AANGEPAST Bijlage 2 Was wordt tabel bij wijzigingsverordening Reglement van Orde verordening Raadscommissies en verordening Rechtspositie Raads- en commissieleden
Tekst van het document
Was/ wordt tabel bij de Verordening tot wijziging van het Reglement van Orde van de raad van Haarlem voor vergaderingen en werkzaamheden van de raad 2022 en van de Verordening op de raadscommissies gemeente Haarlem 2022 Reglement van Orde van Haarlem voor vergaderingen en werkzaamheden van de raad 2022 Huidige tekst artikel 6
Nieuwe tekst artikel 6
1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit fractievoorzitters. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en vraagt van de kandidaatwethouder een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
1. Bij de benoeming van een wethouder wijst de raad het seniorenconvent aan als orgaan dat het onderzoek verricht als bedoeld in dit artikel. 2. Het seniorenconvent onderzoekt of de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en verzoekt de kandidaat-wethouder een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen. De VOG mag op het moment van overlegging niet ouder zijn dan drie maanden. 3. De burgemeester geeft voorafgaand aan de benoeming tot wethouder opdracht tot het uitvoeren van een risicoanalyse integriteit. De burgemeester en kandidaat nemen kennis van de uitkomsten van de risicoanalyse. De uitkomsten van de risicoanalyse worden door de burgemeester met de kandidaatwethouder besproken. 4. De burgemeester verstrekt, onder geheimhouding, de risicoanalyse en de uitkomsten daarvan aan het seniorenconvent. 5. Het seniorenconvent betrekt in haar onderzoek de uitkomsten van de risicoanalyse integriteit en brengt na haar onderzoek verslag en advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Als het seniorenconvent niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 6. Ten behoeve van de openbare behandeling van de benoeming worden uitsluitend de in de risicoanalyse opgenomen beheersmaatregelen en aandachtspunten openbaar gemaakt.
Daarbij worden persoonsgegevens weggelaten, met uitzondering van de naam van de kandidaat wethouder. Persoonsgegevens
3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.
1
van derden, waaronder in ieder geval partner, kinderen, overige familieleden en andere personen uit het netwerk van de kandidaat-wethouder, worden niet openbaar gemaakt en waar nodig geanonimiseerd of geabstraheerd. Tevens worden passages weggelaten die op grond van de Wet open overheid en de Algemene verordening gegevensbescherming niet openbaar mogen worden gemaakt. Huidige tekst artikel 7 1. De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Als onder een lijstnummer slechts één raadslid is verkozen, dan wordt dit raadslid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
Nieuwe tekst artikel 7 1. De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Als onder een lijstnummer slechts één raadslid is verkozen, dan wordt dit raadslid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.
2. Een fractie voert in de raad de aanduiding die boven de kandidatenlijst was geplaatst waarmee de fractie is gekozen. Indien boven die kandidatenlijst geen aanduiding was geplaatst of indien de fractie unaniem besloten heeft een andere naam te voeren dan de aanduiding waarmee is deelgenomen aan de verkiezingen, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad of in de eerstvolgende raadsvergadering na het fractiebesluit tot wijziging van de naam van de fractie aan de voorzitter mee welke naam zij in de raad voert.
3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
4. a. Indien: één of meer raadsleden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; of
4. Indien:
twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; of
a. één of meer raadsleden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; of b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; of
één of meer raadsleden van een 2
fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
c. één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
b. Met de onder a. beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
5. Een nieuwe of gewijzigde naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid van de Kieswet. Het voldoen aan de genoemde eisen van de Kieswet is ter beoordeling van de voorzitter. 6. Na schriftelijke mededeling als bedoeld in het vierde lid en nadat de voorzitter heeft vastgesteld dat een nieuwe of gewijzigde naam voldoet aan de eisen, bedoeld in het vijfde lid, wordt met de veranderde situatie rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad.
bestaande tekst artikel 17, eerste lid 1. Nadat de beraadslaging over een voorstel is gesloten, vraagt de voorzitter of zij een stemming verlangen. Een stemming geschiedt door middel van een elektronisch stemsysteem of door handopsteken. Als er geen stemming is gewenst, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel met algemene stemmen is aangenomen.
nieuwe tekst artikel 17, eerste lid 1. Nadat de beraadslaging over een voorstel is gesloten, vraagt de voorzitter of zij een stemming verlangen. Een stemming geschiedt door middel van een elektronisch stemsysteem. Wanneer elektronisch stemmen naar het oordeel van de voorzitter niet mogelijk is, omdat het stemsysteem niet goed functioneert of tot onredelijk oponthoud leidt, of indien een raadslid daarom verzoekt, geschiedt de stemming bij handopsteken. Daarbij vraagt de voorzitter eerst aan de raadsleden die vóór het voorstel zijn de hand op te steken en vervolgens aan de raadsleden die tegen het voorstel zijn de hand op te steken.
bestaande tekst artikel 21 opschrift, derde en vierde lid Artikel 21 Ingekomen stukken
nieuwe tekst artikel 21 opschrift, derde en vierde lid Artikel 21 Ingekomen stukken en agenderingsverzoeken 3. Het verzoek tot wijziging van de
3. Het verzoek tot wijziging van de
3
afdoeningscategorie moet uiterlijk 24 uur voor de vergadering bij de voorzitter via de griffier zijn ingediend. In geval het een verzoek tot agendering van een ingekomen stuk betreft, dient een agenderingsformulier te worden ingevuld. 4. Het agenderingsformulier wordt toegevoegd aan de agenda bij het agendapunt ‘Ingekomen stukken’.
5. Bij de behandeling van het agendapunt ‘Ingekomen stukken’ stelt de raad op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. De voorzitter betrekt daarbij of door de raad een verzoek tot wijziging van de afdoeningscategorie van een of meer stukken van de Lijst ingekomen stukken wordt ingewilligd.
afdoeningscategorie moet uiterlijk 24 uur voor de vergadering bij de voorzitter via de griffier zijn ingediend.
4. Elk raadslid kan een verzoek doen om een stuk van de lijst ‘Ingekomen stukken’ te agenderen in een commissie. Het agenderingsformulier wordt toegevoegd aan de agenda bij het agendapunt ‘Ingekomen stukken’. 5. Bij de behandeling van het agendapunt ‘Ingekomen stukken’ stelt de raad op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. De voorzitter betrekt daarbij of door de raad een verzoek tot agendering of wijziging van de afdoeningscategorie van een of meer stukken van de Lijst ingekomen stukken wordt ingewilligd.
bestaande tekst artikel 28, eerste lid 1. Ieder raadslid kan ter vergadering een motie indienen.
nieuwe tekst artikel 28, eerste lid 1. Ieder raadslid kan ter vergadering een motie indienen. De eerste ondertekenaar kan de motie wijzigen of intrekken totdat erover is gestemd.
Bestaande tekst artikel 33a -
nieuwe tekst artikel 33a Artikel 33a Technische vragen 1. Raads- en commissieleden kunnen technische of verduidelijkende vragen stellen. 2. Onder technische of verduidelijkende vragen worden verstaan informatieve vragen over feiten, omstandigheden, de uitleg daarvan of de feitelijke gevolgen van beleid(svoornemen), voor zover deze verduidelijking bijdraagt aan de politieke menings- en besluitvorming. 3. Technische vragen worden schriftelijk ingediend bij de griffie of via het op de nota vermelde e mailadres. 4. Technische vragen worden binnen 5 werkdagen schriftelijk beantwoord door of namens de ambtelijke organisatie. Indien deze termijn niet wordt gehaald, stuurt de ambtelijke organisatie een tussenbericht met een toelichting op de vertraging.
4
Bestaande tekst artikel 34, tweede lid 2. Het raadslid of commissielid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt de vraag of vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter via de griffier worden gedaan. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college dan wel de burgemeester worden gebracht en worden gepubliceerd op de website.
Nieuwe tekst artikel 34, tweede lid 2. Het raadslid of commissielid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt de vraag of vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan met gebruikmaking van het daarvoor voorgeschreven format. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter via de griffier worden gedaan. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college dan wel de burgemeester worden gebracht en worden gepubliceerd op de website.
Bestaande tekst artikel 34a 1. Voorafgaand aan elke raadsvergadering kunnen burgers het woord voeren over onderwerpen die niet op de agenda staan van een raadscommissie. De behandeling van het “Inspreekuur voor burgers” is in beginsel gebonden aan een tijdslimiet van 60 minuten.
Nieuwe tekst artikel 34a 1. Voorafgaand aan elke raadsvergadering kunnen burgers het woord voeren over onderwerpen die niet zijn of worden besproken in de commissievergaderingen voorafgaand aan of aansluitend aan de raadsvergadering. De behandeling van het “Inspreekuur voor burgers” is in beginsel gebonden aan een tijdslimiet van 60 minuten.
2. Een verzoek om in te spreken, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt alleen in behandeling genomen als dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van het Inspreekuur burgers bij de griffier is ingediend onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3. Het Inspreekuur burgers wordt voorgezeten door een lid van het presidium.
4. De voorzitter van het Inspreekuur burgers kan besluiten, na hiertoe overleg te hebben gevoerd met het presidium, dat een verzoek om in te spreken wordt afgewezen. 5. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van het Inspreekuur burgers.
2. Een verzoek om in te spreken, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt alleen in behandeling genomen als dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van het Inspreekuur burgers bij de griffier is ingediend onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3. Het Inspreekuur burgers wordt voorgezeten door de plaatsvervangend voorzitter van de raad en in zijn of haar afwezigheid een ander lid van het presidium. 4. De voorzitter van het Inspreekuur burgers kan besluiten, na hiertoe overleg te hebben gevoerd met het presidium, dat een verzoek om in te spreken wordt afgewezen. 5. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van het Inspreekuur burgers. 5
6. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de aan het Inspreekuur burgers deelnemende raads- en commissieleden toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers aan het Inspreekuur burgers. 7. Op basis van de inbreng van de inspreker kan de voorzitter of een raads- of commissielid een voorstel doen om het onderwerp te agenderen bij een raadscommissie voor verdere behandeling.
6. Insprekers spreken in de Nederlandse taal in. Indien een inspreker de Nederlandse taal niet beheerst, wordt hij of zij vertegenwoordigd door een door hem of haar zelf aangewezen tolk, die namens de inspreker het woord voert.
7. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de aan het Inspreekuur burgers deelnemende raads- en commissieleden toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers aan het Inspreekuur burgers. 8. Op basis van de inbreng van de inspreker kan de voorzitter of een raads- of commissielid een voorstel doen om het onderwerp te agenderen bij een raadscommissie voor verdere behandeling.
6
Verordening op de raadscommissies gemeente Haarlem 2022 Bestaande tekst artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: -
college: het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 34 van de Gemeentewet;
-
commissie: raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet;
-
commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
-
commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
-
commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
-
griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
-
interruptie: een onderbreking van de spreker, toegestaan door de voorzitter
-
presidium: het door de raad ingestelde orgaan dat de commissie-, raadsvergaderingen en andere raadsbijeenkomsten procesmatig voorbereidt;
-
wet: Gemeentewet.
Bestaande tekst artikel 4 1. De commissies kennen geen vaste leden. Alle leden van de raad zijn lid van de commissies. 2. De raad benoemt uit zijn midden de commissievoorzitters en hun plaatsvervangers. 3. Per fractie is bij elke aan de orde zijnde onderwerp één woordvoerder. 4. Een eenpersoonsfractie kan maximaal drie commissieleden niet-raadsleden ter benoeming aan de raad voordragen. Andere fracties kunnen maximaal twee commissieleden niet-raadsleden ter benoeming aan de raad voordragen. Voor benoeming als commissielid moet de naam
Nieuwe tekst artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 34 van de Gemeentewet; - commissie: raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissielid: lid van een raadscommissie; - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - interruptie: een onderbreking van de spreker, toegestaan door de voorzitter - presidium: het door de raad ingestelde orgaan dat de commissie-, raadsvergaderingen en andere raadsbijeenkomsten procesmatig voorbereidt; - wet: Gemeentewet; - woordvoerder: een commissielid dat namens zijn of haar fractie het woord voert.
Nieuwe tekst artikel 4 1. De commissies kennen geen vaste leden. Alle leden van de raad zijn lid van de commissies. Daarnaast kan de raad, met inachtneming van het zesde lid, nietraadsleden tot commissielid benoemen. 2. De raad benoemt uit zijn midden de commissievoorzitters en hun plaatsvervangers. 3. Per fractie is bij elke aan de orde zijnde onderwerp één woordvoerder. 4. Bij een agendapunt mogen per fractie gelijktijdig ten hoogste twee woordvoerders aan de vergadering deelnemen, ongeacht of het een raadslid dan wel een commissielid betreft. 7
5.
6.
7.
8.
van een niet-raadslid voorkomen op de lijst van kandidaten voor de laatstgehouden raadsverkiezingen, voor de partij die zitting heeft in de raad en het niet-raadslid voordraagt voor benoeming. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn, met dien verstande dat de woorden “achttien jaar” uit artikel 10 worden gelezen als “zestien jaar”. Op het onderzoek van de geloofsbrieven van commissieleden die geen raadslid zijn, is het bepaalde in artikel 5 van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Haarlem 2022 van overeenkomstige toepassing. Dit onderzoek heeft betrekking op dezelfde bescheiden als in het geval van raadsleden, met uitzondering van de in artikel V.1, eerste lid, van de Kieswet bedoelde kennisgeving. Alvorens zijn functie te aanvaarden legt het lid, niet zijnde een raadslid, in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet. De commissieleden niet-raadsleden worden voor de duur van de raadsperiode benoemd.
Bestaande tekst artikel 7, tweede lid 2. De commissievoorzitter zendt de
5. Indien twee raadscommissies gelijktijdig dan wel gezamenlijk over hetzelfde onderwerp vergaderen, kan de fractie per commissie één woordvoerder aanwijzen. Beide woordvoerders kunnen het woord voeren, ieder vanuit het perspectief van de eigen commissie, met dien verstande dat per fractie gelijktijdig ten hoogste twee woordvoerders aan de vergadering deelnemen. 6. Een eenpersoonsfractie kan maximaal drie commissieleden niet-raadsleden ter benoeming aan de raad voordragen. Andere fracties kunnen maximaal twee commissieleden niet-raadsleden ter benoeming aan de raad voordragen. Voor benoeming als commissielid moet de naam van een niet-raadslid voorkomen op de lijst van kandidaten voor de laatstgehouden raadsverkiezingen, voor de partij die zitting heeft in de raad en het niet-raadslid voordraagt voor benoeming. 7. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn, met dien verstande dat de woorden “achttien jaar” uit artikel 10 worden gelezen als “zestien jaar”. 8. Op het onderzoek van de geloofsbrieven van commissieleden die geen raadslid zijn, is het bepaalde in artikel 5 van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Haarlem 2022 van overeenkomstige toepassing.
Dit onderzoek heeft betrekking op dezelfde bescheiden als in het geval van raadsleden, met uitzondering van de in artikel V.1, eerste lid, van de Kieswet bedoelde kennisgeving. 9. Alvorens zijn functie te aanvaarden legt het lid, niet zijnde een raadslid, in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet. 10. De commissieleden niet-raadsleden worden voor de duur van de raadsperiode benoemd. Nieuwe tekst artikel 7, tweede lid 2. De commissievoorzitter zendt de 8
commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, door middel van een bekendmaking op de gemeentelijke website op de maandag de week voorafgaande aan de vergadering.
commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, door middel van een bekendmaking op de gemeentelijke website ten minste tien dagen voorafgaande aan de vergadering.
Bestaande tekst artikel 9b, eerste lid Artikel 9b Ter kennisnamelijst 1. Elk raadslid of commissielid kan een verzoek doen om een stuk van de ter kennisnamelijst te agenderen.
Nieuwe tekst artikel 9b, eerste lid Artikel 9b Verzoek tot agendering 1. Elk raadslid of commissielid kan een verzoek doen om een onderwerp of een stuk van de ter kennisnamelijst te agenderen.
Bestaande tekst artikel 10a -
Nieuwe tekst artikel 10a Artikel 10a Vergoeding commissieleden 1. Aan een commissielid dat niet tevens raadslid is, wordt op grond van artikel 3.4.2, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers een verhoogde vergoeding van 30% per bijgewoonde vergadering toegekend bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid. 2. De vergoeding wordt maandelijks achteraf uitbetaald op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen, blijkend uit de presentielijst als bedoeld in artikel 10.
Bestaande tekst artikel 11, eerste lid 1. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de commissie vastgesteld. De commissie beslist bij de vaststelling van de agenda of een verzoek tot agendering van een of meer stukken van de ter kennisnamelijst, zoals genoemd in artikel 9a, wordt ingewilligd. 3. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Nieuwe tekst artikel 11, eerste lid 1. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de commissie vastgesteld. De commissie beslist bij de vaststelling van de agenda of een verzoek tot agendering, zoals genoemd in artikel 9b, wordt ingewilligd.
Bestaande tekst artikel 12 1. Indien de commissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.
Nieuwe tekst artikel 12 1. Nadat de beraadslaging over een onderwerp of voorstel is gesloten, komt de commissie tot een advies aan de raad als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid. De voorzitter formuleert, gehoord de beraadslaging, een voorstel voor de inhoud van het advies. De commissie kan hierover haar opvattingen kenbaar maken.
3. Op voorstel van een commissielid of de voorzitter kan de commissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
9
2. Het advies aan de raad bevat een advies inzake de wijze van agendering van het betreffende onderwerp of voorstel in de raad (een hamerstuk, een hamerstuk met stemverklaring of bespreekpunt). 3. De commissie kan adviseren dat het voorstel nog niet rijp is voor besluitvorming in de raad. 4. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding, voorstellen met betrekking tot de orde, agenderingsverzoeken zoals genoemd in artikel 11, derde lid en de afdoening van een door de raad aangenomen motie of een toezegging door een lid van het college. 5. Een wensen- en bedenkingenprocedure wordt afgesloten door het zenden van een raadsvoorstel met de daarin verwerkte wensen en bedenkingen aan de raad. Dit raadsvoorstel wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering.
De commissiegriffier draagt zorg voor de vastlegging van het advies overeenkomstig de in de beraadslaging naar voren gebrachte opvattingen. 2. Het advies aan de raad bevat, voor zover van toepassing, een advies inzake de wijze van agendering van het betreffende onderwerp of voorstel in de raad (een hamerstuk, een hamerstuk met stemverklaring of bespreekpunt). 3. De commissie kan in haar advies aangeven dat het voorstel nog niet rijp is voor besluitvorming in de raad. 4. Een wensen- en bedenkingenprocedure wordt afgesloten door het zenden van een raadsvoorstel met de daarin verwerkte wensen en bedenkingen aan de raad. Dit raadsvoorstel wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering.
5. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding, voorstellen met betrekking tot de orde, agenderingsverzoeken zoals genoemd in artikel 11, derde lid en de afdoening van een door de raad aangenomen motie of een toezegging door een lid van het college.
Bestaande tekst artikel 15, vijfde lid 5. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Nieuwe tekst artikel 15, vijfde en zesde lid 5. Insprekers spreken in de Nederlandse taal in. Indien een inspreker de Nederlandse taal niet beheerst, wordt hij of zij vertegenwoordigd door een door hem of haar zelf aangewezen tolk, die namens de inspreker het woord voert. 6. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Bestaande tekst artikel 15a, tweede lid 2. Het raadslid of commissielid dat een mondelinge vraag wil stellen, meldt de vraag of vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan. De aanmelding
Nieuwe tekst artikel 15a, tweede lid 2. Het raadslid of commissielid dat een mondelinge vraag wil stellen, meldt de vraag of vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan met 10
moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van de vragengelegenheid bij de voorzitter via de griffie worden gedaan. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de collegeleden worden gebracht en worden gepubliceerd op de website.
Bestaande tekst artikel 15b
gebruikmaking van het daarvoor voorgeschreven format. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van de vragengelegenheid bij de voorzitter via de griffie worden gedaan. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de collegeleden worden gebracht en worden gepubliceerd op de website. Nieuwe tekst artikel 15b Artikel 15b Technische vragen 1. Raads- en commissieleden kunnen technische of verduidelijkende vragen stellen. 2. Onder technische of verduidelijkende vragen worden verstaan informatieve vragen over feiten, omstandigheden, de uitleg daarvan of de feitelijke gevolgen van beleid(svoornemens), voor zover deze verduidelijking bijdraagt aan de politieke menings- en besluitvorming. 3. Technische vragen worden schriftelijk ingediend bij de griffie of via het op de nota vermelde e mailadres. 4. Technische vragen worden binnen 5 werkdagen schriftelijk beantwoord door of namens de ambtelijke organisatie. Indien deze termijn niet wordt gehaald, stuurt de ambtelijke organisatie een tussenbericht met een toelichting op de vertraging.
11
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Haarlem 2019 Bestaande tekst artikel 2 Artikel 2 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed:
Nieuwe tekst artikel 2 -
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
Bestaande tekst artikel 3 Artikel 3. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid,
Nieuwe tekst artikel 3 -
12
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Het raadslid overhandigt hiervoor een bewijs van verzekering aan de griffier. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet. 3. De vergoeding wordt uiterlijk in maart uitbetaald en heeft betrekking op het daaraan voorafgaande jaar. Indien het raadslidmaatschap gedurende het jaar eindigt of aanvangt, wordt de vergoeding alleen betaald over de volledige maanden waarin het raadslid lid was. Bestaande tekst artikel 4 1. De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid komen overeenkomstig artikel 13 eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden ten laste van het door de gemeente aan de fractie ter beschikking gestelde financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie als bedoeld in de Verordening geldelijke voorzieningen gemeenteraadsfracties Haarlem 2019. 2.
De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia niet vallend onder artikel 13 van het Rechtspositiebesluit komen voor rekening van de fractie.
Nieuwe tekst artikel 4 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitieke geörienteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdrager, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van documenten met de benodigde inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. In geval van twijfel wordt de aanvraag geanonimiseerd aan het presidium voorgelegd. 4. De kosten komen voor rekening van de gemeente als de griffier heeft geoordeeld dat deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raads- of commissielidmaatschap en het nietpartijpolitieke geörienteerde scholing betreft.
Bestaande tekst artikel 5 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten
Nieuwe tekst artikel 5 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst voor de informatie13
laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert uiterlijk op de laatste dag van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. 3. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk nadat is geschoond en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.
Bestaande tekst artikel 7
Nieuwe tekst artikel 7
Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
1. De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, vindt maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen. 2. De betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.1.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt jaarlijks plaats en wordt uiterlijk in maart uitbetaald. De betaling heeft betrekking op het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Bestaande tekst artikel 8, tweede lid
Nieuwe tekst artikel 8, tweede lid
2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel vergezeld van een declaratieformulier, factuur en het bewijs van betaling.
2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier, factuur en een bewijs van betaling.
14