Artikel 32-vragen PvdA over de btw-verhoging op cultuur
Tekst van het document
Artikel 32-vragen over de btw-verhoging op cultuur In het hoofdlijnenakkoord is een btw-verhoging op cultuur, sport, horeca en media voorgenomen vanaf 2026. Als dit voornemen wordt doorgevoerd zal het voor elke Haarlemmer gevolgen hebben. De btw-verhoging kan als gevolg hebben dat Haarlemmers door hogere prijzen minder gebruik kunnen maken van het culturele aanbod en/of afzien van lidmaatschap van een vereniging. Een aanzienlijk deel van de Haarlemse beroepsbevolking werkt direct of indirect in de cultuursector. We maken ons zorgen of de btw-verhoging er niet voor gaat zorgen dat waardevolle banen verloren gaan en de Haarlemse economie schade doet. De weerbaarheid van onze culturele instellingen en verenigingen komt door de btw-verhoging hoe dan ook onder druk te staan en daarom stellen we de volgende artikel 32-vragen. 1. Is er door de grote en kleine culturele instellingen een eerste inschatting gemaakt van de financiële consequenties? 2. Verwacht het college dat de culturele instellingen overwegend prijzen zullen verhogen of dat er vooral zal worden bezuinigd? 3. Ontstaan er bij de culturele instellingen naar verwachting financiële tekorten als de aangekondigde btw-verhoging doorgaat? 4.
Kan het college recente cijfers overleggen over de omvang van de beroepsbevolking (loondienst en zzp) die direct, dan wel indirect (toelevering, diensten) werkzaam zijn in de culturele sector in Haarlem? 5. Hoe schat het college het risico voor de gemeente Haarlem in als het gaat om subsidies en huurinkomsten? 6. Overweegt het college al om het public affairs-team in te zetten om de btw-verhoging op cultuur tegen te houden of tenminste af te zwakken? Met vriendelijke groet, Dion Heinis & Ienke Verhoeff