CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Bijlage 7: Programma van eisen openbare ruimte Schipholweg 1

commissie Ontwikkeling 12 januari 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Aangaan anterieure overeenkomst inzake Schipholweg 1 en J.J. Hamelinkstraat 17-45 (oneven) en vaststellen stedenbouwkundig plan (FR) - Ter kennisname12.887 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma van Eisen Openbare Ruimte Schipholweg 1 en J.J. Hamelinkstraat 17-45 (oneven)

Gemeente Haarlem/ Afdeling Project en contractmanagement | bezoekadres Gedempte Oude Gracht 2, 2011GW, Haarlem| Postbus 511, 2003 PB Haarlem

1

Gemeente Haarlem, Hoofdafdeling Project - en Contractmanagement

Programma van Eisen Openbare Ruimte

registratie

Datum

status

PVE versie 1

8 september 2021

concept

Kenmerk

xxxxxxxxxxxx

2

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................... 5 Algemene eisen ............................................................................................... 7 Ruimtelijke kwaliteit, ontwerp algemeen 7 Openbare en niet-openbare ruimte 7 Voorwaarden andere instanties en overheden 8 Eisen brandweer, blusvoorzieningen 8 Aanvullende onderzoeken, plannen en verklaringen 8 Maaiveld- en peilhoogtes 9 Inspraak en besluitvorming 9 Beschikbaarheid en toegankelijkheid tijdens de realisatie 10 Functionele en ontwerpeisen per domein............................................................11 Algemeen 11 3.1 Verkeer en parkeren 11 3.2 Verharding 11 3.3 Openbare verlichting 11 Waterhuishouding, riolering en drainage 11 3.7 Groen en ecologie 13 3.9 Kabels en leidingen 13 3.10 Afvalinzameling 14 3.11 Straatmeubilair 14 Technische eisen per domein ............................................................................16 4.1 Algemeen 16 4.2 Verharding 17 4.3 Openbare verlichting 20 4.4 Waterhuishouding, riolering en drainage 22 4.5 Groen en ecologie 27 4.6 Kabels en leidingen 28 4.7 Afvalinzameling 29 4.8 Straatmeubilair 29 Proceseisen ....................................................................................................31 Inleiding 31 Planningsmanagement 31 Ontwerpen 31 Toetsing en

Acceptatie 32 Verificatie en Validatie 33 Oplevering en overdracht 34 Bijlage 1 Protocol van overdracht ........................................................................35 Inleiding ........................................................................................................37 Voortraject .....................................................................................................38 Overdracht aan gemeente Haarlem ...................................................................39 3.1 Verzoek tot overdracht 39 3.2 Vooropname 39 3.2 Opname en overdracht van de openbare ruimte 39 3.3 Overdracht van openbare ruimte naar beheer van gemeente Haarlem. 40 3.4 Onderhoudstermijn 41 3.5 Eindinspectie voor het gehele gebied 41 3.6 Verantwoordelijkheden / aansprakelijkheden 41 4. Over te dragen documenten ..........................................................................42 MODEL A : PROCES VERBAAL VAN INGEBRUIKNAME 43 MODEL B : PROCES VERBAAL VAN OVERDRACHT 44 MODEL C : PROCES VERBAAL VAN EINDINSPECTIE 45 Bijlage A Protocol van Overdracht: Standaard overdrachtsdocument 46 Bijlage B Hoeveelhedenstaat areaalwijzigingen Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage C PvE Opleveringsinspectie riolering 49 Bijlage D Plangrenzen openbare ruimte 50

3

Bijlage E Programma van Eisen inpandige Middenspanningsruimte (S8031) van Liander. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

4

Inleiding Doelstelling Dit Programma van Eisen (PvE) is opgesteld om te zorgen dat de te realiseren bebouwing in het gebied goed aansluit op de openbare ruimte en de omgeving, en om vast te leggen welke partij daarbij verantwoordelijk is. Ook worden eisen gesteld aan de door de ontwikkelaar aan te leggen openbare ruimte. Dit document is bepalend voor de dimensionering en materialisering van de openbare ruimte waarbij het realiseren van een aantrekkelijke en goed te beheren openbarre ruimte het uitgangspunt is. Kaders Dit voorliggend project-specifieke programma van eisen behandelt die aspecten van de openbare ruimte die in dit project aan de orde zijn, en waar mogelijk toegespitst op de specifieke situatie. In bijlage 2 bij de AO zijn de plangrenzen (exploitatiegrenzen) aangegeven waar dit PvE betrekking op heeft. Om aan de eisen te kunnen voldoen die vermeld staan in dit PvE kan het nodig zijn dat de plangrenzen overschreden, dan wel onderschreden moeten worden (bv. om duurzaam aan te kunnen sluiten op de bestaande omgeving). Deze flexibiliteit is onderdeel van de opdracht aan de Ontwikkelaar. Databeheergegevens van de bestaande situatie van de openbare ruimte zijn te raadplegen op: https://opendata.haarlem.nl/.

Hiermee heeft de ontwikkelaar de beschikking over veel van de bij de gemeente bekende data van de huidige openbare ruimte, zoals riolering, drainage, verlichting, bomen, verharding, etc. De datagegevens zijn tevens op de website als shapefiles te downloaden in x en y coördinaten, waardoor Ontwikkelaar de gegevens kan gebruiken voor ontwerp en uitvoering. De gemeente doet er alles aan deze informatie actueel, correct, volledig en toegankelijk te houden. De ontwikkelaar mag gebruik maken van deze gegevens. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van de gegevens ligt bij de ontwikkelaar. Het is verstandig om de informatie in de praktijk te controleren, zeker in kritieke situaties. De gemeente kan niet aansprakelijk gesteld worden voor onjuistheid van de gegevens. AFOTT-opbouw Dit programma van eisen is opgebouwd met achtereenvolgens de Algemene, Functionele en Ontwerp-, Technische eisen, en tot slot Toetsing en acceptatie. Dit houdt in dat, naarmate het ontwerpproces vordert, ook de eisen meer gedetailleerd en specifieker worden. Via deze opbouw sluit het PvE aan bij de verschillende stadia van het ontwerpproces. Globaal sluiten de algemene en functionele eisen qua detaillering aan bij het maken van het voorlopig ontwerp voor de openbare ruimte, en komen bij het maken van het definitief ontwerp en het bestek de technische eisen naar voren.

Toetsing, acceptatie, verificatie en validatie Om te waarborgen dat het ontwerp en uiteindelijk de realisatie van de openbare ruimte voldoet aan de uitgangspunten en eisen die daarvoor zijn geformuleerd, wenst de gemeente tijdens het ontwerp en de realisatie van het project inzicht te hebben in het ontwerpproces, toe te passen materialen en constructies, de uitvoering en uiteindelijk de gerealiseerde openbare ruimte. De gemeente wenst dit te bereiken door producten te toetsen.

5

Gevolgschade bouw(verkeer) Voorafgaand aan het project dient de ontwikkelaar een opname (voorinspectie) te maken van de staat van de openbare ruimte rondom het plangebied en langs mogelijke aan- en afvoerroutes van bouwverkeer. Deze opname dient in overleg met de beheerder van het gebied te geschieden. De opname moet tevens te worden vastgelegd in een opnamerapport, bestaande uit tekstuele waarnemingen van de huidige staat incl. gebreken, onderbouwd met foto’s. De rapportage moet voor aanvang van de bouw(en/of sloop)werkzaamheden worden aangeleverd door de ontwikkelaar bij de beheerder van het gebied. De ontwikkelaar dient beschadiging toegebracht aan de openbare ruimte buiten het projectgebied te herstellen. Als na de afronding van het project blijkt dat vanwege bouwverkeer schade is toegebracht aan de openbare ruimte, dan zullen de kosten voor herstel worden verhaald op de ontwikkelaar.

6

Algemene eisen Ontwerp algemeen De Ontwikkelaar dient de aan te leggen en aan te passen openbare ruimte te ontwerpen. Het ontwerpproces moet worden uitgevoerd door een ter zake kundig ingenieursbureau. De Ontwikkelaar dient integrale ontwerpen in de verschillende ontwerpfases ter goedkeuring in te dienen bij de gemeente. Het ontwerp van de openbare ruimte moet bestuurlijk vastgesteld worden. De Ontwikkelaar draagt hierbij zorg voor een deugdelijk inspraak- en participatietraject conform de gemeentelijke verordening. Besluitvorming rondom vaststelling van het ontwerp wordt voorbereid door de gemeente. De Ontwikkelaar dient hiervoor wel alle relevante gegevens aan te leveren. Het ontwerp van de openbare ruimte dient overeenkomstig te worden ontworpen als en aan te sluiten op de naastliggende openbare ruimte van Slachthuisbuurt blok 6, 7 en 8: 20210067790-3-Bijlage-B-Ontwerptoelichting-DO-openbare-ruimte-SlachthuisbuurtZuidstrook-blok-6-tm-8-e-o-3.pdf (haarlem.nl). Daarnaast moet het ontwerp voldoen aan de uitgangspunten in het HIOR Oost: Hior_ZW_en_Oost_deel_2_Richtlijnen_feb2019.pdf (haarlem.nl)

Openbare en niet-openbare ruimte

De ontwikkelaar dient op tekening aan te geven welke gebieden er (semi) openbaar zijn en wat er in beheer komt bij de gemeente. In principe zijn alle wegen rondom het bouwproject openbaar en in beheer bij de gemeente. Alle gebieden binnen de bouwcontour niet openbaar en in beheer bij de ontwikkelaar/ VVE. Er moeten nadere afspraken gemaakt worden over het eigendom en beheer van de strook in de JJ Hamelinkstraat. De parkeergarage steekt loopt daar door onder het toekomstige trottoir.

7

Voorwaarden andere instanties en overheden Dit Programma van Eisen bevat nadrukkelijk alleen de gemeentelijke eisen aan de openbare ruimte. Het is de verantwoordelijkheid van de Ontwikkelaar om waar nodig goedkeuring en vergunningen te krijgen van andere instanties en overheden. In dit verband noemen wij in ieder geval, maar niet uitputtend: · Brandweer Kennemerland (eisen aan bereikbaarheid, blusvoorzieningen) · Politie Kennemerland (eisen aan verkeersveiligheid, bebording, handhaafbaarheid van verkeers- en parkeersituaties) · Hoogheemraadschap van Rijnland (watercompensatie, afkoppelen HWA op open water en grondwaterontrekking tbv realisatie) · Gemeente Haarlem (omgevingsvergunning met activiteit kap, graven in grond van archeologische waarde, overige meldingsplicht en vergunningen bouwen in afwijking van bestemmingsplan) De Ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de tijdig verkrijging van de voor de werkzaamheden benodigde vergunningen, ontheffingen, beschikkingen en toestemmingen. De Ontwikkelaar wordt geacht bekend te zijn met de voor de werkzaamheden van belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van overheidswege. De aan de naleving van deze voorschriften en beschikkingen verbonden gevolgen zijn voor zijn rekening.

Eisen brandweer, blusvoorzieningen De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de realisatie van blusvoorzieningen op het perceel en voor de integratie van de blusvoorzieningen in de openbare ruimte, indien noodzakelijk. Specifieke eisen aan blusvoorzieningen: - Blusvoorzieningen dienen binnen de eigendomsgrenzen te worden gerealiseerd. - Daar waar door de eisen van de brandweer en PWN niet mogelijk is blusvoorzieningen binnen de eigendomsgrens te realiseren zijn blusvoorzieningen in de openbare ruimte, binnen het plangebied, toegestaan, na goedkeuring van de Gemeente. - Bij blusvoorzieningen in de openbare ruimte is ontwikkelaar verantwoordelijk voor de integratie in de openbare ruimte. Hierbij kan gedacht worden aan benodigde wegbreedtes, vrije ruimten en boogstralen, opstelplaatsen voor een blusvoertuig, de plaatsing van brandkranen en de realisatie van een (droge) blusleiding of waterput. - De realisatie van blusvoorzieningen die benodigd zijn voor de bebouwing zijn voor rekening van de Ontwikkelaar. Ook als het gerealiseerd dient te worden in de openbare ruimte. - De blusvoorzieningen dienen in beheer te komen bij de betreffende (vereniging van) eigenaren. Ook als de blusvoorzieningen zich in de openbare ruimte bevinden. - Benodigde aanpassingen in de openbare ruimte t.b.v. blusvoorzieningen dienen ter goedkeuring te worden aangeboden aan de Gemeente.

- De Ontwikkelaar dient bij indiening van zijn aanvraag omgevingsvergunning een bewijs van goedkeuring van de brandweer te overleggen.

Aanvullende onderzoeken, plannen en verklaringen ·

Naast de integrale ontwerptekeningen in de VO- en DO-fases van het ontwerpproces dienen in ieder geval de onderstaande plannen en onderzoeken ter goedkeuring aan de gemeente te worden voorgelegd. Genoemde gegevens dienen beschikbaar te zijn voordat een inrichtingsplan door het college zal worden vrijgegeven voor inspraak.

·

Verkeersplan, waarin in ieder geval met rijcurves en boogstralen (inclusief ontwerpvoertuig 10.4m) wordt aangetoond dat straten en parkeerplaatsen in het plangebied bereikbaar zijn, alle wegen en bochten breed genoeg zijn voor huisvuilauto’s, bevoorradend verkeer, verhuisauto’s en de nood- en hulpdiensten. Een integraal waterhuishoudingsplan waarin is omschreven op welke wijze, indien nodig, watercompensatie wordt gerealiseerd welke voldoet aan de eisen van het

·

8

·

· ·

· · · · · ·

waterschap Rijnland. Dit plan dient de integraliteit tussen watercompensatie, hemelwaterafvoer en grondwaterbeheersing te bevatten. Rioleringstekeningen en -berekeningen waaruit blijkt dat nieuw te bouwen woningen zonder capaciteitsproblemen kunnen worden aangesloten op het omliggende rioolstelsel en dat regenwater wordt afgekoppeld zonder wateroverlast in de omgeving. Ook ten behoeve van het rioolontwerp, waaronder de plaatsing en aantallen kolken en de dimensionering van de buizen, dient een berekening te worden gemaakt conform de Leidraad Riolering van Rioned, Module C2100 ‘Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren’. Een drainagetekening en -berekening, waaruit in ieder geval blijkt of drainage nodig is en op welke diepte die dan moet worden ingesteld. Een verlichtingsplan en verlichtingsberekening. In de algemene en functionele eisen aan de openbare verlichting wordt een aantal randvoorwaarden meegegeven voor de plaatsing van lichtmasten in het ontwerp. Het verlichtingsontwerp dient altijd te zijn gebaseerd op een verlichtingsberekening, waaruit blijkt op welke onderlinge afstand de masten het best kunnen worden geplaatst. Een bebordingsplan, waarin alle verkeersbebording is opgenomen. Dit plan dient ter goedkeuring aan de politie te worden voorgelegd. Het bebordingsplan zal dienen als onderlegger voor een door de gemeente te nemen verkeersbesluit.

Het door Spaarnelanden goedgekeurde ontwerp voor afvalinzameling. Een overzicht van afspraken met de verschillende nuts- en telecombedrijven over verleggingen en beheersmaatregelen om schade aan bestaande kabels en leidingen te voorkomen. Verleggingstekeningen kabels en leidingen en tracétekening van nieuwe K&L Een evaluatierapport waaruit blijkt dat de openbare ruimte die aan de gemeente wordt overgedragen vrij is van vervuilingen, zodat zonder extra kosten en maatregelen werkzaamheden in die openbare ruimte kunnen worden uitgevoerd. Een goedgekeurd BLVC plan voor uitvoering

Maaiveld- en peilhoogtes De Ontwikkelaar dient de maaiveldhoogtes rondom het plangebied in te laten meten ten opzichte van NAP, en daar met het ontwerp voor de gebouwen en de openbare ruimte op aan te sluiten. Houdt daarbij rekening met eisen aan minimaal en maximaal afschot in bestrating, en het Bouwbesluit voor het maximale verschil tussen dorpel- en maaiveldhoogtes. Hoogteverschillen worden niet in de openbare ruimte opgelost; dus treden, trappen en hellingbanen zijn in de openbare ruimte niet toegestaan.

Inspraak en besluitvorming

Het ontwerp inrichtingsplan voor de openbare ruimte is onderhevig aan inspraak. Dat betekent dat de gemeente het ontwerp 6 weken ter inzage legt. Daarna wordt het, eventueel aangepaste, inrichtingsplan voor vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. De doorlooptijd voor besluitvorming rondom het inrichtingsplan is indicatief als volgt: Week 1: Aanleveren compleet en goedgekeurd VO inrichtingsplan voor inspraak Week 4: VO inrichtingsplan door college vrijgeven voor inspraak Week 5 of 6: informatie avond (te organiseren door ontwikkelaar) Week 5 t/m 10: inspraakperiode Week 11 t/m 14: verwerken inspraakreacties (door ontwikkelaar) Week 15: aanleveren compleet en goedgekeurd DO inrichtingsplan Week 17: DO Inrichtingsplan goedkeuren door college Week 19: DO inrichtingsplan bespreken in commissie beheer Week 21: goedkeuren DO Inrichtingsplan door gemeenteraad

9

Beschikbaarheid en toegankelijkheid tijdens de realisatie Op het moment dat (een gedeelte van) de ruimte binnen het plangebied openbaar toegankelijk is dient deze ruimte schoon, heel, veilig en comfortabel gebruikt te kunnen worden door gebruikers. Woningen en bedrijven rondom het plangebied dienen altijd veilig en comfortabel bereikbaar te blijven. De Ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van voldoende parkeervoorzieningen gedurende realisatie. Zowel voor omwonenden, bedrijven in de omgeving en voor bouwplaatspersoneel. De ontwikkelaar dient een logistiek plan op te stellen voor de af- en aanvoer van grond, sloop- en bouwmaterialen en welke tijdelijke wijzigingen wenselijk zijn aan (het gebruik van) de openbare ruimte. De gemeente bepaalt of de voorstellen worden toegestaan. Het advies van de bereikbaarheidscoördinator van de gemeente Haarlem is hierin maatgevend. Voor het realiseren van een toegangsweg bouwterrein en/of voor het tijdelijk wijzigen aan (het gebruik van) de openbare ruimte rondom het plangebied t.b.v. realisatie, dient ontwikkelaar een verkeersplan op te stellen welke moet voldoen aan CROW 96B. Ontwikkelaar dient plannen in te dienen bij de bereikbaarheidscoördinator van de gemeente Haarlem via emailadres: bereikbaarheid@haarlem.nl.

De bereikbaarheidscoördinator vertegenwoordigt de nood- en hulpdiensten en bepaalt of ontwikkelaar plannen moet toelichten in bereikbaarheidsoverleg.

Bereikbaarheid, veiligheid, leefbaarheid en communicatie (BLVC) De Ontwikkelaar dient ten behoeve van de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie gedurende de realisatieperode, een BLVC plan op te stellen in afstemming met de technisch adviseur, procesmanager en bereikbaarheidscoordinator van de gemeente. Voor het onderdeel bereikbaarheid mag tevens verwezen worden naar bovengenoemd logistiek plan.

10

Functionele en ontwerpeisen per domein Algemeen In dit hoofdstuk ligt de nadruk op de functionele en ontwerpeisen van met name de civiel technische onderdelen van de openbare ruimte. De Stedenbouwkundige functionele en ontwerpeisen (en wensen) zijn omschreven in het SPvE dat als bijlage bij de Anterieure Overeenkomst is gevoegd. Het ontwerp van de openbare ruimte dient qua inrichting en voor wat betreft de toe te passen materialen aan te sluiten op de naastliggende openbare ruimte van Slachthuisbuurt blok 6, 7 en 8: 20210067790-3-Bijlage-B-Ontwerptoelichting-DOopenbare-ruimte-Slachthuisbuurt-Zuidstrook-blok-6-tm-8-e-o-3.pdf (haarlem.nl).

3.1

Verkeer en parkeren

De aansluitingen op de bestaande openbare ruimte buiten de plangrens dienen te worden aangelegd en bekostigd door de Ontwikkelaar. Het ontwerp dient te voldoen aan de verkeerskundige regelgeving en landelijke richtlijnen. In het gebied dient rekening te worden gehouden met de boogstralen van het maatgevend voertuig (ledigingsvoertuig en veegwagen Spaarnelanden, voertuigen van de nood- en hulpdiensten, voertuigen voor laden en lossen, verhuiswagens).

3.2

Verharding

De fundering, type bestrating en het bestratingsverband dient berekend en afgestemd te zijn op het gebruik.

3.3

Openbare verlichting

De te verlichten openbare ruimte in dit project is aan te merken als openbare ruimte met een verblijfsfunctie, wat inhoudt dat de OV-installatie dient te worden ontworpen met het zwaartepunt op openbare en sociale veiligheid. De openbare verlichting dient te worden ontworpen op basis van de NPR 13201:2017 en dient te voldoen aan de eisen van het politiekeurmerk ‘Veilig Wonen’. Om de hoeveelheid verlichtingsarmaturen en hun onderlinge afstand te bepalen dient een verlichtingsberekening te worden gemaakt, welke bij het DO ter goedkeuring aan de gemeente dient te worden aangeboden. Wanneer overspanningen worden toegepast dient tevens een sterkteberekening gemaakt te worden. De verlichting mag niet verblinden in woningen en aandacht is nodig voor de plaatsing van openbare verlichting ten opzichte van (toekomstige) boomkronen. Vanuit beheer en onderhoud is het wenselijk dat er verlichting wordt toegepast welke uniform in Haarlem wordt gehanteerd. Ontwikkelaar dient daarbij een keuze te maken van een verlichting die het beste past binnen het stedenbouwkundige ontwerp en aansluit bij het ‘karakter’ van het gebied.

Er is de keuze uit de volgende masten en armaturen: - Modernista Patrimonium (mast van PMF en armatuur van Modernista) - Hahn Historische Hängeleuchten A11 (alleen bij overspanningen) - Schreder KIO - Schreder Teceo In dit plangebied dienen armaturen met LED modules te worden toegepast, warm wit, conform de modernste technieken. Verdere specificaties: zie technische eisen.

Waterhuishouding, riolering en drainage

11

3.2.1 Waterhuishouding Ontwikkelaar is dient te zorgen dat het plan minimaal voldoet aan de beleidsregels van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het aanvragen en verkrijgen van de vergunningen van het waterschap. Voor het onttrekken en lozen van grondwater (bv t.b.v. tijdelijke bemaling) dient afhankelijk van de hoeveelheid een melding dan wel een vergunning te worden aangevraagd door Ontwikkelaar bij het waterschap Rijnland. 3.2.2 Riolering Voor de riolering dient een rioleringsplan/ontwerp te worden opgesteld, inclusief berekeningen. De gemeente zamelt bij nieuwbouw geen hemelwater meer in van particuliere percelen. Hemelwater dat valt op particuliere percelen dient op diezelfde percelen verwerkt worden middels infiltratie. Overtollig regenwater mag afgevoerd worden naar de boezem in overleg met Rijnland en Gemeente. Huisaansluitleidingen van de bebouwing dienen conform Bouwbesluit gescheiden uit de bebouwing te komen. DWA dient op het aanwezige gemengde stelsel of op het aanwezige DWA te worden aangesloten, HWA mag daar NIET op worden aangesloten.

De procedure mbt aansluiten op het gemeenteriool staat op: https://www.haarlem.nl/bestandsopslag/bestanden/Vergunningen/Leidraad_openbreken _openbare_weg_ivm_rioolaansluitingen.pdf Opvang en afvoer van schoon regenwater dient berekend te worden aan de hand van neerslaggebeurtenis 09 (bui 9) uit de Leidraad Riolering (module C2100), met een herhalingstijd van eens per 2 jaar. Bij deze bui mag er geen water op straat ontstaan. In de daken van nieuwe gebouwen, dakgoten e.d. en in de nieuwe openbare ruimte mogen geen uitloogbare materialen worden gebruikt om lozing op het oppervlaktewater mogelijk te maken. Bestaande vervallen riolering in de openbare ruimte dient geheel te worden verwijderd, incl. eventuele fundering. Huisaansluitleidingen dienen voorzien te worden van een ontstoppingsstuk op de erfgrens op een goed bereikbare plaats. Het DWA dient te worden aangesloten op het verzamelriool buiten het projectgebied. Daarbij dient het verzamelriool de capaciteit van het nieuwe riool te kunnen dragen. Dit dient door Ontwikkelaar te worden berekend en middels een notitie te worden gemotiveerd. Deze berekening dient bij het ontwerp aan de gemeente te worden aangeleverd. Bij de uitwerking van het ontwerp dient tevens rekening te worden gehouden met de eisen gesteld in de bijlage ‘PvE opleverinspectie riolering’.

Daarnaast dient, in overleg met afdeling PCM, rekening te worden gehouden met de omgeving van het plangebied en de verdere (toekomstige) ingrepen in het rioleringsstelsel in de omgeving. De ondergrondse leidingen dienen bestand te zijn tegen de belasting door verharding, grond(water) en verkeer. Rioolontwerpen met alle onderzoeken en adviezen dienen voor rekening van de ontwikkelaar gecontroleerd te worden door Witteveen+Bos raadgevend ingenieurs vestiging Almere. W&B beheert het rioolmodel voor de gemeente Haarlem. De goede werking van hemelwaterafvoer en droogweervoer dient te allen tijde geborgd te blijven. Eventuele faseringen dienen uitgewerkt te worden in het ontwerp. Het doen van alle nodige onderzoeken en inventarisaties nodig om tot een tot een onderbouwd ontwerp te komen behoort tot de verplichting van de ontwikkelaar.

12

3.2.3 Drainage Voor beheersing van de grondwaterstand is aanleg van drainage in de JJ Hamelinkstraat noodzakelijk. De ontwikkelaar dient een drainageplan te maken conform de ‘ontwerprichtlijnen drainage’ zoals aangegeven in bijlage VI van de Leidraad Riolering. Drainageontwerpen met alle onderzoeken en adviezen dienen voor rekening van de ontwikkelaar gecontroleerd te worden door Wareco vestiging Amstelveen. Wareco beheert het grondwatermodel voor de gemeente Haarlem.

3.7

Groen en ecologie

In het ontwerp moet groen en ecologie een belangrijke plek krijgen. Hiervoor wordt verwezen naar het SPVE.

3.9

Kabels en leidingen

In het ontwerp dient ruimte te worden gereserveerd voor kabels en leidingen van derden, zoals weergegeven in paragraaf 4.6. Het bepalen van nieuwe tracés en het coördineren van de aanleg van nieuwe K&L van derden in de openbare ruimte t.b.v. nieuwbouw dient door ontwikkelaar te worden verzorgd. Benodigde verleggingen van kabels en leidingen (incl. bovengrondse stations) van derden in de openbare ruimte dienen door de Ontwikkelaar vroegtijdig te worden gecoördineerd. Het is aan de Ontwikkelaar om conflicten tussen de onder- en bovengrondse inrichting van de openbare ruimte te constateren en op te lossen samen met de K&L beheerders. Welke verleggingen noodzakelijk zijn hangt af van de plannen van de ontwikkelaar. Rondom het complex liggen diverse kabels en leidingen met een regionale transportfunctie. Deze passen niet in het standaardprofiel. Te handhaven leidingen moeten worden ingepast in het ontwerp. Voor te verleggen of nieuwe leidingen moet in overleg met de diverse beheerders ruimte worden gevonden. Het verleggen van kabels en leidingen is voor rekening en risico van de ontwikkelaar. De Ontwikkelaar dient vooraf te onderzoeken of het verleggen technisch en financieel haalbaar is en dient daarvoor toestemming van de kabel- en leidingbeheerders te verkrijgen.

Alle werkzaamheden aan kabels en leidingen, ook in de openbare ruimte, die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling, worden aangevraagd, verzorgt, gecoördineerd en betaald door de ontwikkelaar. Het gaat hier om het verwijderen, verleggen of aanleggen van kabels en leidingen tbv de ontwikkeling en het aanvragen en coördineren van aanen afsluitingen. Bij het ontwerp en realisatie van de ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met de eisen van de desbetreffende beheerders van de aanwezige kabels en leidingen. Bovengrondse nutsvoorzieningen, zoals transformatorhuisjes en andere kasten, worden niet in de openbare ruimte geplaatst. De ontwikkelaar inventariseert daartoe bij de verschillende nuts- en telecombedrijven de behoefte aan bovengrondse voorzieningen in het plangebied en past deze inpandig in, in het ontwerp van het bouwplan. Inpandige transformators moeten voldoen aan de geldende eisen van Liander: Bouwkundige eisen aan inkoopruimtes | Liander

13

De gemeente geeft vanwege mogelijke straling geen vergunning af indien trafo’s direct naast, op of onder woningen worden gesitueerd.

3.10 Afvalinzameling Ontwikkelaar of aannemer is verantwoordelijk voor de realisatie van afvalinzameling. Specifieke eisen die aan de afvalinzameling wordt gesteld zijn: - Afvalinzameling in de openbare ruimte en van woningen en bedrijven dient ten minste te voldoen aan de geldende afvalstoffenverordening en bijbehorende uitvoeringsbesluit(en), nadere regels en aanwijsbesluiten behorende bij de geldende afvalstoffenverordening van de Gemeente Haarlem (2009). - Het ontwerp van de afvalinzameling wordt opgesteld door Spaarnelanden NV. - Het ontwerp van de afvalinzameling moet voldoen aan het vigerende gemeentelijke afvalbeleid. - De levering en plaatsing geschied door Spaarnelanden. - De Ontwikkelaar/aannemer neemt het initiatief voor overleg met Spaarnelanden in een zo vroeg mogelijk stadium over: o de plaatsing van ondergrondse containers voor restafval en grondstoffen in de openbare ruimte; o het plaatsen van bovengrondse inzamelvoorzieningen voor grondstoffen in de openbare ruimte; o het plaatsen van inzamelvoorzieningen voor huishoudelijk restafval die gebonden zijn aan een perceel bij de oplevering van nieuwbouwwoningen - De plaatsing van de inzamelmiddelen is ter goedkeuring van de gemeente. - Inzamelmiddelen dienen te worden geplaatst op locaties die voor de gebruikers en voor het inzamelvoertuig gegarandeerd bereikbaar zijn.

- De ontwikkelaar dient gedurende uitvoering tijdelijke inzamelmiddelen voor huishoudelijk afval te laten plaatsen via de door gemeente Haarlem aangewezen inzamelaar (Spaarnelanden N.V.), vanaf het eerste moment dat bewoners of gebruikers woningen kunnen betreden tot het moment dat de definitieve inzamelmiddelen operationeel zijn. De kosten hiervan zijn voor rekening van de aannemer / ontwikkelaar. - De kosten t.b.v. de voorbereiding en plaatsing van de inzamelmiddelen zijn voor de Ontwikkelaar. Spaarnelanden brengt hiervoor € 350,= per nieuwe aansluiting in rekening. De kosten voor eventuele tijdelijke voorzieningen komen hier nog bovenop.

3.11 Straatmeubilair 3.11.1 Meubilair In Haarlem wordt uniformiteit in straatmeubilair nagestreefd, om zodoende tot een samenhangende openbare ruimte te komen. Locaties die als verblijfsgebied worden ingericht, dienen te worden voorzien van bankjes en prullenbakken. Plaats prullenbakken nabij bankjes maar niet pal ernaast, prullenbakken worden ook gebruikt voor het deponeren van hondenuitwerpselen. In het gebied worden zo min mogelijk antiparkeerpalen e.d. opgenomen. Uit de inrichting dient zonder paaltjes duidelijk te zijn waar wel en niet geparkeerd mag worden. Bij de plaatsing van straatmeubilair met betonnen voeten dient de betonnen voet onder de bestrating te worden aangebracht. 3.11.2 Verkeersborden In het plan dienen verkeersborden te worden geplaatst conform de regels van het ASVV en de uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.

14

De Ontwikkelaar moet een bebordings- en belijningsplan opstellen en voorleggen aan politie en gemeente. Borden moeten volgens bebordingsplan worden geplaatst. Indien er sprake is van projectgebied waarbinnen parkeerautomaten ver- of geplaatst dienen te worden, of deze verwijderd dienen te worden dienen verwijsborden naar de parkeerautomaten conform geldende beleidsregels geplaatst, verplaatst of verwijderd te worden. Bij verwijdering dienen de borden terug geleverd te worden aan gemeente Haarlem via Spaarnelanden N.V. 3.11.3

Straatnaamborden

De ontwikkelaar dient te zorgen voor de plaatsing van de nodige straatnaamborden. In Haarlem worden straatnaamborden geplaatst op elke hoek van elke straat. De borden worden gemonteerd op de gevel. De straatnaamborden dienen dezelfde uitstraling, kwaliteit en materiaal te hebben als de reeds aanwezige straatnaamborden rondom. Het ontwerp van de plaatsing van de straatnaamborden evenals het leveren en aanbrengen van de straatnaamborden dient te geschieden door Spaarnelanden voor rekening van de ontwikkelaar. Straatnamen Wanneer straten en stegen vervallen, vervallen ook de straatnamen. Wanneer nieuwe straten en stegen worden gecreëerd zullen ook nieuwe straatnamen moeten worden bepaald. Het vervallen en creëren van straatnamen dient Ontwikkelaar vroegtijdig te melden bij de straatnamencommissie van Haarlem. De straatnaamcommissie bepaald nieuwe straatnamen en zorgt voor vaststelling door college van B&W.

15

Technische eisen per domein

In dit hoofdstuk worden de technische eisen beschreven, zoals die worden gesteld aan de diverse aspecten van de openbare ruimte. De technische eisen zijn beschreven als systeemeisen waarbij de gehele toekomstige openbare ruimte wordt gezien als een systeem met diverse subsystemen. Het detailniveau van de eisen en de daarmee corresponderende vrijheidsgraden zijn daarmee zo duidelijk mogelijk weergegeven. De hierboven genoemde eisen blijven daarbij van toepassing. Voor het gehele systeem zijn Algemene Systeemeisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op het gehele werk. De eisen gesteld onder de diverse subsystemen hebben alleen betrekking op die betreffende subsystemen. Het kan voorkomen dat er voor sommige onderdelen geen specifieke eisen zijn gesteld. Van de Ontwikkelaar wordt verwacht dat deze onderwerpen zo goed mogelijk in het gehele systeem worden ingepast.

4.1 Algemeen Onderdeel

Algemeen

Eisen - De inrichting van de openbare ruimte binnen het gebied dient één geheel te vormen. - Dat wil zeggen dat het voor toekomstig gebruik en beheer het gebied als één geheel moet worden gezien. Voor het beheer van de semi-openbare ruimte kunnen de eigenaren zelf een partij kiezen. - Er dient een aaneensluitend beeldkwaliteit te worden gecreëerd. - De afwatering binnen openbaar gebied moet zeker gesteld zijn door voorzieningen in het (semi) openbaar gebied. - Er dient een aaneensluitend beeldkwaliteit te worden gecreëerd. - De afwatering moet zeker gesteld zijn door voorzieningen in het openbaar gebied. - Afwatering dient plaats te vinden binnen het de (semi) openbare ruimte. - De maatvoering ten behoeve van de inrichting dient te zijn afgestemd op tegel- en/of steenmaten. - Het systeem dient functioneel en fysiek aan te sluiten op zijn omgeving. - Het systeem dient te worden ingepast in de omgeving - Het systeem dient zonder schade voor de omgeving te zijn aangebracht. - De aanwezige te handhaven groenvoorzieningen dienen niet te worden aangetast - De aanwezige bebouwing dient niet te worden aangetast. - De aanwezige materialen en constructies die behouden en/of hergebruikt moeten worden, dienen niet te worden aangetast. - De effecten van de werking van het systeem dienen, bij gangbaar beheer en onderhoud, onder alle weersomstandigheden acceptabel te zijn.

Het systeem dient hiertoe op een veilige en eenvoudige wijze onderhouden te kunnen worden, waarbij de beschikbaarheid van de openbare ruimte zo min mogelijk wordt beïnvloed. - De kwaliteit van de te leveren materialen is conform de standaard RAW-bepalingen. - Te leveren materialen moeten kleurvast zijn. - Het systeem dient een ontwerplevensduur te hebben van minimaal 20 jaar, tenzij elders specifiek anders vermeld.

16

Onderdeel

Grondverzet

Eisen - Het systeem dient de functionaliteit gedurende de gehele levensduur te waarborgen. - Het systeem dient laag in onderhoud of zelfreinigend te zijn. - Het systeem dient onkruidwerend ontworpen te worden. - Het systeem dient de effecten en/of belastingen voortkomend uit het gebruik te dragen. - Het systeem dient de effecten en/of belastingen voortkomend uit het gebruik te geleiden. - Het systeem dient de verkeersstroom te faciliteren. - Het zicht aan dorpels/ erfafscheidingen dient minimaal 0,02m te zijn. - De inrichting van de systeem dient te zijn afgestemd op gebruik door mindervaliden. - De openbare ruimte moet optimaal worden ingericht. Aanwezig straatmeubilair moet worden geminimaliseerd. Bebording, bewegwijzering, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, ANWB masten e.d. moeten zoveel mogelijk gecombineerd worden. Let op toegankelijkheid voor reinigings- en onkruidverwijderingsapparatuur.

- Probeer aantal doordringbare voegen te minimaliseren door waar (tegen redelijke kosten) mogelijk: - Gebruik elementen met standaardmaten (minder knipwerk), - Dichtmaken van voegen en kieren (cement, asfalt, kit) - Vermijd opbrekingen van gesloten oppervlakken in verband met kabels en leidingen door toepassing van kabelbuizen - Op het moment dat er bij de ontwikkeling van dit perceel grond worden toegepast, dan moet dit voldoen aan de kwaliteitseisen die de gemeente Haarlem daarvoor heeft opgesteld. Dit houdt in dit geval in dat toe te passen grond moet voldoen aan de lokale maximale waarden, zoals deze zijn vastgelegd in de nota 'Bodembeheer Haarlem 2013'. - Indien het bevoegd gezag een (aanvullend) milieukundig bodemonderzoek verreist voor Het ontgraven, afvoeren en aanbrengen van grond dan dient plaats te vinden conform de vergunning en het evaluatierapport. Ontwikkelaar zorg te dragen voor dit onderzoek. - De ondergrond dient tot 1,50 minus toekomstig maaiveld zoveel mogelijk puinvrij te zijn

4.2 Verharding Diverse onderdelen van het ontwerp zijn nader te detailleren aan de hand van onderstaande tabel. Onderdeel

Algemeen

Eisen - Het systeem dient de verkeersstroom te dragen. - Het systeem dient de verkeersstroom te geleiden. - De constructie van het nieuwe weglichaam dient zodanig opgebouwd te zijn dan spoorvorming (gedurende de levensduur van de verhardingsconstructie) beperkt blijft tot 15 mm - Abrupte hoogteverschillen in/op het direct bereden vlak van de verhardingsconstructie, groter dan 7mm, dienen niet voor te komen (geldt ook voor aangebrachte markeringen) - Het wegontwerp dient zettingsarm uitgevoerd te worden.

17

Onderdeel

Rijbaan

Eisen - Zettingsverschillen langsrichting. 10 jaar na oplevering dient het zettingsverschil in langsrichting over een lengte van 25 meter maximaal 0,05 meter te bedragen. - Zettingsverschillen dwarsrichting. 10 jaar na oplevering dient het zettingsverschil in dwarsrichting maximaal 0,2% te bedragen. - Bij langsnaden van bestaand met nieuw asfalt moet wapening worden toegepast. - Pas op/afritten toe op plaatsen waar overgestoken moet worden dmv een verlaagde band in het tangentpunt van de bocht - Het zicht aan dorpels/ erfafscheidingen dient minimaal 0,02m te zijn - Wegen dienen 10 jaar na oplevering bij overgangen tussen wegconstructie en kunstwerken niet meer te zetten dan 10 mm per m1. - De ontwerplevensduur voor de wegconstructie dient 50 jaar te zijn, berekend bij een de verwachtte verkeersintensiteit over 10 jaar. - Voor de direct berijdbare delen van de verhardingsconstructie dient de stroefheid (als gemiddelde) voor weglengten van 5 m en voor het gem. per meetvak gemeten in het rijspoor ten minste 0,40 (volgens proef 150 uit de Standaard RAW bepalingen 2010 bijlage III) te bedragen - De tolerantie in de ligging van de bovenzijde van de verhardingsconstructie dient minder dan 0,05m (verticaal) te bedragen gemeten over 25m in lengterichting van de weg. - De verhardingsconstructie dient een samenhangend geheel te zijn.

Er dienen geen constructievreemde elementen in de verharding te worden opgenomen. - Markering dient bij elementenverharding ingestraat te zijn. - Markering dient de kleur wit te zijn. - Aanwezig straatmeubilair dient te worden ingepast in de nieuwe situatie. - Naden rondom verkeers- en straatmeubilair in verharding dienen onkruidwerend te worden uitgevoerd. - Verhardingen dienen bestand te zijn tegen gladheidsbestrijdingsmiddelen. - Verhardingen en brugdekken dienen bestand te zijn tegen gladheidsbestrijdingsmiddelen. Algemeen: - Onder de rijbaan dient een funderingslaag te worden toegepast van menggranulaat van minimaal 250mm. - Onder een fietspad dient een funderingslaag te worden toegepast van menggranulaat van minimaal 150mm. - Onder de fundering van nieuwe wegen en nieuwe fietspaden dient een zandlichaam van minimaal 0,50m te worden aangebracht. - De wegfundering moet doorlopend onder de band worden aangebracht. Asfaltverharding: - De asfaltverharding dient een ontwerplevensduur te hebben van 20 jaar berekend bij de verkeersintensiteit 10 jaar na oplevering.

18

Onderdeel

Parkeervakken

Trottoirs

Fietspad

Eisen - De tolerantie van de dwarshelling gedurende de levensduur dient tussen de absolute hellingswaarden van 1% en 2% te liggen (uitzondering de verkantingovergangen) - Scheurdoorgroei vanuit de fundering naar de direct bereden delen van de asfaltverhardingsconstructie dient niet voor te komen. - De sterkte van een asfaltconstructie moet met een ASCON / VECON / AIO berekening worden aangetoond. - Asfalt type PR (partieel recycled) toepassen. - Er dient een gootconstructie langs de asfaltrijbaan te zijn. - De asfaltverharding dient te zijn voorzien van thermoplastische markering, kleur wit. - Verhardingen van hoofdfietspaden en rijbanen dienen bestand te zijn tegen gladheidsbestrijdingsmiddelen. Elementenverharding: - De tolerantie van de dwarshelling gedurende de levensduur dient tussen de absolute hellingswaarden van 1% en 4% te liggen (uitzondering de verkantingovergangen) - Oude straatbakstenen dienen te zijn ingeveegd met kifgrind. - Straatbakstenen moeten zijn van kwaliteit A, sortering 4/12 Straten in keperverband - Onder de parkeervakken dient een zandlichaam te worden aangebracht. Straten in elleboogverband, afschot haaks op de weg-as 2%. - Parkeervakken in groen: grasbetontegels of Ritterplaten? - Bij parkeervakken langs beplanting dient een uitstapstrook aanwezig te zijn.

- Daar waar het ontwerp niet in voorziet, verharding van beton betontegels KI (300 mm x 300 mm x 45 mm), kleur grijs, met vellingkant. Straten in halfsteensverband, afschot vanaf de gevel maximaal 2%. - Op plaatsen waar (incidenteel) auto of vrachtverkeer verwacht wordt verharding toegepast die dit verkeer kan dragen. - Op plaatsen waar autoverkeer wordt verwacht dient een wegfundering van minimaal 250mm menggranulaat te worden toegepast. - Onder trottoirs dient een zandlichaam te worden aangebracht. - Het zicht aan een verlaagde band bedraagt 0,01m. - Er dienen voorzieningen te worden getroffen ter voorkoming van opdrukking van de verharding van het fietspad door boomwortels. - Fietspaden dienen voldoende breed te zijn om gladheidsbestrijdingsvoertuigen (type Ravo) te kunnen faciliteren - Alle fietspaden dienen voldoende draagkracht te hebben om gladheidsbestrijdingsvoertuigen te kunnen dragen (type Ravo). - Alle fietspaden dienen bereikbaar te zijn voor een veegwagen (type Ravo). - De toplaag van de asfaltverharding dient Haarlems rood te zijn (pigment 1,5% oxide rood, bindmiddel mexphalte C.pen. 80/100, tilred ipv steenslag)

19

Onderdeel

Kantopsluitingen

Eisen - Trottoirbanden tussen voetpaden en fietspaden: parkeerbanden 65/150 x 250 mm, kleur grijs, met hol/dolverbinding. - Daar waar fundering wordt toegepast, de trottoirbanden stellen in specie en voorzien van een steunrug. Opsluitbanden langs plantsoen en erfscheidingen: banden 100 mm x 200 mm x 1.000 mm deklaag glad, kleur grijs, met hol-/dolverbinding. - Trottoirbanden tussen rijbaan en voetpaden: trottoirbanden KI 130/150 mm x 250 mm x 1.000 mm, deklaag gewassen basaltporfier, voorzien van hol-/dolverbinding. - Daar waar fundering wordt toegepast, de trottoirbanden stellen in specie en voorzien van een steunrug. Opsluitbanden langs plantsoen en erfscheidingen: banden 100 mm x 200 mm x 1.000 mm deklaag glad, kleur grijs, met hol-/dolverbinding.

4.3 Openbare verlichting -

-

Openbare verlichting

-

-

-

-

Armatuur type KIO van Schreder of de Skypark van Modernista: o Masten 4m standaard conisch o Kleur RAL 9005 o Armatuur type Modernista o Mast type Patrimonium: o Bijbehorende mast o Kleur RAL 7016 Armatuurtype Historische Hängeleuchten A11 (alleen bij overspanningen): o RVS muurplaten o Zekering plaatsen in de wandsteun o Kleur RAL 7016 o Materiaal van de overspanningskabel dient aan volgende specificaties te voldoen: Stainless Steel Strand, Material AISI 316, Construction 1 x 19 Armatuur type Skypark van Modernista: o Masten 4m o Kleur onbewerkt Armatuur type Schreder Teceo: o Masten 5m standaard met uithouder o Kleur onbewerkt o Uithouder 4 graden Standaard masten: PMF (of gelijkwaardig)- standaard conische mast thermisch verzinkt + bescherming grondstuk NOXYDE. Openbare verlichting wordt uitsluitend geplaatst op bij gemeente Haarlem in beheer zijnde gemeentelijke eigendommen. Haarlem maakt gebruik van het gecombineerde laagspanning / openbare verlichtingsnet van netbeheerder Liander Alle onderdelen van het systeem dienen eenvoudige en doelmatig monteerbaar te zijn. Het systeem dient laag in onderhoud of zelfreinigend te zijn. Mutaties in overleg met DIA verwerken. Gegevens voor DIA: Locatiegegevens, datum, type, aantal, hoogte, nummer, materiaal, oppervlaktebehandeling, specificaties lichtbron en dimmer. Conform paspoort DIA.

20

-

-

-

-

-

-

Attentiepunten zoals drempels, bloembakken, oversteken van voetgangers en fietsers, in buitenbochten, bushaltes, moeten extra goed zichtbaar zijn. Het systeem aansluiten op omgeving De behoudfactor = 0,85 Lichtpunten moeten op voldoende afstand staan van bomen. In woonstraten is de onderling afstand tussen lichtmasten maximaal 25m. Plaatsing bij voorkeur in de lengteas van de scheiding tussen woningen. Locaties van lichtpunten moeten ingetekend worden stippenplan (in x, y en z coördinaten) met bijbehorende lichtberekening en worden voorgelegd aan de gemeente Haarlem ter goedkeuring. Een ophangsysteem (mast, wandsteun, overspanning) moet worden voorzien van unieke BAR code en uniek nummer. Stickers conform formaat Haarlem In overleg met DDO partner. Het aansluitplan van de OV moet passen in de gestelde aansluitvoorwaarden van de regionale netbeheerder (Liander). Plaats een zekering van 6 Ampère. Met dubbel armatuur apart zekeren. De wandkast dient van RVS te zijn De wandkast dient (voor zover mogelijk) op 1.50 meter vanaf onderzijde maaiveld gemonteerd te worden De stijgleiding dient van RVS te zijn afsluitingen en (her)aansluitingen van lichtmasten dient tijdig te worden aangevraagd bij de netbeheerder (Liander) door Ontwikkelaar Minimale levensduur armaturen is 25 jaar. Armatuur moet voorzien zijn van een aansluitsnoer. Armatuur moet functioneel zijn, armatuurrendement 70%.

Armatuur moet beschermd zijn tegen mechanische invloeden en vocht, IP klasse 65. Armaturen dienen dimbaar te zijn uitgevoerd. Masten moeten vandalismebestendig zijn IP65. De onderkant van het luik dient op 0,6m boven maaiveld te liggen. OV masten worden niet geplaatst naast ondergrondse afvalbakken ivm kans op beschadiging. De lichtmast in een trottoir dient 45cm uit de trottoirband te worden geplaatst. Minimale levensduur van een lichtmast is 50 jaar. De mast sluiting dient Kaalfix te zijn. Lichtmasten die niet worden geplaatst in elementenverharding moeten worden verankerd. Plaatsing en locatie van de lichtmasten dienen het wegebeeld zo min mogelijk te verstoren Plaatsing en locatie lichtmast bij rijbanen bij voorkeur aan beide zijden van de rijbaan om en om Bij wandarmaturen wordt de zekering in de wandsteun geplaatst. Onderzijde armatuur 3,76 mtr boven maaiveld Minimale levensduur van een wandsteun is 50 jaar.

21

4.4 Waterhuishouding, riolering en drainage 4.1.1 Riolering

Riolering

Riolering - Nieuwbouw moet afkoppelen. Regenwater mag niet meer lozen op het Haarlemse gemengde rioolstelsel. - Maatgevende afvoer voor DWA woningen is 12 l/h/inw gedurende 10 uur/dag. - Het stelsel dient te worden ontworpen aan de hand van neerslaggebeurtenis 09 (bui 9) uit de Leidraad Riolering (module C2100), met een herhalingstijd van eens per 2 jaar. Bij deze bui mag er geen water op straat ontstaan. - De technische levensduur van de riolering/drainage stelsel bedraagt minimaal 60 jaar. - In de hoofdriolering dienen inspectieputten te worden opgenomen. De maximale afstand tussen twee inspectieputten bedraagt 80m. - De minimale leidingdiameter van de rioolleidingen bedraagt 250 mm. - Het verhang van de rioolstrengen van het DWA riool bedraagt gemiddeld 2,5‰ en niet minder dan 2‰. - Minimale dekking nieuwe riolen is 1,20m –mv. - Alle putten moeten te allen tijde toegankelijk zijn en bereikbaar zijn (voor een 3-assige zuig/pers wagen van 35 ton) en worden geplaatst buiten de tracés voor kabels en leidingen en plantsoenen. Ze dienen te worden geplaatst in de openbare ruimte. - Inspectieputten worden aangebracht op alle kruisingen, knikken en bijzondere voorzieningen in het rioolstelsel. Tevens bij wijzigingen in het verhang en van diameter. - Minimale diameter van toe te passen inspectieputten is Ø 800mm of minimale doorsnede 800 x 800 mm.

Inspectieputten dienen zodanig uitgevoerd te zijn dat er geen risico is op opdrijving. - DWA putten dienen te zijn voorzien van een stroomprofiel. - HWA putten dien te zijn voorzien van een zandvang van 20 cm - Nieuwe trottoir- of straatkolken dienen te zijn Klasse Y, conform NEN7067, voorzien van een stankscherm, gietijzeren kop, uitneembaar rooster en zandvang. - Kolken dienen te worden aangesloten op die zijde die zich in de elementenverharding bevindt. - De straat- en trottoirkolken dienen op zodanige onderlinge afstanden te worden geplaatst dat een goede afvoer van het hemelwater gewaarborgd is en het wegprofiel zodanig vormgegeven kan worden dat onder alle weersomstandigheden geen overlast en hinder voor de weggebruiker ontstaat. - Iedere kolk moet minstens 80m2 verhard oppervlak kunnen afvoeren, berekend bij Bui 9. - Inspectieputten voorzien van een deksel van gietijzer, verkeersklasse conform betreffende weg, voorzien van opschrift HWA of DWA.; Mangat minimaal ø 600mm. - Alle putten dienen te zijn voorzien van een stroomprofiel. - Kolkleidingen en huisaansluitingen sluiten aan op de hoofdriolering door een haakse inboring op 12 uur. De aansluiting dient waterdicht te zijn en bestand tegen zettingen.

22

De gemeente streeft ernaar de hoeveelheid rioolgemalen zoveel mogelijk te beperken. Toepassing van rioolgemalen is alleen mogelijk na gemeentelijke toestemming. Persleidingen en gemalen dienen uitgevoerd te worden conform het PvE Rioolgemalen. Huisaansluitingen - De huisaansluiting dient ten minste 60 centimeter gronddekking te hebben De huisaansluitingen dienen in een afschot van ten minste 7 millimeter per meter naar het hoofdriool te liggen. - Aansluitlengte max. 20 m; PVC min. ø 125 mm; bochten maximaal 45 graden, aansluiten op opzetter. - De huisaansluitingen dienen aan de bovenzijde van het riool, te worden aangesloten. - In de huisaansluiting dient een ontstoppingsstuk te worden aangebracht 0,50 m voor de erfgrens op particulier terrein, op een goed bereikbare plaats. - Het ontstoppingsstuk dient aan de bovenzijde een afsluitbare opening te hebben met een diameter van 160 millimeter. De opening dient een gronddekking te hebben van minimaal 50 centimeter. Drainage - Ontwerp conform de bijlage: "Richtlijnen voor het ontwerp van drainagesystemen, Gemeente Haarlem''. - De drain is van PE dubbelwandige drainagebuis (merk Strabusil of gelijkwaardig) en wordt gelegd in een grindkist van 0,50m x 0,50m van betongrind N31,5, omwikkeld in polyamide filterdoek 66212 nicolon nylondoek, waarbij een overlap van minimaal 250 mm gemaakt wordt.

- De korrelgrootte van drainagegrind moet 4-16mm of 1632mm zijn en het grind moet een ronde korrel hebben voor een optimale drainerende werking. - Materiaal drainageleiding PE (≥ Ø150mm), kleur zwart Kwaliteit SN8. De drain ligt met de bovenzijde tenminste 0,40 m onder het niveau van het in te stellen grondwaterpeil. - Instellen van het drainagepeil gaat via opzetstukken in de instelputten conform het buurtgerichte drainageplan. - De putten tot een diepte van 1,80m minus maaiveld, zijn van beton rond of vierkant 800 mm (inwendig). De putten met een diepte groter dan 1,80m minus maaiveld zijn van beton 1000 mm (inwendig). - Elke put wordt voorzien van een beton/gietijzerenputrand hoog 240 mm en opgemetseld met twee lagen steens metselwerk. In de putrand staat duidelijk leesbaar de tekst “DRAIN”. - In de drainput is een zandvang van 200 mm aanwezig. - Doorspuitputten in de drainage, behoudens de instel- en eindputten, hebben een minimale Ø 600 mm, zijn van beton en moeten voorzien zijn van 20 cm zandvangruimte. - Geleverde materialen moeten voorzien zijn van een KOMO/KIWA certificaat.

-

Overige eisen aan riolering en WKO - Bij uitwerking van het ontwerp dient de afstand tussen boom en riool/drainage zodanig te zijn dat onderhoud en vervanging van het riool/drainage mogelijk is zonder de boom te kappen. Onderlinge afstand van het riool en boom is

23

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

minimaal 2 meter en eventueel voorzien van een antiwortelscherm. De afstand tussen boom en huisaansluiting dient zodanig te zijn dat onderhoud en vervanging van huisaansluitingen mogelijk is zonder de boom te kappen. Onderlinge afstand van de huisaansluiting en boom is minimaal 1 meter en eventueel voorzien van een antiwortelscherm. Bij het planten van nieuwe bomen dienen bestaande huisaansluitingen binnen een afstand van 5 meter van de boom van gresbuizen vervangen te worden door PVC leidingen met waterdichte koppelingen. Oude, niet meer in gebruik zijnde riolering en drainage, dienen te worden gereinigd en op een milieuverantwoorde wijze te worden afgevoerd. Er dient zoveel mogelijk gebruikt te worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke toepassingen en materialen. De lozingen op oppervlaktewater dienen via een betonnen instelput te worden uitgevoerd, indien nodig met opzetstukken. Alle revisies en inspecties dienen ingeleverd te zijn bij PCM binnen twee weken na aanbrengen (Wet WION). Gebeurd dit niet, dan is en blijft de opdrachtnemer of ontwikkelaar verantwoordelijk voor alle eventuele tussentijdse schades en/of boetes ten gevolge van het niet tijdig aanleveren.

De aangelegde riolering dient voor overdracht digitaal beoordeeld te worden conform de geldende NENnormeringen en dient bij overdracht kwaliteit 1 te door middel van de KIC-systematiek en vastgelegd te worden op DGN-shape. De onderstaande eisen gelden voor de aanlevering van gegevens (zie ook Bijlage C PVE Opleveringsinspectie Riolering) • Video inspecties alleen als Panoramo (IBAK)video inspecties. • Rapportages aanleveren in SUF-RIB2 met gevulde coördinaten (conform NEN) • Rapportages inclusief hellingshoek meting. • KIC aan te leveren op DGN-shape, inleesbaar in GBI 6. • Aansluitingen op bestaande riolering dient plaats te vinden op basis van bestaande riooltekening en bestaande putnummers. Tekening, lege SUF is te verkrijgen bij de gemeente, afdeling DIA. • Inspectie op USB-stick of harde schijf aanleveren!" Bij uitbreidingen dient riolering als een gescheiden systeem aangelegd te worden. Al het “schone” regenwater dient te worden ingezameld en getransporteerd naar het oppervlaktewater. Er mag geen vermenging optreden met het grondwater. Overtollig grondwater dient ingezameld te worden middels de drainagebuizen en getransporteerd te worden naar het oppervlaktewater. Er mag geen vermenging optreden met het hemelwater.

Bij de aanleg en ontwerp van riolering dient rekening gehouden te worden met de ondergrond, het afschot dient gedurende de gehele levensduur gewaarborgd te zijn, de waterdiepte in een stelsel mag als gevolg van zettingen nooit meer bedragen dan 1/10 van de buisdiameter (klasse 1).

24

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

De riolering mag de grondwaterstand niet negatief beïnvloeden (bv schade aan funderingen) en mag geen stank- en lawaaioverlast veroorzaken. Het rioolsysteem dient maximaal bereikbaar te zijn en zonder bijzondere maatregelen te kunnen worden beheerd en onderhouden. De afstroming van al het water moet zeker gesteld zijn door voorzieningen in het openbaar gebied. Voor aanleg van riolering, rioolputten en eventuele gemalen dient een funderingsadvies/rapport overlegd te worden. Berekeningen dienen te worden uitgevoerd conform de Leidraad Riolering, Module C2100 ‘Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren’. Het gehele ontwerp van het rioolstelsel dient te worden uitgevoerd conform de Leidraad Riolering, Module Module B3000 "Detaillering en aanleg van stelselonderdelen". Met inachtneming van de module's ontwerpgrondslagen B1100, B2100, B2200, B2300 Rioleringaanduidingen op tekeningen conform NEN 3219 Ontwerp het drainagestelsel conform de Leidraad Riolering, Module B2300 "Functioneel ontwerp: grondwater(overlast) maatregelen" Aansluitleidingen intekenenen op de digitale revisietekening. Na het aanbrengen van de hoofdriolering dienen de werkelijke (of evt. afwijkende definitieve) hoogtematen van bob (binnen onderkant buis) en straat hoogten opnieuw ingemeten te worden en op een revisietekening te worden vermeld.

Ook de inlaten (bob) vanuit de inspectieputten dienen te worden ingemeten en als basis te dienen voor de rioolinspectie. Het rioleringswerk wordt beoordeeld conform EN 13508-1 buitenriolering "inspectie en toestandbeoordeling door middel van video-inspectie van riolen" en EN 13508-2 buitenriolering "classificatiesysteem" bij visuele inspectie van riolen". Alle toestandsaspecten moeten minimaal gelijk aan klasse 1 zijn. Aanlegtekeningen en revisietekeningen van riolering en drainage dienen voorzien te worden van putnummers welke door afdeling DIA worden aangegeven. overstorten krijgen eigen nummers, daarom deze apart aangeven bij de aanvraag. De nummers zijn verkrijgbaar via mail aan dia@haarlem.nl o.v.v. aanvraag putnummers. Voor de oplevering dient het riool geïnspecteerd te worden. Voor het inspecteren dienen de putnummers gecontroleerd te worden op juistheid. Zonder de juiste putnummers kan de videoinspectie NIET geaccepteert worden. Fictieve putnummers zijn NIET toegestaan." De FAT/SAT documenten moeten in de overdrachtstukken worden verwerkt. Revisietekeningen aanleveren conform eisen databeheer, afdeling DIA, tekeningen aanleveren in .DGN formaat en PDF-formaat. Voor rekening van de aannemer zijn: reinigen, afvoeren en/of storten van vrijkomende materialen en stoffen in overleg met de gemeente, conform wettelijke eisen.

Tracé in de rijbaan mag NIET in het rijspoor aangebracht worden. Putdeksel mogen NIET in het rijspoor terecht komen. Stroombanen voor hemelwater dienen intact gehouden te worden of versterkt te worden om overlast te voorkomen.

25

-

-

-

"Voorkom foutieve aansluitingen HWA/DWA Stem ligging huisaansluitingen af met installatietekening woningen. " De lozing van spuiwater uit WKO systemen op het riool mag niet groter zijn dan 5 m3/uur. Het chloridegehalte van te lozen water uit WKO installaties mag niet groter zijn dan 10.000 mg/liter. Het af te voeren water dat vrijkomt vanuit een WKO installatie met een hoger chloridegehalte dan 10.000 mg/liter dient direct in het riool afdoende verdund te worden. Moment van lozen afstemmen met beheerder gemeente Haarlem. Dit kan via de site van de gemeente Haarlem https://www.haarlem.nl/melding-doen-of-vraag-stellen/ "De volgende gegevens dienen bij een aanvraag WKOvergunning minimaal geleverd te worden: vergunninghouder, locatie lozing, hoeveelheid te lozen water, chloridegehalte van het te lozen water, wijze waarop een eventuele verdunningsstap gerealiseerd zal worden. Bij het vergunnen van WKO installaties dient met name de locatie van de lozing bekeken te worden. Het overige rioolwater moet de kans krijgen om de lozing goed te verdunnen alvorens het in de buurt van stalen en gewapende leidingen en pompsystemen komt. Boor- en spoelvloeistof, bij aanleg van een WKO-systeem, dient voorafgaand aan de lozing een bezinkstap te ondergaan. Opgevangen slib dient afgevoerd te worden naar een eindverwerker."

In de onderstaande tabel is aangegeven wat de eigenschappen zijn van de toe te passen materialen: Onderdeel Materiaal Kleur Kwaliteit Bijzonderheden DWA (droogweer afvoer) Pvc riolering (< Ø500 mm) Beton (≥ Ø400 mm) HWA (hemelwaterafvoer) Pvc riolering (< Ø500 mm) Beton (≥ Ø400 mm) Kolkleidingen

Pvc

Bruin

SN8

beton grijs belastingklasse 450 conform VOSB, milieuklasse 5b Bruin SN8 beton grijs belastingklasse 450 conform VOSB, milieuklasse 5b grijs SN8

Huisafvoerleidingen DWA Pvc (≥ Ø125mm)

bruin

SN8

Huisafvoerleidingen RWA Pvc

grijs

SN8

Kolk

k

Drainageleidingen

PE

Klasse Y, conform NEN7067

zwart

SN8

verbinding met steekmoffen met rubbermanchet/ beton mof-spie met rubber afdichtring verbinding met steekmoffen met rubbermanchet/ beton mof-spie met rubber afdichtring verbinding met steekmoffen met rubbermanchet verbinding met steekmoffen met rubbermanchet verbinding met steekmoffen met rubbermanchet Voorzien van stankscherm en gietijzeren kop, uitneembaar rooster en zandvang merk strabusil of gelijkwaardig

26

4.5 Groen en ecologie Onderdeel

Groen

Eisen - Er wordt gewerkt volgens de vastgestelde Duurzaamheidsmonitor (2012). - Ten einde de biodiversiteit te kunnen meten wordt/is een nulmeting uitgevoerd. - Ten einde de toename aan biodiversiteit te meten wordt een effectmeting uitgevoerd. - Er dient gewerkt te worden overeenkomstig de bepalingen uit de vigerende gedragscode. - Groenvoorzieningen worden/zijn afgestemd op de stijl en karakter van het gebied. - De inrichting en het beheer van het gebied worden/zijn, naast op de menselijke functies, afgestemd op de leefvoorwaarden voor flora en fauna. - Koppelingen tussen het recreatief -, verkeer en vervoers-en het groen-blauwe netwerk worden/zijn gerealiseerd. - Ecologische verbindingen worden/zijn, waar dit het maatschappelijk draagvlak en de waardering voor ecologie in de stad vergroot, begeleidt door voet- en/of fietspaden. - Bij de (her)inrichting van groene structuren wordt/is aansluiting gezocht met aanwezig particulier groen. - Bij afname van bestaande waarden, gerekend tot 5 jaar na uitvoering van werkzaamheden, wordt/is voorzien in compenserende maatregelen buiten het plangebied, doch binnen de gemeentegrenzen van Haarlem. - Belangrijke bestaande ecologische elementen worden/blijven/zijn in stand gehouden. - Groenvoorzieningen worden/zijn zodanig uitgevoerd dat deze door middel van ecologisch beheer de gewenste kwaliteit kunnen bieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12307851/2