Beantwoording artikel 32 vragen Actiepartij Afwijking bestemmingsplan beeldbepalende gebouwen
Tekst van het document
Raadsfractie Actiepartij T.a.v. de heer D. van Leeuwen
Ons kenmerk Datum Afdeling Contact Telefoon E-mail
VTH/2025/263402 11 maart 2025 Vergunningen, Toezicht en Handhaving A.F. van Heusden - Verhoef 0235113770 (niet op vrijdag) a.v.heusden@haarlem.nl
Onderwerp: beantwoording artikel 32 vragen Actiepartij Afwijking bestemmingsplan beeldbepalende gebouwen
Geachte heer Van Leeuwen, Op 27 januari 2025 heeft u vragen gesteld ex art. 32 RvO inzake afwijking bestemmingsplan beeldbepalende gebouwen. Met deze brief geven wij antwoord op uw vragen. Hieronder is uw vraag steeds cursief weergegeven waarna het antwoord van het college volgt. Vraag 1 Is het college het met Actiepartij eens dat de zorg voor het behoud van het historisch (beschermd) stadsgezicht een gedeelde verantwoordelijkheid is van college en raad, zowel in juridische zin als in de beleving van inwoners van de stad? Antwoord: Ja. Vraag 2 Is het college het met Actiepartij eens dat de raad, om haar gedeelde verantwoordelijkheid uit te dragen, is geholpen met tijdige informatievoorziening vanuit het college (waaronder bijvoorbeeld een volumestudie, schetsontwerp, cijfermatige kenmerken zoals oppervlakten, -afwijkingen vanbouwhoogte e.d.) bij (voorgenomen) afwijkingen van bestemmingsplannen ten aanzien van beeldbepalende gebouwen in het algemeen, gelegen in het Beschermd Stadsgezicht in het bijzonder? Antwoord: Ja, daar is het college het mee eens.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: VTH/2025/263402 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
1/7
De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het vaststellen van het juridisch kader, waaronder de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en het omgevingsplan. In deze raadsbesluiten wordt de bescherming van het beschermd stadsgezicht geregeld, evenals de bescherming van beeldbepalende panden. Het college is verantwoordelijk voor de vergunningverlening, en voor het afwijken van het omgevingsplan. Daarbij kan de gemeenteraad om advies worden gevraagd over het afwijken van het omgevingsplan. De gemeenteraad heeft in maart 2024 vastgelegd in welke gevallen advies nodig is (zie Beleidsregels van de gemeenteraad van Haarlem over het adviesrecht voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten). Het gaat daarbij om projecten van enige omvang. In de door u in vraag 6 genoemde gevallen gaat het deels om projecten van een dusdanige omvang, dat betrokkenheid van de gemeenteraad is geborgd. Dit gebeurt in beginsel via de verklaring van geen bedenkingen (oud recht) dan wel het adviesrecht (huidig recht). In een aantal gevallen is betrokkenheid van de gemeenteraad geborgd via de verkoopprocedure. Omdat de ontwikkeling van projecten tijdrovend en kostbaar is, is het voor de meeste initiatiefnemers van belang om al (ruim) voor de aanvraag van de omgevingsvergunning te weten of de gemeenteraad in kan stemmen met de plannen.
Veelal is er daarom al sprake van een voortraject via het ruimtelijk planproces waar ook de gemeenteraad bij is betrokken. In die gevallen ziet de gemeenteraad af van het formele adviesrecht, als de aanvraag overeenstemt met het kader dat in het ruimtelijk planproces is vastgesteld. Dit is opgenomen in artikel 2 van bovengenoemd besluit van 28 maart 2024. De betrokkenheid van de gemeenteraad, dan wel de commissie Ontwikkeling (afhankelijk van de te volgen procedure) is dan via het ruimtelijk planproces geborgd. In de overige gevallen vindt bij projecten van enig omvang borging plaats via het adviesrecht van de gemeenteraad. Bij het volgen van deze procedures worden alle documenten overlegd die van belang zijn voor het te nemen besluit. Bij het ruimtelijk planproces gaat het om de documenten die bij het vast te stellen besluit horen, zoals een Programma van Eisen voor de Leefomgeving. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning gaat het om de “goede onderbouwing van de effecten voor de fysieke leefomgeving”, ook wel bekend als GOFLO. De GOFLO vervangt de goede ruimtelijke onderbouwing van voor 1 januari 2024. De omvang en inhoud van de documenten hangt vanzelfsprekend af van de inhoud en de omvang van het project/de aanvraag.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: VTH/2025/263402 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
2/7
Vraag 3 Is het college het met Actiepartij eens dat het huidige stelsel van vergunningverlening voor beeldbepalende gebouwen (met name in het Beschermd Stadsgezicht) de bevoegdheden te eenzijdig heeft ondergebracht bij het college van B&W? Antwoord: Het college deelt dit standpunt niet. De gemeenteraad stelt de kaders via de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, het omgevingsplan en bij projecten van enige omvang via het adviesrecht. In de overige gevallen is sprake van plannen met een dusdanig beperkte omvang, dat geen sprake is van kaderstelling middels vergunningverlening, maar van uitvoering van de gestelde kaders. Gezien de hoeveelheid aanvragen en de termijn waarbinnen een besluit moet volgen (acht weken), is het feitelijk ondoenlijk alle aanvragen voor te leggen aan de raad. Vraag 4 Indien het college ontkennend antwoordt op vraag 3, is het college het met Actiepartij eens dat het college in de uitoefening van de haar toekomende bevoegdheden de raad eerder kan informeren dan nu het geval is, zodat raadsleden in elk geval niet met een informatieachterstand het gesprek met inwoners aangaan? Antwoord: Voorop moet worden gesteld dat het college informatieverstrekking niet altijd in de hand heeft.
De initiatiefnemer dient op basis van de Omgevingswet zo vroeg mogelijk in het proces met de omgeving in gesprek te gaan, bij voorkeur op een moment dat de omgeving nog invloed kan uitoefenen op de planvorming. De participatie kan daardoor op een heel vroeg moment al plaatsvinden, zelfs nog voordat het college is betrokken bij de plannen. Daarnaast bestaat vanuit omwonenden regelmatig ook de wens om betrokken te worden bij plannen voordat er al enig besluit vanuit het college is genomen. College en raad kunnen dan de zorgen vanuit de omgeving meenemen in hun besluitvorming. Het kan ook voorkomen dat eerst kaderstelling vanuit het gemeentebestuur gewenst is, en pas daarna met de omgeving wordt gesproken over de invulling van de kaders. In de meeste projecten vindt participatie plaats voorafgaand aan besluitvorming in het college en de gemeenteraad. Daarna wordt een startnotitie opgesteld, waarin het gemeentebestuur instemt met het project en de kaders hiervoor vaststelt. Soms is het niet te voorkomen dat de gemeenteraad in een laat stadium van de procedure om advies wordt gevraagd, omdat aanvragen mogen worden ingediend zonder dat enig overleg met de gemeente heeft plaatsgevonden. Het plan doorloopt dan de reguliere besluitvormingsprocedure.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: VTH/2025/263402 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
3/7
Er doen zich incidenteel ook situaties voor, waarin de gemeente in het voortraject is betrokken, maar dit voortraject niet heeft geleid tot een bestuurlijk besluit. De gemeenteraad wordt dan pas tijdens de vergunningenprocedure via het adviesrecht bij de besluitvorming betrokken. Wij zijn het met u eens dat in deze gevallen een gestructureerde informatievoorziening van de gemeenteraad in een vroegtijdig stadium de voorkeur heeft. Een voorbeeld vormt V&D. Het voorgenomen plan is in het voortraject gaandeweg gewijzigd. Daarbij zijn raadsleden tussentijds wel op de hoogte gehouden van de plannen, maar terugkijkend op het proces zijn wij van mening dat de informatie te versnipperd met de raad is gedeeld. Het was beter geweest de raad eerder te informeren over de samenhang tussen de diverse besluitvormingsprocessen en de aanpassing van de plannen. Het college zal u in de toekomst bij dergelijke gevoelige plannen dan ook zoveel mogelijk eerder informeren. Ter voorkoming van misverstanden melden wij u nog dat de gemeenteraad de tweede fase nog voor advies krijgt voorgelegd en dus nog betrokken wordt bij de besluitvorming.
Vraag 5 Is het college het met Actiepartij eens dat wanneer de ambtelijke organisatie of het college uitspraken doet in de media met betrekking tot bestaande voornemens tot vergunningverlening in afwijking van het bestemmingsplan, de betreffende raadscommissie hierover (vooraf of gelijktijdig) dient te worden geïnformeerd (zodat raadsleden dit voornemen niet in de krant hoeven te lezen zonder enige context en gemaakte afwegingen)? Antwoord: Het college en de ambtelijke organisatie doen geen uitspraken over een voornemen tot vergunningverlening voordat hierover een besluit openbaar is gemaakt. Bij projecten van enige omvang vindt besluitvorming door het college plaats. Nadat het college een besluit heeft genomen, wordt dit geplaatst op de openbare besluitenlijst. Deze wordt op donderdag na 12.00 uur gepubliceerd en is vanaf dat moment voor iedereen openbaar. Daarnaast worden (ontwerp-) vergunningen in het Gemeenteblad gepubliceerd. Vanaf deze momenten is het besluit openbaar voor iedereen en dus ook voor de media. Het college vindt het daarbij belangrijk dat de journalistiek ook goed bediend wordt en vragen over gepubliceerde collegebesluiten zo snel mogelijk beantwoord worden. Het college heeft daarbij geen invloed over de vertaling van de antwoorden in de media.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: VTH/2025/263402 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
4/7
Vraag 6 Is het college bereid om de gemeenteraad bij een voornemen tot afwijking van het vigerende bestemmingsplan bij beeldbepalende gebouwen (en/of gevoelige dossiers zoals De Koepel, Slachthuis, V&D, Brinkmann, Watermeterfabriek, Oerkap) te betrekken, bijvoorbeeld door dit voornemen (inclusief ingewonnen adviezen van de eigen afdelingen erfgoed en stedenbouw, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit) aan de Commissie Ontwikkeling kenbaar te maken? Antwoord: Voorop moet worden gesteld dat betrokkenheid van de gemeenteraad of de commissie Ontwikkeling voor projecten vaak al is geborgd via het ruimtelijk planproces. In die gevallen waarin het ruimtelijk planproces niet is doorlopen geldt voor projecten van enige omvang het adviesrecht van de gemeenteraad. Tegelijkertijd herkent het college dat de gemeenteraad in die gevallen pas in een laat stadium van de procedure om advies wordt gevraagd. In de beantwoording van vraag 4 is ingegaan op het proces rond de V&D. Hieronder volgt een reactie op de andere voorbeelden: -
Voor de optopping van de Brinkmann met één bouwlaag (niet over het volledige pand) geldt het volgende. De toenmalige stadsbouwmeester heeft vooruitlopend op de verkoop van het pand een onderzoek gedaan naar de optoppingsmogelijkheden voor de Brinkmann en heeft daarbij geconstateerd dat een optopping met maximaal drie bouwlagen mogelijk is op deze plek. Het pand is vervolgens met instemming van de gemeenteraad door de gemeente zelf verkocht.
-
Ook bij de Oerkap gaat het over een gebouw dat door de gemeente is verkocht. Aan de verkoopovereenkomst is een document met de ruimtelijke randvoorwaarden gevoegd. Alhoewel dit document niet expliciet ter besluitvorming aan de gemeenteraad is voorgelegd, is wel de zware voorhangprocedure gevolgd, zodat de commissie Ontwikkeling via die route hierbij is betrokken.
-
De renovatie van de Watermeterfabriek is via een reguliere aanvraag ingediend. Bij de verkoop van het pand is door de gemeente bepaald dat aanpassingen aan het pand alleen zijn toegestaan zonder aantasting van de cultuurhistorische waarden en dat een monumentenvergunning daarvoor vereist is. De gemeente heeft bij verkoop aanpassingen aan het pand daarmee mogelijk geacht. Hier is de lichte voorhangprocedure toegepast.
-
Aan de ontwikkelingen van het Koepelterrein en de omgeving van het slachthuis zijn besluitvormingsprocedures voorafgegaan, waarbij ook de gemeenteraad is betrokken. Het behoud van de monumentale waarden heeft daarbij uitdrukkelijk de aandacht gehad. Dit is ook onderdeel geweest van de besluitvorming.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: VTH/2025/263402 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
5/7
Vraag 7 Is het college bereid de commissie Ontwikkeling een voorstel te doen van een lijst met (categorieën van) bouwwerken in het Beschermd Stadsgezicht waar zij in het geval het voornemen tot afwijking van het bestemmingsplan bestaat, een en ander kenbaar wordt gemaakt aan de raadscommissie? Kan bij dit antwoord worden betrokken of en zo ja hoe vigerende bestemmingsplannen waar het Beschermd Stadsgezicht van kracht is, daartoe dienen te worden aangepast. Antwoord: Deze lijst is al vastgesteld met de vaststelling van het adviesrecht van de gemeenteraad. De wet voorziet niet in andere mogelijkheden om de gemeenteraad bij de vergunningverlening te betrekken. In het omgevingsplan zijn de waarden van het beschermd stadsgezicht vastgelegd. Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning worden deze waarden altijd betrokken, ook als van het omgevingsplan wordt afgeweken. Daarnaast toetst de onafhankelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) elke aanvraag aan de door de gemeenteraad vastgestelde Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Hier zijn de waarden per gebied vastgesteld. Ook hier is dan ook een door de gemeenteraad vastgesteld toetsingskader aanwezig.
Vraag 8 Ziet het college op grond van vraag 6 en 7 mogelijkheden dat door de raad tijdig een zienswijze op (het voornemen tot) vergunningverlening kan worden geformuleerd? Antwoord: De procedure voor vergunningverlening is vastgelegd in de Omgevingswet. Binnen dit stelsel is het niet mogelijk dat de gemeenteraad een zienswijze formuleert over een ingediende aanvraag om omgevingsvergunning. Betrokkenheid van de gemeenteraad is alleen mogelijk middels het adviesrecht. Naast het feit dat een zienswijze formeel niet mogelijk is, moet ook rekening worden gehouden met praktische zaken. Het is nu al lastig om binnen de wettelijke termijn op aanvragen op omgevingsvergunning te beslissen. Als hieraan een extra procedurestap wordt toegevoegd, zal dit veelal leiden tot overschrijding van de beslistermijn, met het risico van het verbeuren van dwangsommen tot gevolg. Daarnaast legt het meer druk op de beperkt beschikbare capaciteit van de afdeling VTH. Tot slot is reces geen rechtsgeldige reden om termijnen te verlengen, zodat ook het bestuurlijk besluitvormingsproces zal moeten worden aangepast.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: VTH/2025/263402 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
6/7
Vraag 9 Ziet het college buiten de hierboven voorgelegde mogelijkheden nog andere mogelijkheden om de gemeenteraad van Haarlem beter te betrekken bij de instandhouding van het Beschermd Stadsgezicht, zodat het voor inwoners en belanghebbenden ook duidelijker wordt hoe de verantwoordelijkheden in het stadsbestuur zijn verdeeld tussen college en raad? Antwoord: Het college is van mening dat de verantwoordelijkheden op de juiste wijze zijn gedeeld en dat dit ook kenbaar is voor inwoners en belanghebbenden. De afwegingen vinden zorgvuldig en waar nodig met betrokkenheid van de gemeenteraad plaats. Voor zover in de afgelopen jaren is geprocedeerd over vergunningverlening in het beschermd stadsgezicht door belangengroeperingen, is het college in het gelijk gesteld en heeft de inhoudelijke belangenafweging de rechterlijke toets doorstaan. Indien de gemeenteraad het adviesrecht wil aanscherpen voor bouwplannen binnen het beschermd stadsgezicht, kan hij het college hiertoe vanzelfsprekend een voorstel doen.
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
mr. C.M. Lenstra
drs. J. Wienen
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: VTH/2025/263402 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
7/7