Bijlage 1 21 NGE Onderzoek
Tekst van het document
Figuur 74: Teding van Berkhoutstraat na het bombardement (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NLHlmNHA_Hrlm_17688).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 67 van 188
Figuur 75: Verwoesting in de Amsterdamse Buurt (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NL-HlmNHA_Hrlm_17711).
In het archief van de Haarlemse Luchtbeschermingdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539) zijn rapporten opgenomen van tijdens en kort na de aanval. Uit deze rapporten komt de schade die het bombardement veroorzaakte naar voren. Ook blijkt dat actief naar blindgangers werd gezocht. Deze blindgangers werden dan ook gevonden. In Da Costastraat 12 lag een onontplofte brandbom, die door het dak van een schuur was geslagen en in de vloer klem zat. In het perceel Teding van Berkhoutstraat 15 was een onontplofte lichte brisantbom in de tuin neergekomen. Deze was zo diep in de bodem gedrongen, dat deze in het grondwater lag. Op aandringen van een Duitse luitenant lieten ze deze liggen, omdat deze geen gevaar kon vormen. In 1998 werden de woningen gesloopt. De Explosieven Opruimingsdienst (EOD) heeft kort daarop een onderzoek uitgevoerd en geconcludeerd dat er inderdaad mogelijk sprake was van een blindganger (zie MORA 19980772, bijlage 8). Uit MORAnummer 19991327 blijkt dat een opsporingsbedrijf hierop opsporing heeft verricht, en een blindganger van een 30 lbs brandbom uit de tuin van de Teding van Berkhoutstraat heeft verwijderd.
Figuur 76: Uitsnede rapportage Luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, Toegang 1539).
In een proces-verbaal van de Luchtbeschermingsdienst van 17 april 1943 werd de stand van zaken opgemaakt. Acht 30 lbs brandbommen waren neergekomen in het centrum. Deze waren afkomstig van het vliegtuig dat per abuis een container met acht brandbommen vroegtijdig afwierp.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 68 van 188
Figuur 77: Uitsnede proces-verbaal van 17 april 1943 (Bron: NHA, toegang 1539).
Kort daarop vielen de bommen op de Amsterdamse Buurt. Volgens het proces-verbaal vielen de bommen in vijftien verschillende straten:
Figuur 78: Uitsnede proces-verbaal van 17 april 1943 (Bron: NHA, toegang 1539).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 69 van 188
Ook werden de tot dan toe gevonden blindgangers opgesomd:
Figuur 79: Uitsnede proces-verbaal van 17 april 1943 (Bron: NHA, toegang 1539).
Hier bleef het echter niet bij. Op zondag 18 april 1943 werd een blindganger van een brandbom verwijderd uit het perceel da Costastraat 37. Maandag 19 april werd een blindganger van een brandbom verwijderd uit Nagtzaamstraat 22. Diezelfde dag werd ook een blindganger van een brandbom verwijderd uit perceel 2e Zuidpolderstraat 36. Op de 19e kwamen nog altijd meldingen binnen van blindgangers, waaronder een blindganger van een brisantbom in het perceel Teding van Berkhoutstraat 4. Uiteindelijk werden 29 brandbommen en elf brisantbommen als blindganger aangetroffen. De brandbommen werden vervoerd naar het terrein van de gemeentereiniging en aldaar vernietigd en begraven. De blindgangers van brisantbommen werden echter niet meer als een gevaar beschouwd; zij lagen immers te diep in de grond. De locaties van de blindgangers waren doorgegeven aan het bureau van Bouw- en Woningtoezicht.7 De elf blindgangers bleven derhalve liggen. In het archiefstuk werd geconcludeerd dat in totaal 71 brisantbommen en 64 brandbommen waren afgeworpen.
Figuur 80 : Uitsnede proces-verbaal van 17 april 1943 (Bron: NHA, toegang 1539).
Deze informatie komt niet overeen met de informatie op de Haarlemse bommenkaart. Op de bommenkaart worden tien brandbommen in de binnenstad vermeld en 63 inslagen van brandbommen in de Amsterdamse Buurt. Daarnaast worden 71 inslagen van brisantbommen vermeld, waarvan er 27 zijn genoteerd als blindgangers. 44 brisantbommen zouden wel zijn gedetoneerd. Een uitsnede van de bommenkaart met de Amsterdamse Buurt en een uitsnede van de legenda zijn weergegeven in Figuur 81, Figuur 82 en Figuur 83.
7 Pogingen om deze informatie in het archief van het bureau Bouw- en Woningtoezicht (NHA, toegang 1488: Dienst Bouw- en Woningtoezicht, 1902-2005) te traceren, heeft
niets opgeleverd.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 70 van 188
Figuur 81: Uitsnede van de Haarlemse bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA).
Figuur 82: Amsterdamse Buurt op de Haarlemse bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 71 van 188
Figuur 83: Uitsnede legenda van de Haarlemse bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA).
De locaties van de bominslagen zoals weergegeven op de bommenkaart komen overeen met de informatie uit het overige geraadpleegde bronnenmateriaal. Ook uit informatie uit de Britse National Archives (zie bijlage 6) en een interpretatierapport uit Amerikaanse National Archives and Record Administration (zie bijlage 7) blijkt dat het bombardement niet de werkplaats, maar een woonwijk ten zuiden van het beoogde doel trof. Ook hadden de luchtfotoanalisten gezien dat enkele brandbommen in het water vielen.
Figuur 84: Luchtfoto-interpretatie van het bombardement van 16 april 1943 (Bron: NARA, RG 243).
De luchtfoto die is gebruikt voor het verrichten van deze analyse, is ingepast in GIS en weergegeven in Figuur 85.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 72 van 188
Figuur 85: Strike Photo van het bombardement van 16 april 1943 (Bron: TNA, AIR 34/363).
De Strike Photo bevestigt de informatie afkomstig uit het gemeentearchief en de bommenkaart. De bommen vielen geconcentreerd op de Amsterdamse Buurt. Er is geen sprake van bommen die ver buiten de Amsterdamse Buurt vielen, op de brandbommen in de binnenstad na. Geconcludeerd wordt dat 27 bommen van 500 lbs M.C.8, 42 bommen van 250 lbs G.P. en 102 of 104 brandbommen van het kaliber 30 lbs zijn neergekomen in de Amsterdamse Buurt. Hierbij worden de gegevens van de geallieerde luchtmacht (Operations Record Books, bijlage 6, en de luchtfoto interpretaties zie bijlage 7) als leidend beschouwd. In deze archieven werd immers minutieus bijgehouden hoeveel bommen de bommenwerpers meevoerden. Acht van de brandbommen werden voortijdig afgeworpen en kwamen in de binnenstad neer. Hierbij worden de gegevens van de luchtbeschermingsdienst als leidend beschouwd, aangezien de containers acht brandbommen konden bevatten. Er was sprake van meerdere blindgangers. De bronnen maken melding van tussen elf en 27 blindgangers van brisantbommen. Deze zijn als blindganger in de grond aanwezig gebleven, omdat deze zo diep lagen, dat deze geen gevaar zouden vormen. Dit blijkt uit het geraadpleegde archiefmateriaal. In de geraadpleegde bronnen is geen informatie aangetroffen over het ruimen van blindgangers van brisantbommen. Uit het bronnenmateriaal blijkt dat uitsluitend de brandbommen zijn opgeruimd.
Het is echter niet bekend of alle brandbommen zijn geruimd. Aangezien in 1999 nog een 30 lbs brandbom uit de bodem werd verwijderd, wordt niet uitgesloten dat er nog meer blindgangers van 30 lbs brandbommen in de bodem aanwezig zijn. Uit de informatie van de Strike Photo, het archiefmateriaal en de bommenkaart wordt geconcludeerd dat op enkele brandbommen na alle bominslagen plaatsvonden binnen de contouren die zijn aangegeven in Figuur 86.
M.C. (Medium Capacity) waren bommen met een relatief grotere explosieve inhoud ten opzichte van de metaalmassa dan de G.P. bommen. 8
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 73 van 188
Figuur 86: Gebied van de Amsterdamse Buurt waarbinnen de bommen vielen.
Naar aanleiding van de brandbommen die in de binnenstad vielen, wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. De acht bommen die zijn neergekomen buiten de Amsterdamse Buurt, zijn volgens de archiefstukken allemaal geruimd. In het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn echter wel sterke aanknopingspunten voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied ter plaatse van de Amsterdamse Buurt. Krateranalyse naar aanleiding van dit bombardement is niet mogelijk, omdat het bebouwd gebied betreft. Het NGE-Risicogebied wordt om deze reden situationeel afgebakend, op basis van de in Figuur 86 weergegeven contouren waarbinnen de bommen neerkwamen. Om deze contouren wordt een straal van 50 meter afgebakend als NGERisicogebied, waarbinnen mogelijk tussen elf en 27 blindgangers van 250 en/of 500 lbs brisantbommen en een onbekend aantal 30 lbs brandbommen in de bodem aanwezig kunnen zijn. Deze straal van 50 meter is gebaseerd op een expert judgement. Aan deze straal van 50 meter wordt een buffer van 20 meter toegevoegd ter ondervanging van de ondergrondse horizontale verplaatsing van een blindganger. Een buffer ter ondervanging van de cartografische onnauwkeurigheid is niet nodig, aangezien de contouren van het bombardement zijn ingetekend op hedendaags kaartmateriaal op basis van drie verschillende bronnen en zodoende nauwkeurig is. De totale straal rond de contouren bedraagt derhalve zeventig meter.
Het NGERisicogebied is weergegeven in Figuur 87.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 74 van 188
Figuur 87: NGE-Risicogebied naar aanleiding van het bombardement op 16 april 1943.
Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 16 april 1943 wordt een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen blindgangers van de kalibers 30, 250 G.P. en/of 500 lbs M.C. in de bodem aanwezig kunnen zijn. 4.4.3 Beschieting bij de Zijlweg, 29 juni 1943 Op 29 juni 1943 omstreeks 20.30 uur vlogen twee vliegtuigen van westelijke naar oostelijke richting over Haarlem en schoten met boordwapens op doelen op de grond. Enkele minuten later keerden de toestellen om en vlogen nogmaals over Haarlem, waarbij wederom werd geschoten. Het luchtdoelgeschut en de luchtdoelmitrailleurs schoten tevergeefs op de vliegtuigen. Aan het pand Zijlweg 267 ontstond schade door de boordwapens van de vliegtuigen. Dit blijkt uit het een proces-verbaal, afkomstig uit het archief van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539).
Figuur 88: Uitsnede van het proces-verbaal van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, toegang 1539).
Informatie afkomstig uit het NIMH (zie bijlage 4: NIMH, Collectie 400) vermeldt dat ook een marineonderkomen bij Overveen was getroffen. Hier was verder geen schade veroorzaakt. In het boek Zonder
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 75 van 188
Waarschuwing (zie bijlage 3: MAA p. 175) wordt vermeld dat de beschieting werd uitgevoerd door twee Typhoon jachtbommenwerpers van het 195e Squadron van de Britse luchtmacht. Deze vliegtuigen vlogen een Rhubarb-operatie en troffen hierbij onder meer het gebouw van de marine en het nabijgelegen pand Zijlweg 267. Geconcludeerd wordt dat het pand van de marine het doelwit van deze beschieting was. Zijlweg 267, gelegen op circa 300 meter van het onderkomen, werd hierbij vermoedelijk getroffen door missers van het boordgeschut van de Typhoons. Het marine-onderkomen in Overveen werd na de oorlog gebruikt als marinehospitaal. In 1990 werd het gesloten. Het gebouw is recentelijk gesloopt om ruimte te maken voor nieuwbouw. De locatie is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 89: Marinecomplex Overveen nabij Zijlweg 267.
Het doelwit van deze beschieting, het marine-onderkomen in Overveen, lag buiten de gemeente Haarlem. Geconcludeerd wordt dat de schade veroorzaakt aan Zijlweg 267 een incident betreft. Mogelijk betrof het een gericocheteerde (‘afgeketste’) 20 mm granaat van het boordgeschut. Er zijn geen aanwijzingen dat de directe omgeving van Zijlweg 267 meerdere malen is getroffen. Derhalve wordt naar aanleiding van deze beschieting geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de beschieting op 29 juni 1943 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 4.5
AANVALLEN OP VOERTUIGEN EN EEN NOODAFWORP, 1 944-1945
De zware bombardementen op Haarlem waren in de laatste twee jaren van de oorlog ten einde. Er zou nog één bombardement op Haarlems grondgebied plaatsvinden, toen geallieerden vliegtuigen probeerden een trein met opgepakte mannen te verhinderen de stad te verlaten. Andere aanvallen vonden plaats in de vorm van beschietingen door jachtbommenwerpers. Treinen en vrachtwagens waren hierbij het doel. Ook werd een onbekend voorwerp in het IJ afgeworpen. Mogelijk betrof het een noodafworp. Deze gebeurtenissen in 1944 en 1945 worden in deze paragraaf beoordeeld en geëvalueerd.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 76 van 188
4.5.1 Een voorwerp in het IJ, 21 juni 1944 In het archief van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539) is een proces-verbaal aangetroffen van 21 juni 1944. Hierin wordt vermeld dat op die datum een Engels vliegtuig op geringe hoogte van westelijke naar oostelijke richting over het IJ bij Spaarndam vloog, en vijftig meter van de walkant een onbekend voorwerp in het water liet vallen. Hierdoor ontstond een grote waterzuil.
Figuur 90: Uitsnede proces-verbaal van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, Toegang 1539).
In het boek Zonder Waarschuwing wordt geopperd dat het mogelijk de ball turret, de geschutskoepel aan de onderzijde van een vliegtuig, van een aangeschoten Amerikaanse B-24 bommenwerper was. De auteur vermeldt dat deze in geval van nood afgeworpen konden worden, zodat een noodlanding op de buik een grotere kans van slagen had. Een Amerikaans vliegtuig had de koepel afgeworpen om kort daarna bij Halfweg neer te storten. Een dergelijke ball turret is in Figuur 91 weergegeven.
Figuur 91: B-24 Ball Turret (Bron: Imperial War Museum, http://media.iwm.org.uk/iwm/mediaLib//55/media55317/large.jpg).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 77 van 188
Informatie uit het verliesregister van de Studiegroep Luchtoorlog (SGLO T3823, zie bijlage 3) bevestigt dat er inderdaad een B-24 van de Amerikaanse 446 Bomb Group rond die tijd neerstortte aan de Halfweg. In het rapport van de SGLO wordt vermeld dat het toestel over target (boven het doelwit) in de problemen kwam. Het toestel stortte dus op de terugweg neer en had naar alle waarschijnlijkheid de bommenlast al afgeworpen. Dit is echter niet met zekerheid vast te stellen. Het is niet met zekerheid vast te stellen dat het om een geschutskoepel of een ander vliegtuigonderdeel ging. Waarschijnlijk had de B-24 de bommenlast al afgeworpen, waardoor de kans klein is dat het uitgeworpen voorwerp een bom betrof. Dit is echter niet met zekerheid vast te stellen. Ook de exacte locatie van de afworp is niet bekend. Het kan niet worden vastgesteld of het afgeworpen voorwerp een geschutskoepel, een onderdeel van een vliegtuig of een andersoortig voorwerp betrof. Ook de locatie van het neergekomen voorwerp is niet bekend. Om deze reden wordt naar aanleiding van deze gebeurtenis geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van het afgeworpen voorwerp in het IJ op 21 juni 1944 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend.
4.5.2 Beschieting van een tram en treinen, 5 augustus 1944 Op 5 augustus 1944 omstreeks 14.25 uur werd ten oosten van station Haarlem ter hoogte van de Centrale Werkplaats een trein beschoten door jachtvliegtuigen. Ook een tram van de N.Z.H.T.M. (trammaatschappij) op de Amsterdamsevaart ter hoogte van de Bakhuizen van der Brinkstraat was beschoten. Verschillende personen raakten gewond of kwamen om het leven door de mitrailleurkogels. Dit blijkt uit een rapport van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539). In het proces-verbaal is een chronologische opsomming van de gebeurtenissen opgenomen. Een uitsnede van deze chronologie is in Figuur 92 weergegeven.
Figuur 92: Uitsnede proces-verbaal luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, Toegang 1539).
In de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA pp. 145-149, ZWA 2 p. 265, HUU p. 464) wordt de aanval tevens vermeld, waarbij wordt beschreven hoe P-47 Thunderbolt jachtvliegtuigen van de Amerikaanse 361 Fighter Group de beschieting uitvoerden. P-47 Thunderbolt jachtbommenwerpers waren uitsluitend bewapend met boordmitrailleurs van het kaliber.50. Dit verklaart de gewonden door mitrailleurkogels, die worden vermeld in het rapport van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst. Aangezien de patronen van boordmitrailleurs (klein kaliber
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 78 van 188
munitie) geen explosieve inhoud bevatten, wordt naar aanleiding van deze beschieting geen NGERisicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de beschieting op 5 augustus 1944 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 4.5.3 Beschieting op vrachtwagens, 30 september 1944 In een proces-verbaal van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539) wordt een luchtaanval gemeld op 30 september 1944 om 12.30 uur. Twee vrachtwagens van het Duitse leger waren in brand geschoten door geallieerde vliegtuigen. De vrachtwagens bevonden zich op de Amsterdamsevaart, buiten de gemeentegrens van Haarlem. In het boek Zonder Waarschuwing (zie bijlage 3: MAA p. 150) wordt vermeld dat de vrachtwagens zich ter hoogte van de Joodse begraafplaats aan de Amsterdamsevaart bevonden. In het boek En nooit was het stil (zie bijlage 3: ZWA 2 p. 373) staat beschreven dat de vrachtwagens beladen waren met suiker, die door de Haarlemse bevolking direct werden geplunderd. De vrachtwagens zouden zijn beschoten door Spitfire-jachtbommenwerpers van het 33e Squadron van de Britse luchtmacht, enkel uitgerust met .50 boordmitrailleurs.9 De locatie van de beschieting is in Figuur 93 bij benadering weergegeven.
Figuur 93: Locatie van de aanval van 30 september 1944 (rood omcirkeld) op de geallieerde stafkaart.
Uit de Operations Record Books van 33 squadron (zie bijlage 6) blijkt dat die dag aanvallen werden uitgevoerd tegen voertuigen in de ‘Rotterdam area’, waarvan er in ieder geval negen werden vernietigd. Deze vliegtuigen waren actief tussen 11.25 en 13.35 Nederlandse tijd, wat overeenkomt met de tijd waarop de beschieting plaatsvond. De beschieting van 30 september 1944 vond plaats ‘ter hoogte van de Joodse begraafplaats’. Een exacte locatie wordt in het geraadpleegde bronnenmateriaal niet vermeld. Het is dan ook niet bekend waar de 9 Uit informatie van de website http://www.historyofwar.org/air/units/RAF/33_wwII.html is gebleken dat 33 Squadron was uitgerust met Spitfire Mk. IXE. Dit type Spitfire was
bewapend met boordmitrailleurs van het kaliber .50.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 79 van 188
aanval precies plaatsvond. Daarnaast werd de aanval uitgevoerd met boordmitrailleurs. Deze boordwapens verschoten .50 patronen. De verschoten KKM van deze mitrailleurs (kogels) bevatten geen explosieve inhoud. Naar aanleiding van de beschieting op 30 september 1944 wordt dan ook geen NGERisicogebied worden afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de beschieting op 30 september 1944 kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend. 4.5.4 Speciale operatie door Mosquito’s, 7 december 1944 Op 6 december 1944 vond in Haarlem een grootschalige razzia plaats. Alle mannen van zeventien jaar en ouder werden uit hun huizen gehaald door het Duitse leger, om gedwongen te werk gesteld te worden in de Duitse oorlogsindustrie. In de nacht van 6 op 7 december 1944 zouden de gevangenen per trein uit Haarlem worden weggevoerd. Het Nederlandse verzet was op de hoogte van het aanstaande transport, en verzocht de Britse luchtmacht om hier een stokje voor te steken door de spoorbrug over het Spaarne te bombarderen. Het verzoek werd in Groot-Brittannië positief ontvangen en doorgestuurd naar de Second Tactical Air Force. Dit luchtmachtonderdeel verzocht 487 Squadron om actie te ondernemen. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3).
Drie Mosquito-bommenwerpers, bewapend met negen bommen van het kaliber 500 lbs M.C., twee ANM76 (napalm) brandbommen en een bundel flares, werden om 3.10 uur uitgestuurd voor een bombardement op de spoorbrug over het Spaarne. De vliegtuigen rapporteerden het doel te hebben gebombardeerd, maar de piloten van twee van de toestellen meldden geen resultaten te hebben waargenomen door bewolking. Eén van de piloten rapporteerde bommen te hebben zien branden aan de zijkant van een kanaal. Deze informatie blijkt uit de Operations Record Books van de Britse luchtmacht (zie bijlage 6).
Figuur 94: Rapportage van de Second Tactical Air Force (Bron: TNA, AIR 37/716).
In het proces-verbaal van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539) wordt vermeld dat op 7 december 1944 om 3.30 uur in de morgen in een geïnundeerd weiland ten zuiden van de spoorlijn Haarlem-Amsterdam op het gebied van de gemeente Haarlem een bom was gevallen en gedetoneerd. Drie huizen hadden glasschade door de explosie. Een exacte locatie waar de bom explodeerde wordt niet vermeld. De mogelijke locatie waar de bom neerkwam, is weergegeven in Figuur 95.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 80 van 188
Figuur 95: Ingepaste luchtfoto’s d.d. 7 april 1945 (links) en 16 februari 1945 (rechts). Het beoogde doel (de spoorbrug) en het geïnundeerde weiland waar de bom explodeerde zijn uitvergroot.
Het weiland waar de bom detoneerde lag op een afstand van ruim een kilometer van de spoorbrug over het Spaarne. Er werd slechts één bominslag vermeld. In het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn geen aanwijzingen aangetroffen over de inslag van de overige bommen. Het is dan ook niet bekend waar deze zijn neergekomen. Luchtfotoanalyse van het gebied ten zuiden van de spoorlijn is niet mogelijk, omdat het gebied op de beschikbare luchtfoto’s onder water staat. Kraters kunnen om deze reden niet worden waargenomen. Het is dan ook niet mogelijk om een NGE-Risicogebied af te bakenen naar aanleiding van dit bombardement. Conclusie Het is niet mogelijk een NGE-Risicogebied af te bakenen naar aanleiding van het bombardement van 7 december 1944. 4.5.5 Beschieting van een trein, 9 maart 1945 Op 9 maart 1945 om 23.30 uur beschoot een geallieerd vliegtuig een trein in Haarlem, waardoor aan enkele huizen schade werd aangericht. Aan Kleverparkweg 128 en 130 ontstond schade in de vorm van gaten en gesneuvelde ruiten. Aan de Hoofmanstraat 4 werden drie ruiten vernield. Dit blijkt uit een rapport van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 81 van 188
Figuur 96: Uitsnede uit het rapport van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, Toegang 1539).
De locaties waar de schade was ontstaan, is weergegeven in Figuur 97.
Figuur 97: Locaties waar schade werd veroorzaakt op de geallieerde stafkaart.
De aanval op 9 maart 1945 werd uitgevoerd door een Mosquito bommenwerper van het Britse 605 e Squadron. Dit blijkt uit de geraadpleegde ORB’s (zie bijlage 6). Tussen 22.37 en 2.27 uur bombardeerde een Mosquito van dit squadron IJmuiden, en beschoot twee voertuigen met boordwapens. 10 De piloot nam geen resultaten van de aanval waar. Het tijdstip dat de Mosquito zich in de omgeving bevond en het feit dat het toestel voertuigen aanviel, leidt tot de conclusie dat deze Mosquito de trein in Haarlem heeft aangevallen.
Figuur 98: Uitsnede van de ORB van 605 Squadron (Bron: TNA, AIR 27/2091).
10 Mosquito bommenwerpers beschikten over vier boordkanonnen van het kaliber 20 mm en vier boordmitrailleurs van het kaliber .303.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 82 van 188
De locaties waar schade werd veroorzaakt, liggen op een afstand van ruim een kilometer van elkaar. Het is niet bekend waar de trein zich bevond toen deze werd aangevallen. Het is dan ook niet mogelijk een NGE-Risicogebied af te bakenen naar aanleiding van de aanval op de trein op 9 maart 1945. Conclusie Het is niet mogelijk een NGE-Risicogebied af te bakenen naar aanleiding van de beschieting van 9 maart 1945.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 83 van 188
Beoordelen en evalueren vliegtuigcrashes en luchtafweergeschut
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 84 van 188
5
BEOORDELEN EN EVALUEREN VLIEGTUIGCRASHES EN LUCHTAFWEERGESCHUT
Op het grondgebied van de gemeente Haarlem zijn verschillende vliegtuigen neergestort. De vliegtuigen werden neergehaald door luchtafweergeschut dat stond opgesteld in de duinen bij Bloemendaal, rond IJmuiden en bij Schiphol. Niet alleen neerstortende vliegtuigen, maar ook neerkomende luchtafweergranaten vormden een gevaar voor de bevolking van Haarlem. Luchtafweergranaten die hun doel misten kwamen al dan niet exploderend op de grond neer. De neergestorte vliegtuigen en luchtafweergranaten worden in dit hoofdstuk beoordeeld en geëvalueerd. 5.1
VLIEGTUIGCRASH AAN DE OUDEWEG, 6 JULI 1940
Op 6 juli 1940 werd een Britse Wellington bommenwerper van 99 Squadron uitgestuurd voor een bombardement bij Gremberg in Duitsland. Toen dit bombardement door weersomstandigheden geen doorgang kon vinden, werd besloten als alternatief Schiphol te bombarderen. Bij de tweede bomb run op het doel werd het toestel getroffen door luchtafweergeschut, waardoor de motor in brand vloog. Het toestel daalde en vloog richting Haarlem, miste net de bovenleiding van het spoor bij de Oudeweg en klapte ongeveer honderd meter achter de spoorlijn met een snelheid van 190 kilometer per uur neer in een weiland in de Veerpolder. Door de hoge snelheid schoot het vliegtuig door het weiland en boorde zich met de neus in de gevel van Oudeweg 115 en 117. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA, pag. 32-34).
Figuur 99: Crashlocatie en het punt waar het vliegtuig tot stilstand kwam, bij benadering.
Uit het rapport van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst en stukken uit het Nationaal Archief (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539 en NA, Toegang 2.04.53.15) blijkt dat het toestel met de vleugel tegen een fabriek aan de Oudeweg klapte, omsloeg en vlam vatte. Zeven huizen brandden volledig uit. Ook van het vliegtuig was weinig over. Eén bemanningslid van de Wellington kon niet op tijd ontsnappen en kwam om in de vlammenzee. De loodfabriek Seijffert liep lichte schade op door de brand. In de beeldbank van het Noord-Hollands Archief zijn foto’s aangetroffen van de crashlocatie.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 85 van 188
Figuur 100: Staart van de neergestorte Wellington (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NL-HlmNHA_54008060)
Figuur 101: Bewaking bij de restanten van de Wellington (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NL-HlmNHA_Hrlm_17511).
Figuur 102: Brandende resten van de Wellington (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NL-HlmNHA_54008060).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 86 van 188
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal blijkt dat de neergestorte Wellington na een buiklanding doorschoof en op het maaiveld uitbrandde. Om die reden wordt niet verwacht dat (explosieve) componenten van het vliegtuig in de bodem zijn achtergebleven. Naar aanleiding van de vliegtuigcrash aan de Oudeweg wordt dan ook geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de neergestorte Wellington-bommenwerper wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 5.2
VLIEGTUIGCRASH IN DE WAARDERPOLDER, 13 JA NUARI 1943
In de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA, pag. 87-88) is informatie aangetroffen over een neergestort vliegtuig in de Waarderpolder op 13 januari 1943. Het ging om een Hawker Typhoon jachtbommenwerper van het Britse 56e Squadron, die een gewapende verkenning uitvoerde en diverse vijandelijke doelen aanviel met boordwapens. Het vliegtuig werd neergeschoten door Duits luchtafweergeschut en stortte neer in het riet aan de oever van de Mooie Nel ter hoogte van het Schoteroog. Onderdelen van de crash waren door de hele polder verspreid geraakt. In het gemeentearchief van Haarlem (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539) is een proces-verbaal van de luchtbeschermingsdienst aangetroffen met betrekking tot deze crash. In dit document wordt beschreven dat omstreeks 10.00 uur een Engels vliegtuig was neergestort in de Waarderpolder ten oosten van de fabriek van Stork-Hijsch. Het vliegtuig was door de crash diep in de grond gedrongen. De piloot was voortvluchtig.
Figuur 103: Uitsnede van het proces-verbaal (Bron: NHA, Toegang 1539).
Het geraadpleegde bronnenmateriaal is eenduidig met betrekking tot de locatie van de crash. Het vliegtuig stortte neer aan het Schoteroog ten oosten van de fabriek van Stork-Hijsch, in het riet aan de oever van de Mooie Nel. Ook op de Haarlemse bommenkaart is de vliegtuigcrash weergegeven. In de onderstaande figuur op de Haarlemse bommenkaart weergegeven.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 87 van 188
Figuur 104: Locatieaanduidingen van de vliegtuigcrash op de bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA).
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal is niet gebleken dat de resten van het neergestorte vliegtuig zijn geruimd. Het toestel is in de bodem terechtgekomen. Er zijn veel onderdelen van het vliegtuig over de polder verspreid geraakt. Welke delen van het vliegtuig verspreid over de polder zijn geraakt, is niet bekend. Ook is de locatie niet exact bekend. Om deze redenen kan naar aanleiding van de vliegtuigcrash geen NGE-Risicogebied worden afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de neergestorte Typhoon jachtbommenwerper kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend. 5.3
VLIEGTUIGCRASH AAN DE ZOMERWEG, 3 MEI 1943
Op 3 mei 1943 werd een groep Britse Ventura-bommenwerpers uitgestuurd voor een missie tegen de elektriciteitscentrale en Hoogovens bij IJmuiden. Deze groep bommenwerpers werd in zijn geheel door Duitse jagers en luchtafweergeschut neergehaald. Eén van de vliegtuigen kwam neer op het grondgebied van de gemeente Haarlem. Omstreeks 17.45 uur stortte het neer in volkstuinencomplex ‘Ons Buiten’ aan de Zomerweg. Het toestel smakte tegen de grond en schoof met hoge snelheid door, waarbij de rechtermotor werd losgerukt. Na een lange buikschuiver kwam het toestel tot stilstand. Het toestel heeft nog tien dagen in het complex gelegen. In deze periode haalden de Duitse autoriteiten het toestel voorzichtig uit elkaar en voerden het af. 11 Ook in het archief van de luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539) van de gemeente Haarlem wordt de crash vermeld. Pas twee uur na de crash kwamen leden van de luchtbeschermingsdienst bij het wrak aan, en meldden dat het ging om een driemotorige Britse bommenwerper. Het vliegtuig had nog enkele niet-ontplofte bommen bij zich. Duitse militairen hielden de wacht bij het wrak. De locatie van het wrak is weergegeven op de Haarlemse bommenkaart, waarop tevens werd vermeld dat er niet-ontplofte bommen bij het wrak aanwezig waren.
11 Zie bijlage 3: MAA, pag. 106-107 en SGLO, kenmerk T2244.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 88 van 188
Figuur 105: Crashlocatie op de bommenkaart (met groen omcirkeld. Bron: Beeldbank NHA).
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal blijkt dat het vliegtuig relatief intact neerkwam. Eén van de motoren van de viermotorige Lockheed Ventura werd losgerukt tijdens de crash, wat leidde tot de melding van een ‘driemotorige Engelse bommenwerper’. Geconcludeerd wordt dat het vliegtuig tijdens de crash niet in de bodem is geraakt en door de Duitse autoriteiten is afgevoerd. De verwachting is dan ook dat de niet ontplofte bommen ook zijn geruimd door de Duitse autoriteiten. Om deze redenen wordt naar aanleiding van de neergestorte Ventura-bommenwerper geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de neergestorte Ventura-bommenwerper wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 5.4
VLIEGTUIGCRASH AAN ’ T KROM, 21 JULI 1943
Uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA, p. 124-126) blijkt dat aan ‘t Krom op 21 juli 1943 een Duits Messerschmitt Bf-109 jachtvliegtuig is neergestort. Het vliegtuig was bezig met een schijnluchtgevecht ter oefening, waarbij de piloot met zijn propeller de staart van het jachtvliegtuig van zijn collega raakte. Met een grote klap werd de motor losgerukt van de jager, waarna het toestel neerstortte op perceel ’t Krom 44. De brandstoftanks spatten uit elkaar, waarna de brandstof vlam vatte. Door de hitte detoneerde munitie van de boordwapens, waarop de patronen door de straat vlogen. De crashlocatie is weergegeven op de Haarlemse bommenkaart in Figuur 106.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 89 van 188
Figuur 106: Crashlocatie van de Bf109 (Bron: Beeldbank NHA).
Ook in het geraadpleegde archiefmateriaal wordt melding gemaakt van de vliegtuigcrash (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539). Uit documenten uit het archief van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst blijkt tevens dat munitie werd rondgeslingerd, waardoor werd besloten het luchtalarm te laten klinken (zie Figuur 107).
Figuur 107: Uitsnede documenten van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, Toegang 1539)
De vliegtuigcrash vond plaats in bebouwd gebied. Er wordt niet verwacht dat de rondgeslingerde munitie van de boordwapens (KKM) in de bodem terecht is gekomen. Derhalve wordt naar aanleiding van de gecrashte Duitse jager geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de vliegtuigcrash op 21 juli 1943 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 5.5
NEERGEKOMEN GRANATEN VAN LUCHTAFWEERGESCHUT
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal is gebleken dat gedurende de gehele oorlog luchtafweergranaten neerkwamen op het grondgebied van de gemeente Haarlem. Deze granaten werden onder meer afgevuurd door het geschut bij Schiphol, IJmuiden en in de duinen. In enkele gevallen vielen deze granaten zonder te detoneren terug op het land, waarbij ze al dan niet tot
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 90 van 188
ontploffing kwamen. In diverse archiefstukken en in het boek Zonder Waarschuwing zijn diverse meldingen aangetroffen van deze neergekomen granaten 12.
Figuur 108: Melding van neergekomen luchtdoelgranaten (Bron: NHA, Toegang 1539).
Luchtdoelgranaten die op de grond detoneerden, veroorzaakten veel schade en eisten meermaals slachtoffers. Echter detoneerden niet alle luchtafweergranaten. Van verschillende ingeslagen blindgangers van luchtafweergranaten is bekend waar deze zijn neergekomen. Het is echter mogelijk dat in de gemeente Haarlem nog meer luchtafweergranaten zijn neergekomen dan in het archief worden vermeld. Naar aanleiding van mogelijk neergekomen luchtafweerprojectielen kan echter geen NGE-Risicogebied worden afgebakend. Luchtafweergranaten worden in een steile baan op vliegtuigen afgevuurd, waardoor blindgangers van luchtdoelgranaten op iedere willekeurige locatie neer kunnen komen. De richtlijnen van het WSCS-OCE schrijven voor dat een krater van een gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat geen aanleiding is voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied. Richtlijnen voor het afbakenen van risicogebieden naar aanleiding van blindgangers van luchtafweergranaten zijn niet in het WSSC-OCE opgenomen. Van enkele blindgangers van de nietgedetoneerde luchtafweergranaten is de inslaglocatie bekend. Deze granaatinslagen worden in de onderstaande paragrafen toegelicht.
5.5.1 Granaat achter de locomotievenloods, 27 mei 1942 Uit de archiefstukken van de luchtbeschermingsdienst van Haarlem en het boek Zonder Waarschuwing is gebleken dat op 27 mei 1942 om 11.05 uur een luchtafweergranaat in Brouwerstraat 6 insloeg en zonder te detoneren in het pand achterbleef.13 De autoriteiten haalden de granaat enkele dagen later op. Een andere granaat sloeg in op een open terrein (volkstuintjes) achter de locomotievenloods, tussen de Hemonylaan (de Julianalaan tijdens de Tweede Wereldoorlog), de Verspronckweg en de Spoordijk Haarlem-Den Haag en Haarlem-Zandvoort. De granaat drong zo diep in de bodem, dat deze in het grondwater was geraakt en niet kon worden opgegraven.
Figuur 109: Blindganger in de volkstuintjes (Bron: NHA, Toegang 1539).
12 Zie bijlage 3: MAA, diverse pagina’s en bijlage 4: Toegang 1539 (verschillende stukken). 13 Zie bijlage 3: MAA, pag. 74 en bijlage 4: Toegang 1539.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 91 van 188
Het gebied dat is aangegeven in het rapport van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst is weergegeven in Figuur 110.
Figuur 110: Gebied waarbinnen de luchtafweergranaat is neergekomen op een luchtfoto d.d. 18 september 1944.
Het gebied waarbinnen de luchtafweergranaat is neergekomen is circa 34 hectare groot. Het is niet bekend waar de granaat binnen deze 34 hectare is neergekomen. Ook is niet bekend of de granaat reeds is geruimd. Naar aanleiding van de neergekomen blindganger van een luchtafweergranaat wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de neergekomen luchtafweergranaat wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 5.5.2 Luchtafweergranaat naast de schuur, 21 februari 1944 Op 21 februari 1944 sloeg een luchtafweergranaat in achter het perceel Bastiaansstraat 90. De granaat sloeg door het dak van een schuurtje ging via de buitenmuur de bodem in. De luchtbeschermingsdienst heeft gezocht naar het projectiel, maar kon het niet vinden. Dit blijkt uit het boek Zonder Waarschuwing en archiefstukken van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst.14
Figuur 111: Blindganger achter Bastiaansstraat 90 (Bron: NHA, Toegang 1539).
Het is niet bekend of de granaat nog tijdens of kort na de oorlog is geruimd. Het kan niet worden uitgesloten dat de granaat zich nog altijd in de bodem bevindt. Om deze reden wordt een NGERisicogebied afgebakend ter plaatse van de tuin achter de woning Bastiaansstraat 90. In het WSCS-OCE 14 Zie bijlage 3: MAA, pag. 135 en bijlage 4: NHA, toegang 1539.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 92 van 188
is geen richtlijn opgenomen voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied als gevolg van een blindganger van een luchtafweergranaat. Daarom wordt situationeel een NGE-Risicogebied afgebakend in een straal van vijf meter rond de achtertuin van deze woning. Binnen deze straal kan een blindganger van een luchtafweergranaat van het kaliber 2 cm, 3,7 cm, 8,8 cm of 10,5 cm in de bodem zijn achtergebleven. Het risicogebied is weergegeven in Figuur 112.
Figuur 112: NGE-Risicogebied luchtafweerprojectiel.
Conclusie Naar aanleiding van de neergekomen luchtafweergranaat wordt een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen een blindganger van een luchtafweerprojectiel van kaliber 2 cm, 3,7 cm, 8,8 cm of 10,5 cm kan worden aangetroffen.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 93 van 188
Beoordelen en evalueren stellingen
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 94 van 188
6
BEOORDELEN EN EVALUEREN STELLINGEN
Gedurende de oorlog werd langs de Nederlandse kust een uitgebreid stelsel van verdedigingswerken aangelegd, ontworpen om een geallieerde invasie tegen te houden. Deze linie liep van Noorwegen tot Spanje en werd de Atlantikwall genoemd. De verdedigingswerken langs de kust waren echter niet de enige verdediging tegen een landing vanuit zee. Naarmate de dreiging voor de Duitsers groter werd, werden ook verder landinwaarts linies aangelegd. Mochten de geallieerden doorbreken, dan zouden de linies landinwaarts de geallieerden verder moeten vertragen. Ook in Haarlem werden verdedigingswerken aangelegd die een aanval vanuit het westen zouden moeten tegenhouden. De verdedigingswerken bestonden uit machinegeweernesten, loopgraven, bunkers en geschutopstellingen. Daarnaast werden de polders rondom Haarlem onderwater gezet. Deze verdedigingswerken worden in dit hoofdstuk beoordeeld en geëvalueerd. Het beoordelen en evalueren van de stellingen in Haarlem wordt verricht aan de hand van verschillende bronnen. De archiefcollectie 575: verdedigingswerken op Nederlands grondgebied is geraadpleegd in het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Ook in het Noord-Hollands Archief zijn diverse archiefstukken geraadpleegd die Duitse stellingen beschrijven. Tot slot zijn de beschikbare luchtfoto’s van Haarlem onderzocht op de aanwezigheid van stellingen.
De naar aanleiding van deze beoordeling en evaluatie afgebakende NGE-Risicogebieden, zijn in Tekening 06B weergegeven. 6.1
AFBAKENING VERDEDIGINGSWERKEN
Verdedigingswerken worden in het WSCS-OCE omschreven als ‘groeperingen van wapenopstellingen en/of geschutopstellingen, rondom afgezet met een versperring’. Verschillende van dergelijke verdedigingswerken hebben binnen het onderzoeksgebied gelegen. Het betrof opstellingen van luchtafweergeschut of groeperingen van machinegeweernesten. In de gemeente Haarlem hebben twee verdedigingswerken gelegen. Het betreft het Fort Bezuiden Spaarndam, waar Duitse troepen een ‘zware luchtdoelmitrailleur’ en diverse wapenopstellingen hadden ingericht, en de posities rond Spaarndam, waar Duitse troepen zich hadden ingegraven in de dijk ten westen van Spaarndam.
Figuur 113: Fort Bezuiden Spaarndam (Bron: NIMH, Collectie 575, inventaris 213).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 95 van 188
Verdedigingswerken zijn conform het WSCS-OCE aanleiding voor het afbakenen van NGERisicogebieden, waarbinnen NGE van KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van kalibers tussen 2 en 15 cm kunnen zijn achtergebleven. De afgebakende NGERisicogebieden worden afgebakend ter plaatse van het verdedigingswerk, met een toevoegde buffer van één meter ter ondervanging van de cartografische afwijking. Deze minimale buffer wordt gemotiveerd door het feit dat deze verdedigingswerken op de hedendaagse kaart kunnen worden ingetekend. Conform de richtlijnen van het WSCS-OCE dient de afbakening van verdedigingswerken te worden begrensd door de dichtstbijzijnde watergang. Deze afbakening is gehanteerd voor het afbakenen van een risicogebied rond de posities rond Spaarndam. In het geval van Fort Spaarndam wordt echter afgeweken van deze richtlijnen, naar aanleiding van informatie uit het archief van de Haarlemse sector gemeentewerken (zie bijlage 4: NHA, Toegang 5015, inventaris 832). Voor de aanvang van werkzaamheden aan de weg De Pol (ten zuiden van het fort) in 1991 waarschuwde de machinist van het Spaarndamse boezemgemaal dat in het water bij De Pol munitie vanaf een steiger in het water zou zijn gedumpt. Uit het verhaal van de getuige bleek dat Nederlandse militairen kisten met munitie, handgranaten en vuurwapens in het water zouden hebben geworpen.
De gemeente Haarlem verzocht naar aanleiding van deze gebeurtenissen tot een verkennende zoekactie door de Explosieven Opruimingsdienst (EOD). De verkennende zoekactie, een onderzoek waarin werd nagegaan of opsporing benodigd was, werd uitgevoerd onder UO-nummer 19910947. Het rapport van de zoekactie is geraadpleegd in het SemiStatisch Archief in Rijswijk (zie bijlage 8). Het relaas van de machinist van het boezemgemaal is in het rapport opgenomen.
Figuur 114: Informatie van de machinist van het Boezemgemaal (Bron: munitieruimrapport 19910947).
Uit het rapport volgde een positief advies tot opsporing van de gedumpte munitie. Het te onderzoeken gebied bedroeg circa 15x40 meter. Doordat de EOD echter niet over de nodige capaciteit beschikte, werd de opsporing tot nader bericht uitgesteld. Toen de EOD in 1996 over capaciteit beschikte en contact opnam met de gemeente Haarlem, vond echter geen opsporing plaats, blijkt uit MORA-nummer 19962513. In de periode tussen het positieve advies in 1991 en het bericht van de EOD aan de gemeente Haarlem in 1996, werd door spelende kinderen munitie aangetroffen bij de Groenebrug, ten zuidwesten van het
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 96 van 188
fort. De aangetroffen munitie lag net tussen stenen en puin nabij de vleugel van de brug. Ook dit blijkt uit informatie uit het archief van de Haarlemse sector gemeentewerken. De locaties van de munitiedump en de munitievondst zijn weergegeven in Figuur 115.
Figuur 115: Locaties aangetroffen munitie t.o.v. het fort.
Gezien het feit dat militairen van Fort Spaarndam munitie hebben gedumpt in het Noorder-Buiten Spaarne en vermoedelijk bij de Groenebrug, blijft het NGE-Risicogebied rond het fort niet beperkt tot het grondgebied van het fort. In het geraadpleegde bronnenmateriaal wordt immers melding gemaakt van munitiedump door militairen uit het fort. Om deze reden wordt het water rond het fort, evenals het water van de Noorder Buiten Spaarne tot vijftien meter uit de waterkant, afgebakend als NGERisicogebied, waarbinnen gedumpte NGE van KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van kalibers tussen 2 en 15 cm kunnen worden aangetroffen. Specifiek in het water rond het fort kunnen daarnaast NGE van Nederlandse geschutmunitie (2 cm tot en met 10-veld) in gedumpte toestand worden aangetroffen. Het totale NGE-Risicogebied is weergegeven in Figuur 116.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 97 van 188
Figuur 116: NGE-Risicogebied naar aanleiding van munitiedump bij het fort.
Conclusie Naar aanleiding van de munitiedump bij Fort Bezuiden Spaarndam wordt een NGE-Risicogebied afgebakend ter plaatse van het fort en de omliggende wateren. Binnen dit NGE-Risicogebied kunnen NGE van KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie in nietverschoten vorm zijn achtergebleven. 6.2
AFBAKENING LOOPGRAVEN EN WAPENOPSTELLINGEN
Een belangrijk onderdeel van de verdedigingswerken in en rond Haarlem waren loopgraven. Deze werden aangelegd voor het verschaffen van dekking. Vanuit loopgraven konden oprukkende vijandelijke troepen onder vuur worden genomen. Deze loopgraven waren vaak voorzien van wapenopstellingen, waar machinegeweren konden worden opgesteld. Binnen Haarlem hebben tientallen loopgraven, al dan niet voorzien van wapenopstellingen, gelegen. In Figuur 117 is een dergelijke loopgraaf met wapenopstellingen weergegeven.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 98 van 188
Figuur 117: Loopgraaf met wapenopstellingen achter de Jan Gijzenvaart op een luchtfoto d.d. 16 februari 1945.
De loopgraven en wapenopstellingen zijn aanleiding voor het afbakenen van NGE-Risicogebieden conform de richtlijnen van het WSCS-OCE. In het WSCS-OCE is bepaald dat loopgraven en wapenstellingen dienen te worden afgebakend, bij voorkeur op basis van gegeorefereerde luchtfoto’s. Binnen de afgebakende NGE-Risicogebieden kunnen NGE van KKM, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers zijn achtergebleven. Omdat de NGE-Risicogebieden zijn afgebakend op basis van gegeorefereerde luchtfoto’s, wordt een buffer van tien meter ter ondervanging van de cartografische afwijking gehanteerd. Deze cartografische afwijking ontstaat bij het inpassen van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog op de huidige ondergrond. De NGE-Risicogebieden zijn weergegeven op Tekening 06B. Conclusie Naar aanleiding van de loopgraven en wapenopstelling worden NGE-Risicogebieden afgebakend. Binnen deze NGE-Risicogebieden kunnen NGE van KKM, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers zijn achtergebleven. 6.3
AFBAKENING GESCHUTOPSTELLING EN
In en nabij Haarlem hebben enkele geschutopstellingen gestaan. Deze geschutopstellingen werden gebruikt om luchtafweergeschut, antitankkanonnen, houwitsers en mortieren te stationeren. Een voorbeeld van een dergelijke geschutopstelling op een luchtfoto is weergegeven in Figuur 118.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 99 van 188