CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

6b Concept Convenant

commissie Ontwikkeling 13 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22:10 uur Wijziging van de gemeenschappelijke regeling Noord-Hollands Archief in verband met uittreding van de minister OCW en zienswijzemogelijkheid raad (DL)3.613 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESTUURSCONVENANT STRUCTURELE SAMENWERKINGSAFSPRAKEN MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN DE REGIONAAL HISTORISCHE CENTRA Preambule •

•

•

•

•

•

Wegens de digitalisering van overheid en samenleving wordt de Archiefwet 1995 gemoderniseerd en vervangen door de Archiefwet 20... De Archiefwet 20.. treedt in werking met ingang van [PM datum]. Diezelfde digitalisering heeft ook gevolgen voor de rijksarchieven in de verschillende provincies, die in beheer zijn bij de Regionaal Historische Centra (RHC’s).i De digitale archieven van in de provincie gevestigde organen van het Rijk of van de overheidsorganen, waarvan de functies zich niet over het gehele rijk uitstrekken of hebben uitgestrekt, worden feitelijk overgebracht naar het centrale e-depot van het Nationaal Archief. De Archiefwet 20.. voorziet bijgevolg één Nationaal Archief als de archiefdienst voor de bewaring van blijvend te bewaren documenten van de centrale overheid, waarbij de rijksarchivaris met het beheer is belast. Echter, voor (digitale kopieën van) papieren en andere analoge rijksarchieven is het kabinet van oordeel dat de samenwerking met de RHC’s voortgezet moet worden. Om te beginnen vanuit het oogpunt van cultureel erfgoed. Het blijft van groot belang dat de rijksarchieven in de provincie ter plaatse kunnen worden geraadpleegd, op of in de buurt van de plek waar ze zijn ontstaan. Deze documenten hebben vaak een sterk verband met de regionale geschiedenis, wat een breed publiek aanspreekt.

De digitale voorzieningen van de RHC’s zijn ook geschikt voor de opslag, het beheer en de terbeschikkingstelling van digitale kopieën van papieren en andere analoge rijksarchieven. Een ander voordeel is dat deze archieven van het Rijk zo in samenhang met de archieven van andere overheden uit dezelfde regio toegankelijk zijn en blijven. Tot slot hebben de RHC’s decennia ervaring met bredere publiekswerking in de vorm van tentoonstellingen, educatieve programma’s en allerhande evenementen. Dit alles pleit voor het behoud van het RHC als (gevestigd) centrum van regionale historie en cultuurgeschiedenis. Bovendien zullen de RHC’s via het beheer van deze rijksarchieven ook een belangrijke rol blijven spelen voor de andere belangen die in de Archiefwet 20.. genoemd worden: verantwoording van overheidshandelen, kennisneming van en de uitoefening van rechten en plichten en onderzoek. Dit alles vraagt een andere en aangepaste bestuurlijke samenwerking. Wegens de centralisering van digitale rijksarchieven treedt de Staat uit de gemeenschappelijke regelingen van de RHC’s. Wegens de voortzetting van de samenwerking voor (digitale kopieën van) papieren en andere analoge rijksarchieven voorziet de Archiefwet 20.. expliciet in de mogelijkheid om aan de RHC’s bepaalde taken en bevoegdheden te delegeren voor nader te omschrijven rijksarchieven.

Dit betreft de (digitale kopieën van) papieren en andere analoge rijksarchieven in beheer bij de RHC’s. De financiële middelen die daarvoor nodig zijn worden conform diezelfde Archiefwet 20.. middels een specifieke uitkering als lumpsum aan de RHC’s verstrekt, waarbij het van belang is dat RHC’s deze financiële middelen zelfstandig, efficiënt en verantwoord kunnen aanwenden. Ook de rijksarchivaris zal wegens de gedeelde verantwoordelijkheid voor de rijksarchiefcollectie nauw met de RHC’s blijven samenwerken op het gebied van beheer, toegankelijkheid, kennisontwikkeling en kennisdeling. Met de uittreding van het Rijk uit de gemeenschappelijke regelingen veranderen de verhoudingen in het (algemeen en dagelijks) bestuur van de RHC’s. Het Rijk heeft met het in werking treden van de Archiefwet 20.. geen zitting meer in dit bestuur. Hierdoor kan de schijn ontstaan dat het Rijk zich niet meer verantwoordelijk voelt voor de toekomst van de RHC’s. Dit is geenszins het geval. Het Rijk is en blijft zich bewust van het belang van de continuïteit van de RHC’s. Tegen deze achtergrond wordt de samenwerking deels langs bestaande en deels langs nieuwe wegen voortgezet. De Archiefwet 20.., het delegatiebesluit, de regeling en beschikking voor de toekenning van de specifieke uitkering en de uittreedregeling (ook wel: uittreedplan) bieden de RHC’s daarbij juridisch houvast.

Zowel dit bestuursconvenant als een eerder, op 1 februari 2024 afgesloten bestuursconvenant (Staatscourant 2024, 6919) bouwen daarop voort door de samenwerking verder te verankeren, verdiepen en verbreden. Besluit het Rijk om als gevolg van een beleidsmatige heroverweging deze samenwerking toch te beëindigen en de gedelegeerde taken en bevoegdheden in te trekken, dan zal de specifieke uitkering gedurende vijf jaar na dagtekening van het besluit tot

intrekking doorbetaald worden. Dat volgt uit artikel 3.2 en artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onderdeel c en tweede lid van de Archiefwet 20.. Partijen • • • • • • • • • • • • •

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, hierna te noemen: ‘OCW’ De (algemene) rijksarchivaris, tevens directeur van het Nationaal Archief, hierna te noemen: ‘de (algemene) rijksarchivaris’ Brabants Historisch Informatie Centrum Collectie Overijssel Drents Archief Gelders Archief Groninger Archieven Het Flevolands Archief Het Utrechts Archief Historisch Centrum Limburg Noord-Hollands Archief Tresoar Zeeuws Archief

Overwegen het volgende, • •

•

Partijen spreken uit dat zij de onderlinge samenwerking structureel willen verankeren en dat zij zich hiervoor zullen inspannen. Dit doet recht aan de gezamenlijke belangen die hiermee worden gediend. Deze belangen zijn enerzijds gelegen in het blijvend beheer en de toegankelijkheid van de rijksarchieven, waarvoor de besturen zorg zullen blijven dragen, en anderzijds in het voortzetten en doorontwikkelen van de RHC’s als regionaal knooppunt van erfgoedcollecties en – waar van toepassing - als regionaal kenniscentrum voor het informatiebeheer van de overheid. Specifiek voor Tresoar speelt daarenboven de bescherming en erkenning van de Friese taal en cultuur. Een ander gezamenlijk belang is aan de orde bij die RHC’s die een pand huren dat eigendom is van de Staat der Nederlanden, wat afspraken over hun huisvesting in artikel 12 verklaart.

Spreken het volgende af, Artikel 1 Definitiebepalingen a. b. c. d. e. f. g.

h.

Convent: overleg van de directeuren van het Nationaal Archief en van de Regionaal Historische Centra; Deelnemers RHC: bestuursorganen (gemeente, provincie, waterschap of ander openbaar lichaam) of rechtspersonen die in de gemeenschappelijke regeling van het desbetreffende RHC participeren; Digitale kopieën: digitale kopieën die gerealiseerd zijn met middelen van en conform de kwaliteitseisen van het Rijk; Nationaal Archief: Nationaal Archief als bedoeld in artikel 6.1 van de Archiefwet 20..; Particuliere rijksarchieven: archieven in de rijksarchiefcollectie van particuliere herkomst; Rijksarchivaris: rijksarchivaris als bedoeld in artikel 6.1, derde lid van de Archiefwet 20..; RHC’s: Brabants Historisch Informatie Centrum, Collectie Overijssel, Drents Archief, Gelders Archief, Groninger Archieven, Het Flevolands Archief, Het Utrechts Archief, Historisch Centrum Limburg, NoordHollands Archief, Tresoar, Zeeuws Archief; SPUK-regeling: Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap houdende regels voor het verstrekken van specifieke uitkeringen voor de uitoefening van de door de minister overgedragen taken en bevoegdheden tot beheer van rijksarchief (Regeling specifieke uitkering beheer rijksarchief).

Pagina 2 van 7

Artikel 2 Doel Het doel van dit convenant is het vastleggen van structurele samenwerkingsafspraken tussen partijen. Beheer rijksarchiefcollectie Artikel 3 Kwaliteitseisen a. Het Nationaal Archief en de RHC’s streven naar een eenduidig beheer ten aanzien van de rijksarchiefcollectie. b. Het Nationaal Archief en de RHC’s hanteren voor het beheer van de rijksarchiefcollectie actuele internationale of landelijke normen en handreikingen. c. De Rijksarchivaris kan in uitvoering van artikel 3.1, lid 2 van de Archiefwet 20.. aanvullende en meer specifieke beleidsregels vaststellen. De rijksarchivaris zal hierover eerst in overleg treden met de RHC’s, bij voorkeur via een van de overleggen zoals vermeld in artikel 13, onderdeel c. Artikel 4 Hybride archieven a. Het Nationaal Archief en de RHC’s kunnen respectievelijk digitaal en analoog gecreëerde archieven van dezelfde archiefvormer bewaren en beheren. Voor deze hybride archieven leggen zij in hun systemen voor het beheer en de raadpleging van hun collectie een koppeling tussen beiden conform internationale of landelijke normen zoals ISAD(G) en RiC. b. Het Nationaal Archief en de RHC’s zullen zich gezamenlijk inspannen om de integrale vindbaarheid van hybride archieven te verhogen. Artikel 5 Particuliere rijksarchieven a.

OCW, het Nationaal Archief en de RHC’s delen de overtuiging dat particuliere rijksarchieven unieke informatie bevatten die niet in overheidsarchieven te vinden is. Deze archieven kunnen bijgevolg een waardevol onderdeel vormen van de rijksarchiefcollectie. b. Het Nationaal Archief en de RHC’s streven ernaar dat particuliere rijksarchieven via een schenking in eigendom aan het Rijk overgedragen worden en zo onvervreemdbaar tot de rijksarchiefcollectie behoren. Dat maakt het mogelijk om deze beter te beheren, te behouden en ter beschikking te stellen. c. Voor particuliere rijksarchieven zullen het Nationaal Archief en de RHC’s begin 2027 starten met het vormgeven van afspraken over het proces en de criteria voor hun opname of behoud in de rijksarchiefcollectie. Deze afspraken kunnen door het Nationaal Archief enkel na overleg met de RHC’s aangepast worden. Particuliere rijksarchieven die niet aan de criteria voldoen, komen mogelijk in aanmerking voor vervreemding uit de rijksarchiefcollectie en een daaropvolgende opname in de collectie van een aan het RHC deelnemende provincie, gemeente of waterschap, of in de collectie van een andere archiefdienst. Op verzoek kan de Rijksarchivaris dit mee bepleiten. d.

Ter voorbereiding op de in het voorgenoemde lid vermelde afspraken hebben het Nationaal Archief en de RHC’s in kaart gebracht welke particuliere rijksarchieven zij in beheer hebben. Artikel 6 Opvang groei rijksarchiefcollectie a. OCW en het Nationaal Archief verzekeren dat voldoende capaciteit aanwezig is voor de opvang van de groei van de rijksarchiefcollectie. Elk RHC kan in dat kader zowel nieuw over te brengen als eerder overgebracht rijksarchief bij het Nationaal Archief plaatsen. Dat geldt ook voor beperkt openbare overheidsarchieven en voor particuliere rijksarchieven. b. De beschikbare capaciteit bij het Nationaal Archief staat voor een RHC gelijk aan de hoeveelheid rijksarchief overgebracht of verworven na 31 december 2018, minus de vrije depotruimte bij het RHC voor de rijksarchiefcollectie op diezelfde datum en een nader af te spreken depotruimte-buffer. c. Het Nationaal Archief monitort of voldoende capaciteit beschikbaar blijft van de benodigde ruimte voor de daaropvolgende vijf jaar, dit op basis van een gezamenlijke jaarlijkse prognose door het Nationaal Archief in overleg met de RHC’s. Blijkt de capaciteit onvoldoende, dan zorgt het Nationaal Archief in overleg met OCW voor een oplossing. d.

Het Nationaal Archief en de RHC’s zullen ten laatste bij de uittreding van het Rijk uit de RHC’s een dienstbeschrijving afsluiten over de dienstverlening van het Nationaal Archief ten aanzien van door RHC’s Pagina 3 van 7

bij het Nationaal Archief geplaatste archieven. Deze afspraken kunnen door het Nationaal Archief enkel na overleg met de RHC’s aangepast worden. e. Het Nationaal Archief levert op verzoek van het RHC bij het Nationaal Archief geplaatste archieven voor inzage aan het RHC via scanning on demand of transport. Het RHC kan deze vervolgens beschikbaar stellen aan een aanvrager. Medewerkers van het RHC kunnen bij het Nationaal Archief geplaatste archieven inzien. f. Het Nationaal Archief monitort het verwachte aantal inzagen op basis van een jaarlijkse prognose door de RHC’s van deze inzagen voor de daaropvolgende vijf jaar. g. Indien uit de plaatsing van rijksarchief bij het Nationaal Archief en de inzage bij een RHC via scanning on demand of transport, kosten voortvloeien die niet uit de lumpsum van het Nationaal Archief en de RHC’s kunnen worden betaald, zullen OCW en het Nationaal Archief hierover in gesprek gaan. Artikel 7 Verzekering rijksarchiefcollectie a. OCW bevestigt dat de risico’s van schade voor of aansprakelijkheid van de Staat om redenen van doelmatigheid in het algemeen niet verzekerd worden. De Staat is in beginsel eigen risicodrager.

Dat houdt ook in dat bij de delegatie de RHC’s de rijksarchiefcollectie niet dienen te verzekeren en niet aansprakelijk zijn voor schade aan die collectie veroorzaakt door het RHC, tenzij sprake is van opzettelijk handelen, grove schuld of een handeling die in strijd is met de wet of de openbare orde. b. De RHC’s beheren de rijksarchiefcollectie op zodanige wijze dat het risico van schade zo klein mogelijk wordt gehouden. Artikel 8 Toezicht op de rijksarchiefcollectie a.

OCW constateert dat de Archiefwet 20.. geen sluitende bepalingen bevat omtrent het toezicht op de rijksarchiefcollectie bij de RHC’s. Partijen vinden het wenselijk dat dit toezicht alsnog ingeregeld wordt. OCW zal hierover nadere afspraken maken met alle betrokken partijen.

Artikel 9 Toegankelijkheid rijksarchiefcollectie a.

b.

c.

d.

In lijn met het Bestuursconvenant van 1 februari 2024 onderstrepen OCW, het Nationaal Archief en de RHC’s het belang om de rijksarchiefcollectie voor een breed publiek alsmede specifieke doelgroepen, zoals journalisten, onderzoekers en historici, toegankelijk te maken en aan hen te presenteren. De RHC’s maken hierbij gebruik van hun kennis van de specifieke achtergrond waartegen deze archieven zijn gevormd en van de doelgroepen die met de bronnen van de (regionale) geschiedenis in aanraking kunnen worden gebracht. Dat sluit aan bij de in Archiefwet 20.. genoemde belangen van documenten voor verantwoording van overheidshandelen, voor de kennisneming van en de uitoefening van rechten en plichten, voor onderzoek en, tot slot, als onderdeel van het cultureel erfgoed. OCW erkent daarom het belang van bredere publiekswerking van RHC’s rondom de rijksarchiefcollectie. De RHC’s kunnen bijgevolg de specifieke uitkering van OCW voor hieraan gerelateerde taken en projecten blijven aanwenden.

Artikel 10 Kennisdeling en -ontwikkeling op het gebied van erfgoed en informatiebeheer a.

b. c.

d.

In lijn met het Bestuursconvenant van 1 februari 2024 spreken het Nationaal Archief en de RHC’s af dat zij kennis zullen uitwisselen en/of samen kennis zullen ontwikkelen op het gebied van erfgoed en – als daar bij een RHC behoefte aan is - informatiebeheer. Het Nationaal Archief organiseert en ondersteunt waar nuttig en nodig deze kennisdeling en -ontwikkeling met RHC’s vanuit diens rol als landelijk expertisecentrum en in samenwerking met andere partijen. De kennisdeling en -ontwikkeling op het gebied van erfgoed heeft betrekking op duurzame toegankelijkheid van overheids- en particuliere informatie die is overgebracht naar een archiefdienst, op cultureel erfgoed(educatie) en op publieksbereik. De kennisdeling en -ontwikkeling op het gebied van informatiebeheer heeft betrekking op duurzame toegankelijkheid van overheidsinformatie die (nog) niet is overgebracht naar een archiefdienst.

Pagina 4 van 7

Artikel 11 Organisatie en financiën a. b.

c.

d.

De RHC’s zijn er zich van bewust dat ontwikkelingen binnen hun organisatie ook gevolgen kunnen hebben voor het beheer en de toegankelijkheid van de rijksarchiefcollectie. De RHC’s zeggen daarom toe om alle conform de Wet open overheid actief openbaar te maken stukken van hun bestuursorganen met OCW en het Nationaal Archief te delen op hetzelfde moment als met hun deelnemers. De RHC’s zeggen daarom ook toe om in de volgende gevallen tijdig met OCW in gesprek te gaan, bij voorkeur via het overleg zoals vermeld in artikel 13, onderdeel a: • Verzoek tot intrekking van de delegatie conform artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onderdeel a van de Archiefwet 20.., voornemen tot fusie met andere openbare lichamen of zaken van die strekking; • Wijzigingen aan de gemeenschappelijke regeling die raken aan de bijdragen van deelnemers; • Niet-indexering of verlaging van bijdragen door deelnemers; • Wijzigingen aan de gemeenschappelijke regeling die raken aan het maximumpercentage van de reserve; • Omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de specifieke uitkering, zoals ook voorzien door de SPUK-regeling.

Dat omvat ook onvoorziene en excessieve kostenstijgingen die niet gedekt worden door de (indexering van de) specifieke uitkering en ook leiden tot een verhoging van de bijdragen van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling; • Overige gevallen waarin het RHC van oordeel is dat een gesprek met OCW aangewezen is. OCW is zich ervan bewust dat ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en beleid ook gevolgen kunnen hebben voor de RHC’s. OCW zegt daarom toe om in dergelijke gevallen tijdig met de RHC’s in gesprek te gaan, bij voorkeur via de overleggen zoals vermeld in artikel 13, onderdeel a en b.

Artikel 12 Huisvesting a. b. c.

d.

e.

Dit artikel heeft enkel betrekking op de RHC’s die een pand huren van de Staat der Nederlanden en daartoe een huurovereenkomst hebben afgesloten. De betrokken RHC’s zijn er zich van bewust dat ontwikkelingen op dit gebied ook van belang zijn voor het Rijk. De betrokken RHC’s zeggen daarom toe om in de volgende gevallen tijdig met OCW in gesprek te gaan, bij voorkeur via het overleg zoals vermeld in artikel 13, onderdeel a: • Kosten voor investeringen in het pand die niet gedekt worden door de (indexering van de) specifieke uitkering en ook leiden tot een verhoging van de bijdragen van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling; • Overige gevallen waarin het RHC van oordeel is dat een gesprek met OCW aangewezen is . OCW zal voor de aanstaande (verplichte) verduurzaming van monumenten in kaart laten brengen wat de financiële gevolgen voor de RHC’s kunnen zijn en vervolgens met deze RHC’s in gesprek treden over hoe deze kosten afgedekt kunnen worden. Als conform artikel 31 huurovereenkomst, deze na vijf jaar geëvalueerd wordt en wordt gekozen om het huisvestingsstelsel in dezelfde of aangepaste vorm voort te zetten, zal daarbij opnieuw na een periode van vijf jaar een evaluatiemoment voorzien worden.

Artikel 13 Overleg a.

b.

Partijen spreken af dat jaarlijks voor elk RHC afzonderlijk een overleg wordt gevoerd tussen enerzijds de directeur van het RHC en anderzijds OCW en het Nationaal Archief. Bij dit overleg worden alle ontwikkelingen bij een RHC besproken die raken aan de gemeenschappelijke belangen van dat RHC en het Rijk. Indien nodig kan er aanvullend overleg plaatsvinden tussen het algemeen bestuur van het RHC en de directeur-generaal van de directie Cultuur en Media, of de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Partijen spreken af dat jaarlijks een overleg wordt gevoerd tussen de directeuren van alle RHC’s, de Rijksarchivaris en OCW. Bij dit overleg worden de inhoudelijke ontwikkelingen besproken die raken aan de gemeenschappelijke belangen van de RHC’s en het Rijk in het algemeen en het beheer van de

Pagina 5 van 7

c.

d.

rijksarchiefcollectie in het bijzonder. Dit overleg is onderdeel van een overleg van het Convent van de directeuren van het Nationaal Archief en de Regionaal Historische Centra. Het Nationaal Archief en de RHC’s spreken af dat minimaal twee keer per jaar het Convent van de directeuren van het Nationaal Archief en de RHC’s wordt georganiseerd om afspraken te maken en kennis te delen ten aanzien van het uitvoeren van de aan de RHC’s gedelegeerde taken, binnen de door OCW bepaalde kaders. Waar nodig, worden daarvoor door het Convent aanvullende overleggen ingesteld op tactisch en uitvoerend niveau. Deze overleggen worden door het Nationaal Archief georganiseerd en ondersteund. Partijen wijzen vaste contactpersonen en hun vervangers aan en zorgen dat hun contactgegevens wederzijds bekend zijn.

Artikel 14 Intrekking delegatie door het Rijk Voor het bepalen van desintegratiekosten of direct relateerbare frictiekosten die optreden voor de RHC’s als gevolg van de inwerkingtreding van een eventuele intrekking van gedelegeerde taken en bevoegdheden door het Rijk wegens een beleidsmatige heroverweging wordt de (uittredingssystematiek van) de Wet gemeenschappelijke regelingen gevolgd. Overige bepalingen Artikel 15 Evaluatie a.

b.

Partijen evalueren de uitvoering en werking van dit convenant voor het eerst twee jaar na in werking treden, waarna het convenant telkens om de vijf jaar wordt geëvalueerd, of zoveel eerder als partijen daartoe gezamenlijk besluiten. Kosten van de evaluatie worden door elke partij voor een gelijk deel gedragen.

Artikel 16 Wijziging, opzegging en beëindiging a. b. c.

d. e.

Elke partij kan de andere partijen schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen. De wijziging en de verklaringen tot instemming worden als bijlage aan het convenant gehecht. Indien een wijziging van de wetgeving op het gebied van de archieven, een wijziging in de verantwoordelijkheden voor overgebrachte documenten of een onvoorziene omstandigheid erin resulteert dat de afspraken in dit convenant billijkheidshalve behoren te eindigen, kan elke partij dit convenant met inachtneming van een redelijke termijn geheel of gedeeltelijk schriftelijk opzeggen. Wanneer een partij het convenant opzegt, blijft het convenant voor de overige partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten. Voor schade direct ontstaan als gevolg van opzegging en beëindiging van het convenant is geen van de partijen jegens een andere partij schadeplichtig.

Artikel 17 Toetredingsregeling Bestuursorganen of rechtspersonen die toetreden tot een openbaar lichaam of bedrijfsvoeringsorganisatie dat of die partij is bij dit convenant, zijn langs die weg gebonden aan afspraken in dit convenant. Artikel 18 Toepasselijk recht, afdwingbaarheid en geschillen a. b.

c. d.

Op dit convenant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Indien sprake is van een geschil in verband met dit convenant of afspraken die daarmee samenhangen, treden partijen met elkaar in overleg om te bezien of in der minne een oplossing van het geschil kan worden gevonden. Op vraag van een partij kan beroep gedaan worden op mediation. Ook op vraag van een partij kan tijdens of na deze mediation een onafhankelijke externe deskundige een advies uitbrengen. Indien het minnelijke overleg niet binnen drie maanden leidt tot een oplossing van het geschil, kunnen Partijen dit convenant beëindigen met inachtneming van artikel 16 van dit convenant. Partijen kunnen geen nakoming vorderen van dit convenant, maar behouden het recht om schadevergoeding te claimen indien dit convenant niet wordt nagekomen.

Pagina 6 van 7

Slotbepalingen Artikel 19 Inwerkingtreding en looptijd Dit convenant treedt in werking met ingang van de dag van uittreden van de Staat uit de gemeenschappelijke regelingen van de RHC’s, heeft het oogmerk van structurele samenwerkingsafspraken en wordt daarom voor onbepaalde tijd aangegaan. Artikel 20 Publicatie in Staatscourant a. b. c.

Binnen zes weken na ondertekening van dit convenant wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant. Bij wijzigingen in het convenant vindt lid a overeenkomstige toepassing. Van toetreden, opzeggen, ontbinden of beëindigen wordt melding gemaakt in de Staatscourant.

Aldus overeengekomen op [datum] te [locatie],

i

Dit is enkel anders voor de rijksarchieven in de provincie Zuid-Holland, die in beheer zijn en blijven bij het Nationaal Archief.

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16864992/1