Besluit op het bezwaar van de heer K.F. Straesser en de heer P. Vonck tegen de afwijzing van hun verzoek om opheffing van geheimhouding op grond van de Gemeentewet - getekend raadsbesluit
Tekst van het document
Raadsbesluit
♦;» Gemeente 4* Haarlem
Onderwerp
Besluit op het bezwaar van de heer K.F. Straesser en de heer P. Vonck tegen de afwijzing van hun verzoek om opheffing van geheimhouding op grond van de Gemeentewet
Nummer
2024/1236055________________________________________________________
Portefeuillehouder
Wienen, J.____________________________________________________________
Programma/beleidsveld
6.2 Gemeentelijk bestuur_______________________________________________
Afdeling_____________
JZ___________________________________________________________________
Auteur______________
Baars, T.F.____________________________________________________________
Telefoonnummer_____
06-46215015_________________________________________________________
Email________________
tbaars@haarlem.nl____________________________________________________
Kernboodschap
De heer Straesser en de heer Vonck hebben de raad verzocht om de
geheimhouding van een rapport van GvB Integrity Services B.V. van 22 oktober 2018 te heroverwegen. Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het college dit
verzoek afgewezen. Hiertegen hebben de heer Straesser en de heer Vonck op 19
februari 2024 bezwaar gemaakt. Er dient een besluit te worden genomen op het ingediende bezwaar. Behandelvoorstel voor
De commissie Bestuur wordt verzocht advies te geven aan de raad over het
commissie
voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Relevante eerdere
Het bekrachtigen van de door het college opgelegde geheimhouding
besluiten
(2018/901572) in de raadsvergadering van 31 januari 2019.
Het gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding (2019/834284) in de raadsvergadering van 4 november 2019.
Besluit college
1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast.
d.d. 16 juli 2024 de secretaris.
Kenmerk: 2024/1236055
de burgemeester.
1/5
Ontwerp-besluit raad
dd
De raad der gemeente Haarlem,
2-6 SEP 2024
(wordt ingevuld door de
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders.
griffie) Besluit:
1.
het bestreden besluit, waarbij het verzoek van de heer Straesser en de heer
Vonck om opheffing van de geheimhouding van een rapport van GvB Integrity Services B.V. van 22 oktober 2018 is afgewezen, in stand te laten;
2.
de motivering van het bestreden besluit aan te vullen met de overwegingen uit het advies van de bezwaarschriftencommissie;
3.
het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke
termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens af te wijzen.
de voorzitter,
dê griffier,
1. Inleiding
Bij brief van 15 oktober 2022 hebben de heer Straesser en de heer Vonck (hierna: bezwaarden) de raad verzocht om de geheimhouding van een rapport van GvB Integrity Services B.V. van 22 oktober 2018 te heroverwegen (bijlage 1). Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van een
integriteitsmelding rond de herinrichting van de Dreef.
Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het college het verzoek afgewezen (bijlage 2). Tegen dit besluit hebben bezwaarden op 19 februari 2024 bezwaar gemaakt (bijlage 3).
Op 1 juli 2024 heeft de bezwaarschriftencommissie een advies uitgebracht over het ingediende
bezwaar (bijlage 4).
Kenmerk: 2024/1236055
2/5
4* 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. het bestreden besluit, waarbij het verzoek van de heer Straesser en de heer Vonck om opheffing
van de geheimhouding van een rapport van GvB Integrity Services B.V. van 22 oktober 2018 is 2.
afgewezen, in stand te laten; de motivering van het bestreden besluit aan te vullen met de overwegingen uit het advies van de
3.
bezwaarschriftencommissie; het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens af te wijzen.
3. Beoogd resultaat Het heroverwegen van het bestreden besluit en het nemen van een besluit op het ingediende bezwaar.
4. Argumenten
1. De raad dient een besluit te nemen op het ingediende bezwaar De bezwaarschriftencommissie wijst er in haar advies op dat het college niet bevoegd was om een
besluit te nemen op het verzoek om opheffing van geheimhouding van 15 oktober 2022 (overwegingen 3 tot en met 5). De verplichting tot geheimhouding vloeit namelijk voort uit een
besluit van de raad van 31 januari 2019, waardoor alleen de raad de geheimhouding kan opheffen. Aan het bestreden besluit kleeft dus een bevoegdheidsgebrek. Het is mogelijk om dit
bevoegdheidsgebrek in bezwaar te herstellen. Daartoe dient de raad een besluit te nemen op het ingediende bezwaar. 2. Het verzoek om opheffing van geheimhouding is terecht afgewezen
Het college heeft het verzoek om opheffing van geheimhouding van 15 oktober 2022 afgewezen op
grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). In dit artikel staat dat een
aanvrager gehouden is nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan. Doet de
aanvrager dat niet, dan kan het bestuursorgaan de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn
eerdere beschikking. De bezwaarschriftencommissie stelt in haar advies vast dat aan het bestreden besluit een
motiveringsgebrek kleeft, omdat daaruit niet blijkt waarom het verzoek van 15 oktober 2022 is aangemerkt als een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Awb (overwegingen 7 en 8).
Kenmerk: 2024/1236055
3/5
Desondanks is de bezwaarschriftencommissie van oordeel dat het verzoek van 15 oktober 2022 terecht is afgewezen op grond van artikel 4:6 van de Awb (overwegingen 9 tot en met 27).
Ter onderbouwing overweegt de commissie allereerst dat één van bezwaarden op 22 december 2018 een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur heeft ingediend en dat het
integriteitsrapport van 22 oktober 2018 onder de reikwijdte van dit verzoek valt. Omdat ten aanzien van dit rapport geheimhouding was opgelegd, is het verzoek - in overeenstemming met jurisprudentie van de Afdeling - tevens opgevat als verzoek om opheffing van die geheimhouding.
Naar aanleiding hiervan heeft de raad de geheimhouding bij besluit van 4 november 2019 opgeheven
voor de delen van het integriteitsrapport die niet zouden kunnen leiden tot het herkennen van
betrokken personen. Daarnaast overweegt de commissie dat het verzoek van 15 oktober 2022 moet worden aangemerkt
als een herhaalde aanvraag ten opzichte van het verzoek van 22 oktober 2018, omdat het gaat om
een gelijke aanvraag door dezelfde aanvrager aan hetzelfde bestuursorgaan dat eerder op dezelfde rechtsgrondslag een afwijzende beschikking heeft genomen. Beide verzoeken strekken namelijk tot het in leven roepen van hetzelfde rechtsgevolg, te weten het opheffen van de geheimhouding van
(delen van) het integriteitsrapport. Verder geldt voor beide verzoeken dat de raad het bevoegde bestuursorgaan is en dat de rechtsgrondslag wordt gevormd door de Gemeentewet.
Tot slot overweegt de commissie dat er tussen beide verzoeken geen relevante wijziging van het recht heeft plaatsgevonden en dat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Uit het bovenstaande volgt dat het bestreden besluit in stand moet worden gelaten. Het aan het
bestreden besluit klevende motiveringsgebrek kan in bezwaar worden hersteld door. Daartoe dient de motivering van het bestreden besluit aan te vullente worden aangevuld met de overwegingen uit
het advies van de commissie. Daarbij dient te worden opgemerkt dat in overweging 21 van het
advies van de commissie het woord 'niet' ontbreekt. Er staat: 'De raad heeft vervolgens op 4 november 2019 besloten om, in afwijking van het voorstel van het college, de geheimhouding op te heffen voor de delen van het integriteitsrapport die zouden kunnen leiden tot het herkennen van
betrokken personen.' Er had moeten staan: 'De raad heeft vervolgens op 4 november 2019 besloten
om, in afwijking van het voorstel van het college, de geheimhouding op te heffen voor de delen van het integriteitsrapport die niet zouden kunnen leiden tot het herkennen van betrokken personen.'
Kenmerk: 2024/1236055
4/5
4* 3. Het verzoek om schadevergoeding dient te worden afgewezen Bezwaarden hebben verzocht om vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn
als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2954, r.o. 7.1) blijkt dat het aan bezwaarden is om te stellen en te bewijzen dat zij door de lange duur van de
behandeling van hun aanvraag schade hebben geleden. Nu bezwaarden niet aan deze eis hebben
voldaan, dient hun verzoek om schadevergoeding te worden afgewezen. 5. Risico's en kanttekeningen Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open.
6. Uitvoering Het besluit op bezwaar wordt bekendgemaakt door toezending aan bezwaarden.
7. Bijlagen 1. Het verzoek om opheffing van geheimhouding van 15 oktober 2022 (zie paragraaf 7 bij punt 5) 2. Het besluit van het college van 16 februari 2024 3. Het bezwaar van 19 februari 2024 4. Het advies van de bezwaarschriftencommissie van 1 juli 2024
Kenmerk: 2024/1236055
5/5