Artikel 32 vragen Actiepartij Verplaatsing De Zonnevechter
Tekst van het document
Artikel 32 vragen De Zonnevechter Naar aanleiding van op 11 maart 2025 door het college van B&W vastgestelde Informatienota betre ende “Plan van aanpak verplaatsing De Zonnevechter” heeft Actiepartij de volgende artikel 32 vragen: Contact met de erven of zaakwaarnemer van Arthur Spronken Wij lezen in de informatienota nu: “De erfgenamen worden per brief opnieuw geïnformeerd over de verplaatsing.” In de opinienota uit 2023 lazen wij: “Met de familie is al meerdere malen contact gezocht. De familie is ook middels een brief op de hoogte gebracht over de opinienota met de verschillende scenario’s.” 1.
2.
3. 4.
Heeft het college na bespreking van de opinienota in de raadscommissie d.d. 7 september 2023, in aanloop naar de informatienota van 11 maart 2025, alsnog contact gezocht en gehad met de erven van de kunstenaar, danwel met diens eventuele zaakwaarnemer, over het voornemen tot verplaatsing van het kunstwerk? Zo ja, wat was de strekking van hetgeen besproken en hoe luidt het standpunt van de erven/zaakwaarnemer met betrekking tot verplaatsing? Als in aanloop naar de opinienota in 2023 schriftelijke correspondentie is gevoerd, ontvangen wij graag een afschrift. Zo nee, waarom is dit contact er niet geweest? Is het college het met Actiepartij eens dat het standpunt van de erven / zaakwaarnemer moet worden meegewogen bij een eventueel besluit tot verplaatsing?
Consultatie kunstwereld Het college geeft aan dat het kunstwerk wordt verplaatst “om het beter tot zijn recht te laten komen in het water, zoals de kunstenaar het oorspronkelijk had bedoeld.” Actiepartij heeft de indruk dat de bedoelingen van de kunstenaar EN de opdrachtgever, gemeente Haarlem, toch anders waren: er was immers geen kunstwerk besteld voor in een plas water, de kunstenaar kreeg destijds toch opdracht om een beeldhouwwerk te maken dat past bij De Grote Markt. Omdat de Grote Markt in de Middeleeuwen dienst deed als toernooiveld, maakte de kunstenaar naar verluidt De Zonnevechter, die op voordracht van de toenmalig directeur moderne kunsten van het Frans Hals Museum de opdracht zou hebben gekregen. 5. 6. 7. 8.
9.
Is het college het met Actiepartij eens dat opdrachtverlening en -aanvaarding primair was gericht op realisatie van een kunstwerk voor de Grote Markt (dus niet voor een waterpartij)? Is het besluit tot verplaatsing ter toetsing voorgelegd aan kunsthistorici, vertegenwoordigers van Frans Hals Museum en/of vertegenwoordigers uit de bredere kunst- en museumwereld? Zo ja, wie zijn geconsulteerd? Wat was hun advies? Zo nee, is het college het met Actiepartij eens dat een brede consultatie in de kunstwereld een minimaal vereiste is om te beoordelen of verplaatsing van een kunstwerk van een overleden kunstenaar recht doet aan (de bedoelingen achter) het kunstwerk, alsmede om de betekenis van het kunstwerk in de huidige tijd te duiden? Mocht er geen contact mogelijk zijn geweest met de erven, noch met een eventuele zaakwaarnemer, is het college het met Actiepartij eens dat een consultatie in de kunstwereld een waardevolle, zelfs noodzakelijke stap is om tot een betere, geobjectiveerde besluitvorming te komen?
Rechtszaken Er zijn in het verleden meerdere rechtszaken gevoerd tussen gemeente Haarlem en de kunstenaar, aangaande de verplaatsing van het kunstwerk. Deze rechtszaken zijn door gemeente Haarlem verloren. 10. Wat waren naar inzicht van het college de toenmalige juridische blokkades ten aanzien van de wens om het kunstwerk te verplaatsen en in hoeverre doen die juridische blokkades vandaag de dag niet nog steeds ter zake? Graag ontvangen wij afschriften van de diverse gerechtelijke uitspraken in de zaken tussen gemeente Haarlem en de heer Spronken. 11. Is het college het met Actiepartij eens dat, de eerdere verloren rechtszaken in ogenschouw nemende, een besluit tot verplaatsing juridisch zeer delicaat is en niet kan worden genomen zonder een stevige juridische onderbouwing? 12. Wat maakt dat het college van oordeel is dat verplaatsing nu wel haalbaar is en, ten opzichte van eerdere rechtszaken, welke nieuwe juridische inzichten heeft zij daarbij? 13. Is er juridisch advies ingewonnen, bijvoorbeeld bij de stadsadvocaat? Zo ja, zien wij graag een afschrift van dit advies (alsmede de door gemeente bij opdrachtverlening gestelde juridische vragen). Zo nee, waarom is dit besluit zonder extern juridisch advies genomen? 14.
Indien er van de zijde van de erven / zaakwaarnemer geen contact mogelijk is geweest, acht het college het aannemelijk dat dat het gevolg kan zijn van de herhaalde rechtszaken die in het verleden zijn gevoerd? (Met andere woorden: zouden de erven misschien hun vertrouwen in gemeente Haarlem kunnen zijn verloren, wellicht proces-moe zijn?) 15. Mocht het tot een rechtszaak komen, is dan de gemeenteraad of het college hierin partij? Bestuurlijke besluitvorming 16. Klopt het dat het besluit tot opdrachtverlening (aan de kunstenaar) alsmede plaatsing van zijn kunstwerk op De Grote Markt een besluit is geweest van de toenmalige gemeenteraad? 17. Is het college het met Actiepartij eens dat een besluit tot verplaatsing op grond van alleen een bij de Kadernota te nemen besluit over de financiële aspecten à 146.000 euro bestuurlijk onvolledig en onverantwoord is, want voorbij gaat aan juridische, kunsthistorische, praktische en overige aspecten van een eventuele verplaatsing? 18. Is het college het met Actiepartij eens dat een besluit tot verplaatsing op grond van een daaraan vooraf uitgesproken voorkeur door de meerderheid van de raadscommissie in 2023 bestuurlijk onvolkomen is, aangezien niet een raadscommissie maar uiteindelijk de gemeenteraad hierover in de volle breedte dient te beslissen? 19.
Is het college het met Actiepartij eens dat een besluit tot verplaatsing niet mogelijk is zonder dat de raad zich naast de financiële aspecten, tevens kan vergewissen van de juridische, praktische, kunsthistorische en eventueel overige aspecten? 20. Wat zijn de overwegingen van het college om de gemeenteraad niet een separaat raadsbesluit te laten nemen waarin de raad niet alleen kennis van maar ook verantwoording voor de juridische, kunsthistorische, praktische en eventuele overige aspecten van de verplaatsing neemt, waarna vervolgens bij de Kadernota dit raadsbesluit alleen nog financieel behoeft te worden bekrachtigd? 21. Is het college bereid langs de lijnen als in deze vragen aan de orde gekomen, alsnog een separaat, volwaardig raadsbesluit voor te bereiden met inbegrip van naast de financiële, tevens de juridische, kunsthistorische, praktische en eventueel overige aspecten? Wij zien uw antwoorden met belangstelling tegemoet, Actiepartij, Danny van Leeuwen