Beantwoording Art 38 vragen D66 inzake iZoof mbt geheimhouding
Tekst van het document
Gemeente Haarlem
Raadsfractie D66 t.a.v. Tessa van der Windt
Ons kenmerk Datum
CC/2021/286791 1 juni 2021
Afdeling Contact
Concerncontrol M. van Geffen
Telefoon
023-5114312 mvangeffen@haarlem.nl
Onderwerp: Beantwoording Art 38 vragen D66 inzake iZoof (geheimhouding)
Geachte mevrouw Van der Windt, Op 22 april heeft u vragen gesteld ex art. 38 RvO inzake geheimhouding van stukken op grond van
artikel 10 WOB. Met deze brief geven wij antwoord op uw vragen. Hieronder is uw vraag steeds cursief weergegeven waarna het antwoord van het college volgt. Voor een compleet beeld van de context voegen wij uw brief bij deze antwoordbrief. 1.
Bent u het met D66 eens dat wanneer het college geheimhouding op legt op grond van een van de
in artikel 10 lid 2 WOB genoemde gronden, dat het college dan een heldere, gemotiveerde
afweging moet maken tussen enerzijds het belang van openbaarheid en anderzijds het in artikel 10 lid 2 WOB genoemde belang? Zo ja, bent u van plan vanaf nu daadwerkelijk een
belangenafweging te maken bij het geheim verklaren van stukken?
Antwoord: Ja, dat zijn wij met u eens en dat is ook wat gebeurt. Uitgangspunt van de Wob is dat
informatie openbaar is, tenzij. Het college onderbouwt in het voorkomende geval waarom bepaalde belangen, zoals opgenomen in artikel 10, tweede lid van de Wob, bescherming behoeven. Die belangen worden tegen het belang van openbaarheid afgezet. Dat laatste behoeft geen verdere explicitering, maar ligt reeds besloten in genoemd uitgangspunt van de wet.
2. Bent u het met D66 eens dat geheimhouding in beginsel voor een bepaalde periode moet worden
opgelegd en niet bijna per definitie voor onbepaalde tijd?
Antwoord: Ja, dat zijn wij met u eens. Uitgangspunt is dat geheimhouding zo beperkt mogelijk wordt opgelegd, zowel qua omvang als qua duur. Het college probeert dan ook steeds de duur van de opgelegde geheimhouding zoveel mogelijk te beperken tot een bepaalde tijd.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: CC/2021/286791 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
1/5
3. Bent u het met D66 eens dat uit de uitspraak van de ABRS van 10 maart 20211 volgt dat het
college perstuk, en soms per bladzijde, moet overwegen waarom dat stuk/bladzijde/passage
geheimgehouden moet worden in het licht van de belangenafweging?
Antwoord: De Afdeling heeft in deze uitspraak haar vaste rechtspraak van de Afdeling bevestigd dat een bestuursorgaan in beginsel per document of onderdeel van een document moet motiveren op welke grond openbaarmaking achterwege wordt gelaten. Het bestuursorgaan kan daarvan afzien als dat
zou leiden tot herhalingen die geen redelijk doel dienen. 4. Bent u het met D66 eens dat de uitspraak van de ABRS van 10 maart 2021 aanleiding moet geven
tot een herijking van de procedure rondom geheimhouding van stukken, hetgeen ertoe leidt dat het geheimhouding opleggende bestuursorgaan per stuk/bladzijde/passage een gemotiveerde belangenafweging moet maken waarom het recht op geheimhouding in dit geval zwaarder moet
wegen dan het recht op openbaarmaking?
Antwoord: Nee, dat zijn wij niet met u eens. Het college onderschrijft het door de Afdeling gehuldigde uitgangspunt en past dat ook in de praktijk zo toe. Herijking van de procedure rondom geheimhouding is naar de mening van het college dan ook niet noodzakelijk. In de zaak die heeft geleid tot genoemde uitspraak was de inzet van het college om op het principe een uitzondering te mogen maken, vanwege de aard van de documenten. De Afdeling heeft het college hierin ongelijk
gegeven.
Zandvoortse stukken 5. Bent u het met D66 eens dat de economische offinanciële belangen van de gemeente alleen
geschaad kunnen worden wanneer de stukken inzicht geven in de onderhandelingspositie van de
gemeente Haarlem, die ook door een partij die nog niet beschikt over die stukken gebruikt kan worden tegen de gemeente Haarlem? D66 doelt dan op bij voorbeeld stukken met betrekking tot
de onderhandelingspositie van de gemeente Haarlem bij (grond)exploitatieovereenkomsten.
Antwoord: De uitzonderingsgrond - economische of financiële belangen van de gemeente (art. 10. tweede lid onder b Wob) - is aan de orde als de gemeente door het verstrekken van informatie financieel of economisch nadeel kan oplopen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als openbaarmaking de onderhandelingspositie van de gemeente tegenover wederpartijen aantast dan wel wordt verzwakt.
1 https://www.raadvanstate.nI/uitspraken/@124650/201905788-l-a3/
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: CC/2021/286791 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
2/5
Te denken valt inderdaad aan het openbaar maken van grondprijzen, het openbaar maken van een aankoopstrategie van panden, maar ook de uitoefening van aandeelhoudersrechten en (directie)ramingen van kosten voor aanbestedingen.
6. Bent u het met D66 eens dat de nadere invulling van de bedragen waarover verschil van inzicht
bestaat tussen de gemeentes Zandvoort en Haarlem de economische offinanciële belangen van Haarlem (en/of Zandvoort) niet kan schaden, nu zowel Haarlem als Zandvoort geen ambtelijke fusies met andere partijen zijn aangegaan of voornemens zijn aan te gaan?
Antwoord: Zolang er onderhandelingen plaatsvinden of een geschil nog niet is beslecht, is er een belang om bepaalde informatie niet openbaar te maken. 7.
Bent u het met D66 eens dat de door het college geheim verklaarde stukken bij de
adviesaanvraag Zandvoort-Haarlem niet leiden tot een onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van
derden?
Antwoord:
Nee, dat zijn wij niet met u eens. Deze grond is van toepassing in situaties waarin door bekendmaking een of meerdere partijen die bij de bestuurlijke aangelegenheid is betrokken, onevenredig voordeel of nadeel ondervindt. Onder de bij een kwestie betrokken (rechts)personen, zoals bedoeld in deze uitzonderingsgrond in artikel 10, tweede lid van de Wob, kan mede worden verstaan de gemeente zelf. Dat is in dit geval aan de orde. 8. Bent u het met D66 eens dat de stukken met betrekking tot de adviesaanvraag ZandvoortHaarlem derhalve ten onrechte en zonder toereikende belangenafweging, in zijn geheel geheim zijn verklaard? Antwoord:
Nee, dat zijn wij niet met u eens. Zolang er onderhandelingen plaatsvinden of een geschil nog niet is beslecht, is er een belang om bepaalde informatie niet openbaar te maken. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt en naar de mening van het college onverkort van kracht.
iZoof 9. Bent u het met D66 eens dat het college een afweging moet maken tussen het belang van het
openbaar maken van stukken en de belangen van, in dit geval, Spaarnelanden/IZoof
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: CC/2021/286791 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
3/5
Antwoord: Ja, wij zijn dat met u eens, zie mede het antwoord op vraag 1. 10. Bent u het met D66 eens dat de Spaarnelanden bezwaarlijk onevenredig benadeeld kan worden doordat een business case en de bijbehorende bijlagen uit 2019 met de daarbij behorende
stukken, gelet op de inhoud van die business case bekend wordt gemaakt?
Antwoord: Nee, dat zijn wij niet met u eens. Spaarnelanden heeft als vennootschap in een concurrerende markt er belang bij dat informatie uit de businesscase niet openbaar wordt gedeeld, om de redenen die het college aan het besluit tot oplegging van de geheimhouding ten grondslag heeft gelegd.
11. Ben u het met D66 eens dat wanneer het College het standpunt inneemt dat er sprake is van marktfalen (en er dus geen concurrenten zijn) er in het bijzonder geen reden is om die business case en de bijbehorende bijlagen geheim te houden?
Antwoord: Nee, dat zijn wij niet met u eens. Marktfalen is niet gelijk aan een gebrek aan marktactiviteit. Marktfalen is het niet optimaal oplossen van een verdelingsvraagstuk door marktwerking. Door marktfalen wordt de optimale situatie niet bereikt. Marktfalen kan bijvoorbeeld ontstaan doordat externe effecten niet in de prijsvorming worden meegenomen of niet de juiste goederen/diensten levert waar wel een behoefte bestaat. Marktfalen veronderstelt dus niet per definitie een gebrek aan
concurrentie.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: CC/2021/286791 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
4/5
12. Bent u het met D66 eens dat de stukken met betrekking tot iZoof derhalve ten onrechte en zonder toereikende belangenafweging, in zijn geheel geheim zijn verklaard?
Antwoord:
Nee, dat zijn wij niet met u eens. Het college is verantwoordelijk om de belangen die het bedrijf heeft bij de geheimhouding af te wegen tegen het belang van openbaarheid en dat is in dit geval gebeurd. Zoals in het besluit tot oplegging van geheimhouding is gesteld, heeft de businesscase betrekking op de financiële positie, tariefstelling en bedrijfsvoering van iZoof CarSharing. Dit zijn zaken die de onderneming en bedrijfskosten vanuit Spaarnelanden betreffen. Spaarnelanden heeft een gerechtvaardigd belang dat deze informatie niet openbaar beschikbaar wordt gesteld. Het raakt wel degelijk aan de economische en financiële belangen van het bedrijf. Daarnaast raakt het aan de belangen van de gemeente die aandeelhouder is van Spaarnelanden. Volledige openbaarmaking zou tot gevolg kunnen hebben dat Spaarnelanden onevenredig wordt benadeeld, waar eventuele derde partijen een onevenredig voordeel verkrijgen door inzicht te krijgen in hoe de bedrijfsvoering van Spaarnelanden wat betreft iZoof is vormgegeven. Op dat punt is er wel degelijk sprake van concurrentiegevoelige informatie.
Omwille van snelheid is de businesscase overigens integraal onder geheimhouding verstrekt aan de raad, waarbij aangegeven is nog nader te beoordelen of delen openbaar kunnen worden gemaakt. Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders. de secretaris,
de burgemeester,
mr. C.M. Lenstra
drs. J. Wienen
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: CC/2021/286791 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
5/5