B4 Was-Wordt Toelichting 2021 gecorrigeerd
Tekst van het document
Bijlage 4 Was – Wordt overzicht Haarlemse Bomenverordening 2021 - toelichting
Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (laatste concept)
Toelichting 2008/2012
Het belangrijkste motief van de Bomenverordening is de regulering van het vellen van houtopstanden. Daarom voorziet de verordening in een vergunningsplicht hiervoor. Houtopstanden vormen in een compacte stad als Haarlem een schaars goed waarmee zorgvuldig moet worden omgesprongen. Hoog opgaand groen wordt door veel inwoners ervaren als een verrijking van het aanzien van de stad en als een waardevolle afwisseling met de vele bouwwerken en infrastructuur in de stedelijke omgeving. Bovendien hebben bomen een belangrijke ecologische waarde en leveren zij een bijdrage aan een schone lucht en aan de leefbaarheid van de stad. Bij de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) komt de vergunning om te mogen vellen te vallen onder de omgevingsvergunning. De Wabo voorziet in een groot aantal procedurele voorschriften voor de behandeling van een vergunningsaanvraag. De Bomenverordening bevat op deze gebieden dan ook geen eigen bepalingen. Ook de strafbepaling op het overtreden van de bepalingen van de verordening wordt in de Wabo geregeld: deze wijst naar de Wet economische delicten. De Wabo moet dus naast de Bomenverordening worden gehanteerd voor het beoordelen van vergunningsaanvragen.
-
-
Pagina 1 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
a. boom Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. Er wordt voor het kapverbod geen onderscheid gemaakt tussen levende en afgestorven houtopstand. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.
Boom. Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. De minimale diktemaat is de meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. Voor bomen in een particulier in gebruik zijnde achtertuin van meer dan 100 m2 is er voor gekozen de dwarsdoorsnedenmaat van minimaal 20 centimeter te behouden (zie artikel 2 lid 3). De oppervlakte van de tuin wordt gemeten exclusief de oppervlakte van de op het perceel staande opstallen: het onbebouwde oppervlak.
a. Bebouwde kom Wnb In de Wet natuurbescherming, artikel 4.1 sub a is bepaald dat de gemeenteraad de grenzen vaststelt van de bebouwde kom zoals aangegeven in de Wet Natuurbescherming, voorheen de Boswet (hierna: bebouwde kom Wnb). Met de bebouwde kom Wnb wordt een andere begrenzing bedoeld dan de begrenzing in het kader van de Wegenverkeerswet. Het benoemen van de bebouwde kom is noodzakelijk om de bevoegdheid tussen de gemeente en de provincie af te bakenen met betrekking tot (o.a.) het beschermen van bomen en houtopstanden en het mogen afgeven van een omgevingsvergunning met een kapactiviteit (kapvergunningen). Binnen de grens bebouwde kom Wnb is de gemeente het bevoegd gezag. Buiten de bebouwde kom is de provincie het bevoegd gezag wanneer het aantal te vellen bomen en houtopstanden meer bedraagt dan de hoeveelheden die in de Wnb zijn opgenomen. c. Boom Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. Er wordt voor het velverbod geen onderscheid gemaakt tussen levende en afgestorven houtopstand. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar ervoor zorgt dat een gezonde boom doodgaat of `bij vergissing´ een gezonde boom velt. Vellen zal bij afgestorven gewas vrijwel altijd plaatsvinden, omdat dit veelal tot gevaarlijke situaties leidt.
Doordat er een vergunning moet worden aangevraagd voor het vellen wordt herplant verplicht, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet op te leggen. Zo kan worden zorggedragen voor een gezond, levend bomenbestand. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.
Ook voor alle andere bomen blijft de maat van 20 centimeter gehandhaafd. Dit geldt tevens voor onder andere verenigingen van eigenaren, woningbouwverenigingen, projectontwikkelaars e.d.. Enerzijds vanwege het algemeen belang van bomen in openbaar gebied en anderzijds vanwege het waarborgen van inspraakmogelijkheden van belanghebbenden. De betrokkenheid van burgers bij bomen in hun straat is immers groot en indien de gemeente deze gemeentelijke
Pagina 2 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
f. Boomwaarde De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB, p/a Postbus 27, 9000 AA Grou, T 06-28310948, E info@boomtaxateur.nl) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen. g. Bomen Effect Analyse Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de houtopstanden, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De Bomen Effect Analyse (BEA2.0) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven.
h. Bomenstructuur Beleids- en visiedocumenten waarin boomstructuren zijn vastgelegd zijn bv. de Omgevingsvisie, Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR), groenbeleidsplan, groenstructuurplan en het bomenbeleidsplan.
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012 bomen eveneens kapvergunningvrij maakt, kan dit op veel onbegrip stuiten. Monetaire boomwaarde. De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK Apeldoorn, tel. 055-5999449) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.
b. Bomen Effect Analyse Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de houtopstanden, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De Bomen Effect Analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg. -
Pagina 3 van 33
Groentoets. Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De Groentoets is gebaseerd op de bomeneffectanalyse (BEA) van de Bomenstichting. De bomeneffectanalyse is een landelijke richtlijn voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een Groentoets dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg. -
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
j. Gemeentelijke waardevolle bomen Dit zijn door de gemeente aangewezen bomen in gemeentelijk eigendom die zij als zeer waardevol beschouwt en zijn opgenomen in de lijst van beschermwaardige houtopstanden. De bomen moeten, om op de lijst opgenomen te worden aan de volgende voorwaarden voldoen: • Een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde vervullen; of • Een bijzondere historische functie voor de omgeving vervullen, bijvoorbeeld de gedenkbomen; of • Een leeftijd van 50 jaar of ouder heeft bereikt met een levensverwachting van minimaal 10 jaar en beeldbepalend is. Dergelijke bomen mogen alleen geveld worden indien er sprake is van een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang.
d. gemeentelijke waardevolle bomen Dit zijn door de gemeente aangewezen bomen die zij als zeer waardevol beschouwt en zijn opgenomen in de lijst van beschermwaardige houtopstanden. Dergelijke bomen mogen alleen geveld worden indien er sprake is van een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang.
-
Pagina 4 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
m. Houtopstand Het kernbegrip van deze verordening, waar het velverbod en de vergunningplicht op van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan bomen alleen. Boomvormer: een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom. Houtwal: lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit heesters, struiken en boomvormers. (Lint) begroeiing: vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat ’begroeiing" in plaats van beplanting om ook spontaan opgekomen groen bescherming te bieden. Bosplantsoen: aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en boomvormers. Struweel: een begroeiing van hoofdzakelijk soorten heesters en struiken. Haag: een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter.
e. houtopstand Het kernbegrip van deze verordening, waar het kapverbod en de vergunningplicht op van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan bomen alleen. Boomvormer: een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom. Houtwal: lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit heesters, struiken en boomvormers. (Lint) begroeiing: vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat ’begroeiing" in plaats van beplanting om ook spontaan opgekomen groen bescherming te bieden. Bosplantsoen: aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en boomvormers. Struweel: een begroeiing van hoofdzakelijk soorten heesters en struiken. Heg: een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter.
Hoofdbomenstructuur: een houtopstand kan onderdeel uitmaken van de hoofdbomenstructuur, zoals gesteld in het Bomenbeleidsplan. -
Houtopstand. Het kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de
s. Monumentale boom Dit zijn door de gemeente aangewezen bijzondere beschermwaardige bomen die zij als zeer waardevol beschouwt en zijn opgenomen in de lijst van beschermwaardige houtopstanden. Een monumentale boom of houtopstand heeft een leeftijd van 80 jaar of ouder met een levensverwachting van minimaal 10 jaar en die voldoet aan één van de volgende criteria: • beeldbepalend;
Pagina 5 van 33
vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan bomen alleen. Boomvormer. Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom. Bosplantsoen. Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en boomvormers. Struweel. Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken. Dode bomen. Met ‘zowel vitaal als afgestorven’ is bedoeld ook het kappen van dode of bijna dode bomen vergunningplichtig te maken. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of dat hij `bij vergissing´ een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen. -
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021 • cultuurhistorische waarde; • dendrologische waarde; • natuurwaarde of zeldzaamheid. De monumentale bomen betreffen zowel gemeentelijke bomen als die in eigendom van particulieren en overige zaakgerechtigden. t. Particuliere houtopstand Een natuurlijk persoon is een mens in juridische zin, als iemand die drager van rechten en verplichtingen kan zijn. De natuurlijke persoon is de tegenhanger van de rechtspersoon, een organisatie of abstracte entiteit die zelfstandig in het rechtsverkeer kan optreden. u. Vellen Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is. Het kan dan gaan om kappen, of volledig verwijderen, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen als het vellen van bomen als bosbouwkundige ingreep om de groei van andere bomen te bevorderen (dunning) of die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen, om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het in stand houden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunning plichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel vergunning plichtig.
De omschrijving van 'vellen' omvat ook 'het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van houtopstand ten gevolge kunnen hebben'. Bij ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan het onoordeelkundig substantieel snoeien van de kroon of het wortelgestel. Tevens worden deze handelingen onder het begrip vellen gebracht indien toegepast op dode houtopstand. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunning plichtig.
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
-
-
j. vellen Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is. Het kan dan gaan om kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen, om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het in stand houden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Tevens worden deze handelingen onder het begrip vellen gebracht indien toegepast op dode houtopstand. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunningplichtig.
Kappen. Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 30 procent van het kroonvolume, vallen onder kappen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip kappen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunningplichtig.
Pagina 6 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Artikel 2 Velverbod houtopstand 1
2
3
-
Dit verbod is in verschillende opzichten ruimer dan het lijkt. Vellen is meer dan alleen omzagen en houtopstand is meer dan alleen een boom (zie artikel 1). Bomen en andere houtopstanden die zijn aangeplant ter compensatie van gevelde bomen zijn altijd vergunning plichtig. Onder de openbare weg wordt verstaan: de openbare weg als omschreven in de Algemene Plaatselijke Verordening, met uitzondering van brandgangen en besloten garagepleinen.
-
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
Artikel 2 Kapverbod
Artikel 2 Kapverbod
-
-
Dit verbod is in verschillende opzichten ruimer dan het lijkt. Kappen is meer dan alleen omzagen en houtopstand is meer dan alleen een boom (zie artikel 1). -
Lid 3 Houtopstanden in met een doorsnede van minder dan 20 cm op 1,30 meter boven het maaiveld en houtopstanden in bezit van natuurlijke personen op percelen met een totaaloppervlakte van minder dan 160 m2 zijn kapvergunningvrij. Belangrijke uitzondering is indien de desbetreffende boom op de lijst van beschermwaardige bomen staat. Met totaaloppervlakte wordt bedoeld het totale grondoppervlak, inclusief bebouwing. Op deze wijze zijn kleine tuinen uitgezonderd van het kapverbod en wordt de aanwezige houtopstand aan de eigen verantwoordelijkheid van de private eigenaar overgelaten. Bij een perceel van maximaal 160m2 is het tuinoppervlak relatief klein en over het algemeen staan hier houtopstanden waarvoor een kapverbod overbodig is. Grotere tuinen kunnen meer of forsere houtopstanden bergen die een substantiële bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of het gebied. Dergelijke private houtopstanden worden daardoor van algemeen belang geacht en vallen wel onder het kapverbod.
De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot kappen bij gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid 2 Boswet genoemde houtopstand: a. populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; b. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; c. fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed; e. houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en die niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: - ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; - ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen. De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd” bedoelt alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de Memorie van Toelichting op de Boswet te beperken tot bomen met een aantoonbare economisch doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht- of fruitbomen, zijn sierbomen die vruchten dragen dus wel kapvergunningplichtig. Onder het kapverbod valt niet het houden en de economische exploitatie van (vrucht)bomen niet.
Het begrip dunning - velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand is weggelaten, om te voorkomen dat onder het mom van een vergunningsvrije
-
Pagina 7 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012 dunning veel meer wordt weggehaald dan de gemeente bij een normale vergunningsaanvraag zou goedkeuren.
5
In een aantal bijzondere gevallen is voorafgaand aan de vergunning, ongeacht de diameter, een collegebesluit verplicht. Een vergunning is in de lid 2 genoemde gevallen derhalve ook verplicht indien de diameter minder is dan de in artikel 1 sub b genoemde diameter. Verplaatst naar artikel 5 lid 3
Lid 5 In dit lid wordt bepaald wanneer er voor het vellen van gemeentelijke, gemeentelijke waardevolle, gemeentelijke en landelijke monumentale en monumentale bomen in bezit van een natuurlijk persoon een vergunning wordt verleend. Artikel 2 lid 5 is dus ook van toepassing op houtopstanden die in eigendom zijn van projectontwikkelaars en rechtspersonen. In de regel dient er sprake te zijn van een algemeen belang en dus niet van een particulier belang of het belang van enkelingen. Zwaarwegende redenen van maatschappelijk belang kunnen bijvoorbeeld zijn: verbetering van de werkgelegenheid (bijvoorbeeld aanleg van bedrijventerrein), voorzien in woningbehoefte, verbetering van de infrastructuur uit oogpunt van verkeersveiligheid of betere bereikbaarheid, natuurontwikkeling of natuursanering (bij het bereiken van wezenlijke gunstige effecten voor het milieu) of volksgezondheid. Een in een wijk gedragen initiatief voor bijvoorbeeld het verbeteren van de kwaliteit van het groen of het verminderen van de overlast, kan ook een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang zijn. Uit een enquête in de desbetreffende straat moet blijken dat minimaal 70 procent van de respondenten voor het kappen van de houtopstanden is. Er dient een respons te zijn van minimaal 50 procent van de bewoners.
Vervolgens moeten voorafgaand aan een eventuele kapvergunning de alternatieven voor (her)inrichting of aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt. Overlast van de houtopstand of houtopstanden zou tevens een reden kunnen zijn voor het verlenen van een
Pagina 8 van 33
In een aantal bijzondere gevallen is een kapvergunning verplicht, ongeacht de afmeting van de dwarsdoorsnede. Een vergunning is in de lid 2 genoemde gevallen derhalve ook verplicht indien de dwarsdoorsnede minder is dan de in artikel 1 sub b genoemde dwarsdoorsnede. -
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
kapvergunning. Slechts in een beperkt aantal gevallen zal deze overlast zodanig zijn dat dit een reden is om een kapvergunning te verlenen: • indien schade aan bouwwerken ontstaat die redelijkerwijs niet te voorkomen is door andere oplossingen dan rooien van de houtopstand of • er sprake is van ernstige, meervoudige overlast die niet anders te bestrijden is dan door rooien van de houtopstand of houtopstanden. Voorbeelden zijn: beschadiging eigendom door boomwortels, ernstige schaduw (met onderzoek bewezen). Onder overlast wordt niet verstaan: allergieën, bladval, vruchten, bloei, vogelpoep, dood hout, stuifmeel. Hierbij moet tevens gelden dat geen andere bevredigende oplossing mogelijk is ter behoud van de houtopstand. Het college van Burgemeester en Wethouders stelt een onafhankelijke commissie in die mede op basis van dit lid zal adviseren over complexe kapaanvragen.
Verplaatst naar artikel 5 lid 4
Indien het behoud van de houtopstand naar boomdeskundige maatstaven niet langer mogelijk en verantwoord is, kan een vergunning verleend worden. Om te beoordelen of instandhouding niet langer verantwoord is dan wel dat verplaatsing van een houtopstand mag plaatsvinden, dient de aanvrager van de ontheffing een advies te overleggen van een boomtechnisch deskundige. Een houtopstand welke op grond van een VTA-keuring als ‘risicoboom’ is aangemerkt en waar het risico niet kan worden weggenomen door bijvoorbeeld het snoeien van de houtopstand, kan onder dit begrip vallen. Lid 6 Het begrip hinderlijke overlast heeft meerdere betekenissen. In ieder geval wordt onder hinderlijk verstaan: belemmerend, lastig, storend, ergernis verwekkend en irritant of onrechtmatige hinder. Of een eigenschap van een houtopstand hinderlijk is, is subjectief. Ook is niet elke vorm en mate van hinder een reden tot het vellen van de houtopstand. Wat door de één als een ondraaglijke overlast wordt ervaren is voor de ander een redelijke vorm van hinder die geduld moet worden. Normale bladval, vallende eikels, vallende vruchten,
Pagina 9 van 33
-
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken) wilgen- en populieren- of berkenpluizen en enige mate van schaduwwerking zal niet zomaar als onrechtmatige hinder worden beschouwd. Deze overlast zal in beginsel geaccepteerd moeten worden. De Hoge Raad heeft aangegeven dat voor de bepaling van de onrechtmatigheid van hinder moet worden gekeken naar de aard, de duur en de ernst van de overlast in verband met de plaatselijke omstandigheden. De gemeente zal de vermeende hinder afwegen tegen het belang van het voortbestaan van de houtopstand. Er zijn situaties denkbaar dat de overlast van een houtopstand niet door één aspect wordt veroorzaakt maar door meerdere. Waar een enkele vorm van overlast geen argument is om een houtopstand of houtopstanden te kappen, kan een cumulatie wel zodanig zijn dat er sprake is van onrechtmatige hinder en dus de grenzen van hetgeen maatschappelijk nog betamelijk is worden overschreden. Dergelijke situaties kunnen niet in algemeen beleid worden weergegeven. Deze dienen – net als bij de vormen van overlast op zichzelf bekeken - afzonderlijk te worden beoordeeld op basis van redelijkheid en billijkheid. In de afweging wordt tevens betrokken het particuliere belang tegenover het algemeen belang. Een combinatie van vormen van overlast is een argument om houtopstanden te kappen indien er sprake is van situaties welke kunnen worden aangemerkt als onrechtmatig.
Slechts in een beperkt aantal gevallen zal deze overlast zodanig zijn dat dit reden is voor het verlenen van een vergunning voor het kappen van een beschermde houtopstand: • indien schade aan bouwwerken ontstaat die redelijkerwijs niet te voorkomen is door andere oplossingen dan rooien van de houtopstand of • er sprake is van ernstige, meervoudige overlast die niet anders te bestrijden is dan door rooien van de houtopstand of houtopstanden. Voorbeelden zijn: beschadiging eigendom door boomwortels en ernstige schaduw (met onderzoek bewezen). Onder overlast wordt niet verstaan: allergieën, bladval, vruchten, bloei, vogelpoep, dood hout, stuifmeel.
Pagina 10 van 33
Toelichting 2008/2012
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
Hierbij moet tevens gelden dat geen andere bevredigende oplossing mogelijk is. Een vergunning voor meer dan 20 procent snoeien wordt in sommige gevallen wel gegeven. Het college van Burgemeester en Wethouders stelt een onafhankelijke commissie in die mede op basis van dit lid zal adviseren over complexe kapaanvragen.
Artikel 3 Aanwijzingsprocedure beschermwaardige houtopstanden 1
2
Artikel 3 Lijst van beschermwaardige houtopstanden
Artikel 5 Monumentale en waardevolle bomen en bijzondere houtopstand
De lijst met beschermwaardige houtopstanden kan houtopstanden bevatten met een kleinere diameter dan in artikel 1 sub a genoemd. Op deze wijze kan (landschappelijk) waardevolle houtopstand, zoals beeldbepalende Rhododendrons, magnolia’s of klimplanten of een nieuw aangeplante herdenkingsboom met een kleinere diktemaat toch bescherming genieten. Gemeentelijke waardevolle bomen betreft bijvoorbeeld gedenkbomen. De monumentale bomen betreffen zowel gemeentelijke bomen als die in eigendom van particulieren en van overige zaakgerechtigden. Het opstellen van een lijst van beschermwaardige houtopstanden veronderstelt wel een zekere exclusiviteit: een houtopstand dient zich wel in één of meer opzichten duidelijk te onderscheiden, anders heeft de lijst geen bijzondere betekenis. De gemeente kan zelf het initiatief nemen tot plaatsing maar ook de particuliere zakelijk gerechtigde of een derde kan een verzoek doen. Duurzaam behoud van houtopstand op deze lijst heeft een hoge prioriteit. Doorhaling op de lijst zal in de regel alleen voorkomen als de houtopstand verloren is gegaan.
Lid 1 De lijst met monumentale bomen bevat bijzondere beschermwaardige bomen. De lijst met beschermwaardige houtopstanden kan houtopstand bevatten met een kleinere diameter dan in artikel 1 sub a genoemd. Op deze wijze kan (landschappelijk) waardevolle houtopstand, zoals beeldbepalende Rhododendrons, magnolia’s of klimplanten of een nieuw aangeplante herdenkingsboom met een kleinere diktemaat toch bescherming genieten. Duurzaam behoud van houtopstand op deze lijst heeft een hoge prioriteit.
De lijst met monumentale bomen en de lijst met waardevolle bomen bevatten bijzondere beschermwaardige bomen en andere houtopstand. De lijst kan houtopstand bevatten met een kleinere dwarsdoorsnede dan in artikel 1 genoemd. Op deze wijze kan (landschappelijk) waardevolle houtopstand, zoals beeldbepalende Rhododendrons, magnolia´s of klimplanten of een nieuw aangeplante herdenkingsboom met een kleinere diktemaat, toch bescherming genieten.
De lijst bevat de volgende gegevens, inzake de te beschermen monumentale of waardevolle boom: a. redengevende beschrijving: bijvoorbeeld een gedenkboom, of monumentale boom; b. soort boom: bijvoorbeeld een Quercus; c. standplaats: aanduiding van stadplaats/locatie van de boom;
Lid 3 De lijst bevat de volgende gegevens, inzake de te beschermen monumentale of waardevolle boom: a. redengevende beschrijving: bijvoorbeeld een gedenkboom, of monumentale boom. b. soort boom: bijvoorbeeld een Quercus. c. standplaats: locatie van de boom. d. eigendomsgegevens: gemeentelijk of andere eigenaren
Pagina 11 van 33
Duurzaam behoud van houtopstand op de lijst van monumentale bomen heeft een hoge prioriteit. De houtopstand is extra beschermd doordat alleen bij hoge uitzondering een kapvergunning wordt verleend. Verder is het sterk aan te bevelen de monumentale bomen op te nemen in het bestemmingsplan op voorwaarde dat de opname precies uitgewerkt wordt in de bestemmingsplanvoorschriften en de (toekomstige) kroonprojectie zorgvuldig ingetekend wordt op de plankaart. Door het dwingend karakter van het bestemmingsplan zijn deze bomen direct in beeld bij iedere herbestemming. Er kunnen dus geen bouw- en aanlegactiviteiten plaatsvinden zonder dat dit aan de boombestemming getoetst wordt. -
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
3
4
7
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
d.
e. (geschatte) leeftijd van de boom.
eigendomsgegevens: gemeentelijk of andere eigenaren; e. (geschatte) leeftijd van de boom. Afhankelijk van het aantal aanvragen en mutaties wordt de Lijst Beschermwaardige Houtopstanden periodiek geactualiseerd. Duurzaam behoud van beschermde houtopstanden heeft een hoge prioriteit. Dergelijke houtopstanden worden door dit artikel extra beschermd doordat alleen bij hoge uitzondering een vergunning voor vellen wordt verleend. Nieuw ten opzichte van de verordening uit 2012 is dat vanaf het moment dat het bevoegd gezag aan de eigenaar van een houtopstand het voornemen kenbaar maakt die houtopstand te gaan beschermen, er een voorbescherming van kracht wordt. Gemodelleerd naar de voorbescherming zoals die bijvoorbeeld in de Erfgoedverordening is opgenomen, voorkomt dit dat een eigenaar tussen de aankondiging van bescherming en het besluit daartoe de houtopstand zonder gevolgen kan (doen) vellen. Gedurende de procedure wordt een houtopstand behandeld als ware het al een beschermde houtopstand. In het geval een eigenaar van een houtopstand dan overgaat tot het vellen daarvan kan handhavend worden opgetreden en is artikel 12 lid 2 van toepassing. Het enkele feit dat er sprake is van een beschermde houtopstand betekent, zoals hiervoor bij de toelichting op artikel 4 al aangegeven, niet dat deze nimmer geveld zou kunnen worden.
Echter, wanneer het bevoegd gezag vergunning verleent voor het vellen van een beschermde houtopstand betekent dit dat op het moment dat de vergunningverlening onherroepelijk wordt de aanwijzing van rechtswege komt te vervallen. Het algemeen maatschappelijk belang en dus niet van een particulier belang of het belang van enkelingen duidt op datgene dat voor het welzijn van de inwoners in het algemeen nuttig, gewenst of nodig is, naar het oordeel van het college.
Toelichting 2008/2012
-
-
-
-
-
-
Pagina 12 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Artikel 4 Aanvraag 1
2
e omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is in artikel 2.2. eerste lid onder g. van de Wabo aangewezen. De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning staan in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) voorgeschreven. Specifieke indieningsvereisten voor het aanvragen van een omgevingsvergunning tot het vellen van een houtopstand staan opgenomen in Hoofdstuk 7 Mor vermeldt. Aan de motivering worden in deze verordening aanvullende vereisten gesteld, welke tezamen maken dat alle informatie aanwezig is om een goede beoordeling te maken ten aanzien van het verlenen van de omgevingsvergunning. Tezamen met een mogelijke vergunning, ontheffing of vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming -die kan aanhaken bij de omgevingsvergunning- wordt één omgevingsvergunning verleend. Aanvrager kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot een houtopstand. Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële akte kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht, pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand. Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de schriftelijke toestemming voor een aanvraag van de verhuurder, die eigenaar van de houtopstand is, overleggen.
De eigenaar van een houtopstand kan bij (huur)overeenkomst of bij machtiging zijn huurders het recht tot een omgevingsvergunningaanvraag verlenen. Na ontbinding van de huurovereenkomst is de zaak gebonden omgevingsvergunning nog van toepassing op het project. Voorschriften van de omgevingsvergunning dienen dan door de eigenaar van het perceel nagekomen te worden. Bij de aanvraag dienen te worden bijgevoegd: • Een motivering, o waarin de aanvrager haar belang van het vellen aangeeft, waarom dit het belang van het behoud
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
Artikel 4 Aanvraag
Artikel 3 Aanvraag vergunning
De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is in artikel 2.2. eerste lid onder g. van de Wabo aangewezen. De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning staan in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) voorgeschreven. Specifieke indieningsvereisten voor het aanvragen van een omgevingsvergunning tot het vellen van een houtopstand staan opgenomen in Hoofdstuk 7 Mor vermeldt. Buiten deze verplichte indieningsvereisten zijn in artikel 5 van deze verordening aanvullende indieningsvereisten gesteld. De indieningsvereisten tezamen maken dat alle informatie aanwezig is om een goede beoordeling te maken ten aanzien van het verlenen van de omgevingsvergunning. Tezamen met een mogelijke vergunning, ontheffing of vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming -die kan aanhaken bij de omgevingsvergunning- wordt één omgevingsvergunning verleend. Aanvrager kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot een houtopstand. Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële akte kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht, pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand. Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de schriftelijke toestemming voor een kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van de houtopstand is, overleggen.
De eigenaar van een houtopstand kan bij (huur)overeenkomst of bij machtiging zijn huurders het recht tot een omgevingsvergunningaanvraag verlenen. Na ontbinding van de huurovereenkomst is de zaak gebonden omgevingsvergunning nog van toepassing op het project. Voorschriften van de omgevingsvergunning dienen dan door de eigenaar van het perceel nagekomen te worden. -
Een duidelijke situatieschets, op te stellen door de aanvrager, blijkt in de praktijk nodig aangezien men anders een tweede maal de kapvergunning voor een andere houtopstand zou kunnen gebruiken.
Pagina 13 van 33
Met ‘fysiek project’ wordt bedoeld: de bouw en aanleg van werken. De groentoets wordt opgenomen in de nota Richtlijnen Fysieke Projecten.
-
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
•
• • -
-
Artikel 5 Criteria -
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
-
Wanneer door of namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan het college van het college een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als een vergunningsaanvraag.
Artikel 5 Criteria
Artikel 4 Verlenings-, weigerings- en opschortingsgronden
-
Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake een aanvraag tot kappen genoemd moeten worden. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke of gevaarlijke bomen altijd voor vergunning in aanmerking zullen komen. Ervaring leert dat de algemene termen waarin hier genoemde weigeringsgronden gesteld zijn nadere uitwerking behoeven van criteria voor boombelang en verwijderingsbelang. Deze criteria kunnen in een afwegingsmodel worden geplaatst dat als instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd. De beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk verwijzen naar beleidsbesluiten. Ook de door derdebelanghebbenden ingediende zienswijzen moeten meegewogen worden.
van de boom overstijgt en welke alternatieven onderzocht zijn; o bij voorkeur aangevuld met een onderbouwd deskundigenrapport; o een Bomen Effect Analyse (BEA 2.0) indien de aanvraag het vellen van meer dan twee houtopstanden betreft; o een herplantvoorstel, dan wel motivatie waarom herplant niet opgelegd zou hoeven te worden. Een situatieschets, o zodanig gedetailleerd dat misverstanden over de exacte boom en de locatie worden voorkomen; o per boom aangegeven de soort en stamdiameter; Bij voorkeur meerdere foto’s waarop duidelijk te zien is waarom de aanvrager de boom wil vellen; Een machtiging indien de aanvrager niet de eigenaar is.
‘Noodkap’ (lid 7)
Pagina 14 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012 In sommige gevallen zal de gebruikelijke kapvergunningsprocedure niet kunnen worden afgewacht. Het gaat dan om gevallen waarin de procedure voor het aanvragen/verlenen van een kapvergunning niet kan worden afgewacht, omdat er sprake is van grote gevaarzetting. Bijvoorbeeld een boom die dreigt om te vallen of andere vergelijkbare spoedeisende belangen van openbare orde of veiligheid. Hiermee wordt aangesloten bij de bevoegdheden van de Burgemeester op grond van de artikelen 173 en 175 van de Gemeentewet. Van de noodkap zal achteraf – met redenen omkleed – in ieder geval mededeling worden gedaan in een lokaal huis-aanhuisblad. Monumentale boom. Een boom of houtopstand welke is aangemerkt als monumentale boom kan in beginsel niet gekapt worden. Uitzonderingen zijn slechts mogelijk na toestemming van het college. Waardevolle boom. Een boom of houtopstand welke is aangemerkt als waardevolle boom kan in beginsel niet gekapt worden. Uitzonderingen zijn slechts mogelijk na toestemming van het college. Bloedingsziekte paardekastanje Zolang nieuwe onderzoeksresultaten hiertoe geen aanleiding geven, hoeven bomen die zijn aangetast door de kastanjeziekte niet direct te worden gekapt, tenzij deze een gevaar opleveren voor de omgeving.
Het aangetast zijn door deze ziekte, brengt op dit moment dan ook niet automatisch met zich mee dat een kapvergunning verleend zal worden. In geval wegens aantasting wel een kapvergunning verleend wordt, zal in ieder geval als vergunningsvoorschrift worden opgelegd dat het aangetaste kastanjehout in afgesloten containers moet worden vervoerd en vernietigd door een ter zake kundig bedrijf.
Pagina 15 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
1
Elke boom draagt bij aan het karakter van zijn directe omgeving en aan de uitstraling van de stedelijke omgeving als geheel. Naast een beeldbepalende waarde heeft een houtopstand ook waarde vanuit ecologisch en milieuoogpunt en kan er in sommige gevallen sprake zijn van een cultuurhistorische betekenis. Iedere keer zal bij een aanvraag tot vellen van een houtopstand een afweging moeten worden gemaakt van alle betrokken belangen, zowel de belangen tot behoud van de houtopstand als de belangen die de aanleiding voor de aanvraag vormen. De criteria in die in artikel 5 worden genoemd zijn bedoeld om deze afweging zo goed mogelijk te maken. Dit lid bevat de criteria, op grond waarvan een vergunning als bedoeld in artikel 5 lid 4 tot het vellen van een particuliere houtopstand geweigerd wordt. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke of gevaarlijke bomen altijd voor vergunning in aanmerking zullen komen. Ervaring leert dat de algemene termen waarin hier genoemde weigeringsgronden gesteld zijn nadere uitwerking behoeven van criteria voor boombelang en verwijderingsbelang. Deze criteria kunnen in een afwegingsmodel worden geplaatst dat als instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd. De beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk verwijzen naar beleidsbesluiten.
Bij de afweging van alle belangen kan gebruik worden gemaakt van beleidsregels voor de beoordeling van velaanvragen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 3:46 – 3:50 en 4:82 – 4:84) dient de motivering van het besluit van burgemeester en wethouders te verwijzen naar gemeentelijk beleid zoals bestemmings-, groen-, bomen-, of landschapsplannen en bijhorende (beschermings)categorieën en beleidskaarten. De waarden zoals gesteld in artikel 5 lid 2 zullen in het bomenbeleidsplan nader worden uitgewerkt. Daarbij dient opgemerkt te worden dat sinds 26 oktober 2016 een dergelijke motivering niet rauwelijks kan volstaan. Op die datum heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie ECLI:NL:RVS:2016:2840) uitgesproken dat telkens bekeken moet worden of er bijzondere
-
-
Lid 2 Dit lid bevat de criteria, op grond waarvan een vergunning als bedoeld in artikel 2 lid 6 tot het vellen van een houtopstand in een particuliere tuin geweigerd wordt. Stilzwijgend wordt er van uitgegaan dat (te) zieke of gevaarlijke bomen altijd voor vergunning in aanmerking zullen komen. Ervaring leert dat de algemene termen waarin hier genoemde weigeringsgronden gesteld zijn nadere uitwerking behoeven van criteria voor boombelang en verwijderingsbelang. Deze criteria kunnen in een afwegingsmodel worden geplaatst dat als instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd. De beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk verwijzen naar beleidsbesluiten.
-
2
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 3:46 – 3:50 en 4:82 – 4:84) dient de motivering van het besluit van burgemeester en wethouders te verwijzen naar gemeentelijk beleid zoals bestemmings-, groen-, bomen-, of landschapsplannen en bijhorende (beschermings)categorieën en beleidskaarten. De waarden zoals gesteld in artikel 5 lid 2 zullen in het bomenbeleidsplan nader worden uitgewerkt.
Pagina 16 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021 omstandigheden zijn die op zichzelf of in combinatie met elkaar bezien ertoe leiden dat het onverkort volgen van een beleidsregel onevenredig is voor een of meer belanghebbenden ten opzichte van de met die beleidsregel te dienen doelen. Hieruit blijkt dat, ondanks dat de beleidsruimte is ingekleurd in een beleidsregel en daarnaar in principe mag worden verwezen ter motivering, er altijd een extra slag moet worden gemaakt in de vorm van een evenredigheidstoets. Bij de toepassing van de in dit lid genoemde weigeringsgronden houdt het college verder rekening met het bomenbeleidsplan dat is vastgesteld. Natuur- en milieuwaarden Iedere houtopstand heeft natuurwaarde en de algemene zorgplicht van de Wet Natuurbescherming (Wnb) geldt altijd. Aanvrager moet hier rekening mee houden bij het plannen en uitvoeren van het project of werk. Het bevoegd gezag is belegd bij de provincies. Met de inwerkingtreding van de Wnb is het de taak van de gemeente om te controleren of de aanvraag omgevingsvergunning volledig is. De gemeente moet in dat kader toetsen of de aanvrager al dan niet terecht heeft aangegeven of de handeling geen gevolgen heeft voor beschermede soorten of gebieden.
Bij aanvragen omgevingsvergunning kan een ecologische QuickScan noodzakelijk zijn om: 1) te beoordelen of er beschermde soorten in het projectgebied voor komen, welke effecten het project daarop heeft en of daarmee verbodsbepalingen van de Wnb overtreden worden, 2) en (daarmee) te beoordelen of er moet worden aangehaakt bij de Wnb, en/of 3) welke vergunningsvoorwaarden moeten worden verbonden aan de omgevingsvergunning. Deze weigeringsgrond wordt toegepast als de houtopstand levensruimte biedt aan beschermde plant- en/of diersoorten, die aangewezen zijn door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, waaronder vleermuizen, maretak en alle vogels (zie op de internetsite: www.minlnv.nl). Dan wel wanneer het vellen een onevenredig negatief effect zou hebben op de ecologische kwaliteit van het gebied en omgeving. Landschappelijke waarden
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
-
-
-
-
Pagina 17 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021 Een houtopstand kan kenmerkend zijn voor de aanwezige landschapstypen in onze gemeente. Een landschappelijke waardering kan worden toegekend aan een ruimtelijk element (de houtopstand of boom) dat door zijn voorkomen de landschappelijke kwaliteit, de specificiteit en de herkenbaarheid van zijn omgeving verhoogt. Deze bomen bepalen mede het aanzicht van Haarlem of zijn onderdeel van een structuur die belangrijk is voor het karakter van Haarlem of landschap. Beeldbepalende bomen zijn van belang voor de stedenbouwkundige - of landschappelijke samenhang. Het ruimtelijk beleid is erop gericht het beeldbepalend karakter van het element te behouden of te versterken. Hier is een verwijzing naar een groen- bomen- of landschapsplan op zijn plaats. Cultuurhistorische waarden Deze houtopstanden vertellen iets over de geschiedenis van de gemeente of zijn omgeving. Ook bomen die geplant zijn bij een bijzondere gebeurtenis vertegenwoordigen een cultuurhistorische waarde (herdenkings- of herinneringsbomen). Waarden van stads- en dorpsschoon De veelal solitaire bomen en boomgroepen die aanwezig zijn in de wijken fungeren als markante beeldbepalende elementen, die de specifieke identiteit van de verschillende locaties bepalen. Deze beeldbepalende bomen zijn waardevol vanwege de ligging en zijn van belang voor het aanzicht en de identiteit van een gebied.
Deze houtopstanden, die op de langs de weg gelegen tuinen, parken, begraafplaatsen en monumentale eenheden (ensembles) aanwezig zijn, en deels bomen ter markering van bijzondere gebouwen en beelden, zijn vanuit het historisch perspectief gezien van bijzonder groot belang voor de wijk of de stad. Ze hebben een uitstraling die verder reikt dan alleen de locatie en haar directe omgeving. De boom is door zijn leeftijd en of verschijning onvervangbaar voor het karakter van de omgeving en/of van landelijk belang. De beeldbepalendheid is hoger wanneer er meer inwoners zicht op hebben, als de boom op een druk punt staat of in een park dat door vele mensen wordt bezocht. De mate van zichtbaarheid bepaalt ook mede de
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
-
-
-
-
Pagina 18 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021 beeldbepalendheid. Van beide richtingen in een straat verhoogd de beeldbepalendheid. De beeldbepalendheid is vanzelfsprekend ook hoger naarmate er minder andere bomen in de buurt staan. In een straat met weinig bomen kan een boom beeldbepalend zijn, terwijl een vergelijkbare boom in een omgeving met meer bomen minder beeldbepalend zou zijn. Een grote boom is vaak meer beeldbepalend omdat die goed gezien kan worden. Een bijzondere schoonheidswaarde kan worden toegekend voor een boom die bijzonder is vanwege bijzondere vorm, bijzondere kroon, bijzondere bast, afmeting of ander bijzonder kenmerk. Een bijzondere zeldzaamheidswaarde kan voor een boom worden toegekend wanneer de boom zeldzaam is voor Haarlem. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de zeeden; niet bijzonder voor het duingebied, wel voor Haarlem. Een type kroon wat voor de desbetreffende boom weinig voorkomt, of een omvang groter dan gemiddeld voor de soort. Waarden voor recreatie en leefbaarheid Bij het bepalen van de bijdrage aan de leefbaarheid in de straat wordt, net als bij het beoordelen of een beeldbepalende waarde aanwezig is, gekeken of er binnen zicht afstand een vergelijkbare houtopstand aanwezig blijft. Het uitgangspunt bij dit weigeringspunt is, dat bomen een positieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid voor de bewoners in de straat.
Na het vellen van de betreffende houtopstand moet er nog genoeg houtopstand aanwezig zijn om de straat “aan te kleden”. De aankleding van de straat kan ook gerealiseerd worden met gemeentelijke bomen. In een straat waar binnen zichtafstand meerdere gemeentelijke en/of particuliere bomen staan, zal de weigeringsgrond met betrekking tot leefbaarheid in principe voorkomen, maar in een concreet geval kan het bevoegd gezag voldoende aanknopingspunten zien om een aangevraagde vergunning met redenen omkleed af te wijzen. Bij de leefbaarheid gaat het in feite om minder opvallende of aansprekende bomen dan in geval van beeldbepalendheid. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat bomen die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid, op den duur de status ‘beeldbepalend’ krijgen.
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
-
-
Pagina 19 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
3
In dit lid wordt bepaald wanneer er voor het vellen van alle gemeentelijke bomen en alle bomen en houtopstanden die in eigendom zijn van projectontwikkelaars en rechtspersonen een vergunning wordt verleend. Artikel 5 lid 3 is ook van toepassing op monumentale bomen in bezit van een natuurlijke persoon, zie het afwijkend criterium wanneer deze geveld mogen worden in artikel 5 lid 5. Zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang en alternatieven In de regel dient er sprake te zijn van een algemeen belang en dus niet van een particulier belang of het belang van enkelingen. Zwaarwegende redenen van maatschappelijk belang kunnen bijvoorbeeld zijn: verbetering van de werkgelegenheid (bijvoorbeeld aanleg van bedrijventerrein), voorzien in woningbehoefte, verbetering van de infrastructuur uit oogpunt van verkeersveiligheid of betere bereikbaarheid, aanleg van riolering, natuurontwikkeling of natuursanering (bij het bereiken van wezenlijke gunstige effecten voor het milieu), uitbreiding van een ziekenhuis of volksgezondheid. Een in een wijk gedragen initiatief voor bijvoorbeeld het verbeteren van de kwaliteit van het groen of het verminderen van de overlast, kan ook een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang zijn. Uit een enquête in de desbetreffende straat moet blijken dat minimaal 70 procent van de respondenten voor het vellen van de houtopstanden is.
Er dient een respons te zijn van minimaal 50 procent van de bewoners. Vervolgens moeten voorafgaand aan een eventuele vergunning de alternatieven voor (her)inrichting of aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt. Onevenredige overlast Overlast van de houtopstand of houtopstanden zou tevens een reden kunnen zijn voor het verlenen van een vergunning. Overlast kan als onaangenaam worden aangemerkt, maar dat wil niet zeggen dat dit altijd als maatschappelijk onbetamelijk handelen mag worden beschouwd. Volgens het burgerlijk wetboek is niet elke overlast onrechtmatig. Overlast wordt pas onrechtmatig wanneer daardoor de grenzen van hetgeen maatschappelijk nog betamelijk is worden overschreden
Zie artikel 2 Lid 5
-
-
-
Zie artikel 2 Lid 6
-
Pagina 20 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
(art. 5.37 BW). De beoordeling geschiedt op grond van redelijkheid en billijkheid. Met vellen als gevolg van overlast wordt terughoudend omgegaan. Slechts in een beperkt aantal gevallen zal deze overlast zodanig zijn dat dit een reden is om een vergunning te verlenen Enkelvoudige vorm van overlast is over het algemeen geen reden voor verlening van een kapvergunning. Normale bladval, bloei (pluizen, blaadjes), vruchten, dood hout, aanwezigheid van luis (honingdauw), wortels, stuifmeel (hooikoorts) overhangende takken en enige mate van schaduwwerking zal niet zomaar als onrechtmatige hinder worden beschouwd. Deze overlast zal in beginsel geaccepteerd moeten worden. Uit jurisprudentie blijkt dat onvoldoende licht toetreding tot de woning niet als onrechtmatig wordt aangemerkt wanneer het zonlicht een belangrijk deel van de dag toegang heeft tot de gevel. Onvoldoende lichttoetreding in de woning kan in bestaande situaties slechts als argument worden aangemerkt om een boom te vellen indien er sprake is van situaties welke kunnen worden aangemerkt als onrechtmatig. Uit jurisprudentie blijkt dat de aanwezigheid van bomen die een deel van de dag de zon uit de tuin wegnemen niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt. Dit betekent dat niet op elk moment van de dag de zon in de tuin hoeft te schijnen en ook niet elk stuk van de tuin dagelijks door de zon behoeft te worden beschenen.
Onvoldoende lichttoetreding in de achtertuin kan dan ook alleen als argument worden aangemerkt om een boom te vellen indien er sprake is van situaties waarbij gedurende vrijwel de gehele dag de zon niet in de tuin schijnt. Er zijn situaties denkbaar dat overlast van een boom niet door één aspect wordt veroorzaakt maar door meerdere. De Hoge Raad heeft aangegeven dat voor de bepaling van de onrechtmatigheid van hinder moet worden gekeken naar de aard, de duur en de ernst van de overlast in verband met de plaatselijke omstandigheden. Het kan dus voorkomen dat een cumulatie van vormen van overlast wel zodanig zijn dat er sprake is van onrechtmatige hinder en dus de grenzen van hetgeen maatschappelijk nog betamelijk is worden overschreden. Dergelijke situaties
Pagina 21 van 33
Toelichting 2008/2012
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
6
Toelichting 2021 kunnen niet in algemeen beleid worden weergegeven, maar dienen afzonderlijk te worden beoordeeld op basis van redelijkheid en billijkheid, waarbij de gemeente zal de vermeende hinder afwegen tegen het belang van het voortbestaan van de houtopstand. In de afweging wordt tevens betrokken het particuliere belang tegenover het algemeen belang. Een combinatie van vormen van overlast is een argument om houtopstanden te vellen indien er sprake is van situaties welke de grenzen van het maatschappelijk betamelijke overschrijdt en kunnen worden aangemerkt als onrechtmatig. Hierbij moet tevens gelden dat geen andere bevredigende oplossing mogelijk is ter behoud van de houtopstand. Een vergunning voor meer dan 20 procent snoeien wordt in sommige gevallen wel gegeven. Instandhouding niet langer verantwoord Indien het behoud van de houtopstand naar boomdeskundige maatstaven niet langer mogelijk en verantwoord is, kan een vergunning verleend worden. Om te beoordelen of instandhouding niet langer verantwoord is dan wel dat verplaatsing van een houtopstand mag plaatsvinden, dient de aanvrager van de ontheffing een advies te overleggen van een boomtechnisch deskundige. Een houtopstand welke op grond van een VTA-keuring als ‘risicoboom’ is aangemerkt en waar het risico niet kan worden weggenomen door bijvoorbeeld het snoeien van de houtopstand, kan onder dit begrip vallen.
Indien sprake is van gevaarzetting kan met toestemming van de burgemeester direct tot velling worden overgegaan. Het argument gevaarzetting is voorbehouden aan houtopstanden die als gevolg van schade (bijv. stormbliksem of aanrijschade) of aantasting een acuut gevaar vormen voor personen of de omgeving. Ondanks dat de boom in deze gevallen waar spoed geboden is al geveld is, zal achteraf een omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd, waaraan het bevoegd gezag alsnog voorwaarden kan verbinden. De bevoegdheid om op grond van gevaarzetting direct tot het vellen van houtopstand te besluiten behoort toe aan de burgemeester. De burgemeester kan deze bevoegdheid mandateren. Op het besluit van de burgemeester zijn de
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
-
-
-
-
Pagina 22 van 33
Was / wordt overzicht Toelichting Bomenverordening 2021 Artikel
Lid
Toelichting 2021
Toelichting 2019 (ingetrokken)
Toelichting 2008/2012
normale bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, en meer in het bijzonder de bepalingen over beschikkingen, van toepassing. Dit betekent dat het besluit van de burgemeester op papier moet worden gezet en daartegen bezwaar kan worden gemaakt. Indien de boom geen acuut gevaar voor haar omgeving vormt en niet per se direct geveld hoeft te worden (er is geen sprake van zogenaamde noodkap), maar er door bijvoorbeeld een verwachte verslechtering van de stabiliteit van de boom of kroon een spoedeisend belang is omdat een gevaar voor (weg) gebruikers en/of grote kans op schade in de buitenruimte reëel is, kan het College op grond van artikel 6,2 van de Wabo toestemming geven om de boom, waarvoor een vergunning is gevraagd, onmiddellijk te vellen. Het afwachten van de bezwarentermijn is daarbij niet nodig. Voor het vellen van overige houtopstanden die weliswaar symptomen van verval vertonen maar geen acuut gevaar vormen dient een regulier vergunning traject te worden doorlopen.