Beantwoording vragen ex art 32 RvO van Actiepartij inzake RIVM onderzoek luchtkwaliteit Tata Steel
Tekst van het document
Gemeente Haarlem
Raadsfractie Actiepartij t.a.v. dhr. Danny van Leeuwen
Ons kenmerk Datum
Afdeling Contact
Telefoon
OMB/2023/1922254
21 november 2023 Omgevingsbeleid M.A.H.G. Plantaz 023-5113517
mahgplantaz@haarlem.nl
Onderwerp: beantwoording vragen art. 32 Actiepartij inzake RIVM onderzoek luchtverontreiniging Tata Steel
Geachte heer Van Leeuwen,
Op 2 oktober jl. heeft u vragen gesteld ex art. 32 RvO inzake het RIVM-onderzoek naar luchtverontreiniging door Tata Steel. Met deze brief geven wij antwoord op uw vragen. Eerst geven wij een korte toelichting op het onderzoek, betekenis voor Haarlem en standpunt van het college. In de beantwoording wordt uw vraag steeds cursief weergegeven waarna het antwoord van het college volgt. Voor een compleet beeld van de context van en uw toelichtingen op de vragen voegen wij uw brief bij deze antwoordbrief.
Inleiding In het onderzoek waarnaar de vragen van Actiepartij refereren (zie https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2023-0171.pdf) heeft RIVM de bijdrage onderzocht van luchtverontreiniging vanaf het terrein van Tata Steel op de gezondheid van omwonenden en hun leefkwaliteit. In dit integrale onderzoek zijn de resultaten van uiteenlopende eerdere onderzoeken, metingen en berekeningen aan een reeks verschillende stoffen in hun samenhang bekeken. Het onderzoek bevestigt dat de uitstoot vanaf het Tata Steel terrein bijdraagt aan de hoeveelheid fijnstof, stikstofdioxide, PAK en metalen in de directe leefomgeving, en dat dit de kans op gezondheidseffecten voorde omwonenden vergroot. Omwonenden hebben een iets grotere kans op astma, longkanker en om eerder te overlijden. De kans op effecten is het grootst in Wijk aan Zee en neemt af met de afstand tot het Tata Steel terrein. Naar verwachting leven inwoners van Wijk aan Zee hierdoor gemiddeld 2,5 maand korter. Ongeveer 4% van toekomstige longkankergevallen zal aan de huidige uitstoot vanaf het terrein zijn toe te schrijven en 3% van de toekomstige gevallen van astma bij kinderen. RIVM heeft hiervoor de hele keten van bron tot gezondheid bekeken: de uitgestoten hoeveelheid chemische stoffen, de wijze van verspreiding door de lucht, het neerkomen op de bodem of in de
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2023/1922254 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
1/6
leefomgeving. Vervolgens is gekeken wat dit betekent voor de kans op gezondheidseffecten voor omwonenden.
De verschillende onderliggende onderzoeken zijn afgestemd op de te beantwoorden vraag en daarop geoptimaliseerd. Zo maakte Haarlem deel uit van het gebied waar gezondheidseffecten via vragenlijsten en medicijngebruik zijn gemeten, en heeft Haarlem een meetpunt van het landelijk meetnet luchtkwaliteit waar een groot aantal stoffen continu worden gemeten over vele jaren. Voor grofstof zijn monsternames juist in een kring dichter rondom het terrein uitgevoerd omdat daar de neerslag optreedt door het grotere soortelijk gewicht. Veel beperktere neerslag door grotere afstand en bij minder frequent voorkomende windrichtingen is ook moeilijker te relateren aan het terrein van Tata. Het integrale onderzoek trekt geen specifieke conclusies voor Haarlem, al is dit wel het geval voor de onderliggende onderzoeken naar o.a. medicijngebruik en gezondheidsklachten (zie vraag 1). De meeste winst voor de gezondheid is volgens RIVM te bereiken door de uitstoot van stof, stank,
geluid en stikstofoxiden te voorkomen, en daarnaast door de uitstoot van PAK en lood te verminderen zodat ook deze stoffen minder in de leefomgeving terechtkomen. Het college is geschrokken van de conclusies, en heeft mede over de vragen van Actiepartij overleg gevoerd met de GGD die bij een aantal van de onderliggende onderzoeken betrokken was of deze zelfs uitvoerde. Op basis hiervan concludeert het college dat een herhaling van het integrale onderzoek of één of meer van de onderliggende onderzoeken specifiek voor Haarlem op dit moment
weinig meerwaarde heeft, omdat nu al duidelijk is dat maatregelen nodig zijn en beperking van de uitstoot zal ook in Haarlem eventuele effecten verder verkleinen. Wel acht het college het van belang
dat bij vervolgonderzoeken per geval wordt afgewogen of en hoe nadere informatie met betrekking tot Haarlem relevant is en verkregen kan worden. Het college zal dit in de relevante samenwerkingsverbanden bespreken. Beantwoording vragen 1; Zijn er met betrekking tot de conclusies omtrent incidenties van medicatieverstrekking op genoemde aandoeningen cijfers bekend voor Haarlem, zo mogelijk uitgesplitst op wijkniveau? Zo ja, kunnen die met de gemeenteraad worden gedeeld? Antwoord: De GGD Kennemerland geeft naar aanleiding van uw vraag de volgende toelichting die wij overnemen: "In het rapport over het medicijngebruik (Houthuijs, D., et al. (2022). Gezondheid in de IJmond III Monitoring incidentie medicijngebruik 2008-2019. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/20220056.pdf zijn deze gegevens terug te vinden. Het medicatiegebruik is per postcodegebied weergegeven, in verhouding tot het gemiddelde. In figuur 7, 8 en 9 staat medicatie voor hoge bloeddruk, figuur 13 en 14 voor diabetes, 18 en 19 voor hartaandoeningen en 23 t/m 28 voor
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2023/1922254 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
2/6
4* luchtwegaandoeningen. In deze figuren is te zien dat postcodegebieden in Haarlem soms boven en soms onder het gemiddelde medicatiegebruik scoren. Dit kan verschillende oorzaken hebben, naast een natuurlijke spreiding. Voor een aantal factoren is in het onderzoek gecorrigeerd.
In dit onderzoek is bekeken of er een relatie is tussen medicatiegebruik en luchtverontreiniging afkomstig van het Tata Steel terrein. Zoals U ook in de inleiding van uw vraag aangaf is een indeling in blootstellingsgebieden gemaakt volgens onderstaand kaartje (afkomstig uit genoemd rapport, pagina 28). Te zien is dat Haarlem grotendeels in blootstellingsgebied 2 valt (en een klein deel in 1 en 3). De onderzoekers concluderen dat ervoor blootstellingsgebied 1 (referentie) en blootstellingsgebied 2 geen relatie is tussen medicatiegebruik en luchtverontreiniging afkomstig van het Tata Steel terrein. Voor blootstellingsgebied 3 is er een net aan significante verhoging voor sommige soorten medicatie. Alleen voor blootstellingsgebied 4 en 5 (dus echt rondom het Tata Steel terrein) is een duidelijke relatie aangetoond. Dat betekent dat voor Haarlem geen duidelijke relatie met Tata Steel kon worden aangetoond, de verhogingen kunnen ook aan andere factoren te wijten zijn. ai»
Categorie indeling Blootstelling Sjskmataal _____
ÖK».'
’
■z 3 im4
*
5,1,1 / I
Minr-wlr-d
^JJLXXX
I
\...
O-..»:.
J
Z«noo«jrt >in«nrete4«
mm y'
■
N
<A
■
I
l«X>
A X' > \ QrwtS-wn ■ K-
yjtn f-trt oi7.-3«>rru«lc«9«i«b.vn:< 'tt vijif
F^tiur 21
O#
qiiiittüti.’ ‘i.vt «Ar
-tyttralbijdjjg* vah <i»
w j» JOüü C»
DfaHirüftrtt? (X) wö'lAlil aft 'üfa entJtf JJfcUtc'iüuwJ
jAmsfinij sta.. 2ÖJ4. Houfruns at31 JC22i.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2023/1922254 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
3/6
2: Kan het college aangeven hoe en wanneer deze door RIVM aanbevolen monitoring zal plaatsvinden en of Haarlems grondgebied hierbij wordt betrokken?
Antwoord: een planning hiervoor staat nog niet vast. Zie ook vraag 6. 3: Is het college het met Actiepartij eens dat deelname van Haarlem aan deze monitoring gewenst is teneinde meer inzicht te krijgen in de blootstelling van Haarlem aan de uitstoot door Tata Steel? Antwoord: zoals toegelicht in het antwoord op vraag 6 (GGD) heeft een extra meetpunt in Haarlem geen meerwaarde.
4: Is het college het met Actiepartij eens dat uit het citaat op p.106 kan worden geconstateerd dat depositie door de windrichting vaker noordoostelijk van Tata Steel terecht komt, doch bij wind uit het noorden of noordwesten ook zuidoostelijk kan neerslaan?
Antwoord: dat depositie benedenwinds van een bron optreedt is op zichzelf juist, maar de afstand waarover hangt mede af van het gewicht van het deponerende stof. Zie toelichting vraag 6. 5: Kan het college de indruk van Actiepartij bevestigen dat de metingen in de onderzoeken zoals zijn opgenomen in het RIVM-rapport inderdaad onder a-typische windcondities hebben plaatsgevonden en daarmee onvoldoende de effecten van de uitstoot van Tata Steel voor (de volksgezondheid in) Haarlem kan worden aangetoond?
Antwoord: Het college deelt deze indruk niet. De conclusies uit het RIVM rapport zijn gebaseerd op een combinatie van onderzoeken en meetgegevens voor verschillende componenten waaronder gegevens van het luchtmeetnet die jaarrond gemeten worden. Wat betreft grofstof geldt dat de afstand tot Haarlem te groot is voor gezondheidsrelevante depositie (zie ook vraag 6), dit kan voldoende worden afgeleid uit metingen in frequent(er) voorkomende windrichtingen.
6: Is het college het met Actiepartij eens dat bij vervolgonderzoek ook in Haarlem meet- en referentielocaties moeten worden betrokken ? Zo ja, is het college bereid dit actief te bepleiten bij RIVM, GGD, provincie Noord-Holland en het ministerie?
Antwoord: Het college ziet geen aanleiding tot uitbreiding van vervolgonderzoek naar grofstofdepositie naar Haarlem. De GGD heeft de volgende toelichting gegeven naar aanleiding van vraag 2 t/m 6: "Het depositieonderzoek naar grof stof (niet naar ultrafijnstof, zoals in de vraagstelling vermeld) zal periodiek worden herhaald. Provincie Noord-Holland en het RIVM maken hier afspraken over, waarbij wordt gestreefd naar een spreiding over de seizoenen en (daarmee) weerscondities. Voor grof stof (relatief zwaar) geldt dat het overwegend dichtbij de bron neerdaalt, dat is de reden dat relatief dichtbij het Tata Steel terrein de monsters worden genomen. Hoe verder de afstand, des te lastiger is ook te herleiden wat de bron is. Een meetpunt voor deze depositie in Haarlem heeft daarom geen meerwaarde".
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2023/1922254 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
4/6
*i*
7: Wanneer verschijnt het vervolg op het vierjaarlijkse GGD onderzoek? Antwoord: in 2024 zal opnieuw de gezondheidsmonitor volwassenen & ouderen worden uitgezet. Verwacht wordt dat de resultaten hiervan in 2025 worden gepubliceerd.
8: Wordt voor Haarlem ook een meer uitgebreid onderzoek verricht zoals dat voor IJmond gebeurt blijkens het citaat op p.92?Zo niet, is het college bereid om bij de GGD aan te dringen ook voor Haarlem uitgebreider onderzoek te laten plaatsvinden ? Antwoord: Haarlem is meegenomen in de eerdere edities van de Gezondheidsmonitor IJmond met dezelfde vragenlijsten en opzet als de andere gemeenten binnen de 5 onderscheiden zones. Zie ook vraag 1. Voor nieuwe edities staat de opzet nog niet vast, althans niet wat betreft (de frequentie van) parallel medicatie-onderzoek. Het college zal zich ervoor inzetten dat per geval wordt afgewogen of en hoe ook relevante informatie voor Haarlem kan worden verkregen.
9: Kan het college (in overleg met betrokken partijen) inzetten op het laten verrichten van metingen die meer inzicht bieden in aard, samenstelling, omvang en herkomst van fijnstof en andere uitstoot in Haarlem?
Antwoord: een nadere specificatie van het fijnstof dat voorkomt in Haarlem door metingen heeft volgens het college en de GGD weinig meerwaarde voor de ontwikkeling van het beleid. Er is geen reden aan te nemen dat er bijzondere bronnen mee kunnen worden aangetoond die daardoor krachtiger aangepakt kunnen worden. Zoals hiervoor al opgemerkt zal de grotere afstand van Tata Steel het aantonen van Tata als bron bemoeilijken; bovendien is door het RIVM onderzoek nu al voldoende duidelijk dat aanpak van uitstoot door Tata Steel noodzakelijk is alleen al vanwege de dichterbij gelegen woonkernen. Ook voor controle doeleinden zijn de bestaande meetpunten dichter rond Tata veel effectiever. Voor het beleid en te nemen maatregelen is wel kennis over de procentuele bijdragen van verschillende bron(categorieën) relevant. Hierover zijn gegevens en
prognoses beschikbaar per gemeente van RIVM. Overzichten hiervan zullen verwerkt worden in de voortgangsrapportage van het Schone Lucht Akkoord.
10: Hoe ziet het college dit en wat kan daarover reeds worden gemeld vanuit GGD? Antwoord: de Actiepartij vraagt zich af of de Coronapandemie door zijn gevolgen voor economie en samenleving en dus ook voor emissies enerzijds kansen kan bieden om de uitstoot van Tata Steel nauwkeuriger in beeld te brengen, en anderzijds niet kan hebben geleid tot onderschatting van de totale emissie van Tata doordat andere bronnen afnamen. De GGD bevestigt dat de luchtkwaliteit tijdelijk beter was ten tijde van de corona pandemie, en dat de effecten en trends bekend zijn uit de continue metingen die zijn te raadplegen op www.luchtmeetnet.nl.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2023/1922254 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
5/6
Door de integrale aanpak van RIVM zijn de conclusies over de invloed van Tata gebaseerd op een breed palet van metingen en berekeningen ook op basis van emissiegegevens en daardoor niet afhankelijk van metingen in de Coronaperiode; in meetopzet en/of interpretatie van metingen in die periode is daarnaast waar nodig rekening gehouden met effecten hiervan. Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
de burgemeester,
mr. C.M. Lenstra
drs. J. Wienen
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: OMB/2023/1922254 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
6/6