om de stad geleiden. Parkeerdruk binnenstad en omliggende wijken in goede banen leiden. Bereikbaarheid binnenstad garanderen. Metropolitane verbindingen verbeteren. In deze structuurvisie staat ook het sleutelproject 'dwars door Schalkwijk'. De Belgiëlaan, Kennedylaan en Floris van Adrichemlaan vormen een brede verbindingsroute dwars door Schalkwijk. Met dit sleutelproject kan de verblijfskwaliteit op deze route worden verbeterd en dat betekent meer ruimte voor recreatief gebruik, bewegen en spelen en meer interactie tussen de wijken. Na herinrichting ontstaat er een aaneengesloten groene route met veel gras, en speel-, zit en wandelmogelijkheden. Ter hoogte van de Floris van Adrichemlaan wordt de parkstrook verrijkt met een nieuwe waterloop. Het groen en water leveren een belangrijke bijdrage aan de natuurkwaliteit in Schalkwijk. De route door de wijk brengt bewoners naar het buitengebied langs de Zuid-Schalkwijkerweg en naar de Poelpolder. In het dagelijks gebruik wordt de route een veiliger zone voor schoolgaande kinderen. Een aantrekkelijke route zorgt voor meer aansluiting tussen Europawijk en Boerhaavewijk.

Eén van de sleutelprojecten uit de SOR is de wens extra water aan te brengen in de Boerhaavewijk, ook verwoord in het project Dwars door Schalkwijk. In dit project wordt de waterpartij langs de Floris van Adrichemlaan, die wordt aangelegd ten behoeve van het project Poort van Boerhaave Damiate, verlengd tot aan de Roordastraat. Dit geeft een kwaliteitsimpuls aan de openbare ruimte, het krijgt belevingswaarde en biedt ruimte om te verblijven en te ontmoeten en voorziet in de noodzaak om de wijk klimaatadaptief te maken door hemelwater af te koppelen en op te vangen in de wijk. De openbare ruimte in het binnengebied is ook de plek voor jonge en iets oudere kinderen om lekker buiten te spelen. Hiertoe wordt bij de verder uitwerking van het ontwerp op voorzien in speelvoorzieningen afgestemd op de behoefte van de wijk. In paragraaf 4.13 zal het aspect verkeer en vervoer voor het onderhavige plan nader uitgewerkt worden en in paragraaf 4.15 wordt nader ingegaan op de wateraspecten. 3.5.7 Mobiliteitsbeleid De Haarlemse gemeenteraad heeft op 23 september 2021 nieuw Mobiliteitsbeleid vastgesteld. Hiermee wil Haarlem een aantrekkelijke, gezonde en goed bereikbare stad blijven, terwijl de stad groeit. Het bereikbaar houden van de groeiende stad is een grote uitdaging. Oude oplossingen als het verbreden of toevoegen van wegen en parkeerplaatsen zijn niet meer voldoende.

Het vraagt om een verandering waarbij voorrang wordt

39

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

gegeven aan schone manieren van vervoer, die zo min mogelijk ruimte innemen: de mobiliteitstransitie. Met dit Mobiliteitsbeleid maakt Haarlem de keuze hoe vorm te geven aan deze transitie. Met de vaststelling van dit beleid gaat Haarlem de bereikbaarheid anders aanpakken. Dit betekent: De fiets en de voetganger krijgen prioriteit. Een snelheid van 30km uur wordt de norm en bij alle nieuwe wegontwerpen wordt voortaan eerst gekeken naar de ruimte voor de fietser en de voetganger. Het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) wordt evenwichtiger over de stad verdeeld en het autoverkeer wordt zoveel mogelijk gebundeld op de hoofdroutes. Een uitrol voor gereguleerd parkeren wordt opgesteld. Het streven is dat in 2030 het merendeel van de korte afstanden binnen Haarlem per fiets of te voet afgelegd worden en dat meer dan de helft van de verplaatsingen vanuit of naar Haarlem met het openbaar vervoer (OV) of de fiets plaatsvinden.

3.5.8 Parkeerbeleid Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat de bestaande behoefte aan parkeerplaatsen verandert, of dat de ruimte die nodig is om goederen te laden of lossen wijzigt. Aan een gewijzigde parkeerbehoefte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen dient in beginsel op eigen terrein te worden voldaan. Dit draagt bij aan een goede ruimtelijke ordening en voorkomt verkeers- en parkeeroverlast als gevolg van een tekort aan parkeerplaatsen in een bepaald gebied. Op 30 maart 2023 heeft de gemeenteraad de Nota parkeernormen vastgesteld. Met de Nota parkeernormen vertaalt Haarlem haar ambities in eisen die gelden voor fiets- en autoparkeren in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De gewenste mobiliteitstransitie vormt het uitgangspunt. De aanleg van voldoende, kwalitatief hoogwaardige fietsparkeerplaatsen heeft prioriteit. Nieuwe bewoners, forenzen en bezoekers moeten maximaal worden gestimuleerd om zich met de fiets te verplaatsen. Haarlem kiest voor een verlaging van haar autoparkeernormen. Ook biedt Haarlem initiatiefnemers de ruimte om minder autoparkeerplaatsen aan te leggen als zij mobiliteitsconcepten duurzaam inzetten. Uitgangspunt blijft dat de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein wordt opgelost.

3.5.9 Water Integraal Waterplan Haarlem De gemeente Haarlem en het hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan (IWP) Haarlem vastgesteld. Dit plan is in 2014 geactualiseerd. Centrale doelstelling van het IWP is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Het plan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden

40

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer open leggen van gedempte grachten. Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Uit het IWP blijkt dat zich binnen het plangebied geen watergangen bevinden die verbeterd moeten worden. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Het Verbreed Gemeentelijk Riolerings Programma (VGRP) is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (inclusief grondwaterbeheer) en de visie op riolering (en grondwater) voor de langere termijn worden beschreven. Met het VGRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen.

Door het opstellen van het VGRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. De nadruk in het VGRP 2018-2023 ligt op onderzoek. Hierdoor kunnen in het opvolgende VGRP onderbouwde keuzes gemaakt worden voor de noodzakelijke investeringen, om zo te kunnen blijven voldoen aan de gemeentelijke zorgplicht. Hemelwaterverordening Haarlem 2022 Haarlem werkt aan een groene en klimaatbestendige stad. Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast en overstromingen toe. Het gebeurt steeds vaker dat straten, woningen en gebouwen onderlopen. Om schade te voorkomen, zorgt de gemeente ervoor dat het regenwater in de openbare ruimte snel wordt afgevoerd. Alle herinrichtingen en groot onderhoudswerken in de openbare ruimte worden daarom inmiddels klimaatbestendig uitgevoerd, maar dat is niet voldoende. Het grootste gedeelte van Haarlem bestaat namelijk uit privaat terrein waar ook regenwater kan worden opgevangen. Waar eerder waterbergende maatregelen slechts als richtlijn voor nieuwbouw en verbouw werden voorgeschreven, zorgt de nieuwe hemelwaterverordening ervoor dat dit verplicht wordt. Met het vaststellen van de Hemelwaterverordening Haarlem 2022 wordt het nemen van waterbergende maatregelen juridisch geborgd en dragen nieuwbouw ontwikkelingen en grootschalige verbouwingen voortaan bij aan een klimaatadaptief Haarlem.

Relatie tot ontwikkeling Paragraaf 4.15 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt 41

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

omgegaan. 3.5.10

Groen De groenstructuur van Haarlem is vastgelegd binnen het Groen Structuurplan 2020. Met haar landschappelijke structuur is Haarlem een langgerekte stad; zeven kilometer bij maximaal vier kilometer. Het grootste deel van de stad bestaat uit compact gebouwde wijken. Het groen in Haarlem ligt hierdoor vooral langs de west- en oostrand van de stad. Met deze opbouw is in Haarlem het landschap altijd dichtbij. Dit handelsmerk van Haarlem, de compacte stad in een groene omgeving, is een belangrijk uitgangspunt voor het groenstructuurplan. De groene stadsranden en de grote groengebieden (parken, begraafplaatsen, een aantal sportvelden en volkstuinen) behoren tot de hoofdgroenstructuur. De hoofdgroenstructuur is vastgesteld in het Structuurplan 2020 en is beschermd. De ambities voor het groen tot 2020 zijn: 1. het versterken van de hoofdgroenstructuur, 2. het verbeteren van de kwaliteit van het huidige stedelijk groen, 3. het realiseren van goede recreatieve verbindingen naar het groen buiten de stad, maar ook tussen de grote groengebieden in de stad zelf en 4. het bieden van een richtlijn voor de hoeveelheid groen. In dit groenstructuurplan staat waar in de stad de kansen liggen om de ambities te realiseren.

Binnen elke typologie in Haarlem zijn voorbeelden waar de kwantiteit en kwaliteit van de groenstructuur goed is: centrumgebieden: Binnenstad verdichte buurten zonder voortuin: Slachthuisbuurt verdichte buurten met voortuin: Dietsveld/ Houtvaartkwartier gemengde buurten met royale aanleg: Koninginnebuurt/ Bos en Vaart tuindorpen: Overdelft villawijken: Den Hout kleinschalige strokenbouw: Sinnevelt grootschalige strokenbouw: Boerhaavewijk woonerven: Meerwijk Meer specifiek is in stadsdeel Schalkwijk sprake van voldoende groen, maar het aanwezige groen, is van matige kwaliteit. Hier ligt de prioriteit in het verbeteren van het groen. De oplossing van de geconstateerde knelpunten in de buurten wordt gezocht in: het groen dat er is (vooral in groenarme buurten) ook bij nieuwe ontwikkelingen te behouden of zelfs uit te breiden aan de hand van de groenambitie (zie verder in paragraaf 4.10). de kwaliteit van het bestaand buurtgroen te verbeteren en daarmee de leefbaarheid van de buurt. het groen buiten de stad of in de omgeving toegankelijk te maken door het verbeteren van de recreatieve routes. Met compact groen in de vorm van stoepgroen, gevelbegroeiing en daktuinen 42

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

is een stenige omgeving te vergroenen. Plantsoenen, bredere profelen en/of het aanleggen van (kleine) groengebieden waar gespeeld kan worden, zorgen ook voor meer groen in de buurt. Maar er zijn vooral creatieve oplossingen nodig omdat zowel woningbouw, groen en verkeer aanspraak maken op dezelfde schaarse (openbare) ruimte. Meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld in de vorm van daktuinen het aanleggen van dak- en geveltuinen is een mogelijkheid om in de compacte stad de milieu- en belevingskwaliteit te bevorderen. Deze daktuinen kunnen (deels) opengesteld worden voor het publiek waardoor er aanvullende (semi) openbare ruimte ontstaat.

Afbeelding 3.2: Hoofdbomenstructuur Relatie tot ontwikkeling De locatie is gelegen in de Geleerdenbuurt. Daar bestaat 20% van openbare ruimte uit groen. De streefhoeveelheid is ten minste 30%, dit is vastgesteld in 43

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

de 3-30-300 regel (definitie: vanuit elke woning zicht op ten minste 3 bomen, ten minste 30% van de openbare ruimte is groen, het is hoogstens 300 meter vanuit elke woning naar een groengebied van ten minste 0,5 ha groot) die is opgenomen in het Groenbeleidsplan 2022. Er is dus nog niet voldoende groen aanwezig in deze buurt in de huidige situatie. Het vergroten van de hoeveelheid groen is daarom het uitgangspunt. Er wordt derhalve met de voorgenomen ontwikkeling ingezet op het behouden van het bestaande groen waar kan en het terugbrengen van groen. De in de toelichting als paragraaf 4.10 opgenomen groenparagraaf gaat uitgebreider in op het aspect groen. Groenbeleidsplan 'Haarlem gaat op groen!' In 2022 heeft de gemeenteraad het Groenbeleidsplan 'Haarlem gaat op groen!' vastgesteld. De hoofdgroenstructuur (zoals hierboven besproken), het Natuur Netwerk Haarlem en de hoofdbomenstructuur is vastgelegd in dit beleidsplan. De gemeente zet zich in voor een groene, klimaatbestendige openbare ruimte. Haarlem is een dichtbebouwde stad en het is nodig dat er in de komende jaren meer dan 10.000 woningen bij komen. Met een flinke dosis creativiteit kunnen we met elkaar veel ruimtelijke opgaven oplossen door bouw te combineren met groenvoorzieningen.

Natuurinclusieve en groene ontwikkelingen zullen daarom ook bijdragen aan een aantrekkelijker groene en natuurlijke omgeving, waar mensen graag wonen en werken. De vergroeningsopgave wordt overal in de stad zichtbaar en gekoppeld aan de klimaat- en duurzaamheidsopgaven, in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, in ontwikkelingszones, in programma’s en in infrastructurele en bouwprojecten. Het plan past binnen de Omgevingsvisie en is de kapstok voor het bestaande groenbeleid zoals het Ecologisch beleidsplan en het toekomstig beleid zoals het Bomenbeleidsplan. 3.5.11

Archeologie Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor het behoud van het eigen bodemarchief. Het rijke bodemarchief van Haarlem maakt het niet alleen noodzakelijk, maar ook zeer wenselijk om een gemeentelijk archeologiebeleid te voeren. Het gemeentelijke beleid voor de archeologische monumentenzorg richt zich er in de eerste plaats op waardevolle archeologische vindplaatsen te behouden in de bodem (in situ). De uitgangspunten voor gemeentelijke beslissingen in Haarlem liggen vast in een beleidsnota archeologie. De archeologische verwachtingen die voor het Haarlemse grondgebied gelden zijn vertaald naar de Archeologische Beleidskaart Haarlem (ABH). De kaart geeft aan in welke gebieden bodemverstorende activiteiten van een bepaalde omvang vergunningplichtig zijn. Dit is aangegeven in de vorm van verschillende categorieën. Voor elk van deze categorieën heeft de gemeente bepaald vanaf welke planomvang rekening gehouden moet worden met het 44

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

(laten) opstellen van een waardestellend archeologisch rapport, het zogenaamde regime. De regimes gelden voor bodemroerende activiteiten die plaats zullen vinden in het kader van plannen waarvoor in elk geval één van de volgende vergunningen vereist is: een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen; een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk binnen beschermd stadsgezicht. Het bestemmingsplan kent aan de gebieden die zijn weergegeven op de ABH de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' toe. De planregels definiëren de relevante begrippen en bepalen welke archeologische voorwaarden aan een omgevingsvergunning kunnen worden verbonden. Bij uitvoering van het gemeentelijke beleid moet ook rekening gehouden worden met beschermingsmaatregelen vanuit het Rijk. Paragraaf 4.7 gaat uitgebreid in op het aspect archeologie. Relatie tot ontwikkeling De in de toelichting als paragraaf 4.7 opgenomen archeologisch paragraaf gaat uitgebreid in op het aspect archeologie. 3.5.12

Duurzaamheid en energie Het Haarlems beleid ten aanzien van Duurzaamheid kent eisen en wensen. De Richtlijn Duurzaam Bouwen Haarlem vat dit beleid samen in concrete 'randvoorwaarden' en 'doeleinden' voor het bouwen. Randvoorwaarden zijn gebaseerd op het rijksbeleid of bestaande wetten zoals bijvoorbeeld aardgasvrij bouwen en compensatiemaatregelen voor water en ecologie. Doeleinden zijn ambities van de gemeente zoals natuurinclusief en circulair bouwen. Wanneer nieuw beleid wordt gemaakt of wordt aangescherpt wordt dat in de richtlijn toegevoegd. Bij elk project kan bepaald worden of er doeleinden zijn die als aanvullende randvoorwaarden gesteld worden. Bij elke stap van het ontwikkelproces wordt het pakket aan duurzaamheidsmaatregelen scherper geformuleerd: Initiatieffase: In de eerste fase worden de duurzaamheidskansen en -risico's van de locatie gesignaleerd en verwoord in de startnotitie. Het ambitieniveau ten aanzien van duurzaamheid wordt (zo specifiek mogelijk) vastgesteld. Er wordt beoordeeld of/welke doeleinden toegevoegd kunnen worden aan de randvoorwaarden. Definitiefase: Het pakket aan randvoorwaarden wordt op haalbaarheid onderzocht en opgenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Door vaststelling in de Raad van dit stuk worden de randvoorwaarden bestendigd.

Daarnaast kan het vastgelegd worden in afspraken als: samenwerkingsovereenkomst of anterieure overeenkomst. 45

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

Ontwerpfase: De randvoorwaarden worden verwerkt in het ontwerp door de ontwikkelende partij in een Stedenbouwkundig Plan (SP) en Inrichtingsplan IP). De gemeente toetst het resultaat aan het eind van deze fase, vóór bestuurlijke vaststelling (College BenW). Voorbereidingsfase: In het geval van een omgevingsplan kunnen de eisen vertaald worden in beleidsregels van het omgevingsplan en worden de uitgangspunten juridisch geborgd. Als meetinstrument wordt de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn Duurzaam Bouwen (GPR) gehanteerd. Met het rekeninstrument kunnen projecteigenaren zelf een alternatief maatregelenpakket samenstellen. GPR Gebouw zet ontwerpgegevens van een gebouw om naar prestaties op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid. Randvoorwaarden en doeleinden: Energie en Warmte Randvoorwaarde: Aardgasvrij bouwen Aardgasvrij bouwen wordt reeds als voorwaarde bij het bouwen gesteld. Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. Gemeente heeft de 'routekaart naar aardgasvrij 2040' vastgesteld. Randvoorwaarde: Bijna energieneutraal bouwen (BENG) BENG vervangt per jan 2021 de (EPC). Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 jan 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG ).

Deze vervangt de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De BENG is opgebouwd uit drie indicatoren: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Doeleinde: Energieneutraal en -leverend bouwen De BENG-eisen gaan niet uit van volledige energieneutraliteit. De 'versnelling Duurzaamheidsprogramma' (2017) zet in op een klimaatneutraal Haarlem in 2030. Bij nieuwe bouwontwikkelingen waar de gemeente de randvoorwaarden bepaald, zal maximaal op deze ambitie ingezet moeten worden door energieneutraliteit of energieleverende gebouwen te realiseren. Doeleinde: checklist Warmtebron Nieuwbouwprojecten kunnen bijdragen aan de energietransitie van omliggende bestaande bouw. De checklist geeft een indicatie of een ontwikkeling in theorie geschikt is voor een collectief warmtesysteem (Energiestrategie Haarlem, 2019) Doeleinde: Warmtevoorziening via bodemwarmte Om te voorzien in de benodigde warmtevraag wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een bodemwarmtevoorziening. Indien in de omgeving al een 46

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

warmtenet aanwezig is waar op kan worden aangesloten heeft dit de eerste voorkeur. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt dit gemotiveerd. Bodemwarmtevoorzieningen moeten passen binnen eventueel aanwezige (lokale) bodemenergieplannen. (Routekaart aardgasvrij 2040, en Routekaart Versnelling Duurzaamheidsprogramma)

47

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

Klimaatadaptatie Randvoorwaarde: Watertoets en watercompensatie Een ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af-en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen / gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. De watertoets is een wettelijke verplichting bij planvorming en moet uitwijzen of/hoeveel gecompenseerd dient te worden. Het watersysteem wordt robuust ingericht met waterbergings- en afvoermogelijkheden conform de watertoets. Doeleinde: Toekomstbestendig watersysteem Het extra hemelwater wordt zoveel bovengronds geborgen en afgevoerd naar open water. Bij nieuwbouw wordt een toekomstbestendig watersysteem aangelegd met voldoende waterbergingscapaciteit. Dat houdt concreet in dat de ontwikkeling minimaal 70 mm water per m2 moet kunnen bergen op eigen terrein gedurende in een etmaal. Doeleinde: Aanpak droogte en hittestress Een gebiedsontwikkeling mag niet bijdragen aan een versnelde bodemdaling, verslechtering van waterkwaliteit en hittestress in bestaand stedelijk gebied. Strategisch plan Klimaatadaptie Daarnaast heeft het college begin 2022 het Strategisch plan Klimaatadaptatie vastgesteld. Met dit plan geeft het college uitvoering aan de ondertekende intentieovereenkomst 'Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland'.

In de MRA is het basisveiligheidsniveau afgesproken. Hierin hebben gemeenten, hoogheemraadschappen, provincie en marktpartijen samen bepaald waaraan nieuwbouw zou moeten voldoen. Er is afgesproken dat alle partijen dit basisveiligheidsniveau gaan hanteren. Voor alle nieuwbouw in Haarlem wordt het daarom voortaan als eis meegegeven. Het strategisch plan bevat verder een beleidsrichting waarmee de gemeente inzet op klimaat adaptieve stad. Dit wordt komend jaar verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma en voorgelegd aan de gemeenteraad. Verder is het Grondstoffenplan Haarlem van belang. Het plan heeft als doel om de afvalstroom voor (openbare) projecten tot nul terug te brengen. Dit doet het grondstoffenplan onder andere door eisen te stellen als het gaat om hoogwaardig hergebruik, inzicht in materiaalstromen en het reduceren van materiaalgebruik. Groen en Ecologie Randvoorwaarde: Natuurtoets en compensatiemaatregelen ecologie Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet deze met een natuurtoets beoordeeld worden op ecologische effecten. Een quickscan ecologie maakt standaard deel uit van de uit te voeren onderzoeken. Deze quickscan kan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag. Het ontwerp houdt rekening met uitkomsten van de quickscan en wordt hierop aangepast en past, als behoud niet mogelijk is,

48

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

compenserende maatregelen toe. De compenserende maatregelen worden genomen voor de aangetroffen (beschermde) soorten. (o.a. Wet natuurbescherming 2017 en Ecologisch Beleidsplan 2013-2030, gemeente Haarlem) Doeleinde: Natuurinclusief bouwen Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) ruimte hier omheen. Behoud en aansluiten op de bestaande ecologische waarden is uitgangspunt. Indien behoud niet mogelijk is, dienen in het bouwproject compensatiemaatregelen te worden getroffen. Daarnaast liggen er grote kansen voor bevordering van natuur binnen bouwprojecten d.m.v natuurinclusief bouwen. Circulair bouwen en ontwikkelen Randvoorwaarde: Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) Voor nieuwbouw dienen de waardes gehanteerd te worden conform bouwbesluit 2018. De Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. (Bouwbesluit 2018) Doeleinde: verbeterde Milieu Prestatie Gebouwen Het verhogen van de ambitie ten aanzien van de MPG is een concrete maatregel die bijdraagt bij aan deze doelstelling.

Dat betekent dat waar mogelijk een lagere MPG-norm wordt voorgeschreven (hoe lager de norm, hoe beter de prestatie), te weten: 0,8 Doeleinde: Duurzame GWW De Aanpak Duurzaam GWW helpt om op een uniforme en systematische manier de juiste processtappen te zetten. Door duurzaamheid te verankeren in de bedrijfsprocessen geven partijen binnen de GWW-sector op een zelfde manier invulling aan duurzaamheid in projecten en zijn verwachtingen vooraf duidelijk. De aanpak Duurzaam GWW wordt gevolgd voor planvorming, aanleg, aanbesteding, beheer en onderhoud. Van de private partijen die GWW aanleggen wordt gevraagd mee te werken aan deze aanpak. (Grondstoffenakkoord, Green Deal Duurzaam GWW 2.0) Doeleinde: Registratie materialen Bestaande stad is de grondstoffenmijn van de toekomst. Het opstellen van een materialenpaspoort en de registratie daarvan in het Madaster 7, of vergelijkbaar registratiesysteem, draagt bij aan het hergebruik van materialen. Het betreft een relatief eenvoudig uitvoerbare maatregel omdat het in de ontwerpfase wordt toegepast en geen uitvoeringskosten betreft. Doeleinde: Toekomstbestendig ontwerpen Flexibiliteit bieden voor functionele verandering op termijn kan hoge kosten en materiaalverspilling bij een herbestemming of woningaanpassing voorkomen. De woonvisie vraagt aandacht voor flexibiliteit en duurzaamheid.

(Doorbouwen aan een (t)huis, Woonvisie Haarlem 2017 - 2020) 49

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

Doeleinde: Afvalinzameling integreren in ontwerp De voorzieningen voor (gescheiden) inzameling van afval dienen bij de oplevering van nieuwbouwlocaties al op orde moeten zijn, zodat geen noodoplossingen worden ingezet. Daarom dienen voorzieningen zoals ondergrondse en inpandige containers in een vroege fase van het ontwerp geïntegreerd te worden. Mobiliteit Doeleinde: Stimuleren fiets en voetgangers door de bebouwing Voor iedere nieuwe woning schrijft het Bouwbesluit 2012 voor om een eigen berging voor het stallen van fietsen en scootmobielen met een minimale oppervlakte te realiseren. Op grond van de gelijkwaardigheidsbepaling mag er op een andere manier aan worden voldaan dan is aangegeven. De "Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Haarlem 2018" geeft voorwaarden daar aan. Tevens wordt er bij woongebouwen rekening gehouden met levensloopbestendigheid (d.m.v. stalling voor scootmobielen). Doeleinde: Stimuleren fiets en voetgangers door de openbare ruimte Het aantal autoritten moet gereduceerd worden en het is de bedoeling dat er minder parkeerplaatsen in de openbare ruimte komen. Ook bij (ver)bouwprojecten moet dit principe leidend zijn.

Bijvoorbeeld met een aantrekkelijke looproute naar de dichtstbijzijnde HOV-halte of NS-station, autoparkeren op afstand en voldoende en comfortabele fietsenbergingen of -stallingen die gemakkelijker bereikbaar zijn dan de parkeerplaatsen voor auto's. Doeleinde Duurzaam mobiliteitsplan Binnen de 'beleidsregels parkeernormen' is het mogelijk om gebruik te maken van een mobiliteitsplan. Het uitwerken van een locatie specifiek mobiliteitsplan is een goede methode om bij te dragen aan de duurzame mobiliteitstransitie én te voorzien in voldoende ruimte voor parkeren. Het mobiliteitsplan wordt opgesteld door de initiatiefnemer en kan elementen bevatten over bijvoorbeeld deelauto's, goede fietsontsluiting i.c.m. nabijheid en OV etc. Doeleinde: Fietsparkeren in ontwerp In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor bewoners, maar ook voor bezoekers. Slimme locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Een goede integratie van (voldoende) fietsparkeren in het ontwerp moet als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit vergroten én om het gebruik van de fiets te stimuleren. Relatie tot ontwikkeling De in de toelichting als paragraaf 4.9 opgenomen duurzaamheid en energieparagraaf gaat uitgebreid in op het aspect duurzaamheid.

50

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECT EN 4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.1 Inleiding De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Artikel 3.1.6 van het Bro: Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.

51

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

4.1.2 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van 179 woningen (waarvan er 95 woningen worden toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie) en circa 1.795 m2 aan kantoorruimte en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, wel worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, dient de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Zowel in paragraaf 3.2 Provinciaal beleid als paragraaf 3.3 Regionaal beleid en paragraaf 3.5 Gemeentelijk beleid is reeds de behoefte aan woningen in verschillende segmenten aan bod gekomen. Het gemeentelijk beleid heeft deze behoefte gespecificeerd voor Haarlem, waarbij zowel in detail wordt getreden over Schalkwijk als Boerhaavewijk. In paragraaf 3.5.4.1 wordt de behoefte aangetoond aan zowel woningen binnen het sociale huursegment en middeldure huursgement, waarmee wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking binnen het kwalitatieve en kwantitatieve aspect. De te realiseren kantoorruimte komt voort uit de eigen behoefte van de woningcorporatie om zich hier te vestigen. De eindgebruiker is derhalve al bekend en de wens om meer arbeidsplaatsen toe te voegen wordt daarmee ingewilligd. De behoefte is daarmee aangetoond.

4.1.3 Conclusie De Ladder voor duurzame verstedelijking is met succes doorlopen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1 Inleiding Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt. In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken.

52

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

Afbeelding 4.1: richtafstanden bedrijven en milieuzonering De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor. De richtafstanden ten opzichte van de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied gaan uit van het principe van functiescheiding. Binnen gebieden met functiemenging heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. De richtafstanden uit de VNG-handreiking zijn dan niet toepasbaar. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijk relevante milieucategorieën: categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen categorie B: toelaatbaar indien bouwkundig afgescheiden van woningen categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd langs een hoofdweg

4.2.2 Onderzoek De omgeving van het plangebied is aan te merken als het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Het plangebied wordt omringd door de bestaande woningen aan de Roordastraat, en de nieuw te realiseren woningen van de Poort van Boerhaave locatie. Binnen het plangebied zelf vindt daarnaast ook functiemenging plaats, daar woningen gecombineerd worden met een kantoorfunctie. Toets aan omliggende bedrijven en woningen Binnen het plangebied wordt zowel een woonfunctie als een niet-woonfunctie (kantoor) mogelijk gemaakt. Een woonfunctie levert geen (milieu)hinder op voor omliggende woningen. Derhalve wordt enkel aan de richtafstand voor de niet-woonfuncties binnen het plangebied getoetst ten opzichte van de omliggende woningen aan de oostzijde (bestaande flat van Pre Wonen) en westzijde (Poort van Boerhaave locatie). Een kantoor kent een richtafstand van 10 meter in een rustige woonwijk. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan.

53

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

Het dichtstbijzijnde bedrijf in de omgeving is het Spaarne Gasthuis (ziekenhuis). De woningen in het plangebied zijn op ruim 200 meter afstand van het Spaarne Gasthuis gelegen, deze afstand is ruim voldoende daar het ziekenhuis valt onder milieucategorie 2 (SBI-2008 code 8610). Voor bedrijven met milieucategorie 2 dient een richtafstand van 10 meter binnen gemengd gebied aangehouden te worden. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Overige bedrijvigheid is op grotere afstand gelegen dan het Spaarne Gasthuis. Deze bedrijvigheid heeft overigens ook geen hogere milieucategorie dan milieucategorie 2, waardoor ook aan de richtafstand ten opzichte van de overige bedrijvigheid ruimschoots wordt voldoen. De niet-woonfuncties binnen het plangebied vormen tevens geen belemmering voor de omliggende bedrijvigheid. De richtafstanden gelden namelijk niet voor bedrijvigheid onderling. Toets aan bedrijven en milieuzonering binnen het plangebied Binnen het plangebied is sprake van functiemenging. De niet-woonfunctie 'kantoor' worden op korte afstand van de woonfunctie gerealiseerd. De te realiseren niet-woonfuncties binnen het plangebied zijn functies die maximaal in categorie A vallen (vergelijkbaar met categorie 1 behorende bij de richtafstanden). De woningen in het plangebied zijn bouwkundig afgescheiden van de niet-woonfuncties.

Derhalve is er geen sprake van (milieu)hinder voor de toekomstige woningen in het plangebied. 4.2.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.3

Bodemparagraaf

4.3.1 Inleiding Op grond van de Wet bodembescherming wordt getoetst of de aanwezige bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de beoogde functies in het bestemmingsplangebied. Voor het bestemmingsplangebied wordt beoordeeld op basis van de bodemkwaliteitskaart en op de aan/afwezigheid van locaties verdacht van bodemverontreiniging en uitgevoerde onderzoeken in het bestemmingsplangebied. 4.3.2 Onderzoek In het bestemmingsplangebied is één rapportage met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend: Verkennend bodemonderzoek Louis Pasteurstraat / Roordastraat Haarlem, door APS Milieu BV, kenmerk R20-B634, augustus 2020. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage Bijlage 1 van deze toelichting. Bodemopbouw De locatie ligt in Haarlem. Er is geen sprake van een bodembeschermingsgebied, grondwaterbeschermingsgebied en/of 54

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

drinkwaterwingebied. Het maaiveld ligt op circa 0,2 meter minus NAP (bron: Actueel Hoogtebestand Nederland). In onderstaande tabel is de regionale bodemopbouw, tot circa 35 m-mv, weergegeven (bron: dinoloket).

De verwachting is dat de grondwaterstand van het freatisch grondwater zich op circa 1 mmv zal bevinden. Op basis van het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als verdachte locatie beschouwd, vanwege de ligging in stedelijk gebied. Op basis van de bodemkwaliteitkaart is de verwachting dat lichte verontreinigingen worden aangetroffen. Ten noorden van de locatie is een grondwatersanering uitgevoerd. De peilbuis van onderhavig verkennend onderzoek zal op het noordelijk deel van de locatie worden geplaatst. De locatie kan als verdacht van de aanwezigheid van asbest worden aangemerkt vanwege de grote kans op de aanwezigheid van asbest in de bebouwing. Wanneer asbestverdachte materialen en/of (asbestverdacht) puin worden aangetroffen, wordt een onderzoek naar asbest in grond conform de NEN5707 uitgevoerd. Aan de hand van een vooronderzoek (uitgevoerd volgens de NEN-5725) worden deellocaties benoemd waarvoor verschillende hypothesen gelden met betrekking tot de (mogelijke) bodembelasting. In de onderstaande tabel worden de deellocaties en de daarvoor geldende aannames (aard en voorkomen van de verontreiniging) nader uitgewerkt.

De hypothese 'verdachte diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)' wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk diffuse bodembelasting heeft plaatsgevonden met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Hierbij valt te denken aan ophooglagen. Er wordt op deze deellocaties verontreiniging in de grond en/of het grondwater verwacht met bepaalde stoffen. De subhypothese 'kleinschalig' is van toepassing op kleinere locaties (<1 ha) of op grotere locaties als deze kleinschalig zijn verkaveld, bebouwd zijn en/of een sterk wisselend gebruik kennen.

Resultaten en conclusies De bovengrond van het oostelijk deel van perceel 'Haarlem Q 1248' (MM01,

55

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

traject 0-0,5 m-mv, zand) waarin plaatselijk sporen baksteen en afval zijn aangetroffen, is licht verontreinigd met kwik, lood en PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse 'wonen'. De bovengrond van het westelijk deel van perceel 'Haarlem Q 1248' (MM02, traject 0,05-0,5 m-mv, zand) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse 'altijd toepasbaar'. De bovengrond van perceel 'Haarlem Q 1249' (MM03, traject 0-0,5 m-mv, zand) waarin plaatselijk sporen baksteen zijn aangetroffen, is licht verontreinigd met koper, zink, kwik, lood en PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse 'industrie'. De bovengrond van perceel 'Haarlem Q 1250' (MM04, traject 0-0,6 m-mv, zand) waarin plaatselijk sporen baksteen zijn aangetroffen, is licht verontreinigd met koper, zink, kwik, lood en PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse 'wonen'. De ondergrond van perceel 'Haarlem Q 1248' (MM05, traject 0,5-1,5 m-mv, zand) is licht verontreinigd met koper, kwik en lood. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse 'wonen'.

De ondergrond van de percelen 'Haarlem Q 1249 en 1250' (MM06, traject 0,5-1,5 m-mv, zand), waarin plaatselijk sporen baksteen zijn aangetroffen, is licht verontreinigd met zink en lood. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse 'altijd toepasbaar'. Het grondwater (peilbuis 01) is licht verontreinigd met barium. Peilbuis 01 is geplaatst op het noordelijk deel van de onderzoeklocatie, nabij een voormalige saneringslocatie (grondwater, minerale olie, 1998). Minerale olie is in het grondwater van peilbuis 01 niet aangetroffen. De hypothese verdacht wordt voor de locatie bevestigd. Geconcludeerd kan worden dat de grond en het grondwater licht verontreinigd zijn. Nader onderzoek naar deze lichte verontreinigingen is niet noodzakelijk. De kwaliteit van de grond en het grondwater vormen, ons inziens, geen belemmering voor de voorgenomen sloop/nieuwbouw op de locatie. 4.3.3 Conclusie Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor geplande herontwikkeling van de locatie. Het aspect bodem staat derhalve de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan niet in de weg.

56

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

4.4

Externe veiligheid

4.4.1 Inleiding Voor het beschouwen van de externe veiligheid zijn het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen), het Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) en het Bevt (Besluit transportroutes externe veiligheid) relevant. In deze AMvB's staat beleid waarmee de risico's rondom risicobronnen tot maatschappelijk aanvaardbare proporties kunnen worden beperkt. Risicobronnen kunnen inrichtingen zijn (bedrijven waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen zoals ammoniak, chloor of LPG) of transportassen, zoals buisleidingen of wegen waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De meest effectieve manier om de risico's te beperken is het ruimtelijk scheiden van risicobron en risico-ontvanger. Concreet betekent dit hoe groter de afstand, hoe minder risico. De grens van het invloedsgebied wordt vaak bepaald door de 1% letaliteit-afstand (maar soms ook door een kleinere afstand). Dit is de afstand tussen risicobron en ontvanger, waarbij nog 1% van de ontvangers als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, komt te overlijden. Het invloedsgebied is een belangrijk begrip om te beoordelen of externe veiligheid voor een plangebied een te beschouwen aspect is. 4.4.2 Onderzoek Met behulp van de risicokaart Nederland is onderzocht of het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van een Bevi-inrichting, transportroute gevaalrijke stoffen of buisleiding.

Afbeelding 4.2 laat zien dat een buisleiding aan de westkant van het plangebied loopt, langs de Amerikaweg. Dit betreft de leiding W-532-01.

57

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

Afbeelding 4.2: uitsnede risicokaart Nederland (bron: www.risicokaart.nl) Het invloedsgebied van deze buisleiding betreft 140 meter. De dichtstbij gelegen woningen worden op circa 150 meter afstand gerealiseerd. Het nieuwbouwplan valt derhalve buiten het invloedsgebied van de buisleiding en vormt daarmee geen belemmering vanuit het aspect externe veiligheid.

58

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

4.4.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling (zie ook Bijlage 2).

4.5

Geluid

4.5.1 Inleiding In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen; onderwijsgebouwen; ziekenhuizen; verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen. 4.5.2 Onderzoek In het kader van de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Alcedo B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de N205 Schipholweg, Boerhaavelaan, Amerikaweg, Kennedylaan/Floris van Adrichemlaan en de 30 km/uur weg Louis Pasteurstraat. De rapportage van 26 april 2023 is bijgevoegd in bijlage 3 van deze toelichting.

Resultaten akoestisch onderzoek Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat de voorkeursgrenswaarde vanwege wegverkeer op de Floris van Adrichemlaan wordt overschreden. De maximaal toelaatbare waarde van 63 dB wordt nergens overschreden. Hiervoor dienen hogere waarde te worden aangevraagd. Voor een aantal appartementen in het zuidelijk deel van gebouw B kan niet volledig aan het gemeentelijk geluidsbeleid worden voldaan. Het is denkbaar dat de eisen uit het beleid voor een geluidsluwe gevel en geluidsluwe buitenruimte redelijkerwijs niet uitvoerbaar zijn zonder dat dit consequenties van stedenbouwkundige aard met zich meebrengt. Gebaseerd op het

59

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

geluidsbeleid kunnen burgemeesters en wethouders van deze eisen afwijken. Omdat de gecumuleerde geluidsbelasting ter plaatse van een aantal woningen hoger is dan de vast te stellen hogere waarde exclusief correctie, wordt geadviseerd om bij het dimensioneren van de geluidswering de gecumuleerde geluidsbelasting te hanteren. Deze bedraagt maximaal 60 dB. Hierbij dient uitgegaan te worden van gevelwering van respectievelijk 27 en 25 dB voor een verblijfsgebied en verblijfsruimte. In het ontwerp wordt bij de woningen die niet aan het gemeentelijk beleid kunnen voldoen diverse maatregelen doorgevoerd. Zo komen hier 1,2 meter hoge borstweringen in combinatie met geluidwering aan de onderzijde van de balkons en loggia's aan de kopgevel aan de Floris van Adrichemlaan, waarbij balkons over twee verblijfsruimtes uitstrekken. Hierdoor verbetert de geluidssituatie aanzienlijk en is het acceptabel om af te wijken van de gemeentelijke geluidseisen voor deze woningen middels een hogere waarde besluit. Het ontwerp hogere waarde besluit wordt tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Nader onderzoek geluidluwe gevels blok B In dit kader is door Cauberg Huygen een nader onderzoek verricht, waarbij de geluidsbelaste woningen in blok B beoordeeld zijn in het kader van het gemeentelijk geluidbeleid. Dit onderzoek is terug te vinden als bijlage 4.

De gemeente Haarlem stelt in het gemeentelijk geluidbeleid 'Beleidsregels Hogere Waarden Wet Geluidhinder' van augustus 2009 randvoorwaarden voor het verlenen van een hogere waarde. Relevante bepalingen uit het beleid zijn: Woningen dienen ten minste één geluidsluwe zijde te hebben. Een geluidsluwe zijde is een zijde waar de geluidbelasting niet de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Bij geluidbelastingen hoger dan 48 dB dient de buitenruimte aan de geluidsluwe zijde liggen. Bij geluidbelastingen hoger dan 53 dB dienen de verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde gesitueerd te zijn. Tenminste één slaapkamer dient te liggen aan de geluidsluwe zijde. Er zijn 3 oplossingsrichting aangedragen tot het realiseren van de geluidluwe gevels. De overschrijding is van beperkte mate (3 dB) en treedt op bij enkele woningen indien oplossing 3 wordt toegepast. Voor deze oplossing is gekozen. 4.5.3 Conclusie Het aspect geluid staat, met inachtneming van het hogere waardebesluit en te nemen maatregelen, de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg. Het (ontwerp) hogere waardebesluit is als bijlage 5 aan het bestemmingsplan toegevoegd.

60

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

4.6

Luchtkwaliteit

4.6.1 Inleiding De luchtkwaliteit is van belang voor de gezondheid van mens en dier en voor de kwaliteit van het milieu. In de Europese Unie zijn daarom grenswaarden afgesproken waaraan de concentraties van een aantal stoffen vanaf bepaalde ingangsdata moeten voldoen. Die grenswaarden en regelgeving om ze tijdig te bereiken en te handhaven zijn in Nederland opgenomen in de Wet milieubeheer, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Indien een bestemmingsplan vastgesteld of gewijzigd wordt, dient vast te staan dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit voldoen aan die eisen (als gevolg van art. 5.16 lid 1 en 2). Die gevolgen worden bepaald door de verandering in gebruik en functies die door het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt ten opzichte van de bestaande (toegestane) functies. Maatgevend is de met de veranderingen samenhangende groei van het autoverkeer en de daardoor veroorzaakte uitstoot van de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De Wet milieubeheer onderscheidt in artikel 5.16. lid 1 een aantal situaties waarin een bestemmingsplan voldoet aan de regels voor de luchtkwaliteit. Dit is ondermeer het geval indien aannemelijk is dat de ontwikkelingen 'niet in betekenende mate' (NIBM) gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit (artikel 5.16 lid 1 onder c).

Nadere criteria om te bepalen of er sprake is van NIBM zijn gegeven in een AmvB Niet In betekenende Mate en een gelijknamige Regeling NIBM. Daarin is bijvoorbeeld aangegeven dat van NIBM ondermeer sprake is indien het bestemmingsplan een netto-uitbreiding met minder dan 1.500 woningen of 100.000 m2 BVO kantoren mogelijk maakt. 4.6.2 Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van diverse functies. Om die reden kan niet zondermeer gesteld worden dat sprake is van een ontwikkeling die 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Derhalve is voor de beoordeling of de beoogde ontwikkeling in 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit, gebruik gemaakt van de NIBM-tool. Uitgangspunt hiervoor is de verkeersgeneratie (zoals berekend in paragraaf 4.13).

61

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

Afbeelding 4.4: NIBM-tool, geraadpleegd 26 januari 2024 Uit de NIBM-tool blijkt dat de bijdrage van het verkeer (circa 563 voertuigbewegingen, zonder saldering met de huidige situatie, zie paragraaf 4.13) niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Goed woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van de NSL Monitoringstool kan worden beoordeeld wat de huidige grootschalige achtergrondconcentraties voor een bepaald jaar zijn ter plaatse van een projectgebied. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van een planlocatie. De NSL Monitoringstool (geraadpleegd d.d. 25 mei 2023) laat zien dat ter plaatse van de projectlocatie de grootschalige achtergrondconcentraties in 2020 van stikstofdioxide NO2 15,2 µg/m3, van fijnstof PM10 16,9 µg/m3 en van fijnstof PM2,5 8,9 µg/m3 zijn. De grenswaarde voor toetsing van de jaargemiddelde concentratie voor stikstofdioxide NO2 is 40 µg/m3, voor fijnstof PM10 is 40 µg/m3 en voor fijnstof PM2,5 is 25 µg/m3. De maximale bijdrage van het extra verkeer is niet van zodanige omvang dat de concentraties van zowel fijnstof als stikstofdioxide de grenswaarden overschrijden.

4.6.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

62

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

4.7

Archeologie

4.7.1 Inleiding In 1992 ondertekende onder andere Nederland het Verdrag van Valletta. Het doel van dit verdrag is het beschermen van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Het verdrag is verwerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) en de Erfgoedwet. De gemeente is op basis van artikel 38a van die wet verplicht om rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De drie belangrijkste uitgangspunten van de Wamz zijn: het behoud van archeologische waarden in de bodem; de initiatiefnemer van het project dat tot bodemverstoring leidt, betaalt de kosten van archeologisch onderzoek; het vroegtijdig integreren van de zorg voor het archeologisch erfgoed in de procedures van de ruimtelijke ordening. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beheert de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Deze kaart bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria en ingedeeld in diverse categorieën archeologische waarden. In aanvulling op de AMK is er de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). De IKAW geeft voor heel Nederland, inclusief de bodems van grote wateren, de kans aan op het aantreffen van archeologische resten bij werkzaamheden in de bodem.

Die trefkans is aangegeven in vier categorieën. De Haarlemse bodem Het huidige Haarlem ligt zowel op de oudste strandwal, 56 eeuwen geleden ontstaan, als de op één na oudste strandwal van Nederland. Op deze strandwallen bouwden jagers en vissers in de nieuwe steentijd (vanaf 3600 v. Chr.) eenvoudige onderkomens. Vanaf de bronstijd (2000-800 v. Chr.) legden de mensen akkers aan en bouwden ze boerderijen. Vele eeuwen later, vanaf de Karolingische tijd, ontstond op een strategische plek aan het Spaarne de nederzetting Harulahem. Harulahem, wat huis(en) op een open plek in een op zandgrond gelegen bos betekent, is later verbasterd tot Haarlem. Haarlem ontwikkelde zich al snel tot een belangrijke stad in Holland en kreeg in 1245 stadsrechten. De resten van woningen, huisraad en andere sporen van vroegere bewoning zijn in de loop der eeuwen door natuurlijke processen en kunstmatige ophogingen verborgen geraakt in de Haarlemse bodem. Zo is de Haarlemse bodem een opeenstapeling geworden van diverse lagen van 56 eeuwen bewoningsgeschiedenis. Verwachtingswaarde plangebied Op basis van het vigerende bestemmingsplan "Boerhaavewijk" heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Bij bouwwerken en/of bodemingrepen is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk 63

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

wanneer deze in omvang groter dan 2.500 m2 zijn en dieper reiken dan 30 cm-Mv. De zone van waarde uit het bestemmingsplan is gebaseerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente. Op deze kaart heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting. Voor die gebieden gelden volgens het bestemmingsplan een vrijstelling van archeologisch onderzoek tot 2.500 m2 en minder dan 30 cm -Mv, zodat de voorgenomen initiatieven in dit gebied eerst met behulp van archeologisch onderzoek dienen te worden onderbouwd.

4.7.2 Onderzoek In opdracht van Stichting Elan Wonen heeft RAAP in november-december 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Louis Pasteurstraat en Roordastraat te Haarlem in de gemeente Haarlem. Het volledige onderzoek is terug te vinden als bijlage 6. De plannen bestaan uit de sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw met parkeerverhardingen, de aanleg van waterpartijen, en kabels en leidingen. De diepte van de voorgenomen graafwerkzaamheden is nog niet in detail bekend. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1 ha. Dit onderzoek komt voort uit een bureauonderzoek (Kroes, 2020). Het bureauonderzoek was iets breder opgezet en richtte zich op een zone van circa 2 ha. Het huidige onderzoek richt zich op de zone van circa 1 ha, waar de benoemde graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek bestond de volgende archeologische verwachting: Er werden geen archeologische resten van bewoning verwacht in het plangebied. Er werd gereconstrueerd dat het plangebied in een strandvlakte lag, die altijd laag gelegen en drassig is geweest en later is overgroeid met veen (eveneens in een nat milieu). Hierbij zullen hoger gelegen strandwallen in de omgeving aantrekkelijkere plaatsen voor bewoning hebben gevormd.

Bewoning kan eventueel op kleine duinopduikingen in de strandvlakte hebben plaatsgevonden, maar op basis van het bronnenonderzoek bestonden er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van zulke duintjes in het plangebied. Hoewel op basis van het bureauonderzoek deze lage archeologische verwachting voor het plangebied werd geformuleerd, heeft de gemeente Haarlem aangegeven dat in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek noodzakelijk is. Dit om eventueel aanwezige nog niet eerder gekarteerde kleine duinopduikingen in kaart te brengen. Resultaten verkennend archeologisch booronderzoek In het plangebied is een dik zandig ophoogpakket aanwezig. Dit pakket reikt tot 275-339 cm -mv (tot 2,25-2,95 m -NAP). Onder het ophoogpakket zijn lagen aangetroffen, die in de voormalige strandvlakte zijn gevormd. Het betreft veen en slappe humeuze kleilagen (die waarschijnlijk vanuit het Spaarne zijn afgezet). Deze lagen zullen gezien hun karakter (niet gerijpt) en 64

bestemmingsplan "Louis Pasteurstraat" (vastgesteld)

vormingsprocessen (in tegenstelling tot duinen) niet geschikt zijn geweest voor bewoning of andere vormen van intensief landgebruik, zoals landbouw. Binnen de maximale boordiepten (330-400 cm -mv/3-3,5 m -NAP) zijn geen (zandige) afzettingen onder het veen aangeboord. Op basis van een DINO-boring, die centraal in het plangebied is uitgevoerd, blijkt dat op deze locatie tot 3,6 m -NAP veen en hieronder een dunne laag klei en vanaf 4 m ?NAP zand aanwezig is. De resultaten van het huidige onderzoek ondersteunen de hypothese uit het bureauonderzoek dat het plangebied in een strandvlakte lag en dat in het plangebied géén hoger liggende zandopduikingen (Oude Duinen) aanwezig zijn. Op basis van vergelijkbaar booronderzoek in de omgeving worden zulke geomorfologische eenheden hoger dan 3,1 m -NAP verwacht. Hoewel niet alle boringen tot dieper dan 3,1 m -NAP konden worden doorgezet, wordt de kans op de aanwezigheid van Oude Duinen erg klein geacht. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan de lage archeologische verwachting voor het plangebied worden gehandhaafd. Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14066932/2