Bijlage 1 Actualisatie IHP Onderwijs 2023-2038
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2023-2038 Actualisatie eerste planperiode (2023-2026) en vooruitblik tweede planperiode (2027-2030) 19 mei 2026 Rogier van der Tweel JOS
Inhoudsopgave
1.
Voorwoord
4
2.
Inleiding
5
3.
Samenvatting
7
4.
Bekostiging en wetgeving onderwijshuisvesting
9
4.1
Bekostiging en financiering onderwijshuisvesting
9
4.2
Ontwikkelingen wetgeving van invloed op onderwijshuisvesting
10
5.
Terugblik periode 2023 - 2025
12
6.
Actualisatie eerste planperiode 2023 - 2026
14
6.1
Leerlingenprognoses 2025
14
6.2
Indexering investeringsramingen
14
6.3
Actualisering eerste planperiode
15
7.
Vooruitblik tweede en derde planperiode IHP Onderwijs
17
7.1
Prioritering projecten
17
7.2
Integrale afweging huisvestingsprojecten
18
7.3
Budget tweede planperiode IHP Onderwijs
19
7.4
Beoogde projecten tweede planperiode IHP Onderwijs
19
7.5
Overzicht actualisering tweede planperiode
20
7.6
Uitvoering projecten
21
7.7
Derde planperiode 2031 - 2034
21
2
8.
Overige onderwerpen (beleidskader onderwijshuisvesting)
23
8.1
Renovatie/levensduurverlenging
23
8.2
Financiering onderwijshuisvesting (TCO)
24
8.3
Herstructurering voorzieningenstructuur PO
24
8.4
IKC-vorming en passend onderwijs
25
8.5
Multifunctionaliteit
26
8.6
Inclusie en inclusieve scholen
26
8.7
Beleidslijn huisvesting op basis van gezamenlijke planvorming
27
Bijlage 1 Ontwikkelingen wet- en regelgeving
28
1. Inclusief onderwijs; werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035
28
2. Wetsvoorstel financiering kinderopvang
28
3. Wet ruimte voor nieuwe scholen
29
4. Wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting
29
5. Voorstellen kleine scholen toeslag en gemiddelde schoolgrootte
30
6. Verduurzaming onderwijshuisvesting
30
Bijlage 2 Leerlingenprognoses
32
1. Leerlingenprognoses basisonderwijs 2025
32
2. Leerlingenprognoses voortgezet onderwijs 2025
34
Bijlage 3 Overzicht actualisering scholen eerste planperiode
36
Bijlage 4 Overzicht actualisering scholen tweede planperiode
41
1. Heroverweging projecten tweede planperiode IHP Onderwijs
41
2. Projecten uit eerste planperiode, nu op te nemen in de tweede planperiode
42
3. Nieuw op te nemen projecten in de tweede planperiode
42
4. Te verwachten projecten tweede planperiode; nog zonder budget
43
5. Voorzieningen bewegingsonderwijs (Lichamelijke Opvoeding)
43
3
1.
Voorwoord In 2023 hebben we het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2023 – 2038 met elkaar vastgesteld, een ambitieuze huisvestingsagenda om een grote kwaliteitsslag te maken in de vernieuwing van onze scholen. En vanwege het belang dat we hechten aan goede, eigentijdse en gezonde scholen, hebben we destijds ook extra middelen beschikbaar gesteld om te gaan werken aan de vernieuwing van onze scholen. Hoewel we soms zouden wensen dat het sneller zou gaan, worden er voor veel huisvestingsprojecten de nodige stappen gezet. Veel vernieuwingsprojecten zijn in voorbereiding en soms ook al in uitvoering. Er wordt door de schoolbesturen en gemeente hard gewerkt om de gezamenlijke huisvestingsagenda te realiseren. De voorliggende actualisering van het IHP geeft hiervan een beeld. Het laat zien waar we nu staan in onze vernieuwingsambitie. Maar het geeft ook aan dat we er nog niet zijn en dat er nog veel investeringen nodig zijn om alle leerlingen en medewerkers in het Haarlemse onderwijs die leer- en werkomgeving te geven die ze verdienen. Een omgeving waarin eenieder zich maximaal kan ontplooien en waarin het prettig is om te leren en te werken. Een omgeving waarin je wordt gestimuleerd je te ontwikkelen. Want daar gaat het uiteindelijk om in ons huisvestingsbeleid in Haarlem.
We voeren die taak als gemeente niet uit omdat de wetgever dat ons heeft opgedragen, maar omdat we onze kinderen, jongeren en onderwijsmedewerkers goede gebouwen gunnen. Voor die uitdagende opgave blijf ik me graag inzetten in ons college, onze raad, onze stad en natuurlijk ook met het onderwijsveld zelf. Ik ben verheugd dat we in de vernieuwingsopgave met de Haarlemse schoolbesturen ook onszelf de fundamentele vragen blijven stellen hoe we onze scholen beter en inclusiever kunnen maken, welke voorzieningen nodig zijn om vandaag en morgen antwoord te geven op alle onderwijskundige en maatschappelijke vraagstukken waarvoor we staan. Dat we met elkaar vanuit een gezamenlijke visie op het onderwijs een vertaling maken naar het soort onderwijsvoorzieningen en de hiervoor benodigde huisvesting. Met elkaar gaat het ons lukken onze kinderen en jongeren het beste onderwijs en de beste scholen te geven. Bas van Leeuwen, Wethouder onderwijs
4
2.
Inleiding In 2023 is het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) 2023 - 2038 vastgesteld, dit moet nu geactualiseerd worden. De landelijke term voor een huisvestingsplan onderwijs is Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP), de term die ook in wetgeving wordt gebruikt. Haarlem maakt gebruik van de actualisatie om de landelijke term over te nemen. In deze actualisatie wordt verder gesproken over het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2023 -2038 (IHP). De oude afkorting SHO en de nieuwe IHP zullen in praktijk wellicht door elkaar lopen, de bedoeling en betekenis ervan is daarentegen dezelfde. In het IHP Onderwijs 2023 – 2038 is opgenomen iedere twee jaar het plan te actualiseren op inhoud, planning en financiën. Ook wordt gekeken of er projecten toegevoegd of afgevoerd moeten worden. Belangrijk voor de actualisatie zijn de recente leerlingenaantallen en -prognoses1. Op basis hiervan wordt bepaald of het opnemen in de eerste planperiode (inclusief de bijbehorende investeringsramingen) van het IHP Onderwijs nog actueel is. Met betrekking tot individuele scholen kunnen in de tussentijd nieuwe beleidsmatige afwegingen zijn gemaakt, zowel door de schoolbesturen als door de gemeente, waardoor een besluit uit 2023 herziening behoeft. Daarnaast zal op basis van kostenontwikkelingen voor diverse projecten prijsindexatie onoverkomelijk zijn.
In het IHP 2023 – 2038 is hierover aangegeven dat jaarlijkse indexering noodzakelijk is. Op deze indexering wordt in deze actualisering ook ingegaan. In de actualisatie wordt ook vooruitgekeken naar de opgave die volgt in tweede en derde planperiode van het IHP. In het IHP Onderwijs 2023 – 2038 is hiervoor ook een overzicht van schoolgebouwen opgenomen die, na afronding van de eerste planperiode, moeten worden vernieuwd. Deze tussentijdse actualisatie is tevens de basis voor het bestuurlijk overleg met het onderwijsveld over de gewenste en noodzakelijke voorzieningenstructuur in de gemeente Haarlem. In het IHP Onderwijs 2023 – 2038 is ook een vierde planperiode 2035 – 2038 opgenomen. De huisvestingsprojecten in deze planperiode zijn in de actualisering buiten beschouwing gelaten. De uitvoering hiervan laat immers nog lang op zich wachten. De in de vierde planperiode opgenomen huisvestingsprojecten blijven vooralsnog gehandhaafd, tenzij in toekomstige actualiseringen op basis van voortschrijdend inzicht en ontwikkelingen in overleg met de schoolbesturen andere keuzes worden gemaakt. • Regionale ‘focus’ en integrale planvorming In de actualisering wil de gemeente ook breder kijken naar de voorzieningenstructuur dan binnen de eigen gemeentegrenzen. Schoolkeuzes en leerlingenstromen gaan immers over gemeentegrenzen heen in Haarlem en omgeving.
In het voortgezet onderwijs is dit vanzelfsprekend nadrukkelijk aan de orde vanwege de centrumfunctie van Haarlem. Maar ook in het basisonderwijs is sprake van leerlingenstromen over de diverse gemeentegrenzen; Haarlemse kinderen volgen basisonderwijs buiten de gemeente Haarlem en vice versa. Vanuit die situatie wil de gemeente ook komen tot een betere afstemming en samenhang in de voorzieningen primair onderwijs zodat met elkaar een duurzame en efficiënte voorzieningenstructuur kan worden gerealiseerd en in stand kan worden gehouden.
1 De leerlingenprognoses zijn gebaseerd op de in 2024 vastgestelde bevolkingsprognoses van de
gemeente Haarlem.
5
De gemeente vindt het belangrijk dat beslissingen over schoolgebouwen vaker dan voorheen worden gebaseerd op gezamenlijk beleid van schoolbesturen. Het doel is om in alle stadsdelen en wijken een goed dekkend onderwijsaanbod te hebben. Dit aanbod is samenhangend, sluit goed op elkaar aan en biedt voor iedere leerling een passende plek.
6
3.
Samenvatting Met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2023 – 2038 heeft de gemeente Haarlem in kaart gebracht wat de komende jaren nodig is voor de schoolgebouwen van het primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs. Samen met het onderwijsveld is bepaald welke projecten prioriteit krijgen. De uitvoering van het IHP is verdeeld in vier periodes van elk vier jaar. Daarnaast is afgesproken om het plan regelmatig te actualiseren. Het IHP is daarmee een dynamisch document, dat kan worden aangepast als ontwikkelingen of nieuwe inzichten daar aanleiding toe geven. Voor de eerste planperiode (2023 – 2026) was oorspronkelijk €130 miljoen nodig. Omdat € 82,5 miljoen beschikbaar was, zijn samen met het onderwijsveld keuzes gemaakt. Sommige projecten zijn uitgesteld, bijvoorbeeld omdat de voorbereiding meer tijd kost. Ook zijn bij enkele projecten andere oplossingen gekozen. Zo wordt het Coornhert Lyceum gerenoveerd om de levensduur te verlengen. Dit gebeurt in fases, zodat het onderwijs zo veel mogelijk kan doorgaan. De kosten worden daardoor over meerdere jaren verspreid. De nieuwste leerlingenprognoses geven geen aanleiding om deze keuzes ingrijpend te herzien. De projecten die zijn opgenomen in de eerste planperiode hebben prioriteit, omdat de betreffende schoolgebouwen technisch of functioneel in slechte staat zijn.
Wel is het nodig om de kostenramingen te actualiseren en te indexeren. Actualisatie is nodig als plannen inhoudelijk zijn gewijzigd of als er extra eisen zijn bijgekomen, bijvoorbeeld vanuit stedenbouw, parkeren, erfgoed of combinaties met andere functies. Indexering is nodig vanwege prijsstijgingen in de bouw. De oorspronkelijke ramingen waren gebaseerd op het prijspeil 2023. Inmiddels zijn bij meerdere projecten de werkelijke kosten hoger dan verwacht. In deze actualisatie zijn de kosten aangepast naar prijspeil 2026 of 2027, afhankelijk van wanneer een project wordt uitgevoerd. Door deze aanpassingen komt het benodigde investeringsbedrag voor de eerste planperiode uit op (afgerond) € 90 miljoen (exclusief indexering). Voor prijsstijgingen is nog € 12 miljoen extra nodig. In totaal gaat het om circa € 102 miljoen (exclusief een post onvoorzien van 10%). Deze extra kosten kunnen worden gedekt uit de gereserveerde middelen voor onderwijshuisvesting in het investeringsplan. Voor de tweede planperiode (2027 – 2030) is opnieuw gekeken naar de prioriteiten. Daarbij is rekening gehouden met onder meer de staat van schoolgebouwen, leerlingaantallen, capaciteit, haalbaarheid van plannen, financiën en beleidsontwikkelingen. Dit heeft geleid tot een aangepaste planning. De geraamde investering voor deze periode is € 115 miljoen.
De gemeente en schoolbesturen overleggen daarnaast over het versterken van de voorzieningen in de verschillende stadsdelen. Het doel is om scholen goed bereikbaar te houden en tegelijkertijd beter in te spelen op onderwijsinhoudelijke, maatschappelijke en personele ontwikkelingen. Mogelijk zijn hiervoor extra investeringen nodig. Omdat nog niet duidelijk is hoe dit eruit komt te zien, zijn hiervoor voorlopige (PM-)ramingen opgenomen. De gemeente streeft naar een samenhangend netwerk van scholen per stadsdeel, waarin scholen elkaar aanvullen en samenwerken. Zo kan het onderwijs beter aansluiten op de behoeften van alle leerlingen, dichtbij huis. Besluiten over individuele scholen zullen in de toekomst vaker worden genomen vanuit een gezamenlijke visie van schoolbesturen op het totale aanbod in een gebied.
7
Het IHP is een strategisch beleids- en planningsinstrument voor de vernieuwing van schoolgebouwen in Haarlem. Het vaststellen van het IHP betekent nog niet dat er direct geld beschikbaar wordt gesteld voor projecten. Dat gebeurt pas later, wanneer een project concreet is en een formele aanvraag wordt ingediend. Deze aanvragen worden beoordeeld volgens de regels van de verordening onderwijshuisvesting, waarna het college hierover besluit in het Jaarlijks Onderwijshuisvestingsplan.
8
4.
Bekostiging en wetgeving onderwijshuisvesting 4.1 Bekostiging en financiering onderwijshuisvesting De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van de volgende voorzieningen: • (vervangende) nieuwbouw en eerste inrichting; • uitbreiding zowel van het gebouw als eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair • medegebruik (verhuur); • constructiefouten en locatie gebonden kosten (o.a. asbest); • herstel in geval van bijzondere omstandigheden/calamiteiten zoals brand, diefstal, storm- en waterschade; • voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs. In algemene zin zijn de gemeenten hiermee verantwoordelijk voor de aanwezigheid van voldoende onderwijshuisvestingscapaciteit en capaciteit voor bewegingsonderwijs. Met het Wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting is renovatie of levensduurverlenging van schoolgebouwen daar onlangs als voorziening aan toegevoegd. Schoolbesturen kunnen dan ook een aanvraag voor renovatie indienen bij de gemeenten. Voor de taken ontvangen gemeenten middelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken; als onderdeel van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. De middelen zijn niet geoormerkt, het is aan de gemeenten om te komen tot integrale afwegingen voor alle beleidsdomeinen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
De gemeente Haarlem ontvangt anno 2026 circa € 16,5 miljoen voor de onderwijshuisvesting als onderdeel van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds (€ 2,2 miljoen SBO, (V)SO en Pro, € 5,6 miljoen VO en € 8,7 miljoen basisonderwijs). Met deze middelen moeten de lopende verplichtingen gefinancierd worden (lopende financiering van schoolgebouwen en voorzieningen bewegingsonderwijs) alsmede nieuwe initiatieven. Er kunnen door schoolbesturen geen rechten aan deze indicatieve bedragen worden ontleend. Al geruime tijd voeren de VNG en de brancheorganisaties PO- en VO-raad overleg met het ministerie en in algemene zin met de politiek over de ontoereikende middelen voor de onderwijshuisvesting. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat er structureel circa € 1,2 miljard extra nodig is om te komen tot de vernieuwing van de onderwijshuisvesting in Nederland. De ontoereikende middelen betekenen voor veel gemeenten en ook voor de gemeente Haarlem dat, wanneer zij de onderwijshuisvesting fasegewijs willen blijven vernieuwen voor gezonde en onderwijskundig geschikte en eigentijdse scholen, er aanvullende middelen beschikbaar moeten worden gesteld en er derhalve keuzes moeten worden gemaakt ten gunste van de onderwijshuisvesting.
Naast de kostenstijging van materiaal en personeelskosten in de bouwmarkt in de laatste jaren, leidt de compactheid van en het grote aantal monumenten in Haarlem ook vaak tot hogere kosten voor vernieuwing. Verdichting met meerdere functies is vaker aan de orde en een begrijpelijke keuze, maar het gaat veelal gepaard met kostenverhoging. Ook de monumentale status van veel gebouwen leidt bij vernieuwing veelal tot kostenverhoging door aanvullende erfgoedeisen dan wel beperkingen in de vernieuwing. Hiermee is in de ‘basisfinanciering’ van onderwijshuisvesting vanuit
9
het gemeentefonds aan de gemeenten geen rekening gehouden, evenals er geen rekening is gehouden met diverse verduurzamingseisen én -ambities. De onvoldoende bekostiging leidt bij diverse gemeenten tot het nadenken over financieringsconstructies en/of wijzigingen in de financiering. In dit verband kan gedacht worden aan langere afschrijvingsperioden dan 40 jaar en/of werken met (circulaire) restwaarden. Met verlenging van de afschrijvingsperioden voor onderwijshuisvesting (bijvoorbeeld van 40 naar 50 of 60 jaar) en/of het rekenen met een zogenaamde circulaire restwaarde van een gebouw (bijvoorbeeld op het einde van de levensduur heeft het gebouw nog een restwaarde van 25 % omdat materialen her te gebruiken zijn), kan weliswaar een financieringsvraagstuk op de korte termijn worden opgelost, maar kan vernieuwing in de toekomst lastiger worden, omdat het gebouw nog niet is afgeschreven of omdat op dat moment blijkt dat er geen sprake is van restwaarde. • Verantwoordelijkheid schoolbesturen De schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid onderwijs te verzorgen en de huisvesting inclusief de schoolterreinen in stand te houden en als goed rentmeester deze te onderhouden en te exploiteren. Ook moeten de schoolbesturen tussentijdse functionele aanpassingen en kwaliteitsverbeteringen zelf bekostigen en zijn ze verantwoordelijk voor de vervanging van onderwijsleerpakket en meubilair.
De schoolbesturen ontvangen hiervoor middelen van het ministerie van OCW. Ook al geruime tijd vindt overleg plaats tussen het ministerie en de PO- en VOraad over de ontoereikendheid van de middelen om a. de gebouwen in stand te houden en b. de gebouwen aan te passen aan de huidige technische eisen m.b.t. binnenklimaat, duurzaamheid. • Juridisch en economisch eigendom onderwijshuisvesting Het juridisch eigendom van het schoolgebouw ligt op grond van de wetgeving veelal bij het schoolbestuur. Volgens het Burgerlijk Wetboek is het schoolbestuur formeel eigenaar en ook verantwoordelijk voor alle zaken die plaatsvinden in het gebouw en op het schoolterrein. De gemeente behoudt het zogenaamde economisch eigendom of economisch claimrecht op de schoolgebouwen en de grond. Dit houdt in dat wanneer de onderwijsbestemming verdwijnt het gebouw om niet (zonder kosten voor de gemeente) ‘terugvalt’ naar de gemeente (omdat zij de initiële investering hebben gedaan) en de gemeente de mogelijkheid heeft hier eventueel een andere bestemming aan te geven.
4.2 Ontwikkelingen wetgeving van invloed op onderwijshuisvesting In de wet- en regelgeving onderwijs en aanpalende beleidsterreinen hebben wijzigingen plaatsgevonden of zijn aanstaande met eventueel de nodige consequenties voor de onderwijshuisvesting (voor een uitgebreidere beschrijving van deze ontwikkelingen wordt kortheidshalve verwezen naar bijlage 1). Belangrijke ontwikkelingen met mogelijke gevolgen voor de onderwijshuisvesting betreffen de realisering van een inclusieve onderwijsinfrastructuur, het bijna gratis maken van de kinderopvang en het combineren van basisonderwijs en kinderopvang in integrale kindcentra (IKC’s). De inclusieve ambitie en de vorming van IKC’s vragen vernieuwing van de onderwijshuisvesting. Bezien moet worden welke aanpassingen en/of toevoegingen wenselijk of nodig zijn om de scholen inclusiever te maken. De vorming van IKC’s is hiervoor ook belangrijk en wordt ondersteund door de gemeente. De gemeente vindt het belangrijk is dat het geheel aan voorzieningen in Haarlem voldoende is voor inclusief onderwijs.
10
Een andere ontwikkeling betreft de in 2021 ingevoerde Wet ruimte voor nieuwe scholen. Deze wet beoogt dat het aanbod van scholen zich beter kan aanpassen aan de veranderende vraag vanuit de samenleving. Inmiddels heeft dit voor Haarlem geleid tot het stichten van de Islamitische basisschool De Eenheid, waarvoor de gemeente Haarlem de wettelijke zorgplicht heeft te voorzien in onderwijshuisvesting. Niet uit te sluiten is dat door de wet er meer initiatieven komen voor het stichten van nieuwe scholen. Het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting gaat gemeenten verplichten een IHP op te stellen. Tevens wordt het investeringsverbod in het primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs versoepeld zodat de schoolbesturen ook mogen investeren in de onderwijshuisvesting. Het wetsvoorstel voorziet ook in het opnemen van de voorziening renovatie in de wetgeving als gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw. Het ministerie van OCW is ook voornemens de kleine scholentoeslag, die basisscholen met minder dan 150 leerlingen extra financiële bekostiging biedt, te beëindigen. Het is het voornemen alleen financiële steun te geven aan kleine scholen in dunbevolkte regio’s en dus niet meer kleine scholen in bijvoorbeeld Haarlem. In Haarlem gaat het om een beperkt aantal basisscholen. In de vernieuwing van de scholen is verduurzaming een belangrijk aandachtspunt.
Bij vernieuwing wordt dan ook gekeken naar duurzaamheidsmaatregelen die aansluiten bij de gemeentelijke (en ook landelijke) ambities. De netcongestie is echter nu al een blokkade in de gewenste verduurzaming en vraagt zo mogelijk netbewust bouwen zodat de belasting van het elektriciteitsnet wordt beperkt en slimmer gespreid. De wet- en regelgeving en beleidsmatige ambities en doelstellingen kennen de nodige opgaven en uitdagingen met betrekking tot de onderwijshuisvesting, maar anderzijds ook beperkingen doordat omdat bepaalde randvoorwaarden moeilijk realiseerbaar zijn.
11
5.
Terugblik periode 2023 - 2025 In 2023 is totaal € 82,5 miljoen bestemd voor de uitvoering van huisvestingsprojecten in de eerste planperiode van het IHP Onderwijs 2023 – 2038. In de eerste planperiode van het IHP waren 19 huisvestingsprojecten (project Coornhert Lyceum bestond uit 2 deelprojecten) opgenomen. De afgelopen jaren zijn veel projecten gestart met de uitvoering van haalbaarheidsonderzoeken en/of de opstelling van concrete planvorming (definitiefase), maar zijn ze nog niet afgerond. De investeringsramingen worden over meerdere jaren verdeeld omdat de planvorming en -uitvoering lange tijd in beslag neemt. Zo kennen vernieuwings- of bouwprojecten onderwijshuisvesting doorgaans een lange doorlooptijd (5 à 8 jaar gemiddeld in Nederland). Vernieuwing van scholen in Haarlem is daarnaast ook erg complex vanwege de compactheid van de stad waarbij meerdere voorzieningen gebruik moeten maken van de schaarse ruimte. In de tabel op de volgende bladzijde zijn de vernieuwingsprojecten zoals oorspronkelijk opgenomen in het IHP Onderwijs 2023 - 2038 weergegeven (kolom IHP-budget). In overleg met de onderwijsbesturen is een nadere prioritering opgesteld voor de aansluiting bij de beschikbare middelen. Zo is voor een aantal projecten besloten de renovaties gefaseerd uit te voeren. Daarmee volstaan in de eerste planperiode lagere investeringsramingen c.q.
-budgetten, maar zullen er in volgende fasen weer middelen nodig zijn om de gefaseerde renovatie af te ronden. Deze fasering doet zich vooral voor in het voortgezet onderwijs mede vanwege het feit dat het erg complex en kostbaar is om voor een gehele VO-school, met veelal grote leerlingenaantallen, tijdelijke huisvesting te realiseren. Ook is in overleg met de schoolbesturen besloten een aantal projecten niet uit te voeren in de eerste planperiode maar in een volgende fase omdat de planvorming meer tijd in beslag neemt (o.a. vanwege stedenbouwkundige ontwikkelingen). Door deze met het onderwijsveld overeengekomen keuzes is het benodigde investeringsvolume aangepast. Ook is een aantal investeringsramingen geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en/of al uitgevoerde aanbestedingen. In de kolom ‘aangepast budget o.b.v. prioritering’ is dit weergegeven. In deze kolom is zowel de prioritering weergegeven als de actualisering. Indexering van de projecten heeft nog niet plaatsgevonden. Naast de huisvestingsprojecten uit het IHP Onderwijs 2023 – 2038 zijn in onderstaande tabel 2 huisvestingsprojecten toegevoegd: a. IKC Schalkwijk gymzaal en b. Vrije School De Lindeboom. Het toevoegen van de gymzaal leidt niet tot een toename van de investeringskosten.
Deze gymzaal was voorzien in de Floris van Adrichemlaan, maar door gewijzigde onderwijskundige inzichten maakt het IKC Schalkwijk geen onderdeel meer uit van de ontwikkelzone Floris van Adrichemlaan. Deze zaal wordt nu elders gerealiseerd. Het budget voor de gymzalen aan de Floris van Adrichemlaan is verminderd met één zaaldeel en is nu beschikbaar voor de realisering van een gymzaal bij de vervangende nieuwbouw voor IKC Schalkwijk (locatie A. Schweitzerlaan). De Vrije School Lindeboom is naar voren gehaald vanwege de nu aan de orde zijnde gebiedsontwikkeling Korte Verspronckweg. In het kader van de stedenbouwkundige ontwikkeling dient De Lindeboom nu meegenomen te worden.
12
SHO 2023 - 2026 & prioritering/actualisering Huisvestingsproject
SHO-budget
1 Coornhert, renovatie, fase 1 2 VO Schalkwijk, aanpassing Haarlem College 3 Oost ter Hout, uitbreiding 4 Rudolf Steiner College, uitbreiding 5 HMS, renovatie 6 De Globe, vervangende nieuwbouw 7 De Kring 2, renovatie 8 IKC Schalkwijk, vervangende nieuwbouw 9 IKC Schalkwijk, gymzaal 10 De Talenten, nieuwbouw incl. gymzaal 11 Don Boscoschool, nieuwbouw 12 IKC Valeo, nieuwbouw 13 Sporthal Floris van Adrichemlaan, nieuwbouw 14 Liduina Timorstraat, renovatie 15 Vrije School Kleverpark, renovatie 16 Al Ikhlaas, uitbreiding 17 Prof. Dr. Van Gilseschool nieuwbouw incl. gymzaal 18 Focus, aankoop semipermanent gebouw 19 ITK, nieuwbouw 20 ISK, nieuwbouw 21 Vrije School De Lindeboom Totaal (exclusief 10 % onvoorzien)
€ 21.980.000 € 5.000.000 € 555.000 € 7.000.000 € 8.000.000 € 7.680.000 € 1.000.000 € 6.950.000 € € 6.540.000 € 4.860.000 € 7.680.000 € 5.730.000 € 6.525.000 € 4.760.000 € 2.060.000 € 6.860.000 € 140.000 € 5.930.000 € 8.770.000 € € 118.020.000
Aangepast budget o.b.v prioritering € 6.569.200 € 2.000.000 € Ongewijzigd € 9.687.339 € € 2.300.000 Ongewijzigd € 1.910.000 € 6.713.000 € Ongewijzigd € 3.820.000 € 6.530.000 € 7.300.000 € 2.000.000 Ongewijzigd € 200.000 € 9.393.000 € € 7.000.000 € 93.912.539
In het volgende hoofdstuk wordt verder ingegaan op de actualisering van de eerste planperiode.
13
6.
Actualisatie eerste planperiode 2023 - 2026 In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de leerlingenprognoses (5.1) en de uitgangspunten voor de indexering (5.2), waarna ingegaan wordt op de actualisering van de diverse huisvestingsprojecten in de eerste planperiode (5.3).
6.1 Leerlingenprognoses 2025 Voor de actualisatie zijn de laatst opgestelde leerlingenprognoses voor zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs (voorjaar 2025) en de daarop gebaseerde ruimtebehoefte een belangrijk uitgangspunt (voor een uitgebreider overzicht van de leerlingenprognoses en ruimtebehoefte wordt kortheidshalve verwezen naar bijlage 2)2. De verwachting is dat het leerlingenaantal in het basisonderwijs toeneemt van circa 13.700 leerlingen in 2025 naar 15.200 in 2044. Dit is inclusief de leerlingen van de Internationale Taalklas (ITK) en de International School Haarlem (ISH). Met uitzondering van enkele scholen heeft het overgrote deel van de basisscholen voldoende capaciteit om de verwachte groei op te vangen. Als er sprake is van ruimtetekorten kan dit soms ook opgelost worden door gebruikmaking van overcapaciteit van (overige) basisscholen. In die zin kan gesproken worden van een verdelings- in plaats van capaciteitsvraagstuk. In het voortgezet onderwijs neemt het leerlingenaantal toe van circa 12.000 leerlingen naar circa 12.840 leerlingen. De bestaande huisvestingscapaciteit is toereikend voor het huidig en toekomstig aantal leerlingen. De ambitie en beleidsmatige inzet van de gemeente en schoolbesturen is om door middel van capaciteitsafspraken tussen de schoolbesturen te komen tot een verdeling van de VO-leerlingen over de bestaande capaciteit.
De prognoses geven geen aanleiding tot het aanpassen van in het IHP Onderwijs opgenomen voorzieningen.
6.2 Indexering investeringsramingen Voor de uitvoering van het IHP Onderwijs 2023 – 2038 is in 2023 € 82,5 miljoen beschikbaar gesteld gebaseerd op prijspeil 20233. Dit is op basis van een in 2023 vastgesteld kengetal van € 3.371 per 2 Voor het gespecialiseerd onderwijs (Speciaal Basisonderwijs/SBO, Speciaal Onderwijs/SO en
Voortgezet Speciaal onderwijs/VSO) worden geen prognoses opgesteld. Deze vormen van onderwijs laten zich moeilijk prognosticeren. De ontwikkeling van het leerlingenaantal is ook sterk afhankelijk van het beleid passend en inclusief onderwijs. 3 De in het IHP opgenomen bedragen zijn globale ramingen. Op het moment van vernieuwing wordt op basis van de actuele ruimtebehoefte bepaald welke investeringsraming daarbij hoort, conform de criteria in de verordening. Voor renovatie is de raming complexer en kan een definitief budget pas worden bepaald nadat een renovatieplan en businesscase is opgesteld, waarin de precieze opgave beschreven wordt en financieel is vertaald.
14
m2 BVO nieuwbouw of renovatie (voor renovatie is uitgegaan van een gelijk investeringsniveau en kengetal4). In het IHP is aangegeven dat voor de komende jaren rekening moet worden gehouden met indexering, maar in de ramingen voor de diverse projecten is uitgegaan van het in 2023 beschikbare bedrag ter hoogte van € 82,5 miljoen. Om toch in voldoende mate rekening te houden met prijsstijgingen in de bouwmarkt, is onderzocht wat de gemiddelde indexering is geweest over de afgelopen jaren in de onderwijshuisvesting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de jaarlijks door de VNG vastgestelde indexering voor onderwijshuisvesting, die (gemiddeld) uitkomt op 4,8 % over de periode 2008 – 2025. Wanneer het indexeringspercentage van 4,8 % wordt toegepast op de in 2023 opgenomen voorzieningen in het IHP Onderwijs en overige projecten waarvoor in het investeringsplan een budget is opgenomen, dan vraagt dit extra middelen. Anno 2027, het eerstvolgende moment waarop aanvullende financiering kan worden verkregen, zou dan sprake zijn van circa € 4.065 per m2 BVO aan stichtingskosten in plaats van het destijds gehanteerde kengetal van € 3.371 per m2 BVO. In het investeringsplan Onderwijs is een stelpost prijsstijgingen opgenomen, maar deze middelen zijn onvoldoende om de indexering als gevolg van de prijsstijgingen te compenseren.
Voor de indexering extra benodigde bedragen, bovenop hetgeen nu beschikbaar is in de stelposten, worden opgenomen in de Kaderbrief 2027 (en daaropvolgende kadernota’s en/of voorjaarsnota’s). Het is wenselijk om ook voor de volgende planperioden te kunnen beschikken over stelposten. Deze stelposten zijn enerzijds gewenst om prijsstijgingen te kunnen compenseren. Anderzijds is het ook wenselijk om binnen de stelpost onderwijshuisvesting (het totaal aan middelen voor de diverse huisvestingsprojecten) flexibiliteit te behouden in te kunnen spelen op niet voorziene omstandigheden.
6.3 Actualisering eerste planperiode De actualisering van de diverse huisvestingsprojecten in de eerste planperiode is in onderstaande tabel weergegeven (een beschrijving van de diverse huisvestingsprojecten is opgenomen in bijlage 3).
4 Ook Ruimte OK en het landelijk programma onderwijshuisvesting (POHV) adviseren om voor renovatie
uit te gaan van een gelijk investeringsniveau als voor vervangende nieuwbouw mede vanwege het feit dat renovatie wordt beschouwd als een gelijkwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw.
15
SHO 2023 - 2026 & prioritering/actualisering Aangepast budget SHO-budget Indexering o.b.v prioritering 1 Coornhert, renovatie, fase 1 € 21.980.000 € 6.569.200 n.v.t. 2 VO Schalkwijk, aanpassing Haarlem College € 5.000.000 € 2.000.000 n.v.t. 3 Oost ter Hout, uitbreiding € 555.000 € n.v.t. 4 Rudolf Steiner College, uitbreiding € 7.000.000 Ongewijzigd € 1.443.902 5 HMS, renovatie € 8.000.000 € 9.687.339 € 1.463.007 6 De Globe, vervangende nieuwbouw € 7.680.000 € n.v.t. 7 De Kring 2, renovatie € 1.000.000 € 2.300.000 n.v.t. 8 IKC Schalkwijk, vervangende nieuwbouw € 6.950.000 Ongewijzigd € 1.433.590 9 IKC Schalkwijk, gymzaal € € 2.090.000 n.v.t. 10 De Talenten, nieuwbouw incl. gymzaal € 6.540.000 € 6.713.000 € 1.384.700 11 Don Boscoschool, nieuwbouw € 4.860.000 € n.v.t. 12 IKC Valeo, nieuwbouw € 7.680.000 Ongewijzigd € 1.159.854 13 Sporthal Floris van Adrichemlaan, nieuwbouw € 5.730.000 € n.v.t. 14 Liduina Timorstraat, renovatie € 6.525.000 € 6.530.000 € 986.178 15 Vrije School Kleverpark, renovatie € 4.760.000 € 7.300.000 € 1.087.360 16 Al Ikhlaas, uitbreiding € 2.060.000 € 2.000.000 € 302.045 17 Prof. Dr. Van Gilseschool nieuwbouw incl. gymzaal € 6.860.000 Ongewijzigd € 1.415.020 18 Focus, aankoop semipermanent gebouw € 140.000 € 200.000 n.v.t. 19 ITK, nieuwbouw € 5.930.000 € 9.393.000 n.v.t. 20 ISK, nieuwbouw € 8.770.000 € n.v.t.
21 Vrije School De Lindeboom € € 7.000.000 € 1.443.902 Totaal (exclusief 10 % onvoorzien) € 118.020.000 € 90.272.539 € 12.119.558 Totaal actualisering inclusief indexering € 102.392.097 Ongewijzigd = vooralsnog ongewijzigd Huisvestingsproject
Gereed (voorzien) 2027 2026 n.v.t. 2028 2026 n.n.b. 2026 2027 2027 2028 n.n.b. 2027 n.n.b. n.n.b. 2027 2026 2028 2026 2028 n.v.t.
Status In uitvoering In uitvoering n.v.t. In voorbereiding In uitvoering Latere periode In uitvoering In voorbereiding In voorbereiding In voorbereiding Latere periode In uitvoering Nog niet gestart Nog niet gestart In uitvoering In uitvoering In voorbereiding In uitvoering In uitvoering n.v.t.
Door de actualisering is anno 2026 sprake van een benodigd investeringsbedrag van circa € 90 miljoen exclusief indexering. Voor de indexering is aanvullende financiering nodig van circa € 12 miljoen waardoor in totaal circa € 102 miljoen nodig is voor de actualisering van de eerste planperiode 2023 – 2026/2027 (dit is exclusief het toevoegen van een post onvoorzien van 10 %). Voor een aantal scholen is wel een investeringsraming opgesteld en opgenomen in het investeringsplan, maar deze ramingen staan niet vermeld in het overzicht van te treffen voorzieningen in de eerste planperiode IHP. Dit betreft De Zonnewijzer en De Verbeelding. Ten opzichte van het IHP Onderwijs 2023 – 2038 en de destijds geraamde bedragen per project is actualisatie van deze ramingen op twee manieren aan de orde: a. doordat het budget om inhoudelijke redenen moet worden aangepast of b. omdat er sprake is van indexering van het budget. Inhoudelijke aanpassingen hebben de afgelopen jaren al plaatsgevonden, eventuele aanpassingen van het budget zijn tijdens de verschillende P&C-momenten eerder verwerkt in het investeringsplan. Deze aanpassingen gelden nog niet voor door te voeren indexeringen, die noodzakelijk zijn als gevolg van (nog steeds) stijgende bouwkosten.
Om deze alsnog mogelijk te maken, wordt de stelpost onderwijshuisvesting in het investeringsplan hiervoor aangesproken, deze stelpost biedt voldoende dekking. De op dit moment voorziene indexering naar prijspeil 2027 bedraagt in totaal € 12.119.558. Per project wordt bezien of (en op welk moment) indexering noodzakelijk is.
16
7.
Vooruitblik tweede en derde planperiode IHP Onderwijs Het in 2023 vastgestelde IHP Onderwijs kreeg een looptijd mee van 2023 – 2038, onderverdeeld in vier planperiodes van ieder vier jaar. Voor projecten die opgenomen worden in de tweede planperiode 2027 – 2030 moeten investeringsbudgetten beschikbaar worden gesteld. Deze worden beschikbaar gesteld nadat het betreffende schoolbestuur een aanvraag ingediend heeft, die beoordeeld wordt volgens de criteria die in de verordening onderwijshuisvesting zijn opgenomen. In 2023 is voor de tweede planperiode in het IHP een bedrag van € 200 miljoen geraamd, op basis van uitgangspunten en aannames die in 2022 – 2023 actueel waren. Ook vanwege tussentijdse ontwikkelingen is actualisering én concretisering nodig van de tweede en derde planperiode, zoals de ontwikkeling van een HAVO-afdeling op het Haarlem College en de goedkeuring van het ministerie van OCW voor het stichten van een basisschool (IBS De Eenheid). Deze actualisering geldt ook voor de vierde planperiode 2035 – 2038. Omdat dit echter nog ver in de toekomst ligt, wordt deze planperiode nu buiten beschouwing gelaten. T.z.t. zal ook deze periode worden geactualiseerd. Daarnaast is er sprake van (nog steeds) toenemende bouwkosten en in verschillende projecten een complexere opgave door samenhang met gebiedsontwikkeling en de gemeentelijke woningbouwopgave.
7.1 Prioritering projecten Planning van projecten in de tweede planperiode 2027 – 2030 en daarmee precieze vaststelling van de benodigde voorzieningen gebeurt aan de hand van een aantal kwantitatieve gegevens, zoals de meest recente leerlingenprognoses en capaciteit van schoolgebouwen. De ‘eerste’ zorgplicht voor de gemeente waar het onderwijs betreft is immers het voorzien in voldoende capaciteit. Dit wordt bepaald aan de hand van leerlingenprognoses en de daarop gebaseerde ruimtebehoefte, afgezet tegen de beschikbare onderwijscapaciteit. De ‘tweede’ zorgplicht betreft het fasegewijs vernieuwen van de huisvestingsportefeuille. De algemene beleidslijn is dat hoe ouder het gebouw is, hoe eerder het wordt aangepakt. Leidraad bij deze fasegewijze vernieuwingsopgave en het prioriteren van voorzieningen zijn de resultaten van de technische nulmetingen naar de kwaliteit van de scholen. Voor een aantal scholen is deze technische nulmeting op verzoek van de schoolbesturen recent opnieuw uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn ook betrokken in de actualisering van de tweede planperiode (op basis van deze nieuwe technische nulmeting is de vernieuwing van de gymzaal van de SO/VSO Van Voorthuijsenschool opgenomen in de tweede planperiode).
In deze actualisatie zijn extra criteria meegenomen, zoals de (ingeschatte) haalbaarheid van projecten en de mogelijkheid om – in lijn met de ambitie van schoolbesturen in het primair onderwijs – op te schalen naar grotere voorzieningen, met behoud van goede bereikbaarheid. Ook de aard van de voorziening (bijvoorbeeld nieuwbouw, renovatie of aanpassing) en de ligging (zoals in een ontwikkelzone of als zelfstandige locatie) worden betrokken bij de prioritering.
17
Het doel is om per project en per gebied beter te kunnen bepalen wanneer realisatie mogelijk is. Dit draagt bij aan een betere beheersing van kosten en uitvoering van het investeringsplan. Daarnaast spelen diverse factoren een rol, zoals urgentie, beschikbaarheid van locaties, toekomstperspectief van scholen, mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting, projectcomplexiteit, kansen voor herontwikkeling en combinaties met andere functies, en de druk op organisatie en financiën. De gehanteerde ‘meetlat’ biedt hierbij richting, maar is geen vast kader. Maatwerk blijft noodzakelijk, gezien de verschillen tussen projecten en gebieden.
7.2 Integrale afweging huisvestingsprojecten De gemeente beoordeelt huisvestingsvraagstukken, met name in het primair onderwijs, steeds meer vanuit een integrale visie op de onderwijsvoorzieningen in een gebied. Besluiten over individuele projecten komen voort uit deze bredere visie. Dit vraagt van schoolbesturen dat zij gezamenlijk plannen ontwikkelen per gebied. Daarbij staat de vraag centraal welke voorzieningenstructuur nodig is om in de toekomst goed in te spelen op onderwijsinhoudelijke en maatschappelijke opgaven. De gemeente streeft naar een samenhangend en goed afgestemd netwerk van sterke, veilige, gezonde, inclusieve en duurzame scholen. Scholen binnen eenzelfde gebied vullen elkaar daarbij aan en vormen samen een netwerk voor passend en nabij onderwijs voor alle kinderen. Binnen dit netwerk wordt gezamenlijk ingespeeld op actuele ontwikkelingen in onderwijs en samenleving.
18
7.3 Budget tweede planperiode IHP Onderwijs De keus is gemaakt voor de tweede planperiode te ‘over-programmeren’, om de realisatie van het investeringsplan te vergroten. Bewust wordt vooraf een lager totaalbudget geraamd dan de totaalsom van het aantal in de tweede planperiode IHP op te nemen projecten. In de prioritering wordt rekening gehouden met de haalbaarheid van projecten, die pas worden opgenomen in het investeringsprogramma, als met zekerheid is te stellen wanneer de planvorming kan starten. De ontwikkeling van planvorming van overige projecten wordt vanzelfsprekend wel voortgezet. Halverwege de tweede planperiode IHP Onderwijs 2027 – 2030 zal eventueel, in de dan voorliggende actualisatie, voor enkele (of alle) van deze projecten het budget naar boven worden bijgesteld en zal aan de gemeenteraad worden gevraagd dit beschikbaar te stellen. Indexatie van budgetten wordt toegepast a.d.h.v. het jaar waarin gestart wordt met de realisatie van de voorziening.
7.4 Beoogde projecten tweede planperiode IHP Onderwijs In 2023 zijn met het vaststellen van het IHP Onderwijs 2023 – 2038 de volgende projecten opgenomen: Huisvestingsprojecten tweede planperiode IHP Onderwijs 1 Het Schoter, levensduurverlengende renovatie 2 Eerste Christelijk Lyceum (ECL), levensduurverlengende renovatie 3 De Cirkel, vervangende nieuwbouw inclusief gymzaal 4 BAVO Jenaplanschool, vervangende nieuwbouw inclusief gymzaal 5 De Werkschuit, levensduurverlengende renovatie 6 Basisschool Pantarijn, vervangende nieuwbouw inclusief gymzaal 7 De Trapeze/SO Gunning, vervangende nieuwbouw inclusief gym-/sportzaal 8 BAVO Eemstraat, levensduurverlengende renovatie 9 De Lindeboom, vervangende nieuwbouw inclusief gymzaal 10 International School Haarlem, vervangende nieuwbouw & gymzalen 11 Nieuwbouw VO in Schalkwijk 12 Gymzaal Eemstraat 13 Gymzaal Centrum (mogelijk Hannie Schaftschool) Totaal planperiode 2 exclusief 10 % onvoorzien Totaal planperiode 2 inclusief 10 % onvoorzien
Raming stichtingskosten € 25.665.000 € 34.560.000 € 10.480.000 € 10.280.000 € 8.410.000 € 8.570.000 € 10.120.000 € 8.930.000 € 7.000.000 € 20.540.000 € 35.800.000 € 2.090.000 € 2.090.000 € 184.535.000 € 202.988.500
Ook voor deze planperiode is in 2023 een post van 10 % toegevoegd aan deze raming, waardoor voor de tweede planperiode sprake is/was van een raming van circa € 202 miljoen voor de benodigde vernieuwing van de diverse huisvestingsprojecten.
19
7.5 Overzicht actualisering tweede planperiode Op basis van de actualisering van de tweede planperiode wordt vooralsnog uitgegaan van de in onderstaande tabel opgenomen projecten (voor een uitgebreidere beschrijving van de individuele huisvestingsprojecten van de tweede planperiode wordt verwezen naar bijlage 4). De investeringsraming voor de tweede planperiode bedraagt in totaal € 187 miljoen (€ 206 miljoen inclusief 10 % onvoorzien). Vanwege de langere doorlooptijd van een aantal projecten (waarvoor PM-ramingen worden opgenomen) is de investeringsbehoefte voor de tweede planperiode lager, namelijk € 105 miljoen (€ 115 miljoen inclusief de post van 10 % onvoorzien). Mochten er mogelijkheden zijn om een aantal huisvestingsprojecten sneller uit te voeren, zullen hiervoor afzonderlijke voorstellen worden aan de gemeenteraad worden gedaan. Overzicht huisvestingsprojecten actualisering tweede planperiode IHP Onderwijs 1 Projecten levensduurverlenging voortgezet onderwijs 2 IBS De Eenheid, nieuwbouw 3 OBS Camelot, vervangende nieuwbouw 4 De Globe/Don Boscoschool 5 Coornhert Lyceum, levensduurverlengende renovatie 6 De Trapeze/SO Gunning, vervangende nieuwbouw incl. gymzaal 7 De Cirkel, vervangende nieuwbouw incl. gymzaal 8 BAVO Jenaplanbasisschool incl. gymzaal 9 Voorzieningen primair onderwijs Stadsdeel Haarlem Noord 10 Voorzieningen primair onderwijs Stadsdeel Schalkwijk incl.
gymzaal 11 International School Haarlem incl. gymzaal 12 Gymzaal stadsdeel Haarlem Noord 13 Gymzaal stadsdeel Centrum 14 Gymzaal Van Voorthuijsenschool SO/VSO Sportzaal Belgiëlaan, Piramide/Rudolf Steinerschool/Rudolf Steiner 15 College Huisvesting gespecialiseerd onderwijs Daaf Geluk/VSO 16 Gunningschool Totaal planperiode 2 exclusief 10 % onvoorzien Totaal planperiode 2 inclusief 10 % onvoorzien
Raming stichtingskosten € 60.000.000 € 4.902.390 € 6.947.000 € 7.680.000 € 15.410.800 € 10.120.000 € 10.480.000 € 10.280.000 € 20.000.000 € 10.000.000 € 15.000.000 € 2.090.000 € 2.090.000 € 2.090.000 € € € €
Investeringsplan 2027-2030 € 60.000.000 € 4.902.390 € 6.947.000 € 7.680.000 € 15.410.800 € 10.120.000 PM PM PM PM PM PM PM PM
4.180.000 PM 6.000.000 PM 187.270.190 € 105.060.190 205.997.209 € 115.566.209
Een toelichting op de in de tabel genoemde projecten is te vinden in bijlage 4 (vanaf blz. 42) Ook voor de stichtingskosten in de tweede planperiode geldt dat deze globale en/of indicatieve ramingen betreffen op basis van generieke kengetallen. Precieze investeringsbedragen moeten nog nader worden vastgesteld op het moment dat de planvorming start. Bij nieuwbouw wordt op dat moment op basis van de leerlingenaantallen en -prognoses de ruimtebehoefte bepaald. Bij renovatie c.q. levensduurverlenging moet een renovatieplan en businesscase uitwijzen wat de precieze opgave behelst en welk budget daarvoor noodzakelijk is. De nu opgenomen bedragen zijn grotendeels gebaseerd op de ramingen uit 2023. Eventuele indexering moet nog plaatsvinden op deze ramingen. In de ramingen voor de nieuwbouw van IBS De Eenheid en de uitbreiding van OBS Camelot is al wel uitgegaan van het prijspeil 2027. De overige ramingen zijn nog steeds op het niveau zoals deze projecten waren opgenomen in het IHP Onderwijs 2023 – 2038. Bij een aantal projecten of voorzieningen is sprake van het samenvoegen van budgetten van meerdere projecten. Zo zijn de
20
projecten levensduurverlenging van een aantal scholen voor voortgezet onderwijs samengevoegd. Dit beoogt het flexibel kunnen inzetten van de middelen op basis van veelal nog op te stellen renovatieplannen. Daarnaast is voor de stadsdelen Haarlem Noord en Schalkwijk voor het basisonderwijs ook een stelpost geraamd. Hiertoe is gekozen omdat zowel TWijs als Spaarnesant aan het nadenken zijn over de toekomstige voorzieningenstructuur in deze stadsdelen. Met de stelposten ontstaat er flexibiliteit voor wellicht nog andere keuzes dan destijds in 2023 in het IHP opgenomen. Belangrijk is dat de keuzes met betrekking tot de individuele scholen voortkomen uit een gezamenlijke visie op de voorzieningenstructuur in een stadsdeel of deel hiervan. Voor vijf projecten is een budget geraamd waarin rekening wordt gehouden met het realiseren van een gymzaal. Ook hebben drie gymzalen een eigen budget geraamd gekregen, omdat die los van een schoolgebouw moeten worden gerealiseerd. Daarnaast wordt er voor de ontwikkeling van de Belgiëlaan ingezet op een voorziening die bestaat uit twee gymzalen. Voor al deze projecten is in overleg met het team Sport bepaald of de betreffende gymzaal tegelijkertijd een plaats kan of moet krijgen in de voorzieningenstructuur binnensport. Een breder inzetbare sportvoorziening is groter dan een gymzaal.
Wanneer een gymzaal inderdaad deze bredere functie moet krijgen wordt in het IHP Onderwijs geraamd op basis van het normbudget (€ 2.090.000) voor het realiseren van een volwaardige gymzaal. In het IP Binnensport wordt tegelijkertijd een aanvullend budget geraamd, voor de aanvullende kosten, om een breder inzetbare sportvoorziening te realiseren.
7.6 Uitvoering projecten Om meer grip op het realiseren van projecten te krijgen en te houden, wordt de (pre)initiatieffase versterkt met als doel vooraf de eisen voor het verlenen van de benodigde vergunning(en) te formuleren. Tevens zal vaker worden overwogen gemeentelijke procesmanager capaciteit in te zetten, zowel in de initiatief- als definitiefase, als (zo nodig) in de vergunningsprocedure en aanbesteding. Op basis van het Haarlems Ruimtelijk Planproces wordt een planproces speciaal voor huisvestingsprojecten onderwijs ontwikkeld, het streven is dat dit nog in 2026 gereed is. Het betreft hier voorstellen en maatregelen die mede voort zijn gekomen uit een in 2025 uitgevoerd onderzoek 213a Gemeentewet naar de onderwijshuisvesting. Onderdeel van dit planproces wordt het opstellen van een uitgangspuntennotitie, die aan het college wordt voorgelegd. In deze uitgangspuntennotitie wordt opgenomen de gemeentelijke kaders, een plan van aanpak, de planning, de projectorganisatie, de ontwikkelings- en aanbestedingsstrategie en de hieruit voortvloeiende keuzes met betrekking tot de selectie van architect, ontwerpteam en/of consortium bij een integrale aanbesteding.
7.7 Derde planperiode 2031 - 2034 Voor de derde planperiode 2031 – 2034 is in 2023 een investeringsvolume geraamd van circa € 43 miljoen geraamd (€ 47 miljoen, inclusief 10 % onvoorzien). Indien de uitvoering van de huisvestingsprojecten in de tweede planperiode vertragingen oplopen dan wel heroverwogen worden vanwege divers ontwikkelingen, wordt bezien in hoeverre projecten uit de derde planperiode versneld kunnen worden. In de volgende actualisering zal hier meer zicht op zijn.
21
Raming stichtingskosten Levensduurverlengende renovatie € 8.795.000 Levensduurverlengende renovatie € 10.485.000 Vernieuwing (renovatie/nieuwbouw n.t.b.) € 5.370.000 Vernieuwing (renovatie/nieuwbouw n.t.b.) € 8.050.000
Huisvestingsprojecten derde planperiode IHP Onderwijs 1 2 3 4
Koningin Emmaschool Bernardus Veronicaschool Bavo Reviusstraat Vrije School 5 Weltevredenstraat Levensduurverlengende renovatie Totaal planperiode 3 exclusief 10 % onvoorzien Totaal planperiode 3 inclusief 10 % onvoorzien
€ 10.040.000 € 42.740.000 € 47.014.000
Op dit moment is nog niet te voorspellen hoe de in derde planperiode geprogrammeerde huisvestingsprojecten vorm krijgen. Daarnaast, om de nodige flexibiliteit in de toekomst te behouden en in te kunnen spelen op gewijzigde omstandigheden, wordt voorgesteld om ook voor de derde planperiode te werken met een drietal stelposten, waarbij voorgesteld wordt een stelpost voor levensduurverlengende renovaties voortgezet onderwijs toe te voegen. Hieronder is dat weergegeven. Huisvestingsprojecten derde planperiode IHP Onderwijs 1 Levensduurverlengende renovaties PO/SO 2 Vervangende nieuwbouw PO/SO 3 Levensduurverlengende renovaties VO/VSO Totaal planperiode 3 exclusief 10 % onvoorzien Totaal planperiode 3 inclusief 10 % onvoorzien
Raming stichtingskosten € 25.000.000 € 15.000.000 € 50.000.000 € 90.000.000 € 99.000.000
Vanwege de lange termijn van de vierde planperiode (2035 – 2038) is in deze actualisering deze planperiode niet betrokken. T.z.t. zal deze periode ook moeten worden geactualiseerd.
22
8.
Overige onderwerpen (beleidskader onderwijshuisvesting) In relatie tot de actualisering wil de gemeente ook expliciet aandacht geven aan een aantal onderwerpen. Deze onderwerpen betreffen o.a. renovatie en financiering, herstructurering voorzieningenstructuur PO, IKC-vorming en passend onderwijs, verbreding i.c. multifunctionaliteit, inclusiviteit. Beleid met betrekking tot deze onderwerpen zal (per onderwerp) apart in een notitie of regeling door het college worden vastgesteld. Voor een aantal onderwerpen geldt dat dit plaatsvindt op het moment dat de details van de gewijzigde wetgeving duidelijk zijn. In deze paragraaf wordt alvast op hoofdlijnen ingegaan op bovengenoemde onderwerpen.
8.1 Renovatie/levensduurverlenging In het IHP Onderwijs zijn verschillende voorstellen voor renovatie opgenomen. In het onlangs door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel over planmatige aanpak onderwijshuisvesting is renovatie als een gelijkwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw opgenomen, waarmee dit toegevoegd wordt aan de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Renovatie moet de levensduur van een schoolgebouw met een nader te bepalen periode verlengen. Het gebouw dient na de renovatie weer te voldoen aan de huidige en zo mogelijk toekomstige technische en functionele kwaliteitseisen. De wettelijke eisen zijn hierbij van toepassing waarbij de eisen met betrekking tot nieuwbouw zoveel mogelijk worden nagestreefd. Per project zal worden bekeken in hoeverre renovatie verantwoord is in relatie tot de benodigde investeringen en de te verwachten opbrengsten. De afweging met betrekking tot renovatie wordt gemaakt wanneer het lesgebouw of de gymzaal/sportzaal circa 40 jaar oud is en er tussentijds geen grootschalige technische en functionele aanpassingen hebben plaatsgevonden (tenzij op basis van een schouw de noodzaak van een eerdere renovatie wordt vastgesteld). Op basis van een door het schoolbestuur uit te voeren haalbaarheidsonderzoek naar renovatie maken de gemeente en het schoolbestuur een afweging in te nemen maatregelen en maatregelen die achterwege kunnen blijven.
De resultaten daarvan worden belegd in een renovatieplan waarin in ieder geval de resultaten van de technische schouw zijn weergegeven, de maatregelen om de levensduur te verlengen en de kosten hiervan, alsmede de te verwachten exploitatiekosten. Op basis nieuwe wetgeving is een nieuwe Haarlemse verordening onderwijshuisvesting opgesteld. Voor de uitvoering van de nieuwe voorziening renovatie moet een regeling worden gemaakt. Onderdeel van deze regeling zal zijn een second opinion van renovatieplannen.
23
8.2 Financiering onderwijshuisvesting (TCO) De financiering van de onderwijshuisvesting ziet de gemeente als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen. Deze verantwoordelijkheid betreft niet alleen renovatie/levensduurverlenging, maar ook (vervangende) nieuwbouw. Bij afwegingen m.b.t. renovatie of (vervangende) nieuwbouw worden ook de gevolgen van de te nemen beslissing in relatie tot de exploitatiekosten van het gebouw voor het betreffende schoolbestuur betrokken. Er is een gezamenlijk belang van gemeente en schoolbestuur, om niet alleen goede schoolgebouwen, maar ook duurzaam te exploiteren scholen tot stand te brengen (betaalbaar wat betreft investering én betaalbaar wat betreft exploitatie). Oftewel, passend binnen de in totaal daarvoor vanuit de gemeente én het schoolbestuur beschikbare levensduurkosten voor het gebouw (vertaald in TCO: Total Cost of Ownership). Bij afwegingen van de te nemen maatregelen wordt een financiële vergelijking gemaakt tussen renovatie en nieuwbouw (voor zover nieuwbouw mogelijk is gezien locatie/gebouw/monument) op basis van te verwachten levensduurkosten in plaats van investeringskosten alleen. Door de businesscase voor renovatie versus de businesscase voor nieuwbouw onderling af te wegen op basis van TCO i.p.v.
investeringskosten alleen, beogen gemeente en schoolbesturen dat de keuze wordt bepaald op basis van meest optimale levensduurkosten, i.p.v. de goedkoopste oplossing (die in exploitatie ongunstig uit kan pakken). De gemeente Haarlem streeft ernaar toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting te baseren op basis van een op te stellen TCO, waarbij een deel van de investering gezien kan worden als de in de vorige paragraaf genoemde exploitatiegerichte bijdrage. Door de TCO-benadering kan aan de voorkant van een project beter bepaald worden welke kwaliteitskeuzes gemaakt (kunnen) worden en wie daaraan bijdraagt. Het gaat daarbij om het bundelen van geldstromen van gemeente en schoolbesturen, waarbij de TCO inzicht moet bieden of extra investeringen leiden tot gunstiger levensduurkosten. Met de schoolbesturen worden hierover verdere afspraken gemaakt.
8.3 Herstructurering voorzieningenstructuur PO De gemeente Haarlem telt veel basisscholen (50 exclusief ITK) waarvan iets minder dan de helft (20 basisscholen) minder dan 200 leerlingen telt. Kleine scholen zijn relatief kwetsbaar, er is sprake van minder formatieve mogelijkheden en middelen en bij ziekte en/of (langdurige) personele tekorten doet dit een groot appel op de organisatie. Het personele vraagstuk zal de komende jaren toenemen en een belangrijke opgave en uitdaging worden voor het verantwoord vervullen van de maatschappelijke opdracht van het onderwijs (bieden van kwalitatief goed onderwijs). De kwaliteit van het Haarlems onderwijs staat of valt met de aanwezigheid van voldoende kwalitatief goed personeel. Het personele vraagstuk, maar ook onderwijskundige vragen met betrekking tot inclusief onderwijs, het versterken van kansengelijkheid en voorkomen van segregatie, leiden tot het nadenken over het anders organiseren van het onderwijs. De onderwijshuisvesting kan hierin een belangrijke rol vervullen door afspraken te maken over het komen tot een voorzieningenstructuur, die beter toegerust is op de maatschappelijke, onderwijskundige en personele vraagstukken waar de gemeente en schoolbesturen voor staan.
Deze eventuele herstructurering – en wellicht schaalsprong/-vergroting – kan, of moet, ook bijdragen aan het efficiënter inzetten van de geringe (beschikbare) ruimte in de gemeente, maar dient tegelijkertijd randvoorwaarden in zich te hebben voor het behoud van een goede bereikbaarheid en thuisnabij onderwijs voor in elk geval leerlingen
24
in de basisschoolleeftijd. Iedere leerling vanaf de middenbouw zou in beginsel zelfstandig naar school moeten kunnen. De schoolbesturen voor primair onderwijs, met name de schoolbesturen met meerdere basisscholen, streven naar een ‘robuustere’ voorzieningenstructuur zodat beter ingespeeld kan worden op de onderwijskundige, maatschappelijke en personele vraagstukken. Met de realisering van IKC Valeo en IKC De Globe/Boerhaave wordt hier reeds invulling aan gegeven. Hier worden voorzieningen gerealiseerd voor circa 400 à 450 leerlingen met aanvullende voorzieningen voor kinderopvang. Ook in de vernieuwing elders, zowel in situaties van renovatie/levensduurverlenging als vervangende nieuwbouw, worden de mogelijkheden onderzocht voorzieningen te realiseren, die ook beter in staat zijn in te spelen op groei en krimp in een bepaald gebied. Daar waar het gaat om renovatie van bijvoorbeeld monumentale gebouwen en/of beperkte ruimtelijke mogelijkheden kent deze beleidsambitie naar grotere eenheden soms beperkingen omdat uitbreiding niet mogelijk is. Het behoud of de versterking van de onderwijskwaliteit dient in een eventuele herstructurering van de voorzieningenstructuur te allen tijde uitgangspunt te blijven. Er is geen sprake van een blauwdruk, maatwerk blijft belangrijk voor een goede aansluiting met o.a. de sociaalmaatschappelijke of demografische context.
De vernieuwing door renovatie en/of vervangende nieuwbouw in het primair onderwijs wil de gemeente plaats laten vinden op basis van een gezamenlijke visie op de toekomstige voorzieningenstructuur in een bepaald voedingsgebied, dan wel stadsdeel. In deze visie dienen bovengenoemde vraagstukken ook een plek dan wel antwoord te krijgen.
8.4 IKC-vorming en passend onderwijs De gemeente en de schoolbesturen zien het als hun maatschappelijke en onderwijskundige opgave om via goed onderwijs zich maximaal in te zetten voor de talentontwikkeling van ieder kind en iedere jongere in Haarlem: voor ieder kind in de gemeente is een passende plek om op te groeien en zich te ontwikkelen. Belangrijk daarin is dat er wordt gestreefd naar versterking van de onderwijs- of ontwikkelketen waarin diensten in samenhang worden gebracht. Hierbij moet er niet alleen een verbinding worden gelegd tussen de scholen onderling, maar ook met o.a. kinderopvang, jeugdzorg en de maatschappelijke omgeving. De onderwijshuisvesting moet bovenstaande faciliteren en versterken, waarbij er vanzelfsprekend ruimte is voor maatwerk en daarom verschillen per stadsdeel en/of wijk van de gemeente. Uitgangspunt is dat basisonderwijs thuisnabij en passend is, iedereen moet kunnen meedoen. Dit stelt eisen aan de huisvesting, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van ruimten voor individuele begeleiding, verzorging dan wel overige onderwijsondersteuners. Tegelijkertijd is er het besef dat het beste onderwijs voor sommige kinderen niet altijd per se het meest dichtbij is. Passend onderwijs kan ook betekenen dat sommige leerlingen een andere onderwijsomgeving vragen om zich te kunnen ontwikkelen.
De gemeente Haarlem stimuleert de samenwerking tussen basisscholen (regulier en speciaal onderwijs) en kindvoorzieningen. Zij doet dit door in gebouwen met onderwijscapaciteit huisvesting voor kindvoorzieningen te reserveren of te realiseren. Dit mag niet ten koste gaan van huisvesting voor onderwijs. In het geval van (vervangende) nieuwbouw van IKC’s financiert de gemeente de investering voor de kinderopvang voor. De hiermee gemoeide kapitaallasten worden gedekt door de huurinkomsten vanuit de kinderopvang, waaraan de gemeente de voorwaarde verbindt van een langdurige huurovereenkomst met een minimale looptijd van 15 jaar. Dit
25
betekent dat er sluitende afspraken dienen te worden gemaakt tussen gemeente, schoolbesturen en samenwerkingspartners over de realisatie, de instandhouding en het gebruik van nietonderwijscapaciteit. De gemeente pleit in de IKC-vorming voor afstemming en samenhang in een bepaald voedingsgebied waarbij de scholen een complementair en volledig aanbod aan onderwijs en opvang aanbieden zonder dat iedere school eenzelfde breed aanbod dient te hebben.
8.5 Multifunctionaliteit Scholen kunnen meer zijn dan een plek voor onderwijs en opvang, een plek voor ontmoeting tussen kinderen en jongeren en medewerkers. Het zijn ook plaatsen waar mensen elkaar dagelijks (kunnen) ontmoeten. Deze ontmoetingsfunctie wil de gemeente versterken en streven naar flexibiliteit en multifunctionaliteit voor meervoudig gebruik. Ook na schooltijd wil de gemeente Haarlem de schoolgebouwen beter benutten, waardoor ze een bredere maatschappelijke functie kunnen krijgen binnen de wijk of buurt. Scholen moeten meervoudig inzetbaar zijn en een grotere maatschappelijke rol vervullen in de wijken en buurten dan alleen onderdak bieden voor onderwijs. Daarmee kunnen scholen ook een bijdrage leveren in het versterken van het sociale weefsel in wijken, stadsdelen en de stad. En naar de toekomst toe moeten scholen relevant en geschikt blijven voor veranderende behoeften. De gemeente en schoolbesturen zijn gebaat bij scholen die kunnen meebewegen met die veranderingen door bijvoorbeeld de uitbreidbaarheid te vergroten of compartimentering ten behoeve van deelgebruik. Afstemming en samenhang op basis van gedeelde en gezamenlijke planvorming is hierin gewenst; niet iedere voorziening behoeft voor deze participatiefunctie verbreed of aangepast te worden.