CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Analyse en beoordeling ruimtelijke varianten

gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: III.b Ontwikkelzone Oostpoort: Principekeuzes voor het ontwerp-Masterplan10.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De boven- en ondergrond wordt bij alle drie de varianten ten opzichte van de huidige situatie voller en daarmee complexer om voldoende ruimte voor de energietransitie te houden. Maar dit kost wel degelijk ruimte: warmteoverdrachtstations, warmtecentrale, WKO’s, ondergrondse infra, elektranetwerk.

•

•

Aandacht wordt gevraagd voor het wegprofiel aan de noordzijde van het plangebied tussen woonblok 1 en het spoort. Het vooorgested (spoorwegreserveraagt exact de breedte die volgens het HIOR noodzakelijk is voor drainage en 2 rioolbuizen. Dan blijft er geen ruimte over voor het warmtenet. Een warmtenet kan niet onder bomen liggen. Dus de profielen moeten of breder worden of elders moeten duidelijke tracés voor het warmtenet worden ingetekend (en dus vrij van bomen, ondergrondse afvalcontainers etc.) De overige dwarsdoorsnedes lijken breed genoeg voor een warmtenet. Er moet ruimte gereserveerd worden (in de openbare ruimte) voor een warmteoverdrachtstation.

Water: De ambitie is het creëren van een robuust watersysteem en klimaat adaptieve omgeving met voldoende oppervlaktewater op de verschillende waterpeilen. In alle drie de varianten wordt tenminste de minimale water compensatie gerealiseerd voor de extra verharding die wordt toegevoegd binnen de peilgebieden. Het boezemwater van de Amsterdamse vaart wordt niet –hernieuwdbevaarbaar gemaakt voor kleine pleziervaart. Wel worden minimale waterprofielen gerealiseerd voor het –tijdelijk en vertraagd- afvoeren van water bij intensieve buien. De schetsontwerpen geven inzicht dat een watersysteem kan worden gerealiseerd die aan alle –minimale- eisen voldoet. Richting masterplan/ PvEL moet het nader worden uitgewerkt in een totaalontwerp voor bebouwing, openbare ruimte en de ondergrond. Het bundelen van water en groen versterkt het geheel ruimtelijk en maar ook qua (ecologische-water) kwaliteit. Water kan meer zichtbaar, voelbaar en functioneel ingezet worden als structurerend en verbindend element in de wijk. Bij alle drie de varianten lijkt klimaatadaptatie iets beter te worden door de toename van groenoppervlakte. Een verbreedt –ecologisch- profiel dat ook stand houdt na een uitbreiding van het spoor is het meest robuust. Voor water onderscheiden de varianten niet veel van elkaar.

Geadviseerd wordt om geen doodlopende open water structuur te ontwerpen, en het water minimaal met duikers te verbinden.

Bodem en Ondergrond: Vanuit bodem en ondergrond is er geen duidelijke voorkeur voor een van de varianten. De voorkeur zou uitgaan naar zo min mogelijk grondverzet en graafwerkzaamheden ter plaatse van de al natuurlijk ontwikkelde bodem. Dit in het kader van circulair gebruik van grondstoffen en het intact laten van een vitale bodem. Gezien de verdichtingsopgave en ruimtelijke opzet wordt hier in alle drie de varianten nauwelijks aan voldaan. Geadviseerd wordt om een goed grondbalans te voeren. Ook hier geldt dat een verbreed groen-blauw profiel dat ook standhoudt na een uitbreiding van het spoor het meest robuust is. Zie ook analyse duurzaamheid/ energietransitie. Archeologie: Vanuit archeologie wordt geadviseerd om te ontwikkelen met het oog voor het verleden. Archeologisch waardevolle plekken moeten vroegtijdig onderzocht, zorgvuldig beschermd en betekenisvol worden geïntegreerd in het ontwerp, zodat het verhaal van de plek zichtbaar blijft in de toekomst. Op voorhand lijkt vooral de voormalige molenplaats ter hoogte van het huidige water perceel in het zuidelijk plangebied zich te lenen voor opname in het ontwerp. Of daarvan nog resten in de bodem aanwezig zijn, moet archeologisch onderzoek uitwijzen. Alleen in variant 2 zou dit ruimtelijk ingepast kunnen worden. De andere varianten gaan uit van bebouwing op deze plek.

Andere potentiële archeologische vindplaatsen in/ter hoogte van de zuidwesthoek van het plangebied lijken ontzien te worden. Erfgoed: Erfgoed gaat uit van een ontwikkeling die zich in ruimtelijke zin goed verhoudt tot het omringende landschap en de aanwezige e/o historische kenmerken. De ontwerpen verschillen onderling beperkt. Zij kennen geen dominante bouwhoogte dat concurreert met andere bouwwerken, w.o. de Bavo-kerk. Oostpoort ligt net buiten de zg. schootsvelden van de stelling van Amsterdam. De nieuwe wijk kan zich op vanzelfsprekende wijze voegen in haar omgeving door passende schaal, architectuur en materiaalgebruik, voor zowel de bebouwing als de civiele werken zoals de fietsbrug. Speciale aandacht moet uitgaan naar de historische lange (zicht)lijnen, en de monumentale gebouwen nabij de Joodse begraafplaats. De westelijke fietsbrug in variant 3 zou die kernwaarden kunnen verstoren. Herwaardering en gebruik van de

oude spoordijk, als fietsroute, kan overwogen worden bij zorgvuldige inpassing. Groen, ecologie en water: Op regionale schaal en Haarlem zelf wordt gewerkt aan het versterken en uitbreiding van de de Natuur netwerken (NNH en NNN). Transformatie en herontwikkeling van gebieden wordt aangegrepen om noodzakelijke investeringen te doen voor een verbonden ecologische structuur. Dat betekent o.a. het uitbreiden van de (hoofd) boomstructuur en aanhelen van ontbrekende schakels voor flora en fauna. Infrastructurele bundels belemmeren nu een uitbreiding en/of verbinding van verschillende habitats. Haarlem heeft dit onder meer vastgelegd in de Omgevingsvisie, Structuurvisie openbare ruimte en specifiek het Groen beleidsplan en Natuurnetwerk Haarlem. Hiervoor zijn structurele middelen beschikbaar en Haarlem werkt hieraan met een diversiteit aan partners, in de stad en de buitengebieden. Bij gebiedsontwikkeling heeft het project hier niet alleen rekening mee te houden, maar ook zelf ruimtelijk als financieel investeringen in doen. Haarlem heeft zich gecommitteerd aan een (spoor)reservering voor versterking van het openbaarvervoer tussen Amsterdam en Haarlem. ProRail hanteert hiervoor een minimale reservering van 24 meter. Een robuust groen en ecologisch profiel houdt rekening met deze potentiële uitbreiding.

Deze is dan ook breder, zodat toekomstige plannen niet (hernieuwd) de groene en ecologische waarden van het netwerk verstoren. Naast een reguliere profielbreedte voor de 3 varianten is met een aparte variant –ruimtelijk en financieel- inzichtelijk gemaakt wat zo’n robuuste variant behelst. Oostpoort zelf moet voldoende ruimte bieden om te verblijven en te spelen. Richting masterplan/ PvEL moet het nader worden uitgewerkt in een totaalontwerp voor bebouwing, openbare ruimte en de ondergrond. Het bundelen van water en groen versterkt het geheel ruimtelijk en maar ook qua kwaliteit. Haarlem onderschrijft de 3-30-300 regel, maar niet als beleidsnorm. Het voorziet in een gelaagdheid en variatie in groen. Maar met alleen bomen in de stad bereik je geen aantrekkelijke, bio diverse, klimaat adaptieve en gezonde stad.

Onderzocht moet worden hoe een fauna passage nood-zuid kan bijdragen aan de natuur netwerken. Een verbeterde -langzaamverkeers- verbinding naar de Veerplas is essentieel, voor mens als natuur. Zie ook paragraaf Bodem en ondergrond, Duurzaamheid en Water. Economie: Ziet Waarderpolder als primair werkgebied, zo ook voor de ontwikkeling van de noordzijde van Oostpoort mét een P&R functie. In alle varianten wordt op en rond het stations economische voorzieningen in de plint voorgesteld, die keuze wordt onderschreven. Hart voor Oostpoort beschrijft voornamelijk de ontwikkeling van de gemeentelijke gronden. Ikea heeft ook plannen voor versterking en actualisatie van de winkelformule(s), door uitbreiding met zg. click and collect formule en distributiefunctie. Daarbij is er een potentiële uitbreiding van de kantoorfunctie. In het ontwerp van de noordelijke plein ruimte en verkeersafwikkeling is daarop geanticipeerd. De combinatie van deze ontwikkeling past in het toekomstig ruimtelijk en economisch profiel voor de Zuidstrook, maar moet op vele (milieu) aspecten nader worden beoordeeld en richting masterplan worden uitgewerkt. Mobiliteit: De mobiliteitstransitie vindt plaats op verschillende (schaal)niveaus, dat gaat onder meer uit van het verminderen en veranderen en verschonen van autokilometers.

Als compacte stad met beperkte ruimte, is verandering van de manier waarop we door de stad bewegen cruciaal. De verandering naar fiets en OV is ingezet met het Mobiliteitsbeleid en het Fietsbeleid. Met de ontwikkeling van Oostpoort worden de fietsverbindingen zowel in noord-zuid (F200) als oost-west via G200 richtingen verbetert. In de uitwerking van het langzaamverkeersnetwerk wordt meegegeven om zo min mogelijk autoweg kruisingen te realiseren en een fietsbrug met meer glooiende hellingbanen aan te leggen. Dit draagt bij aan het fietscomfort en een hogere fietspotentieel gebruik. Een helling gaat daarbij veiligheids-halve boven een meer technische spiraal/ wokkel.

Het ruimtelijk concept van Oostpoort gaat uit van het versterken van het OV knooppunt. Het houdt rekening met de haltering van de bestaande busroutes. We zien kans om de bushaltes en daarmee de overstrap van trein naar bus en vice versa beter in te passen en er een fijnere verblijfsplek van te maken. En ook de overstap van van trein naar (deel)fiets willen faciliteren door het toevoegen van meer deelfietsen aan de noord-en zuidzijde van het station en het verbeteren van de fietsparkeerplekken aan beide zijden. Een gecombineerde voetgangers/ fietsers oversteek wordt sociaal veiliger bevonden. Voor het autoverkeer zijn de verschillende varianten geen verbetering. Niet in alle modellen is er een rechtstreekse verbinding tussen Zuiderpolder en Waarderpolder. Voor het Masterplan moet de interne verkeerscirculatie bekeken worden, inclusief mogelijke herprofilering van de Jan van Krimpenweg. Het laden en lossen met bijbehorend vrachtverkeer, van o.a. Ikea, moet veilig worden ingepast. Een fiets-voetgangersroute van het station naar de Zuidstrook/Waarderpolder is cruciaal. Qua parkeerregime voor het nieuwe woonprogramma wordt een beperkte parkeernorm gehanteerd. Het parkeren wordt bij voorkeur gebundeld en inpandig opgelost. Het gebruik wordt ontmoedigd en het gezonde alternatief qua fiets gestimuleerd.

Vanwege de grote en groeiende pendelstromen tussen Amsterdam en Haarlem, en bezoekers voor de kust, is Haarlem Spaarnwoude een belangrijke strategische locatie. Het mobiliteitsbeleid zet in op behoud en versterken van de P&R functie. Ruimte in de stad is schaars en duur, het is begrijpelijk dat er ook gekeken wordt naar alternatieve locaties, op regionaal schaalniveau, voor een doeltreffend mobiliteitsaanpak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15755548/2