Beantwoording technische raadsvragen PB 23-27
Tekst van het document
Onderdeel
92
Zoals toegezegd in de duurzaamheidsbegroting zal er in de Kadernota 2024 een voorstel gepresenteerd worden om invulling te geven aan (de strekking van) de motie 'Duurzaamheidsbegroting'. Deze motie bevat elementen van brede welvaart. Dit zal stapsgewijs uitgebreid worden.
93 1 Algemeen D66 F. (Floor) Roduner 93
26
Vraag
Pag. 32
De raad wordt gevraagd de stelposten inflatie tevens in te laten zetten door het college voor prijsstijgingen waarvoor besluitvorming niet kan wachten tot een volgend P&C product. Waar wordt dan concreet aan gedacht? Kunnen er voorbeelden worden genoemd?
Het autoriseren van het college voor besluitvorming dat niet kan wachten is voor het onzekere karakter van de inflatie en de onvoorspelbaarheid van het opdoen van prijsstijgingen. Daarmee is het concreet benoemen van voorbeelden lastig. Waar bijvoorbeeld onder andere aan gedacht kan worden zijn (energie)contracten die aflopen of maatschappelijke partners waarbij de continuïteit in het geding komt.
94 1 Algemeen D66 F. (Floor) Roduner 94
Blz
26
Zijn er criteria voor het uitnemen van de gelden in de stelposten inflatie? Aan de hand waarvan wordt dit beoordeeld in het college?
Er zijn een aantal criteria waaraan getoetst wordt. Het gaat om financiële consequenties, bij ongewijzigd beleid, die het gevolg zijn van prijsstijgingen die niet opgevangen kunnen worden binnen de begroting 2023 op beleidsveldniveau en waar besluitvorming over extra inzet van middelen, te dekken uit de stelpost, leidt tot begrotingsonrechtmatigheden (wanneer de financiële consequenties onvermijdbaar zijn) danwel tot knelpunten- en vertraging in de uitvoering (bij tussentijds stopzetten of afschalen van gemeentelijke activiteiten). Besluiten om financiële consequenties voortvloeiende uit prijsstijgingen tussentijds te dekken uit de stelpost worden onderbouwd en getoetst aan de hand van bovengenoemde criteria. Wanneer besluitvorming kan wachten wordt dit voorgelegd bij de Kadernota 2024.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
107 1 Algemeen D66 R.H. (Robbert) Berkhout
33
Op pagina 20 staat in de tabel: Milieuzone Brom en Snorfietsen per 2025, dit stond ook zo in het coalitieakkoord (zie pagina 307 begroting en pagina 27 coalitieakkoord). In de tekst op pagina 22 en 33 staat echter dat milieuzone brom- en snorfietsen pas in 2026 ingevoerd moet zijn. Ik vraag mij af of het dus wel 2025 is of toch pas 2026? En, in beide gevallen, waarom het niet al eerder kan (want klimaatcrisis en slechte luchtkwaliteit, en met compensatie/opkoopsubsidie wordt het voor iedereen mogelijk). Net zoals andere steden zouden we eerst de meest vervuilende brommers kunnen verbieden, die helaas nog veel rondrijden en waar we echt niet tot 2025/'26 voor hoeven te wachten. Daarom ook nog de vraag: wat kan er eerder gebeuren als we er voor 2023 al meer geld voor vrijmaken?
107
Pag. 33
De nulemissiezone brom/snorfietsen moet per 2026 van kracht zijn, dit is ook opgenomen in het coalitieakkoord. Inderdaad is in het financieel kader van het coalitieakkoord abusievelijk uitgegaan van 2025 (p27). Dit is hersteld in de begroting (o.a. pagina 307), al wordt in de tabellen wel soms nog abusievelijk van milieuzone gesproken i.p.v. nul-emissiezone. Bij de keuze voor 2026 is rekening gehouden met een voldoende termijn van vooraankondiging en met het capaciteitsbeslag op de organisatie en beschikbare adviesinhuur (een samenloop met de invoering van de nulemissiezone voor vracht- en bestelwagens is een groot risico: de doelgroepen verschillen, zodat weinig werkzaamheden en communicatie gecombineerd kunnen worden). Wat betreft het eerder invoeren van een milieuzone. Het onderzoek in 2021 heeft uitgewezen dat invoering van een milieuzone veel minder oplevert dan een nulemissiezone (waarbij de lawaaireductie door nulemissie nog niet eens is meegewogen). De coalitie geeft voorrang aan het grotere milieueffect. Het eerder weren van oudere brom/snorfietsen (milieuzone) heeft weinig meeropbrengst (zie het onderzoek), maar daarvoor moeten wel alle voorzieningen (camera’s, boa’s, ontheffingen en subsidieloket) worden doorgevoerd. Gerekend moet worden op een termijn tot van kracht worden van circa 2 jaar. De milieuzone zou dan van kracht worden per 2025.
Om de krachtsinspanning enigszins rendabel te maken en het overzicht voor belanghebbenden te waarborgen, zouden de regels toch wel 2 jaar moeten gelden, wat omzetting naar nulemissie per 2027 i.p.v. per 2026 zou betekenen. Een alternatief is dan wellicht om een subsidieregeling eerder te laten ingaan (in een ‘vrijwillige variant’) dan het jaar voor invoering van de nulemissiezone (de organisatorische en vooral financiële consequenties hiervan zouden nader in kaart moeten worden gebracht).
108
3.8 Paragraaf Duurzaamheidsbegroting
D66 R.H. (Robbert) Berkhout
49
De tabel op pagina 49 is verwarrend, vooral het kopje 'Doelstelling 2030 vs. 2017' --> het gaat namelijk toch om reductie van de CO2 uitstoot vs. 1990 en niet 2017?
Nr
Onderdeel
Blz
108
De doelstelling van het Klimaatakkoord is geformuleerd ten opzichte van emissies in 1990, maar deze emissies zijn voor Haarlem niet bekend. 2017 vormde een tweede referentiepunt bij het Klimaatakkoord en vormt de brug naar Haarlem. Landelijk gezien is de CO? uitstoot in 2017 vrijwel gelijk aan 1990. Daarom is er in de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid (2021/430881) gekozen om de CO2 reductiedoelstelling van 2030 af te zetten tegen 2017. In de vertaling van het regeerakkoord naar Haarlem, opgenomen in de duurzaamheidsbegroting, wordt dezelfde werkwijze gehanteerd.
109
3.8 Paragraaf Duurzaamheidsbegroting
61
D66 R.H. (Robbert) Berkhout
Vraag
Pag. 34
Op pagina 61 wordt instemming gevraagd met het volgende 'Besluit: met betrekking tot de duurzaamheidsbegroting: a. in te stemmen met het ondernemen van de hierin opgenomen activiteiten en opgaven als afgeleide van landelijke normering in het kader van duurzaamheid (paragraaf 1.10).' Het is mij niet duidelijk tot wat hier concreet wordt besloten? Gaat het misschien om de acties die genoemd worden in het laatste raamwerk (pagina 60)? De acties in fase 1 en 2 hiervan zijn al voltooid toch, dus het gaat dan om fase 3?
109
Het gevraagde besluitpunt slaat inderdaad terug op het gepresenteerde raamwerk (Programmabegroting blz. 60). In het raamwerk zijn in de drie fases opgenomen op welke onderwerpen de komende periode stappen moeten worden gezet en welke activiteiten nog ondernomen moeten worden. De onderwerpen en activiteiten in fase 1 en 2 zijn reeds in gang gezet, maar zullen de komende periode nog wel tijd en aandacht vragen met als doel duurzaamheid te versleutelen in de haarvaten van de beleids- investeringen en besluitvormingsprocessen van de gemeente. De grootste ontwikkelopgave zit in fase 3, de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting. Met het besluit wordt gevraagd in te stemmen met deze ontwikkelopgave en de daarbij behorende activiteiten, maar ook met het continueren met hetgeen reeds in gang is gezet.
111
2 Programma 3 Werk, inkomen en schulden
D66 F. (Floor) Roduner
98
Veel effect indicatoren R/S worden constant gehouden voor alle toekomstige jaren (2022 of 2023 en verder), bijvoorbeeld op deze pagina veel indicatoren. Dat is prima (neem aan dat dit een bewuste keus is), als die indicatoren al op een voldoende/goed niveau zitten en niet verder verbeterd hoeven en kunnen worden. Om het leesbaarder te maken is het mogelijk van de indicatoren die constant blijven vanaf 2022 of 2023 de waarden vanaf dan t/m 2027 dezelfde kleur te arceren? Een lichte pastelkleur bijvoorbeeld. Dan is veel makkelijker te zien dat voor deze indicatoren de ambitie gekozen wordt om deze niet te (kunnen) verbeteren maar op peil te houden. Nu doet het toch vreemd aan dat veel indicatoren hetzelfde blijven, en kost het de lezer onnodige tijd om dit voor elke individuele indicator te checken en er daarna pas over na te gaan denken.
Nr
Onderdeel
111
De huidige opzet en prestatie van de P&C-producten (incl. keuze voor indicatoren) is het resultaat van de uitkomsten van de raadsconferentie 'De begroting ont(k)leed' (verwerkt in de Programmabegroting 2020-2024). In november staat een volgende raadsconferentie over indeling en indicatoren gepland. Het staat de vraagsteller vrij bij deze conferentie (of d.m.v. een motie bij de begrotingsbehandeling) dit voorstel in te dienen. De indeling van de begroting is een raadsbevoegdheid.
Nr
Onderdeel
41 3.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Groen Links F. (Floor) Roduner 41
Vraag
Blz
Vraag
195
Is er rekening gehouden met een minimumloon van 14 euro?
Pag. 35
Pag. 35
Voor de medewerkers van de gemeente geldt conform landelijke CAO € 14 vanaf 1 januari 2022 als minimum. Voor Spaarnelanden NV geldt dat de € 14 wordt verwerkt via de CAO-GEO 2022-2024. SRO NV verwerkt de € 14 in de conceptbegrotingen 2023 die in december a.s. in de aandeelhoudersvergadering aan de orde is.
46 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner 46
Blz
18
Wat is het budgettaire effect op de begroting als de omgevingswet weer wordt uitgesteld? - Op dit moment is er een sterke lobby om de invoering van de omgevingswet weer uit te stellen
De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw wordt zo goed als zeker uitgesteld naar tenminste 1 juli 2023. Het wachten is nog op het formele besluit van de Minister. Mocht de wet worden uitgesteld dan is het effect op de batenkant van de leges op dit moment voor een heel jaar verwerkt, dit zal dan beperkt worden tot een half jaar (met andere woorden er worden minder inkomsten verwacht en wel 1,5 ton ipv 3 ton). De andere werkzaamheden ten behoeve van de voorbereiding van de Omgevingswet moeten worden voortgezet en deze werkzaamheden zijn al verwerkt in de begroting en hebben dan ook geen direct effect op de begroting. Die taken moesten toch al gedaan worden. De tijdelijke capaciteitsuitbreiding die is toegekend aan VTH en KCC om de eerste tijd meer vragen te kunnen beantwoorden en tegelijkertijd de implementatie van de wet, nieuwe software en afspraken goed van start te laten gaan, verandert niet. De inzet van deze extra capaciteit zal alleen verschuiven in de tijd.
Nr
Onderdeel
47 1 Algemeen Groen Links B. (Bas) van Leeuwen
47
Blz
Vraag
Pag. 36
13
We hebben als Haarlem al maatregelen genomen die worden voorgesteld door het Rijk als besparing en daar worden we op gekort. Kortom: begrijp ik het goed dat Haarlem door actief te besparen, nu het slachtoffer wordt van deze door het Rijk aangekondigde besparingen, omdat we geacht worden die nog niet te hebben uitgevoerd?
De maatregelen die vanuit het Rijk komen zijn nog niet vastgesteld. Dit betekent dat het ook nog niet duidelijk is welk gevolg deze maatregelen voor Haarlem specifiek hebben. In het verleden is de gemeente Haarlem al begonnen met het invoeren van maatregelen met betrekking tot kostenbeheersing. Deze maatregelen waren zowel inhoudelijk als financieel van aard, met als doel om de autonome groei van het jeugdhulp budget naar beneden bij te sturen. Het effect van nieuwe maatregelen vanuit het Rijk zal voor de gemeente Haarlem daarom wellicht overeenkomen met het effect van deze reeds genomen maatregelen in het verleden. Dit betekent dat een verwacht resultaat van deze maatregelen bij de gemeente Haarlem lager kan uitvallen. De gemeente is hierdoor niet een slachtoffer van het actief besparen in het verleden, maar de positieve effecten van die maatregelen zijn bij Haarlem al gerealiseerd en dus reeds onderdeel van de huidige begroting.
48 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner
13
Haarlem heeft weinig ruimte om de lokale belastingen te verhogen. Nu wordt er meer naar Haarlem doorgeschoven vanaf 2026. Er staat '... de daaruit volgende beperkte structurele ruimte lijkt dan ook niet houdbaar...' klopt het dat de verwachting is dat Haarlem het gat dat door het beleid van het kabinet op dit punt wordt veroorzaakt, niet of slechts gedeeltelijk door Haarlem is in te vullen?
48
Wanneer Haarlem minder structurele middelen ontvangt vanuit het Gemeentefonds (door middel van het accres) dient dit door de gemeente opgevangen te worden. Ofwel door haar lasten te verlagen, ofwel door haar overige inkomsten te verhogen. Voor wat betreft het structurele accres lopen op dit moment onderzoeken en discussies met het Rijk waarbij de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten centraal staat. Het "niet houdbaar zijn" slaat dan ook op het eenzijdige besluit van het kabinet. Bij de septembercirculaire 2022 is inmiddels € 1 miljard extra beschikbaar gesteld voor het Gemeentefonds in 2026, voor de daaropvolgende jaren heeft nog geen toekenning van extra middelen vanuit het Rijk plaats gevonden.
Nr
Onderdeel
95 5 Bijlagen Groen Links F. (Floor) Roduner D. (Diana) van Loenen 95
Blz
Vraag
236
Er staat hier nog steeds een reservering voor het depot 'erfgoed' van 1.3 miljoen in 2025.
Pag. 37
Er zijn gevorderde ideeën over een gezamenlijk depot met andere partijen. Moet daar niet nu al een voorlopige voorziening voor worden getroffen ipv een reservering voor een depot van maar 1 organisatie?
Er is inderdaad t.b.v. het Archeologisch depot een IP-post opgenomen van € 1,3 miljoen. Op dit moment vindt er onderzoek plaats naar een locatie voor een depot. Hierin werken de gemeente en het Noord-Hollands Archief nauw samen. Aangezien dit onderzoek nog niet is afgerond en daarmee over de financiering nog niets bekend is, is het opnemen van een stelpost in het IP nu prematuur.
96 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner
16
Voor 2023 wordt door de gemeente de extra kosten voor samenwerking met HVC gedekt uit de algemene middelen. Wat betekent het voor de afvalstoffenheffing als deze in 2024 weer 100% dekkend moeten zijn. Met wat voor een verhoging zien de een- en meerpersoonshuishoudens zich geconfronteerd in 2024 ev?
96
97
Wanneer de kosten voorvloeiende uit de overstap naar HVC in 2024 zouden worden doorbelast aan de gebruiker, betekent dit een stijging van het tarief met +/- € 10 voor meerpersoonshuishoudens (zie ook blz. 179 van de programmabegroting) en +/- € 7 voor eenpersoonshuishoudens ten opzichte van de voor 2023 voorgestelde tarieven.
3.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Groen Links F. (Floor) Roduner
164
De NSQ blijft relatief laag - tot 80% in 2027. Is het mogelijk om aan te geven waarom deze niet naar de 120% op loopt als beoogd in het coalitie programma? Welke investeringen er niet worden gedaan, of vooruit geschoven worden?
Nr
Onderdeel
97
In het coalitieprogramma staat dat de maximale netto schuldquote wordt gehandhaafd op 120%. Er wordt dus niet gesteld dat de beoogde netto schuldquote 120% is. In het Financieel Kader 2022 (raad van 7 april 2022) wordt reeds aangegeven dat voor het bepalen van de ruimte voor (extra) investeringen de schuldpositie niet zozeer van belang is, maar de structurele begrotingsruimte bepalend is. Dit is terug te zien in de netto schuldquote van 80%. Overigens geeft dit percentage de schuldquote weer op basis van de begroting exclusief aanvullende voorstellen en investeringen waarover nog beslist moet worden.
98 5 Bijlagen Groen Links D. (Diana) van Loenen 98
Blz
253
Vraag
Pag. 38
De grafiek toont dat Haarlem koploper is in lopende re-integratievoorzieningen. Is het bekent waarom dit getal zo hoog is in Haarlem in verhouding tot andere steden?
In Haarlem is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de bemiddeling en ondersteuning naar betaald werk in de vorm van een re-integratietraject voor de groep uitkeringsgerechtigden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zou kunnen verklaren waarom het aantal lopende re-integratievoorzieningen bij de gemeente Haarlem hoger is in vergelijking met andere gemeenten.
99 5 Bijlagen Groen Links drs. J. (Jos) Wienen
258
Hier is Haarlem koploper in. Terwijl Haarlem verder in de statistieken in de bijlage lager dan gemiddeld scoort op (kleine) criminaliteit. Kunt u aangeven waarom dat zo is?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 39
99
Haarlem heeft relatief veel Halt verwijzingen, omdat het college en de driehoek hier veel waarde/belang aan hecht. Dit krijgt in de praktijk vorm door: - Haarlem heeft in verhouding met andere middelgrote gemeenten veel jeugdboa’s die actief doorverwijzen naar HALT als er sprake is van overtredingen op APV feiten. -Halt heeft in Haarlem relatief goede contacten met de jeugdagenten die de pedagogische meerwaarde van Halt zien. Zij kiezen daardoor eerder voor Halt dan een waarschuwing of bekeuring. - Halt werkt op het politiebureau Koudenhorn en is aangesloten bij ZSM, waardoor de lijnen met politie en OM in Haarlem kort zijn. - Het OM Noord Holland heeft dan ook een hoog doorzettingscijfer richting Halt, met andere woorden zij hebben Halt relatief meer op het netvlies dan andere arrondissementen. - Halt krijgt relatief veel vals ID zaken binnen vanwege de horeca in Haarlem. - Halt sluit aan bij handhavingsacties rond evenementen zoals Haarlem Jazz en Bevrijdingspop. Hier wordt door handhavers actief gehandhaafd op alcohol onder de 18. Hierdoor krijgt Halt veel zaken m.b.t. alcohol toegestuurd.
100
2 Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen Groen Links E. (Eva) de Raadt
153
We zien dat het percentage inhuur piekt in 2021 om vervolgens weer te dalen naar 10% in 2024 ev. De arbeidsmarkt is nog steeds overspannen en personeel is niet te vinden. Dat maakt externe inhuur vaker nodig dan gewenst. De kans is zeer groot aanwezig dat er meer moet worden ingehuurd. Waarom is dit percentage dan zo 'laag' ingeschat. Uiteraard heeft de raad keer ook keer gepleit omdat percentage zo laag mogelijk te houden, maar nu lijkt het wel heel optimistisch. Kunt u ons informeren waarop deze cijfers zijn gebaseerd?
Nr
Onderdeel
100
Deze effect indicator wordt berekend op basis van de begrote bedragen inhuur af te zetten tegen de totale loonsom (inhuur + vast personeel). In de door de Raad goedgekeurde meerjarenbegroting wordt uitgegaan van een daling van de inhuurkosten, zodat dit streefpercentage daalt in de komende jaren. De effect indicator inhuur is daarmee een resultante van de meerjarenbegroting en niet op zichzelf staand kengetal. De inschatting van de inhuurkosten op de middellange en langere termijn is complex en volatiel te noemen, als gevolg van conjuncturele ontwikkelingen zoals krappe arbeidsmarkt, koopkrachtontwikkelingen en een mogelijke recessie, maar ook door nieuwe maatschappelijke opgaven zoals de vluchtelingenopvang als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. In de 2de bestuursrapportage 2022 gaan we hier nader op in.
101 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner D. (Diana) van Loenen
101
103
34
Vraag
Pag. 40
Er ligt een uitdaging voor een gezamenlijk depot voor in ieder geval voor FHM NHA archief en de Archeologische collectie. Dat vraagt een groot aantal vierkantemeters. Haarlem heeft niet of nauwelijks ruimte binnen de stadsgrenzen en die vierkante meters zijn zeer kostbaar. Wordt er gekeken naar locaties buiten de stadsgrenzen van Haarlem
In het locatieonderzoek wordt ook gekeken naar kavels en locaties rondom Haarlem, zoals in de Haarlemmermeer.
102 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner D. (Diana) van Loenen 102
Blz
111
Nog een vraag over het gezamenlijke depot FHM, NHA en Archeologische coll. Is er, of wordt er nagedacht om een deel van de archieven van het NHA te digitaliseren en de originelen, indien daar toe geschikt, te vernietigen om ruimte in de depots te creëren of een kleinere ruimte eis voor het beoogde nieuwe depot?
In de Archiefwet staat dat archieven na uiterlijk 10 jaar overgebracht moeten worden naar de archiefbewaarplaats. De (analoog) overgebrachte archieven blijven dan bewaard, digitalisering vervangt niet het originele archiefstuk. Het NHA verwacht de komende jaren nog 20 kilometer papieren archief.
2 Programma 2 Ondersteuning en zorg Groen Links D. (Diana) van Loenen
88
De eerste twee cijfers, beter kunnen redden en kwaliteit, zien we dat de streefcijfers lager zijn dan in de jaren ervoor. Kunt u aangeven waarom er voor is gekozen om de ambitie te verlagen?
Nr
Onderdeel
103
De streefwaarden zijn niet verlaagd, maar gelijk aan die van 2022. Er is gekozen voor deze streefwaarden, omdat dit een realistische en positieve ambitie is op basis van de trend die de cijfers uit het verleden laten zien en de actuele ervaringen.
104 5 Bijlagen Groen Links D. (Diana) van Loenen
Blz
302
Vraag
Pag. 41
De pagina aanduiding klopt niet. Het is de 2de pagina van de bijlage 'overzicht Risico's' Beroep open einde regeling Minima etc. - Gezien de huidige ontwikkelingen lijkt het risico aanmerkelijk groter dan 25%. Dat konden we al eerder zien aankomen. Waarom is het risico toch op (maar) 25% gezet?
104
Op basis van de ervaringsgegevens uit de afgelopen jaren en ook de prognose van uitgaven dit jaar, blijkt dat het beroep op de minimaregelingen en bijzondere bijstand binnen de beschikbare budgetten is gebleven/blijft. Op grond van die ervaringsgegevens over het aantal inwoners dat gebruik maakt van de regelingen, is de inschatting dat het risico op overschrijding van het budget 25% is. Als het gebruik in 2023 gaat toenemen zal de kans op overschrijding in volgende P&C-documenten (als eerste de Jaarrekening 2022) opnieuw beoordeeld worden.
105
3.7 Paragraaf Grond- en vastgoedbeleid Groen Links F. (Floor) Roduner
225
Voor sociale woningbouw gelden vaste grondprijzen. Betekent dat een commerciële partij die een aantal sociale huurwoningen of koopwoningen wil bouwen de vaste grondprijs betaald? Veel partijen willen de sociale woningen na 10-15 jaar uitponden. Kunnen die dan gebruik maken van de vaste grondprijs?
105
Ja, ontwikkelaars betalen de vaste grondprijs voor sociale huur/koop-woningen. Er is een door de raad vastgesteld kader voor de termijnen waarin sociale huur en koop van toepassing zijn, namelijk "Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment (2018/273161). Daar dienen de ontwikkelaars van sociale huur en koop zich aan te houden. Uitponden voordat die termijn afloopt kan dus niet.
Nr
Onderdeel
106 5 Bijlagen Groen Links E. (Eva) de Raadt
Blz
Vraag
Pag. 42
312
Pagina aanduiding is niet correct omdat er paginanummering is bij de Risisoparagraaf. Mijn vraag is van algemene aard. Hoewel de gemeente en de IT afdeling alles doet om datalekken te voorkomen en daartoe ook risicobedragen in de risicoparagraaf zijn opgenomen, lijkt het mij dat het risico dat de site wordt afgesloten door hackers en er een losgeld wordt gevraag en aannemelijk risico. Is daar over nagedacht omdat risico op te nemen?
106 113
Dit risico is opgenomen met kans 35% en een mogelijke schade van € 12 miljoen. Aandacht gaat zowel uit naar het verlagen van de kans (voorkomen dat het gebeurt) als naar het verlagen van de impact doordat continuiteitsmanagement wordt opgestart.
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
114
Bij de doelenboom van programma 4 staat als doel ‘een duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving nu en in de toekomst.’ Wat wordt er in dit verband bedoeld met ‘duurzaam’? Gaat het om toekomstbestendigheid, energieverbruik, co2 uitstoot, of nog iets anders? Een volgend doel is ‘een duurzaam Haarlem’. Wat wordt bij dit doel bedoeld met ‘duurzaam’? In het algemeen: Wordt er binnen de gemeente een bepaalde definitie van het begrip ‘duurzaamheid’ gehanteerd, en zo ja, wat is die definitie, of welke elementen komen erin terug?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 43
113
Met 'een duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving nu en in de toekomst' wordt de term duurzaamheid vooral als toekomstbestendig bedoeld. Zoals aangekondigd op p 65 van de begroting volgt voor het einde van het jaar een voorstel voor aanpassing van de doelen en prestaties van de programma’s 4 en 5 om deze beter aan te laten sluiten op de ambities uit de Omgevingsvisie. Bij het volgende doel 'een duurzaam Haarlem' wordt met 'duurzaam' bedoeld: de totale CO2 uitstoot (x1.000 ton) in Haarlem, het percentage hernieuwbare elektriciteit en het draagvalk onder Haarlemmers, gemeten in de mate waarin Haarlemmers zelf Duurzaam Doen. In de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid staat deze beschrijving van het begrip 'duurzaamheid': De Haarlemse Routekaart Duurzaamheid gaat over hoe we als Haarlem CO2-reductie realiseren [...]. Dat doen we zowel voor de directe als indirecte CO2-uitstoot, maar ook voor de uitstoot in de keten.
114
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links F. (Floor) Roduner
114 115
114
Bij het doel ‘meer, betaalbaarder en energiezuiniger aanbod van woningen’ staat een effectindicator die gaat over corporatiewoningen. Betekent dit dat het doel om energiezuinigere woningen te realiseren, alleen van toepassing is op corporatiewoningen? Of betreft het doel ook koophuizen en/of huurwoningen in de vrije sector, maar is hiervoor geen effectindicator opgenomen?
Het doel om meer energiezuinige woningen te realiseren heeft zeker ook betrekking op woningen buiten de corporatiesector. Onder het doel "Een duurzaam Haarlem” is het percentage energielabels woningen C of hoger van geldige energielabels als indicator opgenomen.
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
117
Bij de prestatie ‘creëren van bewustwording door middel van campagnes, educatie, etc.’ (onder het doel ‘duurzaam Haarlem) is als indicator het percentage energielabels van C of hoger opgenomen. Betekent dit dat de bewustwording zich alleen of met name richt op het verbeteren van het energielabel van woningen? Of richt de bewustwording zich ook op andere facetten van duurzaamheid, en zo ja, welke?
Nr
Onderdeel
115
We doen veel meer aan bewustwording dan alleen het verbeteren van energielabels. We richten ons op meerdere duurzame facetten, zoals energie opwek en energie besparing, duurzame voeding en kleding, en het groener maken van de leefomgeving, zoals groene daken en tegels wippen. We doen dit onder andere met de campagnes: Haarlem doet duurzaam en Haarlem wordt steeds gasvrijer.
116
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 116
117
117
Vraag
Pag. 44
Bij de prestatie ‘Gemeente Haarlem stimuleert Haarlemmers om energie te besparen’ en ook bij ‘creëren van bewustwording hoe Haarlemmers zelf bij kunnen dragen’: kunt u aangeven welke (groepen) Haarlemmers hier worden bedoeld? (Gaat het bijvoorbeeld om particuliere woningbezitters, om huurders, om VVE’s, gaat het ook om bedrijven?)
Haarlem zet al jaren in op het informeren, stimuleren en motiveren van bewoners om het energiegebruik in woningen te verminderen. Dit doen we onder andere met de campagne Haarlem wordt steeds gasvrijer, de Duurzaamheidslening, collectieve inkoopacties, informatiebijeenkomsten en het aanbieden van gratis energiescans. Hiermee bereiken we huurders, woningeigenaren, VvE’s, maar ook eigenaren en huurders van bedrijfspanden (kantoren, horecaondernemers en winkeliers).
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 117
Blz
117
Zoals in de duurzaamheidsbegroting wordt toegelicht, wordt de totale CO2 uitstoot in Haarlem mede bepaald door externe factoren, zoals het aandeel duurzame energie in de elektriciteitsmix. Kunt u aangeven wat ongeveer het percentage is van de totale CO2 uitstoot, waarop de genoemde prestaties (stimuleren & faciliteren energiebesparing en creëren van bewustwording) een effect kunnen hebben?
In de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid “Route voor CO2 reductie” is aangegeven hoe de transitiepaden er voor Haarlem uitzien. Per transitiepad is het percentage CO2 uitstoot aangegeven. Het transitiepad Elektriciteit en opwek is verantwoordelijk voor 40% van de CO2 uitstoot. Beperking van het aardgasverbruik voor Wonen en Werken én het beperken van brandstofverbruik (benzine en diesel) voor mobiliteit hebben direct invloed op het beperken van de CO2 uitstoot. Het aardgasverbruik en het brandstofverbruik bepalen ongeveer 60% van de totale CO2 uitstoot van Haarlem.
Nr
Onderdeel
118
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
118
Blz
Vraag
Pag. 45
117
Het percentage opgewekte hernieuwbare elektriciteit loopt naar verwachting jaarlijks op van 10% in 2022 tot 17% in 2027. Maar in 2023 wordt eenmalig een neergang verwacht (9% hernieuwbare opwek, na 10% het jaar daarvoor). Kunt u aangeven waarom het percentage in dat jaar daalt? (Ik neem overigens aan dat het gaat om het percentage dat in Haarlem wordt opgewekt, en niet het percentage van de elektriciteit die Haarlemmers gebruiken, klopt dat?)
De waarde van 10,3% hernieuwbare elektriciteit in 2022 is fout weergegeven en behoort 7,5% procent te zijn. Met andere woorden, het percentage hernieuwbare elektriciteit blijft jaarlijks stijgen, met name door het plaatsen van zonnepanelen op daken van woningen en gebouwen. Het betreft inderdaad het percentage elektriciteit, dat binnen de grenzen van Haarlem hernieuwbaar wordt geproduceerd, ten opzichte van het totale elektriciteitsverbruik in Haarlem.
119
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 119
117
Het aantal verstrekte duurzaamheidsleningen in 2022 zoals in het raadsstuk van de commissie Beheer van 6 oktober (ongeveer 200 leningen) is hoger dan in de tabel in de programmabegroting (100 leningen). Komt dat omdat dit recentere cijfers zijn? Is de verwachting van het aantal leningen per jaar van 2023 t/m 2027 inmiddels naar boven bijgesteld, en zo ja, wat is de nieuwe verwachting?
De indicator hoort bij de prestatie: Gemeente Haarlem stimuleert en faciliteert Haarlemmers om energie te besparen en duurzame energie op te wekken via het beschikbaar stellen van financiering (zoals een subsidie, lening). Het getal zegt iets over de vraag naar deze leningsfaciliteit en het beschikbaar stellen van deze financiering. De aantallen verstrekte leningen zijn in korte tijd enorm toegenomen. Huishoudens met een verzamelinkomen tot € 45.014 euro per jaar kunnen vanaf 1 november terecht bij het Nationaal Warmtefonds voor een energiebespaarlening met 0% rente. Op dit moment zijn in 2022 er 132 leningen tot stand gekomen bij SVn. Verwachting is dat dit verder oploopt tot het einde van het jaar.
Nr
Onderdeel
120
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
Blz
Vraag
Pag. 46
117
Het oordeel van Haarlemmers over de mate waarin zij duurzaam doen wordt gemeten door een inwonerspeiling. In deze peiling is voor de jaren 2019 tot 2021 te zien dat op 4 aspecten het duurzame gedrag van mensen toeneemt (zoals meer afval gescheiden inleveren, meer eigen energie opwekken), maar op 7 aspecten blijft het duurzame gedrag gelijk, of neemt het af (minder duurzaam vervoer, minder seizoensproducten, minder tegels vervangen door groen, etc). Heeft u een verklaring voor deze neergaande lijn in hoe Haarlemmers hun eigen duurzame gedrag beoordelen? In de komende jaren wordt er een juist stijging voorzien in het duurzame gedrag (van een 6,8 in 2021 naar een 8 in 2024). Kunt u aangeven welke maatregelen worden genomen om die stijging te realiseren? En kunt u aangeven welke van deze maatregelen nieuw zijn, bestaand, of een intensivering van het bestaande?
120
De tabellen over op welke ‘initiatieven’ Haarlemmers rekening houden met Duurzaamheid worden sinds 2019, 2020 en 2021 opgehaald binnen het omnibusonderzoek van Haarlem. Deelnemende bewoners worden gevraagd om aan te kruizen welke van deze ‘initiatieven’ zij zelf toepassen. Dit onderzoek geeft al drie jaar op rij een vrij constant beeld van de ordening van de initiatieven. Er is dus niet zo zeer sprake van een neergaande lijn, maar juist een zeer consequent beeld van welke duurzame dingen Haarlemmers duurzaamheid meenemen in hun leefomgeving. Dit geeft inzicht waarop bijvoorbeeld de communicatie-uitingen van de gemeente Haarlem zich kunnen gaan richten. Haarlem streeft naar een stijging in het duurzame gedrag van de Haarlemmers. Nederland en de wereld staan aan de vooravond van de transitie naar een circulaire economie. Haarlemmers kopen en verkopen al gebruikte spullen. Het kopen van seizoensproducten en consuminderen kan men als volgende stap omschrijven. Daarnaast zijn al veel Haarlemmers bezig met het vergroenen van hun leefomgeving, maar vangen ze nog geen water op voor toekomstig gebruik. Hiervoor zal in de toekomst met de aanpak en communicatie van circulaire economie en klimaatadaptatie steeds meer aandacht voor komen.
Haarlem zal de komende jaren met bewustwordingscampagnes aandacht gaan vragen voor de ‘initiatieven’ waarop Haarlemmers nu nog niet aangeven deze toe te passen.
122 1 Algemeen Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
45
In de duurzaamheidsbegroting wordt aangegeven dat er nog geen doelstellingen zijn opgenomen, maar dat dit wel de ambitie is. Kunt u aangeven waarom er nu nog geen doelstellingen zijn opgenomen? Wanneer wordt verwacht dat deze doelstellingen er komen?
Nr
Onderdeel
122
De Routekaart Duurzaamheid bevat de beleidsvisie van de gemeente voor het reduceren van CO2-uitstoot en hoe deze wordt uitgewerkt in doelstellingen en beleid. De feitelijke gevolgen van het geïmplementeerde beleid zullen zichtbaar worden in de duurzaamheidsbegroting. De doorvertaling van de aangescherpte doelstelling uit het Regeerakkoord is opgenomen in de duurzaamheidsbegroting, toegezegd is om begin 2023 inzicht te geven in de maatregelen die benodigd zijn om deze doelstelling te behalen.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
123 1 Algemeen Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
53
In de duurzaamheidsbegroting is aangegeven dat binnen de categorie Werken een grote stijging van elektriciteitsverbruik wordt veroorzaakt door datacenters. Is het bekend of dit toegenomen verbruik (stijging van 155%) gevolgen heeft voor de capaciteit van het net? En zo ja, wat zijn deze gevolgen?
123
Vraag
Pag. 47
Pag. 47
Het is niet bekend wat de gevolgen zijn van het toegenomen verbruik van datacenters op het stroomnet. Het is aannemelijk dat de datacenters invloed hebben op het stroomnet. Op 31 januari 2022 is de Datacenterstrategie Noord-Holland 2022-2024 door de Provinciale Staten vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat enkel nog in de gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon grote datacenters mogen komen. Dit betekent dat er in Haarlem enkel nog kleine datacenters gevestigd kunnen worden, met dus een beperkte stroomvraag. Uiteraard hebben deze ook gevolgen voor het net, maar de gevolgen zullen beperkt zijn.
124 1 Algemeen Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 124
Blz
45
In de duurzaamheidsbegroting wordt verwezen naar de Routekaart duurzaamheid, met een doelstelling van 50% CO2 reductie in 2030. (die verhoogd zal worden naar 60%) Zijn er voor de verschillende transitiepaden tussen nu en 2030 inmiddels tussendoelen opgesteld? En zo ja, wat zijn deze tussendoelen?
Toegezegd is dat in het eerste kwartaal 2023 een actuele doorrekening gemaakt zal worden van de Routekaart Duurzaamheid. Hier zullen de maatregelen in worden opgenomen die benodigd zijn om de aangescherpte doelstelling te bereiken. Er worden geen tussendoelen gesteld. Deze zijn lastig te bepalen, omdat een aantal grote projecten lang lopend zijn zoals de realisatie van warmtenetten. Middels de duurzaamheidsbegroting monitoren we of we op de goede weg zijn richting het doel in 2030.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
125 1 Algemeen Groen Links E. (Eva) de Raadt
32
Kunt u aangeven hoe het gaat met de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed? Welke panden zijn dit jaar aangepakt tegen welke middelen? Welke panden staan in 2023 op de rol?
125
De afdeling Vastgoed heeft toegezegd om jaarlijks de raad te informeren over de voortgang van de verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed. De eerste raadsinformatiebrief is gereed en staat op de agenda van de Commissie Ontwikkeling van november. De raadsinformatiebrief geeft inzicht over wat in 2022 is gedaan en wat er in 2023 en verder gepland staat. Strekking is dat er afgelopen jaar veel voorwerk is gedaan, op korte termijn de verduurzamingsopdrachten worden verstrekt aan SRO die het beheer en onderhoud van onze portefeuille doet vanaf 1 januari 2022. Verder is er gedurende het jaar 'werk met werk' gecombineerd, denk bijvoorbeeld aan de renovatie en vernieuwing van de bibliotheek in het centrum, waar we van een G label naar een B label gaan. Voor meer informatie zie de raadsinformatiebrief in november.
126
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links F. (Floor) Roduner 126
127
116
Het valt ons op dat bij de prestatie-indicatoren van de inwonerspeiling (p.166) het oordeel van de Haarlemmers 7,5 en dat dit tevens de prognose is voor de toekomst. Waarom is dat zo? Hoe kunnen we dit cijfer verhogen? Kan dit ambitieuzer?
De gebiedsgerichte integrale uitvoering van de omgevingsvisie zal leiden tot veranderingen in de directe leefomgeving. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het invoeren van gereguleerd parkeren of de aanleg van een Waternet. Niet alle bewoners zullen dit als positief ervaren. De ambitie dat Haarlemmers hun straat met gemiddeld een 7,5 blijven beoordelen tijdens een periode van veranderingen is ambitieus.
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 127
Pag. 48
117
Gezien de huidige urgentie voor meer investeringen in duurzame energie valt het ons op dat het percentage energielabels van woningen C of hoger in 2023 hetzelfde is als in 2022. Is dit correct? Waarom zijn verwachtte percentages niet hoger?
Van ongeveer de helft van de woningen is het daadwerkelijke energielabel op dit moment nog niet bekend/geldig. Dit betreft voornamelijk woningen met een laag energielabel (label D of lager). Doordat er in de loop van de jaren van meer woningen het (relatief lage) energielabel bekend wordt, is de verwachting dat het percentage woningen met een energielabel C of hoger de komende jaren ongeveer gelijk zal blijven.
Nr
Onderdeel
121
3.8 Paragraaf Duurzaamheidsbegroting Partij voor de Dieren R.H. (Robbert) Berkhout 121
Blz
Vraag
Pag. 49
49
Hoe verhoudt zich het reductie doel van 399 kton CO2 tov de beoogde reductie van 366 kton in de tabel op blz 50? Betekent de 366 kton het maximale wat Haarlem kan gaan reduceren en we daarmee het doel van 399 niet gaan halen? Of gaat de Routekaart aangepast worden om tot de 399 kton reductie te komen?
In de Routekaart Duurzaamheid is begin 2022 een reductie prognose gepresenteerd van 297 kton CO2. Recente ontwikkelingen zoals de bijmengverplichting groen gas en een herziene emissiefactor, hebben invloed op deze eerder gemaakte prognose. Wanneer deze ontwikkeling worden doorgerekend, is de verwachte CO2 reductie 366 kton. De doorrekening van de aangescherpte CO2 reductiedoelstelling laat zien dat Haarlem een reductiedoel heeft van 399 kton. Toegezegd is om begin 2023 met een actuele doorrekening te komen.
49 1 Algemeen PvdA E. (Eva) de Raadt 49
1
Wat zijn de openstaande vacatures per afdeling per heden?
De openstaande vacatures per afdeling (peildatum 30-9-2022) zijn als volgt:
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 50
Nr
Onderdeel
Blz
50
2 Programma 6 Burger, bestuur 297 en veiligheid
Vraag
Pag. 51
Kunt u ten aanzien van de afdeling WABO-vergunningen – gezien de werkdruk aldaar- aangeven hoe de capaciteit was in 2021, 2022 en de geplande capaciteit in 2023 en verder?
PvdA F. (Floor) Roduner 50
In de begroting is totaal 21,56 fte beschikbaar voor vergunningverlening op APV, bijzondere wetten en op de Wabo. Voor de Wabo betreft dit 11 fte en is dit voor 2021, 2022, 2023 en verder eveneens beschikbaar in de begroting. De bezetting van de formatie op peil houden is echter zeer moeilijk. In 2021 was bv van de 8 fte senior specialist gemiddeld 4 fte bezet met vast personeel en 5 personen via inhuur. In 2022 is inmiddels deze bezetting gedaald naar 3 fte vast en 3 senior specialist inhuur. Het vinden van vast personeel neemt nog steeds af en inhuur is steeds moeilijker te vinden en dat heeft geleid tot het inzetten van een arbeidsmarktcampagne in 2021 en heeft medio 2022 geleid tot het starten met een juniorklas om zelf mensen tot vergunningverlener wabo op te leiden, hetgeen uiteraard ook capaciteit vergt van de zittende mensen.
51 1 Algemeen PvdA B. (Bas) van Leeuwen 51
Actieplan fiets uit coalitieakkoord: wanneer wordt dit plan opgesteld en voorgelegd aan de raad?
Het nieuwe actieplan fiets uit het coalitieakkoord is feitelijk het uitvoeringsprogramma behorende bij het nieuwe fietsbeleid. De planning is om het conceptfietsbeleid in januari vrij te geven voor inspraak en op 12 januari 2023 te bespreken in de commissie beheer. Parallel aan de inspraakperiode voor het fietsbeleid stellen wij het uitvoeringsprogramma Actieplan Fiets 2023 op. Planning is om dit plan samen met het definitieve fietsbeleid voor de zomer 2023 in de raad vast te stellen.
52 0 Aanbiedingsbrief PvdA drs. J. (Jos) Wienen D. (Diana) van Loenen 52
1
4
Visie en programmageld nachtcultuur (150k per jaar incidenteel 2023-2026): zijn hier al gesprekken over gestart met stakeholders? Wat is de planning dat de visie beschikbaar is?
Met de Nachtwacht wordt gesproken over de visie en een plan van aanpak. In overleg met de Nachtwacht zal de planning worden bepaald.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
53 0 Aanbiedingsbrief PvdA drs. J. (Jos) Wienen D. (Diana) van Loenen
4
In het verlengde van visie nachtcultuur; op 6 november 2020 is bij de begrotingsbehandeling de motie “24 uur post corona” aangenomen. Inmiddels bijna 2 jaar verder is er geen locatieverkenning aangeboden voor geschikte locaties voor een 24 uurs vergunning. Kunt u uitzetten welke activiteiten er zijn ondernomen om de motie uit te voeren en waarom het niet mogelijk was om in 2 jaar (!) tijd een resultaat voor te leggen aan de raad? Op welke termijn wordt er wél een resultaat aangeboden aan de raad?
53
Pag. 52
Het betreft een meervoudig complex vraagstuk waar meerdere belangen spelen. Dit in samenhang met de coronacrisis heeft dit proces langer laten duren. Het streven is de kaders voor pilot inclusief locatieverkenning begin 2023 te bespreken in de commissie beheer/bestuur.
55 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
1
Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2022 (ad €6,5 miljoen) worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 53
55
Algemeen: er zijn niet veel investeringen die van 2022 (of 2023, 2024 of 2025) naar 2027 of verder zijn uitgesteld. Het gaat vaak om meerjarige investeringen waarbij de verschuivingen ook meerdere jaren betreffen. Een investering die bijvoorbeeld in 2023 of gedeeltelijk in 2023 stond geraamd, kan nu zijn geraamd over de periode 2025-2027. Hoewel dan de hele investering niet meer in 2023 staat geraamd, is het bedrag dat naar 2027 of verder is uitgesteld veel kleiner. Er kan ook sprake zijn van een investering die was geraamd van 2022 t/m 2025, die nu is verschoven naar 2024 t/m 2027. Het bedrag dat eerst in 2022 was geraamd, staat dan nu in 2024 geraamd. Er is daarmee geen investering van 2022 die naar 2027 is uitgesteld, maar wel een verschuiving die leidt tot een resterend investeringsbedrag in de jaarschijf 2027. De bedragen die in de vragen 55 tot en met 69 genoemd worden betreffen overigens de netto verlaging in een bepaald jaar. Sommige investeringen worden verhoogd of vervroegd, sommige investeringen worden juist verder in de tijd geraamd. De genoemde bedragen zijn de saldi van deze tegengestelde bewegingen. Specifiek voor 2022: de volgende investeringen hebben in 2022 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. Nogmaals, dit hoeft geen rechtstreekse verplaatsing van 2022 naar 2027 te zijn.
GOB.77 SOR.20 SOR.21 SOR.22 OR.020
56 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Schalkstad openbare ruimte Lange termijn fietsparkeren bij OV Stationsplein Busverkeer; o.a. knooppunt Buitenrust / Zuid-Oost Herstructurering Stadsstraat Europaweg Wilhelminastraat herinrichting (basis) 1
Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2023 (ad €41 miljoen) worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
56
Algemeen: zie antwoord op vraag 55
Vraag
Pag. 54
Specifiek voor 2023: de volgende investeringen hebben in 2023 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. Dit hoeft geen rechtstreekse verplaatsing van 2023 naar 2027 te zijn. GOB.79 GOB.77 SOR.20 SOR.21 SOR.22 SOR.23 OR.013 OR.018 OR.020 OR.021 57 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Integrale vernieuwing openb.ruimte Zuiderpolder Schalkstad openbare ruimte Lange termijn fietsparkeren bij OV Stationsplein Busverkeer; o.a. knooppunt Buitenrust / Zuid-Oost Herstructurering Stadsstraat Europaweg Dwars door Schalkwijk: Herprofileren Kennedylaan/Belgiëlaan/Floris van Adrichemlaan Waterverbinding Floris van Adrichemlaan (incl Poort van Boerhaave grachtje) Prinsenbrug onderdoorgang Wilhelminastraat herinrichting (basis) Vergroening Oostersingelgracht 1
1. Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2024 (ad €33 miljoen) worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
57
Algemeen: zie antwoord op vraag 55
Vraag
Pag. 55
Specifiek voor 2024: de volgende investeringen hebben in 2024 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. Dit hoeft geen rechtstreekse verplaatsing van 2024 naar 2027 te zijn. GOB.78 IMP.01 ONT.01 GOB.79 IP.MN GOB.77 SOR.20 SOR.21 SOR.22 SOR.23 OR.013 OR.018 OR.020 OR.021 FTS.01 ICT.01 ICT.02 58 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Integrale vernieuwing openb.ruimte Meerwijk (IVORIM) Oostpoort (Impulsaanvraag 1e fase) Bereikbare Steden Integrale vernieuwing openb.ruimte Zuiderpolder Investering maatschappelijk nut (stelpost) Schalkstad openbare ruimte Lange termijn fietsparkeren bij OV Stationsplein Busverkeer; o.a. knooppunt Buitenrust / Zuid-Oost Herstructurering Stadsstraat Europaweg Dwars door Schalkwijk: Herprofileren Kennedylaan/Belgiëlaan/Floris van Adrichemlaan Waterverbinding Floris van Adrichemlaan (incl Poort van Boerhaave grachtje) Prinsenbrug onderdoorgang Wilhelminastraat herinrichting (basis) Vergroening Oostersingelgracht Actieplan Fiets (inc. Groenmarkt) Vervanging en uitbreiding ICT Digitale Transformatie 1
Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2025 (ad €7 miljoen) worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
58
Algemeen: zie antwoord op vraag 55
Vraag
Pag. 56
Specifiek voor 2025: de volgende investeringen hebben in 2025 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. Dit hoeft geen rechtstreekse verplaatsing van 2025 naar 2027 te zijn. GOB.78 IMP.01 IMP.03 ONT.01 63.19 OR.022 SOR.00 SOR.01 OR.018 OR.020 OR.021 PRK.03 59 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Integrale vernieuwing openb.ruimte Meerwijk (IVORIM) Oostpoort (Impulsaanvraag 1e fase) Impulsaanvraag 2e tranche Bereikbare Steden Rioleringen (2023 e.v.) Westergracht spoorovergang (bijdrage) SOR - Duurzame mobiliteit SOR - Water, groen, klimaatadaptatie, ecologie Prinsenbrug onderdoorgang Wilhelminastraat herinrichting (basis) Vergroening Oostersingelgracht Nedtrain parkeeroplossing Spaarnesprong 1
Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2026 worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
59
Algemeen: zie antwoord op vraag 55
Vraag
Pag. 57
Specifiek voor 2026: de volgende investeringen hebben in 2026 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. GOB.73 GOB.78 IMP.01 IMP.03 ONT.01 63.19 DRS.01 OR.002 OR.012 OR.018 OR.019 PRK.03 60 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Bomen in Schalkwijk Integrale vernieuwing openb.ruimte Meerwijk (IVORIM) Oostpoort (Impulsaanvraag 1e fase) Impulsaanvraag 2e tranche Bereikbare Steden Rioleringen (2023 e.v.) Verbetering doorstroming Waarderweg / Vondelweg Reconstructie Nassaulaan Vervanging kade Kinderhuisvest Prinsenbrug onderdoorgang (bijdrage subsidie) Waddenstraat herinrichting bij sloop- / nieuwbouw Nedtrain parkeeroplossing Spaarnesprong 1
Kunt u per uitgestelde investering aangeven in hoeverre de risico’s van achterstallig onderhoud zijn meegenomen?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 58
60
Er is bijna geen sprake van investeringen die veel later beginnen. De meeste investeringen die in de tijd zijn verschoven, zijn meerjarige investeringen die over een langere tijdsperiode zijn uitgestrekt. Daarbij is het verlengen van de uitvoeringsperiode geen financiële of inhoudelijke keuze maar een aanpassing aan een realistische planning; de geraamde investeringsbedragen sluiten nu beter aan op het verwachte feitelijk te realiseren uitvoeringstempo. In de paragraaf kapitaalgoederen staat vermeld dat een deel van het areaal niet voldoet aan het gewenste onderhoudsniveau, maar dat er conform de definitie van de BBV geen sprake is van achterstallig onderhoud. Bij investeringen die de SOR betreffen gaat het om een impuls van herinrichting en daarmee geen (directe) onderhoudsimpuls. Bij investeringen in de OR en GOB gaat het om investeringen waarbij sprake kan zijn van een lager dan gewenst onderhoudsniveau. De verschuivingen in de tijd van de ramingen van investeringen zorgen er niet voor dat er in de praktijk later onderhoud plaats zal vinden, maar zorgt ervoor dat de ramingen beter aansluiten bij de realiteit. Er is meer tijd nodig om “achterstallig” onderhoud in te lopen dan eerder geraamd, maar dit leidt niet tot achterstallig onderhoud conform de BBV.
61 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner 61
Wat is de reden dat de nieuwe investeringen in de stad (p. 39) wel opgevoerd worden in de begroting en de investeringen die vervallen niet opgevoerd worden in de begroting?
De begroting geeft een beeld van welke investeringen (al dan niet aanvullend) opgenomen zijn of worden in het Investeringsplan. Er zijn geen investeringen geschrapt cq vervallen bij de actualisatie het Investeringsplan, wel zijn investeringen realistischer in de tijd geraamd waardoor verschuivingen van investeringen over de jaren hebben plaatsgevonden. Zie ook vraag 55 tot en met 59.
62 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner 62
1
1
In de begroting is een stelpost opgenomen om prijsstijgingen bij investeringen op te kunnen vangen. Bij welke investeringen is het op dit moment al bekend dat er voor de voortgangsrapportage 2023 en/of de Kadernota 2024 gebruik gemaakt moet worden van deze stelpost?
Op dit moment zijn er nog geen concrete investeringen waarvan nu al bekend is dat deze bij de Voortgangsrapportage 2023 en/of de Kadernota 2024 gebruik moeten maken van de stelpost. Bij alle investeringen die nog niet afgerond zijn is er een risico voor hogere prijzen maar bij investeringen waarbij de aanbesteding nog niet is afgerond is er een significant risico op prijsstijgingen. De stelpost kan dienen om de risico’s voor zoveel mogelijk te dekken wanneer deze plaatsvinden. Wanneer concreet is welke prijsstijging er verwacht wordt voor een bepaalde investering volgt verwerking in het eerstvolgende P&C-product.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
63 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
1
Is het mogelijk om bij de autorisatie voor het gebruik van de stelpost om prijsstijgingen bij investeringen op te vangen een grens per investering op te leggen (bijvoorbeeld van maximaal 10%)?
1
In de begroting is een stijging van de rentelasten opgenomen van 1% naar 2,5%. Kunt u aangeven wat de gevolgen voor de begroting zijn van een onverhoopte verdere stijging van de structurele rentelasten (naar 5%, 7,5% en 10%)?
63
Dat is technisch mogelijk.
64 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner 64
Pag. 59
Als de rentelasten voor nieuw aan te trekken leningen toenemen naar percentages van 5%, 7,5% of 10% zijn de gevolgen (de nadelige mutaties) voor de rentelasten in de begroting als volgt: mutaties in 2023 2024 2025 2026 2027 miljoenen 5% 0,7 2,0 2,5 3,0 4,3 7,5%* 0,7 2,5 3,6 4,5 7,2 10%** 0,7 2,5 3,6 4,9 9,0 *:opbouw van 5% in 2023 en 7,5% in 2024 en verder **: opbouw van 5% in 2023, 7,5% in 2024 en 10% in 2025 en verder
65 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen
1
Het minimabeleid wordt vanaf 2023 verruimd van 120% naar 130% van de bijstandsnorm. Kunt u een overzicht geven van alle extra voorzieningen en regelingen waar deze huishoudens een beroep op kunnen doen, inclusief een (inschatting van de) financiële waarde van deze extra voorziening of regeling.
Nr
Onderdeel
65
Op de website van de gemeente staan alle regelingen op de pagina’s https://haarlem.nl/haarlempas en https://haarlem.nl/uitkering-en-regelingenbij-weinig-geld. Hier staan ook de doorverwijzingen naar partners zoals het Jeugdfonds sport en cultuur. In de programmabegroting is voor deze verruiming € 1.455.000 opgenomen.
67 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen 67
1
Vraag
Pag. 60
Kunt u inzichtelijk maken wat de gevolgen zijn van de verhoging van het minimabeleid van 120% naar 130% voor de armoedeval?
De armoedeval wordt kleiner door de verhoging van de inkomensgrens van het minimabeleid naar 130%. Door deze verhoging komen huishoudens die hun inkomen verruimen, bijvoorbeeld door te gaan werken vanuit een bijstandsuitkering, langer in aanmerking voor de regeling van het minimabeleid. Dit stimuleert inwoners om hun inkomen te vergroten. Een verdere verhoging van de inkomensgrens van het minimabeleid zal de armoedeval verder verkleinen.
69 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen 69
Blz
1
Het college stelt voor om overgebleven middelen uit het sociaal programma statushouders over te hevelen naar het budget wet inburgering. Is het budget Wet inburgering te laag gebudgetteerd geweest?
De overgebleven middelen vanuit het sociaal programma statushouders zijn bedoeld om de juridische begeleiding aan statushouders en vluchtelingen de komende jaren te kunnen blijven aanbieden. Juridische begeleiding aan statushouders en vluchtelingen is geen wettelijke taak van de gemeente en is geen gemeentelijke taak in het kader van de Wet inburgering. Voor inwerkingtreding van de nieuwe wet was dit overigens ook al het geval. Afgelopen jaren zijn hier op lokaal niveau middelen voor beschikbaar gesteld. Het Rijk heeft voor de juridische begeleiding aan statushouders geen financiering aan gemeenten beschikbaar gesteld.
70 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen
1
Aangegeven wordt dat het geld ingezet wordt om de inkoop- en subsidierelaties met betrekking tot inburgering op één plek binnen de gemeente te beleggen. Kunt u aangegeven hoe deze €250k daaraan bijdraagt en wat de onderbouwing van dit bedrag is?
Nr
Onderdeel
70
Het account maatschappelijke begeleiding aan statushouders (Vluchtelingenwerk) is per 1 januari 2022 met de komst van de nieuwe Wet inburgering overgegaan van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling naar de afdeling Werk en Inkomen. De reden hiervoor is dat alle contractrelaties in het kader van de Wet inburgering bij de afdeling Werk en Inkomen zijn belegd. Omdat juridische begeleiding geen formeel onderdeel is, maar wel de dienstverlening in het kader van de Wet inburgering raakt, wordt voorgesteld om dit op één plek binnen de gemeente te beleggen. Op basis van het huidige subsidiebedrag aan juridische begeleiding in 2022 (€ 32.000 euro), wordt verondersteld dat deze dienstverlening met de overgebleven middelen in ieder geval tot en met 2029 kan worden gefinancierd.
Nr
Onderdeel
72 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen 72
Vraag
Pag. 61
Blz
Vraag
Pag. 61
1
Kunt aangeven hoeveel statushouders de afgelopen 10 jaren (per jaar) toegewezen zijn aan Haarlem?
Om een volledig beeld van de afgelopen 10 jaar te kunnen geven is de vraag doorgezet naar het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Zij geven aan juiste en volledige informatie te kunnen leveren, maar door drukte waren ze niet in staat dit voor de beantwoordingsdeadline aan te leveren. We zullen de gevraagde informatie zo snel mogelijk nazenden.
73 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen 73
Blz
1
Kunt u aangeven welk percentage van de statushouders in Haarlem werk vindt?
Het percentage statushouders in Haarlem dat betaald werk heeft is 33% (Bron: Divosa benchmark statushouders, peildatum: 31-12-2021). Het gaat om het percentage gehuisveste statushouders tussen de 18 en 65 jaar dat betaald werk heeft. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven in de gemeente. Dat betekent dat er mensen tussen zitten die al een paar jaar in de gemeente wonen, maar ook mensen die er net een paar maanden zijn. Het benchmarkgemiddelde ligt op 32%. 133 gemeenten doen mee aan de benchmark statushouders van Divosa.
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
2
13-9-2022