CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zuid-West - getekend raadsstuk 12 mei 2022

gemeenteraad 12 mei 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zuid-West3.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*ƒ* Gemeente Haarlem

Raadsstuk

Onderwerp Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht op gronden in de

ontwikkelzone Zuid-West Nummer

2022/490853__________________________________________________________

Portefeuillehouder

Roduner, F.J.___________________________________________________________

Programma/beleidsveld

4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling______________________________________

Afdeling_____________

JZ____________________________________________________________________

Auteur

Baars, T.F._____________________________________________________________

Telefoonnummer

023-5115716___________________________________________________________

Email

tbaars@haarlem.nl______________________________________________________

Kernboodschap

Er zijn bezwaren ingediend tegen de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zuid-West. De wetgever heeft de bevoegdheid

om op deze bezwaren te beslissen aan de gemeenteraad toegekend. Om die reden dient de gemeenteraad de besluiten op bezwaar te nemen.____________________ Behandelvoorstel voor

De commissie Ontwikkeling wordt verzocht advies te geven aan de raad over het

commissie

voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.

Relevante eerdere

•

Vestiging Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) voor Ontwikkelzone Zuid-

•

Collegebesluit Voorlopige vestiging Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)

West (2021/535483) in raadsvergadering van 25 november 2021

besluiten

ontwikkelzone Zuid-West (2021/491629) in commissie Ontwikkeling van

30 september 2021 •

Toekenning impulsbijdrage versnelling woningbouw voor ontwikkelzone

•

Vaststellen Ontwikkelvisie Zuid-West (2019/434101) in raadsvergadering

Zuid-West (2021/131691) in commissie Ontwikkeling van 1 april 2021 van 21 november 2019

Besluit College

1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast.

d.d. 29 maart 2022

de burgemeester,

de secretaris.

Kenmerk: 2022/490853

1/10

Besluit Raad

De raad der gemeente Haarlem,

d.d

(wordt ingevuld door de

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

griffie)

Besluit:

1 2 MEI 2022

1.

de bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heerT.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen tegen het collegebesluit tot vestiging van

het voorlopig voorkeursrecht niet-ontvankelijk te verklaren;

2.

het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. - voor zover het betrekking heeft op

de percelen met nummers 2295 en 2395 - en het bezwaar van Motorhuis B.V.

tegen het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht niet-ontvankelijk te verklaren; 3.

naar aanleiding van het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. - voor zover het bezwaar betrekking heeft op het perceel met nummer 2754 - en de bezwaren

van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heerT.H.P. Krouwels, mevrouw J. Zandbergen, Beleggings-en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. en Stichting FGR Stephensonstraattegen het raadsbesluit tot vestiging van

het voorkeursrecht, het raadsbesluit in stand te laten;

4.

naar aanleiding van de bezwaren van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel B.V. en mevrouw M.A.M. Keek tegen het collegebesluit en het

raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten; 5.

naar aanleiding van de bezwaren van de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot

vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand

te laten en de gebreken in het collegebesluit te herstellen middels een

verwijzing naar het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften; 6.

naar aanleiding van de bezwaren van Westergracht Vastgoed B.V. tegen het

collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig)

voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten, één gebrek in het raadsbesluit (de schending van artikel 3, onder c, van het Bvg) te passeren en

de overige gebreken in het collegebesluit en het raadsbesluit te herstellen middels een verwijzing naar het advies van de Adviescommissie voor

bezwaarschriften. 7.

geen proceskostenvergoeding toe te kennen, voor zover bezwaarden daarom hebben verzocht.

Kenmerk: 2022/490853

2/10

de voorzitter,

1. Inleiding

Bij besluit van 14 september 20£l heeft het college gronden in de ontwikkelzone Zuid-West

krachtens artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg) voorlopig aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn

(2021/491629). Met andere woorden, het college heeft op de gronden het voorlopig voorkeursrecht

gevestigd.

De heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels, mevrouw J. Zandbergen, Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel B.V., mevrouw M.A.M. Keek, de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V., Postma C.V. en Westergracht Vastgoed B.V. hebben bezwaar

gemaakt tegen het collegebesluit. Bij besluit van 25 november 2021 heeft de gemeenteraad gronden in de ontwikkelzone Zuid-West

aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn (2021/535483). Met andere woorden, de gemeenteraad heeft op de gronden het voorkeursrecht

gevestigd. Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Wvg is het collegebesluit met de inwerkingtreding van het

raadsbesluit van rechtswege komen te vervallen. Op grond van artikel 6, derde lid, van de Wvg worden de bezwaren tegen het collegebesluit mede geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit.

Verder hebben Spuigroep Vastgoed B.V., Motorhuis B.V., Beleggings- en Exploitatiemaatschappij

Nieuwburen B.V. en Stichting FGR Stephensonstraat bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit. De gemeenteraad dient te beslissen op de bezwaren tegen het collegebesluit en het raadsbesluit. 2. Voorstel aan de raad

Het college stelt de raad voor:

1.

de bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen tegen het collegebesluit tot vestiging van het voorlopig voorkeursrecht niet-ontvankelijk te verklaren;

Kenmerk: 2022/490853

3/10

2.

het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. - voor zover het betrekking heeft op de percelen met

nummers 2295 en 2395 - en het bezwaar van Motorhuis B.V. tegen het raadsbesluit tot vestiging

van het voorkeursrecht niet-ontvankelijk te verklaren;

3.

naar aanleiding van het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. - voor zover het bezwaar

betrekking heeft op het perceel met nummer 2754 - en de bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heerT.H.P. Krouwels, mevrouw J. Zandbergen, Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. en Stichting FGR Stephensonstraat tegen het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht, het raadsbesluit in stand te laten;

4.

naar aanleiding van de bezwaren van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel

B. V. en mevrouw M.A.M. Keek tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten;

5.

naar aanleiding van de bezwaren van de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma

C. V. tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten en de gebreken in het collegebesluit te herstellen middels een verwijzing naar het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften;

6.

naar aanleiding van de bezwaren van Westergracht Vastgoed B.V. tegen het collegebesluit en het

raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten, één gebrek in het raadsbesluit (de schending van artikel 3, onder c, van het Bvg) te

passeren en de overige gebreken in het collegebesluit en het raadsbesluit te herstellen middels een verwijzing naar het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften,

7.

geen proceskostenvergoeding toe te kennen, voor zover bezwaarden daarom hebben verzocht.

3. Beoogd resultaat Het op grondslag van de ingediende bezwaren heroverwegen van het collegebesluit tot vestiging van het voorlopig voorkeursrecht en het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht, alsmede het

nemen van besluiten op de ingediende bezwaren. 4. Argumenten

1.

De gemeenteraad dient de besluiten op bezwaar te nemen

De gemeenteraad is niet alleen bevoegd om besluiten te nemen op de bezwaren tegen het raadsbesluit, maar ook om besluiten te nemen op de bezwaren tegen het collegebesluit. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 februari 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:600):

'In het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is alleen het bestuursorgaan dat een bestreden besluit heeft genomen bevoegd tot het nemen van een besluit op bezwaar daartegen. Gelet daarop zou de raad niet bevoegd kunnen zijn om op het bezwaar gericht tegen het collegebesluit een besluit te nemen.

Echter van de regeling neergelegd in een algemene wet kan in een bijzondere wet worden afgeweken. Naar het oordeel van de rechtbank doet die situatie zich in dit geval voor. De wetgever heeft er naar het oordeel van de rechtbank voor gekozen om in de bijzondere wet,

Kenmerk: 2022/490853

4/10

4* (de Wvg) in afwijking van de regeling in de algemene wet (de Awb) de bevoegdheid tot het beslissen op het bezwaar gericht tegen een voorlopig voorkeursrechtbesluit van het college toe te kennen aan de raad in het geval de raad binnen drie maanden na het besluit waarbij het voorlopig voorkeursrecht is gevestigd een definitief voorkeursrecht vestigt.' 2.

Elk van de bezwaren heeft slechts betrekking op het perceel of de percelen waarop de bezwaarde een recht van eigendom, opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik heeft

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), gelezen in

samenhang met artikel 8:1 van die wet, kan een belanghebbende bezwaar maken tegen een besluit.

Blijkens artikel 1:2, eerste lid, van de Awb moet onder belanghebbende worden verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

De vestiging van het voorkeursrecht heeft - gelet op artikel 10, eerste lid, in samenhang met artikel 1,

aanhef en onder e en f, van de Wvg-tot gevolg dat eigenaren en rechthebbenden op bepaalde beperkte rechten (recht van opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik) worden beperkt in hun

bevoegdheid tot vervreemding. Alleen de belangen van eigenaren en de belangen van rechthebbenden op de genoemde beperkte rechten zijn rechtstreeks bij de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht

betrokken. Verder zijn zij slechts belanghebbenden bij het collegebesluit en het raadsbesluit voor zover deze zien op het perceel of de percelen waarop zij een recht van eigendom, opstal, erfpacht,

beklemming of vruchtgebruik hebben. Uit het bovenstaande volgt dat elk van de ingediende bezwaren alleen betrekking kan hebben op het

collegebesluit en het raadsbesluit, voor zover deze zien op het perceel of de percelen waarop de

bezwaarde een recht van eigendom, opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik heeft. 3.

De bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B. I/., de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen

De heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen hebben bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit.

De Adviescommissie voor bezwaarschriften (hierna: bezwaarschriftencommissie) adviseert om de bezwaren tegen het collegebesluit niet-ontvankelijk te verklaren. Blijkens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is een bestuursorgaan slechts gehouden tot

inhoudelijke beoordeling van een bij hem gemaakt bezwaar indien de bezwaarmaker daarbij een

actueel en reëel belang heeft (zie bijvoorbeeld een uitspraak van 22 april 2020, ECLI:NLRVS:2020:1107). Omdat het collegebesluit met de inwerkingtreding van het raadsbesluit van rechtswege is komen te vervallen, kan een actueel en reëel belang naar het oordeel van de

bezwaarschriftencommissie slechts nog zijn gelegen in het verkrijgen van een proceskosten- of

schadevergoeding. Bezwaarden hebben niet verzocht om vergoeding van gemaakte proceskosten en hebben niet gesteld dat zij schade hebben geleden als gevolg van het collegebesluit. Om die reden is

Kenmerk: 2022/490853

5/10

de bezwaarschriftencommissie van oordeel dat bezwaarden onvoldoende belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun bezwaar tegen dit besluit.

De bezwaarschriftencommissie acht de bezwaren tegen het raadsbesluit wel ontvankelijk, maar adviseert om het raadsbesluit in stand te laten. De door bezwaarden aangevoerde gronden slagen

volgens de bezwaarschriftencommissie niet. Bijlage 1

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de

Bijlage 2

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Baars

Bijlage 3

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de

heer F.A. Heringa Participatie B.V.

heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen 4.

De bezwaren van Spuigroep Vastgoed B. V. en Motorhuis B. V.

Spuigroep Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V. hebben bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit, voor zover het betrekking heeft op de percelen kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie 5, nummers 2292, 2395 en 2754.

Het perceel met nummer 2754 is bij Spuigroep Vastgoed B.V. in eigendom. Verder hebben Spuigroep

Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V. geen recht van eigendom, opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik op de percelen. Gelet hierop is de bezwaarschriftencommissie van oordeel dat alleen het belang van Spuigroep Vastgoed B.V. rechtstreeks bij het raadsbesluit is betrokken en dan slechts

voor zover het raadsbesluit betrekking heeft op het perceel met nummer 2754. Om die reden

adviseert de bezwaarschriftencommissie om het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. - voor zover het betrekking heeft op de percelen met nummers 2295 en 2395 - en het bezwaar van Motorhuis

B.V. niet-ontvankelijk te verklaren. Verder adviseert de bezwaarschriftencommissie naar aanleiding van het bezwaar van Spuigroep

Vastgoed B.V. tegen de vestiging van het voorkeursrecht op het perceel met nummer 2754, om het raadsbesluit in stand te laten. De bezwaarschriftencommissie is van oordeel dat de aangevoerde

gronden niet slagen. Bijlage 4

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V.

Kenmerk: 2022/490853

6/10

5. De bezwaren van Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B. V. en Stichting FGR

Stephensonstraat

Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. en Stichting FGR Stephensonstraat hebben bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit. De bezwaarschriftencommissie adviseert om het

raadsbesluit in stand te laten, omdat de aangevoerde gronden naar het oordeel van de commissie niet kunnen slagen.

Bijlage 5

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van

Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. Bijlage 6

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van

Stichting FGR Stephensonstraat 6. De bezwaren van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B. V., Jongeneel B. V. en mevrouw M.A.M. Keek

Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel B.V. en mevrouw M.A.M. Keek hebben bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit. De bezwaarschriftencommissie

adviseert om het collegebesluit en het raadsbesluit in stand te laten, omdat de aangevoerde gronden naar het oordeel van de commissie niet kunnen slagen. Bijlage 7

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V.

Bijlage 8

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van

Jongeneel B.V.

Bijlage 9

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van mevrouw M.A.M. Keek

7.

De bezwaren van de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B. V. en Postma C. V.

De heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. hebben bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit.

De heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. hebben erop gewezen dat het collegebesluit ten onrechte niet de grootte van de aangewezen percelen vermeldt. De

bezwaarschriftencommissie adviseert om dit gebrek - de schending van artikel 6, tweede lid, en artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wvg - in het besluit op bezwaar te herstellen (zie

bijlage 10, overwegingen 9 t/m 11, en bijlage 11, overwegingen 9 en 10). Daarnaast hebben Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. er nog op gewezen dat uit het collegebesluit ten onrechte niet

blijkt welke bestemming aan de aangewezen gronden is toegedacht. De bezwaarschriftencommissie adviseert om ook dit gebrek - de schending van artikel 6, eerste lid, van de Wvg - in het besluit op bezwaar te herstellen (zie bijlage 11, overwegingen 5 t/m 8 en 10). Voor het herstellen van de

Kenmerk: 2022/490853

7/10

geconstateerde gebreken kan in de besluiten op bezwaar worden verwezen naar de overwegingen in het advies van de bezwaarschriftencommissie.

De bezwaarschriftencommissie adviseert om het collegebesluit en het raadsbesluit in stand te laten. Naar het oordeel van de bezwaarschriftencommissie nopen de aangevoerde gronden niet tot het

herroepen van het collegebesluit en het raadsbesluit. Bijlage 10

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer R. Heringa

Bijlage 11

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V.

8.

De bezwaren van Westergracht Vastgoed B. V.

Westergracht Vastgoed B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit. Westergracht Vastgoed B.V. heeft erop gewezen dat aan het collegebesluit een aantal gebreken kleven. Ten onrechte vermeldt het collegebesluit niet: welke bestemming aan de aangewezen

percelen is toegedacht; de naam van de kadastrale gemeente; de aanduiding van de sectie; de kadastrale grootte van de aangewezen percelen; de planologische grondslag op basis waarvan het besluit is genomen; de eerst mogelijke vervaldatum van het voorkeursrecht; of, en zo ja, wanneer en op welke grondslag de percelen eerder waren aangewezen. De bezwaarschriftencommissie adviseert

om de geconstateerde gebreken - de schending van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b,

tweede en derde lid, van het Besluit voorkeursrecht gemeenten (hierna: Bvg) - in het besluit op bezwaar te herstellen (zie bijlage 12, overwegingen 5 t/m 9 en 14 t/m 24).

Daarnaast heeft Westergracht Vastgoed B.V. erop gewezen dat het raadsbesluit ten onrechte niet de

eerst mogelijke vervaldatum van het voorkeursrecht vermeldt. De bezwaarschriftencommissie adviseert om het geconstateerde gebrek - de schending van artikel 2, tweede lid, van het Bvg - in het besluit op bezwaar te herstellen (zie bijlage 12, overwegingen 35 en 36). Voor het herstellen van de geconstateerde gebreken kan in het besluit op bezwaar worden verwezen

naar de overwegingen in het advies van de bezwaarschriftencommissie. Tot slot heeft Westergracht Vastgoed B.V. er nog op gewezen dat op de kaart bij het collegebesluit en het raadsbesluit ten onrechte een kadastrale sectie-indeling ontbreekt. De

bezwaarschriftencommissie adviseert om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren. Naar het oordeel van de commissie wordt Westergracht Vastgoed B.V. door de schending van artikel 3, onder c, van het Bvg niet benadeeld (zie bijlage 12, overwegingen 25, 26, 37 en 38).

Kenmerk: 2022/490853

8/10

4* De bezwaarschriftencommissie adviseert om het collegebesluit en het raadsbesluit in stand te laten. Naar het oordeel van de bezwaarschriftencommissie nopen de aangevoerde gronden niet tot het

herroepen van het collegebesluit en het raadsbesluit. Bijlage 12

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van

Westergracht Vastgoed B.V.

Proceskostenvergoeding Jongeneel B.V., Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V., Postma C.V., mevrouw M.A.M. Keek, Westergracht Vastgoed B.V. en Stichting FGR Stephensonstraat hebben verzocht om een proceskostenvergoeding. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb komt een bezwaarde slechts in aanmerking voor een proceskostenvergoeding indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het

bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. De bezwaarschriftencommissie adviseert om geen proceskostenvergoeding toe te kennen, omdat er naar het oordeel van de commissie geen reden

bestaat om het collegebesluit en het raadsbesluit te herroepen.

5. Risico's en kanttekeningen

1.

Het verbeuren van dwangsommen na het verstrijken van de beslistermijn

De termijn waarbinnen de besluiten op bezwaar moeten worden genomen verstrijkt na verdaging

van deze termijn op 13 mei 2022. Daarna kunnen bezwaarden de gemeenteraad in gebreke stellen. Na ontvangst van een ingebrekestelling heeft de gemeenteraad twee weken de tijd om alsnog een besluit te nemen. Vervolgens verbeurt de gemeenteraad aan degene die de ingebrekestelling heeft

verstuurd een dwangsom voor elke dag dat hij in gebreke is, voor ten hoogste 42 dagen. De

dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35 per dag en de overige dagen € 45 per dag. 2. Beroep bij de rechtbank

Tegen de besluiten op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open. 6. Uitvoering

De besluiten op bezwaar worden bekendgemaakt door toezending aan bezwaarden. 7. Bijlagen

1.

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer F.A. Heringa

2.

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Baars

Participatie B.V.

Kenmerk: 2022/490853

9/10

3.

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer T.H.P.

4.

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Spuigroep

5.

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Beleggings-

6.

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Stichting FGR

7.

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Aerdenhoutse

8.

Participatie Maatschappij B.V. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Jongeneel

9.

B.V. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van mevrouw

Krouwels en mevrouw J. Zandbergen

Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V.

en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. Stephensonstraat

M.A.M. Keek 10. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer R.

Heringa

11. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V.

12. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Westergracht Vastgoed B.V.

Kenmerk: 2022/490853

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12611638/1